| Van Aalsbeek tot Grijze Paal - Toponiemen in Belfeld | ||
| A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z | ||
Gaesbeek |
Google Maps |
|
|
||
GAESSTRAAT |
||
Op de kastrale minuutplans wordt de naam Gaesstraete gegeven aan het meest noordelijke gedeelte van de huidige PRINS HENDRIKSTRAAT, ten oosten van de Zandkamp. De ontginning oostelijk daarvan heet dan ook Tusschen de Gaes Straet en de Ley Graef. Bij de bestudering van oude documenten moeten we er dan ook rekening mee houden dat dit toponiem - zoals opvallend vaak in Belfeld - niet meer op de oorsponkelijke plaats ligt. |
||
Geer, de |
Google Maps |
|
| Rond 1610 werd land te Belffen op de Gheer gelegen verkocht, met de korte zijden grenzend aan de Gaessbeeckh en de heide. | ||
GELOERVELDWEG |
||
Geloo |
Google Maps |
|
Op 14 mei 1407 bepaalden Henrick van Wijsschel en Cathrine van Breede, de eigenaren van de Hof tot Leeuwen (bij Reuver), dat hun laten die aan ghen Loee woonden de goederen die ze bewoonden en beakkerden en tot de Hof tot Leeuwen behoorden, voortaan erftijnsgoederen zouden bezitten. De laten bleven verplicht om hun graan op de molen te Offenbecke te laten malen. In januari 1613 (z.d.) verkocht Henrich Fullers met toestemming van zijn vrouw Griedtgen een huisplaats aan gen Lohe gelegen tussen erf van Derick in gen Sandt en het broek, met één korte zijde grenzend aan Nelis Wagens' erf, aan Wilhelm Timmermans. Twan Ernst: Geloo en het (Timmermans)-Peeters Huis. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 20 (2000). |
||
Gelooerbeek |
||
De OAT uit ongeveer 1842 geeft de naam Leurbeek aan de percelen op sectie B nrs. 22 t/m 38. In dit gebied zijn nog drie kleinere en vermoedelijk oudere ontginningen te onderscheiden, grenzend aan een van de beekjes die bijdragen aan de Aelsbeek. |
||
Gelooerberg |
||
De OAT uit ongeveer 1842 geeft de naam Leurberg aan de percelen B 1 t/m 21. Tegenwoordig ligt hier een grote kas. |
||
Gelooerheide |
Google Maps |
|
| Volgens een lijst van inkomsten van de kerk van Belfeld uit 1574 betaalde Lenart int Broeck jaarlijks een malder roggen wegens zijn nieuw erve aen de Looorheyden. | ||
Gelooerkamp |
Google Maps |
|
| Op het eind van de 16e eeuw (z.d.) droeg Reincken Leisten met toestemming van zijn vrouw Peterken een stuk land tussen Bouckshoef en Boenenbecker gelegen, met de korte zijden grenzend aan Merrie Fincken en de Loeer Kamp, na aankondiging in de kerk over aan Heinrich Geisen, ongehuwd. | ||
Gelooer kapel |
Google Maps |
|
|
||
Gelooer Maas |
Google Maps |
|
| In 1660 droegen Fullingh Dierckx, Thonis Lenssen van Velden en Jan den Muller van Venloe met toestemming van hun echtgenotes ½ morgen bemd op de Leuijer Maes gelegen tussen de gemeente en aankoper, met de korte zijden grenzend aan de berg en aan de Maas, voor een bedrag van 225 gulden Venloos over aan Jacob in gen Middelt, burger te Venloe. | ||
Gelooerveld |
Google Maps |
|
In 1439 verkocht Mechteld van der Hese uit Venlo een grondrente van 5 malder rogge ten laste van negen percelen in den Loerrenvelde in het kerspel Tegelen aan de Kruisheren van Venlo. In december 1604 verkochten Johan, Catharina en Peter Stricken, mede namens hun andere broers, hun goederen in het Loher Veldt gelegen aan de vrijgezelle broers Johan en Wilhelm Thrijnens.
Heinrick Peuckens en zijn vrouw Aeletgen verkochten in 1626 land in het Loherveldt gelegen tussen Mette Wagens en Heinrixsken Fullins, met de korte zijden grenzend aan die Schmaelen en aan de Dicksweech. In 1628 verkochten Dierich van Heinsbergh en Angenees Steelenbaegh morgen land in het Kleuherveld gelegen tussen Geritgen aen gen Lohe en Heinrich in gen Betauwe, met een korte zijde grenzend aan de Heerweg, aan Peter Wolffers en Marie Hanen. |
||
Gelooerven |
Google Maps |
|
| De OAT van rond 1842 noemt de percelen vallend onder sectie B allemaal Looyerven. | ||
GELRESTRAAT |
||
Gemeenteven |
Google Maps |
|
In 1938 verpachtte de Gemeente Belfeld 176 percelen bouwland, o.a. gelegen bij het Gemeenteven. |
||
Giskenkamp |
||
Tegenwoordig loopt de A73 dwars door deze ontginning. |
||
Goossensgoed |
Google Maps |
|
Op 18 november 1675 droegen Truitgen Goossens, weduwe van Hendrick Janssen, Goossen Goossens, Hendrick Verhaegen en Claes Hendrickx, beiden voogden van Lambert en Jan Goessens kinderen, krachtens volmacht gepasseerd voor schepenen van de stad Haerten d.d. 2 november 1675, het goed genaamd Gossens goed te Belffelt gelegen met huis, hof en landerijen, groot ca. 16 morgen, voor een bedrag van 530 rijksdaalder plus 6 rijksdaalder als vertegenispenning over aan Willem Franssen aen gen Steijl en diens echtgenote Wendel Cuerinchzig. In 1699 vond voor de schepenbank van Beesel en Belfeld de overdracht plaats van seeckeren bouwhoff aent Loo tot Belfelt gelegen, genoempt Goessens goet. |
||
Graafakker |
Google Maps |
|
In 1664 verkocht Lens Peeter Lensen met toestemming van zijn vrouw akkerland in de Oe te Belffelt gelegen genaamd de Graeffacker aan Peeter Pauwels, maar het verkochte goed werd kort daarop beschud door Geerart Wolffers. |
||
Grammay's Bemd |
Google Maps |
|
Grammay's naam bleef ook na zijn dood verbonden aan enkele percelen grasland ten noorden van Malbeck. Op de kadastrale minuutplans uit 1843 zijn deze ingetekend als Remije Beemd. |
||
Grijze Paal |
||
![]() |
||
GROENSTRAAT |
||
In 1908 verkocht S. Verhaegh-Sijbers een nieuw gebouwd huis aan de Groenstraat (sectie D 1860), verhuurd aan Andr. Theeuwen. In 1921 werd een huis in de Groenstraat te koop aangeboden door Peter Krombach. In 1926 lag aan de Groenstraat het café van L. Thijssen. De weduwe Jornick verkocht in 1929 het pand Groenstraat 12 (sectie D 1995). In 1942 werd de naam van de Wilhelminastraat gewijzigd in Groenstraat. |
||
Grote Bemden |
||
In de kadastrale OAT van rond 1842 worden de percelen B 39 t/m 58 aangeduid als Groete bemd. Het betreft het gebied tussen VERLENGDE RIETWEG en de Gelooerbeek. |
||
Google Maps |
||
In 1456 droeg Sibert van Kessel de hof genaamd de Grote Hoeve, gelegen bij Belfelt in het land van Montfort, grenzend aan het Merlenbroeck, met alle toebehoren, paardenstoet en wildbaan, over aan zijn dochter Catrina, echtgenote van Reiner van Breempt de jonge. Hoewel de hertog van mening was dat de paardenstoet, de wildbaan en de heerlijkheid hem toekwamen, beleende hij na een uitspraak door zijn leenmannen Catrin voornoemd met al deze goederen en rechten. Sybrecht van Kessel en zijn vrouw Margriet van Hompesch alsmede hun zoon Johan van Kessel verkochten in 1458 tevens hun helft van de hof tgienen Broick in Beesel aan Willem van Holthusen. Omdat Margriet geen eigen zegel had, zegelde haar schoonzoon Reyner van Breempt den Jongen voor haar. In 1505 oorkondde hertog Karel van Gelre dat Evert van Breempt hem een authentiek afschrift had laten zien van een oorkonde waarmee Sybert van Breempt een hof, erf en goed genaamd der Groeten Hoeve in de dingbank van Beesell had verkocht aan Lyffart van Breempt, abdis van het wereldlijk stift te St.-Quiryn binnen de stad Nuys. In 1544 werd Wilhelm von Baer, als hulder van zijn neef Joest van Brempt, zoon van Evert van Brempt, beleend met de Groete Hoeve te Besell, huis en slot Vlasrath, het leen van Aldenhoven bij Gelder en Gadertshof bij Kempen. In 1556 vernieuwde Joost van Brembt Evertszoon de leeneed van de Grote Hoeve te Belfeld, die Willem van Baer eerder bij zijn minderjarigheid had gedaan. In een register van leengoederen, bewaard in Den Haag, noteerde scholtis Johan Kern genaamd Froonhove rond 1578: "Van diesen voirschreven leen hait hier bevoren Reyner van Brempt tot Montfortsen bundigen leenrechten hulde und eydt van trouwen gedaen, is gelegen onder Biesel by Belffen, streckende aen dat Merlenbroic aen ein stuck, und groit nae myne bericht xxxiij boenderen, noch soo heyde und wilt lant xx boenre".
Op 4 november 1621 kreeg Isebrant Prenth van het Hof van Gelder toestemming om twee boerderijen te Belfeld te belasten met een hypotheek. In 1628 legde hij als man en momber van Cristina van Eyl opnieuw de leeneed af. Na Isebrant's dood werd Reyner Prenth in 1635 voor zichzelf en de zijnen beleend met de Groote Hoeve te
Belfelt. In 1744 droeg Catharina Engels haar vee, kar, ploeg, eg en alle verdere roerende goederen zoals zij die op de Groote Hoeve te Belfelt bezat, alsmede de gewassen en vruchten op het veld over aan haar zoon Willem Driessens en zijn vrouw Catharina Cruijsbergh op voorwaarden dat deze haar gedurende de rest van haar leven zouden onderhouden 'in lynen ende wollen, hoesen ende schoenen, cost ende dranck, soo ende gelijck de manasie het medebrenght'. Tevens droeg droeg Theunis Driessen al zijn roerende en onroerende goederen over aan zijn
neef Willem Driessen en diens vrouw Catharina Cruijsbergh op voorwaarde dat dit
echtpaar hem gedurende de rest van zijn leven eerlijk zou onderhouden in kost en
drank, linnen en wollen, en dat zij hem na zijn dood eerlijk en naar stand
zouden laten begraven. In 1782 was de Grote Hoeve eigendom van G. Petit, schepen te Geldern. Hij vernieuwde de leeneed voordat de boerderij werd overgedragen aan Gillis Buschler, die vervolgens werd beleend. Egidius Buschler (1734-1807) en zijn vrouw Gertrudis Lankes waren in 1757 in Amern Sankt Georg getrouwd en woonden daarna o.a. in Born bij Brüggen. Vermoedelijk kwam het gezin pas na aankoop van de hoeve naar Belfeld. Gillis en zijn vrouw bekenden in december 1786 dat zij nog 1000 rijksdaalder schuldig waren aan Petit en verpandden daarom de hoeve, met verplichting om dit restant binnen zes jaar af te lossen. In 1830 hoorde een gedeelte van de Grote Hoeve tot de nalatenschap van Maria Jacoba Olie (1755-1830), in 1784 in Venlo getrouwd met schrijnwerker Joannes Petrus Janssen. Maria Jacoba dreef een modewinkel in de Vleesstraat en overleed zeer vermogend. Naast de winkel annex woonhuis op de hoek van de Vleesstraat en de Houtstraat bezat ze allerlei kleinere huisjes, Joostenhof in het Ven, hoeve de Onderste Gangelt bij Kessel en de Grote Hoeve in Belfeld. Het is nog niet duidelijk hoe zij eigenaren werden.
Op de OAT van 1843 staan de omgrachting (vischvijver D 332 en 337) en gebouwen aangegeven. Die waren gedeeltelijk eigendom van Maria Josephina Janssen (leggerartikel 280) en haar man Jacob Vincent Tindemans, controleur te Mons (B, sectie D 333, 338 en verbouwd bakhuis D 338) en de rest van de landbouwer Mathijs Pieter Lankes (D 334 en 336). Tindemans wordt in 1879 nog genoemd als een van de eigenaren. Datzelfde jaar brandde de schuur (D 338) af en werden de bezittingen gedeeld. De schuur werd hierop herbouwd.
Na het overlijden van Maria Josepha Janssen werden haar bezittingen gedeeld. De Grote Hoeve werd zo eigendom van haar neef Camille Pierre Hubert Alexander Janssen (leggerartikel 815), consul generaal te Brussel. Camille Janssen (1837-1926) was de jongste zoon van Pierre Herman Janssen en Adelaide Rosalie Lambertine Verdbois. Zijn ouders waren in 1831 getrouwd in Luik, waar Camille's vader een goede baan had bij het Koninklijk College als professor in filosofie en letteren. Camille had al heel wat van de wereld gezien toen hij de Grote Hoeve kreeg toebedeeld. In december 1874 gaf hij in het toenmalige Constantinopel, nu Istanbul, zijn jawoord aan de Luxemburgse Marie Catharine Clementine Smeets. Om het huwelijk ook in België rechtsgeldig te laten zijn, werd de trouwerij een half jaar later in Luik nog eens overgedaan. In 1882 kreeg hij een aanstelling als consul voor Canada en later zou hij nog de eerste gouverneur generaal van Belgisch Congo worden. Kortom, voor Belfeldse bezittingen had Camille weinig belangstelling en hij bood de boerderij in 1882 te koop aan. Mogelijk duurde het tot 1893 voordat Janssen een koper had gevonden, maar uiteindelijk werd de Grote Hoeve gedeeltelijk eigendom van Peter Jan Schellen (1847-1921, leggerartikel 1101), koopman te Horst. De familie Schellen was in Horst al generaties actief als kleermaker en wever en maakte rond 1880 vooral linnen boerenbont. Peter Jan verpachtte de boerderij aan zijn zus Joanna Catharina en haar man Herman Pastoors, die ook enige tijd op Schonenborg boerden. Rond 1900 had de hoeve nog steeds twee eigenaren. Een gedeelte was in 1893 eigendom van Schellen, die dit deel verpachtte aan de weduwe G. Joosten. De andere helft was eigendom van J. Steegh uit Blerick (die dit deel mogelijk had gekocht van de erfgenamen Lankes) en werd bewoond door de weduwe H. Pastoors. In november 1900 gingen beide woningen met stallen in vlammen op. Alleen de schuren, die los stonden van de overige gebouwen, bleven gespaard. Elf koeien en twaalf varkens kwamen om in de vlammenzee, maar er vielen geen menselijke slachtoffers. Huizen en stallen werden in 1901 herbouwd, het bakhuis (D 340) afgebroken en de nog bruikbare restanten verkocht als bouwmateriaal. De nieuwe gebouwen werden samengevoegd onder het kadastrale nummer D 1859. Op de kadastrale hulpkaart van 1903 zien we dat slechts een klein gedeelte van de oude muren overeind bleef. Alle lijnen in rood werden vanf de grond opnieuw opgetrokken en in plaats van acht kadastrale nummers kwam een nieuwe aanduiding D 1859. Schellen zette zijn deel in 1911 in de verkoop, waarbij hij de nog vrij nieuwe gebouwen en de vruchtbare grond aanprees: "Een en ander geschikt tot stichting van een klooster". Nieuwe eigenaar werd landbouwer Martinus Jacobs, die hiervoor een bedrag van fl. 16.500 betaalde. Jacobs kocht niet alles voor zich zelf. De meeste grond kocht hij aan als gevolmachtigde namens Het Zedelijk Lichaam, Missiehuis voor Vreemde Missiën (leggerartikel 1123), in de wandeling beter bekend als 'de paters van Steyl'. In 1919 lieten de paters een gedeelte bijbouwen, zoals ook te zien op de hulpkaart van 1921.
|
||
Grote Kamp |
Google Maps |
|
Op 2 april 1620 verkocht Adam Schloun ruim 4 morgen land genaamd den Groeten Kamp, gelegen tussen de Douffes Kamp, This Stroucken en Leistgensweg, voor 100 rijksdaalder per morgen aan Wilhelm Thrinens in gen Loe en Jacoba, echtelieden. |
||
| A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z | ||
© Loe Giesen, Reuver 1983-2026 |
||