Tussen Maas en Meerlebroek - Toponiemen in de gemeente Beesel
 
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
 
PAARDEBLOEMSTRAAT Smabers 7

Foto: Loe GiesenDe paardenbloem of Taraxacum is een geslacht uit de familie van de composieten of samengesteldbloemigen. Met name door de houders van konijnen werden de bladerenrozet en de dikke penwortel, met de dialektbenaming sjtoep, langs wegen en in weiden gestoken.

Vastgesteld bij raadsbesluit van 25 juni 1979.

 
Paardenbemd    

De enige vermelding van de Pertsbandt (1671) bevat zo weinig gegevens dat we enkel weten dat dit toponiem in het zuidelijk gedeelte van de gemeente thuishoort. De meeste bemden lagen langs de Maas en aan weerszijden van de Huilbeek; mogelijk werden hier vooral paarden geweid.

Vergelijk: Koebemd en Veulesträötje.

 
PANNEOVEN Smabers 10
Deze straatnaam herinnert aan de stoompannenfabriek van de firma's Trienekens en Feijen die van ca. 1890 tot de 60er jaren op deze plaats was gevestigd.

Vastgesteld bij raadsbesluit van 16 augustus 1971.

 
Pannesjop  

Benaming voor het gebied ongeveer gelegen ten noorden van de BROEKLAAN aan de oostzijde van de MARIASTRAAT. Als zodanig komt dit gebied gedeeltelijk overeen met de Benheuvel. Dit laatste toponiem had echter niet alleen een geografische betekenis; met 'die van de Benheuvel' werd voor de Tweede Wereldoorlog bovendien een sociale laag binnen dit gebied aangeduid. In het midden van de 20e eeuw was vooral rond de vastenavondoptocht grote rivaliteit, waarbij 'die van de Pannesjop' en 'die van Lieëwe' vaak beurtelings met de eer gingen strijken.

Na voorstellen in juni 1934 kreeg de weg die van de overweg bij de WILHELMINALAAN via de Pannenschop naar het Broek liep, officieel de naam BROEKLAAN.

 
PARALLELWEG  

Deze weg dankt zijn naam aan de ligging evenwijdig met de RIJKSWEG. De huizen aan de noordoostzijde van de weg werden officieel tot 23 juni 1975 toch nog tot de RIJKSWEG gerekend. Deze woningen (nrs. 1-2-3) vormen het meest opvallende gebouw, met op de noord- en zuidgevels wat waarschijnijk een zogenaamd metselaarsteken is.

Het Vrije Volk, 27 juli 1976In de 1970'er jaren was aan deze weg een club gevestigd onder de naam '6 meisjes'. Ook werd geadverteerd onder de naam 'Club Europa'. Het pand werd later gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw van metaalverzinkerij Tielco.

Vastgesteld bij raadsbesluit van ...

 
PARKLAAN Smabers 9

De naam verwijst naar het sportpark Bösdael. In augustus 1937 al werd in de gemeenteraad gesproken over 'de wenschelijkheid van den aanleg van een sportpark'. In dezelfde bijeenkomst stelde de heer Heldens-Lenssen voor om op de toenmalige puinplaats in Beesel een rolschaatsenbaan aan te leggen, waarbij hij de asfalteringskosten wel wilde betalen. In augustus 1939 besloot te raad om 6 hectare grond, eigendom van de heer Berger uit Venlo en gelegen "in de Bergen", aan te kopen voor de aanleg van het sportpark. Over de prijs was met het nog niet eens, maar men had goede hoop dat de koop tot stand zou komen. Kennelijk liepen de onderhandelingen op niets uit. De Tweede Wereldoorlog zorgde voor extra vertraging.

Na de bevrijding werden de plannen echter alweer snel opgepakt. "Het gemeentebestuur is in onderhandeling over den aankoop van circa 3 H.A. grond voor den aanleg van een sportpark te Reuver nabij de Berken. Het terrein zal direct ingericht worden voor de beoefening van vietbalsport en athletiek, alsmede een renbaan voor ruiterclubs. Hiernaast zal een park aangelegd worden voor buitenconcerten. Met eventueele uitbreiding voor hockeyterrein, tennisterrein enz. wordt rekening gehouden. Nabij de losplaats te Reuver zal een ijsbaan worden aangelegd, die dezen winter nog in gebruik genomen zal worden", aldus De Roermondenaar op 15 november 1945.

Langs de BOSDAELWEG ligt een VMBO-school (eerder Mavo Pro Vita). De voormalige huishoudschool, gebouwd door de firma Franssen uit Maasniel naar een ontwerp van architect J. Bongaerts uit Roermond, werd op 27 oktober 1954 officieel geopend door de Gouverneur van Limburg. 'Pro Vita', officieel in gebruik genomen op 2 oktober 1965, werd ontworpen door architect P. Deckers en nadien nog enkele malen uitgebreid. De gebouwen van de huishoudschool werden in … gesloopt om plaats te maken voor woningbouw langs de nieuw aan te leggen WILLEM VLIEGENLAAN.

Foto: Archief Gemeente Beesel.

De straatnaam werd vastgesteld bij raadsbesluit van 17 april 1948, zulks om de reeds in de volksmond gekozen naam te bestendigen. PARKLAAN, KAREL DOORMANLAAN, PRINSES IRENELAAN, PRINS BERNHARDLAAN, PASTOOR RIJNDERSLAAN en Böschdaellaan werden echter pas op 21 oktober 1948 officieel openbaar gemaakt.

Sjra Vintcent: Een halve eeuw sportpark 'Bosdael'. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 17 (1997).

 
Passage Smabers
Algemene aanduiding Passage of Landpassage voor grotere doorgaande wegen. Zo wordt de naam in de 18e eeuw o.a. gebruikt voor de huidige RIJKSWEG en de KEULSEWEG.
 
PASSAGE  
Deze geheel overdekte straat ontstond in … bij een reconstructie van het winkelgebied tussen RIJKSWEG en WILHELMINALAAN. Voor de aanleg moest eerst de zogenaamde 'villa van Paquay' worden gesloopt.
 
Pastoorsgoed  

In de pondschatting van 1468 treffen we al een vermelding aan van Goirt Pastoiris. De boerderij wordt vermeld als Pastoorsgoedt aent Bussereijndt in een akte van 16 augustus 1644, toen het Nieuwenbroeckse onderleen werd verheven door Goertgen op ten Bongaerdt. Volgens akten van 29 mei 1666 was de boerderij gelegen naast Rutgensgoedt aen genen Bosch aent Busserijnt.

Mogelijk houdt de benaming verband met een pastoor of met een familie Pastoors. Onder andere een van de zijtakken van de Heren van Kessel noemde zich Pastoors.

 
Pastoorsland  
Vrij algemene benaming voor land dat eigendom was van de pastoor. Zo vinden we ook Kapelaansland, Kerkeland, Paterswei etc. als aanduiding van de eigenaren of belanghebbenden. Een ander en recenter voorbeeld van zo'n naamgeving is de in de 1960'er jaren onder daar spelende kinderen gangbare benaming 't Huits (genoemd naar de familie Heutz) voor een perceel aan de BROEKLAAN tussen MARIASTRAAT en ST.-ANNASTRAAT.
 
Paulusstraat, aan  
In een openbare verkoop van landerijen uit 1861 (zie De Branderij) is sprake van bouwland aan Paulusstraat. Het betreffende perceel (sectie C 92) lag aan de noordzijde van de KEULSEWEG ter hoogte van de latere Coöperatie. Aan dit gedeelte van de KEULSEWEG lagen in 1861 nog geen huizen. Het dichtstbijzijnde huis lag op de hoek van de HEYTSTRAAT (C 327, in 1843 eigendom van de Roermondse muziekleraar J.H. Luijten).
 
Patershof Smabers 1-121
Een enkel maal komen we deze benaming tegen voor de huidige Klerkenhof, zoals in augustus 1596, wanneer melding wordt gemaakt van des Paters ofte Conventz voir gen Weidt to Vendeloe hoff tho Reickell.
 
Patersweg Smabers 11

Bij raadsbesluit van 16 april 1956 werd de benaming Patersweg officieel gewijzigd in 'Reuvergrensweg'.

Een weg met de benaming 'Patersweg' vormt ook op de huidige wegenkaarten de grensweg tussen de Witte Steen en de gemeentegrens met Belfeld en loopt parallel met de Duitse grens. Op de Smaberskaart staat de weg aangegeven als perceelsscheiding. Op de plaats van grenspaal 430 staat den Grijsen Pael aangegeven. Aan de Duitse (toen Gulikse) zijde van de weg lag de bergh den Hooghen Stall.

 
Patersweerd Smabers 10/239

Foto: Loe GiesenDe Paterswiërd werd in 1919 door studenten en broeders van het Missiehuis van Steyl gegraven om een waterbekken te verkrijgen voor de opwekking van elektriciteit. De Gaesbeek, die na aftakking uitkwam in de Patersweerd, moest zorgen voor de wateraanvoer. Vlakbij de Paterswiërd werd een gebouwtje opgetrokken, waarin een turbine werd geplaatst. Deze moest de Grote Hoeve in Belfeld, die ingericht was als klooster, van stroom voorzien. De Gaesbeek voerde echter niet voldoende water aan. Met de elektrificatie van Reuver (1920-'22) werd ook de Grote Hoeve op het lichtnet aangesloten. De Paterswiërd bleef bestaan tot 1950, toen de Gaesbeek weer zijn oude loop terugkreeg.

In oktober 1923 braken de dijken van de vijver door. Deze dijken, die toch al te lijden hadden van mollen en enkele natuurlijke bronnen, waren verder verzwakt na een periode van aanhoudende regen. Binnen een half uur stortte meer dan 10.000 m3 water zich door de gebroken dijk, waarbij ook meer dan 6.000 m3 zand werd meegesleurd. Na deze dijkbreuk was de Schelkensbeek totaal verzand en het dal gedeeltelijk gevuld. Meer dan 60 arbeiders werden ingezet om de aangerichte schade te herstellen.

De laagte waarin een kleine waterloop zich in de 18e eeuw vanuit het Meerlebroek via deze plaats een weg zocht richting Schelkensbeek, werd door landmeter Smabers aangeduid als de Kalden Graaf.

 
Paterswei Smabers 8
Benaming voor een terrein onmiddellijk ten zuiden van het hoogste punt van de Walsberg. Het terrein is eigendom van de paters van Ülingsheide te Tegelen. Samen met de oostelijk van de zandrug gelegen zandvlakte die wel bekend staat onder de benaming crossterrein was de Paterswei vele jaren het decor van een jaarlijks terugkerend evenement. Vanuit recreatiepark De Lommerbergen werd hier in de 1970'er jaren ook de gelegenheid geboden om te parasailen (d.w.z. met behulp van een lier). In 1989 werd het perceel herbebost, waardoor het open karakter, eens kenmerkend voor het gehele gebied van de Walsberg, ook hier weer verloren ging.
 
Patronaat  
 
PEREIRASTRAAT, RINUS Smabers 10
Marinus Johannes PereiraZie: HENK GOMMANSSTRAAT.
 
Petrus en Paulusbrug Smabers 2 en 8

Foto: Loe GiesenAlternatieve benaming voor de 'sjaopsbrök' over de Huilbeek, ter hoogte van de HOLLEWEG. De kerkelijke feestdag voor deze heiligen valt op 29 juni. Waarom de brug zo wordt genoemd, is niet bekend.

 
Pietebos  

Aaan weerszijden van de Rayerveldweg lag vroeger het zogenaamde 'Pietebos'. Op de topografische kaart van 1890 ligt het bos nog aan twee zijden, in 1922 enkel nog aan de zuidzijde. Op de kaart van 1934 is ook dit gedeelte verdwenen.
In 1910 werd nog dennendunsel verkocht in Pietersbosch. In een advertentie van 31 december 1921 wordt het gebied aangeduid als op Pettebosch, terwijl het gebied in 1936 op Pittebosch wordt genoemd.
Door enkele landbouwers met grond daar werd het gebied rond 1990 ook nog bij de oude naam genoemd, terwijl het bos toen reeds verdwenen was.

Zie ook: BOSWEG, OUDE.

 
Plaenenbemd Smabers 6

Op het eind van de middeleeuwen heette deze bemd enige tijd anders, zoals blijkt uit een ongedateerde vermelding van Roeleppers baendt die nu Planen is. Reeds op 19 december 1444 wordt een zekere Planen genoemd als eigenaar van een boerderij nabij het Aldtbroeck en niet ver van de boerderijen van Johan Van Dijck, Heijn Reijnen en Schoemekers. De ligging moet waarschijnlijk worden gezocht nabij de huidige NIEUWSTRAAT. Ruim een eeuw later, in 1551, vinden we de weide genaamd Plainen baendt vermeld in een akte. Volgens een akte uit 2 augustus 1567 lag Planen baendt naast het zogenaamde Reynen goed; ook deze beschrijving wijst op een ligging nabij NIEUWSTRAAT dan wel het westelijke gedeelte van de BUSSEREINDSEWEG. Een van de laatste vermeldingen dateert van Pasen 1568, toen de 'bastart' Johan van Lom met toestemming van zijn vrouw Lisbett een jaarlijkse tijns, gevestigd op Plaenen bandt, overdroeg aan Wilhelm Qwiten en diens vrouw Feie van Holthuijsen, een van de dochters van de kasteelheer van Nieuwenbroeck. Deze tijnsovereenkomst was volgens deze overdracht reeds op 7 september 1494 gesloten.

Op 2 mei 1640 droegen Linnardt aen die Beeck en zijn vrouw Lisbet in gen Reijp 1 morgen baend, gelegen in de Plaenen Bant, over aan Jan aen die Beeck en Windell Quiten. Jan bezat hierdoor 2 morgen van Plaenen Baend, terwijl Dirixke aen die Beeck en Gielis aen die Beeck de resterende 2 morgen in eigendom hadden.

 
Plaets, de Smabers 2 en 6

De vermeldingen van deze straatnaam zijn legio en hebben betrekking op de markt van Ouddorp plus op de latere markt in de huidige dorpskern van Beesel.

Volgens een akte uit 1633 lag de openbare Dorp Plaetz niet ver van het Maesstraetgen. Deze ligging komt overeen met de latere Vismarkt.

In juli 1566 ruilde Peter Dorssers een huis op de Plaets te Beesel gelegen in de Vehestraet naast het erf van de Kruisbroeders voor een bedrag van 108 daalders met Goirt Dorssers en diens vrouw Jen voor een huis en hof te Leuwen gelegen, naast de hoeve van Arndt van Duirsdall.

Tijdens een razzia door Spaanse soldaten op 10 augustus 1600 werd bij Gerart op den Plaetz, de pachter van Johan Finemans, de waterput opengebroken en de varkenstrog met het varkensvoer in de put geworpen waardoor het drinkwater volledig bedierf. De helft van deze boerderij te Biessell op de Plaetz gelegen werd op 25 november 1605 door Johan Finemans en Aleijen Vorstermans verkocht aan Wilhelm Quiten en Geertruidt van Hornne. Deze familie bleef lange tijd eigenaar van de boerderij.

Ook de pachters van een boerderij in Swalmen, Jacob op Boeckweitzdriesch en zijn vrouw Heindrichsken, bezaten op de Plaetz een boerderij, die zij in oktober 1622 verkochten aan Paulus Schlabbertz en diens vrouw Mercken. Deze boerderij lag tussen landerijen van Thilman Daniels en Geercken Schlabbertz.

Op 22 februari 1638 verkocht Thijs Daniels aen den Stap, als gevolmachtigde van zijn broer Thonis en van Encken aen den Stap, hun huis op de Platz aan Evert Ellens en diens vrouw Neesken Suilen. De boerderij was gelegen tussen Gortt Cruitzbergh en Paulus Slabbertz, met één korte zijde grenzend aan het openbare voetpad en de andere zijde aan de gemeine Platz.

Op 21 mei 1708 was het huis genaamd Op den Plaets, gelegen naast de erfgenamen van wijlen Henderick Trines, eigendom van de Beeselse schepen Peter Quiten en zijn vrouw Elisabeth Beurskens, tevens eigenaren van een huis aan de Reuver.

De Collignon, eigenaar van Nieuwenbroeck, was tevens eigenaar van een huis op de Plaetse. Dit huis lag op de hoek van de huidige BURGEMEESTER MEUTERLAAN en de MGR. THEELENSTRAAT, tegenover het huis van Peter Meuters. Daarnaast was hij eigenaar van een nieuw huis dat daar tegenover lag, aan de westzijde van de straat. Beide huizen werden in 1769 door De Collignon en zijn vrouw Maria Francisca Nebelinck verpand aan A. Arts. Op 9 november 1783 trouwden Johannes Henricus Felbruck uit Wesel en Anna Maria Mechtildis Berculaer uit Venlo in Beesel; bij de geboorte van hun kinderen (1784-1794) worden zij genoemd als bewoners in castro en van een huis op de Plaetsch. Aangezien Ernest van Aefferden, sinds 1775 eigenaar van Nieuwenbroeck, optrad als doopgetuige, ligt het voor de hand dat zij aanvankelijk op Nieuwenbroeck en later in een van beide huizen op de Plaets woonden. Met name pastoor Van Douveren noteerde in de kerkregisters geruime tijd bijna alle buurten, boerderijnamen of straatnamen waar zijn parochianen woonden. Op de Plaetsch woonden tussen 1785 en '93 onder andere Joannes Fijten en Christina Tijssen, Antonius Buijsers en Mechtildis Meuter, Arnold Misdom en Maria Dorssers, Albert Bloemers en Petronella Nijssen, Petrus Buijsers en Anna Cornelia Beurkens, en Josef Wilhelm Keijser en Anna Rosina Spreders (zie ook: Kromstraat en Cruysberg), Paulus Stevens en Maria Luttels, Albert Meuter en Joanna Gerits en in 1792 Godefridus Quicken, de smid van Beesel (zie: kerk), en Wilhelmina Schreurs, eerder woonachtig aan de Kromstraat. Op 27 juni 1791 wordt melding gemaakt van een nieuw getimmerde smitse aan de Plaats gelegen. Maria Mechtildis Muyter, weduwe van Antoine Buijzers, en Joseph Dortam, echtgenoot van Elisabeth Buijsers, verkochten hun huis in november 1822 aan Joseph Antoine Seipgens uit Roermond.

 
Plaetserhof Smabers 6

De Plaetserhof heette eerder Fijnemansgoed. In 1622 verklaarde een 66-jarige getuige dat hij was geboren te Biesel op de Plaetz, in het huis dat voorheen van de partijen Finemans was geweest, maar dat nu eigendom was van de familie Quiten. Op basis hiervan zou de boerderij al hebben moeten bestaan rond 1550. De Plaetser hoff wordt genoemd in het cijnsregister van Nieuwenbroeck. In 1708 namen Peter Quijten en zijn vrouw Elisabeth Beurskens een lening op met als onderpand hun huis genaamd op de Plaets.

De oorspronkelijke Plaetserhof, die al in de 16e eeuw twee eigenaren had (zie: Fijnemansgoed), moet reeds vroeg zijn gedeeld. Rond 1715 brandde namelijk een Plasserhof af. In dat jaar droegen Henricus Cox, diens vrouw Maria Smeets en schoonzus Maria Gertrudis Smeets hun ¼ deel van de boerderij, waaronder de gehele huisplaats van deze afgebrande hof met schuur, stalling, moesgaard en boomgaard, over aan Henderick Ketelaers en Maria van Rin.

Zie ook: Ketelaersgoed.

 
Plaetskamp  
Slechts één vermelding van de Plaetscamp is bekend, daterend uit ca. 1700. De ligging was vermoedelijk grenzend aan de Plaets.
 
POELSSTRAAT, DR.  
Henricus Andreas Poels werd op 14 februari 1868 geboren te Venray. Na studies te Rolduc en Roermond werd hij op 23-jarige leeftijd tot priester gewijd. In 1894 promoveerde hij tot doctor in de theologie. Tijdens de spoorwegstaking van 1903 was dr. Poels, toen kapelaan te Venlo, zeer aktief, waarvoor hij werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Nadat hij tussen 1904 en 1910 aan de universiteit van Washington Exegese doceerde, keerde hij terug naar Limburg om zich in het mijnengebied aan de zielzorg te wijden. In 1913 werd hij tot hoofdaalmoezenier van de Arbeid in het mijndistrict benoemd. Daarnaast was hij zeer aktief bij oprichting van diverse organisaties. Toen Troelstra in 1918 uitspraken deed die bijna tot een nationale revolutie leidden, was Poels een van de eersten die zich tegen hem keerden. In de jaren die volgden werd Poels vele malen onderscheiden door Staat en Kerk. Gedurende de Tweede Wereldoorlog verbleef hij in Zwitserland. Zijn laatste levensdagen bracht hij door in het klooster Imstenrade onder Heerlen, waar hij op 7 september 1948 overleed. Hij werd vier dagen later in zijn geboorteplaats Venray begraven.

Vastgesteld als 'Mgr. Dr. Poelsstraat' bij raadsbesluit van 26 augustus 1949 voor de weg door het industrieterrein (De Klok) in verband met de grote verdiensten van Mgr. Dr. Poels voor de arbeiders die in deze omgeving werk zullen vinden. 

 
POLDERWEG Smabers 11

Foto: Loe GiesenIn de late 19e en vroege 20e eeuw veranderde het overgrote deel van het Meerlebroek in een polderlandschap. De POLDERWEG vormde een van de ontsluitingswegen in het gebied tussen Offenbeek en Belfeld.

Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 18 maart 1968.

 
Polisbemd  
De exacte ligging van deze weide aan de rand van het Meerlebroek is onbekend. De enige vermelding komt uit een ongedateerde akte uit de 16e eeuw: bij de Onderste Hof (Nederhoeven) hoorde toen ca. 1 bunder land nabij de heide en tot aan de weg bij de Polis baent. De oorspronkelijke betekenis van 'polis' is 'bewijsstuk'. De gegevens zijn te schaars om op basis van deze vermelding een verklaring te geven.
 
Ponnysjträötje Smabers 10
De Roermondenaar, 11 april 1914.De Roermondenaar, 14 november 1908.Deze benaming voor de WILHELMINALAAN dateert uit de eerste helft van de 20e eeuw, toen grote aantallen paarden uit Oost-Europa via de spoorlijn werden aangevoerd. Bijnamen als 'van de paerskaupman' herinneren nog vaag aan deze internationale handel, die tot in Rusland reikte. Zo zou een van de handelaren een beeld van de H. Helena van Rusland hebben meegebracht van een van zijn reizen; het kreeg een plaats in de kapel bij de Onderste Hof, maar verdween rond de Tweede Wereldoorlog naar het museum in Asselt.
 
Pos, de  
Volgens dhr. Niessen uit Tegelen werd deze benaming vroeger gebruikt voor een gebied nabij de Koebaendj (Ouddorp). Geschreven vermeldingen ontbreken. De betekenis in onbekend.
 
Poshoes, 't Smabers 2/178

't Poshoes is sinds juni 2008 de benaming voor een café aan de MARKT te Beesel. In 1781 woonde op deze plaats de smid Jan Fijten en zijn vrouw Christina Tijssen. Dit huis werd in augustus 1788 na een gedwongen verkoop eigendom van Hendrikus Janssen. Het gezin Fijten verhuisde hierna naar de Bakhei.
Schatheffer Hendrikus Janssen en zijn vrouw Wilhelmina Gerits verkochten het huis aen de Plaets in juni 1791 alweer in twee delen en verhuisden daarop naar Bussereind.

Het voorste gedeelte van het huis werd nu eigendom van Gradus Reijnders en Berdina Berdij. De andere helft kwam in handen van Joannes van Beesel, een tot katholiek gedoopte jood.
Gradus en Berdina lieten het huis na aan hun zoon Frans, die in 1823 trouwde met Anna Margaretha Thewissen, met wie hij enkele kinderen had. Na haar overlijden hertrouwde Frans in 1833 met Agnes Geraets. Tijdens een storm om 29 januari 1836 werd het huis van Frans Reijnders ernstig beschadigd, evenals dat van zijn buurman, de smid Jan Quicken. Twee weken later schreef de burgemeester dat "in deze gemeente twee huiser door den stormwind zijn ingestort geworden, eerstens het huis toebehoorende aan Reijnders Francis, dagloner woonende in deze gemeente, welk huis als huisraad aan eene waarde van ses hondert franken beschadigd is, tweedens het huis van de weduwe Jan Quicken, dagloonster en nabuurvrouw van den bovengenoemden, is voor eene somme van drie hondert franken beschadigd". Het betrof in beide gevallen arme huishoudingen die met handarbeid de kost moesten verdienen.

Kennelijk werden de huizen herbouwd. Frans Reijnders, die in inmiddels naar Swalmen was verhuisd, verkocht zijn woning op 3 maart 1855 aan Frans Willem Beelen uit Belfeld en Cornelia Huberta Janssen uit Beesel. In juli 1855 kochten zij tevens het aandeel van de familie Quicken.
De nieuwe aankopers waren nog ongehuwd maar zaten kennelijk al vol plannen. Nadat ze hun huwelijkse voorwaarden overeen waren gekomen gaven zij elkaar in juli 1857 het ja-woord. Beelen overleed in 1875, slechts 52 jaar oud. In februari 1876 werd op verzoek van de weduwe Beelen en haar kinderen Jacques, Lucia en Guillaume een inventaris opgemaakt van de nalatenschap.

In het begin van de 20e eeuw was het pand eigendom van Jacob Schoenmakers en Catharina Hubertina Stroucken. Deze familie beheerde er tussen september 1909 en 1928 het hulppostkantoor van Beesel en op de foto (rond 1920) zien we dan ook vader Jacob en zijn dochter Maria. Let ook de de brievenbus links onder in de gevel.
In 1930 werd het huis bij een grondige verbouwing weer in tweeën gedeeld. In het rechter deel was enige tijd slijterij Janissen gevestigd, later computerwinkel RoRo. In het voorjaar van 2008 kregen beide panden echter een ingrijpende facelift waarbij de gevelindeling uit het begin van de 20e eeuw weer grotendeels werd hersteld. In het pand werd een café geopend dat op 20 juni 2008 feestelijk werd geopend.

 
POTTERSTRAAT, PAULUS Smabers 10

Paulus Potter (1625-1654) was vooral een natuurschilder. Met name zijn kleinere schilderijen van dieren behoren tot de betere. Daarnaast schilderde hij landschappen.

Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 28 november 1966.

 
Poulengoed  
In 1589 werd een proces gevoerd inzake de boerderij van Gerart Wouffartz en een stuk land te Offenbeick an gen Dick, grenzend aan Poulengoit, nu Ronckensteins.
 
Praselers Camp Smabers 5
In 1748 verkochten Mattis de Loo en Grietgen Stoffers hun huis met toebehoren aan de BUSSEREINDSEWEG gelegen inclusief 2 morgen gelegen in de Praselers Camp. Dit land grensde met de lange zijden aan de bezittingen van Gerit van Hoemoet en Balthasar Wijhers, de eigenaar van Waterloo, en met een korte zijde aan de Steegh (WATERLOSEWEG). Vergelijking met de Smaberskaart en kerkregisters toont aan dat het hier gaat om het gebied begrensd door BUSSEREINDSEWEG, RIJKSWEG, WATERLOSEWEG en de eerste zandweg ten westen van de in 1865 aangelegde spoorlijn. Praselen betekent zoveel als prevelen of kletsen. Er zijn geen aanwijzingen dat hier ooit hagepreken werden gehouden, zodat de juiste betekenis vooralsnog een raadsel blijft.
 
PRINSENDIJK Smabers 13

Foto: Loe Giesen

De PRINSENDIJK vormt ongetwijfeld een van de meest historische wegen van de gemeente Beesel. Hij werd, mogelijk in de 2e eeuw, aangelegd als een gedeelte van de Romeinse heerbaan die van Xanten (aan de Rijn) via Heerlen naar Trier liep. Langs de weg werd o.a. een bronzen munt van keizer Septimus Severus (193-211) gevonden. In de 16e eeuw werd de weg ook wel Steenweg of Keizer Karelsweg genoemd. Op een kaartje uit 1763 is sprake van Koninghs Carels nu genaemt Prinsen dijck.

De Keijsers Baene off Prinssen dijck wordt door Smabers (1781) aangegeven als een kaarsrechte weg langs de rand van het hoogterras vanaf den witten pael richting Swalm. Deze weg vormde tevens de grens tussen de hertogdommen Gelre en Gulik. Dat het gebied ook door kudden koeien werd gebruikt, kunnen we opmaken uit de aanwezigheid van de Swalmer koeijdrinck aen Dorpels raeij, niet ver van grenspaal 426B. Opvallend is verder, dat de weg ook ten zuiden van grenspaal 426 in 1781 nog volledig rechtdoor loopt. Dat de PRINSENDIJK bij grenspaal 426 gewoon rechtdoor liep, wordt bevestigd door de aanduiding van een hoeck, alwaer den Prinssen dijck den bergh aff comt.
Zowel het huidige tracé richting Grietjens Gericht als het voormalige zuidelijke trajekt van de prinsendijk wordt aangegeven als een weg van mindere kwaliteit dan het noordelijke gedeelte tot aan de Witte Steen.

Bij grenspaal 426 (de Vijf Eiken) staan twee stenen op niet meer dan enkele tientallen centimeters van elkaar: één duidelijk zichtbaar, een tweede met slechts een klein stukje boven het gras. Hier liep de Romeinse weg vroeger rechtdoor in zuidelijke richting.

Foto: Loe Giesen

Tussen de grenspalen 426 en 429 (de Witte Steen) staan aan beide zijden van de weg grenspalen, met daartussen een ogenschijnlijke strook niemandsland. Aan de Duitse zijde van de weg moest een afrastering met elektrische draden de wilde zwijnen lange tijd van de Nederlandse akkers houden. In 2010 werd deze barrière verplaatst naar het weste, zodat de dieren ook in het nieuw ontwikkelde natuurgebied langs de grens kunnen fourageren.
Tussen de beide grenspalen 428 ligt, pal tegen de weg, een diep verzonken bunker. In totaal liggen langs de PRINSENDIJK nog zeven bunkers die in het najaar van 1944 op bevel van de Duitse bezetters werden gebouwd als onderdeel van de zogenaamde 'Maas-Rur-Stellung'.

Foto: Loe Giesen

Tussen Witte Steen en Grietjens Gericht heeft de Prinsendijk een lengte van ongeveer 5100 meter. Alleen de RIJKSWEG en de A73 zijn langer.

Vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 25 mei 1964.

Manfred Gross: Bunkers aan de Prinsendijk en in het Brachter bos. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 14 (1994).
Wiel Luys: Romeinse wegen en bewoning in Swalmen-Beesel-Belfeld. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 4 (1984).

 

 

 
Putrade Smabers

In een akte uit 1552 wordt de ligging van Putraede omschreven tussen de Groissen Eicksbergh en die Twen Siepen. Op een door landmeter Smabers in 1763 getekende kaart van het Gulikse (nu Duitse) bosgebied vinden we Putraedt, door die van Swalmen genoemt de Twee Sijpen (zie afbeelding nr. 9), afgebeeld als twee langgerekte dalen dwars op de PRINSENDIJK. Beide dalen gaven ongetwijfeld de naam aan dit gebied, dat op de hoogtekaart nog zichtbaar is tussen de grenspalen 426 en 427. Op de Kabinetskaart van Ferraris (1774) staat de Mont de Putrade aangegeven langs de noordoostgrens met Pruissen.

 
PROCESSIEWEG  
De PROCESSIEWEG kreeg zijn naam op 20 september 2009; het naambord werd tijdens de afsluitingsviering van 175 jaar St.-Lambertusparochie onthuld door zuster Leonie, een van de voormalige bewoners van het Dominicanessenklooster. De privéweg lag toen al tientallen jaren tussen de St.-Lambertuskerk en het Heilig Hartklooster. Naast de kapel van het klooster werd in 2009 een nieuw parochiehuis gebouwd, dat in september werd ingezegd door Jan Spee, deken van Venlo.
 
Processieweg  
De Processie- of nabuurweg wordt al vermeld in 1763. In 1791 verklaarde landmeter Smabers dat er een fout was gemaakt bij de meting van de Koeijbembt, perceel 189 op kaart 2. Daarbij omschrijft hij de beide wegen langs dit perceel als de Processiewech en de weg naar het Schaepsbrughsken. Hieruit volgt dat het moet gaan om de weg genaamd HET SPICK.
 
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
 
© Loe Giesen, Reuver 1983-2015