| Tussen Maas en Meerlebroek - Toponiemen in de gemeente Beesel | ||
| A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z | ||
| Maas, de | ||
|
De Maas komen we als toponiem natuurlijk veelvuldig tegen in allerlei bronnen. De rivier was waarschijnlijk in de prehistorie al een belangrijke handelsroute tussen noord en zuid. Langs de Mosa, zoals de Romeinen de rivier noemden, was ter hoogte van Rijkel nabij de Klerkenhof mogelijk zelfs een Romeinse losplaats. Bij baggerwerkzaamheden even ten noorden van de boerderij werden in ieder geval vondsten gedaan die hierop kunnen wijzen. Op het eind van de 20e eeuw werd hier ter hoogte van de Hanssembeek (Neer) een Romeinse altaarsteen gevonden. Uiteraard kon niet meer worden vastgesteld of deze hier ooit had gestaan, of dat hij verloren was door een schip. Op het eind van de 9e eeuw werd de rivier bevaren door de Vikingen, waarbij ze ongetwijfeld ook een bezoek brachten aan onze gemeente. In de middeleeuwen dankten diverse steden, waaronder Venlo en Roermond, hun opkomst en bloei aan de ligging langs de rivier. De handelsbetekenis voor Beesel was van minder betekenis, hoewel de gemeente wel vele eeuwen een rol speelde in het transport van hout uit de Ardennen met als eindbestemming Dordrecht. Niet alleen de maashandel levert toponiemen aan, ook het onderhoud van de oever en de aanwassen komt geregeld ter sprake. In ongunstige zin liet de rivier vaak van zich horen wegens de vele overstromingen, waarvan die van 1926, waarbij een verlaten woning bij de MAASSTRAAT wegspoelde, nog lang niet de ergste was. Een waterstand van 20.80 m boven N.A.P., een halve meter hoger dan in 1926, betekende in 1643 waarschijnlijk dat de Bakhei grotendeels blank stond. In 1740 werd op veel plaatsen de oogst vernield en werd de kapelanie in Beesel behoorlijk beschadigd. Vanaf de Haensemerbeek tegenover Rijkel tot aan de Heringse Hegge aan de Ohe, waarvan de ligging niet bekend is, was het visrecht aan de rechterzijde van de Maas in handen van Nieuwenbroeck. De vis werd gevangen bij zogenaamde steijlen of vistrappen. Ook de Hof tot Leeuwen, waarvan de Schei tot 1424 het middelpunt was, had visrechten. Deze reikten van de Haensemerbeek tot aan de Eijckerstege, waarvan de ligging eveneens onbekend is, maar mogelijk identiek is met de Heringse Hegge.
Een aparte groep vermeldingen wordt gevormd door de specifieke stukken Maas, zoals de Oude Maas en de Nieuwe Maas bij Rijkel en bij Reuver, de Bruijnse Maas tussen Ouddorp en de Huilbeek, en de Offenbeker Maas nabij de monding van de Schelkensbeek. Door de eeuwen heen heeft de Maas tal van kunstenaars geïnspireerd. Derk Wiggers (1866-1933) schilderde rond 1916 bovenstaand tafereel bij het veer naar Kessel. We zien een nog niet gekanaliseerde Maas met op het veerpont een paard met huifkar. Op de rechteroever schitteren enkele hooimijten op een pasgemaaid graanveld. Frans G.J. Geerlings: De Maas trad buiten haar oevers. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 4 (1984). |
||
| Maasbemden | ||
Bemden, wei- en hooilanden, lagen er langs de oever van de Maas natuurlijk voldoende. Op de Smaberskaart uit 1781 staan ze onder allerlei namen vermeld: 1. Benaming de Erven en gemeene griendt voor de bemden langs de Maasoever vanaf de veerstoep van het voormalige Hansummer veer tot aan de Drakenweg. 2. Benaming de Maesen of grindtjens langs de Maese voor de bemden langs de rechteroever van de Maas van de Ervenweg tot aan de Huilbeek. 3. Benaming Campervelt, de Maeskens voor de bemden langs de rechteroever van de Maas van de Huilbeek tot aan het veer.
4. Benaming de Maes bembtiens voor de rechteroever van Oude Maas en Maas tot aan de Schelkensbeek. |
||
| Maasbergen, de | Smabers 8 | |
| Een perceel hakhout, dennebos en heide genaamd de Maasbergen behoorde in 1832 tot de landerijen van de Spieker in Leeuwen. | ||
| Maashof | Smabers 9 | |
In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog was hier het eerste openluchtzwembad van Reuver met een kleine speeltuin. Wie gebruik moest maken van het toilet, wachtte nog een bijzondere verrassing: in de plank zaten twee gaten in plaats van een, zodat twee toiletgangers gezellig gelijktijdig hun behoefte konden doen. In januari 1945 werd de boerderij annex café aan de Reuverse loswal door de Duitsers opgeblazen. Het witgeverfde pand op deze plaats dateert dan ook van later. |
||
| Maassteeg | ||
| Bij een van zijn metingen in 1654 noteerde landmeter Abraham Keullen: 'Hyr vorts ouver het Maes stieghen aen die Maes aengevanghen.' Het toponiem moet worden gezocht tussen Rijkel en Ouddorp. Na meting vervolgde Keullen zijn werk aan Smitssteeg (zie aldaar). | ||
| MAASSTRAAT | ||
| 1. Beesel | Smabers 2 | Google Maps |
Tegenwoordig heet dit weggetje LOSWALWEG. |
||
| 2. Reuver, Buurt Noord | Smabers 9 | |
De benaming werd officieel vastgesteld na een voorstel van 25 juni 1934. Van de voormalige loswal rest slechts een stuk beton met een roestig stuk ijzer.
|
||
| Maasveld | Smabers 9 | |
Op de Smaberskaart uit 1781 staat de veldnaam Maesvelt aangegeven voor het gebied begrensd door de Maas, de Schelkensbeek, de BERKENWEG en de Oude Veerweg. |
||
| Maasveldweg | Smabers 9 | |
|
||
| Maessengoed | ||
| Maes was vroeger een variant van de voornaam Thomas of Damasius. Op 26 april 1587 werd Maes, zoon van Nelis Maesse, beleend met het leengoed genaamd Rutten goed, gelegen tussen het goed van Wilm te Oebroek alias Wylre goed en Gerit van Uffels goed. Het goed lag met de korte zijden tussen de openbare weg en het Rayer voetpad. Op 15 juli 1628 verhief Erken, zoon van Henrick van Hoesten, zijn boerderij gelegen aan het Bussereindt. Op 1 mei 1649 legden Goert van Hoesten en zijn zus de leeneed af van het Nieuwenbroeckse onderleen genaamd Maessegoedt, gelegen neven Wijlre goedt. Op 5 juli 1654 werd Maesse goedt, gelegen neven Wijlre goedt verheven door Henderick van Hoesten. Op 18 juni 1661 legde Jan, zoon van Erken van Hoesten, na het overlijden van zijn vader de leeneed af van de boerderij gelegen aan Bussereijndt. | ||
| MARGRIETLAAN, PRINSES | ||
Margriet werd in 1943 geboren in Ottawa, Canada, als derde dochter van prinses Juliana en prins Bernhard. Speciaal voor deze gebeurtenis verklaarde de Canadese regering de plaats waarop de prinses geboren zou worden tot niemandsland. Op deze manier kon Margriet gewoon de Nederlandse nationaliteit krijgen. In 1967 huwde zij mr. Pieter van Vollenhoven. Vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 1950 voor de 1e verbindingsweg tussen PARKLAAN en KAPELLERWEG. |
||
| Mariahoeve | ||
| 1. | ||
Deze boerderij langs de BEESELSEWEG werd gebouwd door de familie Rutten. Op 2 september 1940 werden de Wilde Hoeve (zie aldaar) en de Mariahoeve gedeeld door de erfgenamen Rutten. Daarbij werden Peter Hubertus (Pierre), Wilhelmus Hubertus (Wiel) en Agnes Hubertina (Nes) Rutten gezamenlijk eigenaren van de boerderij. |
||
| 2. | ||
| De Mariahoeve in het Meerlebroek werd in 1932 gebouwd door Klaas de Vlieger (bouwvergunning 9 november 1931), die hier in december 1930 gemeentegrond aankocht. | ||
| 3. | ||
| De Mariahoeve langs de BUSSEREINDSEWEG. | ||
| Mariaplein | ||
Maria was de moeder van Jezus. Volgens de Bijbel bleef zij, ook na zijn geboorte, maagd. Volgens de roomskatholieke opvatting speelde haar zondeloosheid een belangrijke rol bij de komst van Jezus. De protestantse kerk daarentegen onderscheidt haar slechts van alle andere sterfelijken omdat zij in staat was tot een zeer diep geloof. Met name in de 19e en vroege 20e eeuw nam de Mariaverering in onze direkte omgeving de vorm aan die leidde tot de vele Mariakapellen en de daaraan gepaard gaande straatnaamgeving.
|
||
| Mariastraat | Smabers 10 | |
In de voorstellen inzake straatnaamgeving van 25 juni 1934 is nog sprake van Sint Mariastraat; waarschijnlijk werd het voorvoegsel reeds bij de officiële vaststelling (die net als alle andere besluiten voor straatnaamgeving uit 1934 niet in het gemeentearchief te vinden is) weggelaten. Op de plaats van de huidige parkeerplaats van de LLTB lagen na de oorlog witte noodwoningen.
|
||
| Marijkelaan, Prinses | ||
Zie: PRINSES CHRISTINALAAN. |
||
| Markt | ||
| 1. Ouddorp | Smabers 2 | |
Op de Smaberskaart wordt de benaming den Merckt gebruikt voor het marktplein tegenover de verdwenen kerk in Ouddorp. Opvallend is, dat de aanduiding op den Merckt ook wordt gebruikt voor het gebied waar de oude pastorie en de huizen van Joannes Meuter en Jan Beurskens door Smabers werden ingetekend. Dit veronderstelt een vroeger ruimere markt die later werd bebouwd. Deze markt wordt ook wel Vismarkt genoemd. |
||
| 2. Beesel Kom | Smabers 6 | |
Op 23 februari 1756 verkochten Jan van Dael en diens vrouw Petronella Gerardts hun huis, gelegen tussen Gijs Schoolmeesters en Neesken Trinis, aan borgemeester Willem Smeets en diens vrouw Anna Haenen. Op 12 januari 1760 verpandden Gijsbert Schoolmeesters en zijn vrouw Geertruijdt Stevens hun huis gelegen tussen Albertus Meuter en Francis Mooren aan Wilhelm de Veth, burger en koopman te Roermond, en diens vrouw Maria Josepha Gelauw. Op 20 september 1763 droeg de weduwe van wijlen Joannes Reijnders, daartoe bijgestaan door haar zwagers Gerardus Reijnders en Gerard Luttel als voogden van haar kinderen, haar gedeelte van een huis met moeshof over aan de overste De Collignon (heer van Nieuwenbroeck), op voorwaarde dat zij tot aan haar overlijden in het huis zou mogen blijven wonen. Diezelfde dag verklaarden Gerardt Luttel en zijn vrouw Joanna Reijnders dat zij het aandeel in huis en hof, gelegen tussen Geurt Smeets en de De Collignon en met een korte zijde grenzend aan de openbare weg, waarlangs ook de weduwe van Joannes Reijnders woonde, eveneens hadden verkocht aan de overste De Collignon. In november 1763 verkocht Helena Elswijck, weduwe van wijlen Albertus Meuter, haar huis gelegen tussen Ghijs Schoolmeesters en Neesken Trijnes met toebehoren aan Geret Luttels en Joanna Reijnders. Dit huis was op 28 juni 1758 door Albertus Meuter en Helena Elswijck verpand aan pastoor Loyens uit Kessel.
De oude markt staat op de Smaberskaart aangegeven als een driehoekig stukje land met een cappelken tussen 4 bomen op de tegenwoordige plaats van het drakebeeldje. Op de samenkomst van BURGEMEESTER JANSSENSTRAAT en Schooldellenweg was een falder om het vee tegen te houden. Op de hoek van de KERKSTRAAT en MARKT lag het huis van Joannes Fijten en Christina Tijssen. Zijn weduwe verkocht het huis op 15 september 1823 aan Jacob Hendriks uit Roermond.
|
||
| 3. Reuver | Smabers 7 | |
De markt van Reuver lag lange tijd op de samenkomst van PASTOOR VRANCKENLAAN en RIJKSWEG. Het was ook hier dat de meeste herbergen lagen. Deze centrumfunktie won aan kracht door de verplaatsing van het gemeentehuis van Beesel naar deze plek. Vermoedelijk was de voorganger van het oud gemeentehuis aan de Reuver in 1708 eigendom van de Beeselse schepen Peter Quijten en zijn vrouw Elisabeth Beurskens. In maart 1756 kwamen Goerdt Thijssen en Geertruij Dings met hun zoon Thijs Thijssen en diens vrouw Petronella Willemsen overeen dat zij hun huis met toebehoren, afkomstig van Henken Reuvers, zouden overdragen aan Thijs en echtgenote. De put en de bakoven bij het huis zouden voor gezamenlijk gebruik zijn. In april van datzelfde jaar verpandden Thijs en zijn vrouw het huis aan den Reuver, gelegen tussen Geurt Thijssen en de openbare weg, aan Matthijs Mengels en diens echtgenote Agnes Gerits. Op 23 november 1808 gaf keizer Napoleon toestemming voor het houden van een jaarmarkt in het gehucht de Reuver onder Beesel voor de verkoop van paarden, hoornvee en landbouwwerktuigen. De jaarmarkt zou gedurende 1 dag worden gehouden op de zondag voorafgaand aan 17 september of op 17 september (St.-Lambertusdag) wanneer deze dag op een zondag viel. Marktpleinen speelden in elke gemeenschap een belangrijke rol. In vele opzichten vormde de markt het middelpunt van het dorp. Eén van de jaarlijkse evenementen die zich afspeelden was de kermis. Interessante gegevens hierover vinden we in een aantekening van 2 juni 1840: In de kom van Beesel zijn jaarlijks 2 kermissen, te weten de 1e zondag vóór pinksteren en de 1e zondag in oktober. Op de Reuver is op de zondag voorafgaand aan St.-Lambertus (17 september) een kermis, maar wanneer St.-Lambertus op een zondag valt, wordt deze kermis op deze zelfde dag gehouden, gevolgd door een markt op maandag. Deze markt wordt sinds jaren slecht bezocht. Zie ook: Eiermarkt, OFFENBEKERMARKT, de Plaets, RAADHUISPLEIN, Vismarkt. |
||
| Marktstraat | ||
Op 26 juni 1978 werd deze officiële benaming voor de weg ten zuiden van het marktplein van Reuver gewijzigd in RAADHUISPLEIN. Aanvankelijke plannen om deze weg geheel te laten vervallen gingen uiteindelijk niet door. |
||
| Meander | ||
| Offenbeek. Op deze plaats lag eerder de St.-Jozefschool, gebouwd in .. en in … gesloopt. | ||
| Meelderbroek | Smabers 13 | |
Zie: Meerlebroek. Meelder of mulder is een oude benaming voor molenaar.
|
||
| Meerlebroek | Smabers 13 | |
Het Meerlebroek, gelegen ten oosten van Beesel, Leeuwen, Reuver, Offenbeek en Belfeld, was vroeger een uitgestrekt gebied van heidevelden en moerassen. Grond- en regenwater van het Duitse hoogterras bereikt langs de huidige PRINSENDIJK een ondoorlaatbare kleilaag, waardoor het water zich een weg zoekt richting Maas.
De vroegste vermelding van het Merlebroick dateert uit het eind van de 14e eeuw, toen hertog Willem van Gelre aan Heijnken Tilmanssoen van Eyle en Willem Gysensoen van Bollefelt en hun erfgenamen toestemming gaf om een weg aan te leggen vanaf de amer of loswal in Belfeld naar Malbeck. Een latere vermelding van het Merlenbroeck dateert uit 1456: de bezittingen van Sibert van Kessel, de leenman van de reeds lang verdwenen Grote Hoeve (later Patershoof) tussen Offenbeek en Belfeld, strekten zich uit tot dit moerassige gebied met de daarbij behorende stoet halfwilde paarden en het jachtgebied. Dit jachtgebied was mogelijk een van de jachtgebieden van de Graven en Heren van Kessel, die tot het eind van de 13e eeuw uitgestrekte bezittingen hadden aan de oostzijde van de Maas. Het gebied dankte zijn naam mogelijk aan het vóórkomen van een klein valkje, smelleken of meerle genoemd. Met name in de richting van Belfeld komen we daarnaast de vorm Meelderbroeck tegen. Meelder of mulder was een oud woord voor molenaar; met name de aanwezigheid van de molen van Malbeck of Maalbeek kan een verklaring zijn voor deze variant. De topograaf Maurits Gysseling geeft als mogelijke verwantschap het Germaanse woord 'marila': meer of plas.
Toen landmeter Smabers in 1781 de gedetailleerde kaart van de gemeente tekende, ontmoette hij ook het gebied beginnende aen 't gescheijt van Swalmen tot Kivits dijck, noortwaerts de Baene van Ruremonde naer Venlo, ende oostwaerts de Keijsers baene off Princen dijck, mit de oude en nieuwe Erven daerinne geleghen. Het broek omvatte verder zowel de Roovers Heijde als het Merlen Brouck, mit veele culten bewassen. Het Meerlebroek werd ongeveer begrensd door ST.-GERARDUSDIJK, SEBASTOPOL, KEULSEWEG, PRINSENDIJK en ST.-JOZEFDIJK. Het gebied tussen de RIJKSWEG en het Meerlebroek was een stuk droger en werd aangeduid als de Roovers Heijde. Langs de PRINSENDIJK lag de Swalmer koeijdrinck aen Dorpels Raij.
De gemeentegronden, bijna 875 hectare groot, bestonden uit moeras, 'groes' (kreupelhout), heide en zand. Vlinken werden gebruikt als brandstof, heide voor de veestal. In de 19e eeuw werd de heide gebruikt als oefenplaats voor de Huzaren uit Venlo. In de voorstellen inzake straatnaamgeving van 25 juni 1934 werd de benaming voorgesteld voor alle woningen in het Broek.
Loe Giesen: De strijd om de gemene gronden in het Gelders-Guliks grensgebied 1455-1552. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 15 (1995). |
||
| MEIDOORNLAAN | ||
De meidoorn is een houtige doornstruik met witte, zwaar geurende bloemen. In hegvorm werd de plant vaak gebruikt als erfscheiding. Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 19 november 1962. |
||
| Melishof | ||
Loe Giesen: De Wilde Hoeve te Reuver vóór de Franse Tijd. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 11 (1991). |
||
| Merelbroek | Smabers 13 | |
| Zie: Meerlebroek. | ||
| MERELSTRAAT | ||
Deze zangvogel behoort tot de lijsters. Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 17 april 1961. |
||
| Mergelweg | Smabers 9 | |
Mergel was vroeger belangrijk als bouwmateriaal en meststof. Mogelijk werd de mergel, veelal per schip aangevoerd vanuit het zuiden, langs deze route bij uitzondering naar het noorden getransporteerd of zelfs bij de Weerd gelost. Opvallend is, dat de benaming slechts zeer korte tijd is gebruikt. |
||
| Mertensberg, Sint | Smabers 9/163 | |
Sint Maarten of Martinus van Tours, die leefde van ca. 316-397, was een soldaat in het Romeinse leger. Hij kreeg een visioen toen hij zijn mantel met een bedelaar deelde. In 372 werd hij bisschop van Tours. Op zijn feestdag, 11 november, worden van oudsher grote vreugdevuren ontstoken. In het begin van de 20e eeuw was het gebruikelijk om per buurtschap een eigen brandstapel bij elkaar te sprokkelen op het hoogste punt van de buurt. Dit was o.a. het geval nabij de huidige Schinheuvel. Mogelijk werd voor buurt Leeuwen hiervoor de Sint Mertensberg, niet ver van hoeve de Schei, gebruikt.
|
||
| Metten Kamp, Peter | Smabers 9/185 | |
Het circa 9 vierdel grote houtgewas genaamd Peter Metten Camp, gelegen naast een openbare weg bij de buurtschap Leeuwen en genoemd in een akte van januari 1765, moet na vergelijking met de kaart van Smabers worden geïdentificeerd als een perceel aan de westzijde van de PASTOOR VRANCKENLAAN, niet ver noordelijk van de KESSELSEWEG. De kamp dankte zijn naam ongetwijfeld aan een vorige eigenaar, mogelijk Metten 'de wolspender', genoemd in een lijst van 1725. |
||
| MEULEBERG | Smabers 8 | |
Op de Smaberskaart uit 1781 staat op deze hoogte een voetpat aangegeven dat even ten noorden van de Eiermarkt dwars door het Gebeurs en de Ohebroecker Camp naar de ST.-JORISSTRAAT liep. Vijftien jaar later, op 12 februari 1796, sloten Roermondenaar Antoin Burghoff en Beeselnaar Hendrik Janssens een overeenkomst tot de bouw en exploitatie van een windmolen te Beesel. Vóór de Franse Tijd waren alleen eigenaren van riddermatige goederen op basis van de zogenaamde heerlijke rechten gerechtigd tot het bouwen van molens. De Franse Revolutie zorgde echter voor een nieuwe wind en zo kon de Beeselse standaardmolen worden opgericht, die zou dienen voor het malen van tarwe, rogge, mout, boekweit en andere granen, kortom, tot al het gene waer toe deselve bruykbaer zal syn. Op de Tranchotkaart, die voor het grootste gedeelte werd gekopieerd van oudere kaarten, staat de molen nog niet vermeld. De molen werd in de Tweede Wereldoorlog onherstelbaar beschadigd en later gesloopt. Een dialektische benaming komt ons echter minder gewenst voor', zo stelden burgemeester en wethouders in september 1976 toen zij 'de Windmolen' of desnoods 'Molenberg' adviseerden. Uiteindelijk werd na aandringen vanuit de raad bij raadsbesluit d.d. 27 september 1976 toch gekozen voor de huidige benaming. Wiel Luys: De voormalige windmolen op de Meuleberg in Beesel. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 10 (1990). |
||
| Meulencamp | Smabers 6 | |
De vroegste vermelding van de Meulenkamp dateert uit 1622, toen de pachters van de hoeve Boeckweitsdries te Swalmen hun huis op de Plaetz in Beesel, inclusief de helft van de Moelenkamp, verkochten aan Paulus Schlabbertz en diens echtgenote. Ook in een akte uit 1654 wordt melding gemaakt van den Myellencamp aen Wolffs valderen. Op de Smaberskaart treffen we de veldnaam Meulen camp aan voor het gebied begrensd door ST.-JORISSTRAAT, Schoolberg, de Lijkweg en de HOOGSTRAAT. De benaming bestond reeds vóór de bouw van de windmolen op de Meuleberg en moet dus verband houden met een andere molen. Concrete aanwijzingen voor deze molen, die in dat geval langs de Huilbeek kan hebben gelegen nabij de huidige MGR. THEELENSTRAAT, zijn er niet. Het is niet uitgesloten dat het hier gaat om een onbekende voorganger van de molen van Ronckenstein, die in de tweede helft van de 15e eeuw op last van de heren van Beesel werd gebouwd langs de Schelkensbeek. Een andere (en waarschijnlijkere) mogelijkheid is, dat de kamp zijn naam ontleende aan de weg die van Beesel naar de Ronckensteinse molen liep, net zoals dat bij het Molenveld in Leeuwen het geval was. |
||
| Meussenkempken | ||
| Benaming uit circa 1770, mogelijk ontleend aan de voornaam (Bartholo)Meus; de daarvan afgeleide achternaam Meusen komt in die tijd niet voor in Beesel. De ligging is onbekend, zodat het niet uitgesloten is dat dit toponiem ergens in de gemeente Belfeld moet worden geplaatst. | ||
| MEUTERLAAN, BURGEMEESTER | Smabers 6 | |
Aan de overzijde van de MGR. THEELENSTRAAT, tegenover de RUYS VAN SPLINTERSINGEL, woonden in 1781 Jo(ann)es Meuter en zijn vrouw Maria Smeets. Hun zoon Josephus Antonius werd in maart 1769 geboren. Uit diens huwelijk met Maria Tewissen werd in februari 1811 Clemens Augustus Meuter geboren. Willem Hendrik Arnold Meuter, naar wie deze straat werd genoemd, werd op 13 april 1868 geboren. Hij werd in 1904 tot secretaris benoemd en volgde als zodanig zijn vader Clemens Meuter op, die deze funktie gedurende meer dan 25 jaar had bekleed. Willem Meuter vervulde het ambt van secretaris 16 jaar lang onder burgemeester baron Van Splinter. Bij diens overlijden in 1920 werd secretaris Meuter benoemd tot burgervader. Reeds onder zijn secretariaat begon Reuver zich hoe langer hoe meer uit te breiden, zodat de gemeentesecretarie vlak na de Eerste Wereldoorlog van Beesel naar Reuver werd overgeplaatst, waar Meuter toen al woonde. Bij de benoeming tot burgemeester op 6 mei 1920 werd hij als secretaris opgevolgd door de latere burgemeester Claessen. In de jaren daarna werd o.a. overgegaan tot het asfalteren van de voornaamste gemeentelijke wegen en het verharden van vele andere. De aansluiting op het lichtnet werd uitgebreid en er werd grote zorg besteed aan de afwatering van het Meerlebroek. Naast zijn funktie als burgemeester was Willem Meuter President van het Philharmonisch Gezelschap te Reuver en President van de St.-Vincentiusvereniging. Meuter legde in 1934 zijn ambt neer vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In maart 1935 werd burgemeester Brouwers geïnstalleerd. Meuter overleed op 17 oktober 1938. Op 14 november 1949 werd de toenmalige Kasteellaan veranderd in BURGEMEESTER MEUTERLAAN. Als reden werd aangegeven dat de bestaande naam onpersoonlijk was; bovendien was ook de naam van Meuter als rentmeester van de freule Van Splinter nauw verbonden aan het kasteel, zo vond men. Anderen waren van mening dat juist de bestaande benaming perfect aansloot. Als tussenoplossing werd nog nagegaan of de burgemeester elders een straat kon krijgen, maar toen dit niet lukte werd tot de huidige lokatie besloten. Zie ook: De Plaets. |
||
| Meuterskamp | Smabers 6 | |
Naar de familie Meuter werd het gebied begrensd door MARKT, MGR. THEELENSTRAAT en RUYS VAN SPLINTERSINGEL op de Smaberskaart aangeduid met de veldnaam Meuters Camp. |
||
| Michielshof | Smabers 5/185 | |
Zie: Jagershuis. Rond 1820 werd de boerderij zo genoemd naar de eigenaren, de familie Michiels van Kessenich. |
||
| Middelste Kamp | ||
| In 1790 werd land verpand gelegen in de Middelste Camp. | ||
| Mielkens erf | Smabers 6 | |
| Mogelijk werden Mielkens erf en Mielkens land, gelegen nabij de Heijakker en reeds vermeld in een akte van 19 december 1444, genoemd naar de eigenaar. In latere akten komt de naam niet meer voor. | ||
| Mierepaedje | Smabers 10 | |
Benaming voor een smal paadje tussen Ronckenstein en DE DIJCKEN langs de molenvijver en de Schelkensbeek. Het pad ontleent de naam aan het veelvuldig voorkomen van grote bosmieren. De naam wordt uitsluitend in de volksmond gebruikt en werd dan ook nergens in officiële stukken aangetroffen. In 2001 werd het plan opgevat om het Mierepaadje te verharden in het kader van de sanering van de vervuilde molenwijher. Bij Google Maps wordt dit weggetje Dijckerhofweg genoemd. |
||
| Mistkarkamp | ||
Volgens een lijst daterend van het eind van de Spaanse Successieoorlog lag het huis van Peeter de Miskar er in het begin van de 18e eeuw verlaten bij. Peter in de Mistkarre trouwde in 1721 met Joanna Hoemoet, met wie hij al enkele jaren samenwoonde maar die echter nog geen jaar later overleed; in 1727 hertrouwde hij met van Petronella Reuvers. In juli 1733 kocht Peter Misker te Leeuwen enkele percelen van de gemeente. Hij overleed in 1753, elf jaar vóór zijn tweede vrouw. Rond nieuwjaar 1765 verkochten Peter Heggen en zijn vrouw Margaretha Heldens diverse landerijen waaronder de Miskarcamp, aan een korte zijde grenzend aan de openbare heide, aan schatheffer Engelbert Stox en diens echtgenote Maria Kessels. De benaming hoort thuis in de buurtschap Leeuwen. |
||
| Moberskamp | ||
| Veldnaam in Offenbeek nabij de Kale Plak. De kennelijk alleen mondeling overleverde benaming komt niet voor in de geraadpleegde stukken en houdt mogelijk verband met de gelijknamige familie. | ||
| Moesbergsgoed | ||
Reeds in de zogenaamde Pondschatting uit 1468, een soort belastinglijst, vinden we een zekere Claes Moesbergen vermeld. Hij was een van de leenmannen of laten, verbonden aan de laathof van het kasteel van Beesel. Laten waren een soort lijfeigenen die een zogenaamde laatboerderij bewoonden. Na het overlijden van zo'n laat werd een nieuwe leenman aangesteld. Zo beleende Gerit van Holtmeulen, de toenmalige eigenaar van de kasteelboerderij Gen Raede, op vastenavond 1543 een zekere Willem Beumer bijgenaamd Van Elmpt (waarschijnlijk een zoon van Wylhem Vleyshouwer van Elmpt en Mericke Schroeders uit Roermond) namens diens vrouw met een gedeelte van dit Bentheims onderleen. In het midden van de 16e eeuw hertrouwde Grietgen Wolfs, de weduwe van Tylman Moesberchs of Wolfs, met Reinier Melis uit Roermond; de zeven kinderen uit dit eerste huwelijk waren eigenaren van het ¼ deel van de boerderij. In het tijnsboek van Nieuwenbroeck vinden we in het midden van de 16e eeuw Rijck Moesberchs goedt vermeld. |
||
| Molendijk | Smabers 10 | |
| Deze benaming behoort bij de reeds lang verdwenen molen van Offenbeek. In 1676 sloot Roermondenaar Abel Vossen, erfpachthouder van de Onderste Moelen onder Offenbeck, een overeenkomst met de weduwe van Willem van Merwijck, waarbij hij de plaats waar deze molen gestaan had, den Moelendyck genaamd, inclusief de molenwijhers, het houtgewas op deze plek plus het molenrecht overdroeg aan de familie Van Merwijck, de kasteelheren van Kessel en leenhouders van dit Gelders leengoed. In 1697 waren op deze plaats nog 8 of 9 palen en wat planken zichtbaar; pogingen om de molen te herbouwen gingen toen uiteindelijk niet door. De meest voor de hand liggende lokatie voor de verdwenen molen is op het eind van de doodlopende weg in het Foekebroek. De resten van de molen zijn echter nooit gevonden. | ||
| Molen(kerk)pad | Smabers 9 | |
Genoemd in een akte van april 1756, waarin sprake is van land gelegen tussen St.-Lamersweg en het Meulenpeetjen. De ligging van dit perceel komt overeen met het oostelijk gedeelte van het huidige RUSTOORD. Het huis aan de KAREL DOORMANLAAN tegenover RUSTOORD draagt deze benaming dan ook terecht. Op de Smaberskaart staat het pad ingetekend als voetpat. De alternatieve benaming dateert van ná 1834, toen hier de kerk werd gebouwd. Na een raadsvoorstel van 25 juni 1934 heette het weggedeelte tussen de PASTOOR VRANCKENLAAN en het kerkhof officieel 'Molenkerkpad', een benaming die met de aanleg van buurt Reuversveld werd vervangen door KAREL DOORMANLAAN. |
||
| Molenveld | ||
| 1. Leeuwen | Smabers 9 | |
Reeds in een verkoop uit 1486 wordt het Molenveld genoemd. Vermoedelijk heeft een vermelding uit 1596 van land in het Muellerfeltt naast de karreweg eveneens betrekking op dit gebied. In december 1617 was Johan Tobb en, in die tijd een van de bewoners van buurt Leeuwen, eigenaar van 1½ morgen land gelegen in het Moelenveldt. Dezelfde grond, waarvan 1 morgen gelegen tussen de karreweg en de lijkweg en de rest tussen de bezittingen van de families Fliegen en Leeghhuijser, komt voor in een akte van 14 januari 1621. In het midden van de 18e eeuw wordt het Molenveldt nog herhaaldelijk genoemd. Voor vermelding op de Smaberskaart zie: Leeuwerveld. |
||
| 2. Offenbeek | Smabers 10 | |
Volgens een akte uit 1654 bezat de Onderste Hof landerijen aan de Rovers Camp tussen de Muelenweg en de beek tot op het Muelenveldt. Op de Smaberskaart wordt de veldnaam het Moolen Velt gebruikt voor het gebied begrensd door REMBRANDTSTRAAT, Foekebroek, Schelkensbeek, BEUKELSTRAAT, KEULSEWEG en JULIANASTRAAT. De benaming Molenveld werd bij raadsbesluit van 19 november 1979 officieel vastgesteld voor het aldaar gelegen industrieterrein, om verwarring met het industrieterrein De Klok te voorkomen. |
||
| Molenweg | ||
| 1. Beesel | Smabers 6 | |
In een waarschijnlijk 17e eeuws cijnsregister van Nieuwenbroeck lezen we: den Cruitzwech van het Rayervalderen tot in den Winckell ende van den Heijacker tot in die Haesselt is eenen erffwech, en mach niemandt denselvigen gebruijcken, als die van gen Raede. Op de Smaberskaart staat de weg aangegeven als Raijer wech, gemeen. Over de openbaarheid van de weg waren in het verleden felle discussies gevoerd. Aan de zuidkant, bij de BUSSEREINDSEWEG, was het Raijer falder over de weg. Ook aan de andere kant, bij het Winckelsgat, was zo'n veehek. Rond 1990 verdween het noordelijk gedeelte, terwijl het zuidelijk deel toen werd geasfalteerd. |
||
| 2. Leeuwen en Reuver | Smabers 9 | |
Vermeld als Molenwech in een akte uit 1486. Het betreft het pad tussen de latere Greun Haspel en de Reuver. In een akte uit 1617 (zie: Molenveld) wordt waarschijnlijk dezelfde weg aangeduid als lijkweg. Volgens een akte uit 1654 waren de landerijen van de Onderste Hof o.a. gelegen aan de Rovers Camp tussen de Muelenweg en de beek. In diezelfde akte wordt gesproken over land gelegen over de Heerweg tussen het Muelenpat en de Muelenweg. In 1693 verkocht Adamus Albers, leenman van de Schei, akkerland gelegen aan de wijher naast de Meulenwegh. Met deze wijher wordt mogelijk de Zangerweerd bedoeld. Ook in latere registers is sprake van de Molenweg van Leeuwen naar den Reuver (1843) en de Molenweg tussen Ootskuil en Reuversveld (1901). |
||
| 3. Offenbeek | Smabers 10 | |
Vastgesteld na raadsvoorstel van 25 juni 1934.
|
||
| Molenweg, Oude | Smabers 10 | |
|
||
| MOONENLAAN, SECRETARIS | ||
Monseigneur Leo Moonen (geboren 31 augustus 1895), secretaris van de toenmalige bisschop Lemmens, was tijdens de Tweede Wereldoorlog tevens een van de leiders van het Limburgse geestelijke verzet en adviseur van de LO-KP Limburg. Op 10 augustus 1944 werd hij door de Duitsers gearresteerd. Hij overleed in april 1945 te Bergen Belsen aan tyfus. De naar hem genoemde straat ligt temidden van andere namen die herinneren aan deze bewogen periode uit de geschiedenis. Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. ... |
||
| Moore Kempken | ||
| Dit perceeltje, niet groter dan 1 vierdel morgen, was in 1734 eigendom van Lamert Lamers. De lokatie moet vermoedelijk worden gezocht tussen Beesel en Rijkel. De betekenis kan verband houden met de familienaam Mooren, dan wel met wortelen (moren). | ||
| MOORENSTRAAT, BURGEMEESTER | ||
Aangelegd als onderdeel van het uitbreidingsplan Wildenkamp. Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 18 februari 1974. |
||
| MORTEL, DE | ||
| 1. | Smabers 3 | |
| Straatnaam voor een weg tussen BURGEMEESTER JANSSENSTRAAT en de VOSSENBERG. Aan de andere zijde van de BURGEMEESTER JANSSENSTRAAT loopt een voetpad naar de gelijknamige waterpoel. Vastgesteld bij raadsbesluit van 23 juni 1975. | ||
| 2. | Smabers 3/248 | |
Zie ook: Vennekens Valder.
|
||
| 3. | Smabers 3/252 | |
Het tegenwoordige uiterlijk van het pand wordt grotendeels bepaald door een verbouwing in 1910. Het pand dat geruime tijd diende als burgemeesterswoning voor burgemeester Jean Janssen (1863-1903) en diens vrouw Lucia Janssens. Zij en haar broer Eugenius (enige tijd pastoor te Linne) en zus Octavie (gehuwd met Hugo de Loo; zie: Nieuwe Schei), lieten bij testament legaten na aan de St.-Lambertuskerk in Reuver. |
||
| MUITERDIJK | ||
Op een kaart van omstreeks 1864, waarop de gemeentelijke verpachtingen in het Meerlebroek werden bijgehouden, is voor het eerst sprake van een Dijk Meuter. In raadsstukken van 26 juli 1950 wordt de weg Meuterdijk genoemd. De familienaam Meuter wordt vaak uitgesproken als Muiter, hetgeen mogelijk aanleiding heeft gegeven tot de huidige naam. Zeer opmerkelijk op deze kaart is ook de aanwezigheid van bebouwing met de omschrijving Huis Meuter. Dit huis ligt echter niet aan de Muiterdijk, maar helemaal aan het eind van het al lang verdwenen oostelijk gedeelte van de KLOKWEG, net aan de oostzijde van de SINT WILLIBRORDUSDIJK. Op de topografische kaart van 1890 wordt dit huis aangegeven als Sepastopol.
Langs de weg liggen van west naar oost achtereenvolgens de Theresiahoeve, de St.-Gerlachushoeve, tegenover elkaar de Mariahoeve (noord) en St.-Gerardushoeve (zuid), de St.-Annahoeve, de St.-Antoniushoeve, de St.-Willibrordushoeve en Rivendel, genoemd naar een dal in het boek 'The Lord of the Rings' van John Tolkien, waar zich een strijd afspeelt tussen goed en kwaad. Op 19 januari 2004 werd besloten om het weggedeelte tussen Rijksweg en de streekweg aan het verkeer te onttrekken; op 9 mei 2005 werd de dijk vanaf de kruising met de streekweg daadwerkelijk afgesloten. Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 25 mei 1964. |
||
| Muizenhoek | Smabers 6/230 | |
Op de Smaberskaart wordt de benaming Muijsenhoeck gebruikt voor een driehoekig perceel ten westen van de Muizenhoekerweg nabij de Rayerveldweg. De grond hier was gedeeltelijk eigendom van de kapelanie te Beesel. De minuutplans van het kadaster vermelden Mewijsenhoek (let op de oriëntatie: perceel 166 ligt langs de Rayerveldweg). Het driehoekig gebied werd eind 20e eeuw ook nog wel aangeduid als de Geer, maar sinds een stuk weg is vervallen raakt ook deze naam in onbruik. |
||
| Muizenhoekerweg | Smabers 6 | |
| Deze zandweg werd door landmeter Smabers aangeduid als Clootjenswech, een benaming die geldt vanaf de BUSSEREINDSEWEG tot aan de Hovergelei. | ||
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z |
||
© Loe Giesen, Reuver 1983-2012 |
||