Tussen Maas en Meerlebroek - Toponiemen in de gemeente Beesel
 
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
 
Maas, de    

Foto: Loe Giesen

De Maas komen we als toponiem natuurlijk veelvuldig tegen in allerlei bronnen. De rivier was waarschijnlijk in de prehistorie al een belangrijke handelsroute tussen noord en zuid. Langs de Mosa, zoals de Romeinen de rivier noemden, was ter hoogte van Rijkel nabij de Klerkenhof mogelijk zelfs een Romeinse losplaats. Bij baggerwerkzaamheden even ten noorden van de boerderij werden in ieder geval vondsten gedaan die hierop kunnen wijzen. Op het eind van de 20e eeuw werd hier ter hoogte van de Hanssembeek (Neer) een Romeinse altaarsteen gevonden. Uiteraard kon niet meer worden vastgesteld of deze hier ooit had gestaan, of dat hij verloren was door een schip. Op het eind van de 9e eeuw werd de rivier bevaren door de Vikingen, waarbij ze ongetwijfeld ook een bezoek brachten aan onze gemeente. In de middeleeuwen dankten diverse steden, waaronder Venlo en Roermond, hun opkomst en bloei aan de ligging langs de rivier. De handelsbetekenis voor Beesel was van minder betekenis, hoewel de gemeente wel vele eeuwen een rol speelde in het transport van hout uit de Ardennen met als eindbestemming Dordrecht.

Foto: Loe GiesenNiet alleen de maashandel levert toponiemen aan, ook het onderhoud van de oever en de aanwassen komt geregeld ter sprake. In ongunstige zin liet de rivier vaak van zich horen wegens de vele overstromingen, waarvan die van 1926, waarbij een verlaten woning bij de MAASSTRAAT wegspoelde, nog lang niet de ergste was. Een waterstand van 20.80 m boven N.A.P., een halve meter hoger dan in 1926, betekende in 1643 waarschijnlijk dat de Bakhei grotendeels blank stond. In 1740 werd op veel plaatsen de oogst vernield en werd de kapelanie in Beesel behoorlijk beschadigd. Vanaf de Haensemerbeek tegenover Rijkel tot aan de Heringse Hegge aan de Ohe, waarvan de ligging niet bekend is, was het visrecht aan de rechterzijde van de Maas in handen van Nieuwenbroeck. De vis werd gevangen bij zogenaamde steijlen of vistrappen. Ook de Hof tot Leeuwen, waarvan de Schei tot 1424 het middelpunt was, had visrechten. Deze reikten van de Haensemerbeek tot aan de Eijckerstege, waarvan de ligging eveneens onbekend is, maar mogelijk identiek is met de Heringse Hegge.

Foto: Loe Giesen

Een aparte groep vermeldingen wordt gevormd door de specifieke stukken Maas, zoals de Oude Maas en de Nieuwe Maas bij Rijkel en bij Reuver, de Bruijnse Maas tussen Ouddorp en de Huilbeek, en de Offenbeker Maas nabij de monding van de Schelkensbeek.

De Maas werd bevaren met allerlei typen schepen, met klinkende namen als majol, spitsbek, vliegert en walenpont.

Derk Wiggers (1866-1933), Nationaal Onderwijsmuseum Rotterdam

Door de eeuwen heen heeft de Maas tal van kunstenaars geïnspireerd. Derk Wiggers (1866-1933) schilderde rond 1916 bovenstaand tafereel bij het veer naar Kessel. We zien een nog niet gekanaliseerde Maas met op het veerpont een paard met huifkar. Op de rechteroever schitteren enkele hooimijten op een pasgemaaid graanveld.

Mooi Limburg, 18 mei 1934

Hierboven een foto die in 1934 werd gemaakt tegenover Kessel. De Maas werd inmiddels gekanaliseerd. Statig zeilen twee schepen stroomopwaarts, met op de achtergrond een nog ongehavend kasteel.

Frans G.J. Geerlings: De Maas trad buiten haar oevers. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 4 (1984).
Loe Giesen: "En asse kump, den kump se". Hoog water 1993. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 13 (1993).
Rob Hendriks: De Maasoverstroming 1995. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 15 (1995).

 
Maasbemden  

Bemden, wei- en hooilanden, lagen er langs de oever van de Maas natuurlijk voldoende. Op de Smaberskaart uit 1781 staan ze onder allerlei namen vermeld:

1. Benaming de Erven en gemeene griendt voor de bemden langs de Maasoever vanaf de veerstoep van het voormalige Hansummer veer tot aan de Drakenweg.

2. Benaming de Maesen of grindtjens langs de Maese voor de bemden langs de rechteroever van de Maas van de Ervenweg tot aan de Huilbeek.

3. Benaming Campervelt, de Maeskens voor de bemden langs de rechteroever van de Maas van de Huilbeek tot aan het veer.

Foto: Loe Giesen

4. Benaming de Maes bembtiens voor de rechteroever van Oude Maas en Maas tot aan de Schelkensbeek.

 
Maasbergen, de Smabers 8
Een perceel hakhout, dennebos en heide genaamd de Maasbergen behoorde in 1832 tot de landerijen van de Spieker in Leeuwen.
 
Maashof Smabers 9

Foto: Loe GiesenBenaming Maashof (1878) voor de boerderij aan het einde van de MAASSTRAAT. De boerderij werd toen bewoond door Peter Muysers. De woning werd ook wel Maashuis genoemd. Zie aldaar

 
Maashuis Smabers 9

Maashuis, 1843.De Maashof werd gebouwd in de eerste kwart van de 19e eeuw. De Tranchotkaart uit ca. 1820 laat op de huidige locatie aan het eind van de MAASSTRAAT een 'huys aen Schelkensbeek' zien. Op de kadastrale minuutplans van 1843 zien we twee woningen (B 392 en B 393), allebei eigendom van Gerardus Urbanus Goossens. Op de Rivierenkaart uit ca. 1849 zien we bij de huizen de namen van Goossens en Killaars (Kilaar). Laatstgenoemde familie was vermoedelijk slechts huurder of pachter.

Markt en aankondigingsberichten, 5 december 1846.

Gerardus Urbanus Goossens werd in 1800 geboren als zoon van Antoon Goossens en Helena Titulaer. Zijn grootvader, Gerard Goossens, was rond 1775 naar Reuver verhuisd, waar hij eigenaar was van een huis langs de huidige RIJKSWEG. Waarschijnlijk liet vader Antoon het Maashuis bouwen, want zijn zoon trouwde pas in 1827 met Joanna Veugelers uit Neer. De woning langs de RIJKSWEG, die na de stichting van de St.-Lambertusparochie in 1834 jarenlang werd verhuurd als pastorie, was ook zijn eigendom. Goossens verkocht zijn "in goeden staat van bebouwing zijnde bouwhoeve, genaamd het 'Maashuis', zeer mooi en gunstig voor handel en bedrijf gelegen aan den oever van de Maas te Reuver, gemeente Beesel, bestaande in sterke ruime gebouwen met beste bouw- en weilanden, benevens eene daarbij gelegen arbeiderswoning, alsook heide en houtgewassen" op 13 juni 1879.

De pacht van de pachthof genaamd Maeshuis werd in februari 1880 aangeboden door de erfgenamen L. Corsten uit Roermond. De boerderij, ook wel Maashof genoemd, werd in 1878 bewoond door Peter Muijsers.


In de zomer van 1930 werd de Maashof als een van de laatste woningen aangesloten op het elektriciteitsnet. 'De Roermondenaar' schreef hierover: "Het nieuwe ondergrondsche net te Rijkel zal deze week onder stroom worden gezet. Wegens daling van den koperkoers zijn de kosten van de kabels ongeveer f 1000 beneden de raming gebleven. Te Beesel zal het net worden uitgebreid langs den Swalmerweg tot aan Bongers bovengronds en naar de boerderij Kersenburgerhof met kabel. In Bussereind zal het net worden uitgebreid en eveneens langs den Kesselscheweg. Daarna zal geheel Beesel behalve een zestal woningen in de Bakheide zelfs tot in de verste uithoeken van electriciteit zijn voorzien. Te Reuver zijn de afgelegen Bergerhof en Maashuis met een afzonderlijken kabel aangesloten. Het aantal aansluitingen aan het electrisch net is dit jaar reeds gestegen van 695 tot 756." In 1931 had de familie Muijsers hier een café.De Roermondenaar, 20 augustus 1930.

In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog was hier het eerste openluchtzwembad van Reuver met een kleine speeltuin. Wie gebruik moest maken van het toilet, wachtte nog een bijzondere verrassing: in de plank zaten twee gaten in plaats van een, zodat twee toiletgangers gezellig gelijktijdig hun behoefte konden doen.

In januari 1945 werd de boerderij annex café aan de Reuverse loswal door de Duitsers opgeblazen. Het witgeverfde pand op deze plaats dateert dan ook van later.

In de jaren 1964-1972 werd hier een horecabedrijf uitgebaat door B. Neumann. De Mondschein-bar (er werd ook geadverteerd onder de naam Napoli-bar) trok bezoekers uit de wijde omgeving. Vanaf 1968 woonden er enkele serveersters en bardames intern. Rond 1972 werd de naam van de 'luxe bar' gewijzigd in Venus-bar; slechts enkele jaren later sloten hier de deuren definitief. Tegenwoordig is dit een particuliere woning.

 
Maassteeg  
Bij een van zijn metingen in 1654 noteerde landmeter Abraham Keullen: 'Hyr vorts ouver het Maes stieghen aen die Maes aengevanghen.' Het toponiem moet worden gezocht tussen Rijkel en Ouddorp. Na meting vervolgde Keullen zijn werk aan Smitssteeg (zie aldaar).
 
MAASSTRAAT  
1. Beesel Smabers 2 Google Maps

Foto: Loe GiesenHet Maessstraetgen lag niet ver van de openbare Dorp Plaetz. Parallel aan dit weggetje liep nog een straatje, met daartussen een huisplaats met heggen en bomen; deze bouwplaats werd in 1633 door Jan Heinen en MarieDeckers verkocht aan Peter Quiten en Marie Koninx.

Tegenwoordig heet dit weggetje LOSWALWEG.

 
2. Reuver, Buurt Noord Smabers 9

Op de Tranchotkaart (1803-'20) staat deze weg voor het eerst ingetekend. Het oostelijke gedeelte sloot toen evenwel nog niet aan op de RIJKSWEG, maar mondde via een nog steeds aanwezige zandweg uit op de OUDE SCHANS. Langs de oever van de Maas lag het huys aen Schelkensbeek.

Foto: Loe GiesenDe kadastrale OAT uit 1843 laat op het eind van de weg twee gebouwen zien (B 392), allebei eigendom van Gerardus Urbanus Goossens. Op de Rivierenkaart uit 1849 zien we de woningen van Goossens (later Muisers) en Killaars, gelegen langs de Vissersweg. Op 24 juli 1911 kocht de gemeente grond aan om deze laad- en losplaats te vergroten. Op 28 augustus 1913 sloot de gemeente Beesel een overeenkomst met Rijkswaterstaat over de loswal in Reuver. Toch bleef het allemaal verre van ideaal. Een krant meldde in 1923: Een schip geladen met buizen van den heer Jansen alhier, raakte door den lagen waterstand aan den grond vast, zoodat het overgeladen moest worden. Het huis van de familie Killaers, toen al zeer bouwvallig, werd in 1926 bij de hoge waterstand van de Maas door de krachtige stroming weggespoeld. De weg werd in de huidige staat aangelegd in 1928, kort nadat de stuw in Belfeld gereed kwam en een constanter waterpeil mogelijk werd.

Detail wegenkaart 1901. Foto: Loe GiesenDe benaming werd officieel vastgesteld na een voorstel van 25 juni 1934. Van de voormalige loswal rest slechts een stuk beton met een roestig stuk ijzer.

Foto: Loe Giesen

 
Maasveld Smabers 9

Foto: Loe GiesenEerst tegen het eind van de 18e eeuw komen we deze benaming tegen. Daarvóór werd vrijwel het gehele Maasveld aangeduid als Oe of Ohe.

Op de Smaberskaart uit 1781 staat de veldnaam Maesvelt aangegeven voor het gebied begrensd door de Maas, de Schelkensbeek, de BERKENWEG en de Oude Veerweg.

In december 1897 kocht H. van der Velden een perceel land in het Maasveld met het voornemen er in het voorjaar een ring-brikkenoven te plaatsen. "Dat de grond aldaar er uitstekend voor geschikt is, bewees de schoone kwaliteit brikken, die van de gewone veldovens, die er dit jaar gestaan hebben, afkwamen", zo schreef De Nieuwe Koerier.

Tientallen jaren vormden de twee rijen populieren op de foto (2007) een herkenbaar baken langs de Oude Maas. Toen ze rond 2010 door hun hoge leeftijd een gevaar gingen vormen voor wandelaars en fietsers, zijn ze gerooid.

 
Maasveldweg Smabers 9

Deze zandweg, parallel aan de MAASSTRAAT ter hoogte van de Schans St.-Brigitte, is op de Smaberskaart niet aanwezig. Tranchot en Von Müffling tekenden de weg wel. Het is niet duidelijk of deze weg ook in 1579 is gebruikt door Alexander Farnèse bij het oversteken van de Maas.

 

 

 

 

Foto: Loe Giesen

 
Maessengoed  
Maes was vroeger een variant van de voornaam Thomas of Damasius. Op 26 april 1587 werd Maes, zoon van Nelis Maesse, beleend met het leengoed genaamd Rutten goed, gelegen tussen het goed van Wilm te Oebroek alias Wylre goed en Gerit van Uffels goed. Het goed lag met de korte zijden tussen de openbare weg en het Rayer voetpad. Op 15 juli 1628 verhief Erken, zoon van Henrick van Hoesten, zijn boerderij gelegen aan het Bussereindt. Op 1 mei 1649 legden Goert van Hoesten en zijn zus de leeneed af van het Nieuwenbroeckse onderleen genaamd Maessegoedt, gelegen neven Wijlre goedt. Op 5 juli 1654 werd Maesse goedt, gelegen neven Wijlre goedt verheven door Henderick van Hoesten. Op 18 juni 1661 legde Jan, zoon van Erken van Hoesten, na het overlijden van zijn vader de leeneed af van de boerderij gelegen aan Bussereijndt.
 
MARGRIETLAAN, PRINSES  

Margriet werd in 1943 geboren in Ottawa, Canada, als derde dochter van prinses Juliana en prins Bernhard. Speciaal voor deze gebeurtenis verklaarde de Canadese regering de plaats waarop de prinses geboren zou worden tot niemandsland. Op deze manier kon Margriet gewoon de Nederlandse nationaliteit krijgen. In 1967 huwde zij mr. Pieter van Vollenhoven.

Vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 1950 voor de 1e verbindingsweg tussen PARKLAAN en KAPELLERWEG.

 
Mariahoeve  
1.  

Foto: Loe Giesen

Deze boerderij langs de BEESELSEWEG werd gebouwd door de familie Rutten. Op 2 september 1940 werden de Wilde Hoeve (zie aldaar) en de Mariahoeve gedeeld door de erfgenamen Rutten. Daarbij werden Peter Hubertus (Pierre), Wilhelmus Hubertus (Wiel) en Agnes Hubertina (Nes) Rutten gezamenlijk eigenaren van de boerderij.

 
2.  
De Mariahoeve in het Meerlebroek werd in 1932 gebouwd door Klaas de Vlieger (bouwvergunning 9 november 1931), die hier in december 1930 gemeentegrond aankocht.
 
3.  
De Mariahoeve langs de BUSSEREINDSEWEG. In 1939 werd het huis bewoond door de familie Hovens.
 
Mariaplein  

Maria was de moeder van Jezus. Volgens de Bijbel bleef zij, ook na zijn geboorte, maagd. Volgens de roomskatholieke opvatting speelde haar zondeloosheid een belangrijke rol bij de komst van Jezus. De protestantse kerk daarentegen onderscheidt haar slechts van alle andere sterfelijken omdat zij in staat was tot een zeer diep geloof. Met name in de 19e en vroege 20e eeuw nam de Mariaverering in onze direkte omgeving de vorm aan die leidde tot de vele Mariakapellen en de daaraan gepaard gaande straatnaamgeving.

Foto: Loe GiesenOp de Smaberskaart uit 1781 wordt het MARIAPLEIN aangegeven als het begin van de Schooldellenwech of ST.-ANTONIUSSTRAAT. Het MARIAPLEIN reikt nu van BURGEMEESTER JANSSENSTRAAT tot KERKPAD. Aan het begin van deze straat staat een Mariabeeld met in de voet het opschrift "Beesel dankt zijn Lieve Vrouwke, 1943". Dit beeld werd in 1945 geplaatst als herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Voorstellen om de benaming te wijzigen in ST.-ANTONIUSSTRAAT, omdat het plein na reconstructies toch veel van zijn karakter als plein had verloren, werden na felle protesten van aanwonenden in 1975 terzijde gelegd.

 
Mariastraat Smabers 10

Op de Smaberskaart wordt de benaming Heijt straetien gebruikt voor de huidige MARIASTRAAT tussen de KEULSEWEG en BROEKLAAN. Op de Rivierenkaart uit 1849 lezen we het Straatje. Volgens de kadastrale minuutplans met bijbehorende tafel lagen hier in 1843 twee huizen. Op de hoek van KEULSEWEG en MARIASTRAAT woonde de schrijnwerker H. Thijssen (D 439). Het andere huis (D 133), enkele honderden meters zuidelijker, aan de westkant van de straat, was eigendom van Margaretha Verspagen, weduwe van Andries Smeets.

In de voorstellen inzake straatnaamgeving van 25 juni 1934 is nog sprake van Sint Mariastraat; waarschijnlijk werd het voorvoegsel reeds bij de officiële vaststelling (die net als alle andere besluiten voor straatnaamgeving uit 1934 niet in het gemeentearchief te vinden is) weggelaten. Op de plaats van de huidige parkeerplaats van de vroegere LLTB lagen na de oorlog witte noodwoningen.

 

 
Marijkelaan, Prinses  

Deze benaming werd op 8 november 1950 vastgesteld voor de 2e verbindingsweg tussen PARKLAAN en KAPELLERWEG. Toen Prinses Marijke haar roepnaam liet veranderen in haar tweede doopnaam, Christina, kon men in Reuver natuurlijk niet achterblijven

Zie: PRINSES CHRISTINALAAN.

 
Markt  
1. Ouddorp Smabers 2
Foto: Loe GiesenOp de Smaberskaart wordt de benaming den Merckt gebruikt voor het marktplein tegenover de verdwenen kerk in Ouddorp. Opvallend is, dat de aanduiding op den Merckt ook wordt gebruikt voor het gebied waar de oude pastorie en de huizen van Joannes Meuter en Jan Beurskens door Smabers werden ingetekend. Dit veronderstelt een vroeger ruimere markt die later werd bebouwd. Deze markt wordt ook wel Vismarkt genoemd.
 
2. Beesel Kom Smabers 6
Foto: Loe GiesenOp 23 februari 1756 verkochten Jan van Dael en diens vrouw Petronella Gerardts hun huis, gelegen tussen Gijs Schoolmeesters en Neesken Trinis, aan borgemeester Willem Smeets en diens vrouw Anna Haenen.
Op 12 januari 1760 verpandden Gijsbert Schoolmeesters en zijn vrouw Geertruijdt Stevens hun huis gelegen tussen Albertus Meuter en Francis Mooren aan Wilhelm de Veth, burger en koopman te Roermond, en diens vrouw Maria Josepha Gelauw.
Op 20 september 1763 droeg de weduwe van wijlen Joannes Reijnders, daartoe bijgestaan door haar zwagers Gerardus Reijnders en Gerard Luttel als voogden van haar kinderen, haar gedeelte van een huis met moeshof over aan de overste De Collignon (heer van Nieuwenbroeck), op voorwaarde dat zij tot aan haar overlijden in het huis zou mogen blijven wonen. Diezelfde dag verklaarden Gerardt Luttel en zijn vrouw Joanna Reijnders dat zij het aandeel in huis en hof, gelegen tussen Geurt Smeets en de De Collignon en met een korte zijde grenzend aan de openbare weg, waarlangs ook de weduwe van Joannes Reijnders woonde, eveneens hadden verkocht aan de overste De Collignon. In november 1763 verkocht Helena Elswijck, weduwe van wijlen Albertus Meuter, haar huis gelegen tussen Ghijs Schoolmeesters en Neesken Trijnes met toebehoren aan Geret Luttels en Joanna Reijnders. Dit huis was op 28 juni 1758 door Albertus Meuter en Helena Elswijck verpand aan pastoor Loyens uit Kessel.

Foto: Loe Giesen

De oude markt staat op de Smaberskaart aangegeven als een driehoekig stukje land met een cappelken tussen vier bomen op de tegenwoordige plaats van het drakebeeldje. Op de samenkomst van BURGEMEESTER JANSSENSTRAAT en Schooldellenweg was een falder om het vee tegen te houden. Op de hoek van de KERKSTRAAT en MARKT lag het huis van Joannes Fijten en Christina Tijssen. Zijn weduwe verkocht het huis op 15 september 1823 aan Jacob Hendriks uit Roermond. Aan de westzijde van de markt lag in de tweede helft van de 19e eeuw herberg De Zwaan.

De benaming 'Markt' werd vastgesteld na een raadsvoorstel van 25 juni 1934. Reeds kort na de Tweede Wereldoorlog waren er plannen voor de aanleg van een grotere markt op grond van de familie Meuter. Als alternatief werd gedacht aan een driehoekig perceel tegenover het depôt van de Boerenbond. Rond 1960 werd de boomgaard van de familie Timmermans (zie ook: KROETPERS) uiteindelijk ingericht als marktplein. Men sprak vanaf toen van de oude en de nieuwe markt. Rond 1975 werd de oude markt beplant. Op 23 juni 1975 besloot de raad de benaming 'Markt' uit te breiden met het eerste gedeelte van de RUIJS VAN SPLINTERSINGEL en met het eerste gedeelte van de CRUYSBERGSTRAAT. Voorstellen om het westelijke gedeelte van de 'oude' markt te hernoemen in MGR. THEELENSTRAAT werden na protesten van enkele aanwonenden ingetrokken. De nieuwe markt ligt met de westzijde aan de oude markt; de zuidzijde grenst aan de RUIJS VAN SPLINTERSINGEL en de oostzijde aan de CRUYSBERGSTRAAT. Links naast het pand De Troubadour (eerder: Allerhand) lag in 1781 het huis van Andries Sanders.

 
3. Reuver Smabers 7
De markt van Reuver lag lange tijd op de samenkomst van PASTOOR VRANCKENLAAN en RIJKSWEG. Het was ook hier dat de meeste herbergen lagen. Deze centrumfunktie won aan kracht door de verplaatsing van het gemeentehuis van Beesel naar deze plek. Vermoedelijk was de voorganger van het oud gemeentehuis aan de Reuver in 1708 eigendom van de Beeselse schepen Peter Quijten en zijn vrouw Elisabeth Beurskens.
In maart 1756 kwamen Goerdt Thijssen en Geertruij Dings met hun zoon Thijs Thijssen en diens vrouw Petronella Willemsen overeen dat zij hun huis met toebehoren, afkomstig van Henken Reuvers, zouden overdragen aan Thijs en echtgenote. De put en de bakoven bij het huis zouden voor gezamenlijk gebruik zijn. In april van datzelfde jaar verpandden Thijs en zijn vrouw het huis aan den Reuver, gelegen tussen Geurt Thijssen en de openbare weg, aan Matthijs Mengels en diens echtgenote Agnes Gerits.
Op 23 november 1808 gaf keizer Napoleon toestemming voor het houden van een jaarmarkt in het gehucht de Reuver onder Beesel voor de verkoop van paarden, hoornvee en landbouwwerktuigen. De jaarmarkt zou gedurende 1 dag worden gehouden op de zondag voorafgaand aan 17 september of op 17 september (St.-Lambertusdag) wanneer deze dag op een zondag viel.
Marktpleinen speelden in elke gemeenschap een belangrijke rol. In vele opzichten vormde de markt het middelpunt van het dorp. Eén van de jaarlijkse evenementen die zich afspeelden was de kermis. Interessante gegevens hierover vinden we in een aantekening van 2 juni 1840: In de kom van Beesel zijn jaarlijks 2 kermissen, te weten de 1e zondag vóór pinksteren en de 1e zondag in oktober. Op de Reuver is op de zondag voorafgaand aan St.-Lambertus (17 september) een kermis, maar wanneer St.-Lambertus op een zondag valt, wordt deze kermis op deze zelfde dag gehouden, gevolgd door een markt op maandag. Deze markt wordt sinds jaren slecht bezocht.

De Prins, 1920.

Bovenstaande foto werd gemaakt in 1920 bij het 50-jarig bestaan van de Harmonie. Bij deze gelegenheid kreeg de vereniging een vaandel aangeboden door de burgerij. Rechts naast het vaandel zien we de burgemeester. Op de achtergrond de Sint Lambertuskerk. In juni 1923 werd de veranda voor het gemeentehuis verkocht aan Cremers (nu café Ronckenstein), waar hij nog jaren goede dienst deed.

Zie ook: Eiermarkt, OFFENBEKERMARKT, de Plaets, RAADHUISPLEIN, Vismarkt.

 
Marktstraat  
Op 26 juni 1978 werd deze officiële benaming voor de weg ten zuiden van het marktplein van Reuver gewijzigd in RAADHUISPLEIN. Aanvankelijke plannen om deze weg geheel te laten vervallen gingen uiteindelijk niet door.
 
Meander  
Offenbeek. Op deze plaats lag eerder de St.-Jozefschool, gebouwd in .. en in … gesloopt.
 
Meelderbroek Smabers 13

Zie: Meerlebroek. Meelder of mulder is een oude benaming voor molenaar.

Foto: Loe Giesen

 
Meerlebroek Smabers 13

Foto: Loe Giesen

Het Meerlebroek, gelegen ten oosten van Beesel, Leeuwen, Reuver, Offenbeek en Belfeld, was vroeger een uitgestrekt gebied van heidevelden en moerassen. Grond- en regenwater van het Duitse hoogterras bereikt langs de huidige PRINSENDIJK een ondoorlaatbare kleilaag, waardoor het water zich een weg zoekt richting Maas.

De vroegste vermelding van het Merlebroick dateert uit het eind van de 14e eeuw, toen hertog Willem van Gelre aan Heijnken Tilmanssoen van Eyle en Willem Gysensoen van Bollefelt en hun erfgenamen toestemming gaf om een weg aan te leggen vanaf de amer of loswal in Belfeld naar Malbeck. Een latere vermelding van het Merlenbroeck dateert uit 1456: de bezittingen van Sibert van Kessel, de leenman van de reeds lang verdwenen Grote Hoeve (later Patershoof) tussen Offenbeek en Belfeld, strekten zich uit tot dit moerassige gebied met de daarbij behorende stoet halfwilde paarden en het jachtgebied. Dit jachtgebied was mogelijk een van de jachtgebieden van de Graven en Heren van Kessel, die tot het eind van de 13e eeuw uitgestrekte bezittingen hadden aan de oostzijde van de Maas. Het gebied dankte zijn naam mogelijk aan het vóórkomen van een klein valkje, smelleken of meerle genoemd. Met name in de richting van Belfeld komen we daarnaast de vorm Meelderbroeck tegen. Meelder of mulder was een oud woord voor molenaar; met name de aanwezigheid van de molen van Malbeck of Maalbeek kan een verklaring zijn voor deze variant. De topograaf Maurits Gysseling geeft als mogelijke verwantschap het Germaanse woord 'marila': meer of plas.

Meerlebroek 1916Het Meerlebroek werd relatief laat ontgonnen. Weliswaar werden reeds in het begin van de 17e eeuw huisjes gebouwd aan de rand van het Merlebroeck of Mehrlenbroeck, zoals bij de Neije Benden nabij Belfeld vóór 1622, maar dat nam niet weg dat bijna de helft van de oppervlakte van Beesel in beslag werd genomen door de onontgonnen of 'woeste' gronden van het broek. Voor sommigen lagen deze gemene gronden kennelijk toch nog iets te ver afgelegen. In 1649 klaagden de inwoners van Offenbeck over het feit dat geregeld vee werd geweid op particulier land; tijdens een voogdgeding vroegen zij of iedereen er op wilde toezien dat de schaapsherders dit niet langer deden, op straffe van 1 goudgulden per overtreding.

Toen landmeter Smabers in 1781 de gedetailleerde kaart van de gemeente tekende, ontmoette hij ook het gebied beginnende aen 't gescheijt van Swalmen tot Kivits dijck, noortwaerts de Baene van Ruremonde naer Venlo, ende oostwaerts de Keijsers baene off Princen dijck, mit de oude en nieuwe Erven daerinne geleghen. Het broek omvatte verder zowel de Roovers Heijde als het Merlen Brouck, mit veele culten bewassen. Het Meerlebroek werd ongeveer begrensd door ST.-GERARDUSDIJK, SEBASTOPOL, KEULSEWEG, PRINSENDIJK en ST.-JOZEFDIJK. Het gebied tussen de RIJKSWEG en het Meerlebroek was een stuk droger en werd aangeduid als de Roovers Heijde. Langs de PRINSENDIJK lag de Swalmer koeijdrinck aen Dorpels Raij.

Meerlebroek 1931In het begin van de 19e eeuw was aan deze toestand nog weinig veranderd, zoals blijkt uit een brief van 5 augustus 1815 van de burgemeester van Beesel: veel (veen)grond binnen de gemeente Beesel was moeras en van geen nut voor de gemeenschap. De Tranchotkaart laat het Merle Broek zien met een wirwar van wegen, waarvan een groot aantal doodloopt in de moerassige heide. In 1835 gingen de ontwikkelingen beduidend harder: de akkerbouw in Beesel nam toe in omvang en kwaliteit. Veel heidegrond was door de gemeente verkocht, en veranderd in akkerland en bos. De burgemeester was bezorgd over de toestand en het soort vee, waarmee de zandgronden moesten worden bemest. De voorgaande jaren was er een toename van het aantal branderijen, hetgeen in grote mate bijdroeg aan de akkerbouw. De gemeentegronden, bijna 875 hectare groot, bestonden uit moeras, 'groes' (kreupelhout), heide en zand. Vlinken werden gebruikt als brandstof, heide voor de veestal. In de 19e eeuw werd de heide gebruikt als oefenplaats voor de Huzaren uit Venlo.

De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad, 15 juni 1908Vanaf 1864 werden grote delen van het Meerlebroek verpacht voor lange termijnen, veelal veertig jaar. Het jachtrecht werd afzonderlijk verpacht voor drie of zes jaar. Uit de advertenties uit deze periode lezen we dat het gebied rijk was aan wild: hazen, patrijzen, reeën en wilde varkens worden met name genoemd. evenals hout- en watersnippen. In 1899 werd door de Heidemaatschappij begonnen met de aanleg van grasland. Een jaar later kocht Reuter uit Amersfoort ongeveer 114 hectare woeste gronden om deze te ontginnen. Tevens nam hij nog eens 44 ha in pacht.

Limburger Koerier, 8 maart 1923Naast Reuten speelde ook Bartholomeus Petrus Streng een grote rol in de ontginning van het Meerlebroek. Streng, in 1854 geboren in Alphen a/d Rijn (Z.H.), was in 1876 in Waddinxveen getrouw met Maria Moons, waarvan diverse kinderen werden geboren in Aarlanderveen. Rond 1900 verhuisde het gezin naar Roermond. Streng liet in het Meerlebroek diverse grote boerderijen bouwen, waaronder de hoeve Sebastepol, gebouwd op gemeentegrond. In mei 1908 overleed Maria Moons en na acht jaar exploitatie bood de Streng zijn ontginning in juni 1908 te koop aan; er diende zich echter geen geschikte koper aan. Twee jaar later, in de zomer van 1910, hertrouwde Streng met de veel jongere Helena Emma Maria Haerst, met wie hij nog een dochter had. Streng verkocht al zijn vijf (in de eerst geplaatste advertentie is abusievelijk sprake van zeven) boerderijen in het Meerlebroek uiteindelijk in april 1923 voor fl. 128.700 aan Joannes Hubertus Waijers, een in Tilburg geboren bouwkundige en aannemer die in 1899 in Venlo was getrouwd met Johanna Maria Hubertina Driessen. In de advertenties die voorafgingen aan de verkoop worden de kolenlagen genoemd die dankzij proefboringen vanaf 1910 waren aangetoond. Streng zou in februari 1941 overlijden te Roermond.

In 1932 had de gemeente een eigen gemeenteboerderij in het Meerlebroek.

Meerlebroek, 1901.In de voorstellen inzake straatnaamgeving van 25 juni 1934 werd de benaming voorgesteld voor alle woningen in het Broek. Sindsdien is er weer veel veranderd. In het kader van natuurcompensatie werden met name vanaf de aanleg van de A73 percelen langs de PRINSENDIJK weer teruggegeven aan de natuur. Deze liet zien op een bijzonder fraaie manier zien hoe veerkrachtig deze natuur kan zijn. De plassen zijn een belangrijk fourageer- en overnachtingsgebied voor talloze watervogels. Er zijn weer zeldzame planten waargenomen, zoals de zonnedauw, en in oktober 2012 werd ook weer een adder gesignaleerd. Kortom: het gaat goed met het Meerlebroek als natuurontwikkelingsgebied.

 

Foto: Loe Giesen

Loe Giesen: De strijd om de gemene gronden in het Gelders-Guliks grensgebied 1455-1552. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 15 (1995).
Loe Giesen: De strijd om de gemene gronden in het Gelders-Guliks grensgebied 1550-1585. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 16 (1996).
Jan Ros: Hollanders in het Meerlebroek. Ontginnen in een natte wildernis. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 17 (1997).
Jan Ros: Ontginnen in een natte wildernis. Hollander in het Meerlebroek. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 18 (1998).

 
MEIDOORNLAAN  

De meidoorn is een houtige doornstruik met witte, zwaar geurende bloemen. In hegvorm werd de plant vaak gebruikt als erfscheiding.

Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 19 november 1962.

 
Melishof  

Foto: Loe GiesenOude benaming voor de Wilde Hoeve (zie ook aldaar). Op 14 mei 1675 maakten de erfgenamen van Mechtildis Coppens in De Gulden Pauw te Roermond een akte van deling op. De ene partij bestond uit Mathijs Dorss, weduwnaar van Mechtildis, en nu hertrouwd met Helena Ketelers. De andere partij werd gevormd door Catharina Meerss en haar man Johan Anthonius Vechmer plus de voogden van de kinderen uit het eerste huwelijk van Catharina met wijlen Everaert Melis. Vechmer betaalde reeds enkele jaren belasting in Beesel wegens een boerderij. Mechtildis had in haar huwelijksvoorwaarden met Mathijs Dorss (zie: HOENDERCAMP en Wilde Hoeve) bepaald dat deze recht had op 1/3 van de door haar ingebrachte goederen, en dat de kinderen het overige 2/3 deel zouden krijgen van haar en haar oom Hendrick Melis. Na loting van de nalatenschap werd de hof te Besel met bouwland, weiden, bossen, tienden enzovoorts, getaxeerd op 1450 pattacons, toegewezen aan de kinderen van wijlen Everardt Melis en Catharina Meerss.
Op 16 september 1688 verklaarden de weduwe Vechmer en Matthijs Joris als man en voogd van zijn vrouw Beatrix Melis, mede namens Christoffel Melis dat zij van Anna Catharina Carpentier, weduwe van wijlen de rechtsgeleerde en schepen Bossman, een lening hadden opgenomen met de Campertiende met toebehoren langs de Maas gelegen als onderpand.
In 1709 verkocht N. Melis de helft van de Melishof. Hij had in de winter van 1706 oorlogsschade geleden door inkwartiering van Brandenburgse troepen op de boerderij. Verder had hij onenigheid met zijn pachter.

Loe Giesen: De Wilde Hoeve te Reuver vóór de Franse Tijd. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 11 (1991).

 
Merelbroek Smabers 13
Zie: Meerlebroek.
 
MERELSTRAAT  

Deze zangvogel behoort tot de lijsters.

Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 17 april 1961.

 
Mergelweg Smabers 9

Foto: Loe GiesenIn 1647 kocht jonker Willhelm van Merwijck, de kasteelheer van Kessel, een stuk land te Leeuwen tegenover de Grooten Weerdt in de Oe gelegen tussen de Mirgelwech en Jan op den Bongardt. In 1648 verkochten de ritmeester Gabriell de Ivora en diens vrouw Elisabett van Dursdaell, de eigenaren van de hof ten Sande, een ½ bunder akkerland naast den Mergellwech eveneens aan jonker Willem van Merwijck. Het betreft volgens de Smaberskaart vrijwel zeker een perceel (nr. 95) gelegen aan de westzijde van de BERKENWEG, niet ver van de zandweg die naar de Grote Weerd leidt. Tijdens een voogdgeding in november 1649 klaagden de naburen van Leeven dat de Mirgelwech steeds maar smaller werd; zij verzochten om deze weg en de weg langs de Breij Maes terug te brengen tot de oorspronkelijke breedte van 2 roeden.

Mergel was vroeger belangrijk als bouwmateriaal en meststof. Mogelijk werd de mergel, veelal per schip aangevoerd vanuit het zuiden, langs deze route bij uitzondering naar het noorden getransporteerd of zelfs bij de Weerd gelost. Opvallend is, dat de benaming slechts zeer korte tijd is gebruikt.

 
Mertensberg, Sint Smabers 9/163

Foto: Loe GiesenWanneer en waarom deze zandverstuiving ten zuiden van buurt Leeuwen aan deze naam kwam, is niet bekend. In een beschrijving van een drijfjacht rond Reuver in 1894 wordt de St. Martinusberg voor het eerst met deze naam aangeduid.
Op de Smaberskaart staat de hoogte aangegeven als een zandverstuiving tussen Walsbergweg, KESSELSEWEG en Hoender Camp. Opvallend op de kaart is een vierkant perceeltje bos tegen de Hoendercamp aan, aan de belasting (nieuw licht) te oordelen een vrij late ontginning.

Sint Maarten of Martinus van Tours, die leefde van ca. 316-397, was een soldaat in het Romeinse leger. Hij kreeg een visioen toen hij zijn mantel met een bedelaar deelde. In 372 werd hij bisschop van Tours. Op zijn feestdag, 11 november, worden van oudsher grote vreugdevuren ontstoken. In het begin van de 20e eeuw was het gebruikelijk om per buurtschap een eigen brandstapel bij elkaar te sprokkelen op het hoogste punt van de buurt. Dit was o.a. het geval nabij de huidige Schinheuvel. Mogelijk werd voor buurt Leeuwen hiervoor de Sint Mertensberg, niet ver van hoeve de Schei, gebruikt.

De laatboeren die bij de Schei of Hof tot Leeuwen hoorden, moesten in het begin van de 15e eeuw de zogenaamde cijns, een soort belasting in natura, betalen op de naamdag van Sint Maarten. In het verleden is de zandheuvel door afgraving aanzienlijk geslonken. De kadastrale situatie bij de St.-Maartensberg was in het voorjaar van 1927 dermate gecompliceerd dat de gemeente er, met het oog op de hoge kosten en de 'waardeloosheid van den grond', op advies van het kadaster van afzag deze te laten hermeten ten behoeve van de vaststelling van de wegensituatie. Sinds ongeveer 1985 is het particuliere gebied afgerasterd en niet meer toegankelijk.

 
Metten Kamp, Peter Smabers 9/185
Foto: Loe GiesenHet circa 9 vierdel grote houtgewas genaamd Peter Metten Camp, gelegen naast een openbare weg bij de buurtschap Leeuwen en genoemd in een akte van januari 1765, moet na vergelijking met de kaart van Smabers worden geïdentificeerd als een perceel aan de westzijde van de PASTOOR VRANCKENLAAN, niet ver noordelijk van de KESSELSEWEG. De kamp dankte zijn naam ongetwijfeld aan een vorige eigenaar, mogelijk Metten 'de wolspender', genoemd in een lijst van 1725.
 
MEULEBERG Smabers 8
Op de Smaberskaart uit 1781 staat op deze hoogte een voetpat aangegeven dat even ten noorden van de Eiermarkt dwars door het Gebeurs en de Ohebroecker Camp naar de ST.-JORISSTRAAT liep.
Vijftien jaar later, op 12 februari 1796, sloten Roermondenaar Antoin Burghoff en Beeselnaar Hendrik Janssens een overeenkomst tot de bouw en exploitatie van een windmolen te Beesel. Vóór de Franse Tijd waren alleen eigenaren van riddermatige goederen op basis van de zogenaamde heerlijke rechten gerechtigd tot het bouwen van molens. De Franse Revolutie zorgde echter voor een nieuwe wind en zo kon de Beeselse standaardmolen worden opgericht, die zou dienen voor het malen van tarwe, rogge, mout, boekweit en andere granen, kortom, tot al het gene waer toe deselve bruykbaer zal syn. Op de Tranchotkaart, die voor het grootste gedeelte werd gekopieerd van oudere kaarten, staat de molen nog niet vermeld. De molen werd in de Tweede Wereldoorlog onherstelbaar beschadigd en later gesloopt.

'Een dialektische benaming komt ons echter minder gewenst voor', zo stelden burgemeester en wethouders in september 1976 toen zij 'de Windmolen' of desnoods 'Molenberg' adviseerden. Uiteindelijk werd na aandringen vanuit de raad bij raadsbesluit d.d. 27 september 1976 toch gekozen voor de huidige benaming.

Wiel Luys: De voormalige windmolen op de Meuleberg in Beesel. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 10 (1990).

 
Meulencamp Smabers 6

De vroegste vermelding van de Meulenkamp dateert uit 1622, toen de pachters van de hoeve Boeckweitsdries te Swalmen hun huis op de Plaetz in Beesel, inclusief de helft van de Moelenkamp, verkochten aan Paulus Schlabbertz en diens echtgenote. Ook in een akte uit 1654 wordt melding gemaakt van den Myellencamp aen Wolffs valderen. Op de Smaberskaart treffen we de veldnaam Meulen camp aan voor het gebied begrensd door ST.-JORISSTRAAT, Schoolberg, de Lijkweg en de HOOGSTRAAT. De benaming bestond reeds vóór de bouw van de windmolen op de Meuleberg en moet dus verband houden met een andere molen. Concrete aanwijzingen voor deze molen, die in dat geval langs de Huilbeek kan hebben gelegen nabij de huidige MGR. THEELENSTRAAT, zijn er niet.

Het is niet uitgesloten dat het hier gaat om een onbekende voorganger van de molen van Ronckenstein, die in de tweede helft van de 15e eeuw op last van de heren van Beesel werd gebouwd langs de Schelkensbeek. Een andere (en waarschijnlijkere) mogelijkheid is, dat de kamp zijn naam ontleende aan de weg die van Beesel naar de Ronckensteinse molen liep, net zoals dat bij het Molenveld in Leeuwen het geval was.

 
Meussenkempken  
Benaming uit circa 1770, mogelijk ontleend aan de voornaam (Bartholo)Meus; de daarvan afgeleide achternaam Meusen komt in die tijd niet voor in Beesel. De ligging is onbekend, zodat het niet uitgesloten is dat dit toponiem ergens in de gemeente Belfeld moet worden geplaatst.
 
MEUTERLAAN, BURGEMEESTER Smabers 6

Foto: Loe GiesenDe familie Meuter behoort tot de oudere Beeselse geslachten en bracht vele bestuurders voort. Toen landmeter Smabers in 1781 zijn reeds vaak aangehaalde kaart tekende, woonde een zekere Peter Meuter langs de huidige MGR. THEELENSTRAAT aan de zuidzijde van de (erf?)weg die tegenwoordig BURGEMEESTER MEUTERLAAN heet. Peter Meuter was in 1731 geboren als zoon van Albert Meuter en Ida Quijten. In 1758 trouwde hij met Maria Elisabeth Schrijvers, weduwe van Peter Schoolmeesters.

Aan de overzijde van de MGR. THEELENSTRAAT, tegenover de RUYS VAN SPLINTERSINGEL, woonden in 1781 Jo(ann)es Meuter en zijn vrouw Maria Smeets. Hun zoon Josephus Antonius werd in maart 1769 geboren. Uit diens huwelijk met Maria Tewissen werd in februari 1811 Clemens Augustus Meuter geboren.

Nieuwe Venloosche Courant, 2 januari 1935Willem Hendrik Arnold Meuter, naar wie deze straat werd genoemd, werd op 13 april 1868 geboren. Hij werd in 1904 tot secretaris benoemd en volgde als zodanig zijn vader Clemens Meuter op, die deze funktie gedurende meer dan 25 jaar had bekleed. Willem Meuter vervulde het ambt van secretaris 16 jaar lang onder burgemeester baron Van Splinter. Bij diens overlijden in 1920 werd secretaris Meuter benoemd tot burgervader.

Reeds onder zijn secretariaat begon Reuver zich hoe langer hoe meer uit te breiden, zodat de gemeentesecretarie vlak na de Eerste Wereldoorlog van Beesel naar Reuver werd overgeplaatst, waar Meuter toen al woonde. Bij de benoeming tot burgemeester op 6 mei 1920 werd hij als secretaris opgevolgd door de latere burgemeester Claessen. In de jaren daarna werd o.a. overgegaan tot het asfalteren van de voornaamste gemeentelijke wegen en het verharden van vele andere. De aansluiting op het lichtnet werd uitgebreid en er werd grote zorg besteed aan de afwatering van het Meerlebroek. Naast zijn funktie als burgemeester was Willem Meuter President van het Philharmonisch Gezelschap te Reuver en President van de St.-Vincentiusvereniging. Meuter legde op 31 december 1934 zijn ambt neer vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In maart 1935 werd burgemeester Brouwers geïnstalleerd. Meuter overleed op 17 oktober 1938.

Op 14 november 1949 werd de toenmalige Kasteellaan veranderd in BURGEMEESTER MEUTERLAAN. Als reden werd aangegeven dat de bestaande naam onpersoonlijk was; bovendien was ook de naam van Meuter als rentmeester van de freule Van Splinter nauw verbonden aan het kasteel, zo vond men. Anderen waren van mening dat juist de bestaande benaming perfect aansloot. Als tussenoplossing werd nog nagegaan of de burgemeester elders een straat kon krijgen, maar toen dit niet lukte werd tot de huidige lokatie besloten.

Zie ook: De Plaets.

 
Meuterskamp Smabers 6
Foto: Loe GiesenNaar de familie Meuter werd het gebied begrensd door MARKT, MGR. THEELENSTRAAT en RUYS VAN SPLINTERSINGEL op de Smaberskaart aangeduid met de veldnaam Meuters Camp.
 
Michielshof Smabers 5/185
Zie: Jagershuis. Rond 1820 werd de boerderij zo genoemd naar de eigenaren, de familie Michiels van Kessenich.
Middelste Kamp  
In 1790 werd land verpand gelegen in de Middelste Camp.
 
Mielkens erf Smabers 6
Mogelijk werden Mielkens erf en Mielkens land, gelegen nabij de Heijakker en reeds vermeld in een akte van 19 december 1444, genoemd naar de eigenaar. In latere akten komt de naam niet meer voor.
 
Mierepaedje Smabers 10

Benaming voor een smal paadje tussen Ronckenstein en DE DIJCKEN langs de molenvijver en de Schelkensbeek. Het pad ontleent de naam aan het veelvuldig voorkomen van grote bosmieren. De naam wordt uitsluitend in de volksmond gebruikt en werd dan ook nergens in officiële stukken aangetroffen. In 2001 werd het plan opgevat om het Mierepaadje te verharden in het kader van de sanering van de vervuilde molenwijher.

Bij Google Maps wordt dit weggetje Dijckerhofweg genoemd.

 
Mistkarkamp  

Volgens een lijst daterend van het eind van de Spaanse Successieoorlog lag het huis van Peeter de Miskar er in het begin van de 18e eeuw verlaten bij. Peter in de Mistkarre trouwde in 1721 met Joanna Hoemoet, met wie hij al enkele jaren samenwoonde maar die echter nog geen jaar later overleed; in 1727 hertrouwde hij met van Petronella Reuvers. In juli 1733 kocht Peter Misker te Leeuwen enkele percelen van de gemeente. Hij overleed in 1753, elf jaar vóór zijn tweede vrouw.

Rond nieuwjaar 1765 verkochten Peter Heggen en zijn vrouw Margaretha Heldens diverse landerijen waaronder de Miskarcamp, aan een korte zijde grenzend aan de openbare heide, aan schatheffer Engelbert Stox en diens echtgenote Maria Kessels. De benaming hoort thuis in de buurtschap Leeuwen.

 
Moberskamp  
Veldnaam in Offenbeek nabij de Kale Plak. De benaming komt in de geraadpleegde stukken voor het eerst voor in 1913, voor het laatst in 1934; hij houdt mogelijk verband met de gelijknamige familie. Uit geen van de bekende vermelding blijkt de exacte ligging.
 
Moesbergsgoed  

Reeds in de zogenaamde Pondschatting uit 1468, een soort belastinglijst, vinden we een zekere Claes Moesbergen vermeld. Hij was een van de leenmannen of laten, verbonden aan de laathof van het kasteel van Beesel. Laten waren een soort lijfeigenen die een zogenaamde laatboerderij bewoonden. Na het overlijden van zo'n laat werd een nieuwe leenman aangesteld. Zo beleende Gerit van Holtmeulen, de toenmalige eigenaar van de kasteelboerderij Gen Raede, op vastenavond 1543 een zekere Willem Beumer bijgenaamd Van Elmpt (waarschijnlijk een zoon van Wylhem Vleyshouwer van Elmpt en Mericke Schroeders uit Roermond) namens diens vrouw met een gedeelte van dit Bentheims onderleen. In het midden van de 16e eeuw hertrouwde Grietgen Wolfs, de weduwe van Tylman Moesberchs of Wolfs, met Reinier Melis uit Roermond; de zeven kinderen uit dit eerste huwelijk waren eigenaren van het ¼ deel van de boerderij. In het tijnsboek van Nieuwenbroeck vinden we in het midden van de 16e eeuw Rijck Moesberchs goedt vermeld.
De belening in 1543 was kennelijk omstreden, want in het midden van de 16e eeuw spanden Reinier Melis en zijn vrouw Grietgen Wolfs een proces aan tegen Willem Beumer. Bij een proces voor de Beeselse schepenbank tussen wijlen Rijck in den Haen en later Reinier Melis enerzijds en Willem Beumers en later Jelis van Zutphen anderzijds was uitgesproken dat Hille Wolfs het vruchtgebruik van deze boerderij zou behouden. In de zomer van 1561 liet Reinier Melis de schuur van de boerderij slopen. De erfgenamen van wijlen Rijck in den Haen protesteerden tegen deze gang van zaken en werden door het Hof van Gelre in hun gelijk gesteld. De drost van het ambt Montfort gaf Melis in 1563 de raad om een overeenkomst te sluiten met de kinderen uit het eerste huwelijk van zijn vrouw. Wanneer dit niet gebeurde, zou Jelis van Zutphen zijn gedeelte van de boerderij in Beesel krijgen toegewezen.
Op 8 november 1563 meldde Johan van Holthuysen zich met twee leenmannen of laten bij de schepenen Wylhelm aen gen Beeck en Wylhelm Quyten om beroep aan te tekenen tegen het vonnis inzake het proces tussen de Wolffs kinderen en Gielis van Zutphen, omdat de omstreden boerderij aan hem leenroerig was en de zaak derhalve niet naar Roermond mocht worden gebracht ter hoofdvaart. De scholtis riep de schepenbank in bijzondere vergadering bijeen om te bekijken of dit beroep aanleiding was om het uitgesproken vonnis nietig te verklaren.
Twee jaar later was de zaak nog steeds hangende. Op 2 april 1565 ging Jelis van Zutphen in beroep tegen het vonnis van het Hoofdgerecht te Roermond. Vermoedelijk werd hij in het ongelijk gesteld.
Op 18 mei 1569 werd Tulmen Moesberchs beleend met Moesberchs goed gelegen naast Gerrit van Uffels goed, met de korte zijden gelegen tussen de openbare weg (waarschijnlijk de BUSSEREINDSEWEG) en het Rayer voetpad.
In 1582 kocht het klooster Maria Weide te Venlo, eigenaar van de Klerkenhof te Rijkel, grond van Moesbergen.
In 1623 werd Jan Tielen uit Asselt, een van de erfgenamen van Tiel van Asselt, beleend met het Nieuwenbroeckse laatgoed genaamd Moesberchs goed. Latere vermeldingen ontbreken.

 
Molendijk Smabers 10
Deze benaming behoort bij de reeds lang verdwenen molen van Offenbeek. In 1676 sloot Roermondenaar Abel Vossen, erfpachthouder van de Onderste Moelen onder Offenbeck, een overeenkomst met de weduwe van Willem van Merwijck, waarbij hij de plaats waar deze molen gestaan had, den Moelendyck genaamd, inclusief de molenwijhers, het houtgewas op deze plek plus het molenrecht overdroeg aan de familie Van Merwijck, de kasteelheren van Kessel en leenhouders van dit Gelders leengoed. In 1697 waren op deze plaats nog 8 of 9 palen en wat planken zichtbaar; pogingen om de molen te herbouwen gingen toen uiteindelijk niet door. De meest voor de hand liggende lokatie voor de verdwenen molen is op het eind van de doodlopende weg in het Foekebroek. De resten van de molen zijn echter nooit gevonden.
 
Molen(kerk)pad Smabers 9
Genoemd in een akte van april 1756, waarin sprake is van land gelegen tussen St.-Lamersweg en het Meulenpeetjen. De ligging van dit perceel komt overeen met het oostelijk gedeelte van het huidige RUSTOORD. Het huis aan de KAREL DOORMANLAAN tegenover RUSTOORD draagt deze benaming dan ook terecht. Op de Smaberskaart staat het pad ingetekend als voetpat. De alternatieve benaming dateert van ná 1834, toen hier de kerk werd gebouwd. Na een raadsvoorstel van 25 juni 1934 heette het weggedeelte tussen de PASTOOR VRANCKENLAAN en het kerkhof officieel 'Molenkerkpad', een benaming die met de aanleg van buurt Reuversveld werd vervangen door KAREL DOORMANLAAN.
 
Molenveld  
1. Leeuwen Smabers 9

Foto: Loe GiesenReeds in een verkoop uit 1486 wordt het Molenveld genoemd. Vermoedelijk heeft een vermelding uit 1596 van land in het Muellerfeltt naast de karreweg eveneens betrekking op dit gebied. In december 1617 was Johan Tobben, in die tijd een van de bewoners van buurt Leeuwen, eigenaar van 1½ morgen land gelegen in het Moelenveldt. Dezelfde grond, waarvan 1 morgen gelegen tussen de karreweg en de lijkweg en de rest tussen de bezittingen van de families Fliegen en Leeghhuijser, komt voor in een akte van 14 januari 1621. In het midden van de 18e eeuw wordt het Molenveldt nog herhaaldelijk genoemd. Voor vermelding op de Smaberskaart zie: Leeuwerveld.

In een advertentie voor houtverkoop in 1926 staat de naam vermeld als Molmveld; dit is ongetwijfeld een leesfout van de drukker van de Nieuwe Venlosche Courant.

 
2. Offenbeek Smabers 10
Foto: Loe GiesenVolgens een akte uit 1654 bezat de Onderste Hof landerijen aan de Rovers Camp tussen de Muelenweg en de beek tot op het Muelenveldt. Op de Smaberskaart wordt de veldnaam het Moolen Velt gebruikt voor het gebied begrensd door REMBRANDTSTRAAT, Foekebroek, Schelkensbeek, BEUKELSTRAAT, KEULSEWEG en JULIANASTRAAT. De benaming Molenveld werd bij raadsbesluit van 19 november 1979 officieel vastgesteld voor het aldaar gelegen industrieterrein, om verwarring met het industrieterrein De Klok te voorkomen.
 
Molenweg  
1. Beesel Smabers 6

Foto: Loe GiesenDeze weg ontleent zijn naam aan de aanwezigheid van een klein stoomgemaal langs de BUSSEREINDSEWEG dat hier in het begin van de 20e eeuw werd gebouwd. Het werd later verbouwd tot woonhuis.

In een waarschijnlijk 17e eeuws cijnsregister van Nieuwenbroeck lezen we: den Cruitzwech van het Rayervalderen tot in den Winckell ende van den Heijacker tot in die Haesselt is eenen erffwech, en mach niemandt denselvigen gebruijcken, als die van gen Raede.

Op de Smaberskaart staat de weg aangegeven als Raijer wech, gemeen. Over de openbaarheid van de weg waren in het verleden felle discussies gevoerd. Aan de zuidkant, bij de BUSSEREINDSEWEG, was het Raijer falder over de weg. Ook aan de andere kant, bij het Winckelsgat, was zo'n veehek. Rond 1990 verdween het noordelijk gedeelte, terwijl het zuidelijk deel toen werd geasfalteerd.

 
2. Leeuwen en Reuver Smabers 9

Vermeld als Molenwech in een akte uit 1486. Het betreft het pad tussen de latere Greun Haspel en de Reuver. In een akte uit 1617 (zie: Molenveld) wordt waarschijnlijk dezelfde weg aangeduid als lijkweg. Volgens een akte uit 1654 waren de landerijen van de Onderste Hof o.a. gelegen aan de Rovers Camp tussen de Muelenweg en de beek. In diezelfde akte wordt gesproken over land gelegen over de Heerweg tussen het Muelenpat en de Muelenweg. In 1693 verkocht Adamus Albers, leenman van de Schei, akkerland gelegen aan de wijher naast de Meulenwegh. Met deze wijher wordt mogelijk de Zangerweerd bedoeld.

Ook in latere registers is sprake van de Molenweg van Leeuwen naar den Reuver (1843) en de Molenweg tussen Ootskuil en Reuversveld (1901).

 
3. Offenbeek Smabers 10

Foto: Loe Giesen

Foto: Loe GiesenIn het midden van de 15e eeuw werd in het dal van de Schelkensbeek op last van de eigenaren van de hof Tgen Raede, de juridische voorloper van het kasteel van Beesel, een tweede watermolen gebouwd. Deze nieuwe molen lag slechts enkele honderden meters stroomopwaarts van een nog oudere molen, diep verscholen in het Foekebroek. Met name de inwoners van Offenbeek, later ook van Reuver, maakten waarschijnlijk gebruik van deze weg naar wat later de molen van Ronckenstein zou heten. In 1649 beklaagden de inwoners van Offenbeck zich over het feit dat veel naburen die naar de molen gingen, dwars door het veld reden omdat ze de openbare weg meden. Op de Smaberskaart staat de weg tussen ST.-JOZEFWEG en DE DIJCKEN aangegeven als mistwech, van DE DIJCKEN tot aan RONKENSTEIN als Moolenwech.

Vastgesteld na raadsvoorstel van 25 juni 1934.

 

Foto: Loe Giesen

 
Molenweg, Oude Smabers 10

Foto: Loe GiesenDeze weg ontleent zijn naam aan de aanwezigheid van de reeds vele eeuwen verdwenen molen van Offenbeck. Deze watermolen, waarschijnlijk gelegen in het Foekebroek, werd reeds vóór 1400 gebouwd. Vele inwoners van Leeuwen en Offenbeek (Reuver bestond nog niet) waren verplicht om hier hun graan te laten malen. Tegen het eind van de 16e eeuw verdween de banmolen definitief.

Op de Smaberskaart uit 1781 gebruikte de landmeter de benaming Oude Moolenstraet voor een weg die ongeveer liep volgens het tracé van de huidige REMBRANDTSTRAAT en Oude Weg. Een nieuwere Moolenwech liep op de plaats van de JAN STEENSTRAAT en de Oude Molenweg. In een wegenlijst uit 1843 vinden we de Molenweg van den Reuver naar Ronkensteijn vermeld. Bij de aanleg van de spoorlijn in 1864-'65 werd deze weg enkele meters verplaatst. Tegenwoordig ligt tussen de Moolenwech en de Oude Moolenstraet de Algemene Begraafplaats.
 
MOONENLAAN, SECRETARIS  

Monseigneur Leo Moonen (geboren 31 augustus 1895), secretaris van de toenmalige Roermondse bisschop Lemmens, was tijdens de Tweede Wereldoorlog tevens een van de leiders van het Limburgse geestelijke verzet en adviseur van de LO-KP (d.w.z. de Knokploeg gelieerd aan de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers) in Limburg. Op 10 augustus 1944 werd hij door de Duitsers gearresteerd. Via Kamp Vught belandde hij eerst in KZ Sachsenhausen. Daarna werd hij overgebracht naar KZ Bergen Belsen, waar hij op 2 april 1945 overleed aan tyfus. Hij werd na de oorlog postuum onderscheiden met met Verzetskruis.

De naar hem genoemde straat ligt temidden van andere namen die herinneren aan deze bewogen periode uit de geschiedenis.

Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. ...

 
Moore Kempken    
Dit perceeltje, niet groter dan 1 vierdel morgen, was in 1734 eigendom van Lamert Lamers. De lokatie moet vermoedelijk worden gezocht tussen Beesel en Rijkel. De betekenis kan verband houden met de familienaam Mooren, dan wel met wortelen (moren).
 
MOORENSTRAAT, BURGEMEESTER  

Een voorstel om deze straat de benaming 'Prins Clausstraat' te geven werd op het laatste moment ingetrokken. J.Th. Mooren was burgemeester van Beesel van 1959 tot 15 april 1967.

Aangelegd als onderdeel van het uitbreidingsplan Wildenkamp. Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 18 februari 1974.

 
MORTEL, DE    
1. Smabers 3
Straatnaam voor een weg tussen BURGEMEESTER JANSSENSTRAAT en de VOSSENBERG. Aan de andere zijde van de BURGEMEESTER JANSSENSTRAAT loopt een voetpad naar de gelijknamige waterpoel. Vastgesteld bij raadsbesluit van 23 juni 1975.
 
2. Smabers 3/248

Foto: Loe GiesenHet is niet uitgesloten dat deze vijver, een oude leemkuil, ontstond tijdens de bouw van het nabijgelegen Romeinse gebouw op de Solberg. De oudste vermelding van den Mortel dateert uit 1477 (zie: Smeets goed). In een akte uit het eerste decennium van de 17e eeuw worden den Langen Acker, den Solberch und die Mortell in een adem genoemd met het Fennickens falderen. In 1671 was jonker Walrave van Baexen een van de eigenaren van land gelegen aan de Mortel. Volgens de Smaberskaart was De Mortel in 1781 eigendom van huis Nieuwenbroeck. De vijver werd ook wel aangeduid als Venneken.

Zie ook: Vennekens Valder.

Foto: Loe Giesen

 
3. Smabers 3/252

Het huis de Mortel, gelegen aan de andere kant van de BURGEMEESTER JANSSENSTRAAT, ontleende de naam waarschijnlijk eveneens aan een oude leemkuil. Zowel dit oudt huijs van Willem Janssen als het huis van Andries Sanders waren in 1781 gelegen in een kuijle.

Onduidelijk is de duiding van een inscriptie in een van de balken van een bijgebouw aan de noordzijde. De balk bevat het jaartal 1799 en de letters AxB.

Bij het aanleggen van de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel (OAT) in 1843 was het pand (sectie G 107) eigendom van de erfgenamen Pieter Janssen; het bestond toen uit huis en branderij.

Het tegenwoordige uiterlijk van het pand wordt grotendeels bepaald door een verbouwing in 1910. Het pand dat geruime tijd diende als burgemeesterswoning voor burgemeester Jean Janssen (1863-1903) en diens vrouw Lucia Janssens. Zij en haar broer Eugenius (enige tijd pastoor te Linne) en zus Octavie (gehuwd met Hugo de Loo; zie: Nieuwe Schei), lieten bij testament legaten na aan de St.-Lambertuskerk in Reuver.

In de eerste helft van de 20e eeuw was de Mortel verbonden aan de familienaam Heldens. In De Limburger Koerier van 5 oktober 1939 lezen we "Beesel is een van de mooiste dorpen in onze omgeving. Onze kerk bezit een prachtige Kruisweg in levensgroote, sprekende figuren, vervaardigd door den kunstschilder Jan Kruissen. Volgens kenners vertegenwoordigt deze Kruisweg een hooge waarde en is een bezichtiging overwaard. Mooie bronzen plaquetten, ter nagedachtenis aan onze verdienstelijke mannen (mannen aan wie wij de welvart en opvoeding te danken hebben), burgemeester Janssen en het hoofd der school Simons, prijken in den voorgevel van "De Kruisberg". Een prachtige rolschaatsenbaan met een oppervlakte van circa 1000 M2 - de eerste in ons land - schenkt aan de kinderen van ons dorp een veilig terrein om ongestoord en ongevaarlijk de geliefde en gezonde rolschaatsensport naar hartelust te beoefenen. Op dit alles kan ons dorp trots zijn, temeer omdat wij dit alles danken aan één weldoener, den bewoner van Huize de Mortel."

Op ... overleed Frans Heldens. Zijn erfgenamen verkochten daarna de gehele inboedel, waardoor we een mooi inkijkje krijgen in een voorname Beeselse woning in de Tweede Wereldoorlog. Enkele dagen later werd ook het huis verkocht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Mortel werd eigendom van de familie Brouwers. Maurice Paul Marie Hubert Brouwers (1897-1967), hieronder na zijn installatie gefotografeerd samen met gemeenteraadsleden en ambtenaren, volgde in 1935 Willem Meuter op als burgemeester van Beesel. Eerder was hij burgemeester van Borgharen. Brouwers, die de eerste jaren van zijn ambtsperiode aan de St.-Antoniusstraat woonde, was o.a. erevoorzitter van harmonie St.-Gertrudis. In 1946 werd Brouwers als burgervader afgelost door jhr. J.L.H. Claessen. Via het huwelijk van een dochter in 1955 kwam het pand in handen van de familie Bosch van Drakestein. Jonkheer René Bosch van Drakestein, Lid van de Ridderschap van Utrecht, overleed in 1974.

De huidige eigenaren, de familie Wintgens, lieten het pand begin 21e eeuw opknappen en legden tussen het huis en de in Engelse landschapsstijl aangelegde tuin een zwembad aan.

 
MUITERDIJK  

Foto: Loe Giesen

Maas- en Roerbode, 23 juli 1870.Op een kaart van omstreeks 1864, waarop de gemeentelijke verpachtingen in het Meerlebroek werden bijgehouden, is voor het eerst sprake van een Dijk Meuter. Zeer opmerkelijk op deze kaart is ook de aanwezigheid van bebouwing met de omschrijving Huis Meuter. Dit huis ligt echter niet aan de MUITERDIJK, maar helemaal aan het eind van het al lang verdwenen oostelijk gedeelte van de KLOKWEG, net aan de oostzijde van de SINT WILLIBRORDUSDIJK.

In jullie 1870 werd de boerderij van Jan Antoon Meuter te koop aangeboden. De familienaam Meuter wordt vaak uitgesproken als Muiter, hetgeen mogelijk aanleiding heeft gegeven tot de huidige naam. Op de topografische kaart van 1890 wordt dit huis aangegeven als Sepastopol.

In een advertentie uit 1920 en raadsstukken van 26 juli 1950 wordt de weg Meuterdijk genoemd. Een variant Meutersdijk (1927) versterkt het vermoeden dat de benaming is ontleend aan de familienaam.

 

 

Foto: Loe Giesen

Langs de weg liggen van west naar oost achtereenvolgens de Theresiahoeve, de St.-Gerlachushoeve, tegenover elkaar de Mariahoeve (noord) en St.-Gerardushoeve (zuid), de St.-Annahoeve, de St.-Antoniushoeve, de St.-Willibrordushoeve en Rivendel, genoemd naar een dal in het boek 'The Lord of the Rings' van John Tolkien, waar zich een strijd afspeelt tussen goed en kwaad. Op 19 januari 2004 werd besloten om het weggedeelte tussen Rijksweg en de streekweg aan het verkeer te onttrekken; op 9 mei 2005 werd de dijk vanaf de kruising met de streekweg daadwerkelijk  afgesloten.

Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 25 mei 1964.

 
Muizenhoek Smabers 6/230

De oorsprong van dit toponiem is niet bekend. Mogelijk gaat de benaming terug tot een (verbasterde) vermelding uit 1670 waarbij sprake is van de Haussen hoeck in het Haselt.

Op de Smaberskaart wordt de benaming Muijsenhoeck gebruikt voor een driehoekig perceel ten westen van de Muizenhoekerweg nabij de Rayerveldweg. De grond hier was gedeeltelijk eigendom van de kapelanie te Beesel. De minuutplans van het kadaster vermelden Mewijsenhoek (let op de oriëntatie: perceel 166 ligt langs de Rayerveldweg). Het driehoekig gebied werd eind 20e eeuw ook nog wel aangeduid als de Geer, maar sinds een stuk weg is vervallen raakt ook deze naam in onbruik.

 
Muizenhoekerweg Smabers 6

Deze zandweg werd door landmeter Smabers aangeduid als Clootjenswech, een benaming die geldt vanaf de BUSSEREINDSEWEG tot aan de Hovergelei.

In november 1928 verleenden B&W van Beesel een hinderwetvergunning aan P.J. Willemsen voor de oprichting van een schietinrichting met boom en buks op het perceel Bussereind nr. 180. "Aan de vergunning is, met het oog op het gevaar, dat zou kunnen bestaan voor het veld waar de kogels terecht komen, de voorwaarde verbonden dat enkel geschoten mag worden op Zon- en feestdagen en dat de veldweg bij Joh. Beurskens en bij W. Crins voorzien moet worden van waarschuwingsborden en roode vlaggen, ten tijde dat geschoten wordt", aldus De Nieuwe Koerier van 15 november 1928.

 
Mulderbroek Smabers 13

Zie: Meerlebroek. Meelder of mulder is een oude benaming voor molenaar. De benaming Mulderbroek werd slechts aangetroffen in enkele krantenberichten uit 1876

Foto: Loe Giesen

 
 

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

 

© Loe Giesen, Reuver 1983-2017