| Tussen Maas en Meerlebroek - Toponiemen in de gemeente Beesel | ||
| A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z | ||
| Kaldengraaf, de | Smabers 10/239 | |
De beek vormde de grens met Belfeld; vanaf de grenssteen liep de gemeentegrens over de Hoverheideweg. Na 1781 werd deze grens gewijzigd, waardoor deze weg geheel in Belfeld kwam te liggen. Op 17 oktober 1785 vond in het gerichtshuis te Beesel de openbare verkoop 'met den stokkeslag' plaats van de hoeve genaamd Ruttenhof (Onderste Hof) plus de hoeve de Kaale Graaft te Belfeld. Graaf is een oude benaming voor greppel of spitsgracht. De juiste uitleg voor 'kaal' (Kaellen?) of 'kald' (koud) is onzeker. Zie ook: Wildveld. |
||
| Kale Plak, de | ||
Veldnaam voor het gebied ongeveer begrensd door BEUKELSTRAAT, KROMMENHOEK, Schelkensbeek en KEULSEWEG. De naam wordt niet aangetroffen in schriftelijke bronnen.
|
||
| Kamp, de | Smabers 8/59 | |
Deze boerderij op de hoek van KESSELSEWEG en ROOZENDAELSEWEG behoort tot de oudste hoeven van de gemeente. Over de oudste gegevens zijn echter nog veel onduidelijkheden. Het is echter waarschijnlijk dat de bouwhof ooit tot de goederen van de graven van Kessel behoorde, die vanuit het kasteel aan de overkant van de Maas letterlijk een oogje in het zeil konden houden.
Op 17 augustus 1358 verklaarden de ridders Johan heer van Bruchusen en Gotfried van Vlodrop als vazallen van Keulen dat ridder Johan van Mirlaer zijn hof Ten Campe ten overstaan van de Beeselse schepenen Gerhart Raet van Kessel, Gubbel van den Scheide, Johan van der Hage en Heyne Reynerszoon een rente van 20 schilden uit deze boerderij als manleen had opgedragen aan de aartsbisschop van Keulen, in ruil voor een lening van 200 oude gouden schilden. Johan van Mirlaer was waarschijnlijk kort daarvoor zijn vader Jacob van Mirlaer (de Jonge) opgevolgd als drost van het land van Montfort. Mogelijk was ook de Kamp afkomstig uit de nalatenschap van zijn ouders. Hij bleef drost tot 1372. Tevens volgde hij zijn vader op als heer van Horst. Hij overleed zonder wettige nakomelingen na te laten. Het manleen verviel waarschijnlijk door zijn overlijden. Tenzij de boerderij werd verkocht, betekent dit dat de Kamp eigendom werd van zijn familie. Zijn broer Jacob (III) van Mirlaer huwde in 1365 met Guda van Swalmen, dochter van wijlen ridder Sigerus van Swalmen. Johan's zus Christina was gehuwd met Roelman van Arendaal. In maart 1372 verklaarden hun kinderen Hendrik en Salentijn van Arendaal dat zij de goederen hadden ontvangen die van hun vader en oom Johan van Mirlaer waren geweest. Johan's andere zus Mechtildis trouwde met Herman van Lievendaal. Zij erfde na het overlijden van Johan de allodiale helft van de heerlijkheid Horst. Al met al weten we echter nog niet wat met de Kamp gebeurde. Op 3 juli 1458 was de boerderij eigendom van Hendrik van Baerle. Ook hij verpandde zijn boerderij Te Camp. Mogelijk betreft het Henrick van Baerle de Oude bijgenaamd van Krieckenbeck. Op 30 mei 1459 verkocht deze samen met zijn vrouw Eylse de helft van de hof op gen Hogen Werde bij Straelen (Dld.), waarbij hun zoon Aernt van Crekenbeck en Johan van Lyevendaill borg stonden. Henrick liet zijn zoon Henrick van Baerle de Jonge op 18 oktober 1473 de leeneed liet afleggen van de hoff te Barlo onder Leuth (Dld.). In 1468 werd de Beeselse hoeve bewoond door Hein opte Kamp. In 1474 wordt Henrick van Baerle genoemd als buurman van de Schei. Henrick senior overleed vóór 1478. Vermoedelijk was het zijn zoon Henrick junior die op verzoek van enkele Beeselse schepenen in 1486 een leenbrief van Ronckenstein bezegelde. Op het eind van de 15e eeuw raken we het spoor opnieuw bijster. Waarschijnlijk werd de boerderij in de 16e eeuw gedeeld, zoals wordt bevestigd door het cijnsregister van Nieuwenbroeck.In 1600 werden tijdens een razzia van soldaten uit Venlo op de hoeve van Jan Ronden bij Seiben op den Kamp o.a. 14 of 15 'morellen kerissen' bomen omgehakt.Op het eind van de 16e of begin van de 17e eeuw was de boerderij eigendom van Johan van Dursdael en Elisabeth van Cruchten, tevens eigenaren van hoeve de Zang. Tegenwoordig is de Kamp verbouwd tot woonhuis. |
||
| Kamperveld | Smabers 8 | |
In 1646 wordt het Kamper Velde genoemd. Op de Smaberskaart een veldnaam voor het gebied begrensd door Huilbeek, Maas, SCHEIWEG, Sangerweg, Spiekerzijweg, ST.-JORISSTRAAT en Ohebroekerveldweg. |
||
| Kantweg, Hoge en Lage | ||
|
||
| Kapelaanskamp | Smabers 3 | |
De voor zover bekend oudste vermelding van de Cappelaentscamp, gelegen naast de Stege in Rijkel, dateert uit 1733. Op de Smaberskaart staat de veldnaam Cappellaens Camp aangegeven voor een gebied begrensd door Gubbelskamp, RIJKEL, BURGEMEESTER JANSSENSTRAAT en GUBBELSWEG. Smabers rekende het gebied tot de Bakhei. Latere vermeldingen van de Kaplaanskamp (1859) zijn legio.
Mogelijk kreeg de kapelaan van Beesel een gedeelte van zijn inkomsten uit deze grond. Vermoedelijk dateert de benaming van na 1661, het stichtingsjaar van de kapelanie. |
||
| Kapelaansweg | Smabers 3 | |
| Op de Smaberskaart staat deze weg aangegeven als begrenzing van het Hoesterveld. Omdat het hier gemene gronden betreft, was deze grens mogelijk reeds in gebruik als brede doorgang tussen Hoesterveld en Wevelskamp. | ||
| KAPELLERWEG | Smabers 9 | |
|
Bovendien vormde de weg een van de kortste verbindingen tussen Reuver en de St.-Lambertuskapel. De weg lopend vanaf de PARKLAAN langs het sportpark en het jeugdhuis in de richting van de St.-Lambertuskapel werd op 8 november 1950 vastgesteld. Het niet officieel vastgestelde gedeelte van deze weg, het zandpad tussen AALMOEZENIER CAMPLAAN en kapel, is de laatste tientallen jaren met het verdwijnen van de processies en het verbeteren van alternatieve routes in onbruik geraakt, mede door de bouw van de woning van de familie Henskens midden op het tracé van de weg. |
||
| KASTANJELAAN | ||
| 1. Offenbeek (Bomenbuurt). | ||
Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 25 mei 1964. |
||
| 2. Reuver-Leeuwen | ||
| Op 8 november 1950 werd de benaming 'Kastanjelaan' vastgesteld voor de 3e verbindingsweg tussen PARKLAAN en KAPELLERWEG. Deze weg heet tegenwoordig MINISTER GOSELINGLAAN. | ||
| 3. Reuver-Leeuwen | ||
|
Gedeelte van de SCHEIWEG tussen AALMOEZENIER CAMPLAAN en de vijfsprong bij de manége. Deze weg staat op de Smaberskaart niet duidelijk aangegeven maar is er in 1781 ongetwijfeld geweest. De weg wordt alleen op sommige kaarten als zodanig aangegeven. Met name aan de noordoostzijde van de weg groeien de oude kastanjebomen van hoeve de Zang. |
||
| Kasteelsewaard | ||
| In 1876 verkocht koopman Conrardus Beumen rode en witte kool te Reuver op de Kasteelscherwaard. Gewoonlijk werd dit gebied aangeduid als de Weerd (zie aldaar). De betreffende notaris uit Venlo heeft de benaming wellicht gebruikt om de relatie met het kasteel van Kessel te benadrukken, waartoe de Weerd van oudsher behoorde. | ||
| Kasteelslaan | Smabers 6 | |
| Zie: BURGEMEESTER MEUTERLAAN. | ||
| Kasteelspad | Smabers 6 | |
| De huidige BURGEMEESTER MEUTERLAAN heette vroeger Kasteelspad. Op 17 april 1948 werd deze benaming officieel gewijzigd in 'Kasteelslaan'. | ||
| Kasteelweg | Smabers 6/38 | |
| Op de Smaberskaart wordt deze verbinding aangegeven als een weg tussen de BAKHEIDE en de NIEUWSTRAAT. Tussen de Huilbeek en de NIEUWSTRAAT wordt hij aangeduid als water straetjen. Tegenwoordig spreekt men nog van 't Sjteegske. Ten zuiden van Nieuwenbroeck was in 1781 een veehek over de weg. (Zie: valder). | ||
| Kazerneweg | ||
|
Zie ook: ST.-BARBARASTRAAT, SCHINDERSPARK, BERKENWEG. |
||
| Keel, de | ||
Trechtervormige doorgang de Keel (1662) in de landweer genaamd de Wolfsgraaf in het Meerlebroek nabij Waterloo. Tijdens het voogdgeding van 4 mei 1671 klaagden de inwoners van Rijckel dat des schapen te ver in het Beesels broek liepen en dat daarom de kelen moesten worden opgemaakt, zodat de schapen er niet meer overheen zouden gaan. Daarop werd bepaald dat de kelen zouden worden opgegraven. Het vee van het Dorp en van het Bussereijndt moest naar het Meerlenbroeck worden gedreven. |
||
| Keizersbaan of Keizer Karelsweg | Smabers 13 | |
| Zie: PRINSENDIJK. | ||
| KEMIENSTRAAT | ||
|
'Kemien' is het dialektwoord voor 'schoorsteen'. De vele fabrieksschoorstenen van de Offenbeekse gres- en kleiwarenindustrie domineerden vele tientallen jaren het dorpsbeeld. Ontelbare malen moest de Reuverse en Offenbeekse bevolking de waslijnen leeghalen en het wasgoed opnieuw wassen. Alleen een restant van een van de schoorstenen herinnert aan deze 'goeie ouwe tijd' die zich niet zozeer kenmerkte door romantiek dan wel door lange dagen van harde arbeid. De benaming werd gelijktijdig met de overige straatnamen van buurt Heyencamp vastgesteld op 24 april 1984. |
||
| Kempke, 't | ||
|
Benamingen als 'kamp' en 'kempke' zijn zeer algemeen. Af en toe komen we ze ook tegen als zelfstandig toponiem. Zo werd in 1811 akkerland en bos in het Kempke te Beesel verkocht. 't Kempke was het gebied begrensd door KERSTENBERGWEG, HOORNPOST en BAKHEIDE, daar waar de Blokhut van Jong Nederland ligt en V.V. Bieslo haar voetbalterrein had. Dit voetbalterrein kreeg daarom ook de naam 't Kempke. Eenzelfde benaming komt in 1832 voor bij een verdeling van landerijen behorend tot de Spieker. |
||
| KERAMIEKSTRAAT | ||
|
Keramiek (ook wel: ceramiek) is een verzamelnaam voor alle eindprodukten die voornamelijk uit gebakken klei bestaan, van dakpannen tot fijn porselein. Keramische produkten zijn van doorslaggevende betekenis geweest voor de voornaamste werkgelegenheid binnen de gemeente en de daarmee gepaard gaande bevolkingstoename in met name het begin van de 20e eeuw. Na de Tweede Wereldoorlog nam deze rol geleidelijk af en werden vele bedrijven gesaneerd. Hierdoor werd het tevens mogelijk om de bestaande woonwijken, die voorheen door fabriekencomplexen werden gescheiden, door de aanleg van nieuwe woonwijken aan elkaar te koppelen. De vrij hardnekkige scheiding tussen Offenbeek en Reuver (mede ontstaan door de aanleg van de spoorlijn in 1865) zal hierdoor naar verwachting geleidelijk vervagen. Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 24 april 1984. |
||
| kerk | ||
| 1. kerk Beesel | Smabers 2/231 | |
De eerste kerk van Beesel, gelegen op het kerkhof in Ouddorp, werd volgens de overlevering reeds in het midden van de 12e eeuw gebouwd. 'Wij van Elmpt hebben die kerk gebouwd anno 1157', zo zou een opschrift hebben geluid dat in 1840 tijdens de sloop van de oude kerk in Ouddorp werd aangetroffen op een balk in de kerktoren. De balk ging later verloren, zodat de juistheid van dit zeer vroege bericht niet op waarheid kon worden getoetst. De kerk van Beesel bezat meerdere altaren, waarvan dat van de H. Gertrudis (de patrones van Beesel) waarschijnlijk het oudste is. Een in 2005 opgegraven fragment van een hardstenen doopvont wijst eveneens op een aanzienlijke ouderdom van de Beeselse kerk. Reeds in 1374 schonk Eva van der Maesen krachtens testament 7 panelen aan dit altaar. Gertrudis (626-659) was een dochter van Pepijn van Landen; zij stichtte de abdij van Nijvel (België). Wanneer het regende op haar naamfeest, 17 maart, beloofde dat een hele tijd weinig goeds; vandaar dat deze dag ook wel oneerbiedig 'Pis-Greet' werd genoemd.Opmerkelijk is, dat het Gertrudisaltaar nooit expliciet werd genoemd bij het benoemingsrecht van de heren van Tgen Raede en later Nieuwenbroeck, tenzij het benoemingsrecht voor de pastoor als zodanig gold; de altaren van de HH Catharina (Catharina van Alexandrië, een van de 14 noodhelpers), Nicolaas (patroon van de schippers en reizigers) en Antonius worden eerst in de beleningsakten vanaf 1660 vermeld. Ook opmerkelijk is, dat de 'kerckenghift' zowel door Tgen Raede als Tgen Broeck (1458) werd geclaimd.
Zie verder: KERKPLEIN. Frans G.J. Geerlings: Oude grafmonumenten tot rond 1900. Inventarisatie van hetgeen nog over is. Deel 2: Beesel-Ouddorp. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 13 (1993). |
||
| 2. kerk Reuver | ||
De strijd tussen beide parochies liep hoog op.
|
||
| 3. Fatimakerk te Offenbeek | ||
Zie: TORENPAD. |
||
| Kerkecamp | ||
| Volgens de enige vermelding van den Kerckencamp (1663) lag dit toponiem in Offenbeek naast de bezittingen van de Kruisheren van Venlo (de eigenaren van de Klaashof). Over een preciesere ligging is niets bekend. De benaming zal verband houden met eigendommen of aanspraken van de kerk van Beesel. | ||
| Kerkpad | Smabers 2 | |
| De eerste vermelding van den Kerckpadt ontrent den Cruysberch dateert uit 1599, toen kasteelheer Johan van Holthuysen het hier tot bloedens toe aan de stol kreeg met zijn schoonzoon Wilem van Baexen. In 1622 verkochten Jacob op Boeckweitzdriesch (pachter van een boerderij in Swalmen) en diens vrouw Heindrichsken hun huis en hof op de Plaetz in Beesel aan Paulus Schlabbertz en zijn vrouw Mercken. Tevens verkochten zij de helft van de Moelenkamp en Jacob's aandeel in land in de Wilde Hoeff en naast de Kirckpaet.
|
||
| KERKPLEIN | ||
|
Dit plein in Beesel is niet aanwezig op de Smaberskaart aangezien de kerk pas in het midden van de 19e eeuw op de huidige plaats werd herbouwd (zie: kerk). Op 24 oktober 1842 werd deze nieuwe kerk, ontworpen door de Maastrichtse architekt Dumoulin, ingewijd door Mgr. Paredis. Onder pastoor Hendriks werd de kerk in 1926 uitgebreid en in 1928 kon de kerk, nadat opnieuw een gedeelte uit 1842 werd gesloopt, in haar huidige staat worden voltooid.
Heiligenbeelden in de Sint Gertrudiskerk: v.l.n.r. Sint Antonius van Padua, Sint Agnes, Sint Elisabeth, Sint Franciscus van Assisi, Sint Gertrudis, Sint Hubertus en Sint Josef. In november 1944 kwam ook het kerkdorp Beesel onder granaatvuur te liggen. Hierbij werd de uit 1842 daterende toren in puin geschoten. De klok uit 1464, die niet door de Duitsers was afgevoerd, kwam hierbij naar beneden maar werd gelukkig niet erg beschadigd. Langs een van de zijden van het Kerkplein prijken vanaf 2001 vier reliëfs van kunstenaar Piet Schoenmakers, getiteld De terugkeer van de verloren zoon, De bekering van Saul (Paulus), De opwekking van Lazarus en De verloochening van Jezus door Petrus. De reliëfs werden in 1956 vervaardigd bij keramisch atelier Sint Joris in opdracht van het kerkbestuur van de Petrus en Pauluskerk te Haarlem. Na de sloop van deze kerk in 1996 werden ze teruggehaald naar Beesel. Vastgesteld na raadsvoorstel d.d. 25 juni 1934. |
||
| KERKSTRAAT | Smabers 2 | |
|
Op de Smaberskaart staat deze weg aangegeven als Cromstraet, een naam die ongetwijfeld te maken heeft met de sterke kromming in het tracé. De oudst bekende vermelding van de Krommerstraten dateert van juli 1638, toen Gordtgen Heldens en zijn vrouw Trien het vruchtgebruik van hun huis in de Krommerstraeten overdroegen aan Peter Quiten en Maria Conix. Tevens verkochten Tilman Heijens en de kinderen van zijn zus en wijlen Tisken der Kuiper hun aandeel aan de familie Quiten. In november 1753 verkochten Hendrick Trinis en Metjen Zanders hun huis in de Cromstraet met toebehoren aan kapitein luitenant Joannes M. Silvester Luts en diens echtgenote Johanna Römerin. Op 3 mei 1764 verpandden kapitein Lutz en Joanna Roemerin hun huis aan Joes Gerits als voogd van de minderjarige kinderen van wijlen Hendrick Geerits en Joanna Steegh. Lutz overleed in mei 1787. Op 16 mei 1757 werden het huis en de landerijen van wijlen Peter Thijssen (gelegen schuin tegenover de oude kapelanie) na een openbare verkoop bij opbod verkocht aan Henricus Thijssen. Deze wordt in 1781 genoemd als eigenaar van een huis langs deze weg. De weg behield de naam Cromstraat (1862) nog lange tijd. Toen op 25 juni 1934 voor het eerste officiële straatnamen voor de gemeente Beesel werden voorgesteld, lag het in de bedoeling deze weg om te dopen in St.-Jorisstraat. Na een amendement werd uiteindelijk gekozen voor KERKSTRAAT. |
||
| Kerkveld | Smabers 1 | |
|
In februari 1769 verkocht Goert Slabbers landerijen in het Rijckelsveldt oftewel Kerckeveldt gelegen en met een korte zijde grenzend aan de Kerckwegh, aan Frans Heldens en diens vrouw Maria van Hees.
Op de Smaberskaart wordt de veldnaam Kercke Velt gebruikt voor het gebied aan weerszijden van de Kerkweg, ongeveer begrensd door de Drakenweg, de LOSWALWEG, de ZANDKUILWEG, de ST.-ANTONIUSSTRAAT, RIJKEL, de KLERKENHOFWEG en de Rijkelse Bemden. In 1812 verkocht Jacques Niemans een huis, schuur en akkerland in het Kerkveld te Beesel aan G. Gerits, weduwe van Henri Janssen. |
||
| Kerkweg | Smabers 1 | |
Deze verbindingsweg tussen Ouddorp en Rijkel, parallel aan de Maas, is ongetwijfeld zeer oud. In 1561 verklaarde Johan van Holthuysen, de heer van Nieuwenbroeck, dat hij aan Goirdt Slabbert en diens vrouw Aleide ongeveer 4 morgen land had verkocht die grensde aan de Rijkelre Kerckweich en de Maas. In datzelfde jaar schonk Trincken Brellen, begijn in het Begijnhof te Roermond, 1 morgen land aen ghijn Eijcxken, grenzend aan de openbare weg en aan de Rijckeler gemeinen Kijrckwech, ten behoeve van een arme begijn.Thijss Bruers van Roermond verklaarde in 1571 dat hij met toestemming van zijn echtgenote Naele van Jann Eyckmans uit Venlo en diens echtgenote Entghenn 100 kruisdaalder had geleend met als onderpand zijn huis en hof met toebehoren te Rijkel 'aen den vaeren' (veehek) gelegen, plus 1 morgen akkerland in het Rijkeler veld gelegen en grenzend aan de Rykeler Kerckweech. In 1620 werd eveneens land in het Rijkelse veld tussen de Kerkweg en de Maas verkocht. Landmeter Smabers gebruikte de benaming Kerckwech in 1781 voor de huidige Kerkweg tussen RIJKEL en OUDDORP. |
||
| KERNENVERBINDINGSWEG | ||
|
|
||
| Kerseland | Smabers 1/231 | |
| Benaming Kersse Lant op de Smaberskaart (1781) voor ca. 1½ morgen land tussen de ST.-ANTONIUSSTRAAT en de Kerkweg ter hoogte van de ZANDKUILWEG. Het kwam vroeger wel voor dat grond was belast met bijvoorbeeld de verplichting om jaarlijks een hoeveelheid bijenwas te leveren om kaarsen (voor de kerk) van te maken. Het is echter onbekend of deze benaming hiermee verband houdt. | ||
| Kerstenberg | ||
|
|
||
| KERSTENBERGWEG | ||
Hoewel deze weg op de Smaberskaart niet overal als weg staat aangegeven, bestond deze weg in 1781 waarschijnlijk reeds over de gehele lengte tussen RUYS VAN SPLINTERSINGEL en BAKHEIDE.
Het Bakhei's kapelke, schilderachtig gelegen in een bocht van de weg en gewijd aan O.L.V. van het H. Hart, werd rond 1870 gebouwd. Opvallend is een ingemetseld houten kruis aan de achterzijde. In de argumentatie behorend bij het raadsvoorstel staat vermeld dat voor deze benaming werd gekozen omdat de boerderij Niessen vroeger de naam 'Kerstenberghoeve' had. De straatnaam werd vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 28 november 1966. Een voorstel om de weg achteraf alsnog te hernoemen in 'Oude Bakheide' kreeg in een raadsvergadering d.d. 19 december 1966 geen meerderheid. Jan Thijssen: Wegkruisen en veldkapellen in Beesel. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 2 (1982). |
||
| KESSELSEWEG | Smabers 8 en 10 | |
|
De benaming 'noodweg' hield mogelijk verband met de aanwezigheid van een 17e eeuwse vluchtplaats binnen de omgrachting van boerderij de Spieker. Omdat inwoners van Kessel met de aanleg van deze schans hadden geholpen, mochten zij er in geval van nood ook gebruik van maken. Het meest oostelijk gelegen huis van de weg (nu: Meusen) werd rond de Eerste Wereldoorlog door de familie Steeghs gebouwd op de plaats van een veel ouder huis. In mei 1755 verklaarden Peter Heggers en Margaretha Heldens enerzijds en Hendrick van der Velden en Mechtildis Heggers anderzijds dat zij hun aandeel van het huis van wijlen Hendrick Slousen hadden verkocht aan hun oom Geurt Slousen en diens echtgenote Metjen Lamers. Het echtpaar verpandde het huis in augustus 1763 aan de overste De Collignon en diens vrouw Elisabetha de Samin, inclusief de er tegenover gelegen boomgaard die rond 1980 plaats maakte voor woningbouw. In 1781 lagen langs de KESSELSEWEG alleen de Spieker en de Kamp en het boerderijtje van de erfgenamen van Geurt Sloesen, naast het huidige café de Haam. Op de splitsing van KESSELSEWEG en ST.-LAMBERTUSWEG staat de St.-Antoniuskapel. Deze kapel werd hier in 1931 gebouwd om een oudere kapel te vervangen. Deze oude kapel, net als in Beesel witgepleisterd, stond reeds in 1781 op de kruising KESSELSEWEG/PASTOOR VRANCKENLAAN. In het in de 70er jaren gesloopte pand Houben (daarvoor: Teunissen) woonde in die tijd kapelaan Knippenberg. In de oude St.-Antoniuskapel stond slechts een klein beeldje. Toen de nieuwe kapel gereed was viel dit kleine beeld bijna in het niet in de veel grotere kapel. Het oprichtingsbestuur van de nieuwe kapel besloot dan ook om een grote kopie van het oude beeld te laten maken. De voorzitter van het bestuur, wethouder Steeghs, wist een goede bestemming voor de oude Antonius: hij stelde voor om het beeld te schenken aan de jongste Antonius in de gemeente, waardoor het oude beeld in bezit kwam van de huidige eigenaar, toen nog een zuigeling. Om de verdwijning van het oude heiligenhuisje enigszins te compenseren werd kort na de sloop een kruis opgericht op deze plaats. Op de achterkant bevindt zich een inscriptie: 'Uit dankbaarheid J.G., M.G. 1944', aangebracht door de familie Van Gassel-Goossens. Het kruis werd na een opknapbeurt op 17 april 1981 opnieuw ingezegend. De indrukwekkende maar versleten linde die dit kruis tientallen jaren begeleidde is jaren geleden vervangen door een jonger exemplaar. Bij de eerste voorstellen inzake officiële straatnaamgeving op 25 juni 1934 werd de benaming 'Kesselscheweg' voorgesteld voor zowel de huidige ST.-JORISSTRAAT als het weggedeelte vanaf hoeve De Kamp richting Kessel. Het andere gedeelte kreeg de naam St.-Antoniuslaan. Op verzoek van de PTT werd op 21 mei 1973 besloten om ook het gedeelte van de weg tussen ST.-LAMBERTUSWEG en het veer te benamen als KESSELSEWEG. |
||
| Ketelaersgoed | Smabers 6/2 | |
|
Hun zoon Antonius werd in 1715 ingeschreven in het Beeselse doopregister, gevolgd door Franciscus (1717) en Petrus (1719). Toch lijkt het erop dat geen van deze kinderen erg oud werd. Hoe de familie Ketelaers in Beesel terecht kwam, is nog niet duidelijk. In september 1717 verkochten Willem van der Holt en diens vrouw Elisabeth Quijten en de procureur Coppeineur als voogd van de kinderen van Dirrick van der Holt en Hendrina Ketelers, een boomgaard te Beesel aan Joes Daemen en Jenneke Geurts. Er was dus kennelijk wel een verband met de verkopers, de familie Van der Holt. Anna van Gennep, de moeder van Henricus, overleed in oktober 1729 in Beesel. Binnen een maand werd in Woensel (Brabant) een akte opgesteld waarbij Aldegonda Ketelaers, een zus van Hendrik, met toestemming van haar ' broeder Hendrick Ketelaers ende deselver huysvrouw Maria Claessen tot Beesel ontrent de stadt Venlo gelegen woonagtigh', haar andere broer Jan Ketelaers uit Eindhoven machtigde om alles te regelen inzake de nalatenschap van hun broer Jacob Ketelaers die in Haarlem was overleden. In 1730 trouwde een Jan Ketelaers in Beesel met de Beeselse Maria Slousen. Of hij met haar ook kinderen had, is niet bekend. Later moet hij zijn hertrouwd met Hester Mens, waarmee hij een dochtertje had: Anna Marita. In 1752 overleed Maria van Rin in Beesel en er was dus iets te delen. Op 28 maart 1755 werden de goederen en inboedel van wijlen Jan Ketelaers, eigendom van de minderjarige Anna Marita, met toestemming van scholtis, borgemeesters en schepenen van Schiedam, door schepen Jan Janssen verkocht aan Peter Schoolmeesters. Volgens de akte had Anna Marita de goederen geërfd van haar grootouders Hendrik Ketelaers en Maria van Ren. Pieter Schoolmeesters, de nieuwe eigenaar, trouwde in 1756 in Grubbenvorst met Elisabeth Schrijvers. Toen Pieter een jaar later overleed, hertrouwde zijn weduwe in 1758 met Petrus Meuter. Deze wordt op de Smaberskaart uit 1781 vermeld als eigenaar van het pand. |
||
| Ketelbeutersgoed | Smabers 6/32 | |
|
Op 15 juli 1628 werd (Bartholo)Meus Stockmans uit Asselt beleend met het Nieuwenbroeckse onderleen genaamd Ketelbeutersgoed. Op 8 januari 1646 werd de leeneed van de voormalige boerderij van Lem Ketelbeuters afgelegd door Jan Stockmans. De volgende bekende leenverheffing dateert van 27 november 1653, toen Linnert Stockmans uit Asselt het leengoed verhief. In een lijst uit 1655 wordt de boerderij aangegeven als Stockmans goedt oft Ketelbeuters goedt. Hoewel er daarna lang onduidelijk is wie de eigenaren zijn, weten we toch dat het huis in de Raeijer Bembden in 1781 eigendom was van de erfgenamen van Thunis van Cruchten. Deze was in 1715 getrouwd met Elisabeth Arets. Hun dochter trouwde in 1754 in Roermond met Hendrik Tegelbeckers. Op 25 november 1788 verkochten hun kinderen Elisabeth, Antonius en Godefridus Tegelbekkers het huis te Bussereind aan Lambertus Peters en Joanna Smeets. Deze verpandden het huis nog geen maand later, waarbij werd opgemerkt dat het huis afkomstig was van de erfgenamen Ketelbeuters. |
||
| Ketelbeuterskamp | Smabers 9 | |
| In 1791 en 1792 is sprake van de Ketelbeuters Camp onder de buurtschap Leeuwen. Mogelijk gaat het om de percelen 209 t/m 212 van Smaberskaart 9. | ||
| Keulse Baan | Smabers 8-13 | |
Benaming Collsse Baane (1786) voor de route via Oude Veerweg, BERKENWEG, Reuversveld en de aansluitende KEULSEWEG. In een akte uit 1790 komen we de weg tegen als Colnsche Baan. In 1843 wordt de Keulsche Baan genoemd als weg van Kessels veer naar den Reuver en weg van den Reuver over den Kivitsdijk naar de grenzen van Pruissen. Volgens een register uit 1901 liep de Keulsche Baan langs het Maasveld en de Ootskuil. |
||
| KEULSEWEG | Smabers 10-13 | |
Op de Smaberskaart uit 1781 week de route van de KEULSEWEG enigszins af van het huidige tracé. Van het huis Den Roover (nu garage Feijts) vond de doorgaande weg via de Ruijters straet (EMMASTRAAT) en de JULIANASTRAAT een aansluiting op de baene van Collen naer het Kesselsche veehr. Bij den Kivit voerde de weg via een kaarsrechte en kunstmatige dijk door het Meerlebroek, den Kivitsdijck, richting den Witten Paell. Tussen 1890 en '94 werd de weg met provinciale subsidie opnieuw verbeterd. Om de kosten van aanleg en onderhoud te dekken werd in 1895 opnieuw een toltarief vastgesteld voor weg nr. 206. De gemeente verpachtte deze tol in 1899 aan Willem Franssen, twee jaar later aan diens broer Piet. De verbetering hield mede verband met de opkomende kleiwarenindustrie. Op 12 november 1900 werd aan de pannenfabrikanten J. Laumans te Reuver en L. Timmermans en P.J. Teeuwen uit Tegelen een vergunning verleend voor de aanleg van een 60 cm breed spoor voor het vervoer van klei. Dit spoor kwam in januari 1901 gereed. Ter hoogte van de Kievit werd later een viadukt aangelegd ten behoeve van de kernenverbindingsweg.
|
||
| KIEVIT, DE | Smabers 11/22 | |
Tranchot en Von Müffling noemden de woning van Thijssen Kivithuijs. In 1820 was de boerderij in het bezit van Mathias Bors te Bracht. In 1821 werd ze verpacht aan Henri van der Velden. Een akte uit 1863 noemt Antoon Houwers al bewoner de Kiviet. |
||
| Kievitsdijk | Smabers 11 | |
| Oude benaming voor KEULSEWEG. Bij Tranchot en Von Müffling (1803-1828) lezen we Kivits dijk. | ||
| Kievitshorst | Smabers 4 | |
Benaming in de Kievitshorst of Oosterwerkbroek (22 december 1853) te Riekel. 'Horst' is onder andere een oud woord voor kreupelhout of vlechtwerk. Daarnaast komt 'horst' voor als benaming voor relatief hoog gelegen land temidden van een moerassige omgeving. Vermoedelijk is in dit geval het gebied tussen EIKENBROEKLAAN en BAXHOEVERVELD bedoeld. Zie ook: de Wercken. |
||
| Kievitsvalder | Smabers 4 | |
|
||
| Klaashof | Smabers 10/129 | |
De Klaashof heette in de middeleeuwen Hof tot Offenbeeck. Vermoedelijk was Gobel opten Over, die in 1369 een maximale belastingaanslag kreeg wegens zijn bezittingen in Beesel, de vroegst bekende eigenaar van de Klaashof (zie ook: Veerweg). In de belastinglijst wordt hij genoemd vóór Henneken Molener, de molenaar in het Foekebroek. Op een topografische kaart uit 1853 staat de boerderij aangegeven als Glashoof. In augustus 1862 werd een wetsontwerp tot onteigening van het tracé voor de spoorlijn langs Waterloo, Reuver, Glashoof en verder naar Belfeld aan de Tweede Kamer toegezonden. De aanleg van de spoorlijn verbrak definitief de sterke band met de rest van Offenbeek. De huidige gebouwen stammen uit de 19e eeuw en dienen als woonhuis. In 2001 werd de hoeve weer te koop aangeboden. |
||
| Klaashof valder | Smabers 10 | |
Op de Smaberskaart is goed te zien hoe ver de landerijen van de Klaashof reikten. Ook zien we hier de benaming Claeshoff falder voor een veehek tussen de Offenbecker Merckt en de Claeshoffs mistwech (ST.-JOZEFWEG). |
||
| KLAASHOFWEG | Smabers 10 | |
1. Deze weg had volgens de Smaberskaart in 1781, vóór de aanleg van de RIJKSWEG, tot aan de Reuverbeek dezelfde route als nu. Vanaf de beek liep een paadje richting OUDE BAAN ter hoogte van de NACHTEGAALSTRAAT. In de tweede helft van de 19e eeuw werd de weg ook wel Haijerweg genoemd. Bij raadsbesluit d.d. 28 november 1966 werd deze benaming vastgesteld voor het weggedeelte tussen RIJKSWEG en spoorwegovergang. 2. De benaming 'Klaashofweg' werd op 20 september 1948 bij raadsbesluit vastgesteld voor de weg tussen JULIANASTRAAT en Klaashof. In 1949 werd de nummering van de woningen gelegen aan deze verbindingsweg ingedeeld bij de Klaashofweg. Zie ook: REMBRANDTSTRAAT. |
||
| Klapperskamp | ||
|
||
| Klappersweg | Smabers 10 | |
Slechts één vermelding van de Klapperswegh (1646), gelegen nabij de Klaashof, is bekend. Mogelijk betreft het de Oude Molenweg. Zie ook: Klapvalder. |
||
| KLAPROOSSTRAAT | ||
De klaproos behoort tot de papaverachtigen. De felrood bloeiende plant komt vooral voor op ruigten en langs spoorwegen en korenvelden. Het zaad van sommige soorten, het zogenaamd maanzaad, levert olie op en wordt gebruikt op broodjes. Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 25 juni 1979. |
||
| Klapvalder | Smabers 10 | |
De valders (een verbastering van valdeur?) bestonden veelal uit een eenvoudige slagboom. In de 16e eeuw (z.d.) wordt een clapvalderen genoemd nabij de Onderste hof. In 1611 woonde hier Lenardt an gen Klapfaren. Landmeter Keullen noteerde in 1654 land aen het Claepvalderen thessen den Muellen wech ende voet paet die nae Roenkensteyns muellen gaet. Mogelijk komt dit overeen met een veehek dat op de Smaberskaart (1781) staat aangegeven als een streepje over de Oude Molenweg bij de thien paell bij de Foekebroekerweg. In 1633 werd een erfpacht verkocht, die door Linsken aen gen Klapfaeren moest worden afgelost uit een perceel genaamd den Hester Driess. Op 16 augustus 1644 werd Jan Claessen (alias op den Camp alias Jan van Clas hoff) beleend met het Nieuwenbroeckse onderleen gelegen aan het Klapvalderen tot Offenbeck. Op 10 december 1665 werd de leeneed van het Claessen goedt tot Offenbeck afgelegd door Claes van Gratum. Uit omstreeks 1714 dateert een vermelding van het Clapvalderen tussen den Meulenwegh en den voetpath die van Ronckensteinsche meule compt. |
||
| Klapvalderenweg | Smabers 10 | |
| In 1698 verkocht Neesken Cruysberg na het overlijden van haar man Hendrick Trines houtgewas aan het Klapvalderen aan de Klapvalderenwegh. | ||
| KLAVERSTRAAT | ||
Klaver behoorde vroeger tot de gewassen aangeduid onder de verzamelnaam stoppelkruid: klaverzaad werd tussen het graanzaad gemengd. De klaver verdrong ander onkruid maar hinderde de groei van het eigenlijke hoofdgewas niet noemenswaardig. Nadat het graan geoogst werd, kwam het achtergebleven stoppelkruid pas zelf tot ontwikkeling en diende dan als groen- of droogvoer voor de schapen en varkens. Zo werden bovendien de uitwerpselen van deze dieren als bemesting direkt op de akkers gebracht. Daarnaast is klaver geschikt voor de groenbemesting omdat deze planten de stikstof via de knolletjesbacteriën uit de lucht betrekken. Klaverzaad werd ook wel als hoofdgewas gezaaid, zoals blijkt uit een processtuk uit 1711. Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 25 juni 1979. |
||
| Kleekempken | Smabers 9/167 | |
|
||
| KLEILAGERSTRAAT | ||
De ligging van deze straat in buurt Broeklaan komt tamelijk overeen met die van het voormalige kleilager van gresbuizenfabriek Janssen-Willemsen (eigenlijk lag het lager op de plaats van het noordelijk gedeelte van de GLAZUURSTRAAT). Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 21 november 1988. |
||
| Kleine Hoeve | Smabers 7/26 | |
| We treffen de benaming Cleine Hoeve (1654) of Cleijn Hoeff (1657) aan als oudste benaming voor de huidige Wilde Hoeve. Omdat de huidige gemeenten Beesel en Belfeld beiden onder één schepenbank ressorteerden, bevatten de schepenbankarchieven daarnaast veel gegevens die betrekking hebben op een gelijknamige boerderij op Belfelds grondgebied, in de late middeleeuwen afgescheiden van de Grote Hoeve (de latere Patershoof) aldaar. | ||
| Kleine Weerd | Smabers 9/1 | |
Op de Smaberskaart wordt de benaming den Cleijnen Weerth gebruikt voor het gebied langs de Maas tegenover Kessel, begrensd door de Maas, de Grote Weerd, en de Oude Veerweg. Met hoog water is deze weerd duidelijk herkenbaar als een langgerekte strook land die als een soort schiereiland vanaf de veerpont het langst zichtbaar blijft op het moment dat de rest van de weilanden blank staat. Zie: Boermansweerd. Loe Giesen: De Kleine Weerd tegenover Kessel. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 14 (1994). |
||
| KLEISTEKERSTRAAT | ||
Op 16 april 1982 werd bij de kerk in Offenbeek het beeld 'De Kleistekers' onthuld: twee vermoeide mensen die na een dag hard werken met hun werkpaard naar huis gaan. In de praktijk kwamen de paarden zelden ver van de kleigroeven af, maar werden ze 's nachts nabij de Hohen Stall bij de 'Paerskrub' gestald. |
||
| Klerkenhof | Smabers 1/121 | |
In 1328 verkochten Beatrix van Bisel en haar zus en zwager Fredesvint en Arnout diverse inkomsten aan Diderich Bake en diens vrouw Fredisvinden, met als onderpand acht bunder land en een bemd plus een aandeel in de tiende van Bisel. Reeds op 11 januari 1343 wordt de hof te Rikel genoemd, wanneer de graaf van Gelre Gerard Bake uit Roermond beleent als opvolger van Mathijs van Aerwinckel, mogelijk tevens leenman van de hof genaamd Arwynckel onder Echt, in 1428 in leen gehouden door de familie Bake. Gerards vader Didderic behield bij deze gelegenheid het vruchtgebruik, zodat het aannemelijk is dat de eerdere leenhouders moeten worden gezocht aan de zijde van Gerards moeder Fredeswinde. In 1412 verkocht Dirk Bake zijn aandeel in de tiende van Beesel, zoals deze eerder eigendom was geweest van Henrick van Heertzelenbach en Sybrecht Losschard, aan Peter van der Maesen. Henrick ontleende zijn naam waarschijnlijk aan een ander Gelders leengoed, de hof te Erselsbach (Kreis Jülich). De familie Van der Maesen alias De Mosa alias Van Besel (!) is mogelijk reeds in 1326, maar in ieder geval in 1369 in Beesel vertegenwoordigd in de personen Peter en Didde van der Maesen. In 1374 schonk Peters dochter Eva de Mosa 7 panelen aan de St.-Gertrudiskerk in Ouddorp. In 1382 verkocht een andere Peter van der Maesen samen met zijn tante Eva een erfpacht gevestigd op landerijen in Offenbec. Na een studie in Keulen werd Peter pastoor in (Maas- of Wald?)Niel en later tevens deken van het dekenaat Wassenberg. In 1424 kocht hij een huis met toebehoren in Rijckel, waarmee hij het klooster Maria Weide een jaar later beleende. In datzelfde jaar schonk hij ook de tiende van Besel en zijn boerderij te Rijkel aan het klooster. In hoeverre de bezittingen van de families Bake en Van der Maesen dezelfde zijn, moet nog nader worden uitgezocht.
Op de Smaberskaart uit 1781 zie we den hoff Rijckel oock genaemt Klerckenhoff. De boerderij wordt door de landmeter aangegeven als vier losse gebouwen rond een binnenplaats, eigendom van het Weijclooster. De gebouwen werden in en na 1759 vrijwel geheel herbouwd. In 1792 werd de Clerkenhof gepacht door Willem Heldens, twee jaar later genoemd samen met zijn vrouw Mechtildis Trijnes. Nadat de Fransen het leenstelsel afschaften, werd de boerderij gekocht door de laatste pachters, de Beeselse familie Heldens. In 1826 heerste een kwaadaardige veeziekte op de Klerkenhof. Deze bood de Klerkenhof in februari 1881 te koop aan. In 1963 werd de Klerkenhof door de dames Geenen te Heijthuijsen verkocht aan de pachtersfamilie Reinders.
|
||
| KLERKENHOFWEG | Smabers 1 | |
De weg staat op de Smaberskaart aangegeven als een naamloze weg tussen RIJKEL en de Klerkenhof. Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 23 juni 1975, nadat een aanvankelijk voorstel 'Klerkenweg' op verzoek van de aanwonenden was gewijzigd in de huidige benaming. |
||
| Klerkenvoetpad | Smabers 1 | |
Een voorstel om het Klerkenvoetpad, lopend van de Kerkweg bij Rijkel naar de ST.-ANTONIUSWEG, aan het openbaar verkeer te onttrekken, werd op 1 juli 1946 ingetrokken. Het pad staat vermeld op de Smaberskaart maar is uiteindelijk toch verdwenen. |
||
| Klok, de | Smabers 7/77 | |
Op de Smaberskaart aangegeven als breed stuk gemeentegrond op het eind van de HEERSTRAAT. Gezien de ligging van de percelen aan de overzijde van de RIJKSWEG zal de HEERSTRAAT zich ook in 1781 gesplitst hebben in twee wegen aansluitend op de BERGERHOFWEG en de KLOKWEG.
Het is onduidelijk hoe deze weg aan zijn naam komt; de naam wordt in oudere stukken niet genoemd (vroegstee bekende vermelding: 1925) en van de aanwezigheid van een klok is in geen enkele bron sprake. Mogelijk houdt de naam verband met het driehoekig (klokvormig?) perceel tussen RIJKSWEG en de spoorwegovergang. Een andere, helaas evenmin te onderbouwen veronderstelling gaat uit van het winkeltje van Harie en later Drees Teunissen, van waaruit o.a. petroleum en wasmiddel van zeepfabriek "De Klok" werden verkocht. Wellicht prijkte op de gevel van dit huis ooit een gevelreclame van dit merk zeep (Klokzeep was verkrijgbaar als zeeppoeder en als breekstukken), maar ook hiervan zijn geen concrete vermeldingen bekend. De juiste oorsprong van dit toponiem blijft daarmee een raadsel. In 1925 werd aan De Klok een elektrische straatlantaarn geplaatst. Bij raadsbesluit d.d. 19 november 1979 werd de benaming officieel vastgesteld voor het industrieterrein ten zuidoosten van Reuver, om zo verwarring met het industrieterrein Molenveld te voorkomen. In tegenstelling tot dit laatste industriegebied werden de borden hier (nog) niet geplaatst.
|
||
| KLOKWEG | Smabers 12/10 | |
Op de Smaberskaart uit 1781 was het gebied tussen KLOKWEG, RIJKSWEG, BERGERHOFWEG en de beek bebost. De KLOKWEG staat hier aangegeven als een strook heyde. Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 25 mei 1964. |
||
| Kloostershof | Smabers 1/121 | |
| Benaming (midden 16e eeuw) voor de Klerkenhof. | ||
| Kloostertuin | Smabers 9 | |
|
Achter het voormalige Heilig Hartklooster in het centrum van Reuver ligt de kloostertuin. Na een Open Dag op 17 mei 2009 werd deze geheel 'gerestylede' tuin gedurende de dag opengesteld voor het publiek, waardoor Reuver nu een soort stadspark heeft. Op de onderste verdieping en in een nieuwbouw achter het ingrijpend verbouwde oude kloostercomplex heeft woningbouwvereniging Woongoed 2-Duizend haar kantoren. De rest van het klooster werd verbouwd tot appartementen. Het dak van de nieuwbouw is bekleed met een natuurlijke begroeiing die een bijzonder uitkijk biedt vanaf de bovenste verdiepingen. |
||
| Klootje, 't | Smabers 10 | |
| Volgens een pachtkontrakt uit 1440 ontving de Onderste Hof reeds in die tijd een oud moercken (een bepaald muntstuk) van het land genaamd den Cloetken. In de 16e eeuw bezaten de Kruisheren van Roermond o.a. 10 morgen land met een coel gaerde voor de boerderij gelegen, begrensd door een rij bomen, de naeber wech , land van Zeger Coelhaes en dat Cloetken. Het woord is verwant aan vormen zoals klont, klos, klucht en kluit. In het middelnederlands bestaat het woord 'cluft' of 'clucht': deel van een buurtschap; gedeelte. Deze vorm is afgeleid van het werkwoord klieven. Het is goed mogelijk dat de bedoelde grond is afgescheiden van oorspronkelijk grotere landerijen, en zo aan de naam komt. De benaming 't Kloetgen komt in 1630 nog voor in Belfeld-Geloo. | ||
| Klootjenspad | Smabers 1 | |
| In 1631 werd een 1/2 morgen land in Rijkel verkocht, grenzend aan de landerijen van de Klerkenhof en met de korte zijden gelegen tussen de Reickelerwegh en aan de Cloijtens Paet. | ||
| Klootjensweg | Smabers 5-6 | |
|
||
| Koebemd, de | Smabers 2/189 | |
In 1646 werd de helft van Hamersteijns Hoff met de helft van den Spijcker verkocht; ook de helft van de Kueband, Kubandt of Kuebant met de daarop staande bomen was in deze overdracht betrokken. De helft van de Coebaent gelegen in de Raeijder Benden, eigendom van jonker Walraven van Baexen, werd in 1671 op rechterlijk bevel overgedragen aan de weduwe van de Roermondse burgemeester Claessens, die op dat moment eigenaresse was van de Spijker. In 1708 was de Koijbende gedeeltelijk eigendom van de invloedrijke familie Quijten, die eveneens de Spijker bezat. Op de Smaberskaart treffen we de benaming Koeijbembt aan voor een hoekperceel tussen de HUILBEEKWEG en HET SPICK. Dit perceel was toen eigendom van Joannes Geradts, opnieuw eigenaar van het huis den Spijker in Ouddorp. |
||
| KOEL, DE | Smabers 10/65 | |
In Offenbeek wordt al heel lang zo'n kuil genoemd als toponiem. In 1624 verkochten Heindrich Cuijten (Quijten?) en zijn vrouw het erfgoed genaamd in der Koulen met 8 bunder grond te Offenbeck gelegen aan Lens van Brugken en zijn vrouw Marie. Mogelijk diende deze verkoop tevens als aflossing van een schuld, want het goed, met twee zijden naast de openbare weg gelegen en belast met 1 erfmalder (ca. 160 liter) rogge aan de St.-Lambertuskapel, leverde niet meer op dan 45 gulden. Het is niet zeker waar dit goed in der Koulen precies lag. Waarschijnlijk wordt hier de hoek van RIJKSWEG en KEULSEWEG bedoeld (1990: Rabobank; 2001: Videoland). Op 17 juli 1756 verkochten Jan Trinis en Margaretha Cloudt ca. 1 morgen land genaamd in de Coul, gelegen nabij den Roover met een zijde naast de openbare weg, aan Peter Slousen en Geertruijdt Kessels. Door dit perceel liep een voetpad.
Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 19 oktober 1981. |
||
| KOLLERGANGSTRAAT | ||
|
||
| Konijnenboomgaard | Smabers 6/9-10 | |
| De Conijnsbongaerdt was in 1663 gelegen naast kasteel Nieuwenbroeck. In een akte uit 1664 is sprake van een boomgaard en een weide gelegen bij het kasteel. Op de Smaberskaart staat deze boomgaard nog ingetekend oostelijk van het kasteel langs het Waeterstraetjen. De weide is tegenwoordig het toneel van het 7-jaarlijkse draaksteken. | ||
| Konijnsberg | Smabers 9 | |
| Strikt genomen valt deze benaming buiten het kader van dit boek: net als de rest van de Weerd behoort de Konijnsberg sinds oudsher tot Kessel. Zoals de naam al aangeeft, bestond hier vroeger een hoogte. Deze heuvel, die ook bij hoog water zelden overstroomde, werd rond 1970 tijdens de versterking van de Maasoever geslecht. Hierbij bleek dat de heuvel een kunstmatige oorsprong had; er werden Romeinse scherven en bouwresten vermengd met mortel en houtskool gevonden, evenals fundamenten van een stenen gebouw uit de middeleeuwen plus drie vuurhaarden. Hieronder bevonden zich paalgaten van een houten voorganger. Mogelijk betreft het hier resten van de Kesselse Maastol. Lange tijd werd zonder meer aangenomen dat de heuvel zijn naam dankte aan de aanwezigheid van konijnen. Mogelijk moet de verklaring van de naam echter in een heel andere richting worden gezocht. De Weerd was vanaf de middeleeuwen tot het begin van de 18e eeuw ook een belangrijk punt voor de houthandel (zie: Huurvaarderspad); hier werden uit elkaar geslagen houtvlotten weer gefatsoeneerd voor de verdere reis naar Dordrecht. De middeleeuwse naam voor zo'n houtvlot was een 'kny', en het is dan ook niet uitgesloten dat de houtvlotters de 'knyen' tegen deze heuvel lieten vastlopen.
Op de Smaberskaart staat de benaming Conijnsbergh aangegeven voor een beplant perceel aan de noordzijde van de Grote Weerd.
|
||
| Koning Karelsweg | Smabers 13 | |
Zie: PRINSENDIJK en Steenweg. |
||
| Koolakker | ||
| Het 92 roeden groot perceel genaamd den Coolacker werd in 1740 verdeeld door de twee dochters van wijlen Peter Cruijsbergh, Catharina en Nelken. Hun respektievelijke echtgenoten, Willem Driessen en Peter Peeters (in 't Dorp), waren volgens de Smaberskaart eigenaar van percelen die met deze maat overeenstemmen, respektievelijk gelegen bij de huidige lokatie van de Grauwe Beer en langs de Maas even ten noorden van Ouddorp. | ||
| Kooymansweg | ||
De doodlopende zijstraat van de INDUSTRIESTRAAT, gelegen tussen de oostzijde van deze weg en de Streekweg, draagt deze naam volgens de wegenlegger. Voorstellen om de benaming officieel vast te stellen gingen in 1975 na aandringen van de aanwonenden niet door. De naam wordt niet gebruikt. |
||
| KORENBLOEMSTRAAT | ||
De korenbloem behoort evenals de paardebloem tot de composieten of samengesteldbloemigen. Ze dankt haar naam aan het feit dat ze zich uitstekend thuisvoelt tussen het koren. Door allerlei bestrijdingsmiddelen en door zaadveredeling komt ze veel minder voor dan vroeger. Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 25 juni 1979. |
||
| KRIETHEUVEL | Smabers 3 | |
Dit toponiem staat niet aangegeven op de Smaberskaart. Voor de naam is nog geen echte verklaring, temeer daar geen oude vermeldingen bekend zijn. Mogelijk houdt de naam verband met het Middelnederlandse 'kreit' of 'krijt': omtrek, kring, kampplaats. In de middeleeuwen werd soms een streep of kring in de grond gekrast, waarbinnen vervolgens een tweekamp kon worden gevoerd. Sommige onderzoekers gaan uit van een verband met 'krat', in het Middelnederlands een gevlochten mat of een wagenkorf. De grondbetekenis van dit woord sluit ook wel aan bij de gevlochten omheining van een kampplaats. In 1988 werd op de Krietheuvel een urn uit de IJzertijd gevonden; mogelijk hebben vroeger nog zichtbare grafheuvels (met kringgreppels?) tot de benaming geleid. Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 28 november 1966. |
||
| KROETPERS | ||
Deze naam herinnert aan de fabriek Timson die hier tot aan de verplaatsing van de fabrieksgebouwen stond. Rond 1900 lag midden in de huidige KROETPERS enkel het huis van de familie Timmermans, waar begonnen werd met het maken van stroop uit beetwortelsap. Een aanvankelijk voorstel om deze straat 'Timsonplein' te noemen werd uiteindelijk door het College van B & W ingetrokken, en de huidige benaming werd op 20 mei 1985 bij raadsbesluit vastgesteld.
|
||
| Smabers 10-11 | ||
|
||
| Krommenhoekerweg | ||
| Op de Smaberskaart aangegeven als naamloze weg van Ronckenstein naar de Dijcker Bembden. Eén tak van de weg kwam uit tussen den Geer en de Dijcker Bembden, de andere tussen de Dijcker Bembden en de Beuckelen. | ||
| Krommeweg | Smabers 8 | |
| Landmeter Smabers gaf deze weg tussen Winckelsgat en de Leemkuijlen in 1781 aan als gemene gronden en als open perceelsgrens tussen het Lichte Velt en de Walsbergh Camp. Hoewel niet als zodanig aangegeven, was hij toen waarschijnlijk al in gebruik als weg. | ||
| Kromstraat | ||
| 1. Beesel | Smabers 2 | |
| In 1425 verklaarde Peter van der Maesen de Oude dat hij zijn huis, gelegen aan de straat naar Obroick in het dorp Beesel, een stuk land genaamd de Crumsteghe of Kromsteghe en en land aan de weg van Rykelrebroick naar die Hasselt, had overgedragen aan het klooster Maria Weide uit Venlo (zie: Klerkenhof). Deze oude benaming Cromstraet (1774, 1781) betreft de KERKSTRAAT. Het kerkregister van Beesel noemt als aanwonenden o.a. Peter van der Velden en Cornelia Bongers (1788), Gerard Reijnders en Bernardine Bardy (1790-'92), Josef Wilhelm Keijser uit Düsseldorf en diens vrouw Anna Rosina Spreders uit Heidelberg (vele jaren vroedvrouw), Geurdt Quicken en Elisabeth Wilhelmina Schreurs (1790), Hendrik Lamers en Catharina Nieten (1790-'93) en Hendrik Tijssen en Maria Schrijnewerckers (1790-'92). Zie ook: KERKSTRAAT. | ||
| 2. Reuver | ||
| Vooroorlogse benaming voor JULIANASTRAAT. | ||
| Kuipersstraatje | ||
| Tijdens een voogdgeding in oktober 1649 klaagde de landschrijver en schepen Peeter Quijten, mede namens de erfgenamen van wijlen de weduwe Van der Smittzen, dat de naburen op de Haeff over het erf van de boerderij reden en deze eigen weg als openbare weg gebruikten. Deze weg behoorde volgens hen echter uitsluitend tot de boerderij Op gen Haeff; de openbare weg werd echter minder gebruikt omdat deze omliep via het Kuijpers Straetgen. Helaas zijn de gegevens ontoereikend om aan te geven waar dit straatje, waarschijnlijk genoemd naar een aanwonende kuipenmaker (ook de familienaam Cuypers komt reeds eeuwen voor in Beesel) lag. Mogelijk moeten we denken aan de BURGEMEESTER MEUTERLAAN. | ||
| A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z | ||
| © Loe Giesen, Reuver 1983-2012 | ||