Tussen Maas en Meerlebroek - Toponiemen in de gemeente Beesel
 
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
 
Caeffert, de Smabers 3

Foto: Loe Giesen

Foto: Loe GiesenDe Kaeffert wordt voor het eerst genoemd in 1628. Volgens het cijnsregister van Nieuwenbroeck uit de 17e eeuw omvatten de bezittingen van het kasteel o.a. een holtgewas geheijten die Kaeffert. Dit wordt bevestigd in de landmeting van 1654, waar landmeter Keullen noteerde: 'joncker Gheryt van Baexen tot Nuenbrock Chaeffert hoelt gewaes'. Latere vermeldingen zijn Caeffert (1670), den Caeften (1683), den Caevert (1683) en 't Kafert (1718). Naar de betekenis kunnen we slechts gissen. Mogelijk kunnen we denken aan eenzelfde oorsprong als het Franse werkwoord 'caver', uithollen.
Op de Smaberskaart geldt de veldnaam in den Caeffert voor het laaggelegen gebied gelegen tussen Nieuwekampzijweg, Nieuwekampweg, Huurvaarderspad, Bovenste Solbergweg en Caeffertweg en grenzend aan de Schoolt.
Tussen Caeffertweg en Nieuwekampweg ligt een houten hut met inscriptie "1-9-1976".

 
Caeffertweg Smabers 3
Foto: Loe GiesenOp de Smaberskaart aangegeven als grens tussen de akkers (Zwaar) en bossen (Licht) van de Caeffert en waarschijnlijk reeds in gebruik als mestweg.
 
CAMPLAAN, AALMOEZENIER  

Deze weg werd aangelegd in de jaren 50 van de 20e eeuw. Aan de oostzijde werden vooral woningen gebouwd door de woningbouwvereniging, waaronder zogenaamde duplex-woningen. Later werden in het bos aan de westzijde van de weg voornamelijk huizen in de vrije sector gebouwd. Op onderstaande foto, met rechts in de verte de Sint Lambertuskapel, was nog alleen de oostzijde bebouwd.

Foto: Archief Gemeente Beesel.

Charles Henri Guillaume Camp, geboren te Gouda, was van 1906 tot 1915 kapelaan te Reuver, waarna hij werd benoemd tot Aalmoezenier van de Arbeid, overigens gelijktijdig met Dr. Poels, die eveneens in Reuver wordt herdacht met een straatnaam. Kapelaan Camp hield zich in Reuver o.a. bezig met het Patronaat. Als aalmoezenier had hij veel bemoeienis met de oprichting van het Limburgse Groene Kruis; hij was o.a. voorzitter van het consultatiebureau. Op bijeenkomsten propageerde hij arbeiders om zich te organiseren en coöperaties op te richten. Tevens maakte hij een vuist tegen drankmisbruik. In 1916 bemiddelde hij in Swalmen bij een arbeidsconflict. In 1918 overleed hij in Roermond, slechts 39 jaar oud.

Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. ...

RHCL: Plaatsingslijst van het archief van Ch.H.G.M. Camp, aalmoezenier te Roermond, als bemiddelaar bij het arbeidsconflict te Swalmen, 1916.
 
CEYSSENSSTRAAT, PASTOOR  
Genoemd naar pastoor Jules Joseph Leopold Ceyssens, van 1953 tot 1955 pastoor van de St.-Lambertusparochie te Reuver. Ceyssens werd op 10 februari 1899 geboren te Budel; op 2 april 1927 werd hij in Roermond tot priester gewijd. Tussen 1927 en 1946 was hij kapelaan in Wyck bij Maastricht, terwijl hij van 1946 tot 1953 pastoor van Sint Odiliënberg was. Hij was een van de initiatiefnemers voor een zelfstandige parochie Offenbeek en bevorderde mede het onderwijs in deze buurtschap. De eerste steen voor de St.-Jozefschool werd door hem gelegd. Hij mocht de voltooiing niet meemaken: op 19 juni 1955 verongelukte hij met zijn bromfiets op de Rijksweg ter hoogte van Asselt.
Op 25 mei 1964 besloot de gemeenteraad om de toenmalige PASTOOR CEYSSENSSTRAAT de naam PATER CLARETSTRAAT te geven; de eerste zijstraat, parallel aan de KEULSEWEG, heette vanaf dat moment PASTOOR CEYSSENSSTRAAT.
 
CHAMOTTESTRAAT  
De toevoeging van chamotte, gebakken en gemalen misbaksels, zorgt als een van de grondstoffen voor de kleiindustrie voor een steviger produkt. De benaming voor deze weg, de eerste ontsluitingweg van buurt Heyenkamp, werd vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 24 april 1984.
 
CHRISTINALAAN, PRINSES  
Christina, dochter van koningin Juliana en prins Bernhard, prinses van Oranje, werd in 1947 geboren als prinses Marijke. Zij liet later haar roepnaam veranderen en gebruikte voortaan haar tweede doopnaam. Naar aanleiding van de persberichten hierover besloot de gemeenteraad op 22 april 1963 om de Prinses Marijkelaan, een van de zijstraten van de parklaan, om te dopen in PRINSES CHRISTINA. In 1975 huwde zij Jorge Guillermo. Dit huwelijk werd in 1996 ontbonden door echtscheiding.
 
Cirkelweg Smabers 8
Foto: Loe GiesenOp de Smaberskaart staat deze zandweg tegenover de Spieker en de Kamp aangegeven als perceelsgrens. Met wat goede wil is in deze weg een halve cirkel te herkennen. Misschien dat de naamgevers hierin aanleiding hebben gezien om voor deze naam te kiezen.
 
Claessengoed  
Op 16 augustus 1644 werd Jan Claessen aan het Klapvalderen tot Offenbeck beleend met een van de vele boerderijen die in die tijd tot de Nieuwenbroeckse laatgoederen behoorden. Op 25 januari 1665 trad Claes van Gratum op als leenverheffer van Claessen goedt tot Offenbeck. Mogelijk betreft het een verdwenen boerderijtje aan de rand van het Foekebroek aan de westzijde van de in 1865 aangelegde spoorlijn.
 
CLAESSENSTRAAT, BURGEMEESTER  

Genoemd naar jonkheer Joannes Leonardus Hubertus (Jean) Claessen, vanaf 1 augustus 1920 gemeentesecretaris en daarna van 11 augustus 1946 (K.B. 27 juli) tot aan zijn pensioen op 1 maart 1959 burgemeester van Beesel. Hij trouwde op 29 september 1924 met Agnes Maria Josepha Laumans, dochter van de Reuverse industrieel Petrus Jacobus Hubertus Laumans en Helena Hubertina Berden. Het echtpaar woonde in een groot vrijstaand pand aan de RIJKSWEG in Reuver. De familie Claessen-Laumans was tot 1969 eigenaar van kasteel Well plus landgoed de Witrijt in de Brabanse gemeente Bergeijk. Onder Laumans kwam o.a. het inmiddels weer verdwenen volleybalveld op sportpark Bösdael tot stand; hij sloeg er op 5 september 1953 de eerste bal. Tot aan zijn pensioen was Claessen tevens lid van het dagelijks bestuur van het Intercommunaal Bouwfonds 'Land van Maas en Roer'.

Claessen overleed vrij plotseling op 9 mei 1967. Zeven dagen na zijn overlijden, op 16 mei 1967, werd de naam officieel door de gemeenteraad vastgesteld voor de voornaamste ontsluitingsweg van buurt Wildenkamp, gelegen tussen PASTOOR VRANCKENLAAN en HEERSTRAAT.

 
CLARETSTRAAT, PATER  

Op de Smaberskaart aangegeven als onderdeel van de Offenbecker merckt. De naam werd (na overleg met de rector) op 25 mei 1964 vastgesteld voor het weggedeelte vanaf de KEULSEWEG tot aan de eerste dwarsstraat; de benaming PASTOOR CEYSSENSTRAAT veranderde bij deze gelegenheid van lokatie.

De Spaanse pater Antonius Maria Claret was in 1849 de stichter van de Orde der Claretijnen of Claretten, de grondleggers van Fatima-parochie (zie: TORENPAD). Hij werd in 1950 heilig verklaard.

 

 

 

 
CLAUSSTRAAT, PRINS  

Claus von Amsberg (1926-2002) was na een rechtenstudie werkzaam bij de buitenlandse dienst van de Duitse Bondsrepubliek. In 1966 trouwde hij met kroonprinses Beatrix.

De naam voor deze verbindingsweg tussen ST.-THERESIASTRAAT en PRINSES BEATRIXSTRAAT werd vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 23 augustus 1976.

 
Cleef, 't Smabers 3

Algemene benaming voor een steile helling, in dit geval het winterbed van de Maas (vergelijk Ned. klif, Eng. cliff). Op de Veluwe noemde men vroeger stuifheuvels ook wel 'santclippen'. De vorm schijnt verwant te zijn aan woorden als 'kleven' in de betekenis 'klimmen' en met het woord klei, kleverige grond.

Foto: Loe Giesen

In het midden van de 16e eeuw komen we de benaming Cleeff tegen voor de steilrand tussen de Donderberg en de Hoosterhof. Dit winterbed van de Swalm wordt in 1554 aangeduid als den Kleiff. Landmeter Muliex noteerde in 1662 het Clee. In latere bronnen komt de benaming niet meer voor. Ook de steilrand langs de noordoostzijde van de NIEUWSTRAAT/BUSSEREINDSEWEG wordt in de volksmond nu nog 't Cleef genoemd.
In onze streken wordt de benaming bovendien gebruikt voor de wegberm: 'in 't cleef van de waeg gaon zitte'.

Foto: Loe Giesen

 
Convent weerd  
Met het convent (klooster) werd meestal de bezittingen van het klooster Maria Weide te Venlo bedoeld, hoewel ook de kloosters van de Kruisheren te Roermond (Cornelishof of Onderste Hof) en Venlo (Klaashof) een enkele keer bedoeld kunnen zijn. De Convent Weyrtt, die moet worden gezocht stroomafwaarts van de Klerkenhof, wordt enkel genoemd in de landmeting van 1654.
 
Copel, de Smabers 3

De benaming op den Copel werd in het midden van de 16e eeuw gebruikt voor een aanwas nabij de voormalige monding van de Swalm in de Oude Maas bij de Aoleberg. De Copel fungeerde als oriëntatiepunt voor de vaststelling van de grens tussen Swalmen en Beesel.
Een vergelijkbare benaming vinden we bij de Coppelberg te Dieteren. In het Middelnederlands betekende 'coppel': gemeenschappelijke weide. In aardrijkskundige namen betekent het woord vaak: gemeenschappelijk stuk land. Met name aanwassen en uiterwaarden hadden vaker zo'n gemeenschappelijk karakter.

Het is ook mogelijk dat aan een verwantschap met het woord 'koepel' moet worden gedacht.

Zie ook: Aoleberg

 
Cornelishof, Sint Smabers 10/234

Een van de eerste vermeldingen van de Sindte Cornelis hoff dateert uit een belastinglijst uit 1468. Deze vroegere benaming voor de Onderste Hof werd ontleend aan de patroon van de Kruisheren van Roermond, die enkele eeuwen eigenaar waren van deze boerderij.

Foto: Loe Giesen
Foto: Loe GiesenDe heilige Cornelius was patroon van het hoornvee, zoals schapen en koeien. Het Latijnse woord 'cornu' betekent 'horen', en de heilige werd dan ook vaak afgebeeld met een horen in zijn hand. Dit zogenaamde sprekend attribuut staat ook afgebeeld op een mergelsteen boven de ingang van de kapel bij de Onderste Hof. De horen is hier door een gelijkarmig kruis gevlochten, het wapen van de Kruisherenorde. In 1600 wordt de boerderij vermeld als Sint Cornielis heren hof.

Zie ook: Nederhoeven, Onderste Hof, Ruttenhof.

 
Cornelistoren, Sint Smabers 10
Van deze toren, vermeld in een akte uit 1534, is slechts bekend dat hij niet ver van Ronckenstein lag. Het ligt voor de hand dat de benaming verband houdt met de patroon van de Kruisheren van Roermond, vele eeuwen eigenaren van de Onderste Hof. Het is niet uitgesloten dat hiermee een voorganger wordt bedoeld van de kapel bij de Onderste Hof, voor het eerst vermeld in een akte uit 1761.
 
Costeriusbos Smabers 13/2

De familie Costerius de Boschofen uit Weert was in 1781 eigenaar van een ruim 27 morgen groot perceel bos in wat later de Waterloosche Bossen zou gaan heten. Landmeter Smabers noteerde bij perceel 2 op kaart 13: "Hr. advocaet Costerius, bosch 1772". Daarmee is meteen duidelijk dat het bos toen nog maar pas was aangeplant.

Costeriusbos, situatie1781

Alexander Josephus Johannes Costerius (Weert 1741 - Roermond 1818) was in 1773 getrouwd met Maria Elisabetha Dorothea van Dunghen, dochter van Rutger van Dunghen en Petronella Vallen. Zijn schoonouders waren op dat moment eigenaren van Oud Waterloo.
Zoon Ferdinand Costerius erfde een gedeelte van de Beeselse goederen (sectie D 371 en 502). Hij verkocht er gekapte dennen op 2 januari 1846. Dochter Sabina Costerius trouwde in 1802 met Arnold Hendrik Theodoor Michiels, die later de toevoeging Van Verduynen bij de achternaam zou voegen. Ook zij verkocht in het midden van de 19e eeuw enkele malen dennenhout. Via het huwelijk van Rosalie Michiels van Verduynen met Prosper van der Renne de Daelenbroeck werd het bos later eigendom van de Van der Renne's. In 1866 verkocht de weduwe Van der Renne een partij dennen staande te wassen in Costeriusboch bij den Wolfsboom, digt bij de Waterloo onder Beesel. 1879 verkocht de weduwe opnieuw dennen van het zoogenaamde Costeriusbosch, omtrent de Waterloo onder Beesel, op korte afstand van de stations van Swalmen en Reuver. Latere vermeldingen van dit toponiem zijn niet bekend.

 
Costers valder  
Genoemd in de stichtingsoorkonde van de kapelanie van Beesel (2 april 1661) in de omgeving van het kerkdorp Beesel. Nadere bijzonderheden ontbreken.
 
Cruckums valder  
De enige vermelding van het Cruckums vaeren dateert uit 1792. Het veehek lag toen op de route van een processie, zoals blijkt uit een processtuk: Jacob Helmus werd door Hannes Curvers met een stok op het hoofd geslagen 's middags nadat de processie de straat inkwam bij het veehek.
Ligging en betekenis van deze benaming zijn niet bekend.
 
Crutz, op gen Smabers 1
De benaming up gen Crutz wordt slechts vermeld in een akte uit 1616 voor een perceel van circa een ½ morgen. De grond grensde aan de landerijen van de Klerkenhof en moet dan ook waarschijnlijk worden gesitueerd in de omgeving van Rijkel, mogelijk bij een kruising van wegen.
 
Cruysberg Smabers 3

Deze benaming plus die van de gelijknamige familie kan wellicht tot de oudste van de gemeente worden gerekend. Reeds in 1369 wordt een zekere Willem van Kruysenberg genoemd. Latere vertegenwoordigers zijn o.a. Raebe van den Kruytsberch (1412), een leenman van Johan van Kessel, Peter van den Kruytsberge (1468) en Peter van den Crutzberch (1545). De Cruysberg lag ten zuiden van de huidige markt in Beesel en reikte tot ongeveer aan de KRIETHEUVEL. In 1589 verklaarde Jacob Drabben van Biessell op verzoek van Barbara van den Cruitzbergh dat hij zich herinnerde dat vóór de Cruitzbergh een schaapstal had gestaan die nu weg was. Zoals bij veel woningen stond hier ook een grote waterput. Tijdens een razzia door soldaten uit Venlo werd in 1600 bij Peter op den Cruitzbergh de putemmer en ketting in de waterput geworpen.

Foto: Loe Giesen

Op 5 juli 1745 verkochten de Roermondse koopman Gerardus Franciscus Slotmaeckers en zijn vrouw Ida Catharina Thijssen en de Swalmer schout Jan Mathijs Daermans (namens zijn dochter Anna Aldegonda) het huis genaamd den Cruijsbergh inclusief moeshof en boomgaard te Besel gelegen tussen pastoor Schutiens (zie: Schutgensgoed) en de weduwe Straffen voor 200 pattacons aan Peter Reuvers en zijn vrouw Anna Margaretha Cox.
Op 10 november 1755 vond op verzoek van de erfgenamen Cruijsberg de openbare verkoop plaats van een huis met toebehoren op den Cruijsbergh gelegen naast de erfgenamen van Hendrick Jan
ssen. De bezittingen werden verkocht door P. Cruijsbergen mede namens zijn dochter en Geertruij Leentjens; Henricus Franssen (uit Steijl) en Joes Engels als voogden van de minderjarige kinderen van wijlen Jacobus Cruijsbergen en Anna Opheijs; Henricus Franssen als gevolmachtigde van G. Cruijsberg; Paulus Houba c.s.; Francis Geelen en diens vrouw Anna Gertrudis Cruijsbergh; Hendrick Teunisse als voogd van de minderjarige kinderen van wijlen Willem Driessen en diens vrouw Theodora Leetjes; en Jacob Denissen, mede als voogd van de minderjarige kinderen van wijlen Peter Denissen en Agatha Leetjes. Willem Franssen bood net iets meer dan zijn naaste concurrent Willem Janssen, de eigenaar van de Mortel.
Op de Smaberskaart wordt de veldnaam den Cruijsbergh gehanteerd voor het gebied begrensd door BURGEMEESTER JANSSENSTRAAT, RUYS VAN SPLINTERSINGEL, KERSTENBERGWEG en KRIETHEUVEL. Op het eind van de 18e eeuw woonden hier op den Cruijsbergh o.a. Conrard Jans
sen en Agnes Heldens (1785), Gerard Neeten en Catharina Peters (1785), Peter Janssen en Agnes Meuter (1792), Joannes Hendrix en Gertrudis Luttels (1793) en Josef Keijser en diens vrouw Anna Rosina Spreders (1794).
De benaming lijkt te wijzen op de aanwezigheid van een kruis. Dit toponiem komt ook bij andere plaatsen voor, waaronder Brunssum, Kessel, Meerssen en Wahlwiller. Daarnaast kennen we bijvoorbeeld in Swalmen de benaming Kruiskamp.
Op de Rivierenkaart uit 1849 staat het gebied te westelijk aangegeven als Kruisberg .

Zie ook: Blockenkamp, Nieuwe Schei en Schutgensgoed.

 
CRUYSBERGSTRAAT Smabers 6

Deze benaming, indertijd gekozen op grond van oude kaarten, ligt als toponiem niet exact op de juiste plaats. Het aanvankelijke voorstel luidde 'Cruysberg', maar werd wegens het ontbreken van een berg later gewijzigd.

Zie ook: Cruysberg.
Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 16 juni 1958.

 
Cruysberg valder Smabers 3
Tijdens het voogdgeding van 8 november 1649 klaagden de naburen van Biesel dat het Cruijtzberger varen bij het doorrijden vaak niet werd dichtgemaakt en dagenlang open bleef staan. Zij verzochten de gebruikers om het veehek na het passeren te sluiten zodat het vee niet te kostbare akkers zou vertrappen of kaalvreten.
In november 1763 verkocht Helena Elswijck, de weduwe van Albert Meuter, haar huis inclusief een ½ morgen land buiten het valderen van de Cruijsbergh gelegen aan Geret Luttels en Joanna Reijnders.
De lokatie zal nabij de Cruysberg zijn.
 
Cruys valder Smabers 1

Een veehek met de benaming aen't Cruysvalderen wordt reeds in 1654 genoemd onder Rijkel tussen de Kerkwegh en de Maas.
In 1712 verkochten Thijs van Cruchten en Jenneke Janssen een huis en hof met twee bomen aan het Cruysvalderen gelegen. Mogelijk houdt de ligging verband met het oudere toponiem 'up gen Crutz'.

Fotocollectie Gemeente Beesel

 
Cruysweg Smabers 6
Oude benaming voor de Molenweg tussen BUSSEREINDSEWEG en HOOGSTRAAT. In de 17e eeuw was den Cruitswech van het Rayer valderen tot in den Winckell een erfweg die slechts mocht worden gebruikt door de eigenaren en bewoners van de boerderij Genraede. Deze verbinding werd ook wel Raijerweg genoemd. Rond 1990 kwam het noordelijk deel van de eeuwenoude weg te vervallen. Het zuidelijk deel werd geasfalteerd.
 
Cuijpersgoed  
In het leenregister van Nieuwenbroeckse onderlenen wordt reeds in 1554 Lins Cuijpersgoedt genoemd onder de laatgoederen. Op 21 september 1623 werd Rut Rutgens met het ca. 3/4 morgen grote leengoed beleend. In 1644 grensde de boerderij aan die van Thisken, de zoon van Jencken der Vorster; in 1664 en 1714 lag de hoeve aent Bussereijndt naast de boerderij van de familie Peulen.
 
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
 
© Loe Giesen, Reuver 1983-2015