| Tussen Maas en Meerlebroek - Toponiemen in de gemeente Beesel | ||
| A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z | ||
| Abbekoel | ||
| In een beschijving van de leengoederen behorend tot hoeve de Schei uit het midden van de 16e eeuw vinden we: het principale land in de hof is een Gelders leengoed, namelijk de lange bunder langs de Groenenwech, het Niervelt tussen de Heerwech en de Groenenwech met de bemd op de Maas, de bunder achter de Kamper Hegghe, de Abbekoull, nog een stuk van 4 morgen tussen Heinrick Vincken en Jan Ronden, circa 2 morgen aan de openbare weg, en een stuk land achter in het veld tussen zijn neef Henrick Vinck en Johan Ronden zoals dat was gelegen aan de Obbecker Beeck. De locatie is niet bekend. | ||
| Accacialaan | ||
| Met deze naam worden veelal twee verschillende plantengeslachten aangeduid. Vaak wordt de Robinia bedoeld, een Amerikaanse loofboom die rond 1600 voor het eerst in Europa werd ingevoerd. Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 19 november 1962. |
||
| Achterste doorvaart | ||
| Agnes Gerits, daartoe bijgestaan door haar man Engel Janssen, akkerman te Beesel, verkocht in 1817 land aan de Agterste Doorvaart onder Beesel gelegen tussen de aankoper, Peeter Claassen, de beek en de openbare weg, afkomstig van de patronieme goederen van wijlen haar ouders Jan Gerits en Gudula Nyssen, voor een bedrag van 50 gulden aan Jan Janssen, molenbaas te Beesel. | ||
| Achterste weide | ||
| Benaming de Agterste Wijde (1832) voor een perceel weiland behorend tot de landerijen van hoeve de Spieker te Leeuwen. De exacte ligging is onbekend. | ||
| Adelaide, villa | ||
Een gedeelte van de inventaris werd overgenomen door pastoor Karel Wolters en zijn broer Albert Wolters, oud-pastoor van Roosteren. Deze laatste verkocht zijn inboedel, waaronder twaalf mahonie-houten gebourreerde stoelen, op 7 december 1896, nadat hij naar Roermond was verhuisd. De opbrengst van de verkoop werd geschonken aan de kerk van Reuver. Villa Adelaide stond later vooral bekend als 'de villa van Pacquay'. |
||
| Akker, op de | Smabers 3 | |
Men verbindt het woord akker gewoonlijk met het Latijnse en Griekse ago, 'drijven' en denkt dan aan een oudere betekenis 'weide waarop het vee gedreven wordt'. Anderen verbinden het woord met het Griekse ageiro, 'verzamelen', agôn, 'omtuinde kampplaats' en zien dan als oudste betekenis: 'met hekwerk afgeperkt veld voor akkerbouw'. Op de Smaberskaart staat de veldnaam op den Acker aangegeven voor gebied begrensd door de Solberg, de Vreeberg, de ST.-ANTONIUSSTRAAT en een denkbeeldige lijn tussen ZANDKUILWEG en Solberg. |
||
| Aldbroek | Smabers 6/36 | |
Hoewel de benaming Aldtbroeck in een (vermoedelijk vals) afschrift van een oorkonde van 19 december 1444 wordt vermeld, ontstond dit toponiem waarschijnlijk eerst in het midden van de 17e eeuw, nadat de beide boerderijen van de oude Rayerhof langs de BUSSEREINDSEWEG waren gesloopt. Tijdens het voogdgeding van november 1649 beklaagden de inwoners van het Busser Ort (buurt Bussereind) zich over het feit dat jonker Baxen zijn waterloop in het Aldt Broeck niet goed onderhield; hij zou zich net als ieder ander beter aan de regels moeten houden. In 1671 werd de helft van het Aldtbroeck wegens wanbetaling van de eigenaar jonker Walrave van Baexen op last van de Beeselse schepenbank toegewezen aan de weduwe van de Roermondse burgemeester Claessens. Op 8 maart 1700 was het Altbroeck eigendom van de weduwe Bisschops; zij verpachtte de grond aan de weduwe van een van de heren van Nieuwenbroeck. Op 20 mei 1717 werd seker Aldtbroeck geleghen tot Besel na loting gedeeld, waarbij tussen de diverse delen sloten ('grachten') van vier voet breed werden gegraven. Op de Smaberskaart wordt de benaming Oudt broeck aen beijde sijden der beecke gebruikt voor een perceel gelegen aan beide zijden van de Huilbeek, reikend van de Kasteelweg (Waeterstraetje) tot aan de Molenweg. Dit terrein was eigendom van Nieuwenbroeck; tot de 17e eeuw lag hier, precies tegenover de Molenweg, de omgrachte kasteelboerderij Tgen Raede of Raederhof. |
||
| Aldeberg of Aoleberg | Smabers 3/10 | |
| Beide vormen zijn vanaf de 16e eeuw naast elkaar aanwijsbaar. Zo vinden we in 1554 de vorm den Aldenberch naast den Aill Berch. In een enkel document worden beide vormen zelfs naast elkaar genoemd. Volgens de topograaf Maurits Gysseling kan de benaming verband houden met het Germaanse woord 'alem': heiligdom. Een plaatselijke suggestie die steeds opduikt is dat op deze plek bij de monding van de Swalm van oudsher veel aal werd gevangen. Een enkeling vermoedt een verband met het Latijnse woord 'olla': pot of urn. Welke vorm de oudere is, is niet meer na te gaan. Ook landmeter Muliex liet in 1662 de waarheid in het midden, toen hij de benaming den Aelberch ofte den Alden Berch gebruikte. In 1751 behoorde land gelegen aan de Alenbergh tot de bezittingen van Waterloo.
Een gedeelte van de landerijen was op dat moment eigendom van Wage mans uit Roermond. Deze werd in november 1811 door de prefekt van het Departement van de Nedermaas gesommeerd om de waterkering die hij in de Maas bij Hansum onder Neer had laten aanleggen op de grond die afkomstig was van Francois Bernard van der Renne en behoorde tot de boerderij Gen Eyndt onder Beesel, af te breken. In 1813 protesteerde Wagemans hiertegen bij de prefekt. Op 29 juli 1815 liet Wagemans de waterkering verbeteren, waardoor de Maas met zeer veel kracht werd tegengehouden en zich een andere weg zocht over de bezittingen van de gemeente, de erfgenamen Van der Renne, en diverse andere particulieren. Deze laaggelegen gronden werden hierdoor gedeeltelijk bedekt met zand en grind en zouden bij het eerstvolgende hoogwater opnieuw veel hinder ondervinden. De burgemeester van Beesel verzocht de commissaris van het arrondissement met klem om toe te zien op naleving van het vonnis uit 1811 en ervoor te zorgen dat zowel de oude als de nieuwe waterkering zou worden gesloopt.
Zie ook: Donderberg en de Weerd. |
||
| AMERSLOSESTRAAT | ||
Zie ook: Amersloseweg. |
||
| Amersloseweg | Smabers 13/14 | |
Willem Philibert van Isendorn, van Bluys, Borgharen, Ingenhaeff en Amersloh was enige tijd patronaatsheer van de evangelische kerk van Bracht (Dld.). Zijn grafsteen is nu nog in deze kerk te zien. De legende verhaalt dat de bewoners zeer begaan waren met het lot van de armen van Bracht. In de Nieuwjaarsnacht moest de koster van Bracht de klokken zo lang luiden tot een afgevaardigde van Amerslohe arriveerde met een 'armenbrood'. |
||
| ANNASTRAAT, SINT | Smabers 10/63-64 | |
| Genoemd naar St.-Anna, de moeder van de H. Maagd Maria (naamfeest: 26 juli). Tot aan de Franse tijd werd de straat Heringstraatje genoemd. Op de Smaberskaart staat de straat aangegeven zonder naam. De naam werd op 25 juni 1934 voorgesteld voor het huidige tracé tussen KEULSEWEG en BERGERHOFWEG. |
||
| Annaveldweg, Sint | Smabers 5/17 | |
| Dit pad, gelegen tussen Bussereindscheweg (Murmans) en Waterlooscheweg (Strous), werd bij raadsbesluit van 29 oktober 1946 onttrokken aan het openbaar verkeer. Het pad ten westen van de WATERLOSE KRUISWEG staat op de Smaberskaart aangegeven. Waarom de weg de naam draagt van Sint Anna, is niet bekend. Beesel kende wel altaren gewijd aan St.-Nicolaas, St.-Catharina en aan de patronesse St.-Gertrudis. Heel mischien is er een verband met de schenking ten behoeve van een gezongen jaarmis in 1530 door een zekere Catharijn van Rijckell aan het altaar van Sint Anna in de Heilige Geestkerk te Roermond. | ||
| Annemonenbosje | ||
Volksbenaming voor een stukje bos ten noorden van de BAXHOEVERWEG. Rond april bedekken de bosannemonen het bos als een wit tapijt. |
||
| Antoniuslaan, Sint | Smabers 9 | |
Zie: KESSELSEWEG. |
||
| ANTONIUSSTRAAT, SINT | Smabers 3 | |
De straat werd na een raadsvoorstel van 25 juni 1934 zo genoemd omdat de weg leidde naar de St.-Antoniuskapel, gewijd aan Antonius van Padua. Deze Franciscaan (1195-1231) werd in 1232 heilig verklaard. Antonius (naamfeest 13 juni) wordt o.a. te hulp geroepen bij het terugvinden van verloren voorwerpen: "Heilige Antonius, beste vrind, maak dat ik mijn … weer vind". Deze kapel heeft een gevelsteen met het jaartal 1824, maar volgens de (overigens op veel punten onjuiste) inventarislijst van monumentale panden door Huygen (1966) zou er een ankerjaartal 1811 zijn geweest.
Op de Smaberskaart wordt het gedeelte tussen MARIAPLEIN en ZANDKUILWEG nog aangeduid als Schooldellen wech. Het gedeelte tussen ZANDKUILWEG en Vreeberg wordt aangeduid als wech van Swalmen naer Besel, een naam die aangeeft dat Ouddorp nog werd beschouwd als kern van Beesel. Het gedeelte tussen Vreeberg en Rijkel wordt aangeduid als nabuyr mistwech. Aan beide uiteinden van de weg waren veehekken (falderen) die het vee buiten de akkers moesten houden. In 1932 werd de weg tussen Beesel en Rijkel na enkele grondaankopen door de gemeente verbreed. Een aanvankelijk voorstel om de weg Rijkelscheweg te noemen werd in 1934 ingetrokken.
|
||
| Appelreutje | ||
|
||
| Avoort | ||
| Een voorde is een doorwaadbare plaats. We vinden dit woord onder andere terug in plaatsnamen als Amersfoort en Coevorden en in achternamen als Van de Avoort en Van der Voort. Met name waar de mensen met paard en kar door het water moesten, komen we deze benaming tegen. Voor de gemeente Beesel was dit het geval bij de oversteekplaats naar de Kleine of Boermansweerd. Deze weerd was lange tijd vrijwel niet meer als zodanig te herkennen. Door inklinking van het weiland en het ontstaan van een afwateringsbeekje op het laagste punt tekent de voormalige aanwas zich de laatste jaren weer beter af. | ||
| A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z | ||
© Loe Giesen, Reuver 1983-2013 |
||