| Van Aalsbeek tot Grijze Paal - Toponiemen in Belfeld | ||
| A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z | ||
Baog, de |
Google Maps |
|
![]() |
||
BEATRIXLAAN |
||
Beekstraat |
Google Maps |
|
In 1925 verpachtte Wijnand Driessen enkele percelen in Geloo gelegen, waaronder de Beekstraat naast A. Op het Veld gelegen. |
||
BEEKWEG |
||
Google Maps |
||
Twan Ernst: Opgravingen van waterputten in Boukoul en Belfeld. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 17 (1997). |
||
Berg, Op de |
||
In 1863 verkocht André Henrar-Seipgens bomen en hakhout op Berghof. Intussen werd hard gewerkt aan voorbereidingen voor de aanleg van de spoorlijn, die ook over landerijen van de boerderij zou komen te lopen. Ondanks felle protesten van de eigenaren werd de grond hiervoor uiteindelijk in 1865 onteigend. Op 12 augustus 1880 werd de Berghoef, gelegen aan Schellekesbeek tusschen den spoorweg en de Maas, openbaar verkocht op verzoek van mevrouw Henrard.
|
||
Bergenakker |
Google Maps |
|
| In 1385 verkochten Harman Laemenzoon aen ghenen Loe en Heilewijch een grondrente van 3 malder rogge ten laste van een perceel genaamd Berghenacker, een perceel genaamd der Cranenacker, een perceel genaamd der Vuersenacker gelegen opter Steghen en een perceel gelegen tegen den Loe, alles gelegen binnen de gemeente Tegelen, aan Heinrich Heiden en Aleiten. | ||
BERGSTRAAT |
||
Bergzicht |
||
| Bergzicht is de naam van een boerderij langs de BOSHEIDEWEG. | ||
BERKENHOFLAAN |
||
BERNHARDLAAN, PRINS |
||
Google Maps |
||
In sectie D1 van het kadastrale minuutplan zien we de Byestendries ingetekend. Volgens de OAT uit 1843 woonde op perceel D 530 dagloner S. Schouren. |
||
Binnengraaf |
Google Maps |
|
| Bij een inspectie van buurtwegen en waterlopen in 1684 werd een overtreding geconstateerd bij Jan Bucken in den Binnengraff aen den Nieuw Erff. | ||
Dit is een van de toponiemen in Belfeld die verkeerd terecht is gekomen. Blauwater was de naam voor het gebied ongeveer begrensd door TEGELSEWEG, Quakvors, SOERSBEEKWEG en GAESSTRAAT. De OAT van het kadaster noteerde in 1843 de benaming Blaauwwater voor de percelen A 460 t/m 474. In het gebied lag het huis van de kinderen van Herman Miggels (A 471) en van het minderjarig kind van G. Kessels (A 472). |
||
Google Maps |
||
In 1757 verpandden Dirck Stoffers en zijn vrouw Maria Weertheijm alsmede Laurens Stoffers en zijn echtgenote Maria Caemans hun aandelen in een huis aan den Bolenbergh gelegen tussen Wilhelmus Joosten en de erfgenamen Henrick Heijnen, inclusief het daarbij behorende land onder Belfelt gelegen, een bemd in het Elshoudt gelegen. De OAT van rond 1842 gebruikt de benaming Bolemsberg voor de percelen D 109 t/m 125. In het gebied lagen de huizen van landbouwers Jan Hendrix (D 113) en Jan Kurstjens (D 123), terwijl ook doctor P.A. Canoy uit Venlo er een huisplaats bezat (D 115). |
||
BOLENBERGWEG |
||
Bolenshegge |
Google Maps |
|
De Bolenshegge staat in de OAT van rond 1842 aangegeven als de percelen D 432 t/m 445. |
||
Bongerd, de |
Google Maps |
|
In 1732 bekenden Matthijs Boengaerts en Catharina Wijlers dat zij geld hadden opgenomen van het klooster Maria Weide te Venlo met als onderpand hun huis te Belfelt aen gen Loe gelegen met ongeveer 42 à 43 daartoe behorende landerijen in diverse percelen, alsmede de helft van het huis en 7 morgen bouwland zoals de stiefvader van comparanten deze in vruchtgebruik bezat. Huis en landerijen zijn belast met jaarlijks 1 summer rogge aan de pastoor tegen een 'retourgelt' van 1 schelling. In 1738 droegen Matthijs Bongaerts en Anna Catharina Wijlers, burgers te Venlo, hun bouwhof onder het kerspel Belfelt aen gen Loo gelegen, 'genaemt de Bongart, bestaende in huys ende hoff met ap- ende dependentien van dyen', alsmede ongeveer 23 morgen erven bestaande uit bouwland, houtgewas en eem bemd, voor een bedrag van 625 rijksdaalder over aan de borgemeester Lambert Croonenbroeck en diens vrouw Anna Maria Kessels. |
||
BOSHEIDEWEG |
||
BOSSTRAAT |
||
![]() |
||
Bovenste Schorfweg |
||
| De Bovenste Schorfweg loopt vanaf de BOSHEIDEWEG bij hoeve Winkendries eerst richting grens, om daarna met een hoek af te buigen naar het zuiden, waar hij eindigt bij grenspaal 432. | ||
Boxhoever streep |
Google Maps |
|
| In 1588 verkocht Goerdt Feullincks een stuk land tussen Bockshoever streep en Mery Spoers en Henricksken Lemmen gelegen, met een korte zijde grenzend aan de Mirgelwech. Het land werd vervolgens beschud door Lem Feullincks. Een akte uit 1604 noemt opnieuw land aan Buxshaver hover streip. | ||
Google Maps |
||
Vullinck van Kessel Johanszoon en Vullinck en Godert van Kessel, vader en zoon, verkochten in 1463 hun goed, hoef, huis met kamp en boomgaard, genaamd Noetengoed aan den Loe (Geloo) in de dingbank van Beesel tussen goed van Jenken Gijsen en goed van Gijsken van der Haemert, aan Johan Buyck van Kessel. De akte werd op verzoek van oorkonders mede bezegeld door Vullinck van Kessel, oom en leenheer van het overgedragen goed, en Johan van Holtmolen. Naar de nieuwe eigenaar zou deze boerderij later Boxhof of Buxhof worden genoemd. De Buxhof was een boerderij van formaat. De eigenaren waren eeuwenlang tijns verschuldigd aan de Hof tot Leeuwen, een zogenaamde laathof bij Reuver met oorspronkelijk hoeve de Schei als administratief middelpunt. Laten waren een soort lijfeigenen of horigen, d.w.z. mensen met een speciale band met de grond waarop ze boerden. Voor het gebruik ervan moesten ze jaarlijks tijns betalen, oorspronkelijk een jaarlijkse betaling in natura, die later steeds vaker werd omgezet in een geldbedrag. Een gedeelte van de Buxhof was bovendien lijfgewinsgoed. Zulke landerijen stonden op naam en ligging, omvang en eigenaren werden bijgehouden in zogenaamde lijfgewinsboeken. Zo'n tenaamstelling of 'behanding' moest opnieuw worden gedaan bij het overlijden van een tenaamgestelde. Dit noemde men 'de dode hand winnen'. Bij deze gebeurtenis moest dubbele tijns en schrijfgeld worden betaald en de laatheer kreeg bovendien een fles wijn. Vanwege de extra kosten koos men er vaak voor om jonge kinderen te laten 'behanden', maar met de hoge kindersterfte leidde dit ook wel eens tot nog hogere kosten. In 1424 werd de laathof eigendom van de familie Van Bueren uit Arcen. Deze liet de lijfgewinsregisters - dus ook die voor Geloo - goed bijhouden, waardoor we heel wat historische gegevens hebben. Latere generaties zetelden op huis Clörath bij Viersen (D) en begin 17e eeuw kwam de burggraaf of portier van Clörath soms naar Belfeld om de tijnzen te innen. De familie Van Bueren bleef eigenaar tot 1646, toen de Buerense laathof werd verkocht aan Willem van Merwijck, heer van Kessel. Vanaf dat moment moesten de laten geregeld naar het kasteel van Kessel om daar hun zaken te regelen. Ook onder de familie Van Merwijck werden de tijnsregister bijgehouden, zodat we vrij veel weten over sommige inwoners van Geloo. Terug naar de Buxhof en de familie Buyck van Kessel. In de tijnsboeken zien we leden van de familie Buyck tot het eind van de 16e eeuw vermeld als laten. Volgens een helaas ongedateerde notitie worden - vermoedelijk midden 16e eeuw- "Neeser Buyckx dochter Meet und Claisken Buyckx [en] Jan to Pots ende Echt syn huysfrow" behand. Daarmee gaat de boerderij kennelijk over van de familie Buyck op de familie Zum Putz. Deze behanding betreft kennelijk Johan zum Putz (1506-1569), zoon van Mathias zum Putz en Catharina of Mechtildis van Kessel (rond 1485 geboren te Froitzheim als dochter van Peter van Kessel), die in 1505 zijn getrouwd in Düren. Als Johan wordt behand aan de Buxhof, is hij dus al getrouwd met Agatha Faust of Faustgens (1510-1576), dochter van Peter Faust en diens vrouw Sophia. Jan en Echt laten in Keulen een zoon dopen: Sigismund (1536-1613), ook Sieger genoemd. Sieger trouwt rond 1557 met Sophia von Lautenboichs (1537-1617) en in 1558 wordt in Düren hun zoon Bernhard Sigismund zum Pütz geboren. Mogelijk hebben ze ook nog een andere zoon: in 1571 wordt ene Henrich tho Poetz na het overlijden van zijn 'aldermoeder' behand aan de Buxhof. Als in 1592 Zophia tho Poetz 'de dode hand van Jan zu Poetz wint', wordt hiermee kennelijk Sophia van Lautenboichs bedoeld. To zover de laatregisters van de Buerense laathof.
Hierboven zien we de portretten van Bernard Sigismund zum Putz (1558-1628) en zijn vrouw Catharina Broelmann (1559-1627). Bij de 41-jarige Bernard zien we de zonen Sigismund, Johann en Jacob, bij de 39-jarige Catharina de dochters Sophie, Gertrud, Christine en Catharina zum Putz. De portretten werden in 1598 gemaakt door Gortzius Geldorp (Leuven 1553 - Keulen 1619) en belandden via een collectie in Connecticut (VS) uiteindelijk op een veiling waar ze in 2025 een nieuwe eigenaar kregen. Bernard is uidelijk een welgestelde man om zich zo samen met zijn vrouw en zeven kinderen in 1598 levensgroot te laten portreteren. In 1615 voert Bernard zum Putz een proces tegen de magistraat van Roermond inzake een opslag of stapel, die hij heeft op zijn hof genaamd Borckshof te Belfeld. Burgemeester, schepenen en raad van de stad Düren oorkonden dat Bernhardt zum Pütz, licentiaat in de rechten en keurvorstelijk geheimraad van aartshertog Albert te Trier, een hof in ghen Lohe onder Belfeldt bezit, Bückshoff genaamd, eerder eigendom van Bernards vader en grootvader, resp. wijlen Sieger zum Pütz en Johan zum Pütz, beiden oudburgemeester en schepenen te Düren. Tot deze hof behoort sinds mensenheugenis een 'aussladungh an der Masen, der Hammer geheissen', waar kolen, mergel, kalk, leisteen en andere goederen vanaf de Maas worden verladen. Door de onzekerheid van de (Tachtigjarige) oorlog is deze hamar geruime tijd niet gebruikt. Vanaf de 'Buckshoff Hammer' loopt een weg van de Maas door het dorp in ghen Lohe, de Vihestrass genoemd, die met een aparte slagboom wordt afgesloten door de bewoners van Bockshoff. De eigenaren hebben voor het gebruik van deze hamer altijd 4 oude stuiver betaald aan de rentmeesterij van het Huis Montfort en betalen deze nog steeds. Het verbod op overslag door de magistraat van Roermond wordt dan ook weersproken. De losplaats ligt op Gelders gebied, niet ver ('einen musquettenschuss') van de Stiell (Steijl), die op Guliks gebied ligt. In het midden van de 17e eeuw is de Buxhoff jaarlijks op St.-Martinus (11 november) 7 vat haver, 2 kapoenen (gesneden mesthanen) en 19 denier verschuldigd. De boerderij omvat op dat moment 22 morgen zogenaamd lijfgewinsgoed en 20 morgen erftijnsgoed. In 1720 verklaart weduwnaar Jan Smeets dat hij nog geld schuldig is aan Willem Stevens wegens de aankoop van het ¼ deel van het goed genaamd Boxhoff op 4 maart 1715 van de voogden van het voornoemde minderjarige kind van Steven Thonissen en Grietien Wolfers. Als onderpand stelt Stevens het gehele goed genaamd Boxhoff, bestaande uit huis en hof aan gen Loo, gelegen tussen Steven Stevens en de erfgenamen van Rochus van Aerssen, met de korte zijden grenzend aan de gemeente. Twan Ernst: Geloo en het (Timmermans)-Peeters Huis. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 20 (2000). |
||
BOXHOVERWEG |
||
| In 1660 verkocht Johannes Sigimundus de Pudtz, jonkman, als enige erfgenaam van wijlen Jan Jacques de Pudts en Catharina van Aggelen, echtelieden, land bij de Hoeverstraete achter Bucxhoff gelegen tussen Hendrick Giesen en de openbare weg, met de korte zijden grenzend aan Hendrick voornoemd en Jan Waegens, eerder onder Bucxhoff behorend, plus ongeveer ½ morgen akkerland genaamd den Haever, aan de Maas gelegen tussen de Melgerstraet en de gemeinte, met de korte zijden grenzend aan Seger den Smiet en Jacob in den Middel, belast met jaarlijks 2 vat haver aan Merwijck, voor een bedrag van 733 gulden Venloos aan Hendrick Linderts. In 1719 verpandden Jan Engelen en Barbara Waghens land aan de Boekhoverwegh. |
||
BRACHTERWEG, OUDE |
||
| 1. | ||
Nabij Geloo. |
||
| 2. | Google Maps |
|
| Op een Duitse kaart uit 1793 treffen we bij de tegenwoordige grenspaal 432 de weg von Bracht nach das Merlenbruch aan. | ||
| 3. | Google Maps |
|
| Op een Duitse kaart uit 1793 treffen we even ten noorden van de Grauen Stein (grenspaal 430) de weg von Ronckenstein nach Bracht aan. Het exacte tracé van de weg is nog onbekend, maar vrijwel zeker liep de route voor een gedeelte over Belfelds grondgebied. | ||
Brachts, op het |
Google Maps |
|
| In de OAT van rond 1842 zien we de benaming Op de brachtie voor de percelen D 446 t/m 455. | ||
Brellenland |
Google Maps |
|
| In 1727 verkocht Matthijs Abrij, mede namens zijn vrouw Theodora Lieffkens, een perceel akkerland in Brellenlandt langs de Ruremontschenwegh in het Lohervelt gelegen, met een korte zijde grenzend aan de Meergelstraet, aan Geurdt Franssen. | ||
BREMWEG |
||
BROEK, AAN HET |
||
Volgens een lijst van inkomsten van de kerk van Belfeld uit 1574 betaalde Lenart int Broeck jaarlijks een half malder wegens zijn huys en hoff aen gen Broek. In 1739 verpandden Maes Jacobs en zijn vrouw Catharina Knippenbergh huis en hof binnen Belfelt aan het Broeck gelegen met 4 morgen akkerland daar rondom gelegen tussen Peter Wolters en de erfgenamen van Dirck Smeets, met een korte zijde grenzend aan het broek, plus 1 morgen akkerland in de Coul gelegen met beide lange zijden grenzend aan Lindert Theur en met de korte zijden grenzend aan Theur voornoemd en de heer Petit. In de OAT van 1843 zien we de benaming Aan het Broek gebruikt voor de percelen D 456 t/m 529. Als huiseigenaren zien we J.J. Ronck uit Steijl (D 456), P. Derks (D 472), doctor P.A. Canoy uit Venlo (huisplaats D 476), landbouwert Lambert IJssels (huisplaats D 487), timmerman Th. Smeets (D 488) en landbouwer C. Meerts (D 528). Thei Derks: Het huis "aen 't Broock". In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 5 (1985). |
||
Broekbemd |
||
In de OAT van 1843 wordt de benaming Broekbemd of Broekbeemd gebruikt voor een gebied aan vooral de oostzijde van de Soersbeek en de Chemin du Leigraf (PRINS FREDERIKSTRAAT / PRINS HENDRIKSTRAAT), van de BROEKSTRAAT tot aan de ZANDSTRAAT. In dit gebied liggen nu o.a. de sportvelden en woonwijk de Leijgraaf. |
||
Google Maps |
||
In 1628 verkocht Heinrich Rivers met toestemming en als gevolmachtigde van zijn medeerfgenamen een stuk land te Belffent gelegen, genaamd den Broegkamp aan Peter Wolffertz en Marie. Deze kochten datzelfde jaar van Heinrich Rivers en zijn vrouw Jutte nog een stuk land op de Broukamp gelegen, met een korte zijde grenzend aan het Gaessstraetjen. In de OAT van 1843 zien we de benaming Broek Camp voor de percelen B 192 t/m 212 en D 97 t/m 108. |
||
Broekspeske |
Google Maps |
|
| De OAT van 1843 noteert voor de percelen A 661 en 662 de benaming Broeks Peske. | ||
BROEKSTRAAT |
||
| Sjeng Geurts: "Den Beuk". In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 9 (1989). | ||
| A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z | ||
| © Loe Giesen, Reuver 1983-2026 | ||