Tussen Maas en Meerlebroek - Toponiemen in de gemeente Beesel
 
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
 
NACHTEGAALSTRAAT  

De nachtegaal, die net als bijvoorbeeld merel en roodborst tot de lijsterachtigen behoort, is vooral bekend om zijn uitstekende zang.

Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 17 april 1961.

 
Nack, de  
Een toponiem dat we slechts aantreffen in een akte uit 1763: ... den sogenoemden Nack, tegens over de vlaskuylen in de Maese gelegen .... Mogelijk houdt het woord verband met ons woord nek, Middelnederlands 'nac' of 'nacke'. De oorspronkelijke betekenis van dit woord heeft waarschijnlijk te maken met de welving van het achterhoofd en de nek van veel dieren. In het Oud-iers betekent 'cnocc' heuvel. Aangezien hier sprake is van een toponiem gelegen in de Maas, ligt het voor de hand dat het gaat om een aanwas.
 
Natte Morgen, de Smabers 9
Opnieuw een toponiem dat ons slechts via één akte werd overleverd: op 12 maart 1594 werd 1 morgen land overgedragen in de Oe (het Maasveld), der Naate Morgen genaamd en gelegen tussen land van de Klaashof. De naam lijkt te wijzen op de bodemgesteldheid.
 
Nederhoeven Smabers 10/239

De Onderste Hof was vroeger waarschijnlijk een van de bezittingen van de Graven en later Heren van Kessel. Volgens een niet gedateerde lijst (ca. 14e eeuw) behoorde ze in ieder geval enige tijd tot de leengoederen van kasteel Holtmeulen in Tegelen: Item Reiner van Krieckenbeck van tween haeven, der een is gelegen in den kerspell van Besell geheiten die Neder hoff toegehorende Goert Roffert, inde der ander in den kerspell van Bracht genoempt t'Amersloe.

Via beleningen kwam de boerderij in handen van een zijtak van de familie, Van Kessel bijgenaamd Roffaert, waarnaar later ook de kasteelboerderij Roffaert nabij Baarlo zou worden genoemd. In de Pondschatting van 1369 vinden we Floerken Roffert als een van de hoogst aangeslagenen in Bezel vermeld. Kennelijk had ook de boerderij in Offenbeek zoveel aanzien dat sommige Van Kessel Roffaerts zich naar de boerderij gingen noemen: de vroegst bekende leenman van de hoeve was Goedaert van Nederhoeven, die reeds in 1393 en 1404 wordt vermeld, de eerste keer samen met zijn vrouw Aleid Vinck, de tweede maal samen met Sybrecht van Kriekenbek en zijn zus Katherine.

Goedert van Kessel genaamd Roffert, een zoon van Floerken en leenman van de Onderste Hof, liet zijn bezittingen na aan zijn kinderen Heinrich, Gerat, Mathijs en Margrete.

Op 24 juli 1427 verklaarde Heinrich van Kessel genaamd Roffart dat hij met toestemming van zijn leenheer Sibrecht van Kessell een jaarrente van 10 malder rogge op zijn hoeve Nederhoven te Offenbeck had verkocht aan Thijs van Biesell, Goebel Kupers zoon. Op 28 juni 1430 werd Gerat van Kessel Roffaert door Sybrecht van Kessell mede namens Thijs Kupers van Besell beleend met de hoeve te Offenbeick.

Op 1 februari 1440 vroeg Katrijn van Kriekenbeck, weduwe van Henrick Roffart, samen met haar dochters Griete, Agnese, Katrijn, Stijn en Gadert, aan Wilhelm van Kessel, Seger van der Horst, en Gerat van Kessel genaamd Roffarts en diens beide zonen Elbert en Gadert of zij de verkoop van de hoeve te Offenbeck aan het klooster In der Oede bij Venlo wilden bezegelen. Drie maanden later, op 8 april 1440, verklaarden Gerat Haeck en Reyner van Breempt, voogden van Sibrecht, Yrmgard en Bele van Kessel, dat Katheryne van Krekenbeck, weduwe van Heynrick van Kessel en haar zwager Gerat van Kessel het vruchtgebruik en andere rechten van haar hoeve Nederhoeven te Offenbeck hadden overgedragen aan het klooster in Genooy. Als onderpand voor de goede gang van zaken stelden zij hun boerderij te Bunneshoeve in de heerlijkheid Wickerath. De opbrengst van de boerderij, in totaal 850 rijnse gulden, werd door het klooster rechtstreeks uitbetaald aan diverse schuldeisers.

Margrete was non in het klooster St.-Catherina in Mariëndaal bij Venlo. In 1445 trad Gerat Haeck van Thorn (gehuwd met Katharina van Ghoir), als voogd van Sibrecht, Yrmgard en Bele van Kessel, de kinderen van wijlen Mathijs van Kessel en Berten van Breempt, op als leenheer. Op 22 september van dat jaar gaf hij aan Margrete van Kessel genaamd Roffertz en haar voogd Seger van der Horst toestemming om haar helft van zijn leengoed tot Nederhoeven, tot Offenbeck in den kerspelen van Besel ende van Tiegelen gelegen, dat eerder eigendom was geweest van Heynrick van Kessel genaamd Roffartz, over te dragen aan het St.-Cornelisklooster van de Kruisheren te Venlo. De andere helft van de boerderij, namens het klooster 'Sent Katherijnen In Maryen Daile geheiten Inghen Oyden in den gericht van Venlo' in leen gehouden door Gerat van Menss uit Venlo, werd rond 1449 eveneens overgedragen aan de Kruisheren. Van Menss werd door Haeck ditmaal met het volledige leengoed beleend.

Kennelijk had de Onderste Hof ook een vage band met de graven van Holland, die inkomsten ontvingen uit de boerderij. In het midden van de 15e eeuw kreeg de prior van het Kruisherenklooster te Roermond als eigenaar van de Onderste Hof van de stadhouder (plaatsvervangend leenheer) en Raad van Holland opdracht om een vertegenwoordiger naar Den Haag te sturen. De prior liet hierop namens het klooster weten dat zij niet in Den Haag terecht hoefden te staan wegens hun hof genaamd to Nederhoven omdat dit een leengoed was dat voor het hof van Zijbrecht van Kessel en zijn leenmannen te Hinsbeck in het ambt Kriekenbeck terechtstond.

Het klooster had naar behoren de leenplichten aan deze hof vervuld; ook wanneer Zijbrecht van Kessel dit leen 'versuymt' had, het klooster als leenman had dit niet gedaan en altijd alle heergewaad betaald. De prior verzocht de stadhouder dan ook om eventuele rechtspraak te laten plaatsvinden waar dit behoorde.

In het midden van de 15e eeuw was Alaert van Goer samen met zijn vrouw Beele van Kessel leenheer van de Onderste Hof. In 1415 was Sybert van Kessel, gehuwd met Bele (van Groesbeek?) eigenaar geworden van de Hof te Crykenbeke bij Hinsbeck (Dld.). Hij had deze overgenomen van Sybrecht van Krieckenbeeck, die ze op zijn beurt had gekocht van de broers Mathijs en Egbert van Houthusen. In 1465 na het overlijden van Sybert van Kessel werd Alart van Goor eigenaar van de hof genaamd Kesselerhoff in Hinsbeck. Hij had een zoon Gerrit van Goor en kleinzoon Alert van Goor.

Op 8 april 1460 verklaarde Hubert van Lienen dat hij ten gunste van de Kruisheren te Roermond afstand deed van zijn recht op Nederhoeven, die hij had geërfd van zijn tante Gryete Roffarts.

Foto: Loe Giesen

In de 16e eeuw werd de Onderste Hof namens het klooster achtereenvolgens in leen gehouden door Reyner Goltsteyn uit Roermond (1510) en Geret Boegel (1508?), Gijsbert Bogel (1528) en Lenart Markofs uit Venlo (1542). Op 11 april 1559 werd Jan Thielen den Alde beleend. Overleed een leenman, dan moest binnen een jaar en een dag een nieuwe leenhouder worden aangesteld. Op 5 februari 1565 beleende Adolf van Ghoer van Kaldenbroick Henrick van Darth uit Lottum na de gewoonlijke betaling van 15 Rijnse guldens namens de Kruisheren met hof en leengoed tot Niederhaven to Offenbeck. Arnold van Holtmolen Johanszoon uit Roermond werd op 14 juni 1583 beleend.

De relatieve benaming Onderste Hof of Nederhoeven lijkt te wijzen op de aanwezigheid van een Bovenste Hof. Hiervoor zijn echter nooit aanwijzingen gevonden.

Zie ook: St.-Cornelishof, Onderste Hof, Ruttenhof.

Jan Ickenroth: "Nederhoeven - Villa tot Offenbeeck" of de "Onderste Hof". In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 2 (1982).

 
Neerveld  
Vermelding van het Niervelt neve Sint Cornelis heren landt van Ruremund (1551). Het land was eigendom van Maes Ruyssen; deze familie woonde in de buurt van de Onderste Hof of Nederhoeven. Volgens een ander register uit het midden van de 16e eeuw grensde de grote bunder in den Neder velde met een korte zijde aan de Maas en de andere zijden aan de Kleine Hoeve in Belfeld. Een aantekening van de landerijen behorend tot het Gelderse leengoed de Schei uit ongeveer 1560 noemt o.a. het Niervelt tussen de Heerwech en de Groenenwech.
 
Negen Morgen, de  
Vermeld in een akte van deling uit 1832. De beschrijving van dit perceel, behorend tot de landerijen van de Spieker, lijkt te wijzen op een ligging grenzend aan de KESSELSEWEG.
 
Nieuwe ...  
Voor namen met los voorvoegsel 'nieuw(e)' zie ook onder het hoofdwoord.
 
Nieuwe Bemden Smabers 12
Foto: Loe GiesenDeze ontginning ten noordoosten van de BROEKLAAN staat op de Smaberskaart aangegeven nabij een houten brug over de Schelkensbeeck. De ontginning bestond in 1781 uit een viertal percelen. Aan de westzijde van de BROEKLAAN lagen de Leever Bembden.
 
Nieuwekamp Smabers 3

Foto: Loe Giesen1. De Nieuwekamp in Beesel behoort, zoals de naam al aangeeft, waarschijnlijk tot de nieuwere ontginningen. Op de Smaberskaart uit 1781 wordt de veldnaam den Nieuwen Camp gehanteerd voor het gebied begrensd door BURGEMEESTER JANSSENSTRAAT, RIJKEL en de noordelijk hiervan gelegen stuifduinen, die volgens Smabers deel uitmaakten van de Back Heijde. De boerderij staat aangegeven op de Tranchotkaart (1803-'28).

 

 

 

Foto: Loe Giesen

2. In een akte uit 1781 is sprake van een andere Nieuwen Kamp, namelijk een perceel akkerland langs ten  noorden van de BERGERHOFWEG (smabers kaart 12 perceel 21).
 
Nieuwekampweg Smabers 3

Foto: Loe Giesen

Deze staat op de Smaberskaart aangegeven als een naamloze weg van RIJKEL naar de BURGEMEESTER JANSSENSTRAAT. Bij RIJKEL ter hoogte van de Breemen Camp liep de weg tussen de tegenwoordige bebouwing en de stuifduinen door. Aan de noordzijde van deze weg lagen hier de woningen van de weduwe Joannes Geelen (zie: Bedehuisken) en de weduwe Peter Slabbers.
Anno 2007 was er al weinig meer over van deze weg.

 
Nieuwekampzijweg Smabers 3
Op de Smaberskaart aangegeven als gedeelte van de NIEUWEKAMPWEG tussen Rijkel en de BURGEMEESTER JANSSENSTRAAT.
 
Nieuwe Maas Smabers 1

Foto: Loe GiesenIn september 1763 verkocht Wilhelmus Trinis aen den Ruijver een ½ bunder grasgewas nabij Rijkel aan de Nieuwe Maese gelegen aan de eigenaren van Nieuwenbroeck. Het perceel lag precies tegenover de Mussenberg bij de huidige verbinding tussen Maas en grindgat.

 
NIEUWENBROECK, KASTEEL  
Foto: Loe GiesenWegens de verbouwing van de voormalige kasteelboerderij tot een vijftal appartementen is de oprijlaan van het kasteel, van RUYS VAN SPLINTERSINGEL tot de toegangsbrug, bij raadsbesluit van 18 november 1985 op verzoek van de kasteeleigenaar vastgesteld als officiële straatnaam. 
 
Nieuwenbroeck Smabers 6/11

Foto: Loe Giesen

Klik op bovenstaande afbeelding voor een uitgebreid artikel over kasteel Nieuwenbroeck.

De eerste vermelding van Nijhenbruick dateert uit 1563, toen de kasteelboerderij werd verpand door Johan van Holthuysen en diens vrouw Helmich van Holtmoelen. Johan's dochter Anna van Holthuysen trouwde met Willem van Baexen, eigenaar van de Baxhof te Swalmen. De volgende eigenaar was Gerard van Baexen, zoon van Willem van Baexen en Anna van Holthuysen en gehuwd met Anna van Waes. Gerard van Baexen en Anna van Waes hadden meerdere kinderen. In 1664 werd Nieuwenbroeck gedeeld. De oudste zoon, Hans Willem, had bij de verdeling het eerste recht op het huys tot Besel mitte twee moesgaerden, bomgardt ende weyde daer aen gelegen, daer de gracht door is gegraven. De familie Van Baexen bleef eigenaar tot 1712, toen het kasteel bij een openbare verkoop eigendom werd van Anna Catharina Charpentier, weduwe van de Roermondse schepen Joannes Bosman. Na haar overlijden in 1715 werd haar dochter Beatrix Bosman, in 1692 gehuwd met Arnold Franciscus van Gutteschoven, de nieuwe vrouwe van Nieuwenbroeck. Toen ook zij in 1721, bijna twee jaar na haar man, te Brussel stierf, verviel Nieuwenbroeck aan haar neef Arnoldus Franciscus Bosman, zoon van haar oudste broer Gerard. Arnoldus de Bossman, heer van Nieuwenbroeck, overleed op 1 maart 1735 in Maastricht, maar werd twee dagen later in Beesel begraven. Nieuwe vrouwe van Nieuwenbroeck werd Dorothea de Haen, kleindochter van een zus van Anna Catharina Charpentier. In oktober 1748 verwisselde Dorothea de Haen het tijdelijke voor het eeuwige. Nieuwenbroeck werd door haar man Tilmanus Junckers en haar broer Godefridus de Haen in 1749 verkocht aan Johan Francois de Collignon. Deze werkte zich in de 25 jaar daarna diep in de schulden en e en bankroet kon op lange termijn niet uitblijven. Uiteindelijk werd Nieuwenbroeck in 1775 publiek verkocht aan Ernest Josef Francois van Aefferden en diens vrouw Maria Isabella de Cabanes. Zij verkochten het kasteel in 1787 aan hun schoonzoon Henricus Albert Jacobus Ruys, die in 1785 was getrouwd met Jeanette van Aefferden. Hendrik Ruys bleef op Nieuwenbroeck wonen, waar hij in 1824 overleed. Zijn oudste zoon Ernest Albert Emmanuel Ruys volgde hem op als eigenaar. Deze trouwde in 1827 in Maasbree met Josephine Frederica Marie Anne barones d'Olne. Ernest Ruys overleed in 1862 te Beesel, zijn weduwe in 1863. Het huwelijk van Ernest Ruys en Josephine d'Olne bleef kinderloos. Nieuwenbroeck werd daarom eigendom van zijn nicht Augustina Ernestina Appolonia Ruys van Nieuwenbroeck, weduwe van Carl Johan Hubert van der Straeten en dochter van zijn broer Felix Ruys en Emerentiana van Splinter. Zij overleed in 1894 op het kasteel. Na haar dood werd Nieuwenbroeck bewoond door haar nicht Gabrielle Josephine Antonie Constance Hubertine Ruys van Nieuwenbroeck, weduwe van jonkheer Felix van Splinter, in leven burgemeester van Beesel. Zij overleed te Beesel in 1938 op bijna 92-jarige leeftijd. Tegenwoordig wordt het kasteel bewoond door de familie Ghyczy-Von Kempis.

 
Nieuwe Weg Smabers 4
Foto: Loe GiesenBenaming den Nien Wech (1554) voor de Baxhoeverweg tussen deze boerderij genant die Hoeve en die Waterlois. Ook voor andere wegen werd de benaming wel sporadisch gebruikt. Zo werd ook het noordelijk gedeelte van de RIJKSWEG in het begin van deze eeuw nog wel aangeduid als de nieje waeg.
 
Nieuw Huis, aan het  
Volgens de kerkregisters van Beesel woonden Peter Peters en zijn vrouw Joanna Heggers tussen 1786 en '90 aent Nieuw Huijs. Twee jaar later woonden ze op de Heij. Indien hiermee de Bakhei wordt bedoeld, dan is het niet uitgesloten dat de vakwerkboerderij langs de BURGEMEESTER JANSSENSTRAAT wordt bedoeld. Wordt de Roversheide bedoeld, dan betreft het mogelijk het latere Jagershuis. Vooralsnog is de ligging echter nog onduidelijk.
 
NIEUWSTRAAT Smabers 6

Deze weg van Beesel naar Bussereind staat op de Smaberskaart aangegeven als doorgaande weg tussen de Eiermarkt en de BUSSEREINDSEWEG. Het gebied begrensd door MGR. THEELENSTRAAT, NIEUWSTRAAT, Kasteelweg en de Huilbeek werd aangeduid als Camp aen de Beeck. Ten oosten hiervan lagen de Raijer Bembden. Aan de noordzijde van de weg lag het Raijer Velt.

Foto: Loe Giesen

Aan de zuidzijde van deze weg woonde volgens de Smaberskaart (1781) Hendrick Claessen. In maart 1758 verklaarde hij tegenover de Beeselse schepenbank dat hij al zijn roerende goederen plus een bedrag van 100 dukaten na zijn overlijden wenste over te laten aan zijn aanstaande tweede vrouw Theodora Vorstermans, waarmee hij een maand later trouwde. In december 1760 verpandde het echtpaar het huis aan pastoor Thoepoell als provisor van de armen. In juni 1762 werd Van Broenbergen, als rentmeester van De Collignon van Nieuwenbroeck, opnieuw een lening genomen met het huis aan het Bijverijnt (sic) als onderpand. Op 10 september 1767 brandden het huis en de schuur van Hendrick Claessen en Theodora Vostermans af; zij kregen van de Roermondse Magistraat 4 gulden. In januari 1770 verkocht Hendrick Claessen een morgen akkerland op de Wilden Camp. De opbrengst, 17 rijksdaalder, 8 sparren en een eikeboom, gebruikte hij voor de wederopbouw van zijn afgebrand huis.

Aan de westzijde van het waeterstraetien lag in 1781 het huisje van Joannes Smeets. Samen met zijn vrouw Johanna Snijders machtigde hij in juni 1762 zijn schoonvader Bartholomeus Snijders om hun huis te verpanden. Diezelfde dag nam Meuwis Snijders dan ook met toestemming van zijn kinderen een lening bij de rentmeester van Nieuwenbroeck met als onderpand het huis aan het Bussereijndt gelegen tussen Hendrick Claessen en Hendrick Tegelbeckers.

Op 10 oktober 1771 vroeg Gertruijdis Stevens toestemming voor de verkoop van haar huis en goederen. Zij had haar vruchtgebruiksrechten overgedragen aan haar zoon Geurt Schoolmeesters, om haar op haar oude dag te kunnen onderhouden. Zoon Dirk wilde zijn moeder voor 12 schelling kost en inwoning per maand eventueel opnemen. Dirk Schoolmeesters woonde in 1781 aan de noordzijde van de huidige nieuwstraat recht tegenover het Waeterstraetje.

De erfgenamen Janssen-Croonen verkochten hun huis aan het Bussereind (F 55) in 1872.

Vastgesteld na raadsvoorstel van 25 juni 1934.

 
NIJVERHEIDSWEG  

Reeds in de vroegst bekende belastinglijst van Bezel (en Belfeld) uit 1369 is sprake van nijverheid op kleine schaal. Onder de belastingbetalers vinden we Henneken Molener (de molenaar van de molen van Offenbeeck), des wevers guet, die keteler en die wamesticker. Volgens lijsten vanaf 1734 groeide de variatie later uit tot o.a. timmerman, (weggen)backer, bremer (bezemmaker), smit, cuijper (kuipenmaker), maltmaecker, snijder (kleermaker), coopman, klompemaecker, schoumaecker (schoenmaker), (wachgelter)schincker of tapper (herbergier), cremer en brouwer. Aan de westzijde van de weg ligt de gemeentelijke vuilnisoverslagplaats.

Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 20 december 1979. 

 
Noetengoed  
In 1463 verkochten Vullinck van Kessel Johanszoon en Vullinck van Kessel en diens zoon Godert, hun huis en hof met toebehoren genaamd Noetengoed binnen de gemeente Beesel gelegen, aan Johan Buyck van Kessel. In de schattingslijst van 1468 komt deze nieuwe eigenaar niet als zodanig voor. Het blijkt te gaan om de latere Boxhof te Belfeld-Geloo, zodat dit toponiem feitelijk helemaal niet onder Beesel thuishoort. 
 
NOLENSSTRAAT, DR.  

Willem Hubertus Nolens werd op 7 september 1860 geboren in Venlo. Na een vooropleiding in Weert en priesteropleiding te Rolduc volgde hij een rechtenstudie in Utrecht. In 1887 werd hij tot priester gewijd. Van 1896 tot 1917 was hij lid van de Tweede Kamer. Als voorman van de R.K. Staatspartij speelde hij in 1926 een belangrijke rol in de reorganisatie van deze partij. Hij overleed op 27 augustus 1931 in Den Haag en werd enkele dagen later in Venlo begraven.

Bij de eerste voorstellen inzake straatnaamgeving in juni 1934 werd de straatnaam 'Dr. Nolensstraat' of 'Pastoor Packbierstraat' voorgesteld voor de huidige prins hendrikstraat.

Vastgesteld bij raadsbesluit van 24 maart 1954 voor de verbindingsweg tussen ST.-ANNASTRAAT en ST.-THERESIASTRAAT.

 
Noodweg Smabers 8
Zie: KESSELSEWEG. Op de Smaberskaart (1781) staat den Nootwech aangegeven als het gedeelte KESSELSEWEG tussen de Spieker en de Maas. De naam houdt mogelijk verband met de aanwezigheid van een boerenvluchtschans binnen de omgrachting van de Spieker in de 17e eeuw. Ook een gedeelte van de Kesselse bevolking kon in tijd van nood zijn toevlucht zoeken binnen de beschermende wallen van deze verschansing. In een akte van deling (1832) van landerijen behorend tot de Spieker wordt de weg meerdere malen aangeduid als Nooitweg. In een wegenlijst uit 1843 wordt hij vermeld als Noodweg van Kamperhof naar Kessels vheer.
 
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
 
© Loe Giesen, Reuver 1983-2017