Van Biesweerd tot Boeshei - Toponiemen in Swalmen en Asselt
 
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
 

Watergang, de

Smabers 7
Google Maps

Foto: Loe GiesenIn april 1691 werd in de Maese onder de waeterganck aen Heijster Bat een pasgeboren kind gevonden.

Landmeter Smabers (1774) gebruikte de benaming aen den waeterganck voor de percelen 1 tot en met 5 op kaart 7. De waterganck is een kort weggetje dat vanaf Eind naar de Maas loopt, wellicht als aanlegplaats. In een later handschrift (van landmeter Schomers?) is dwars door de perceelsbeschrijvingen geschreven: afgespoelt door de Maes. Dat geldt ook voor perceel 16 aan de overzijde van de zandweg, die kennelijk wegens deze afspoeling wel gedwongen moest worden verlegd, en de percelen 142 en 146.

Loe Giesen: Lijkschouwingen in Swalmen en Asselt (1657-1749). In: Maas- en Swalmdal 16 (1996).

Foto: Loe Giesen

 

Watersloot

Google Maps
In 1702 verkochten Tilmanus Corbé en Cornelia Suijverigh land onder Asselt gelegen, met een korte zijde grenzend aan de Asselschenwegh naast de Waetersloot.
 

Weerd, de

Smabers 8
Google Maps

Foto: Loe Giesen, 2013.

Foto: Loe GiesenLandmeter Smabers tekende den Weerth in 1774 keurig in op kaart 8. Ooit was deze weerd een eiland in de Maas. De verdwenen Maasarm moet hebben gestroomd waar de benedenloop van de Swalm nu is. Het laatste stuk bedding van de Swalm is dan ook niet ingesleten door de Swalm, maar door de Maas. Aan de vorm van de percelen in de Weerd is nog te zien dat deze waarschijnlijk in fasen werd toegevoegd aan het Swalmer landbouwareaal, waarbij de binnenste percelen vermoedelijk het oudste zijn.

De benedenloop van de Swalm vormt hier overigens tevens de grens met de Gemeente Beesel. De Hoosterbrug leidt vanaf de Weerd naar de Hoosterhof.

Zie ook: Aanwas, Biesweerd, Driessen, Neerbemden, Oude Maas.

 

 

 

 

 

 

Foto: Loe Giesen

 

Weerwolfsbroek

Smabers 13
Google Maps
Foto: Loe GiesenLandmeter Schomers tekende in 1785 het Weerwolfsbroeck, dat zijn voorganger Smabers in 1774 op kaart 13 ongemeten had gelaten, alsnog in met maten. Daarbij gebruikte hij een andere naam voor wat Smabers zoals zo vaak Kerckbroeck noemde.
Het gebied ligt net ten zuiden van GRINDBANK en ELZENBROEK, straatnamen die huizenkopers in de 21e eeuw vermoedelijk meer aanspreken dan de oude 18e eeuwse benaming.
 

WERNERSTRAAT

Smabers
Google Maps
De Wernerstraat is genoemd naar Werner van Swalmen. In 1370 schonk hertog Eduard van Gelre een tiende in Vlodrop aan de kapel genaamd Betlehem te Roermond onder voorwaarde dat Werner van Swalmen, als hospitaalridder in deze kapel, de tienden van hem in leen zou houden, evenals degenen die na hem hospitaalridder zouden zijn.
Wernerus de Swalmen, ridder, Berta de Gelenkirken, zijn echtgenote, en Robinus de Swalmen, kanunnik van het kapittel van St.-Servaas te Maastricht, schonken in op 25 juli 1376 vele bezittingen aan het kartuizerklooster, waaronder de Oude Hof te Swalmen.
Later werden de kartuizers ook nog eigenaren van de Beeckerhof.

Van het kartuizerklooster in Roermond is niet meer veel over. Een gedeeltelijk bewaard gebleven fresco in de broederkapel, met als thema het Laatste Oordeel, weerspiegelt nog de manier waarop in de late middeleeuwen werd gedacht over leven en dood.
Het kartuizerklooster werd in 1783 opgeheven door keizer Jozef II, o.a. staatshoofd van de Oostenrijkse Nederlanden. Daarmee kwamen ook de Genaanhof en Beeckerhof in particuliere handen.

 

WEVERSKAMP

Smabers 17/47
Google Maps

Foto: Loe GiesenLandmeter Smabers (1774) geeft de Wevers Camp aan op kaart 17 bij de percelen 47 tot en met 61, het gebied tussen GRAETERHOF en ELMPTERBAAN. Hier lag in 1774 diverse huizen: Jan Schrijnewerckers (47), Jacob Philipsen (50), en de weduwe Hendrick Vermeulen (54).
In 1784 verpandden Peter Peters gehuwd met Sibilla Simons en hun vader Andries Peters het huis op de Weverskamp gelegen tussen de erfgenamen Jacob Philipsen en de Joannes Smits te Roermond, alsmede het onlangs aangekochte huis genaamd de Baent naast de erfgenamen Jacob Philipsen gelegen.

Twan Ernst: Opgravingen van waterputten in Boukoul en Belfeld. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 17 (1997).

 

WIELER

Smabers 9
Google Maps

De buurtschap Wieler ontleent zijn naam mogelijk aan een Romeinse villa die in de omgeving van de huidige Wielerhof moet hebben gelegen. In de Romeinse tijd mondde de Swalm vermoedelijk nog op deze plaats uit in de Maas; een strategische plaats dus, met een goede verbinding via deze belangrijke waterweg.
In 1395 wordt de buurtschap genoemd als Wijlre en Wijlder.

Detail Ferrariskaart.

Landmeter Smabers gaf deze weg aan op de kaarten 9 en 11. Op kaart 11 noteerde hij bij de percelen 36 en 37 ook nog aen de Wijler straet. De Oostenrijkse kartograaf Joseph de Ferraris gaf de buurtschap aan als hameau Mildelhovene. Tja, dat krijg je als je plaatselijk toch wat minder bekend bent. Ook zijn weergave van de gebouwen was een beetje uit de losse pols...

Foto: Loe Giesen

In de 19e eeuw nam de bebouwing in Wieler toe, met name richting Swalmen. Op een enkel gebouw geeft een steentje het bouwjaar aan.

 
Wielerbeek  
De enige vermelding van de Wijlrebeeck dateert uit 1395. Kennelijk betreft het (een gedeelte van) de huidige Teutebeek.
 

Wielerbrug

Smabers 6-7-9
Google Maps

Foto: Loe GiesenOp de kaarten 6, 7 en 9 noteerde landmeter Smabers in 1774 de Wijler Brugge. Van hieruit liep toen nog tevens een voetpad via de Haestert naar Middelhoven.

In 1662 werd geklaagd dat de Wijler brug niet werd onderhouden. Tijdens het voogdgeding van 1686 zei gezworene Jan Bongarts namens de gemeente dat er een veehek hoorde te zijn aan de Wijlerbrugge, met het verzoek dit namens de gemeente te herstellen zoals van ouds gebruikelijk. De naburen van Wijler vroegen in 1687 of de brug over de Swalm aan het huis van Willem Rutsen uit algemene middelen kon worden hersteld.

Nabij de brug woonden in 1774 de weduwe Willem Naus (103) en Dirck Heijnen te Wijler (104).

Nieuwblad van Roermond, 22 april 1876.

 

 

 

 

 

 

Foto: Loe Giesen

 
Wielerheide  
Google Maps
De benamingen Wijlerheide, Willerheide en Weilerheide treffen we aan op enkele oude landkaarten, zoals de topografische kaarten van 1875, 1890 (afb.) en 1931.
 
Wielerhof  
Google Maps

Foto: Loe GiesenVoor de vroegste geschiedenis van de Wielerhof moeten we over de grenzen van Swalmen kijken, richting Beesel. In 1323 beleende ridder Johan van Kessel Godfried van Heinsberg-Blankenberg met tien bunder land bij Byssel. Willem van Swalmen (zijn zwager) was medebezegelaar van deze akte. In 1346 werd Seger van Kessel door hertog Reinoud van Gelder beleend met de Wilderhof te Beesel. In de Pondschatting van 1369, een soort belastinglijst, wordt hij onder Beesel genoemd. Vrijwel zeker was hij een kleinzoon van Seger van Broekhuizen bijgenaamd van Swalmen.
In de Pondschatting van Beesel vinden we tevens Zibert van Wilre vermeld met een maximale aanslag van acht pond; grondeigenaren werden meestal slechts aangeslagen in de plaats waar zij de meeste bezittingen hadden, en onder Swalmen wordt hij dan ook niet vermeld. Hij was wel in 1378 aanwezig bij een proces tussen Robijn van Swalmen en de hertog van Gelre over de rechten van Swalmen. Twee jaar later wordt hij vermeld als leenman van de voogd van Roermond.

Foto: Loe Giesen

Een akte uit 1406 noemt een zekere Johan van Wylre samen met zijn vrouw Berte, dochter van Reynart van Retersbeek (bij Klimmen) en Jutte van Vuerde. Via dit huwelijk had Johan een vordering op kasteel Wolfrath bij Holtum. Johan zegelde met het Kesselse ruitenkruis, hetgeen wijst op een verwantschap met of afstamming van de heren van Kessel. Op 1 augustus 1425 verklaarde Johan van Wylre samen met Willem van Vlodrop, de erfvoogd van Roermond, dat hij ermee akkoord ging dat de hertog van Gelder ongeveer 10 bunder heide in Swalmen aan Johan van Oyst (de heer van Swalmen) had gegeven. Van ongeveer 1419 tot 1436 was Johan richter en schepen van Roermond, terwijl hij in 1428 wordt vermeld als leenman van Horn. Omdat zijn vrouw Bertte hierom gevraagd had op haar sterfbed, verkocht hij op 10 november 1438 een gedeelte van zijn bezittingen op de Maeswert in Swalmen gelegen en eerder tot de hoeve Nopp behorend, aan Johan van Oest. Na het overlijden van Johan van Wilre en Berten werd hun nalatenschap gedeeld door de erfgenamen Van der Hoeve.
Zegel van Johan van Wilre, 1438, met het Kessels ruitenkruis.Omdat het echtpaar Van Wylre kennelijk overleed zonder wettige kinderen na te laten, concentreren we ons op de familie Van Kessel. Hoe de vererving na Johan van Kes
sel verliep, is nog onbekend, zodat de volgende gegevens worden gegeven onder voorbehoud. Het sterfboek van de Munsterabdij in Roermond noemt Mathijs van Kessel en zijn vrouw Hillegundis. Hun zoon Sibert van Kessel en diens echtgenote Bela van Groesbeek hadden vele kinderen, waarvan de zussen Hillegonda (kloosterlinge Munsterabdij), Wilhelma (abdis Munsterabdij), Christina, Bela (kloosterlinge in Keiserbos), Mechtildis (priorin in Burscheid), Margaretha (bijgenaamd van Wambeeck), Catharina en Theodora van Kessel en hun broers Fredericus en Mathijs (gehuwd met Hillegonda N) op het eind van de 15e eeuw genoemd worden in het sterfboek van de abdij.

Familiewapen Van Dript Theodora van Kessel trouwde met Johan van Dript. Hun kinderen Elisabeth (gehuwd met NN van Egeren), Isabella of Bela (abdis van het Munsterklooster in Roermond) en Johan (gehuwd met Aleidis NN) erfden de boerderij vermoedelijk. Laatstgenoemde had waarschijnlijk twee zonen, Herman en Dirk. Toen zij in 1525 de leeneed voor de boerderij aflegden, werd het leengoed in ieder geval al niet meer tot Beesel gerekend. Vanaf die periode komt het leengoed enkel nog voor in stukken met betrekking tot Swalmen. Mogelijk onderging de gemeentegrens tussen Swalmen en Beesel in de late middeleeuwen een wijziging. Geschillen over de preciese grens waren ook de aanleiding voor de totstandkoming van de kaart van landmeter Mulier in 1662.

 

Foto: Loe GiesenIn de loop van de 16e eeuw raakte de Wielerhof verdeeld. In 1539 werd naast Dirk van Dript ook Marten van Broekhuizen genaamd Oeyen beleend, gehuwd met Elisabeth van Dript. In 1550 werd de nalatenschap van Dirk van Dript en Margriet van Meer gedeeld. Hierbij kregen Johan van Bocholt en zijn vrouw Johanna van Drypt de helft van de Wielerhof. De landerijen van de Wielerhof werden tevens verder uitgebreid. Zo kochten Merten van Oeijen en Johanna van Dryp, inmiddels weduwe van Jan van Bockelt, in 1564 liefst 11 morgen gemeentegrond bij de Swalm en de Wieler brugge. Johanna overleed in 1592. Uit twee pachtcontracten uit 1574 en 1592 weten we dat de erfgenamen Van Boickholt de boerderij te Wilre gezamenlijk verpachtten, eerst aan Sil Crompvoets en zijn vrouw Catharina, later aan Til Crompvoets en Berthe Slabberts.
In 1617 werd Seger van Broekhuizen beleend en in 1618, na het overlijden van Dirk van Dript, nogmaals, ditmaal samen met Johan van Broekhuizen. In 1630 wordt nog een Joachim van Bocholt genoemd als mede-eigenaar.

Lakzegel van Gerard Graus als eigenaar van de Laathof van Dieteren, ca. 1630Wapen GrausIn het midden van de 17e eeuw wisselde de Wielerhof van eigenaar en in 1643 werd Gerard Graus, superintendent van de Rekenkamer in Roermond, na een verkoop door Seger van Broekhuizen beleend. Gerard Graus en zijn vrouw Adriana d'Anthin breidden hun bezittingen verder uit, o.a. door aankoop van land in de Neerbendt en op de Werdt in 1648. De gezondheid van Gerard liet echter te wensen over en in augustus 1648 maakte hij zijn testament op. Hij overleed in maart 1650 en liet behalve de Wielerhof nog vele andere kapitale goederen na. Hun zoon, de kapitein Albert Thomas, werd in april 1650, enkele maanden voordat hij trouwde met Elisabeth van den Kerkhove, beleend. Hij stierf al in 1656, waarna zijn dochter Johanna Adriana in 1659 werd beleend.
Er waren echter nog meer personen die rechten wilden laten gelden op de Wielerhof. Een van hen was Albert Thomas' jongere zus Maria Clara Graus, die al op 16-jarige leeftijd trouwde met Henricus Boonecamp. Uit dit huwelijk is slechts één dochter bekend: Lucretia Adriana Boonecamp (1639); de moeder overleed mogelijk kort na de bevalling. In het testament van Gerard Graus uit 1648 was zijn kleindochter al rijkelijk bedeeld. Ook Gerard's buitenechtelijke zoon Gerard, die hij had samen met zijn dienstmaagd Heilken van Houten, werd in het testament niet vergeten. Graus' schoonzoon Henrick Boncamp vocht het testament echter al meteen na opening aan. Dit weerhield hem er kennelijk niet van om in juli 1650 huwelijksgetuige te zijn bij zijn zwager Albert Thomas Graus, die zich ook wel Graus de Boeningen noemde. In 1654 sloot hij een overeenkomst met de heer van Hillenraad over de keurmedigheid van de Wielerhof. In maart 1659 werd Johanna Adriana Graus beleend met de Wielerhof. Zij overleed mogelijk in december 1666.

De Wielerhof vererfde kennelijk, ditmaal op Lucretia Adriana Boonecamp, al vóór 1657 gehuwd met Johan Ivo van Elshout de Heusden. Van Elshout was ook wel enigzins bekend met Swalmen; zo was hij doopgetuige bij de advocaat Gerard Bordels, die in 1653 een gedeelte van de Naborch en de Genoenhof had gekocht. Johan van Elshout wordt in 1667 vermeld in verband met de hof te Wylre. Zijn vrouw, de eigenlijke leenhoudster van de boerderij, overleed in maart 1668. Samen met zijn schoonvader Johan Ivo van Elshout verkocht Henricus Boncamp nog detzelfde jaar een huis in de Munsterstraat in Roermond.

Foto: Loe GiesenDochter Maria Catharina van Elshout (1657) trouwde in 1673 - maar nét 16 jaar oud - met Judocus Bernards , raadsheer van Gelre. Bernardts werd in mei 1677, na het overlijden van zijn schoonvader, beleend met de hof te Wijlre en het goed Ter Coppelen of Dieteren (de Koppelberg) onder Susteren. Vermoedelijk was het Bernards die in 1678 een lening opnam bij het gereformeerd weeshuis in Maastricht, dat daarop werd beleend met de 4 morgen land die hij hiervoor waarschijnlijk als onderpand stelde.
In deze periode was tevens een gedeelte van de Wielerhof eigendom van Hans Ulrich van Bex te Brunssum, die in 1679 van keizer Karel toestemming kreeg voor de verkoop van zijn aandeel in de Wijler hoff. Hij verkocht zijn 4 morgen in 1686 aan het weeshuis, die die deel op hun beurt in 1695 weer verkochten aan Johan Albert van Heusden de Elshout.
In 1701 werd raad Bernardts opnieuw beleend. Bernards was raasheer te Mechelen, waar hij mogelijk ook vóór 1706 overleed. Zijn weduwe overleed in 1722 op Schöndelen onder Roermond en werd begraven in de kerk te Mechelen.

In juli 1706 werd haar jongste broer Johan Albert van Heusden de Elshout (1664) na het overlijden van zijn zwager beleend. Kennelijk had deze al eerder belangen in de Wielerhof, want hij kocht in 1686 nog land aan de brug bij Wijlre. In 1694 richtte Johan Albert een verzoekschrift aan de heer van Hillenraad, waarin hij nog eens herinnerde aan de afspraken uit 1654 waardoor geen keurmede hoefde te worden afgedragen. Blijkens deze brief was toen 1/5 deel van de Wielerhof in handen van een jonker Roff(aert?) en het gereformeerd weeshuis te Maastricht. In 1695 verkocht het weeshuis haar aandeel aan Johan Albert van Heusden, die prompt met die 1/15 deel werd beleend. In 1700 stelde hij zijn allodiale gedeelte van de Wielerhof, d.w.z. het gedeelte dat niet leenroerig was aan de hertog van Gelre, als borg. In juli 1706 werd Johan Albert van Heusden na het overlijden van zijn zwager Judocus Bernardts beleend. In 1717 liet hij beslag leggen op de bezittingen van Peter Stockmans, mogelijk een pachter. Joannes Albertus van Elshout van Heusden overleed op 21 april 1720 en werd begraven bij de Clarissen in Roermond.

Foto: Loe Giesen

De Wielerhof werd nu in leen gegeven aan Gerardus Rumoldus Bernard namens zijn moeder Maria Catharina van Heusden de Elshout, weduwe van Judocus Bernard. Bij deze gelegenheid (1720) werd het leengoed weer samengevoegd tot één leengoed. In 1735 nam Gerardus Josephus Berndardt 1000 pattacons op van het klooster Mariawee in Roermond met de Wielerhof als onderpand. In 1737 werden de bezittingen van wijlen Gerardus Rumoldus gerechtelijk verkocht. Nieuwe eigenaar van de Wielerhof werd (na naasting) zijn broer Joannes Ambrosius, heer van Schöndelen, die in 1745 na het overlijden van zijn broer Gerardus Rumoldus tevens werd beleend met de Koppelberg bij Dieteren. Ambrosius Bernards de Boeningen, heer van Schöndelen, overleed in augustus 1773 en werd begraven op het koor van de kerk van Melick.

Foto: Loe GiesenDe Wylerhof te Swalmen viel in 1775 bij deling toe aan Charles Henri Goubau en zijn twee zussen, Maria Theresia Goubau, douairiere van Emanuel de Waepenaert (in leven gedeputeerde van de Staten van Vlaanderen) en Maria Joseph Goubau. Alle drie waren voor 1/6 deel erfgenaam van Bernards maar het lijkt erop dat vooral Charles Henri zich met de hoeve bemoeit. Hij was raad in de Grote Raad in Mechelen en overleed voor 1794, toen zijn weduwe Reine Charlotte de Villegas Pellenberg aanzienlijke waardepapieren overdroeg aan haar zoon Melchior Francois Joseph baron Goubau.

In maart 1801 machtigden Judith Fuhrmann, weduwe van Leopoldus Goubau, voor zichzelf en haar twee minderjarige zonen Benedictus en Carolus Goubau; Ambrosius Goubau en Carolina Goubau, meerderjarige kinderen van gemelde Judith en wijlen Leopold; Theresia de Waepenaert, weduwe van Joannes Michael de Annez; en Regina de Waepenaert, bijgestaan door haar man en voogd Joannes Alexander Ernestus de Cannaert d'Halmale, allen particulieren wonend te Mechelen en mede-erfgenamen van wijlen Ambrosius Bernaerts, overleden te Roermond, de rechtsgeleerde Emanuel Goubau wonend te Brussel om "sekere hoeve, schuiren, stallinge, met de landen ap- ende dependentien van dien gelegen tot Swalmen, soo ende gelijck de selve op de comparanten mits doode van den gemelden Ambrosius Bernaerts is gesuccedeert", te verkopen. Hoe de relatie van deze erfgenamen tot hun oudoom Johan Ambrosius Bernard is, is nog niet bekend. Feit is dat zij de "ferme avec grange, écuries, jardin, verger et dependances avec environ cent trente un arpents, cent quinze petites verges, tant terres arables, prairies, bois de raspe, sites sous la commune de Swalmen, sous le nom De Wijlerhof" in mei 1801 verkochten aan Henri Joseph Michiels en Cornelie Jacqueline Bosch.

Foto: Loe GiesenDrossaard Henri Joseph Michiels en zijn vrouw, die eerder in Eindhoven woonden, waren vanaf hun komst naar Roermond druk doende met de aankoop van allerlei onroerende goederen. In september 1799 kocht hij de hoeve Stoutenburg (het latere Jagershuis) in Beesel van zijn neef Karel van der Renne. Een maand na de aankoop van de Wielerhof kocht hij van de Kesselse herbergier Herman van Wijlick diens boerderijtje bij Rookhuizen, dat hij vervolgens liet slopen om het land later gedeeltelijk bij zijn Hof de Bakheijde te voegen. In 1804 werd hij eigenaar van de hoeve Waterloo. Kortom: Michiels was zeer vermogend. In het begin van de 19e eeuw was hij burgemeester van Roermond. In 1817 kocht Michiels nog een boerderij in Beesel op van Frans Beurskens en Margaretha Zimmermans. Henri Joseph Michiels overleed in 1825 op kasteeltje Hattem bij Roermond.

De Wielerhof werd nu eigendom van Jan Alexander Hubert Michiels van Kessenich. Hij maakte in april 1825 een akte van huwelijksvoorwaarden op met Maria Johanna Francisca Josepha van der Renne, die hij enkele weken later zijn ja-woord gaf. Op de oudste kadastrale minuutplans uit 1843 staan de gebouwen ingetekend (sectie A 520 en 521).

In april 1868 werd de nalatenschap van Jan Alexander Hubert baron Michiels van Kessenich gedeeld tussen Willem Jozef Hendrik Hubert baron Michiels van Kessenich wonend te Roermond en Cornelia Maria Eugenia Petronella Michiels van Kessenich in huwelijk met Carel Jan Christiaan Hendrik van Nispen tot Sevenaar wonend te Arnhem. Het betrof onroerende goederen gelegen in België, te Kessenich, Ophoven, Kinroij, Molenbeersel, Hunsel, Neeritter, Swalmen enz. Willem erfde o.a. de Wielerhof, terwijl Eugenie o.a. Waterloo erfde.

Baron Willem Michiels van Kessenich liet de schuur van de Wielerhof in 1893 herbouwen, waarbij hij zijn initialen naliet voor het nageslacht: BWMVK (zie bovenstaande foto). Ook richtte hij zich op verbeteringen, zo lezen we in de krant van 26 augustus 1905: "Naar wij vernemen zal bij den pachter Smeets op Wijlerhof door den Limburgschen Landbouwbond een fokstation tot verbetering van het varkensras worden opgericht." Willem was al vroeg met zijn dood bezig: vele malen veranderde hij zijn testament.

Jos Alers: Herbouw bakhuis te Wieler. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 14 (1994).
Loe Giesen: Het testament van Gerard Graus, eigenaar van de Wielerhof te Swalmen. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 15 (1995).

 

Wielerstraat

Smabers 9
Google Maps
In 1662 klaagde Frederijck Frederijck dat de greppel langs de Wijlerstraet telkens wanneer hij deze weer in orde had gebracht, weer werd dichtgetrapt door schapen, varkens en ander vee. Doordat de weg niet werd onderhouden, werd zijn erf als doorgaande weg gebruikt.
 

Wielerveld

Smabers 9
Google Maps

In 1668 werd geklaagd dat de openbare wegen in het Wijlervelt niet werden onderhouden.

Landmeter Smabers gebruikt de benaming Wijler velt voor het gebied begrensd door PARALLELWEG, MIDDELHOVEN, WIELER en de BEESELSEWEG.

 

Wielerweg

Smabers 9
Google Maps

In 1696 klaagde Derick Janssen, pachter van doctor Fabritius, dat de Wijlerwegh door het Wijlervelt breder werd gemaakt dan behoorde.

Foto: Loe Giesen, 2009.

Het gedeelte van de KOULEWEG tussen de PAPENWEG en WIELER wordt in 1774 door landmeter Smabers aangegeven als Wijler wech. Bij de aansluiting met WIELER was een veehek genaamd Pinxt falder.

 

wijher

Smabers
Google Maps
Scholtis Buijckman schreef in 1722 dat de prior van de Karthuizers er over had geklaagd dat de aanplant en de heggen rond de Beeckerhof werden vernield door Swalmenaren die in de kleine wijher achter de nieuwe grote wijher aldaar gelegen bij nacht en ontij "met werp-, cleeffgaerens ofte andere vischgetouw" de vissen uit het water probeerden te halen. In de kerken van Swalmen en Asselt werd door de bode aangekondigd dat dit werd verboden op straffe van 3 goudguldens per overtreding.
 

Wilde Zijde

Smabers 15
Google Maps

Foto: Loe GiesenIn 1548 verkocht de gemeente Swalmen 2 bunder heide genaamd die Wijlde Sijde, gelegen binnen hun greppels langs en naast land behorend tot Hillenraad, aan Anna van Vlodrop, vrouwe van Hillenraad. Aanleiding voor de verkoop waren de hoge proceskosten die gepaard gingen met een geschil met die van Elmpt over het gebruik van gemene gronden.

Volgens een pachtcontract uit 1672 behoorde "die geheele Wilde Siede, uytgenomen vier morghens" tot de landerijen van hoeve Boekweitsdries. Het ligt dan ook voor de hand dat de aankoop van het gebied door Anna van Vlodrop in 1548 uiteindelijk heeft geleid tot de stichting van deze boerderij.

In 1745 werd een schaderapport opgemaakt waarin ook melding werd gemaakt van de Wilde Sijde alias Boeckesdriesvelt.

Landmeter Smabers tekende het Boeckweijtsdriesvelt in als de percelen 229 en 230 op kaart 15. In een akte van 1871 is sprake van de Wilzijde. Krantenberichten it 1907 en 1926 gebruiken de spelling Wilzie.

 

WILGENPAD

Smabers 13
Google Maps

De wilg (Salix) is een van oudsher veel voorkomende boom langs de rivier de Swalm. In oude akten heet deze boom meestal wie of wijhe. Als de wilg op ongeveer twee meter hoogte wordt afgezaagd, spreken we van een knotwilg, vroeger topweyen (1654) of sproeckwijde (1678) genoemd. Tot de familie van de wilgen behoort ook de populier, vroeger popelweiden (1588) of popelwilgen (1640) genoemd.

Foto: Loe Giesen

Wilgen werden vroeger op allerlei manieren gebruikt. Langs beken hielden wilgen met hun wortels de bodem vast en voorkwamen zo mede erosie door de schurende kracht van het water. Wilgenhout werd o.a. gebruikt om klompen te maken. Een oud kinderliedje herinnert hieraan: “Hout sjnieje, dieke wieje, klómpe make, det zal krake…”. Ook werden wilgentenen gebruikt voor de vulling van vakwerkwanden. Met zijn dichte kruin en vaak holle stam biedt de wilg nest- en schuilgelegenheid aan tal van dieren.

Omdat de wilg een relatief grote economische waarde had, vinden we hem betrekkelijk vaak in oude archiefstukken. Zo moest de pachter van de Klerkenhof in Rijkel (gem. Beesel) in 1660 jaarlijks 100 wilgen poten. Als een wilg verdorde, moest hij twee nieuwe zetten. Bij de overdracht van landerijen werden kostbare bomen zoals eiken en wilgen soms afzonderlijk genoemd. Uniek is een Swalmer lijst van hoofd- en beestenschat van 6 oktober 1654, waarin voor iedere wilg (wey) een halve stuiver belasting moest worden betaald en voor iedere eik zelfs driekwart stuiver.

 

WILHELMINALAAN, KONINGIN

Smabers
Google Maps
 
 

WILLEM ALEXANDERSTRAAT

Smabers
Google Maps

Prins Willem-Alexander Claus George Ferdinand Prins van Oranje, Prins der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Jonkheer van Amsberg werd op 27 april 1967 geboren te Utrecht als oudste zoon van prins Claus von Amsberg en (toen nog) prinses Beatrix van Oranje-Nassau. Na de middelbare school studeerde hij geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden. Prins Willem-Alexander trouwde op 2 februari 2002 met de Argentijnse Máxima Zorreguieta. Het echtpaar heeft drie dochters: Amalia ((2003, naar haar werd de PRINSES AMALIAHOF in Swalmen genoemd), Alexia (2005) en Ariane (2007).

 

Winkel

1. Smabers
Google Maps

Foto: Loe Giesen

In 1669 had Gerart int Hoeckxen al land in de Hoefacker. Waarschijnlijk woonde hij in het uithoekje dat ook bekend is als de Winkel. In 1700 verpanden Jan Cuijpers en Marie land in de Winckel gelegen, met de korte zijden grenzend aan het Noenhoeverbroeck en het Kerckenbroeck van Asselt. De Winkel wordt ook aangegeven op blad A1 van het kadastraal minuutplan uit 1843.

Op de foto de Winkel gezien vanaf het zandpad dat vanuit Middelhoven naar het Sentisse Kempke loopt.

 

2.

Smabers
Google Maps
Foto: Loe GiesenOp een kaart van de bezittingen van de Beeckerhof uit 1835 door landmeter Lecluyse staat Den Winkel aangegeven naast een perceel genaamd Den Thooren. Op het kadastraal minuutplan van 1843 staat den Winkel aangegeven op de hoek van de inmiddels verdwenen Hillenraederweg en RAAYER LUYCKWEG.
 

Wistebroek

Smabers
Google Maps
In 1692 verkochten de erfgenamen van Hans Adam Goltslaegers en Anneken Raemeeckers een stuk land aan het Wistebroeck gelegen. Mogelijk betreft het een verschrijving voor de benaming Wuste Broek.
 

Witte Graaf

Smabers
Google Maps
In 1713 verdeelden de erfgenamen Bulders bezittingen waaronder land aan de Wittengraeff gelegen. In 1720 verpandden Jacob Heijnen en Elisabeth van Cuijck land aan de Witten Graef gelegen. In 1779 verkocht Jan Hendrickx, met toestemming van zijn meerderjarige zoon Lambert Hendrickx en diens vrouw Catharina Geraedts, een perceel akkerland in het Grathervelt nabij de 'Grather Zantcuyle oft den soo genoemden Witte Graef' gelegen tussen Joannes Zanders en Willem Ramaekers, met de korte zijden grenzend aan land van Graterhof en Graterdries of de weg lopend naar de Raei. In 1791 werd opnieuw land verkocht aan de Witten Graeff.
 

WITTE KOEWEG

Smabers
Google Maps

Deze weg komt op de kaart van buurtwegen uit 1844-1875 voor als de weg met het nummer 81: De Koestraat. Volgens de bijbehorende staat betreft het een weg vanaf de huidige BOSSTRAAT in de richting van Mulbracht (D). In 1892 wordt de weg vermeld als Heierkoestraat. Het was een van de wegen waarover het vee naar de gemene gronden werd gedreven. Tegenwoordig ligt hier een industrieterrein, met aan beide zijden van de weg bedrijfspanden. Het gedeelte oostelijk van de SPORTPARKLAAN is niet meer in gebruik als openbare weg. Het tracé liep langs de Boshei naar de rijksgrens met Duitsland.

Vastgesteld bij raadsbesluit van 22 december 1947.

 

Witte Paard

Smabers 11/280
Google Maps

Foto: Loe GiesenVan het huis met de naam het Wit Peerdt kennen we slechts twee vermeldingen.
Op zondagmorgen 29 juni 1760 werd Willem Meuter, schoolmeester en waard van herberg het Witte Peert, gemolesteerd door enkele Franse soldaten die hem de genoten drank moesten betalen. Ze deden alsof ze hem geld wilden geven en zeiden: 'daer, canalie'. Toen hij het geld wilde aannemen werd hij door hen "met hunnen stock dusdaenigh op de vingeren geslaegen, dat hij meinde dat de vingeren hem afvielen."

In april 1764 ruilde Gerardus Heijnen zijn huis in het dorp gelegen naast het Witte Paard met Hendrick Wuts en Jenneken Willems voor een huis, schuur en stallingen op de hoek van de HOOGSTRAAT (smabers-11/277, zie: Oord). Op de Smaberskaart staat Geret Heijnen aangegeven als eigenaar van het pand met nummer 279, zodat met het Witte Paard de nummers 278 of 280 wordt bedoeld. Aangezien perceel nummer 278 in 1774 onbebouwd was, zal het huis van Willem Meuter (280) bedoeld zijn, nu slagerij Thomassen. Dit huis aan de MARKTSTRAAT werd in 1754 gebouwd door Joachim op den Camp en Elisabeth Heijnen. Net als bij de dienstwoning bij kasteel Hillenraad uit 1745 zien we een fraaie gezwenkte gevel.

Loe Giesen: Het Witte Paard te Swalmen. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 26 (2008)

 

Woeste Broek

Smabers
Google Maps

Volgens een register van inkomsten van de kerk van Swalmen uit de late 16e eeuw betaalde Jennis Keuffen jaarlijks 26 stuiver wegens een bunder land gelegen ahn dat Wuste Brock. Een mis op zaterdag werd mede bekostigd uit jaarlijks 1 malder rogge uit Jennis Keuffen landt ahn dat Wuste Broick.

Foto: Loe Giesen

In het voogdgeding van 1703 lezen we "dat het voetpatien commende vuyt het Haestert sich in t’velt doodloopt ende moet vuytloopen tot op Wustenbroecx goet". De exacte locatie is niet bekend. In 1774 tekende landmeter Smabers twee voetpaden in vanuit het Haestert. Er van uitgaande dat dit toponiem verband houdt met nat broekland is de in bovenstaande afbeelding aangegeven locatie het meest waarschijnlijk.

 

WOLFF METTERNICHLAAN, GRAAF

Smabers
Google Maps

Foto: Loe GiesenHermann Joseph Ferdinand Aloisius Hubertus Maria Ana graaf Wolff Metternich zur Gracht werd op 3 april 1887 geboren te Satzvey (D), waar zijn ouders een middeleeuwse waterburcht bewoonden. Als (toekomstig aangetrouwde) neef van Frans Eugenius graaf von und zu Hoensbroeck en Hermengilde gravin Wolff Metternich, werd hij in augustus 1909 eigenaar van kasteel Hillenraad. Herman trouwde op 15 september 1910 in Gaußig (Saksen) met Amélie gravin von Schall Riaucour (1888-1971). Hun alliantiewapen met de jaartallen 1910-1935 bevindt zich op de sokkel van een kruis in de Hillenrader Bossen.

Graaf en gravin lieten vooral de bijgebouwen van Hillenraad tussen 1909 en 1922 ingrijpend veranderen. Zie hiervoor het aparte lemma over het kasteel. De graaf was niet onbekend met grote verbouwingen, was er min of meer mee opgegroeid. Zijn vader had immers het kasteel in Satzvey aan het eind van de 19e eeuw ingrijpend laten restaureren.

Over de rol van de graaf tijdens de Eerste Wereldoorlog werd in de Nederlandse pers hier en daar openlijk getwijfeld, waarbij sociaal voorvechter Henri Hermans het echter opnam voor de graaf. Zelf schreef de graaf hierover op 3 januari 1919: "De Maasbode heeft kort geleden in een beschouwing over de jongste gevechten tusschen regeeringstroepen en de volksmarinedivisie te Berlijn er den nadruk op gelegd, dat deze marine-troepen onder mijn leiding stonden. Ik veroorloof mij naar aanleiding daarvan het volgende op te merken:
De volksmarine-divisie heeft inderdaad geruimen tijd onder mijn leiding gestaan en wel ben ik op grond mijner herhaalde verkiezing door de matrozen op wensch der regeering en met toestemming mijner superieuren als haar aanvoerder opgetreden.
Het eenige doel, dat ik hiermede beoogde, was de handhaving der orde en rust te Berlijn, teneinde de voorloopige regeering daardoor in staat te stellen Duitschland te bestudeeren en aldus mijn vaderland voor nog grootere rampen te behoeden.
Tot den 7en December, op welken datum ik mijn commando neerlegde, was ook de houding der volksmarine-divisie volkomen in overeenstemming met deze opvatting.
Vanaf dezen dag heb ik mij absoluut niet meer met de militaire aangelegenheden van Berlijn bemoeid, daar deze zaak na het binnenrukken der gardetroepen te Berlijn op 8 December onder andere leiding moest worden gesteld.
Ik moet daarom de verantwoordelijkheid voor de verdere ontwikkeling der dingen te Berlijn met de meeste beslistheid van de hand wijzen. Deze ontwikkeling is veeleer een gevolg van het gebrek aan energie, dat ook mij reeds herhaaldelijk de vervulling mijner taak had bemoeilijkt en dat ten slotte noodzakelijkerwijze moest leiden tot zinnelooze straatgevechten te Berlijn, met de hun begeleidende verschijnselen." "In Midden-Limburg, waar graaf Wolff Metternich, die al vóór den oorlog op het mooie Hillenraadt woonde, zooals wij zeiden, zeer gezien is, zal men hem gaarne onder de Nederlandsche staatsburgers opgenomen zien", aldus de Leidsche Courant op 2 december 1921.

Op 7 november 1919 bracht prins Hendrik een bezoek aan het kasteel. De graaf - op dat moment gedelegeerd lid van het R.K. Nederlandsch Huisvestingscomité - en gravin zelf woonden rond deze verbouwingsperiode overigens geruime tijd in Oostenrijk en Hongarije, waar zij zich - o.a. vanuit Wenen - bezighielden met liefdadigheidswerk. Op 30 oktober 1920 ontvingen ze hiervoor beide een pauselijke onderscheiding - het gouden kruis Pro Ecclesia et Pontifice - waarbij zij werden benoemd tot Commandeur in de orde van de H. Gregorius.

In 1922 werd Wolff Metternich genaturaliseerd. De graaf werd bij Koninklijk Besluit van 10 december 1925 verheven in de Nederlandse adel. Tevens was hij Ridder in de Souvereine Orde van Malta.

Het Volk, 13 oktober 1932Dagblad Het Volk noemde de graaf in oktober 1932 in één adem met Frans von Papen, die in 1932 werd benoemd tot rijkskanselier van Duitsland. Von Papen werd nog datzelfde jaar als kanselier opgevolgd door Kurt von Schleicher. Beiden zouden samen met de graaf op kasteel Hillehaard (sic) thee hebben gedronken niet lang voordat ze in hun functies werden benoemd.

In november 1932 werd de graaf in verband gebracht met een wapensmokkelaffaire bij Nordhorn (D). De karabijnen van de Belgische wapenfirma Orban Ferriers waren verstopt in turfschepen die de lading via het Vecht-Eemskanaal naar Duitsland brachten. "Bedoeld is in dit bericht graaf Herman Wolff Metternich, die eenige jaren geleden werd genaturaliseerd, hoewel hiertegen in de Tweede Kamer eenige bezwaren waren geopperd. Graaf Metternich, die in de sportwereld een bekende figuur is, woont op het kasteel Hillhaar (sic) te Swalmen (L) dicht bij de Duitsche grens. Hij is lid van den gemeenteraad van Swalmen", aldus de Nieuwe Leidsche Courant in een bericht van 25 november 1932.

Mooi Limburg, 27 november 1937.

De graaf werd in november 1937 door de burgemeester van Roermond onderscheiden met het Kruis van Verdiensten. De onderscheiding werd verleend door de Bond van Nederlandsche Burgerwachten, wegens de vele verschillende diensten die hij had bewezen aan de Vrijwillige Burgerwachten. Tevens was hij enkele jaren lid van de Swalmer gemeenteraad.

Herman graaf Wolff Metternich overleed vrij plotseling op 29 mei 1956 op kasteel Hillenraad.

Hillenraad wordt tegenwoordig bewoond door Eugénie gravin Wolff Metternich, weduwe van Claude Gaston de Guerre. Zij droeg het kasteel in 2009 over aan haar zoon Thibaud de Guerre.

 

WOLFSBOOM, AAN DE

Smabers 10/192
Google Maps

Foto: Loe Giesen

Deze straat heette tot … Reubenberg. Peeter Deijckers van Gratum en zijn vrouw Neulken Muggenbroeck verpandden in 1657 land in het Voorvelt aan de Wolffsboom gelegen tussen Thijs Hawinckel en Merije Hoefmans, 'waer door den Venlosche wegh is loopende'. In 1685 werd akkerland verkocht aan de Wolfvels Boom naast de gemeente gelegen, met een korte zijde grenzend aan de Veestraet.

Foto: Loe GiesenDe Wolfsboom wordt o.a. aangegeven op een ongedateerde schets van het gebied tussen Beesel en Swalmen. Landmeter Smabers (1774) tekent de plaats van de Wolfsboom op kaart 10 in bij perceel 192, enkele honderden meters noordelijk van de Reubenberg. In de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel (OAT) behorend bij kaart B van het kadastraal minuutplan van 1843 wordt de Wolfsboom bij perceel 823 nog genoemd. De laatste schriftelijke vermelding van de Wolfsboom dateert van juli 1913.

 

Wolfsgraaf

Smabers 10-13
Google Maps

Foto: Loe GiesenLandmeter Smabers (1774) tekent de Wolffsgraef of Wolffs graeven in op de kaarten 10, 12 en 13. Deze oude landweer begint dan aan de Swalm, ongeveer ter hoogte van De Houter, en loopt dan in noordelijke richting tot aan de WITTE KOEWEG. Op kaart 12 vormt de Wolfsgraeven de meest noordelijke grens van het beschreven gebied. Op kaart 10 tenslotte is nog net het einde van de landweer te zien, bij de Wolfsboom aan de Baene naer Venlo. Op de helaas al snel verdwenen kaart 14 zal de wal ongetwijfeld ingetekend zijn geweest.

Sectie B van de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel (OAT) behorend bij het kadastraal minuutplan van 1843 draagt in zijn geheel de naam Wolfsgraben.

Wiel Luys: De Wolfsgraaf: een Middeleeuwse landweer in Beesel-Swalmen. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 3 (1983).

 

 

 

 

 

Foto: Loe GiesenEen van de best bewaard gebleven gedeelte van de Wolfsgraaf werd rond 1983 ontdaan van bomen en struiken om de wal zo beter zichtbaar te maken. Om een juist beeld te krijgen van de Wolfsgraaf moeten we echter juist de struiken links en rechts van de wal wegdenken, en de Wolfsgraaf zelf beplanten met een zo ondoordringbaar mogelijke haag van vaak zelfs nog door mensenhand in elkaar gevlochten takken.

Even ten oosten van Groenewoud eindigt de oude landweer tegen de oevers van de Swalm.

 

 

© Loe Giesen, Reuver

 

Wolfsheg

Smabers
Google Maps
In 1708 verkocht Areth Aelen land aan de Wolfshegge.
 

Wolfskeel

Smabers
Google Maps
In een akte uit 1717 is sprake van een stuck 'landt aen den Renboom, de siede naer de Woolfs kel'.
 
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
 
© Loe Giesen, Reuver 1983-2017