Loe Giesen

Van Aalsbeek tot Grijze Paal

Toponiemen in Belfeld

 

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
 

Het Belfeldse landschap

Bij het bekijken van landkaarten en luchtopnamen vallen de grote lijnen van ons landschap al snel op. Daar zijn allereerst de natuurlijke grenzen. In het westen de Maas; in het noorden de Aalsbeek; in het oosten het beboste hoogterras tot aan de Grijze Paal, de angel van Belfeld; in het zuidwesten de Schelkensbeek. Een gedeelte van deze natuurlijke grenzen is overgenomen in de gemeentegrenzen. Andere grenzen zijn slechts ten dele geadopteerd en zijn aangevuld door middel van denkbeeldige lijnen. Het resultaat is een bijna rechthoekige speelkaart tussen de Maas en de Duitse grens.

Al vanaf grote hoogte is te zien hoe Belfeld van een oorsponkelijk agrarische gemeenschap in toenemende mate is meegesleept in de 21e eeuw. De A73 heeft de voormalige gemeente drastisch in tweeën gedeeld. In het noordwesten heeft het industrieterrein Gelooërveld in korte tijd het oude dorpsgezicht van Geloo doen verdwijnen. Zandafgravingen ten noordoosten van Malbeck vreten diep in het landschap en het kassengebied rond het Elshout heeft in enkele jaren een enorme omvang gekregen.
De oude kernen zijn vanuit de lucht nauwelijks nog herkenbaar. De oude dorpskern aan de Maas werd al rond de Tweede Wereldoorlog verlaten en ingeruild voor een nieuw centrum ten oosten van de spoorlijn. In het gebied tussen Bolenberg en Geloo werden talloze nieuwe straten aangelegd, waarbij oude toponiemen verloren gingen, verkeerd terechtkwamen en waar het koningshuis opvallend goed vertegenwoordigd is.
Mede door het verdwijnen van de paar kapitale boerderijen die Belfeld kende, is het historisch besef van het oude landschap in Belfeld relatief gering. Belfeld was ook altijd armer dan Beesel of Swalmen; de komst van grote industrieën op het eind van de 19e eeuw werd dan ook toegejuicht. Het landschap werd er zonder wroeging aan opgeofferd en zo verdwenen herkenningspunten als Kerkberg en Petrusberg onder grote fabrieken. Daarmee is Belfeld een 'stadsdeel' geworden met helaas relatief weinig landschappelijke en historische waarde.

GESCHIEDENIS

In 1364 verpandde Eduard, hertog van Gelder, zijn inkomsten uit de ambten Kessel en Krickenbeek aan graaf Jan van Meurs. Onder deze inkomsten hoorde o.a. 'to Kessel, tot Blerick ende tot Beblevelt van den vischerie ende steylen negen en twintig swaere gulden'.

In 1518 gaf hertog Karel van Gelre na raadpleging en met toestemming van raden, ridderschap en onderdanen van Besell, toestemming voor de verkoop van 3 bunder gemeinte voor de bouw ("tot tymmeringe") van een kapel te Bellefelt. Bij een kerkvisitatie in 1533 kende Belfeld een kapel maar er waren geen stichtingen die het onderhoud regelden. 'Nur die broderschaften underhalden 3 oder 4 priester und die vergeven ouch die officien. Es gibt etliche broderschaften.'
In de 40er jaren van de 16e eeuw verslechterde het klimaat en er werd, ook van Gulikse zijde, grote druk uitgeoefend op de gemene gronden, waarbij het geregeld tot ongeregeldheden kwam.
Burgemeester, schepenen en raad van de stad Venloe gaven in 1548 aan de raad van de Keizer te kennen, dat de Venlose burgers die in Biesell en Belffent waren geërfd, zich zeer beklaagden over het grote onrecht "van die van Besell geschiedende". Berth, halfvrouw op de Groiter Hoeven, getuigde in 1549 dat zij op St.-Bartholomeusavond op het broek was geweest om haar turf te stapelen en te drogen. Daarbij had zij twee wagens van de Brachter zijde zien komen die werden volgeladen met vlinken. Deze werden afgevoerd over de grens en daar afgeladen. Een eindje verderop werd nog eens hetzelfde gedaan. Hierna had zij gezien dat die van Bracht en Kaldekyrchen in groten getale en met ongeveer 25 karren en wagens en een man te paard waren gekomen en turf hadden weggehaald waarbij woorden waren gevallen. In november van datzelfde jaar oorkondden twee Tegelse schepenen dat diverse schaapherders van Belfelt voor hen hadden getuigd dat zij hadden gezien dat drie knechten van Bracht op Gelders grondgebied waren gekomen en de zoon van Lenartz an den Broeck met geweld hadden doodgeslagen.
Uiteindelijk werden de grenzen van de gemene gronden in 1550 nog eens goed op papier gezet. Deze grens liep "uth der Mazen in die Aelbeck, en uth der Aelbecke die Vehe en Leijsterstraet recht up den Mirgelwegh biss an den Bergh, vann dair vort over den Bergh biss an den Hoender Kampe, en van dair langs den Moelenwegh totter der Platzenn boven der Moelen naer Venloe toe, dar men ein Paell stellen sall, en van daer vorts aver die Heide recht uth biss an den Patt, daer die Spitzeler Hondtschap oer Vehe van den Bergh afdreifft bei dem Hoeff tho Moelbeck, ende so vort langs die Erfschafft desselven Hoeffs inn den Wegh der tuschen dem Kamp des gedachten Hoffs, en der upgegraven bembden gaet, den Wegh vort up doer id Broick bis up den Steinwegh, den man noempt Konigs Karls Wegh onder den Hogen Stall.

De 16e eeuw was ook een periode van ontginningen, waarbij niet altijd voor iedereen duidelijk was welke rechten hiervan moesten worden afgedragen. Rond 1559 klaagden enkele burgers van Venlo als geërfden van Bysel en angen Loe dat zij tienden moesten betalen over nieuwe erven die volgens hen tiendvrij waren. De rentmeester had uitgeroepen dat niemand zijn gewassen mocht invaren, op straffe van verbeurdverklaring van de goederen. De geërfden verlangden dat zij in het ongestoord bezit van hun goederen en rechten werden gehouden van de bezittingen die volgens hen van oudsher tiendvrij waren. Mocht iemand hierover twijfels hebben, dan werd hen verzocht te rade te gaan bij het gerecht van Bysel of, zo hen dat beter leek, te Ruremunde.

In 1561 begon de schepenbank van Beesel en Belfeld met het protocolleren van allerlei akten van overdracht, vrijwillige schuldbekentenis, huwelijksvoorwaarden, testamenten en delingen. Daarmee kwamen de meeste akten in afschrift terecht in dikke boeken, waardoor we vanaf dat moment beschikken over een duidelijker beeld van wat allemaal met de eigendommen gebeurde. In 1570 kreeg Belfeld een echte parochiekerk, waarmee de band met Tegelen ook op kerkelijk gebied losser werd.

Toen Phillip Taisne in 1623 een atlas tekende van het ambt Montfort, schetste hij een kleine dorpsgemeenschap: "Belfelt et ung petit villaige soubs le chevinaighe dependant de Beselen et se trouve quarant trois maison et deux cense et de personne comuniant ensemble cincq cent et cinquante quatre." Belfeld is een dorpje behorend onder de schepenbank van Beesel; er bevinden zich 43 huizen en 2 pachthoeven. In Beesel en Belfeld samen wonen 554 communicanten.

In het midden van de 17e eeuw was Belfeld verdeeld in vier zogenaamde rotten. In 1651 verklaarden Linnaert den Korver, Peter Stalman op Menshoff, Peter Goetzens en Jan Linnaerts namens de vier rotten van Belffelt dat er voor het voogdgeding geen onregelmatigheden te melden waren. Een jaar later meldden Jan Linderts, Lindert Curver en Peeter Gossens, rotmeesters als gevolmachtigden van die van Belffvelt, dat er geen klachten waren en 'dat sij met malcander wel tevreden sijn'.
Volgens de kerkvisitatie van 1672 telde de parochie op dat moment ongeveer 200 communicanten. Er was echter geen pastoor en er was een geschil aanhangig bij het hof te Roermond over het recht van collatie. De visitatie van 1675 meldt dat Joannes Schutgens toen pastoor was. Hij had op eigen kosten een nieuwe pastorie laten bouwen. Koster was Willem Willems, die in 1702 de kapelanie van Belfeld zou stichten.

Volgens de rotlijst van 1708 waren er toen nog drie rotten: het rot aent Loo met 29 huizen, het rot van het Broeck met 20 huizen en het Dorper roth met 13 huizen. We zien dus dat Geloo nog ruim tweemaal zoveel huizen telde als het dorp langs de Maas. In de jaren erna had Belfeld veel te lijden van doortrekkende legers. Pastoor en regeerders van Belfeld vroegen in 1715 toestemming van de stad Roermond, die het zogenaamde stapelrecht had, voor het hebben van een tijdelijke stapel en het oprichten van een steenoven van zes monden, in verband met schade aan kerk en huizen. Bij het voogdgeding in 1733 bestond Belfeld opnieuw uit drie rotten.

In 1851 schreef de Weertse onderwijzer Gerard Mathieu Poell in zijn Beschrijving van het Hertogdom Limburg: "Verder noordwaarts, ligt nabij de Maas het dorp BELFELD, aan den straatweg tusschen Roermond en Venlo, welke kleine gemeente met de gehuchten Bolenberg en Geloo eene oppervlakte beslaat van ruim 1375 bund., waaronder bijna 1299 belastbaar land, en telt in 72 huizen 435 inwoners, meest landbouwers. De gemeenteschool wordt door 50 leerlingen bezocht."

Foto: Loe Giesen

 
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
 

Alfred P.M. Cammaert: Fronttijd en evacuatie van Midden-Limburg 1944-1945. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 4 (1984).
Bart Ebisch: Hernieuwde poging Belfeld bij Beesel in te delen. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 9 (1989).
Loe Giesen: Jachtrechten in Belfeld, Beesel en Swalmen. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 11 (1991).
Loe Giesen: De strijd om de gemene gronden in het Gelders-Guliks grensgebied 1455-1552. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 15 (1995).
Loe Giesen: De strijd om de gemene gronden in het Gelders-Guliks grensgebied 1550-1585. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 16 (1996).
Wim Hoezen: Het gemeente-archief van Belfeld in 1873. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 16 (1996).
Jan Ickenroth: De bevolking van Belfeld in 1796. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 17 (1997).
Wiel Luys: Archeologische vondsten en opgravingen in Beesel - Reuver - Belfeld - Swalmen. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 1 (1981).
Wiel Luys: Een Romeinse pannenoven van het 30e legioen te Belfeld. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 2 (1982).
Wiel Luys: Archeologische vondsten en opgravingen in Beesel - Reuver - Belfeld - Swalmen (1982-1986). In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 7 (1987).
Wiel Luys: Archeologische vondsten en opgravingen in Beesel - Reuver - Belfeld - Swalmen (1987-1991). In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 12 (1992).
Wiel Luys: Archeologische vondsten en opgravingen in Beesel, Reuver, Belfeld en Swalmen (1992-1996). In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 17 (1997).
W. van Mulken: Enkele pogingen tot opheffing van de gemeente Belfeld in de vorige eeuw. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 9 (1989).
Jos Poels: Belfelds wapen en vlag kwamen deze eeuw voort uit het niets. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 13 (1993).
H.J. Verlaek: Belfeld in de frontlinie. In: Jaarboek Maas- en Swalmdal 4 (1984).

 
© Loe Giesen, Reuver 1983-2012
 
    Home