| Tussen Maas en Meerlebroek - Toponiemen in de gemeente Beesel | ||
| A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z | ||
| RAADHUISPLEIN | ||
| Het marktplein van Reuver werd naar aanleiding van de verplaatsing van het gemeentehuis op 26 juni 1978 officieel omgedoopt in RAADHUISPLEIN. Op de Smaberskaart uit 1781 staat het plein niet aangegeven als zodanig. Het perceel was toen eigendom van Joanna Trines, tevens eigenaresse van de herberg Den Roover (nu garage Feijts). Hoewel formuleringen als ten gerechs huijse binnen Besel (1772) of in den gerichtskaemer tot Besel (1779) al geruime tijd gangbaar waren, beschikte de gemeente tot de tweede helft van de 19e eeuw niet over een gemeentehuis. Volgens een brief van de burgemeester uit december 1834 bezat de gemeente geen huis en huurde ze geen lokaal voor het bureau van het gemeentebestuur. Het duurde tot 1876 voordat de gemeente een echt raadhuis kreeg, gelegen aan de markt in Beesel. In 1919 kocht de gemeente van notaris Koolwijk diens huis op de splitsing van RIJKSWEG en PASTOOR VRANCKENLAAN in Reuver en vestigde hier de nieuwe secretarie, die in 1920 in gebruik werd genomen. De oude markt, gelegen voor dit oude gemeentehuis, werd uiteindelijk te klein bevonden en in 1926 kocht de gemeente de tuin van Meuter. Op 25 juni 1934 werd de benaming 'Nieuwe Markt' voorgesteld voor dit vrijwel vierkante plein. In het najaar van 1988 kreeg het plein, na een ingrijpende facelift, het huidige aanzien. Met name de laatste jaren is de bebouwing rond de markt aanzienlijk gewijzigd door sloop en nieuwbouw.Ook na de naamswijziging bleef het plein in de volksmond gewoon 'de Mert' heten. |
||
| Raederhof of hof T'gen Raede | Smabers 6/35 | |
| Zie: Rayerhof. | ||
| RANONKELSTRAAT | ||
| De Ranonkelachtigen of Ranuncaluceeën vormen een plantenfamilie met 1300 soorten verdeeld over 50 geslachten die vrijwel uitsluitend voorkomen in de gematigde zône. De planten zijn vaak giftig. Bekende geslachten binnen deze familie zijn bijvoorbeeld de akelei, monnikskap en boterbloem. Buurt Vogelsweyde. Vastgesteld bij raadsbesluit van 25 juni 1979. |
||
| Rattenkast | ||
De eerste geschreven vermelding van de Rattenkast dateert uit de tweede helft van de 19e eeuw. In de Grote Historische Provincie Atlas (situatie 1837-1844) is het perceel te zien als een puntige inham bij de bossen langs de oostzijde van de Rijksweg. Op een kaart uit 1864 van de gemeentelijke verpachtingen van het Meerlebroek staat dit puntige perceel ook woordelijk aangeduid: "Gemeente dennenbosch Rattenkast". Hetzelfde gebied wordt tevens aangeduid als exercitieterrein.
Volgens de wegenkaart van 1901 betreft het sectie D perceel nr. 1257. Niet geheel duidelijk is, wanneer en waarom dit gebied, gelegen op de zuidhoek van WELKENSVENWEG en HEIDEWEG, aan deze naam kwam. De benaming lijkt te wijzen op de aanwezigheid van ratten. Misschien speelde de vroegere aanwezigheid van de vlasroten hierbij een rol. Een voorstel om de huidige HEIDEWEG in 1964 te benamen als 'Rattenkasweg' werd na bezwaren van de aanwonenden ingetrokken. |
||
| Ravenshegge | Smabers 4 | |
| De oudste vermelding van de Ravens heghe dateert van 1606. In 1654 mat landmeter Keullen tot aan de Raeffes heghe. De ligging moet worden gezocht nabij het Kievits valder en de Groeneweg. De naam houdt mogelijk verband met aanwezigheid van raven. Deze grootste van de kraaiachtigen komt in onze omgeving reeds lang niet meer voor als broedvogel. Benamingen met 'raven' houden vaak verband met gerechtsplaatsen. Hiervoor zijn in dit geval geen aanwijzingen. | ||
| Rayer Bemden | Smabers 6 | |
In december 1605 wordt, voor zover bekend, voor het eerst melding gemaakt van een overdracht van de Raeer Bendt, gelegen tussen jonker Holthausen (de eigenaar van Nieuwenbroeck) en het broek.Ook in latere akten duiken de Rayer Bende (1669), Raijer Bemden (1758, 1767), Raeijer Bemden (1758) of Raeijder Benden op. Op de Smaberskaart uit 1781 vinden we de veldnaam Raeijer Bembden vermeld voor het vochtige gebied aan weerszijden van de Huilbeek, begrensd door KASTEELWEG, BUSSEREINDSEWEG, Schansweg en BAKHEIDE. Smabers geeft ongeveer parallel aan de BAKHEIDE een nu verdwenen weg aan die aansloot op de Rayerweg. |
||
| Rayerhof | Smabers 6/35 | |
In 1987 en 1988 werden tijdens twee korte opgravingen resten blootgelegd van de Rayerhof, waaronder een weermuur opgetrokken uit mergelblokken. Frans G.J. Geerlings: Het huis Nieuwenbroeck en zijn bewoners (deel 1). In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 6 (1986). |
||
| Rayerstraat | Smabers 6 | |
| Benaming Raijerstraet (1755) voor de NIEUWSTRAAT ter hoogte van de woning van Theunis van Cruchten. Zie aldaar. | ||
| Rayer valder | Smabers 6 | |
| Het eerder genoemde veehek, vermeld in processtukken uit 1653, en als Rayer valderen in 1696, was blijkens de Smaberskaart in 1781 nog steeds aanwezig. Onder de benaming Raeijer falder staat het hek ingetekend over de Molenweg bij de BUSSEREINDSEWEG. | ||
| Rayerveld | Smabers 6 | |
| Dit toponiem houdt verband met het werkwoord 'rooien', Middelnederlands 'roden'. Ook het werkwoord 'uitroeien' is hieraan verwant. De vroegste vermelding van het Rayerveld dateert van 4 januari 1435, toen het klooster Mariaweide uit Venlo (eigenaar van de Klerkenhof in Rijkel) aan Mathias Hertenstruyck 1½ bunder akkerland te Beesel in het Rodervelde gelegen in erfpacht gaf. Ook in latere akten wordt het Rayervelt (1569-1669) of Rijerveldt (1747) herhaaldelijk genoemd. Op de Smaberskaart vinden we de veldnaam Raeijer velt voor het gebied begrensd door HOOGSTRAAT, Haselterzijweg, Muizenhoek, Heideveldweg, BUSSEREINDSEWEG en NIEUWSTRAAT. Vermoedelijk was dit de middeleeuwse ontginning die bij de Rayerhof hoorde. De belastingschaal van de grond (zwaar) geeft mogelijk aan hoe ver deze ontginning oorspronkelijk reikte; de aansluitende velden van Haselt en Eijffelt vielen slechts in de belastingschalen 'licht' en 'middel'. Op 22 november 1872 werd aan Gerardus Teunissen een hinderwetvergunning verleend ten behoeve van een steenbakkerij in het Raayerveld. |
||
| Rayerveldweg | Smabers 5-6 | |
Op de Smaberskaart aangegeven als een gemeenen wech (openbare weg) tussen de HOOGSTRAAT en de RIJKSWEG. De weg vormt in grote lijnen de scheiding tussen Rayerveld en Eijffelt in het zuiden en het Haselt in het noorden. |
||
| Rayervoetpad | Smabers 5-6 | |
| Dit voetpad, dat over enkele honderden meters parallel liep met de BUSSEREINDSEWEG, wordt reeds in een akte van 26 april 1587 vermeld als Rayer voetpad. Op de Smaberskaart staat het aangegeven als voetpat ten noorden van de BUSSEREINDSEWEG. Dit pad begon bij de Molenweg en liep van daar tussen de huizen en landerijen van het Rayerveld langs de terrasrand van de oude Maasoever, tot ongeveer aan de Heideveldweg. Een tweede tak van dit weggetje kwam uit op de Muizenhoekerweg. De Staat van Openbare Wegen uit 1901 vermeldt het voetpad onder de benaming Achter Bussering. | ||
| Rayerweg | Smabers 6 | |
| In het midden van de 17e eeuw werd de benaming Raijerweg gebruikt voor de huidige Molenweg. Deze weg behoorde tot de kasteelboerderij Tgen Raede en mocht dan ook alleen door de eigenaren en bewoners van deze boerderij worden gebruikt. Daarnaast wordt de benaming wel gebruikt voor een weg nabij Nieuwenbroeck. Op veel moderne kaarten wordt deze abusievelijk Bayerweg genoemd, hetgeen al aangeeft dat de benaming niet echt gangbaar was. De huidige Rayerweg wordt door Smabers aangegeven als een weg tussen de Kasteelweg en de splitsing BAKHEIDE/ SCHANSWEG. Deze weg langs de Rayer bemden vormde de gebruikelijke route van de huizen rond de NIEUWSTRAAT richting Bakhei en schans. |
||
| Reeckziep, de | Smabers 10 | |
| De enige vermelding van land gelegen aen de Reeckziep (1720) lijkt te wijzen op een ligging nabij de Schinheuvel. In het Middelnederlands is een 'sipe' een klein beekje. Mogelijk wordt de Reuverbeek bij de Klaashof bedoeld. Vergelijk: Het Sijpken, de Twee Sijpen en het Vloot. |
||
| REGOUTLAAN, PATER | ||
De vierde zijstraat van de PARKLAAN kreeg in 1950 de benaming Lindelaan. Later werd de straat hernoemd naar een van de vele slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Robert Willem Hubert Regout werd op 18 januari 1896 geboren in Maastricht. Na zijn kandidaatsexamen brak hij zijn rechtenstudie in Utrecht af om op 5 januari 1915 in de Sociëteit van Jezus te treden. In 1924 mocht de Jesuiet zich na zijn doctoraal examen alsnog meester in de rechten noemen. Daarnaast studeerde hij filosofie en theologie. Op 15 augustus 1927 werd hij in zijn geboortestad tot priester gewijd. Na enkele andere funkties werd hij op 18 september 1939, op de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, benoemd tot buitengewoon hoogleraar in het Volkenrecht aan de Universiteit van Nijmegen. Op 12 mei 1940, kort na de Duitse inval, publiceerde hij zijn visie op 'De rechtstoestand in bezet gebied' en reisde hij vervolgens door het land om te overleggen welke houding hij en andere juristen moesten aannemen tegenover de bezetters. Op 29 juni 1940 trof de Gestapo hem niet thuis aan, maar twee dagen later werd hij gearresteerd en overgebracht naar Arnhem. Van hieruit werd hij op 16 augustus weggevoerd naar de Alexandergevangenis in Berlijn, om in juli 1941 naar het concentratiekamp Dachau te vertrekken. Als gevange Nr. 26750 overleed hij hier op 28 december 1942. |
||
| REMBRANDTSTRAAT | Smabers 10 | |
|
||
| Reubekamp | ||
| Vermelding van den Reeubkamp (1607) voor een van de landerijen die tot de Broeckerhof behoorden. De benaming zal ontleend zijn aan het gelijknamige gewas. De ligging is onbekend. | ||
| Reutje, 't | Smabers 9 | |
Loe Giesen: Een trieste moord bij Reuver. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 16 (1996). |
||
| Reuver, de | ||
Lange tijd werd aangenomen dat de benaming (de) Reuver nauw verbonden is aan die van de ridder Johan de Rover. Hij was zeer waarschijnlijk afkomstig uit Den Bosch en gehuwd met de erfdochter van het huis (Maas)Bree. In 1403 werd hij door de hertog van Gelre in plaats van zijn schoonzus en zwager beleend met de Hof te Lewen (zie: Buerense laathof), waartoe de Schei en de molen van Offenbeek behoorden. Zijn wapen, drie gouden molenijzers op een rood veld, werd door de Reuverse carnavalsvereniging geadopteerd.
Reuver ontstond waarschijnlijk als pleisterplaats op de kruising van de handelsweg tussen Keulen en Antwerpen enerzijds en de verbinding Maastricht-Arnhem anderzijds. In november 1547 maakte een Weertenaar een reisverslag waarin hij noteerde dat hij op zijn reis van Keulen naar Antwerpen zijn intrek nam bij Kerst (Christiaan) in de Roever. Later vervolgde hij zijn reis over den gemeinen wech van Roverr gande nae Sijnt Lambertz. In 1563 is sprake van land ayn gen Ruyffer. Van alle kerkdorpen en gehuchten binnen de gemeente is Reuver tegelijkertijd het jongste en het grootste. Deze relatief snelle ontwikkeling betekende tevens dat, mede door de aanleg van de spoorlijn, een gedeelte van Offenbeek geannexeerd werd, terwijl de oude buurtschap Leeuwen met name door de woningbouw in het Reuversveld haar karakter als aparte kern verloor.
Aan de oostzijde van de weg lagen in de 18e eeuw eveneens al huizen. Op 20 april 1761 diende Arnoldus Ingenmiddel als gevolmachtigde van zijn zwager Joes Theunissen een verzoekschrift in om, samen met de erfgenamen van Hendrick Ingenmiddel, te weten de weduwe van Hendrick Ingenmiddel, nu hertrouwd met Hendrik Neeten, als vruchtgebruikster, en de voogden van de minderjarige dochter Hendrina Ingenmiddel, als eigenaresse, over te mogen gaan tot scheiding en deling van huis en moesgaarde gelegen aan de Reuver, plus ca. 16 morgen akkerland en houtgewas te Beesel, om hierna een gedeelte van deze goederen openbaar te verkopen. Op 9 november 1772 werden de goederen van de weduwe van wijlen Henderick Nieten, waaronder grond te Reuver op de Schinheuvel nabij de baan aan de Alde Straet, verkocht aan Reynaer Steevens.
Wanneer en waarom het lidwoord 'de' in officiële stukken verdween, is onbekend. In het dagelijks spraakgebruik hanteren met name de oudere inwoners nog steeds de benamingen 'de Ruiver' en 'oppe Ruiver'. Hiermee wordt in de meeste gevallen de omgeving van de markt bedoeld.
Jan Ickenroth: Het "Huys op den Roever" en zijn bewoner Jan Trines. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 2 (1982). |
||
| Reuver, de Oude | ||
| Benaming (1878) voor een woonhuis of boerderij, bewoond door Jan Joosten. Ligging onbekend. | ||
| Reuverseweg | Smabers 6 | |
| Dit toponiem voor de huidige HOOGSTRAAT werd in juni 1934 aanvankelijk voorgesteld als officiële straatnaam; uiteindelijk besliste de raad anders. | ||
| Reuverspad | Smabers 9 | |
| De benaming Reuverspaet werd rond 1770 gebruikt. De ligging is niet bekend; waarschijnlijk moet worden gedacht aan het pad dat van de Greun Haspel (hoek PARKLAAN/ST.-LAMBERTUSWEG) naar Reuver liep. | ||
| Reuvers valder | ||
| Vermeld als Reuver valder in 1654 en als Reuvder valderen in een lijst uit 1718. De ligging is niet bekend maar moet vermoedelijk worden gezocht in de omgeving van de huidige dorpskern. | ||
| Reuversveld | Smabers 9 | |
_ |
||
| Reuversweg | Smabers 9 | |
| In april 1756 wordt een perceel langs den Reuverswegh vermeld. De omschrijving wijst op een stuk land ter hoogte van de huidige PASTOOR RIJNDERSLAAN, gelegen tussen de weg van het veer naar Reuver en het hieraan parallel lopende voetpat op de Smaberskaart. | ||
| Reynengoed | ||
| Het Reijnen goedt wordt reeds op 2 augustus 1567 vermeld onder de laatgoederen van de Nieuwenbroeckse leenhof. Op 16 december 1644 ontvingen Linnert Beurskens en consorten het Schroersgoedt, eertijds geheeten Reijnen goedt in leen. Waarschijnlijk had deze de boerderij gekocht van Dirck Heijnen, die zes dagen later de verplichte 12e penning betaalde aan Nieuwenbroeck in verband met het goed dat hij verkocht had. Op 5 september 1661 legde Jan Beurskens de leeneed af voor het Reijnen leengoedt; op 15 januari 1670 vernieuwde Ingel Beurske ns de eed voor het Reijnen leengoedt in de Bosserstraat (NIEUWSTRAAT / BUSSEREINDSEWEG). | ||
| RIJKEL | ||
| Deze naam gaat mogelijk terug tot een hypothetische vorm *Rijkholt, hetgeen kan duiden op een bosrijke omgeving. Geen enkele bekende vorm laat evenwel een uitgangs 't' zien.
Rijkel wordt mogelijk al in de 10e eeuw vermeld in verband met de heilige Liudgerus (742-809), bisschop van Münster (D) : Landfrid tradidit ad scm Liudgerum duo mancipia masculum et feminam Athaloldi filium Irmingerum in oppido Rikilo iuxta fluuium Masa; een nederzetting of versterking langs de Maas. Rijkel kende tot in de 19e eeuw de toponiemen 'Borgkamp' en 'Borgstraat'; mogelijk zijn beide terug te voeren tot het 10e-eeuwse oppidum. Met de mannelijke en vrouwelijke 'mancipia' (Latijn voor 'slaven') worden wellicht lijfeigenen bedoeld. Hoewel dit soort vermeldingen altijd vaak zeer moeilijk met zekerheid te koppelen zijn aan bestaande plaatsnamen, zal het aantal plaatsen langs de Maas met een naam 'Rikilo' beperkt zijn. In de 14e eeuw wordt de buurtschap met zekerheid genoemd als Rikel (1343, 1353). Latere schrijfwijzen zijn Rickel (1444), Rijckel (1444), Rijckell (1462) en Rijkelen (1859). De belangrijkste boerderij was ongetwijfeld de Klerkenhof, op de voet gevolgd door de Einderhof. In Rijkel lagen diverse bezittingen van kasteel Nieuwenbroeck.
Op 4 mei 1629 verkocht Thiss van Horne met toestemming van zijn vrouw Grietgen Struicken hun huis met boomgaard en bijbehorende landerijen te Rijckell, zoals Grietgen deze van haar ouders had geërfd, aan Heinrich Slousen en diens vrouw Neessken Quiten en aan Maess Krompfoetz en Aelett Schlousen. In januari 1754 verkochten Jan Simons en zijn vrouw Tiske van Obroek hun huis en hof te Ryckel gelegen tussen landscholtis Lindtgens (Einderhof) en het klooster de Weijde (Klerkenhof), inclusief landerijen o.a. gelegen in de Wefels Camp en den Donderbergh, aan hun schoonzoon Willem Beckers en diens vrouw Theodora oftewel Dircxke Simons. De nieuwe eigenaren verpandden de goederen nog diezelfde maand aan Willem Mengels en diens echtgenote Gertruijdt Peters. Op 5 juli 1763 verpandde Margaretha Smeets, weduwe van wijlen Geeret Schreurs, samen met haar voogden Joes Stevens en Vosbeeck, haar huis met toebehoren te Rijckel gelegen tussen Joes Winckens en Peter Vosbeck aan de overste De Collignon, heer van Nieuwenbroeck, om zo haar achterstallige schulden te kunnen voldoen en haar kinderen op te voeden. Op 23 mei 1775 kreeg Peter Mooren naar aanleiding van een verzoekschrift toestemming van de schepenbank van Beesel en Belfeld om zijn huis te verkopen ten behoeve van de aflossing van schulden en voor het onderhoud van zijn kinderen uit zijn eerste huwelijk met wijlen Joanna Gerits. De aanvrager had bij deling met broers en zussen in 1768 het ouderlijk huis te Rijkel overgenomen. Huis, bijbehorende schuur en stallingen waren door de slechte toestand daaropvolgend gesloopt.
In 1782 werd het huis van Paulus Luttels en Gedula Rutten gelegen te Rickel openbaar verkocht aan Hendrick Heijnen en Gertrudis Hermans. Loe Giesen: Pachtcontract van een aanwas bij Rijkel. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 19 (1999). |
||
| Rijkelerveld | Smabers 1 | |
Reeds genoemd als Reickelsche Veldt in een akte uit 1606. |
||
| Rijkelse Bemden | Smabers 1 | |
| De aanwassen ten westen van Einderhof en Klerkenhof werden aangeduid als Rickeler Bembt (1708), Rijkelste Bembden (1752) en Rij(c)kelse Bem(b)den (1758). Op de Smaberskaart uit 1781 worden ze de Erven genoemd.
|
||
| Rijkelse Bergen | ||
Soms vinden we in oude stukken of op oude kaarten ook gewoonweg fouten. Dat geldt zeker voor de notatie van de Rijkelsche Bergen op de Rivierenkaart uit 1849. Natuurlijk moet hier gewoon Rijkelse Bemden staan. |
||
| Rijkelseweg | Smabers 1 | |
| Blijkens een akte uit 1615 grensde de Reickelswegh aan het Rijkeler veld. Hieruit volgt dat de huidige ST.-ANTONIUSSTRAAT of Kerkweg wordt bedoeld. In 1631 klaagden Matthis in gen Nouwenhoff, Johan Quiten en Goerdt Keupers als pachter van Thiss in gen Nouwenhoff erover dat het pad vanaf de Rijckelschenwegh naar de Maas door derden werd gebruikt, hoewel dit geen openbare weg was. Volgens een akte uit datzelfde jaar liep de Reickelerwegh parallel aan de Cloijtens Paet; of dezelfde weg wordt bedoeld, is niet bekend. In de raadsvoorstellen inzake straatnaamgeving van 25 juni 1934 komt de 'Rijkelscheweg' voor als benaming voor de ST.-ANTONIUSSTRAAT, de benaming die na een amendement wel een raadsmeerderheid kreeg. |
||
| RIJKSWEG | ||
De kern Reuver is nog relatief jong. Een groot gedeelte van de 18e eeuw lag de gemeente staatkundig vrij geïsoleerd: tussen Roermond en Venlo liep de RIJKSWEG door maar liefst drie landen, namelijk Oostenrijk (Swalmen), Nederland (Beesel en Belfeld) en Pruissen (Tegelen). In 1764 wordt de weg vermeld als gemeenen weg oft landtstraet en als de gemeene en grote baen aghter de Wilde Hoeve. Op de Smaberskaart (1781) staat de weg aangeduid als de baene van Ruremonde naer Venloo. Tussen Den Roover en de Schelkensbeek veranderde het trajekt rond 1838; dit nieuwe gedeelte werd aangelegd door de firma Husson uit Luik. Dit is met name bij de oude kazerne (hoek ST.-BARBARASTRAAT) goed te zien. Het noordelijk gedeelte van de oude route vinden we terug in de OUDE BAAN. Een van de grootste huizen aan de rijksweg was dat van schepen Gerard Goossens, gebouwd in 1767 en gelegen op de huidige plaats van de apotheek. Goossens verpandde het huis in 1781. Ten zuiden van de bebouwde kom lagen slechts enkele huizen, zoals Heijenbroeck, Oud Waterloo, het Jagershuis en volgens de Tranchotkaart (1803-'20) twee kleine gebouwen waarvan een langs het Welkensven en het ander aan de noordzijde van de MUITERDIJK. In 1862 werd voor de aanleg van de spoorlijn gekozen voor een station gelegen bij Reuver, ten oosten van het dorp, nabij den Rijkskiezelweg. |
||
| RIJNDERSLAAN, PASTOOR | ||
Vastgesteld bij raadsbesluit van 17 april 1948 om door deze naam alle illegale strijders voor de vrijheid te eren. |
||
| RINGOVENSTRAAT | ||
Deze benaming, gelegen in buurt Heyencamp, herinnert aan de ringoven, een langgerekte ringvormige tunneloven, die voor het continubedrijf in de kleiwarenindustrie werd gebruikt. Vastgesteld bij raadsbesluit van 24 april 1984. Wiel Luys: Steenbakken in vroeger tijden in Belfeld, Beesel, Reuver en Swalmen. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 15 (1995). |
||
| RITZERLAAN, BURGEMEESTER | ||
| Vincent Ritzer was burgemeester van Beesel van 1992 tot en met 1998. Al in 1996 moest hij zijn functie wegens ziekte laten waarnemen door de latere burgemeester Bert Oord. Hij overleed op 10 maart 2001 op 57-jarige leeftijd. Deze straat bij de AMERLOSESTRAAT vormt een zogenaamde "inbreiding": een inpasssing van een straat binnen een bestaand woongebied, dit in tegenstelling tot de meer gebruikelijke uitbreidingen. Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 18 februari 2002. |
||
| Rode Boender | ||
| Op 23 januari 1662 schreef Jan van Gratum uit Beesel een brief aan de schepenen, regeerders en gezworenen waarin hij zich erover beklaagde dat hij al een jaar of acht geen vergoeding meer had ontvangen voor zijn werkzaamheden als schoolmeester. Die vergoeding zou volgens afspraak bestaan uit een gedeelte van de opbrengst van een stuk land gelegen in Offenbeek, de Roede Boender genoemd. Het probleem was echter dat de pachter dit land braak liet liggen, waardoor Van Gratum niets kreeg. Over de ligging van het perceel is verder niets bekend. | ||
| Rode Morgen | Smabers 9/39 | |
| Dit toponiem voor een perceel gelegen in het Obrocker Velt en grenzend aan de Maas, wordt in oktober 1646 voor het eerst vermeld als de Roij Morgen. In 1778 ruilde Helens Wilmsen, weduwe van Tilmanus Killaars, ongeveer 1¼ morgen genaamd de Rooden Morgen, in het Maasveld op de oever van de Maas gelegen, tegen een zes jaar oud paard. Kaart 9 van landmeter Smabers laat het perceel 38, in tegenstelling tot de omliggende percelen slechts licht belast, zien. De betekenis lijkt verband de hebben met de kleur rood. Ook een relatie met 'roede' behoort tot de mogelijkheden. | ||
| Roderveld | Smabers 6 | |
| Zie: Rayerveld. | ||
| Roeleppersbaend en Roeleppersgoed | ||
| Vermoedelijk moet de ligging van Roeleppers baendt (1567) worden gezocht langs de huidige NIEUWSTRAAT. De weide, die grensde aan de openbare weg, lag naast het zogenaamde Reynen goed, een van de laatgoederen van Nieuwenbroeck. In een ongedateerde akte is sprake van Roeleppers baendt die nu Planen is. Zie: Plaenen baend. | ||
| Roermondseweg | ||
Op een foto van rond 1915 treffen we de benaming Roermondsche weg aan voor de huidige RIJKSWEG ZUID. Op de foto zien we een waarschijnlijk geënsceneerde aanhouding van wat een landloper of smokkelaar zou moeten zijn. In het midden een huifkar. |
||
| Roffaertsgoed | ||
| Reeds in 1326 droeg Gottfried van Kessel genaamd Roffaert zijn vrije bezittingen in Beesel in leen op aan graaf Gerard van Gulik. Dit soort overdrachten was meestal bedoeld om bij een hooggeplaatste edelman in de gunst te komen of diens bescherming te genieten. Uit latere akten blijkt nergens dat de Gulikse graaf leengoederen bezat in Beesel. Mogelijk verviel de overeenkomst weer bij Godfried's overlijden of werd de opdracht herroepen. Zeker is, dat de familie Roffaert in de latere 14e en 15e eeuw nog vele bezittingen had in de gemeente. Bovendien was ze leenman van het Kesselse leengoed de Nederhoeven, de latere Onderste Hof. In 1369 werd een zekere Floerken Roffert in Beesel aangeslagen voor de maximale acht pond; daarnaast kreeg het Rofferts goet een aanslag van vier pond. Floerken stelde zich in oktober 1364, samen met Gadert van den Oever (vergelijk: Klaashof), Mathijs van Kessell Sybrechtssoen (vergelijk: Nederhoeven) en Mathijs van Kessel Gadertssoen, al garant voor een bedrag dat Mathijs (II) van Kessell en zijn zoon Johan (II) schuldig waren aan Johan van Meurs, de pandheer van het hertogdom Gelre. In het cijnsregister van Nieuwenbroeck, dat helaas qua datering vrij onbetrouwbaar is, vinden we Dirck van der Maesen en diens zoon Ludolff vermeld in verband met Roffertsgoedt ... gelegen opter Maesen. | ||
| RONKENSTEIN | Smabers 10 | |
In een huwelijksoorkonde van Engelbert von Holtmolen en Bele von Mulraede genaamd Boekholt uit 1472 wordt reeds melding gemaakt van de overste molen toe Offenbeeck. Waarschijnlijk werd deze molen, eigendom van de heren van de Beeselse hof Tgen Raede (de juridische voorloper van Nieuwenbroeck) slechts enkele jaren eerder gebouwd. Vóór die tijd maakten zij waarschijnlijk gebruik van de 'onderste molen', gelegen nabij het Foekebroek. Deze had eerder bij de Schei gehoord, maar was in 1424 een zelfstandig leven gaan leiden als Gelders leengoed. In 1487 werd de bovenste molen verpacht aan een zekere Maes Lucken. Mogelijk was hij een zoon van Gaert Luecken, die reeds in 1468 bij de Schelkensbeek woonde.
In de winter van 1921 werden de schoepenraderen van de korenmolen verwijderd en vervangen door een turbine. In 1956 kwam na ongeveer vijf eeuwen met Sef Cremers als laatste molenaar een einde aan het industriële tijdperk van de molen. 2. Buurtschap Ronckenstein. Hoewel de watermolen en de molenaarswoning lange tijd alleen lagen, kregen deze in de 18e eeuw gezelschap van enkele woningen aan de overzijde van de weg. Na het overlijden van Geurt Tr ines in 1764 bouwden zijn erfgenamen Hendrick Bongaerts en Peter Driessen in respektievelijk 1776 en 1777 twee boerderijen (met jaarankers). Godefridus Driessen, een zoon van Peter, was in 1809 molenaar, terwijl de familie Bongaerts nog steeds medeeigenaar was. Door het huwelijk van Anna Maria Driessen met Gerard Stox in 1821 kwamen boerderij en molen in handen van de familie Stoks, die beide tot 1938 in bezit had. Op een topografische kaart uit 1853 vinden we naast elkaar de aanduidingen Ronckenstein en aan de Reuvermolen. Zie ook: Segershof. Als straatnaam vastgesteld na raadsvoorstel van 25 juni 1934. Jan Ickenroth: De Molen van Offenbeek of de onderste molen / de Molen van Ronckenstein of de bovenste molen. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 1 (1981). |
||
| Rookhuis valdereren | ||
In 1654 maakte Abraham Keullen, beëdigd landmeter uit Brüggen, een nieuw boenderboek voor de gemeente Beesel. De eerste metingen verrichtte hij tussen Hoesten en bys op den Groenen wech aen Roukes valderen. Bij een controle op het onderhoud van wegen in 1684 werd vastgesteld: 'het valderen aen den Berghs Camps ofte het Rouckes valderen niet gemaeckt, dan was alleen eenen hoppenstaeck derdoor gebonden'. Zie ook: valderen. |
||
| ROOKHUIZEN | Smabers 3 | |
De benaming Rookhuizen is vrijwel zeker afgeleid van de voornaam Rochus. In een belastinglijst van 1468 vinden we deze voornaam Roickhuys bijvoorbeeld vermeld in de buurtschap Leeuwen.
In zekere zin nam Rookhuizen een uitzonderingspositie in: zo had de oude Rochus, in 1554 schepen van Swalmen, eerder zitting gehad in de Beeselse schepenbank.
Zie ook: Hoesterhof. |
||
| Roosengoed | Smabers 6 | |
| Goertgen Roesen uit Sevenum werd op 7 mei 1647 beleend met twee laatboerderijen van Nieuwenbroeck, namelijk Drabbengoedt en een boerderij aan het Bussereijndt. Op 18 april 1662 werd Derick Roesen met beide boerderijen beleend. In latere lijsten treffen we Deryck Roosen (1673) en Trincke Roosen (1669, 1701) aan. Op 25 februari 1772 verkochten Martinus Joannes Herpin en zijn vrouw Maria Harp een huisje op den Bergh tussen Wolfers goedt en Roosen goedt. |
||
| ROOVER, DEN | Smabers 9 | |
In 1919 kochten de zusters Dominicanessen van Laumans een hectare grond voor de bouw van een nieuwe lagere school. Op 8 december 1921 werd de Heilig Hartschool in gebruik genomen, die in 1951 werd omgedoopt in Maria Gorettischool. In de loop van 1961 werd het gebouw volledig gereviseerd en in 1972 uitgebreid. Sinds 1985 vormen de voormalige Heilig Hartschool en de Maria-kleuterschool samen basisschool Den Roover. Zie ook: Reuver. Vastgesteld bij raadsbesluit van 17 april 1961. Op 16 augustus 1971 besloot de gemeenteraad om ook het verlengde van deze straat de benaming DEN ROOVER te geven. |
||
| ROOVERSCAMP | Smabers 9 | |
De Roovers Camp (1644) of Roevers Camp (1651) wordt in het midden van de 17e eeuw vermeld. Volgens een akte uit 1654 behoorde bij de Onderste Hof ook grond gelegen aan de Rovers Camp tussen de Muelenweg en de beek tot op het Muelenveldt. Ook landmeter Keullen noteerde in 1654 de Reuvers Camp. Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 17 april 1961. Zie ook: de Zwarte Adelaar. |
||
| ROOZENDAELSEWEG | Smabers 8 | |
De hoeve Roozendaal werd vermoedelijk in de eerste helft van de 19e eeuw gebouwd door Joannes Albers (pachter van de Spieker) en Maria Hinssen, dochter van de pachter van de Schei. Op de kadastrale minuutplans is de hoeve aanwezig. Ook op de buurtwegenkaart van 1844 zien we slechts een klein gebouw, dat later vermoedelijk is gesloopt voordat nieuwbouw plaatsvond. Rond 1860 werd ze bewoond door de weduwe Franssen-Engelen, samen met haar zoon Joannes en in 1878 door Antoon Franssen. In 1944 sloeg een fosforgranaat door het dak op het moment dat eigenaar Sjang Rutten en een zoon op zolder waren. Als bij een wonder werd echter niemand gewond en de familie slaagde erin de brand zelf te blussen. Nadat de familie Rutten de boerderij tijdens de evacuatie had verlaten, namen Duitse militairen hun intrek in de boerderij. In de maanden daarna werden drie kinderen van de familie Rutten gedood door granaatvuur. Vastgesteld op verzoek van de PTT bij raadsbesluit van 21 mei 1973. |
||
| Rottenrije | ||
| Zie: Rotteringen. | ||
| Rotteringen, de | Smabers 3 | |
| Vlas was vroeger een veel voorkomend gewas in onze streek. Zaadvlas of olievlas werd verbouwd om van het oliehoudende zaad van de wit- of blauwbloeiende plant plantaardige olie te maken op bijvoorbeeld de oliemolen van Ronckenstein. Daarnaast was er vezelvlas, met vezelige stengels tot ca. 1 meter lang. Voordat deze vezels bruikbaar waren om linnen van te maken, werden ze, veelal in oude turfkuilen, in het water gelegd om daar soepel en bleek te worden. De vezels werden hierna met behulp van een hekel bewerkt: deze bestond uit een eikenhouten plank met rijen naalden om de vezels uit te kammen. Linnen weefsels zijn reeds duizenden jaren bekend. De inkomsten van de in 1661 gestichte kapelanie van Beesel vermeldt inkomsten uit landerijen in't Hasselt van de gemeente rotteringe. In 1672 werd het recht van rottieringe door de erfgenamen van wijlen Gerit Gubbels en Neulken Hors bij openbare verkoop bij opbod verkocht aan Jacobus Wilhelm. Tien jaar later worden de Rottenrije (1683) vermeld. Uit 1692 zijn vlaskuilen of Rotteringe van de Roermondse familie Van der Holt bekend, gelegen in Bussereind. Op de Smaberskaart (1781) geldt de benaming de Rotteringhen voor een gebied dat grotendeels overeenkomt met de Vreeberg, begrensd door ST.-ANTONIUSSTRAAT, Op den Acker, Cleijnen Vreebergh en Bovenste Solbergweg. Zie ook: de Vlasrotten. |
||
| Roversheide | Smabers 13 | |
De verhalen over roverbenden in de gemeente Beesel zijn reeds eeuwenoud, zoals blijkt uit een akte van 5 november 1554: bij een schouwing van de gemeentegrens tussen Swalmen en Beesel kwam het gezelschap via Waterloo en de Wolfsgraaf bij het latere Greetjens Gericht. Van daar liepen zij naar een plaats genaamd die 5 Eicken. Meer dan 70 jaar oude mensen wisten van deze plaats te vertellen dat zij in hun jeugd op deze plaats hadden geholpen bij het uitgraven van grote wortels. Daarbij was hen verteld dat de straatrovers hier vroeger hun teugels, halsriemen en sporen hadden verborgen in de holle bomen die hier stonden. Of deze vondsten inderdaad te maken hadden met rovers, of dat het misschien prehistorische grafgiften betrof, zal wel altijd een raadsel blijven.
Een vermelding uit 1572 (het begin van de 80-jarige oorlog) laat zien dat het gevaarlijk kon zijn in de omgeving van het latere Reuver. Roermondse afgevaardigden op weg naar Arnhem besloten daarom om de reis naar Venlo met een boot over de Maas te doen, "diewyle op Rouvers heide seer periculoes unnd verscheiden rouverien unnd geweltlicke spolieronghen van den straetenschenderen aldair gedain siin". Na de aanleg van de A73 is een gedeelte van de landerijen die in het begin van de 20e eeuw in cultuur werden gebracht weer teruggegeven aan de natuur. Bovenstaande foto's (montage) werden genomen vanaf het viaduct A73-Rijksweg 271, met links de bomen rond het voormalige Welkensven en op de achtergrond het Meerlebroek met daarachter het Duitse hoogterras. |
||
| Ruiterskamp | Smabers 10 | |
Het Reuijtters Kempken wordt voor het eerst genoemd in de landmeting van 1654. In november 1721 verkochten de erfgenamen van Willem Stoffers hun vervallen boerderij in Offenbeeck gelegen inclusief land in het Ruijterskempken aan Corst Vosbeck en Neesken Croonen. |
||
| Ruiterstraat | Smabers 10 | |
| Zie: EMMASTRAAT. | ||
| RUSTOORD | ||
|
||
| Rutgensgoed | ||
| Op 26 april 1587 werd Maes Nelis Maesse zoon beleend met het Nieuwenbroeckse laatgoed genaamd Ruttenhof. Op 22 juni 1606 vernieuwde Jaeck Rutten de leeneed van Goertgen Rutgensgoedt gelegen aan Drabben valderen. Op 16 augustus 1644 betaalde Jaeck Rutgens de 12e penning (een percentage van de verkoopsom) van het goed gelegen aan Drabben valderen, nadat hij het goed had verkocht aan zijn neef Herman Rutgens. Volgens het tijnsregister van het kasteel betaalde Herman jaarlijks trouw zijn tijns wegens zijn goed gelegen neffens dat Streiutgen. Op 21 augustus 1661 werd Jan Rutgens beleend met Rutgens goedt, gelegen aan Drabben valderen. Op 16 augustus 1644 vernieuwden Thijsken Ingels en Dirck Wolfaerts de leeneed van Rutgens goedt aen genen bosch gelegen. Op 29 mei 1666 verhief Gerit Houben Rutgensgoedt aen genen bosch aen't Bussereijnt tusschen Stockmans en Pastoorsgoedt. Jan Robberts legde op 4 juni 1673 de leeneed af wegens Rutgensgoedt aen genen bosch aen't Bussereyndt gelegen tusschen Stockmansgoedt en Pastoorsgoedt. |
||
| Ruttenhof | Smabers 10/234 | |
Op 17 oktober 1785 vond in het gerichtshuis te Beesel de openbare verkoop 'met den stokkeslag' plaats van de hoeve genaamd Ruttenhof te Beesel, plus de hoeve de Kaale Graaft te Belfeld. Zie ook: Junckershof, Nederhoeven, Onderste Hof. Jan Ickenroth: "Nederhoeven - Villa tot Offenbeeck" of de "Onderste Hof". In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 2 (1982). |
||
| RUTTENCAMPSTRAAT | ||
| Zie: Walsbergweg. | ||
| Ruttenkamp | Smabers 6 | |
De ligging van de RUTTENCAMPSTRAAT komt helaas niet overeen met de ligging van de Ruttenkamp; de weg ligt te noordelijk. |
||
| RUYSDAELSTRAAT | ||
Vastgesteld bij raadsbesluit van 28 november 1966. |
||
| RUYSSTRAAT, CHARLES | ||
Jonkheer Charles Joseph Marie Ruys de Beerenbrouck (1873-1936) werd in 1905 lid van de Tweede Kamer. In september 1918 werd hij premier van een door Dr. Nolens geformeerd kabinet waarin hij tevens optrad als minister van Binnenlandse Zaken. Na de verkiezingen van 1925 werd hij voorzitter van de Tweede Kamer en in 1927 minister van Staat. Van 1929 tot 1933 was hij opnieuw minister-president en minister van Binnenlandse Zaken en van 1933 tot aan zijn dood weer Kamervoorzitter. Vastgesteld bij raadsbesluit van 14 november 1949 voor het weggedeelte tussen RIJKSWEG (nu aansluitend op de PARALLELWEG) en de MARIASTRAAT. Tot ca. 1970 lag aan de zuidzijde van deze weg een aftakking van de spoorlijn voor het laden van met name suikerbieten bij de LLTB. |
||
| RUYS VAN SPLINTERSINGEL | ||
|
||
| A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z | ||
| © Loe Giesen, Reuver 1983-2012 | ||