Van Biesweerd tot Boeshei - Toponiemen in Swalmen en Asselt
 
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
 
Sagershof  
Google Maps

Foto: Loe Giesen

1861, zo staat er gebeiteld in een steentje in de top van de linker gevel. Het bouwjaar van deze karakteristieke boerderij aan de noordkant van Swalmen-Heide, zo zou je zeggen. Maar de geschiedenis van Sagershof - soms ook foutief aangeduid als Zagershof - begint al eerder. Op de oudste kadasterkaart van Swalmen was Jan Mathijs Sagers, koopman en schrijnwerker te Roermond, al eigenaar van het bebouwde perceel sectie A nr. 651. Het was een soort rijtjeshuis, samen met de twee woningen van dagloner Willem Janissen en zijn vrouw Maria Anna Schrijnewerkers, die werden vermeld als eigenaar van het overige tweederde deel. De drie huisjes lagen ongeveer op de plaats waar nu de markante hoeve ligt.

Sagers, in 1777 geboren in Roermond, was zeker niet onbemiddeld en een graag geziene klant van de notarissen in zijn woonplaats. Na zijn huwelijk met Maria Henrietta van Lerp in 1803 kocht en verkocht hij land en huizen in en rond Roermond. In de latere jaren breidde hij zijn bezittingen in Swalmen gestaag uit door middel van grondaankopen. Sagers was duidelijk bezig op zijn blikveld te verleggen naar het noorden. Toen hij in 1854 overleed, ging zijn weduwe verder met de uitbreiding van de Swalmer bezittingen. Zo kocht ze in het najaar van 1860 de twee aangrenzende huizen (inmiddels kadastraal samengevoegd tot sectie A nr. 1607) op van Theodoor, Everard en Margaretha Janissen, kinderen uit het eerste huwelijk van buurman Willem Janissen met zijn eerste vrouw, Mechtildis Schijnewerkers. De weduwe Sagers liet daarna kennelijk de huisjes slopen en op dezelfde plaats herrees in 1861 het huidige pand.

Foto: Loe GiesenNa Sagers' dood gingen de bezittingen over op zijn weduwe en hun kinderen Ludovica Caecilia (in 1845 getrouwd met de onderwijzer Petrus Franciscus Hubertus Bingen), Joanna Maria Hubertina (in 1847 getrouwd met Joannes Martinus Giesbers) en de nog ongehuwde Jean Henri. De familie had toen ook ook nog bezittingen in Roermond, Hunsel, Horn, Maaseik en Melick-Herkenbosch. Pas in 1863, enkele weken voor het huwelijk van Jean Henri met Wilhelmina Christina Rassaerts, werd de nalatenschap van vader Sagers gedeeld, een deling overigens die pas twee jaar later werd afgerond en waarbij zoon Henri de boerderij in Swalmen kreeg toegedeeld.
Op zaterdag 26 september 1868 ontstond brand op de pachthoeve. De bewoners konden zich nog net redden, maar het paard en de koeien vielen ten prooi aan de vlammen.

In 1871 kocht Henri Sagers bij een openbare verkoop ook nog het huis en de landerijen van Wilhelmina Hendrix, weduwe van Hubert Coenen, en haar kinderen. Op de oudste kadasterkaart staat dit huis (sectie A 647) vermeld als eigendom van bezemmaker Lambert Coenen, niemand anders dan de zojuist genoemde Hubert, die in de wandeling vrijwel zeker gewoon Baer werd genoemd. Dan krijg je dat soort misverstanden. Ook deze bezittingen, iets noordelijker langs de Heide gelegen, werden bij de Sagershof getrokken.

Een jaar later sloeg het noodlot opnieuw toe. Op maandag 23 september 1872 brandde de boerderij vrijwel geheel af. Binnen enkele maanden werd de boerderij herbouwd. In 1873 is voor het eerst sprake van de benaming Sagershof.

 

Schaar, het

Smabers
Google Maps

In 1715 verpanden Petrus Randhaxe en Lucia Quijten hun huis te Asselt gelegen, genaamd het Brouwhuys en onder andere land op het Schaar gelegen.

 
Schaarbroeker Haak Smabers 2  
In 1780 werd land verkocht nabij de Boekkuijl gelegen op het veld genaamd den Horst, met beide lange zijden tussen de erfgenamen van Peter Peters en Cun Slabbers en met de korte zijden grenzend aan de zogenaamde Schaerbroeker Haek en de openbare Leijgraef.
 
Schaarbroekerkoeweide Smabers  
In 1863 verkocht mr Albert Thissen te Roermond veldvruchten op de Molengriend onder Roermond en in de Schaarbroekerkoeweideonder Swalmen. In 1864 had Martijn Pascal Hubert Strens hier eveneens land.
 
Schaarbroekerveld Smabers  
In 1718 verkochten Reijner Sassenveldt en Maria Coulmans, burgers te Roermond, akkerland in het Scharbroecker Veldt gelegen. Op het kadastraal minuutplan van 1842 staat het Schaarbroekerveld aangegeven voor het gebied ten noorden van de RAAYERWEG, tussen RAAYER LUYCKWEG en RAAYERVELDWEG.
 
SCHAARBROEKERWEG Smabers 2/10
Google Maps

Foto: Loe Giesen

Deze weg wordt in 1755 genoemd als Scharbroeckerwegh. Op kaart 2 van landmeter Smabers (1774) staan langs de huidige SCHAARBOEKERWEG bij perceel 10 twee gebouwen aangegeven. Een voormalige hoppenhof is op dat moment in gebruik als akker. De gebouwen liggen echter niet waar de boerderij nu ligt, maar aan de overzijde van de weg. Waar de RAAYSTRAAT tegenwoordig een scherpe draai maakt, liep deze in 1774 nog door, langs de zuidkant van de verdwenen boerderij, om zich meteen achter de Leijgraaf weer bij de SCHAARBROEKERWEG te voegen.

Foto: Dominique ClerxIn 1426 verkochten Rutger van Vlodrop en Elisabeth van Wachtendonck land aan het Schatbroeck gelegen aan de Kartuizers van Roermond. Een lijst van keurmedige landerijen, behorend tot de Asselterhof, vermeldt in 1463 Kathryna op Schairbroick; mogelijk was zij pachtster van de gelijknamige boerderij. In dezelfde lijst is tevens sprake van een hoeve Schaitbroick.
In 1561 werden Schaerbroek en de Graeterhof bestemd tot onderhoud van bisschop (Lindanus) en het kapittel.
In de beschrijving van openbare wegen en voetpaden van 1588 lezen we over het onderhoud van de Leygraaf en enkele bruggetjes vanaf de hoeve Scharbroeck en de Tichelerien naar het broek bij Assell aan de Hoger Hecken en van daaruit door het broek tot aan de Maas.
De Swalmer trouwboeken vermelden in 1629 het huwelijk van Peter Rutsen alias Schaetbroeck en Berta Slabbers. Een jaar later werd beslag gelegd op goederen van de pachter van Schaerbroeck wegens achterstallig loon.
Foto: Loe GiesenHenricus Franssen en Matthia Pulmans alias Van Elmpt, beiden in 1647 gehuwd te Asselt, waren enige tijd pachters van Schaarbroek, waarna ze op de Baxhof gingen boeren. Volgens de hoofdschat werd Schabroek in 1687 bewoond door een weduwe met twee knechten en een maagd. Volgens dezelfde lijst, maar dan over de beestenschat, telde Schaefbrouck op dat moment 7 koeien, 5 runderen, 5 korven bijen en 65 schapen. In een verzoekschrift wendden de pachters van Schaerbroeck, pachthof van het kapittel te Roermond, zich in 1704 tot de gemeente Swalmen. Ze woonden meer dan een half uur gaans van de gemene weidegronden van Swalmen. De pachter had de laatste 4 jaar geen gebruik gemaakt van deze gronden en wenste derhalve niet bij te dragen in het onderhoud van een koeherder. Peter van der Linden en zijn vrouw worden in 1712 genoemd als 'halffman op´t Schaerbroeck' en in 1722 en '24 werd tweemaal beslag gelegd op de goederen van Leonard Fijten, pachter van Schaerbroek. In een lijst van 1746 worden Joannes Bremmers en zijn vrouw Petronella Hoefnagels vermeld als pachters. Bremmers werd enkele dagen voor kerstmis 1749 dodelijk gewond door Joannes Geurts, inwoner van Daelenbroek. De dader was hierop voortvluchtig en werd in september 1751 bij verstek veroordeeld tot levenslange verbanning uit de heerlijkheid Daelenbroek.

Foto: Dominique ClerxIn 1798 werd Schaerbroeck, groot ruim 23 bunder, voor frs. 642.000 verkocht aan Hyacinth Smets, advokaat te Maaseick. In de jaren daarna moet de boerderij weer van eigenaar zijn veranderd. In 1811 namelijk verkochten Sophie Hendrix en haar man Gerard Ramaekers (eerder pachters van de Beeckerhof) de boerderij Schaerbroek voor een bedrag van frs. 8.000 aan Sibille Elisabeth van Buggenom, weduwe van Louis Pitaffe. In 1852 werd de hoeve vermoedelijk gepacht door Hendrik van Melick. De erfgenamen van wijlen Sybilla Elisabeth de Buggenum verkochten hun bezittingen in Swalmen in 1855.
Tot 1868 was de weg particulier; in dat jaar werd de weg door eigenaar mr Martin Pascal Strens geruild met de gemeente, waardoor het een openbare weg werd. In 1869 werd Schaarbroek bewoond door Sebastiaan Daniëls en zijn vrouw Anna Elisabeth Roumen.

 

 

 

Foto: Loe Giesen

 
Schans Smabers 10/211
Google Maps

Foto: Loe GiesenIn het Schoolbroek bij de buurtschap Heide, westelijk van de spoorlijn Roermond-Nijmegen, lag vroeger de schans van Swalmen: een door de boerenbevolking opgeworpen omgracht terrein met aarden wallen. De gracht werd gevoed door de Teutebeek.
Dit soort vluchtschansen werd vooral aangelegd op het eind van de Tachtigjarige Oorlog. Een exacte datering voor de Swalmer schans is niet bekend. De schans in de Beeselse Bakhei wordt voor het eerst genoemd in 1639, de schans bij de Spieker in Reuver-Leeuwen in 1641, de Gelooer schans in Belfeld in 1642. De ouderdom van de Swalmer schans zal vergelijkbaar zijn. 17e eeuwse vermeldingen ontbreken echter vooralsnog.

Op de Smaberskaart (1774) is de schans eigendom van de Sint Jans Broederschap en ook in 1785 is sprake van 'de soo genoemde Schans aen St. Jans Broederschap toebehoorende'. Swalmen kende toen liefst vier broederschappen, ook wel schutterij genoemd: de Sint Antoniusbroederschap, de Sint Jans Broederschap, de Sint Joris Broederschap (ook wel Drakenschutten genoemd) en de Sint Sebastianusbroederschap (ook wel Asselder Schutten genoemd).

Op de montagefoto zien we dat de schans was gelegen tussen de Teutebeek en de toegangsweg tot de fietsbrug over de A73.

Wiel Luys: Schansen, eens vluchtplaatsen voor de plattelandsbewoners tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 5 (1985), blz. 108-132.

 
Schatbroek    
Een lijst uit 1395 vermeldt Schatbroick, Schatbroecke of Schatbruggen. Een gedeelte van dit land behoorde later tot Myddelhaven, waardoor een lokatie in de omgeving van Middelhoven het meest voor de hand ligt.
 
Schatkuil    
In het voogdgeding van 1588 lezen we: "Van wegen der gemeyner foetpede ist erkleirt dat ein gemeyn foetpat ist, der aengeit an der Schatzkoulen nae der Deuffelseicken nae gen Houterfeldt, vann danne in die Sandtstraete uitter Sandtstraete opt Voerfelt dorch dat Venlonischer straetgen achter Peeter Smeetz goudt op ten Mortel, van den Mortel durch den Hoeffacker neffens Bouten goudt op die oliehsmeulen, van der oliehsmullen langhs den Nouwenhof oever den Aldenhoever patt op Boekesstap unnd van danne in gen Mase."
 
Schenckenland Smabers 4/9  
Foto: Loe GiesenDe benaming Schenckenlant wordt in 1774 gebruikt door landmeter Smabers voor het vreemd gevormde perceel 9 op kaart 4, ten noordoosten van de Sijperhof.
 
SCHENCKLAAN, BARON DE Smabers
Google Maps
Foto: Rinus Flokstra

De familie Schenck van Nydeggen was lange tijd eigenaar van kasteel Hillenraad en heer van de heerlijkheden Swalmen en Asselt. De titel van baron werd o.a. gevoerd door de Christoffel, Caspar en Arnold Schenck op het eind van de 17e eeuw. Nadat Swalmen in 1695 samen met Hillenraad een markgraafschap werd, mocht de heer van Swalmen zich markies en markgraaf noemen.

Giel Geraedts: De langdurige rechtsstrijd over het testament en over de nalatenscgap van Markies Arnold Schenck van Nijdeggen (1662-1709). In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 3 (1983).

 
Schietroede    
Rond 1644 (z.d.) droeg Jacop van Stralen een stuk land land te Assell aan de Roede of de Schietende gelegen tussen de hof te Assell en Jacop op Bogweijtsdries, met beide korte zijden grenzend aan voornoemde hof over aan Gerart Merttens en diens vrouw Anna.
 
SCHINHEUVEL Smabers 2-3-4  
De Schinheuvel is op de kaarten 2, 3 en 4 van landmeter Smabers (1774) het beginpunt van zijn landmeting.
 
SCHOOLBERG Smabers 6
Google Maps

Op kaart 6 loopt de weg verder, via het bruggetje over de Swalm en langs de Genoenhof, om over te gaan in de GEBROUWHUISWEG. Met de aanleg van de spoorlijn in 1864 en de snelweg in 2005 is de situatie hier ingrijpend veranderd.
Tijdens het voogdgeding van 1697 klaagden de naburen van de Boutenstraet dat het voetpad langs de Swalm naar de Noenhoff hun belet werd.

Foto: Loe Giesen

Foto: Loe GiesenHelemaal op het einde van de SCHOOLBERG heeft de familie Janssen de hele tuin (omgedoopt tot 'Zjwaamvallei') volgebouwd met kleine fantasiehuisjes.

Vastgesteld bij raadsbesluit van 22 december 1947.

 
SCHOOLBROEK Smabers
Google Maps

Foto: Loe Giesen

Foto: Loe GiesenTijdens het voogdgeding van 1687 klaagden de gezworenenen dat diegenen die land hadden op de kampen aan het Schoulbrouck dit land niet behoorlijk afmaakten.

Op kaart 10 geeft landmeter Smabers (1774) het Schoolbroeck met vette letters aan voor het gebied tussen de gemeentegrens met Beesel, de heide en de ontginningen langs de huidige rijksweg, en de landerijen behorend tot de Baxhof, alles samen bijna 130 morgen.

Op het kadastraal minuutplan van 1842 staat het Schoolbroek aangegeven als marais.

 
SCHOOLSTRAAT Smabers 11 en 15
Google Maps

Landmeter Smabers (1774) geeft de SCHOOLSTRAAT op kaart 11 aan als Laeckwech. Op kaart 15 wordt de weg weergegeven zonder naam.

Vastgesteld bij raadsbesluit van 22 december 1947.

 
SCHOUENBERGSTRAAT, GEBROEDERS Smabers
Google Maps
 
 
Schroef Smabers
Google Maps
Op het kadastraal minuutplan van 1842 staat op de Schrouf aangegeven voor het gebied ten noordwesten van de Ouden Hoff, aan weerszijden van de Schrouf straat.
 
SCHROEFSTRAAT Smabers 6
Google Maps

Foto: Loe Giesen

Op kaart 6 van landmeter Smabers (1774) begint de Schroeffstraet bij het Hontsfalderen (aan de ASSELTSTESTRAAT) en loopt van hieruit langs de Naenhoff naar het Obersgatt aan de BROEKWEG. Op de grens van de percelen 140 en 141 geeft Smabers een dieffstruijck aan.

 
Schuttebemd  
In 1889 verkocht Burghoff te Roermond, in eigen naam en als rentmeester van Eugène graaf van Hoensbroek te Türnich, grasgewas onder Swalmen op de Biesweerd, de Belten, Schuttebemd, in het Asselterbroek en aan de Endebroeksweg.
 
SCHUTTEBOOM Smabers 11-12
Google Maps
Foto: Loe GiesenLandmeter Smabers noteert in 1774 op kaart 11 aen de Velt poort oudts aen Schutten boom. Op dat moment was de plaats van de schietroede al verplaatst naar het Smeetsbroekje aan het eind van het Neerstraatje, waar de paal ook staat ingetekend. Op kaart 12 wordt de benaming aen Schuttenboom nog eens herhaald. In 1774 ligt hier enkel het huis van Edmond Timmermans.
 
SCHUTTEHEIDE Smabers
Google Maps
Op het kadastraal minuutplan van 1842 staat de Schutteheide aangegeven als het gebied oostelijk van de Schuttenkamp.
 
SCHUTTEKAMP Smabers 15
Google Maps

Foto: Loe GiesenIn 1698 verkocht doctor Blondel ongeveer 2 morgen akkerland bij de hof genaamd de Rijdt gelegen tussen de openbare straat en de Schuttencamp, met de korte zijden grenzend aan de aankopers en de gemeente, aan Sebastiaen van den Bergh en Catharina Everts.

Volgens de kaarten van landmeter Smabers (1774) was perceel 238 eigendom van St.-Thunisschutterie en perceel 239 van St.-Jorisschutterie.

Op het kadastraal minuutplan van 1842 staat de Schuttenkamp aangegeven. In oudere stukken heet dit gebied nog de Mussenkamp.

Giel Geraedts: Ook in Swalmen werd de draak gestoken. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 10 (1990).

 
Schuttenbroek Smabers
In 1759 verpandde Jan Daemen land aan het Schuttenbroeck gelegen.
 
Sebastianusbemd, Sint Smabers  
In 1728 verkochten Peter Coenen en Jenneken Peters ongeveer 1 morgen bemd genaamd St.-Sebastianus Baendt op de Boukoul.
 
SEBASTIANUSSTRAAT, SINT Smabers
Google Maps
 
 
Sennebosje Smabers  
Op het kadastraal minuutplan van 1842 (sectie B2) staat 't Sennebosken aangegeven ten noorden van de Koestraat of BOSSTRAAT op de hoek van de REUBENBERG.
 
Sentissekempke Smabers
Google Maps
Benaming Sentisse Kempke voor de percelen 346 tot en met 364 van sectie A, volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel (OAT) behorend bij het kadastraal minuutplan van 1842. Ook op de Rivierenkaart uit 1849 wordt het gebied aangegeven. Het gebied komt overeen met de plaats waar de A73 over de Swalm gaat.
 
Sevenberg    
Zie: Zevenberg.
 
Singel    
Op 7 juli 1905 brandde het huis van Peter Cox aan den Singel af.
 
SLABBERSKAMP Smabers
Google Maps
Op het kadastraal minuutplan van 1842 (sectie C1) staat de Slabberskamp aangegeven ten noorden van de Heydstraat.
 
Slak, de Smabers  

In 1697 klaagde schepen Jan Janssen dat de naburen van Asselt eenen voetpad maakten over zijn land aan het Meelenbroeck, aan den Slack tot aan de Maas, terwijl hier nooit een voetpad was geweest. In een delingsakte uit 1721 is sprake van akkerland onder Asselt aan de Slack gelegen, met de korte zijden grenzend aan het Meerlebroeck en de nabuurweg.

 
Sleutelakker, de    

De Slotelacker wordt in 1395 voor het eerst vermeld. In 1679 pachtte Hendrick Beeck de Swamenhoff (Wieler 1) inclusief land op de Slutel Acker gelegen tussen het goed van de heer Van Loom (Segers van Loon) en de heer Elshoudt (Wielerhof). Volgens correspondentie uit 1944 aangaande archeologische vondsten gedaan bij de aanleg van tankgrachten bij de Wielerhof, waren bij de Sleutelakker dicht bij de Wielerhof dakpanfragmenten gevonden.

 
Sley, de Smabers 15  
Foto: Loe GiesenOp kaart 15 geeft landmeter Smabers een sleye aan langs de BOSSTRAAT ter hoogte van de BOSRAND. Deze geul of laagte eindigt in een kuijle (zie: ZANDKUIL)
 
Slokske, 't    
In 1891 verkocht Frans Burghoff, eigenaar van de Spick te Swalmen-Boukoul, hout aan de Roodenhaan, Wijlenbosje, het Slokske en Vuilbemden.
 
Smedeakker  

Al uit 1395 dateert een vermelding van land in de Smedeacker (...) van der wijden aen den Halenraiste paele. In 1466 verkochten Dirk van Oest en Aleid van Eggenrade een erfcijns gevestigd op de Smedeacker aan Seger van Bruggen zijn vrouw Ida. Het land was gelegen in Asselrevelde beneven des vaigts erve van Ruremunde.

 
 
Smeetsbroekje Smabers 11/308
Google Maps

Foto: Loe GiesenIn een belastinglijst uit 1654 zien we Jan den Custer en Hendrick Crompvoets als eigenaren van vijftig wilgen op het Smiets bruexken.
Landmeter Smabers noteert de naam Smeets broexken voor perceel 308 op kaart 11. Op deze plaats gaat tegenwoordig de RIJKSWEG met een brug over de Swalm. In 1774 staat hier de schietroede ingetekend, die eerder aan de Veldpoort stond. Het schootsveld van de schutters, die zich waarschijnlijk opstelden aan het eind van het Neerstraetien, zal hebben gelegen in het Kerckbroeck ten zuiden van de oliemolen, dat wil zeggen aan de zuidzijde van de Swalm waar nu de RIJKSWEG loopt.

 
Smeetsgoed Smabers  
In 1738 verkopen Joannes Custers en Lijsbet van der Haert huis en hof genaamd Smedtsgoedt gelegen tussen de openbare straat die uitkomt op het Smedtsbroexken aan de Swalm enerzijds en Stoffer op den Neerstraet anderzijds.
 
SOURENSTRAAT, KAPELAAN Smabers
Google Maps
 
 
Spick Smabers 1/61
Google Maps

In een oude Maasmeander die via Maasniel en de Boukoul en Swalmen naar de huidige Maasbedding loopt, liggen enkele witgeverfde gebouwen. Nu is dit een beetje een vergeten hoekje, maar vroeger was dit de gebruikelijke route van Vlodrop naar het veerpont in Kessel.

Foto: Loe Giesen

Foto: Loe GiesenZoals bij de meeste oude boerderijen, is ook de geschiedenis van de Spick complex door een verdeeld eigendom.Volgens een lijst uit 1463 was Hendrik van den Griend, schepen te Roermond, de trotse eigenaar van sijnen hove van der Specken. De hoeve behoorde tot de laatgoederen van de Asselterhof, waartoe eeuwenlang een zogenaamde laathof en laatbank behoorde.
De familie Van den Griend had al langer een band met Asselt. Zo zien we in 1426 Johan van den Grinde der Jonghe als een van de laten van de Hof van Assell. Mogelijk was hij dezelfde Johan van der Grynde die in 1435 kwijtschelding kreeg van een boete die hem was opgelegd na een gevecht. In 1450 is opnieuw sprake van land onder Asselt dat eigendom was van Johan van den Grynde.
Heynrick van den Grynde treedt in 1467 op als een van de laten van de voogdij van Roermond te Asselt. Henrich van den Grient wordt tevens vermeld in een restantlijst van de pondschatting uit 1468.

Daarna wordt het lange tijd stil rond de Spick. Uit andere bronnen weten we dat Hendrick van den Griende een zoon Johan had, die trouwde met Johanna Vinck, dochter van Arnt Vinck en Margaretha van Besel genaamd Reyde. Deze Johan van den Griende zou slechts één dochter hebben gehad: Margaretha, waarschijnlijk vernoemd naar haar grootmoeder.
Een rekening van ontvangen schattingen in Beesel en Swalmen uit 1533 vermeldt o.a. 'die jonckfrou van der Gryndt op gen Heckstrait' en 'Jan van der Gryndt in die Nederstraet toe Rueremunde'. Met de jonkvrouwe wordt wellicht Catharina bedoeld, dochter van zekere Johan. Zij trouwde met Johan van Hillen genaamd de Oude, zoon van Reinier van Hillen en Maria van Hanau genaamd Spee. Deze Jan Hillen wordt in 1587 vermeld als eigenaar van een huis in de Roermondse Hegstraat. Zijn vrouw Catharina was ook eigenaresse van een tiende te Sevenum. Als familiewapen voerde zij een Sint Andreaskruis, herhaald in het helmteken. Johan Hillen en Catharina van de Grient hadden in ieder geval een dochter Johanna, die volgens sommige onderzoekers enig kind was. Samen met haar man Willem van Merwijck zullen we haar later nog ontmoeten.

Foto: Loe Giesen

Terug naar de Spick. De boerderij vererfde namelijk kennelijk op de al eerder genoemde Margriet van den Griend, in 1559 gehuwd met Arnold van Dursdael, eveneens schepen te Roermond. Met dit huwelijk belanden we opnieuw bij een uitgebreide en zeer ingewikkelde familie. Arndt van Duirsdall wordt in 1566 tevens genoemd als eigenaar van een boerderij bij Reuver, de Spieker genaamd en daarmee tevens een bron van verwarring en misverstanden. Over de Spick zelf vinden we uit deze periode weinig gegevens, hoewel een zogenaamd Gelders plafond met op de draagbalk een Gelderse roos (eigenlijk een mispelbloem) vermoedelijk kan worden gedateerd in de tweede helft van de 16e eeuw.

Foto: Loe Giesen (detail Gelders plafond)Een akte uit 1567 noemt Raboth van Duersdal als man van Margriet van Beringen. Zijn schoonmoeder Beatrix was na een ruil met het klooster Mariaweide te Venlo zojuist eigenaresse geworden van de halve visserij in de Maas aan de Blerickse zijde. Deze visrechten - een Gelders leengoed - zullen we later nog nodig hebben om het verhaal rond de Spick sluitend te krijgen. Rabbeth van Dursdaill was in 1578 schepen van Venlo en in 1583 een van de geërfden te Beesel. In 1588 werd hij, als echtgenoot van Margaretha van Beringen, beleend met de de halve visserij te Venlo. Rabolt van Doirsdael wordt in 1590 genoemd als landeigenaar te Swalmen. In 1592 werd hun zoon, als onderscheid Robert van Dursdal de jonge genoemd, beleend en in 1598 Robert, Arnt en Adriana van Dursdal, broers en zus.
Jonker Arnoldt van Dursdaell op der Spicken of op gen Spicker was in 1603 en 1615 tevens eigenaar van hoeve de Spieker, gelegen bij de ingang van de Lommerbergen bij Reuver. Hij overleed in 1624 en liet behalve zijn weduwe, Catharina Trippen, enkele kinderen na.
Zijn zus Adriana, ook wel Arnolda of kortweg Arnold genoemd - lang leve de verwarring - trouwde met Hendrick van Cruchten en erfde de Einderhof in Rijkel, die al eerder eigendom was geweest van de oude jonker Robertt van Deursdall. In 1599 verkochten Arnoldt van Dursdael en haar (!) man jonker Heindrich van Cruchten een erfpacht gevestigd op de molen en laten van Offenbeckh. Op 14 maart 1600 verkochten Henrick van Cruchten en Adriaen van Durssdal, echtelieden, een huis genaamd de Hombergh te Venlo tussen Rabeth van Durssdal en Arent van Dursdall gelegen. Op 10 februari 1603 verkochten Rabott van Dursdal en Arnoldt van Dursdal, broers, en Hendrik van Cruchten als man en voogd van Adriana van Dursdal, elk voor hun eenderde deel, hun huis met 'peertweech' en toebehoren, 'garde und timmerplaetse opten merct' te Roermond gelegen.

Foto: Loe GiesenOp 17 juli 1626 vond een deling plaats tussen Raboth van Dursdael, enige zoon van wijlen Rabeth van Dursdael enerzijds, en Derick, Henrick, Margaretha, Geertruid en Anna van Dursdael, kinderen van Arnold van Dursdael, anderzijds, van de goederen nagelaten door hun tante ('meune') Arnolda van Dursdael, weduwe van Henrick van Cruchten. Rabeth ontving o.a. de helft van een molen buiten Venlo, genaamd de Hooghe Moelen. De kinderen van Arnold van Dursdael ontvingen o.a. een hof te Ryckel onder Beesel, genaamd Aengeneynt, alsmede een tiende die op deze hof werd gevaren en de visserij in de Maas. Tevens ontvingen zij een huis, schuur, stallingen, hoven en steenweg te Roermond op de Dries gelegen en enkele percelen te Venlo en Roermond. Van Rabeth is verder weinig bekend. In 1634 en 1636 voerde zijn weduwe Margaretha van Ringelbergh in Venlo een proces tegen jonker Dierick van Duersdal over de Hoogmolen.

Christina Trippen, de weduwe van Arnold van Dursdael zu der Spicken, wordt nog in 1641 vermeld, samen met haar zonen de jonkers Dirick en Henrick van Dursdal, haar schoonzoon jonker Wolter van Broickhusen zum Bollerwerck gehuwd met Margarita van Dursdal, de nog ongehuwde Gertrud van Dursdal en schoonzoon Hendrick Ruijs, ontvanger van Zijne Majesteits licenten te Venlo, gehuwd met Anna van Dursdael. Gertrudis van Dursdael trouwde op 19 mei 1643 met Theodorus van Hillen, in 1595 geboren te Roermond als zoon van Johan Hillen en Anna van Greefraedt, o.a. eigenaren van hoeve de Schei te Leeuwen bij Reuver. Het huwelijk werd na speciale toestemming van de vicaris-generaal voltrokken op het huis de Spick. Dirck Hillen en zijn vrouw zien we later terug als o.a. eigenaren van de hoeve Einderhof te Rijkel onder Beesel, die later via hun dochter Anna Christina zou vererven op de familie Lintgen. 'Geld trouwt geld' was vroeger niet slechts een gezegde; het was de veel voorkomende praktijk.
Op 14 maart 1644 verkochten de erfgenamen samen een schuur met plaats bij de Maaspoort in Venlo. Volgens een akte uit 1654 waren Anna en Margaretha van Dursdael toen reeds overleden; Hendrick Ruijsch en Wolter van Broeckhuijsen werden genoemd als hun weduwnaren. Op 11 maart 1663 evenwel verkochten allen weer samen het huis genaamd het Trepken, eveneens in Venlo bij de Maaspoort gelegen.

Foto: Loe Giesen

Arnold van Dursdael werd als eigenaar opgevolgd door zijn zoon Hendrick, in 1634 vermeld als doopgetuige te Asselt, onder welke parochie de Spick eeuwenlang viel. Hendrick trouwde op 17 februari 1645 in Swalmen met Ermgard van Holthuysen, dochter van Frans van Holthuysen en Maria van Bocholt. Samen kochten ze in 1650 een gedeelte van de Spick terug dat in 1570 was afgesplitst.

Om dit te begrijpen, moeten we tachtig jaar terug in de tijd, in die jaren een lang mensenleven. We maakten eerder al kennis met Catharina van de Griendt en haar man Johan van Hillen. Hun enige dochter, Johanna van Hillen, trouwde met weduwnaar jonker Willem van Merwijck, drost van Montfort en heer van Kessel. Blijkens hun huwelijksvoorwaarden van 1 augustus 1570 bracht zij o.a. in het huwelijk het eenderde deel van goed Zo der Spicken en - na diens overlijden - de gehele toekomstige vaderlijke nalatenschap. Namens de bruid werd de akte mede bezegeld door haar vader Johan Hillen, haar zwager Dieterich Ker, haar oom Raebet van Duirsdal en haar neef Goerd Hillen. Het feit dat slechts eenderde deel van de boerderij op de Boukoul in het huwelijk werd gebracht, lijkt te wijzen op een eerdere erfdeling tussen drie erfgenamen, waarvan we slechts Margriet van den Griendt en haar man Arnold van Dursdael kennen.

Willem van Merwijck pendelde wellicht tussen zijn eigen kasteel in Kessel en het kasteel in Montfort. Daar hield hij in 1578, tijdens een Staats beleg van de stad Roermond, samen met zo'n 75 manschappen stand tegen stadhouder Gilles de Barlaymond, baron van Hierges. Willem van Merwijck, heer van Kessel, overleed rond 1585, vóór zijn vrouw Johanna. Uit hun huwelijk kennen we de kinderen Caspar en Johanna. Caspar of Jasper van Merwijck trouwde in 1609 met Walraven van Stepraedt, dochter van Reinier van Stepraedt, heer te Doddendael, Doernick en Walbeck, en Johanna van Voorst tot Doddeweert. Caspars zus, Johanna, trouwde met Conrard van der Horst en ging op de Raay in Baarlo wonen.
We kijken even naar de huwelijksakte van Caspar van Merwijck en Walraven van Stepraedt in 1609. Volgens deze overeenkomst bracht de bruidegom - naast het kasteel van Kessel - o.a. in het huwelijk een korentiend te Sevenum, een huis in de Hegstraat in Roermond en jawel... een hof en bos genaamd de Spijck in Swalmen. Ongetwijfeld wordt hier het eenderde deel bedoeld dat in 1570 door Johanna van Hillen in het huwelijk was gebracht. Walraven van Stepraedt overleed al vrij jong in 1616 en in 1620 hertrouwde Caspar van Merwijck met Anna Monix.
Uit het huwelijk van Caspar en Walraven werden vier kinderen geboren. Johan Caspar - dan natuurlijk nog minderjarig - wordt genoemd in een overeenkomst uit 1620 over de Spieck in Swalmen en de tiende te Sevenum. Dochter Johanna Maria trouwde in 1634 met Johan Reinier Hoen van Carthils. Verder kennen we dochter Catharina van Merwijck en broer Willem, die uiteindelijk heer van Kessel zou worden.
Op 26 juli 1650 machtigden Johan Reinier Hoen van Cartijls, heer te Alden-Valkenberch en zijn vrouw Johanna Maria van Merwijck - zij lieten in 1656 kasteel Schaloen na een lange tijd van leegstand herbouwen - samen met Catharina van Merwijck de Roermondse burger Willem Cupers om in hun naam over te gaan tot de overdracht van `alsulcken winhoff soe ende gelijck denselven staet ende gelegen is onder den dorpe van Asselt genoempt die Speck in den lande van Momfort, met noch seecker erffmalder roggen gehypotiseert op Meelicker Hout', zoals zij deze hof op 21 juli 1650 hadden verkocht aan Jonker Henrick van Deursdael en diens vrouw Irmgart van Holthuijsen, alles volgens koopakte daarvan opgemaakt.

Foto: Loe Giesen

Met deze overdracht - waarmee de verschillende erfdelen van de boerderij weer in één hand kwamen - wordt de geschiedenis van de Spick weer iets minder ingewikkeld.

Hendrick van Dursdael en zijn vrouw kochten op 24 oktober 1651 twee stukken turfbroek op de Boucoulen gelegen, die al weer snel werden doorverkocht. De beestenschat van 1654 vermeldt op de boerderij 9 koeien, 3 runderen, 14 varkens, 105 schapen en 10 ganzen. Rond de hoeve stonden 60 wilgen en 7 eiken, waarover eveneens belasting moest worden betaald. In de jaren erna moet Hendrick zijn overleden. De schat van 1660 noemt 'joffrou Dursdal' als aangeslagene, met ditmaal 6 koeien, 3 runderen en 83 schapen. In 1668 is opnieuw sprake van joffer Dursdal Spickter. De weledele vrouwe Ermgardis van Holdthausen werd op 5 april 1673 begraven te Asselt.

Uit het huwelijk van Hendrick van Dursdael en Ermgard van Holthuysen werden tenminste drie kinderen geboren: Frans Arnold, de jong overleden Theodorus en Anna Maria van Dursdael (1650). Frans Arnold (genoemd naar zijn beide grootvaders) treffen we in 1666 en 1668 aan als doopgetuige te Swalmen. In 1673 en 1675 zien we hem, samen met zijn zus Anna Maria, bij opnieuw een overdracht van het Trepken te Venlo, waarbij ook enkele neven en nichten betrokken waren: Gerlacus Arnoldus Ruijs, licentiaat in de beide rechten, ontvanger van Z.M. licenten te Venlo, en zijn zuster Christina Elisabeth Ruijs, beiden kinderen van raad en rekenmeester Hendrick Ruijs en Anna van Dursdael; Johan Spee gehuwd met Gertruyt van Broeckhuisen en Anna Maria van Broeckhuijsen, kinderen van Wolter van Broeckhuijsen uit Wachtendonck; en raadt-ordinaris van Z.M. in Gelre Jan Baptista Lindtgen gehuwd met Christina van Hillen.
Stamhouder Frans Arnold overleed ongehuwd en werd op 27 februari 1677 begraven te Asselt. Omdat hij de laatste naamdrager was, werden zijn versierselen samen met hem begraven, zo vermeldt het overlijdensrgister.

Dochter Anna Maria van Dursdael was nu enige erfgename van de Spick. Zij trouwde op 21 februari 1678 in Asselt met Anselmus d'Everard, heer van den Braekel Distelberg en heer te Wannebroeck (ook: van den Broeck). Voor het huwelijk werd dispensatie gegeven wegens verwantschap in de tweede graad. Een jaar later werd hun eerst kind geboren, Anna Christina, bij welke gelegenheid de vader werd aangeduid als gouverneur. In totaal werden acht kinderen geboren. Anna Maria van Deursdael en haar man, kapitein in dienst van Zijne Majesteit, verpandden in februari 1686 hun tienden in Beesel en in november 1687 verkochten zij een huis in de Jodenstraat te Venlo. De schat van 1686 vermeldt mijnheer Everard op gen Spijck met twee knechten en twee maagden. Een jaar later waren er op dye Speck 4 koeien, 2 runderen en 45 schapen. Op 27 oktober 1688 verpandden 'd Everard en zijn vrouw hun vrij en onbezwaard allodiaal goed genaamd de Spick 'soo ende gelick hetselve ten naeten ende ten droogen onder de voors. heerlickheyt is gelegen'. Op 21 okober 1691 namen ze opnieuw geld op met als onderpand hun huis genaamd den Spick met alle toebehorende landerijen, weiden, houtgewas, turfbroek, groot ongeveer 200 morgen, ditmaal van de weduwe van wijlen de licentiaat en schepen Bosman in Roermond. In de kerkregisters zien we intussen hoe de gezinsleden te gast waren bij andere Swalmer gezinnen en optraden als doopgetuigen. Een lening op 8 januari 1697 van Hendrick Anthoin de Haen, raad ordinaris van het souvereine Hof van Gelderland, moest enkele jaren later opnieuw wat financiële armslag geven. Volgens de lijst van hoofdschat die een maand later werd opgesteld had Everard dat jaar drie knechten en twee maagden. In het voogdgeding van mei van dat jaar werd geklaagd dat kapitein Everard de doorgang van de tiendkarren hinderde. Een jaar later, op 15 mei 1698, kochten Anselmus d'Everard en zijn vrouw een huisplaats genaamd de Meuth op de Boukoul, met de verplichting om hierop een huis te bouwen. In mei 1701 klaagde Everard de Leijgraaf in de omgeving van de Graeterhoff niet goed werd geveegd, waardoor hij geen turf kon steken in zijn broek. Een maand later werd ook het geschil bijgelegd over de doorgang en het gebruik van de weg tussen de spick en Melyckerholt. Tijdens een belegering van Roermond in 1702 werden bij kapitein Everard 90.000 stenen uit een tiggeloven weggevoerd en de rest vernield door het Hollandse regiment van prins Albert van Brandenburgh. De grachten van de Spick werden leeggelaten om vis te pakken te krijgen. In de hoofdschat van 1702 zien we '5 knechten ende een maeght van den heere Everard'; ze zorgden samen voor 5 koeien, 2 runderen en 25 schapen. Bij akte van 21 december 1704, opgemaakt op de Spick, belastte het echtpaar het huis opnieuw. In 1705 waren er weer twee knechten en twee maagden, zoals kennelijk vanouds gebruikelijk. De beestenschat van 1706 vermeldt bij mijn heer Everardt op die Speeck 6 koeien, 1 rund, 40 schapen en 5 ganzen. De aflossing van alle renten die op het huis waren gevestigd verliep inmiddels niet zoals het hoorde en in november 1706 liet raad De Haen beslag leggen

Foto's: Loe GiesenOp 12 mei 1711 verklaarden Anselmus d'Everard, ziek van lichaam maar gezond van verstand, alsmede zijn vrouw Anna Maria van Dursdael, in volle gezondheid, dat zij 'bij deese swaere oorloghstijden ende oock ter oorsaecke van het verhelpen van hunne twee dochters in den geestelijcke staeth', grote schulden hadden gemaakt, die zij tot op heden nog niet hadden kunnen aflossen. Om hun overige kinderen 'op alle beste manieren oock tot staeth te helpen', hetgeen zou worden bemoeilijkt bij overlijden van een van beide comparanten, machtigden beiden elkaar om als langstlevende volledig te beschikken over alle na te laten goederen, hetzij leengoed of allodiaal.
Anselmus d'Everard werd op 18 mei 1711 te Asselt begraven. In de hoofd- en beestenschat van 1712 lezen we: 'mevrouwe de weduwe van den heere d'Everard pro sua familia - nihil'. Wèl aangeslagen werden een schaapherder, een koemaagd, 6 koeien, een rund en 50 schapen. Ook de personele aanslag voor 1713 bleef nihil. Op 16 januari 1717 droegen de douairiere van wijlen de heer D'Everart en haar kinderen Alexius, Anna Cristina, Maria Gertruijdis Ermgaert en Maria Clara d'Everart hun Dursdaelstiende onder Beesel gelegen voor een bedrag van 1.200 pattacons over aan het Kruisherenklooster te Venlo in onberekend gebruik. Maar de schulden stapelden zich op en een vordering van neef Gerlachus Arnoldus Ruijs in 1717 - we zagen hem al eerder in wat vriendelijker omstandigheden - gaf waarschijnlijk de doodsteek: de Spick moest worden verkocht...

Op 6 maart 1718 verkochten Anna Maria van Dursdael, douairiere van wijlen kapitein Anselmus d'Everardt, als vruchtgebruikster, haar meerderjarige kinderen Anna Christina, Maria Gertudis Irmgardis, Maria Clara d'Everard en jonker Alexius Antonius Franciscus Joseph d'Everard, als eigenaren, het huis genaamd de Spick met zijn wijhers, moeshof en boomgaard; de voorhof met gebouwen en brouwgetuig; alle landerijen, akkerlanden, bossen, turfbroeken en bemden; de hof genaamd den Mouthaegen met alle landerijen, bos, turfbroek en bemden; en het perceel op de Meut, afkomstig van Claes Claessen, voor een bedrag van in totaal 3.500 rijksdaalder aan Martinus Helmans en Maria Anna l'Anglé uit Roermond. De verkopers behielden het recht van woning op de Spick tot St.-Remigius (1 oktober) en het vruchtgebruik van moeshof en boomgaard. In de voorzomer zou de hoppenhof op hun kosten in orde worden gebracht, waarna zij de helft van de hop-oogst zouden genieten. De verkopers mochten niets aan het huis veranderen, geen vis uit de wijhers halen, de duivenvlucht niet beschadigen, geen hout kappen en geen turf steken tijdens hun inwoning.
De aankopers kochten niet alleen de beide boerderijen met de landerijen, maar tevens een (omstreden) jachtrecht en het recht van heien, weien en vlaggen op de Elmpterbosch, zoals de verkopers deze rechten sinds mensenheugenis hadden bezeten. Een stuk land in de Biesweerd onder Asselt dat buiten de verkoop was gebleven, werd in oktober 1719 afzonderlijk verkocht de weduwe Toussaint. Een jaar later verkochten de weduwe Anna Maria van Deursdael en haar kinderen tevens hun halve visserij in de Maas aan Blerickse zijde. Zij overleed op 3 februari 1724 in Roermond achter de Kloosterwand en werd een dag later in Asselt begraven. Haar zoon Antonius werd op 22 april 1748 eveneens begraven in Asselt, net als zijn zussen Maria Gertrudis Ermgardis (1681-1757), Anna Christina (1679-1757) en Maria Clara (1770). Hun Dursdaelstiende in Beesel werd verkocht aan Van der Renne, eigenaar van het Jagershuis. Hiermee verdween ook deze herinnering aan een geslacht dat eeuwenlang bepalend was geweest voor de ontwikkeling van het Maas- en Swalmdal.

In de beestenschat over het jaar 1718 zien we niet alleen 'mevrouwe de weduwe van den heere d'Everard pro sua familia - nihil' met 4 koeien, 2 runderen en 2 ganzen, maar ook 'Goert Cuijpers halfman op gen Spick' met 3 koeien, 1 rund, 18 schapen en 2 ganzen. Goert en zijn vrouw bleven ook nog enkele op de boerderij onder de nieuwe eigenaren maar verdwenen daarna weer even plotseling als ze gekomen waren.

Foto: Loe Giesen

Martinus Helmans (ook: Aelmans en Hellemans) en Maria Anna l'Anglé (ook geschreven als Lanckle, Langelee, Langhlee, Langlé, Langlee en Lengles) woonden al enige tijd in Roermond, waar ook hun kinderen werden geboren: Isabella Clara Eugenia (1697), Ludovica Josepha (1699), Erasmus Ludovicus (1701), Anna Louisa, Maria Anna Catharina (1706), Joannes Arnoldus (1707) en Christianus. Ze verkeerden daar duidelijk in de betere kringen en in 1699 zien we zowaar Arnold markies De Schenck in Hillenraede als doopgetuige.
Al op 31 oktober 1719 werd het gehele goed van de Spick, zowel  allodiaal als laatgoed, bestaande uit huis, schuur, stallingen, landerijen, bos, houtgewas en broeken, inclusief Mouthaegens hoff met landerijen en bossen opnieuw verpand door Martinus Helmans en zijn vrouw. In de hoofd- en beestenschat van 1721 worden seigneur Martijn Helmans en zijn vrouw niet aangeslagen, wel echter twee knechten, twee maagden, vier koeien en 30 schapen.
Foto: Loe GiesenOp 6 september 1725, na het overlijden van Martijn Helmans, verkochten Leonardus Janssen en diens echtgenote Anna Louisa Helmans, mede namens hun minderjarige zwager respektievelijk broer Christianus Helmans, beide boerderijen voor 4.500 pattacons door aan Frederick Jacob Heereman van Zuydtwijck. Wel werd nog afgesproken dat de erfgenamen Helmans een nieuw pachtcontract zouden bedingen met de huidige pachter. Lukte dit niet, dan zouden ze het deel van het bovenste huis en de stallingen ontruimen, in welk geval de aankoper de onderhof oftewel bascour in goede staat zou brengen als onderdak voor de halfman en zijn vee. De overdracht vond plaats op 11 september. Vermoedelijk waren ook nog wat verdere afspraken gemaakt. Volgens twee akten in het archief van de familie Heereman van Zuydtwijck schonk de nieuwe eigenaar van de Spick in 1726 enkele inkomsten uit goederen te Swalmen aan Johannes Helmans, die daarop door de bisschop van Roermond zou zijn benoemd tot pastoor van Swalmen. De akte komt helaas niet overeen met wat we elders lezen: van 1717 tot aan zijn dood in 1760 vinden we in deze functie namelijk Joannes Assuerus Bosman. Ook archieven bevatten wel eens onwaarheden.

Foto: Loe GiesenDe familie Heerman van Zuydtwijck heeft als enige eigenaar haar naam ook verbonden aan de omgrachte hoeve, die ook wel Zuidewijkspick wordt genoemd. Op de kaart van Smabers (1774) ontbreken de remise en de kapel, die dus kennelijk van later dateren en vermoedelijk zijn toegevoegd door deze familie. De bouwstijl van de kapel duidt echter op een aanmerkelijk vroegere datering.

 

 

 

 

De kapel heeft aan de buitenzijde vier pilasters. Via twee ossenogen (ook oculus of oeil de boeuf genoemd) valt het daglicht in de kapel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de kapel bevindt zich een barok Mariaaltaar met op een medaillon de in elkaar gevlochten letters J AM R: Ave Jesus Maria Regina en daarboven een koningskroon. Op het plafond van de kapel zien we een Alziend Oog omringd door elf cherubijntjes in een stralenkrans.

Foto: Loe Giesen

Foto: Loe GiesenOp 25 oktober 1805 vervaardigde landmeter Jan Mathijs Lecluyse uit Roermond een Carte figurative van de gebouwen landereyen en bosch kasien toebehoorende aen den heere baron van Suydewycks genaemt het Spick geleegen onder de gemeente van Swalmen en Ruremonde. Met veel oog voor detail heeft Lecluyse ook de gebouwen ingetekend en wel in vogelvlucht. Duidelijk zien we hoe het terrein uit de drie omgrachte delen bestond. Via twee poorten aan de noord- en zuidzijde kwam men op de voorhof. Hier lagen de U-vormige bedrijfsgebouwen, in 1805 nog gedekt met verschillende materialen - waarschijnlijk kleidakpannen en riet - en niet voorzien van de mansarde-daken die we nu zien. De remise ontbreekt nog steeds.
Het hoofdgebouw heeft al vrijwel het uiterlijk zoals we dat ook nu nog kennen. Het klokkentorentje - of is het een lantaarn? - lijkt iets groter dan het huidige en voor het eerst zien we de huiskapel, die daarme tussen 1774 en 1805 werd gebouwd. Zeer interessant ook is de aanwezigheid van twee gemakken: de sanitaire stortkokers tegen de oostgevel zijn tegenwoordig niet meer aanwezig maar bouwsporen in het metselwerk verraden nog steeds waar ze gezeten hebben.
We lopen onder het fraaie poortje door, voorzien van een puntboog en pinakels. Fijn, dat Lecluyse al deze details ook laat zien. De moeshof, aan de overzijde van opnieuw een gracht - is bereikbaar via een aparte ophaalbrug. De boomgaard ten zuiden van het huis is met een hekwerk afgesloten voor het vee. De grote vijvers ten oosten van het complex zorgden waarschijnlijk voor verse vis. Ze werden rond het jaar 2000 zoveel mogelijk teruggebracht in de toestand van twee eeuwen daarvoor.

Foto: Loe Giesen

In 1818 verkochten de erven Heereman de Spick aan Antoine Burghoff, een in Gulik geboren schilder en vergulder die in 1785 in Roermond was gehuwd met Maria Aldegondis Severijns. Deze grondlegger van de Roermondse papierfabriek, tevens eigenaar van Groenewoud, overleed in 1831. Het is niet uitgesloten dat hij, gelet ook op zijn beroep, verantwoordelijk is voor de vele schilderingen die het interieur van het huis tot op heden sieren. Helaas waren schilderingen en de muren op de benedenverdieping in de 1960'er jaren in zo slechte staat dat ze daar niet konden worden bewaard. Op de bovenverdieping echter zien we nog geheel rondom een schildering in uitsluitend blauwtinten.

Foto's: Loe Giesen

Foto: Loe GiesenIn 1855 werd zoon Jacob Burghoff te Roermond genoemd als eigenaar. Pachter van de pachthoeve genaamd genaamd het Spick was in 1858 Pieter Hendrik Sangers. In 1872 was de boerderij eigendom van Frans Burghoff, zoon van Jacob. Frans was tevens - in navolging van zijn vader - geruime tijd rentmeester van kasteel Hillenraad en kende als zodanig ongetwijfeld de familie Vallen die op het kasteel Hellenraedt woonde en daar een boomkwekerij runde. Zoon Reinhard leek hem wel een geschikte boer. In maart 1874 verpachtte Frans de bovenste hoeve van het landgoed genaamd het Suydwijck Spick, bestaande uit woonhuis, schuur, stallingen, akkerlanden, groesen, weigewassen, hooilanden een termijn van 6 achtereenvolgende jaren aan Reinhard Vallen en diens echtgenote Maria Tobben. In september 1884 was Reinard Vallen, man van Maria Tobben op de Spyk te Swalmen, een van de verkopers van de Koondertenhof in Asselt. Hun zoon Johannes Joachim Vallen trouwde in 1903 met Maria Verheggen.

In 1896 was de Spick eigendom van Jacqueline Hendrix, dochter van Michiel Andries Hendrix en Agnes Burghoff. Zij was in 1866 getrouwd met Ferdinand Verschuure te Roermond. In 1918 kwam de Spick in handen NV de Maasgouw, die het landgoed in 1920 verkocht aan Louis Vallen, zoon van eerdere pachters. De hoeve is nu bezit van de familie Thissen. Zij knapten de gebouwen op en plaatsten o.a. het windvaantje van de familie Heereman van Zuydtwijck op het torentje boven de toegangspoort.

Foto: Loe Giesen

 
Spickerbosje Smabers  
In 1708 verpanden Geurt Peecx en Elisabeth Vermeulen land in het Spickerbosken gelegen.
 
Spickerbroek Smabers
Google Maps
Benaming voor het broek ten zuiden van Zuijdewijck Spick tot aan de Elmpterweg. De naam komt als Spieker Broek voor op de Topografische Kaart van 1912 (verkend 1890).
 
Spicker Kemp Smabers  
Op het kadastraal minuutplan van 1842 staat de Spicker Kemp aangegeven tussen BLANKWATER en Haembroek.
 
Spij, de    
In april 1907 vond de openbare verkoop plaats van bouw- en weiland genaamd de Spij, sectie E 2052 en 2053.
 
SPORTPARKLAAN Smabers
Google Maps
 
 
STATIONSPAD Smabers
Google Maps
 
 
STATIONSSTRAAT Smabers
Google Maps

Foto: Loe GiesenVoor de voormalige windmolen langs de STATIONSSTRAAT zie: Kruiskamp.

Moutfabriek Jos Hendrickx-Crijns B.V. te Swalmen (officieel gevestigd BREDEN ARS 6) werd in 1986 overgenomen door de firma Cargill en bestaat nu onder de naam Malt Cargill B.V.

De moutmaker of maltmaker speelde een belangrijke rol in het proces van bier brouwen. Mout is graan (met name gerst) dat men eerst in water heeft laten kiemen om het daarna te laten drogen. Dit drogen gebeurde op een verwarmde vloer, esde of eest genoemd. Omdat de vloer moest worden warmgestookt, bestond er extra risico voor brandgevaar. Volgens een brandreglement voor het Gelders Overkwartier uit 1755 moesten de schoorstenen van ""brouwerijen, smitzen ende esdens" daarom tenminste vier voet hoog boven het dak uitsteken en uit stenen zijn opgemetseld.

Mout is het belangrijkste vaste bestanddeel in de bierfabricage. Het beroep moutmaker werd vaak gecombineerd met dat van bierbrouwer, tapper of schenker, maar er waren ook mensen die zich hadden gespecialiseerd. Later verschenen er zelfs complete moutfabrieken, zoals in Echt (E. Zuiderdel), Gennnep (Aurora), Roermond (Limburgia, firma Louis Beltjens), Sittard (Jos Arnoldts) en Swalmen (Jos Hendrickx-Crijns).

 
Steeg, de    
In april 1907 vond de openbare verkoop plaats van o.a. bouwland genaamd de Steeg, sectie E 551 en 552.
 
STEEGSTRAAT Smabers 11/301  
Foto: Loe GiesenOp kaart 11 noteert landmeter Smabers in 1774 de Camp door de Steegh voor de percelen 301 tot en met 307. Het betreft de kamp tussen de Hooghstraet en de Swalm enerzijds en het Mortel straetien en het Neer straetien anderzijds.
 
Steenakker Smabers 7/271
Google Maps

Dit toponiem kwam mogelijk op twee verschillende plaatsen voor. In een lijst uit 1395 is sprake van een stuk land genaamd der Steynacker, niet ver van de KROPPESTRAAT.

Meestal wordt met deze naam echter een gebied bij Wieler aangeduid. Volgens het voogdgeding van 1588 liep toen een weg van de Laekbergh over de Horichswech langs de Tutenbergh tot in de Steinacker. Jan in den Steijnacker en zijn vrouw worden in 1654 genoemd onder het Wijler hondtschap. In 1670 verzocht Casper Boomen als gezworene om opdracht te geven om de bemd die de St.-Jorisschutten hadden aangelegd in de Steenacker nabij de Tutebeeck, weer te laten opruimen. Sebastiaen Heijnen klaagde in 1686 dat de weg lopend door de Steenacker naar Hoosten niet in orde was.

De Steenakker werd kennelijk pas ingemeten nadat Smabers zijn kaarten gereed had. In 1788 noteerde landmeter Schomers dat hij kaart 7 had aangevuld met een nieuw perceel 271 genaamd den Steenacker. Dit gebied heeft hij ingetekend als een langgerekte strook aan de rechteroever van de Swalm tussen de Wijler Brugge en de Tuijtebeeck. In de versie van Smabers heet die gebied nog, zoals op meer plaatsen, kerckbroeck en gemeente.

Foto: Loe Giesen

 
Steinke, 't  
Google Maps

Foto: Loe GiesenDe Prinsendijk zet zich in zuidelijke richting voort als Keizersbaan, vroeger ook wel 't Sjteinke genoemd. Deze naam herinnert aan een andere oude naam voor deze weg: Steenweg. Van de oorspronkelijke breedte is weinig over op deze plaats.

Op de foto 't Sjteinke in noordelijke richting.

Wiel Luys: Romeinse wegen en bewoning in Swalmen-Beesel-Belfeld. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 4 (1984).
Wiel Luys: Een Romeinse weg bij Swalmen in kaart gebracht. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 26 (2008).

 
Steinput    

De Steinput wordt voor het eerst vermeld in een akte uit 1531, toen vele jonkheren, de drosten, vrienden en hoge raden van de beide vorsten Karel hertog van Gelre en Johan hertog van Kleve boven de Steinput bij de gerechtsplaats van Swalmen bijeen kwamen om te beraadslagen over grenzen en de daaraan verbonden rechten.
In 1554 werd een schouw gehouden waarbij het gezelschap een voerweg beschrijft die vanaf de gerechtsplaats door de Swalm, richting Herkenbusch, Elmpt en Dalenbroich voert. Bij de Swalm is een doorwaadbare oversteekplaats ("ein harde voirt int wasser"), de Steinput genaamd. Deze voorde had dus een harde bodem, waarschijnlijk gevormd door een grindbank, en de plek komt waarschijnlijk overeen met de plaats waar ook de Romeinse Prinsendijk of Keizersbaan al het riviertje overstak.
Landmeter Smabers is in 1763 een van de laatsten die de naam gebruikt. Op zijn kaart van het omstreden grensgebied noemt hij als eerste 'eene plaetse in de Swalm, door die van Bruggen genoemt Steinput, door die van Swalmen aen de Slijpmolen'. Bij nummer 28 zien we echter ook nog 'eene plaetse in de Swalm alwaer staen eenig houte paelen, door die van Swalmen Steinput genoemt'. De laatste vermelding is uit 1779, waar de Steenputt wordt genoemd als eindpunt van de dan juist verdwenen landweer de Berendonk. Deze positie komt weer overeen met het bruggetje over de Swalm bij het zwembad.

Foto: Loe GiesenAl met al is de informatie over de Steenput tegenstrijdig. De 16e eeuwse gegevens wijzen op een plaats waar de romeinse weg of Steenweg de Swalm overstak, terwijl latere bronnen ook richting DE LANK wijzen, De exacte lokatie van de Steinput kan niet meer met zekerheid worden vastgesteld in het landschap.

 

 
Stenen Brug Smabers 3-4
Google Maps

Foto: Loe GiesenDe stenen brug was de oversteekplaats over de Leijgraaf, op de weg van Roermond naar Swalmen. Restanten van deze oude hoofdverbinding vinden we in de vorm van BROEKHIN NOORD en OUDE BAAN en ten opzichte van 1774 is de plaats van de brug nagenoeg onveranderd.

In 1694 verkocht de advokaat Judocus Meijer akkerland aan de steene brugge gelegen. In 1733 verkochten Gillis Willems en zijn vrouw Gertruijdt Geraerdts land aan de Steenbrugge gelegen. Een jaar later verkochten de erfgenamen van Hendrick Lindemans land tussen Swalmen en de Broeckhinne nabij de Steene Brugge gelegen.

 
Stokken, in de Smabers 10/210  
Foto: Loe GiesenOp kaart 10 geeft landmeter Smabers in 1774 een nieuw verkocht perceel 210 aan dat hij in de begeleidende tekst aanduidt als in de Stocken. Dit stuk land, eigendom van Cornelis van Keken en met een korte zijde grenzend aan de Tuijtebeeck, lag tussen de boomgaarden die de Baxhof in 1774 vrijwel geheel aan het oog onttrokken en de schans.
In 1819 verkochten de erfgenamen van Cornelis van Keken een stuk struikhout en houtgewas genaamd de Stocken aan de Tuytebeek onder Swalmen gelegen.
 
STRENSLAAN, BURGEMEESTER Smabers
Google Maps

Louis Henri Pascal Marie Strens werd op 14 december 1862 geboren als zoon van Charles Eugène Pascal Joseph Strens en Amélie Caroline Josephine Milliard. In 1893 ging hij op de Graeterhof wonen - in 1839 aangekocht door zijn grootvader - waar kort na zijn komst nevenstaande foto werd gemaakt. In het najaar van 1895 werd hij voor het eerst benoemd tot burgemeester van Swalmen, een functie die hij vervulde tot aan zijn dood op 31 juli 1924. Van november 1899 tot 1 januari 1915 was Strens tevens burgemeester van Maasniel.

Deze weg, die loopt van ASSELTSESTRAAT tot aan de splitsing bij het wegkruis bij de GRAETERHOFWEG, vormt samen met de HILLENRAEDERLAAN een indrukwekkende entree richting kasteel Hillenraad. Beide wegen worden tussen de later aangelegde rijksweg en het veldkruis gesierd door afwisselend geplante groene en rode beuken. Smabers (1774) noteerde bij deze weg: Raeijer lijckwech.

Vastgesteld bij raadsbesluit van december 1947.

 
Swalm    

Bekijk ook de aparte foto-impressie van de SwalmBij het voogdgeding van 1697 verzochten de gezworenen dat de vissen die in openbaere wateren werden gevangen, eerst moesten worden 'aengegeven' voordat ze te koop werden aangeboden. Ze vroegen om aanwijzing van een vaste plaats hiervoor; zodat 'een ieder daervan sijn gerief magh hebben'.

Giel Geraedts: Die van Swalmen mochten in de Swalm en andere wateren blijven vissen. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 11 (1991).

 

 
SWALMDAL Smabers 15
Google Maps
 
 
Swalmer Hegge Smabers 4  

In 1690 verkochten Henderick Cox en Margaretha van der Heijden uit Roermond land onder Asselt aan de Swaemer Hegge langs de Ruremundtschen weg gelegen.

Vermoedelijk betreft het de landweer dwars op de Vuilbemden, gewoonlijk aangeduid als Hoge Hegge.

Wiel Luys: De Wolfsgraaf: een Middeleeuwse landweer in Beesel-Swalmen. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 3 (1983).

 
Swalmerveld Smabers  
In 1701 verpandt Beatrix Wijnandts, weduwe Naus, 21 morgen bouw- en weiland onder de klokkenslag van Swalmen en Asselt in het Swaemervelt gelegen zoals door genoemde Beatrix aangekocht 'in haeren wedewelicken staet'.
 
SWALMZICHT Smabers 15
Google Maps
Op het adres Swalmzicht 6 is koper- en metaalgieterij Sillen & Co gevestigd. In 1956 maakte de beeldhouwer Ed van Teeseling (1924-2008) hier samen met kunstenaar Charles Hammes (1915-1991) dit standbeeld van keizer Traianus, dat sindsdien het Keizer Traianusplein (eerder: Lodewijkplein) siert. Het beeld is 3,10 m hoog en weegt 533 kilo.
 
Syperbroek Smabers 5  
In 1864 verkocht graaf Carel Huibert van en tot Hoensbroek slaghout te Swalmen aan het Sijperbroek.
 
Syperhof Smabers 4
Google Maps

Op kaart 4 van landmeter Smabers (1774) wordt de Sijperhoff weergegeven als een U-vormige hoeve, met de binnenplaats aan de westzijde afgesloten door een muur.

Foto: Loe Giesen

Ieder kind in Swalmen weet het: een witte zandloper op een blauwe achtergrond, dan hoort het bij kasteel Hillenraad want het zijn de kleuren van de familie Wolff Metternich. Dat geldt ook voor de Syperhof, die in 1672 werd gebouwd in opdracht van Christoffel Schenck van Nydeggen en zijn vrouw Anna Philippina van Oijenbrugge de Duras, die datzelfde jaar ook al de Baxhof kochten van de familie Van Baexen. Schenck was vastbesloten om de heerlijkheid weer aanzien en allure te geven. De hof genaamd de Zype (1702) ontleent de naam aan de Leygraaf, de waterloop die vanuit het Tegelarijveld naar de Maas stroomt.

Foto: Loe GiesenMet het verhaal over de eigenaren van de boerderij zijn we gauw klaar: vanaf de bouw tot nu was de hoeve bezit van Hillenraad. Van de pachters van de vele kapitale boerderijen hoor je meestal minder, en dat is eigenlijk wel jammer want die hebben natuurlijk ook hun verhaal. Neem nou Gerard Emets, die op 21 maart 1721 zijn testament opmaakte. Gootsen Gerarts, Geurt Smeets, schepenen, en Petrus van Daelen, secretaris van de heerlijkheid Swalmen en Asselt, oorkondden op die dag dat zij zich op verzoek van hun gewezen medeschepen Gerard Emets hadden vervoegd in diens woning 'op den hof op de Sijpen genoemt onder Asselt gelegen'. Daar troffen ze hem aan, bedlegerig maar gezond van verstand. Hij verzochkt hen zijn testament te noteren als volgt.
Hij beval zijn ziel aan God almachtig, de maagd Maria, de heilige Joseph, Anna en Barbara, en al Gods heiligen, en zijn lichaam aan de gewijde aarde op het kerkhof te Swalmen, in het graf waar wijlen zijn echtgenote lag begraven. Behalve de gebruikelijke dienst van zes weken zouden voor de lafenis van zijn ziel nog 48 missen worden gelezen, waarvan veertig door de paters Minderbroeders te Ruremonde en de overige acht te bepalen door de pastoor van Swalmen. Deze missen zouden worden betaald uit een bedrag van dertig pattacons dat de testateur nog tegoed had van de Ursulinen te Ruremonde, wegens geleverd boekweit zoals ook bekend was bij zuster Bernard.
Aan zijn zoon Gerard en diens vrouw Agnes Cuijpers legateerde hij voor trouwe diensten aan hem bewezen (en tot aan zijn sterfdag nog te bewijzen), zijn kist met al het daarin aanwezige linnengoed. Voor kostgeld zouden zij tevens gedurende de rest van zijn leven in zijn torffbroecxken mogen turven en alle inkomsten genieten van alle landerijen en anderszins, mits zij hiervan tevens de schatingen en verdere lasten zouden dragen.
Aan de huidige en eventueel toekomende dochters van zijn zoon Gerard liet hij zijn bed en toebehoor met twee dekens.
Omdat zijn kinderen al hadden gedeeld in de roerende goederen en vruchten (uitgezonderd de 10 malder vruchten die hij had behouden), werden ze geacht tevreden te zijn met deze deling, zonder aanspraken te maken op enig loon, daar testateur zo'n loon nooit had beloofd of toegezegd.
De onroerende goederen die hij in zijn weduwnaarstand had verworven, zouden na zijn dood in drie gelijke delen worden gedeeld tussen zijn zoon Gerard, zijn dochter Cathrijn getrouwd met Frans Hendrick Mooren, en de kinderen nagelaten door wijlen zijn zoon Hubert Emets, 'ende dat sijnen soon Jan, in de voors. gewonnen ende geworven soo erff- als gereede goederen, geen part ofte deel sal connen hebben, vuyt redenen hem testateur daer toe moverende.'
Omdat Frans Hendrick Mooren en diens vrouw aan de testateur volgens obligatie van 31 oktober 1713 een bedrag van tweehonderd gulden verschuldigd waren (waarvan de rente alsmede het gebruik van een morgen land tot op vandaag waren kwijtgescholden), bepaalde testateur dat Mooren en zijn vrouw in de genoemde deling 'soo lange sullen stille staen, tot dat sijne voorss. twee andere miterfgenamen, daertegens sullen wesen geëgaleert.'
Een vordering van 25 rijksdaalder die testateur bezat ten laste van Hendrick van den Bergh en diens vrouw Anna Louwijs, zou na zijn overlijden worden aangewend voor een jaargetijde, waarvoor de rente werd genoten door de kapelaan die deze mis zou lezen.

Foto: Loe GiesenHet schepenbankarchief van Swalmen bevat vele testamenten en delingen. Deze akte is slechts een enkel voorbeeld. En waarom zoon Jan niet mee mocht delen? Tja, daar had Gerard Emets zijn redenen voor…

Boven de poort een sluitsteen met de initialen van Karel graaf van Hoensbroek en jaartal 1851.

Op dinsdagavond 18 januari 1916 brandden schuur en stallingen totaal uit, het woonhuis bleef echter gespaard. In september 1928 stond de Sieperhof opnieuw in lichte laaie, waarbij de schuur opnieuw in vlammen opging.

 
Syperveld Smabers 4
Google Maps
Foto: Loe GiesenOp het kadastraal minuutplan van 1842 staat het Syperveld aangegeven voor het gebied achter de boerderij tot aan de RAAYERLUYCKWEG. Op de kaart van buurtwegen uit 1844 is achteraf de Staats Spoorweg ingetekend, een verbinding die - net als de A73 in het begin van de 21e eeuw - grote veranderingen in het landschap met zich meebracht.
 
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
 
© Loe Giesen, Reuver 1983-2012