| Van Biesweerd tot Boeshei - Toponiemen in Swalmen en Asselt | ||
| A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z | ||
| Paardsweide | ||
| In 1868 verkochten Francisca Petronella Dencken, weduwe van Jan Baptiste Corbeij te Wessem en haar kinderen snoeihout op de Thol en Paardsweide te Asselt. | ||
Smabers 3 |
Google Maps |
|
In 1700 verkoopt Gerard van Loon land in de Paelslagh. In 1712 werden twee stukken akkerland in de Paelenslagh gelegen openbaar verkocht. In 1717 volgt verkoop van akkerland in de Paelenslagh gelegen, en met de korte zijden grenzend aan het Manhuys en de Leijgraeff. Landmeter Smabers (1774) gebruikt de benaming over den Leijgraeff in den Paelen Slagh voor de percelen 11 tot en met 21 op kaart 3. Deze veelal zeer langgerekte stukjes land liggen allemaal met een korte zijde grenzend aan de oostzijde van de Leijgraaf. Op het kadastraal minuutplan van 1842 staat op blad D4 dit toponiem ten noorden van de Schinheuvel aangegeven als Poling Slag. Ook op de Rivierenkaart van 1849 wordt de Poling slag aangegeven. |
||
| PAPENWEG | Smabers 9 | |
In een akte uit 1616 is voor het eerst sprake van de Papenwegh. Mogelijk betreft het een verwijzing naar een familienaam die hier al in de 16e eeuw voorkomt. In 1554 was de 80-jarige Johan Papen een van de getuigen in een Swalmens proces over het gebruik van het bos- en heidegebied langs de Gelders-Gulikse grens. Vanaf het midden van de 17e eeuw treffen we de naam, ook wel gespeld als Paepenwegh, geregeld aan. Smabers noteert in 1774: Papen wech, mistwech. In de 18e eeuw stak deze weg bij de KOULESWEG nog over, om via een voetpad achter langs Rookhuizen uiteindelijk naar Beesel-Ouddorp te gaan. Dit pad werd eeuwenlang gebruikt door zogenaamde huurvaarders, leden van een apart gilde in Roermond die zich verhuurden om als gids of houtvlotter voor schippers en houthandelaren mee te reizen met een schip of houtlading. Omdat de Maas achter Beesel beter bevaarbaar werd, kon de bemanning van een houtvlot daarna worden verminderd. Een gedeelte van de huurvaarders gebruikte dan dit pad om weer zo snel mogelijk in Roermond te komen. In Beesel wordt de voortzetting van het pad in 1781 door Smabers aangegeven als huurvaerderspat. |
||
| PARALLELWEG | Smabers 9-11 | |
Het huis in het Wijlervelt op kaart 9 nr. 164 (zie foto) was in 1774 eigendom van Joannes Coenen en Maria Jansens, die dit huis in 1765 verpandden. Volgens de legger behorend bij het kadastraal minuutplan was hun kleinzoon de dagloner Hendrik Coenen rond 1830 eigenaar. Het huis werd in 1923 gesloopt. Volgens recent onderzoek (2008) was het huis op de foto het restant van een hallehuisboerderij uit mogelijk de 15e eeuw. Wim Beelen: Het 'huis' van Merkes Hind. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 26 (2008). |
||
| Parijs | Smabers | |
Van dit toponiem, gewoonlijk uitgesproken als /in Paries/, zijn nauwelijks vermeldingen. De benaming werd ook gegeven aan personen, waaronder 'Fientje in Paries'. |
||
| PEELVELDLAAN | Smabers 12 | |
| Peerdsbaend | Smabers 5/9 | |
Zie ook: Paardsweide. |
||
| Peske, 't | Smabers 5/26 | |
Tussen Syperhof en het kerkje van Asselt tekent landmeter Smabers in 1774 langs de Leijgraeff een stukje weiland dat hij aanduidt met de benaming het peschken. |
||
| PINCKERSSTRAAT, PASTOOR | Smabers | |
|
Jean Hubert Pinckers werd op 6 juli 1876 geboren in de buurtschap Ingber onder Gulpen, als zoon van Jacques Henri Pinckers en Anna Maria Catharina Goossens. Op 17 september 1917 werd de welgestelde heerzoon aangesteld als rector van parochie van de H. Dionysius in Asselt. De inkomsten van dit rectoraat waren zeer bescheiden, het kerkje tamelijk vervallen en te klein om alle parochianen een fatsoenlijke plaats te bieden. Pinckers nam de Roermondse architect Pierre Cuypers in de hand om de kerk uit te breiden, een restauratie maar vooral ook uitbreiding waardoor het kerkje aanzienlijk van uiterlijk veranderde. Nadat deze grote verbouwing in 1922 was voltooid, stortte de rector zich met al zijn energie op de oprichting van een folkloristisch museum. De sacristie, waar hij zijn verzameling al een poosje bewaarde, was al enige tijd te klein en daarom vroeg hij op 19 november 1922 toestemming van graaf Herman Jozef Wolff Metternich om diens bakhuis van de Asselterhof voor dit doel te mogen gebruiken. In 1923 maakte Susanne Neys, echtgenote van de Roermondse glazenier Joep Nicolas, een gekruisigde Christus die nog steeds de gevel siert. Samen met koster Piet Loven (1892-1970) verzamelde Pinckers een schat aan artifacten, oude gebruiksvoorwerpen en kerkelijke kunstvoorwerpen, niet alleen uit Asselt zelf maar ook van soms ver daarbuiten. Het museum werd daarom in 1933 uitgebreid met een extra vleugel. Pinckers, die in 1934 werd benoemd tot pastoor, bleef in Asselt tot oktober 1940. Hij overleed in zijn geboortedorp Gulpen op 2 november 1943. Wiel Luys: "Van bakhuis tot museum". Het folkloristisch en oudheidkundig museum te Asselt. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 3 (1983). |
||
| Pinxtfalder | Smabers 7 | |
Op kaart 7 wordt het Pinxt falder aangegeven bij de aansluiting van de KOULESWEG op WIELER. |
||
| Plaggenhuis | Smabers 9 | |
In 1792 wordt perceel 166 van dezelfde kaart verkocht, iets oostelijker gelegen, dan vermeld als "akkerland in het Wilerveldt aan Plaggenhuys". Mogelijk herinnert de benaming dan nog aan een zeer eenvoudige behuizing, gedekt met of zelfs gemaakt van graszoden. |
||
| Prinsendijk | Smabers 17 | |
| Landmeter Dupont tekent in 1858 enkele landerijen van de gemeente, waaronder percelen Aan de Riet. Vanaf de weg naar Elmpt loopt op deze kaart een weg met de naam Prinsendijk. Bij Smabers (1774) heet deze weg de soo genoemde keijsers baene. | ||
| A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z | ||
| © Loe Giesen, Reuver 1983-2010 | ||