KRONIEK VOOR BEESEL, BELFELD EN SWALMEN - 1300-1399

laatst opgeslagen: zondag 17 maart 2019 CTRL+F = zoeken CTRL+C = kopiëren ALT+TAB = wisselen

© Loe Giesen, Reuver 1983-2019

 

1300

1300, z.d.

SWALMEN ‑ Ten overstaan van vele heren sluiten Dederick Murmutten en Dederick van Oost een akkoord inzake de goederen te Swalmen.

RHCL Maastricht, Dokumentatie D274, 1e gedeelte, inv.nr. 56. Depot onbekend. Jaartal is onjuist. Zie 14-12-1398.

 

1303

6 januari 1303

"in epiphania Domini"

Johannes [II], hertog van Lotharingen, Brabant en Limburg, oorkondt dat hij aan Gheerlacus de Buscodicus ['s‑Hertogenbosch], ridder, neef van wijlen Willem van Horne en Altena, vrijheid heeft verleend van beden, heervaart en andere diensten voor diens hoevenaren op goederen te Erp [Erpe], te Vechele [Veghel] genaamd ten Bogharde, te Hetsrode, in het kerspel Oerschout [Oirschot], goederen te Hildeware beke [Hilvarenbeek], te Ghestel [Moergestel], in het kerspel van Oestilborch [Oost-Tilburg/Oisterwijk], bij ten Bigharde en te Karlichoven, in het kerspel van Haren bij Oesterwych, te Endehove [Eindhoven] en Aemerlaer, Berkele [Berkel], in Udenhout, in Hynen, in Brugghein in het kerspel van Rosmale, in het kerspel van Osse, een goed genaamd Enghelant, een goed genaamd ter Donc, goederen in het kerspel van Beerleken [Berlicum], hoeven genaamd die Hauthert onder Middelrode.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 16-18. Bron bevat volledige latijnse tekst; bovenstaand regest onder voorbehoud.

 

1304

20 oktober 1304

Overleden: Walram van Kessel. Zijn halfneef, graaf Gerhard IV van Gulik, neemt als naaste erfgenaam bezit van de heerlijkheden Brüggen en Grevenbroich en verzet zich tegen de aanspraken hierop door de aartsbisschop van Keulen.

Karl L. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet, Mönchengladbach 1985, blz. 44.

 

1306

1306, z.d.

ALDENKERCKEN - Ulendis, weduwe van Otte van Wachtendonck, draagt het Gelderse leengoed genaamd den hof oppen Berge, gelegen bij de molen van Nersdam, op aan Jacob, zoon van haar zuster, waarbij zij zelf het vruchtgebruik behoudt.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 15.

 

1310

26 april 1310

SWALMEN ‑ Ruthgerus de Wickerade, camererius  en kanunnik  van Xanten, geeft de hof zeym Lo in de parochie Svelmen, die hij heeft geërfd en welk allodium tot de kerk van Xanten behoort, aan Godescalcus genaamd Moyre, zoon van wijlen Johannes genaamd Moyre, ridder, in lijftocht voor 3 mark keuls of brabantse penningen [4 penningen is 1 groot toernoois] jaarlijks te betalen aan de camerarius, die zich de collatie van de kerk der parochie Rayde voorbehoudt.

G. van Bree: Res Gestae II, nr. 592; Weiler; Xanten nr. 417; Klaversma p. 29 noot 114; Husmann-Tripel: Geschichte der ehemaligen Herrlichkeit bzw. Reichsgrafschaft und der Pfarrei Wickrath, Giesenkirchen 1909, blz. 30.

Voor deze boerderij vergelijk augustus 1239 en 11-6-1428. Weiler plaatst deze hof in de Kreis Arnsberg (Westfalen, ten oosten van Dortmund).

 

1314

10 januari 1314

SWALMEN ‑ Willem van Cranendonck staat zijn allodium bestaande uit het hoge gerecht en de gruit van Swalmen, welke Seger Vosken van Swalmen van hem in leen hield, af aan graaf Reinald van Gelre. Seger Vosken heeft zijn bezittingen inmiddels reeds aan de graaf verkocht.

J. Linssen: Een aantekening over de heren van Swalmen. In: Maasgouw 19.., blz. 72. Bron: P.N.van Doorninck en J.L.van Veen: Acten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415. Haarlem 1908, 171; Nijhoff, Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland I, nr. 152; Sloet: Register op de Leenactenboeken van Gelre en Zutphen, Overkwartier. Arnhem 1904, blz. 106.

 

(10 januari) 1314

SWALMEN ‑ Willem, heer van Cranendonck, draagt aan de graaf van Gelre zijn eigendommen de hoge rechtspraak en het brouwambt van Swalmen over, die Seger Vosken van Swalmen van hem te leen hield en aan de graaf heeft verkocht.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen, Overkwartier, blz. 106.

 

5 april 1314

Reynaut, graaf van Gelre, beslist ter beëindiging van zijn geschil met Alart van Buren, dat het rechtsgebied van de sluizen, dat gelegen was tussen Bezede en het klooster Mariënwerde, zich verder zal uitstrekken tot de Trichter sluis en hem en zijn nakomelingen erfelijk zal toebehoren, evenals de visserij in de Lenge tot half het diepe, van de Trichter sluis stroomaf- en stroomopwaarts.

Over het verbond tot onderlinge hulp tegen een ieder uitgezonderd de graaf van Holland, dat Alart heeft gesloten met Otte van Hoclem, zal Alart zich binnen 14 dagen na pasen te Arnhem moeten verantwoorden.

Mede bezegeld door:

-   Heinric, heer van Gennep

-   Ditderich van Cleve, graaf van Hilkerade

-   en door Jacob van Mirlaer, ridder.

ARA Den Haag, codenr. inv. 1.08.02: Nassause Domeinraad, Inv. Drossaers II, inv.nr. 364, regest nr. 50.

 

1320

1 februari 1320

ELMPT - Goswin van Dieteren ontslaat de tot het woud van Elmpt behorende goederen uit het leenverband van het huis Dieteren, nadat deze door Tilman van Bremt zijn verkocht aan de heer van Heinsberg.

HSAD, Heinsberg, Urk. 55.

 

1322

7 maart 1322

ASENRAY ‑ Johan van Asenray, ridder, verkoopt met toestemming van zijn zoon Johan de wildbaan, gelegen tussen de Maas, de Swalm en de Nette, met alle rechten die daartoe behoren, die hij van de graaf in leen houdt, aan graaf Gerard van Gulik.

P. Geuskens: Gelderse ministrialen in dienst van Gulik in de eerste helft van de veertiende eeuw. In: Maasgouw 97 (1978), blz. 164-172; Lacomblet, Urkundenbuch III, nr. 190.

 

1323

24 februari 1323

BEESEL ‑ Ten overstaan van Henrick Gunterszoon en Henrick van Lewen, schepenen te Beesel (Byssel), wijst Johan van Kessel, ridder, aan Godfried van Heinsberg-Blankenberg 10 bunder land bij Beesel toe als leengoed, in ruil voor 50 mark brabants ontvangen leengeld.

Medebezegelaar: Willem van Swalmen, ridder.

G. van Bree: Res Gestae II, nr. 681, = Staatsarchiv Düsseldorf, Heinsberg Urkunden, nr. 70. Vergelijk 6-7-1330

 

1325

24 maart 1325

WETTEN - Wilhelmus van Zwalmen, ridder, bemiddelt in opdracht van graaf Reinoud van Gelre in een geschil tussen het klooster van de Munsterabdij enerzijds en Karolus Hoenslaer anderzijds aangaande landerijen gelegen te Wetten.

A.E.L. Ramakers: Honderd eeuwen Swalmen, blz. 129; noemt als bron Archief Munsterabdij Roermond 1220-1297, regesten nr. 125.

Volgens Sivré: Archief Roermond III, blz. 229 zegelt hij met een schild doorsneden, in de bovenste helft hermelijnstaartjes en in het schildhoofd een barensteel van vijf hangers.

Voor Van Hoenslaer vergelijk akte 1354.

 

21 december 1325

GIERATH ‑ Elisabeth van Swalmen, abdis van het Mariastift te Roermond [Munsterklooster], verkoopt goederen te Gierath aan graaf Gerard van Gulik.

P. Geuskens: Gelderse ministrialen in dienst van Gulik in de eerste helft van de veertiende eeuw. In: Maasgouw 97 (1978), blz. 164-172; Mirbach, Beiträge zur Geschichte der Grafen von Jülich, Z.A.G.V. 12, 1890, blz. 206.

 

 

1326

15 maart 1326

SWALMEN / BELFELD - Reversaal van Gerhard Vasken von Svalmen [Gerard Vosken van Swalmen] en zijn vrouw Goda [Guda van Elmpt], dat, wanneer zij  hun burgleen te Brüggen (D) niet bouwen en in bezit houden, hun goederen te Belfeld (Bellevelt) terug zullen vallen aan graaf Gerhard von Jülich.

StAD, Findbuch (102.02.01-02 Jülich, Urkunden), oorkonde 92. Origineel op perkament.

Mogelijk betreft dit kasteel Dilborn te Brüggen, in 1363 beleend aan Seger van Swalmen.

 

sollen.Formalbeschreibung: Original, Pergament.

25 augustus 1326

TEVEREN ‑ Reinald, oudste zoon van Reinald, graaf van Gelre, verkoopt het dorp Teveren en het Huis Schinnen, zoals hij dit samen met Floris van Berthout, heer van Mechelen had, voor een bedrag van 2600 pond kleine Tournooisen à 15 Tournooise grooten aan Arnoldus genaamd Parvus, meier en [onder]voogd van Aken.

Getuigen: Wilhelmus van Swalmen en Johannes van Kessel, ridders.

G. van Bree: Res Gestae I, nr. 335a; Regesten Reichsstaat Aachen II nr. 390; Nijhoff I, nr. 205. Zie 25-11-1342.

Over Van Swalmen en Van Kessel vinden we in het necrologium van het stift Xanten het volgende:

18 april, z.j., overlijdt "Conradus de Husen, sac. qui legavit singulis annis 6 sol. solvendis in octava Pascha de domo Johannis dicti Custos sita apad domum Henrici sartoris pro m. sua facienda ad pres. de domo Hermanni dicti Tegger. O.d. Wickerus de Monumento miles, cuius m. fiet de 6 sol. de domo domicelle de Wilke in atrio nunc Everhardi de Kessel et nominentur similite Styna eius uxor, Johannes, Th(eodoricus) et Ysabela eorum filii, Wilhelmus de Swalmen miles et Christina eius uxor et Wilhelmus de Gruythus miles propter tapetas, quas eadem donavit ad altare s. Victoris". (bron: Weise: Memorien des Stiftes Xanten. Bonn, 1937, blz. 50-51; HStAD)

Voor Van Monumenten en goederen te Swalmen zie ook latere akten: Meenmunter, Murmutten, Mormelt, etc.

 

2 oktober 1326

BEESEL ‑ Theodericus Veyssboss, Johan Bolgman, Theoderich ter Heysen en Herman in der Lo, schepenen te Beesel (Bisel, Bisselt) aan de Maas, oorkonden dat Gottfried Roffart van Kessel in bijzijn van de Gulikse vazallen en ridders Johan van Kessel en Wilhelm van Swalmen zijn allodiale goederen heeft opgedragen als leen aan graaf Gerhard [VII] van Gulick.

Mirbach blz. 206;

H.St.A.Düsseldorf, Jülich Urkunden (Findbuch 102.02), aanvragen als Rep+Hss. 17 (of 18?; afschrift XIV), nr. 226, inv.nr. 211.

 

1326, z.d.

GELDERN - Raes Morstel houdt in leen 20 pond geld uit de Meybede van Gelre.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 1.

 

1326, z.d.

GELDERN - De Rode van Assel houdt in leende hof te Nyersdom [onder Niekerck]; de Vierdonckshoff te Nyerkercke; de tiende te Alderwetten, groot 24 malder korengeld, en de smale tiende aldaar.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 2.

 

1326, z.d.

GELDERN - De Rode van Assel houdt in leen de tiende te Aldewetten, groot 24 malder korengeld, en de smale tiende aldaar.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 3.

 

1326 of eerder, z.d.

GELDERN - Evert Baers van Veler houdt in leen de hof ter Smitten en de goederen die daartoe behoren, zoals Sander van Eyle deze bezit; het goed dat Helbert van Eyle van Bars houdt; de hof ter Horst, welke Keyken heeft en de goederen die hij van hem houdt.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 4.

 

1326 of eerder, z.d.

GELDERN - Henken van den Wij houdt in leen de hof ten Wije en de molen; de hof te Saetrade en de goederen die daartoe behoren; 12 malder korengeld rogge die Diedrick Evertszoon van hem houdt.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 4.

 

1326 of eerder, z.d.

GELDERN / WETTEN - Goswin van den Wije houdt in leen 10 schilling Brabants en ander goed dat daartoe behoort te Wetten.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 4.

 

1326 of eerder, z.d.

GELDERN - Henken van der Ners houdt in leen de tiende te Wije.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 4.

 

1326 of eerder, z.d.

GELDERN - Geniken van Moerse houdt in leen het goed dat hij houdt van Bars.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 4.

 

1326 op eerder, z.d.

GELDERN - Loef van Berenbroke houdt in leen de molen te Watervort en de goederen die daartoe behoren.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 4.

 

1326 of eerder, z.d.

GELDERN - Henken van Boetberge houdt in leen drie goederen bij der Capelle gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 4.

 

1326 of eerder, z.d.

GELDERN - Gerit van Stralen houdt in leen het goed dat hij houdt [van Evert Baers].

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 4.

 

1326 of eerder, z.d.

GELDERN - Godert van den Vorst houdt in leen het goed ten Voregange.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 4.

 

1326 of eerder, z.d.

GELDERN - Wolter Haver houdt in leen de voogdij te Rijneren.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 4.

 

1326 of eerder, z.d.

GELDERN - Jonkvrouwe Marceli houdt in leen 36 morgen land.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 4.

 

1326 of eerder, z.d.

GELDERN - Rutger Lonemans zoon houdt in leen het goed dat hij houdt [van Evert of Diedrick Baers?] plus het goed te Roggenvorst.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 4.

 

1326 of eerder, z.d.

GELDERN - Reyner Mebroet en zijn zoon houden in leen Kivitshove.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 4.

 

1326, z.d.

WETTEN - De Rode van Assel houdt in leen de tiende te Ouderwet, groot 24 malder korengeld, en de smale tiende aldaar.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 22.

 

1326, z.d.

GELDERN - Wolter van Vossem houdt in leen 5 mark geld uit de Herfstbede (Hervestbede) in Gelrelant; en de hof te Kedingen [onder Capellen].

Goswijn van Kedinchem houdt in leen de hof te Kedinchem, de visserij daarbij behorend en 8 mannen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 4.

 

1326, z.d.

GELDERN - Hennekin van den Wije houdt in leen de Cukenhoff in het land van Gelre achter den Berge bij Wennebroecke.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 5.

Voor Wennebroecke vgl. titel van Anselmus d'Everard, eigenaar van het Spick te Boukoul, in akte d.d. 9-2-1686.

 

1326, z.d.

GELDERN - Gerloch van Ravensberch houdt in leen de hof te Ravensberg.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 5.

 

1326, z.d.

NIECKERK / ISSUM - Cleyne Heyne houdt in leen een bedrag van 3 mark, 9 malder rogge en 2 malder malt te Nyerkercke bij Gelre.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 6. Zie 1335, z.d.

 

1326, z.d.

NIEKERCK - Tilman van Eyle houdt in leen de hof te Winternem.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 7.

 

1326, z.d.

NIEUKERCK - Tylman Dam houdt in leen 24 morgen land, behorende in de hof.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 11.

 

1326, z.d.

NIEUKERCK ‑ Goeswijn de Gruter te Nyerkercke houdt in leen het huis ten Gruythuysen de hof plus 9 morgen onder Nykercken gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 11. Zie 1379 z.d.

 

1326, z.d.

ALDEKERCKEN - Philippus van Stenhorst houdt in leen de hof te Stenhorst in het land van Gelre gelegen; 2 schilden penninggeld, 7 schepen malt en een hoen geld.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 13.

 

1326, z.d.

ALDEKERCKEN - Albrecht oppen Berge houdt in leen de hof oppen Berge in Gelderlant te dienstmanrechten, zoals deze is gelegen uitgezonderd 15 morgen land; Gisekins goet, bewoond door zijn broer Jacob; Pickeners en Nottersgoet, zoals deze gelegen zijn in Gelrelant, als manleen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 15. Zie 1306, z.d. en 1410, z.d.

 

1326, z.d.

WETTEN - Willem Vocht van Boederic houdt in leen twee molenplaatsen te Genge bij Wetten en ter Nersen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 18.

 

1326, z.d.

WETTEN - Willem van Barle houdt in leen de hof ter Porte in Gelrelant; de hof to ghen Ende te Barle met 44 morgen land en beemden daartoe behorend.

Jan van Barle houdt in leen het goed to gen Einde te Barle en het goed ter Porte in Gelrelant.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 22.

 

1326, z.d.

CAPELLE - Gerhard de Man van Engelsem houdt in leen de hof te Watenem bij Capelle.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 24.

 

1326, z.d.

CAPELLE - Loeff van Berenbroke houdt in leen het dorp ter Capelle en zijn land gelegen bij de hof ter Horst, die eigendom is van Carl van Hoenselair.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 26.

 

1326, z.d.

VRONENBROEK - Jan van Wachtendonk houdt in leen het huis te Vronenbroeck met het gericht en alle verdere toebehoren.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 28.

 

1326, z.d.

STRAELEN - Arnt de Voecht [voogd] van Stralen houdt in manleen het dorp te Hasselt en te Lumme ten Zutphense rechten, en het huis te Stralen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 31.

 

1326, z.d.

WACHTENDONK - Arnt van Wachtendonc houdt in leen het huis te Wachtendonck als een open huis en de veste; de molen te Wachtendonck; de 'wiltbaen ende strickfanck' in Gelrebroick; de hof te Geisteren genaamd ten Bomgart; zijn leengoed te Hulse en 2 hoeve [land] te Wanchem genaamd ten Broicke.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 34.

 

1326, z.d.

VENLO - Willem Cranekuken houdt in leen een bedrag van 5 mark uit de renten te Venlo.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 37.

 

1326, z.d.

VENLO - Conraet van der Sleyde houdt in leen 16 mark Brabants, 3 heller voor elke penning gerekend, uit de fermiteit [vermetoyt] van Venle.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 37.

 

1326, z.d.

VENLO - Godert Scelert houdt in leen 65 pond uit de fermiteit [vermetoyt] van Venle.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 38.

 

1326, z.d.

VENLO - De heer van Lewenbergh houdt in leen 30 mark volgens obligatie daarvan zijnde.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 37.

 

1326, z.d.

VENLO - Gerart van den Bomgart houdt in leen een bedrag van 12 mark uit de tol te Venle voor zijn zoon Rutger; hij weet niet of hij het goed te Were ook van de graaf zal ontvangen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 38.

 

1326, z.d.

GREFRATH - Henrick de Persoen van Hensbeke houdt in leen de hof te Brochusen te Greverade.

Jan van der Donc houdt in leen de hof te Greverade, de hof te Brochusen aldaar, waartoe behoren 68 morgen land, bestaande uit bossen, broeken, hooiland en akkerland.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 40. Vgl. 15-8-1328.

 

1326, z.d.

GREFRATH - Jan Geritssoon van den Hoeve houdt in leen het goed ten Hoeve te Greverade, ten dienstmanrechten.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 40.

 

1326, z.d.

HINSBECK - Henrick die Snode houdt in leen de hof te Slubeke in het kerspel van Heynsbeke gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 41. Zie 1402, z.d.

 

1326, z.d.

GREFRATH ‑ Sybrecht van Crykenbeke houdt in leen de hof te Brochusen onder Greverade gelegen en de hof ten Sprenkenhove bij Breydel gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 43. Zie 1402, z.d.

 

1326, z.d.

GREFRATH - Willem van Beke houdt in leen het huis te Beke en de kerkegift [recht van collatie].

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 43.

 

1326, z.d.

GREFRATH - Henric Spedensoon houdt in leen de hof te Scaephusen met toebehoren te Greverade.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 44.

 

1326, z.d.

GREFRATH - Henric van Wyenhorst houdt in leen de hof to Broke in Gelrelant gelegen, en een goed genaamd Natboomsgoet, gelegen voor Scaphuserstege.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 44.

 

1326, z.d.

GREFRATH ‑ Jan van Greverode houdt in leen 2 mark 30 denier geld te Greverade.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 44.

 

1326, z.d.

GREFRATH ‑ De kinderen van Willem van Cryckenbeke worden beleend met de gruit te Greverade, te Lubbroc, te Hensbeke en te Wanchem, plus 5 mark geld te Greverade en het mangoed dat eerder van Jan van Langevelt was.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 45. Zie 1398, z.d.

 

1326, z.d.

WANKUM - Heyno van Berke houdt in leen een bedrag van 8 schelling te Wanchem.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 46.

 

1326, z.d.

WANKUM - Herman van Oeye houdt in leen een bedrag van 7 mark uit de tijnzen te Wanchem.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 46.

 

1326, z.d.

WANKUM - Willem in ghenen Broke houdt in leen de hof to Moellem met toebehoren.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 47.

 

1326, z.d.

LOBBERICH - Godert van Bochout houdt in leen de hof te Bocholt te Lobbroch met alle toebehoren.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 48. Zie 1398, z.d.

 

1326, z.d.

LOBBERICH - Jan Spede van Wanchem houdt in leen de hof te Broke en drie laatgoederen opper Homolen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 49.

 

1326, z.d.

LOBBERICH - Gerit van Endelsdorp houdt in leen het huis te Gripenthove en 30 morgen land ter Zittert daarbij gelegen.

Sibrecht van Wevelinchoven houdt in leen de hof ter Zittert met alle toebehoren.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 50. Sloet gaat er van uit dat de eerstgenoemde belening hier foutief is geplaatst.

 

1326, z.d.

LOBBERICH - Alart van Wevelinchove houdt in leen het goed te Sassenvelt in het kerspel van Lobbroeck gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 51.

 

1326, z.d.

HINSBECK - Gerit Pluke houdt in leen een bedrag van 4½ mark aan laatgoederen te Hensbeke en te Greverode.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 54.

 

1326, z.d.

HINSBECK ‑ Henric Roestssoon houdt in leen de hof te Crykenbeke onder Hinsbeck gelegen en het penninggeld dat daartoe behoort.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 55.

 

1326, z.d.

LEUTH - Willem van Brochusen houdt in leen de hof te Barle.

Henric van Barle houdt in leen de hof te Barlo, de molen en alle toebehoren

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 60.

 

1326, z.d.

VERNUM ‑ Dideric van Aldenhove houdt in leen de hof Vernem in Gelrelant met alle toebehoren, plus 20 pond geld te Ruremunde.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 62.

 

1326, z.d.

ROERMOND ‑Jan Servaessoon van Svalmen houdt in leen 4 mark geld te Rurmund [geheven in de vorm van hoenders en geld] en 6 bunder land, waarvan 2 binnen de gracht te Rurmund en 4 in de weerd bij Rurmund.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 62.

 

1326, z.d.

ROERMOND ‑ Jan Henrickssoon van Cruchten houdt in leen 6 bunder land in de weerd te Rurmund gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 62.

 

1326, z.d.

KESSEL-EIK ‑ Jan van Kessel houdt in leen het halve goed te Eke gelegen en 10 mark geld jaarlijks te Rurmund.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 62.

 

1326, z.d.

ROERMOND ‑ Johan Veren Drudensoon houdt in leen zijn huis binnen Rurmund gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 62.

 

1326, z.d.

ROERMOND ‑ Robijn de Gruter houdt in leen de gruit te Remund, waarvan jaarlijks een betaling van 18 schelling wordt geheven.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 65. Zie 1402, z.d.

 

1326, z.d.

MULRADE / LIEROP ‑ Didric Wamboys van Elmt houdt in leen het goed te Molraden en de hof te Ledorp.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 66.

Vergelijk Mulrather Mühle bij de Haricksee en huwelijkse voorwaarden d.d. ... 1472 tussen Engelbert van Holtmolen en Bele van Mulrade.

 

1326, z.d.

NIEUWSTAD - Michel de Hane houdt in leen 4 hoeve land te Nyerstat en de halve tiende aldaar; 6 hoeve land te Echt; 6 hoeve land te Glene met de hof genaamd ten Hove; 3½ mud rogge; 40 kapoenen en hoenders; 26 schelling penninggeld en 16 keurmeden.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 67.

 

1326, z.d.

NIEUWSTAD / VLODROP / POSTERHOLT - Jan Slabbaert houdt in leen een bedrag van 5 mark te Nyerstat als een borgleen van Montfort; de Vronhoff als een borgleen; de hof te Vlodorp met alle toebehoren, uitgezonderd het nieuwe huis; de hof ten Bomgaert, die eigendom was van zijn broer Ghiselbrecht; en een hoeve land, stadsgoed van Posterholt.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 67.

 

1326, z.d.

NIEUWSTAD - Dideric van Gleene houdt in leen 8 bunder land en een bedrag van 8 schelling te Nyerstat.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 67.

 

1326, z.d.

ST.-ODILIËNBERG ‑ Godefridus van Uytwijc houdt in leen de hof te Overoen met een leenman daartoe behorend onder [St.-Odiliën]Berge gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 71. Zie 1449 z.d.

 

1326, z.d.

VLODROP - Willem Butsaert houdt in leen 2 hoeve land en een bedrag van 3½ mark te Vlodorp en 24 kapoenen en hoenders.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 73.

 

1326, z.d.

LINNE - Henrick van Oze houdt in leen de hof te Oze.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 74.

 

1326, z.d.

MONTFORT ‑ Jacob van Myrlaer de jonge houdt in leen 11 mark geld van het borchtleen te Montfort; de gang van wilde paarden in het Echterwoud; het goed te Tetenrode; de gruit van Wansem; en al zijn goederen 'van beneden', ten Zutphense rechten.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 78.

 

1326, z.d.

OVERLEEUWEN / MONTFORT ‑ Herman van Lievedael houdt in leen het dorp Overlewen met alle heerlijke rechten, visserij, bemden, tijnzen, pachten en alle verdere toebehoren.

Tevens houdt hij in leen de hof te Genauwen bij Montfort met alle toebehoren, met name de gang van wilde paarden in het [Echter]woud, en de daarbij gelegen heerlijkheid.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 78.

 

1326, z.d.

MONTFORT - Jan van Buynne houdt in leen een bedrag van 10 mark als borchtleen van Montfort.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 78.

 

1326, z.d.

MONTFORT - Heer Franco van Berke houdt in leen een bedrag van 4 mark uit het land van Montfort.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 78.

 

1326, z.d.

MONTFORT - Reyner Bruyc houdt in leen een bedrag van 12 mark als borchtleen van Montfort; de hof te Banhout bij Echt; en 10 pond jaarlijks uit de tijnzen van Echt.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 78.

 

1326, z.d.

ECHT - Willem van der Beke houdt in manleen twee hoeve genaamd ter Beke en 8 bunder land daarbij gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 85. Zie 1427, z.d.

 

1326, z.d.

TEGELEN ‑ Henrick die Lange van Cryeckenbeke houdt in leen de hof te Hadem [de Haandert] met toebehoren en de hof te Wambeke [Wambach] onder Tegelen gelegen met de molen, tiende en rente die daartoe behoren.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 105. Zie 1492, z.d.

 

1326, z.d.

TEGELEN ‑ Albert van Wilre houdt in leen het goed te Wilre onder Tegelen gelegen, inclusief 17 schelling aan 'besetenen goede' en 5 leenmannen; het benoemingsrecht van de kerk te Caudekercke; een molenplaats beneden de molen 'ter Masewert'; en een 'gewelde' van water en van weide binnen de stad Venlo.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 105. Zie 1402.

 

1326, z.d.

ELMPT ‑ Tylman van Brempt houdt in leen het 1/24 deel van het Elmterwalt.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 109.

 

1326, z.d.

ELMPT ‑ Diedrick van Brempt houdt in leen al zijn goederen onder Elmt gelegen, te weten korengeld, hoendergeld en penninggeld plus 3 mark, die hij bewijzen zal.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 109.

 

1326, z.d.

ST.-THONIS-AMERN - Mathijs van Keyle houdt in leen de hof te Tuderen, de halve windmolen en het halve gericht aldaar met alle toebehoren.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 112.

 

1326, z.d.

SUSTEREN - De Heer van Valkenborch houdt in leen het dorp Susteren met alle toebehoren.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 114.

 

1326, z.d.

MILLEN - Heer Diederick van Heynsbergh houdt in leen het huis te Millen met het gericht en alle toebehoren plus een bedrag van 50 mark uit het land van Montfort.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 116.

 

1326, z.d.

GEYSTEREN - Jan van Geysteren houdt in leen het goed te Vronebroick en het goed te Geysteren. Zijn moeder behoudt het vruchtgebruik van Geysteren.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 118. Zie 1304, z.d. en 1415, z.d.

 

1326, z.d.

MIERLO - Heer Jacob van Mirlaer die Alde houdt in leen het goed van Mirlaer.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 123.

 

1326, z.d.

OYEN - Godert Ruffert houdt in leen de helft van de hof te Oijen en het goed te Swolgen, dat zijn broer van hem in leen [?] heeft ('dat sijn broder voort van hem helt').

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 160. Zie 1439, z.d.

 

1326, z.d.

OERLO - Roderick van Vorst houdt in leen de tiende te Oene en de 'rode thiende' aldaar.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 127.

 

1326, z.d.

HORST - Florkin van der Horst houdt in leen het Huys ter Horst en 5 mannen die daartoe behoren, en de weidegang van 19 varkens in het Lothemerbosch.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 128.

 

1326, z.d.

HORST - Seger van Baerle houdt in leen de hof te Berckel met beemden en met broeken.

Henrick van Baerle heeft 2/3 deel van het goed van Seger van Baerle van de hof te Berck, welke Peter Pleys namens hem in leen houdt.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 130.

 

1326, z.d.

GRUBBENVORST - Willem van Mille houdt in leen het Huys te Grebben en het goed dat daartoe behoort; het bovenste huis ('overste huys') te Borne en het bovenste huis ('overste huys') te Wickenrode; zijn mannen te Bracht; het dagelijks gericht te Haren; en het 1/3 deel van het hoge gericht aldaar.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 133. Zie 1311, z.d. en 1402, z.d.

 

1326, z.d.

GRUBBENVORST - Godeschalk van Marckenstein houdt in leen een gemeente in het bos te Vorst.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 134.

 

1326, z.d.

BAARLO ‑ Willem van Swalmen houdt in leen een derde deel van de tiende te Baerle; en 6 mark geld als borgleen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 142.

 

1326, z.d.

KESSEL ‑ Godert van Kessel houdt in leen de hof te Bochout, een burchtleen te Kessel, een weerd en de visserij te Eke en de hof te Rode.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 143. Zie 11-1-1394.

 

1326, z.d.

Tylman van Eyle houdt als manleen zijn goed te Hulsen, de Herkenhoff te Boken, de hof te Roden, en de tiend in der Overdonck gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 143.

 

1326, z.d.

KESSEL ‑ Godert Slaterbec houdt in leen een hof te Kessel en 16 schelling penninggeld.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 143. Zie 1331 z.d.

 

1326, z.d.

KESSEL ‑ Gooswijn van Bodonc houdt in leen het goed te gen Holte te Ganderhegen bij Kessel gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 145. Zie 1408 z.d.

 

1326, z.d.

HELDEN ‑ Claes van Brakel houdt in leen 9 bunder land te Helden, waarop hij woont.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 146.

 

1326, z.d.

HELDEN - Diedrick Bolte houdt in leen een wilde hoeve genaamd Dekenshorst.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 150. Zie 1405, z.d.

 

1326, z.d.

DALENBROEK / HELDEN ‑ Johan van Montfort houdt in leen 5 bunder bemd gelegen bij het huis te Dalenbroeck en het gemaal te Helden.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 151.

 

1326, z.d.

ERCKELENZ ‑ Henrich van Ripherscheyt houdt in leen 40 mark Brabants, 3 heller voor de penning, van Erclent.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 151.

 

1326, z.d.

ERCKELENZ ‑ Gerat van den Dijcke houdt in leen 2 'vochtdenste' te Erclent.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 151.

 

1326, z.d.

WEGBERG ‑ Diedrick van Elmt houdt in leen het huis te Ophoven en de hof die daartoe behoort, onder Wegberg gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 152.

 

1327

17 maart 1327

Willem van Millen, heer van Wickrath, ridder, draagt het halve dorp Velden met alle toebehoren op aan graaf Willem (III) van Henegouwen, Holland en Zeeland, heer van Friesland, om het als recht leen terug te ontvangen.

Wi Willaem van Millen, ridder, here van Wickerade, maken cond allen luden die desen brief zullen sien ende horen lesen dat wi onse halve dorp te Veldem dat beneden bi Venlo oper Masen gheleghen es ende onse eyghen es, heyghe ghericht ende leyghe, bůsch, bruych, wigere ende al dat dair toe ghehoirt, op hebben ghedraghen ende draghent op enen edelen manne ende enen hoghen, onsen lieven here grave Willaem van Henegouwen, van Holland, van Zeeland ende here van Vriesland, also dat wi ende onse eyrven dat voirnoemde dorp met sinen behore alst voirnoemd es haden zullen van den voirnoemden here ende sinen erfnamen tenen rechten lene.

In oirconde etc. Open ghegheven int jaer ons Heren M CCC zeven ende twintich op zente Gheertruden dach.

Registers van de Holandse grafelijkheid 1299-1345, AGH 620 (groot register Gelre), f. 9v, nr. 34 (via http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/RegistersVanDeHollandseGrafelijkheid1299-1345/oorkonde/GE_034, 2012).

 

26 maart 1327

Graaf Reinald II van Gelre verpandt het land van Montfort aan Gerard van Gulik voor een groot bedrag dat hij van hem heeft geleend.

P. Geuskens: Gelderse ministrialen in dienst van Gulik in de eerste helft van de veertiende eeuw. In: Maasgouw 97 (1978), blz. 164-172; Nijhoff, Gedenkwaardigheden I, nr. 208.

 

23 juni 1327

HESE ‑ Ten overstaan van de Gulikse vazallen Willem van Millen en Dirk Wamboys van Elmpt draagt heer Heinrich van Sprenkelhoven, pastoor te Wickrath, zijn goederen in Hese in leen op aan graaf Gerard [van Gulik].

P. Geuskens: Gelderse ministrialen in dienst van Gulik in de eerste helft van de veertiende eeuw. In: Maasgouw 97 (1978), blz. 164-172; Mirbach, Beiträge zur Geschichte der Grafen von Jülich, Z.A.G.V. 12, 1890, blz. 206.

 

1328

15 augustus 1328

"t'onser vrouwenmesse in der ousche"

BEESEL ‑ Beatris van Bisel, Fredeswint, haar zus, en Arnoyt, echtgenoot van laatstgenoemde, oorkonden dat zij hun goed te Kadenkirchen, mangoed van Heynrich Persoens van Sprenkelhoven, verkocht hebben aan Didderich Bake en Fredesvinde, echtelieden, te weten 3 mark geld en 10 schelling, 10 levende keurmeden, 20 hoenders, 1 malder rogge, 2 sester rogge "geryft", ½ malder haver, 5½ pond gehekeld vlas en 30 "rischen geswengt".

Als onderpand stelt Beatris 8 bunder land, een baent en haar deel in de tiende van Beesel, dat meer zal bedragen dan 8 malder koren.

Jan van Kessel, leenheer van dit gedeelte van de tiende, verleent hiervoor toestemming en zegelt in bijzijn van zijn mannen Willem van Bisel, Henrich van der Stigen en Heynrich van Lewen.

Indien Maes van Doverac de goederen van Johan van Kessel zal vorderen, dan zal Bake dit onderpand behouden en leenman ervan worden, zoals gebruikelijk is.

RHCL Maastricht, charters familie-archieven op naam Bake; RHCL Maastricht, Inv. van Losse Charters die in 1901 uit het voormalige Rijksarchief te Roermond werden verworven, inv.nr. 92 (doos XII no. 30).

J. Linsen: De Roermondse schepenfamilie Bake. In: Maasgouw 1975, blz. 172 e.v.

Vergelijk Karl L. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet, Mönchengladbach 1985, blz. 271: Reinhard von Zours, zoon van Winnemar von Zours en Heilwig van Goer, huwde 1425 Elisabeth von Krickenbeck, die een gedeelte van het Guliks leengoed "Spinckelhoven" (nu: Weiher-Kasteel) in Breyell als huwelijksgift meekreeg. Bron: J. Funken: Das Weiher-Kasteel in Breyell. In: Heimat-buch des Kreises Kempen-Krefeld, 1962, blz. 111. Zie ook 1326, z.d. en 23 juni 1327.

 

1329

16 maart 1329

Otto, heer van Cuijk, draagt zijn allodiale goederen te Merheim, Rure en Neyle, bestaande uit de grote en kleine tiende van Hoburdt bij Linne, Merum en Herten, 110 bunder akkerland in Merum, 30 bunder akkerland in Roer, 18 bunder weiland, het visrecht in Maas en Roer, jaarlijkse inkomsten in geld en natura te Hoburdt en Merum, en de kleine tiend en jaarlijkse inkomsten in geld en natura te [Maas]Niel, in leen op aan graaf Willem van Gulik.

P. Geuskens: Gelderse ministrialen in dienst van Gulik in de eerste helft van de veertiende eeuw. In: Maasgouw 97 (1978), blz. 164-172; Lacomblet, Urkundenbuch III, nr. 230.

 

september 1329, z.d.

ROERMOND ‑ Lam Otte, richter, Henric op't Oirt en Wijnr[icus] de Verwer, burgemeesteren, de schepenen en de raad van Roermond verklaren dat zij aan Dederick Averecht en zijn vrouw Hadewege 9 mark betaald hebben, waarvoor deze zich verplicht hebben om de twee dijken in de Nieuwe Roer te onderhouden; zij mogen de Wert en de aanwas in de Roer daartoe gebruiken. Voor de nakoming van hun verplichtingen stellen zij hun molen op de Nieuwe Roer als onderpand. De oorspronkelijke akte wordt door Dederick mee bezegeld.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 345, blz. 93-94; regest nr. 36. Zie 15-4-1348.

 

10 december 1329

ELSLOO ‑ Oist, heer van Elsloo, verklaart dat hij met toestemming van zijn vrouw Katharina, wegens de hulp die graaf Willem van Gulik hem geboden had, de burcht Elsloo en het dorp, het huis te Warden en de dorpen Grotenbrögel en Erpikom met alles wat daartoe behoort, de hoge en lage rechtspraak, aan Willem van Gulik erfelijk in leen opdraagt.

P. Geuskens: Gelderse ministrialen in dienst van Gulik in de eerste helft van de veertiende eeuw. In: Maasgouw 97 (1978), blz. 164-172; Lacomblet, Urkundenbuch III, nr. 246.

 

1329, z.d.

BERG a/d MAAS - Goossen van Nythusen houdt in leen een hof te Bergen op de Mase bij Stockem en 40 bunder daartoe behorend, te leen gemaakt.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 113. Volgens Sloet had zijn vader Goesen dit goed gekocht van Goesen van Elsloe.

 

1330

10 juni 1330

ROOSTEREN ‑ Godefridus, clericus, zoon van Dirck Wamboys van Elmpt, ontvangt de kerk van Roosteren.

J. Linssen: Een aantekening over de heren van Swalmen. In: Maasgouw 19.., blz. 69-80; noot 17 (Van Doorninck en Van Veen: Acten 1107-1415, nr. 317.

 

6 juli 1330

GRATHEM ‑ Gadert Slaterbec en Margaretha van Kessel, echtelieden, verkopen aan het kapittel en aan het St.-Jansaltaar te Thorn 12 malder rogge ten laste van hun molen te Grathem.

Met bevestiging door Johan van Kessel, resp. schoonvader en vader van de verkopers, en Wyllyam van Swalmen, resp. zwager en oom van de verkopers.

Habets: Archieven Thorn, nr. 161.

 

6 juli 1330

Willem van Swalmen wordt genoemd als zwager van Johan van Kessel.

J. Linssen: Een aantekening over de heren van Swalmen. In: Maasgouw 19.., blz. 72. Bron: J.Habets: De archieven van het kapittel der hoogadellijke Rijksabdij Thorn I, nr. 161.

 

1331

2 februari 1331

KEULEN ‑ Sijger van Swalmen is betrokken in de strijd tussen Reinald graaf van Gelre, enerzijds en de burgers van de stad Keulen, en Hyldeghen van der Sthessen, ridder, andrzijds

G. van Bree: Res Gestae I, regest nr. 346a. Leonard Ennen, Quellen zur Geschichte der Stadt Köln, Band 4 (Köln, 180).

Wir Wilhem greven van Heynnegauwen, van Hollanr, van Seelande

inde heirre van Vryezlant inde Wilhelm greven van Guylchen, gekoeren

roytlude ind mynlyghen szuynlude umbe allen den zwist inde tzweyungen

inde unmut inde uploef, die geweist syn van eynre syden tuschen den

eydelen manne heren Reynolde greven van Gelren unsen lyven neeve

inde van der ander syden der burghere inde der stat van Kolne inde

Hyldegher van der Stessen eyne ryddere inde die helpere van beyden

syden inde so wat danave kumen of irvallen is, id sy van Syger van

Swalmen of ieman anders in eyngher wies, des die partyen van beyden

syden an uns bleeven synt inde uns mechtigh gemacht haven, so have

wir sy geszuynt in der wies, als hiena gescreven steid, inde sagen mid

den eyrsten, dat der Hyldigheir der Roide invaren sal zu Gelren zu

besseren inde up genade des vorgenumden greven van Gelren inde sal

vor demeselven greeven up sine knien vallen zu genaden inde spreghen

diesen wort: Here van Gelren, ig kumen zu genaden inde zu besseren

inde zu uiren willen, inde so wat ig ie gesprach zu uirre eeren wert

inde so wie ig gesproghen have, des ur unmuyt hait, do have ig ane

geloegen inde unwoer gesait, da id hoerte der ho eydelman her Gerart

greve van Guylghe, deme got geneydich sy, inde was mit leyt, do ig

mich virsan inde noch ist mirt leyt, inde kumen des vor ugh zu besserungen

inde zu uirre genaden. Vort sage wir roytlude, dat her Hyldegher

sal leynen deme greven van Gelren dryduszent marck Kolzces

paygementz inde die sal der greve van Gelren geloeven inde mit vonftyen

gueden burgen virburgen wail ze bezalene in hant Constantines van

Lyzsenkirghen eyns burgers van Kolne in urbur heren Hildegeirs inde

zu zyden binnen dysen iaire vonfteyn hundert marc desselven paygements

inde in dem anderen iaire ever vonftyen hundert marc desselven paygements

dar na kumende. Hiemeede szulen dise partyen geszuynt syn inde

gevrunde syn. In orkunde dis bryefs, do unse ingeszygele angangen,

de gegeven is zu Duren up unser vrouwen dach, dat man die kerzcen

nimd in die hant ze seenen, na goydtz geburden dusent iair dryhundert

iair in deme eynendedryssighsten iaire uns heirren.

        Nach dem Original im Stadt-Archiv. Die beiden Siegel ziemlich erhalten.

 

21 maart 1331

Vermelding:

-       Zegher van Swalmen

G. van Bree: Res Gestae II, regest nr. 750.

 

30 juli 1331

MAASTRICHT ‑ Wilhelmus de Oys, kanunnik en scholaster van de kerken van de H. Servatius en de H. Maria te Maastricht, bevestigt als executeur testamentair het legaat dat Arnoldus de Berghe, armiger, in zijn testament heeft nagelaten aan de priorin en het convent van de H. Gerlachus, namelijk een jaarrente van tussen de 5 en 6 vat rogge uit zijn hoeve te Strobeke, dienend voor zijn jaargetijde in de kloosterkerk.

RHCL Maastricht, J. Haas: Inventaris van het archief van het Norbertinessenklooster te St.‑Gerlach, inv.nr. 156; charter, zegel verloren.

 

1331, z.d.

KESSEL ‑ Goyart Slaterbeck houdt in manleen de tijns van zijn hof te Rode bij Kessel gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 143. Zie 1326 z.d. en 1338 z.d.

 

1332

14 augustus 1332

MELICK ‑ Everard van Melick draagt zijn hoeve genaamd Scoynlar [Schöndelen] in leen op aan graaf Willem van Gulik. Willem van Swalmen, ridder, en Godfried genaamd Paepgodart van Elinc [Elmpt?] zijn getuige van zijde van de graaf.

P. Geuskens: Gelderse ministrialen in dienst van Gulik in de eerste helft van de veertiende eeuw. In: Maasgouw 97 (1978), blz. 164-172; Mirbach, Beiträge zur Geschichte der Grafen von Jülich. Z.G.A.V. 13, 1891, blz. 134.

 

1333

21 maart 1333

HASSELT - Lijst van personen die op 21 maart 1333 te Hasselt leenman (van graaf Willem III van Holland etc.) zijn geworden, waaronder Jacob van Mirlaar, Seger van Swalmen en Seger van Kessel.

Isti sunt fidelesa facti apud Hasselt dominica Judica anno Domini Mo CCCo XXXIIo. Primo:

Dominus Walterus de Vosheym, IICb lb. Turonensiumc.

Item dominus Iohannesd de Broechusen, IIC lb. Tornoyse.

Item dominus Willelmusf de Broechusen, IIC lb. Florentinorumg.

Item dominus Iacobus de Myrlair, IIC lb h.

Item dominus Tzigerus de Sualmen, IIC lb.

Item dominus Hermannusi de Scoenre, C L marcasj Coloniensik pagamenti. Isti sunt de comitatu Ghelrensel.

Item dominus Arnoudus de Nordinghen, IIC lb. Florentinorumm.

Item dominus Willelmus Betel, IIC marcas Coloniensin pagamenti. Omnes isti habent litteras o solvendump infra annum et diem date anno Domini et die predictis.

Item Zigerus de Kessel, C L marcas; litteram habet.

Item dominus Willelmusq de Res, IIC marcas Coloniensiumr; litteram habet.

Item dominus Arnoudus de Sloe, IIC marcas Coloniensiums.

Item dominus Daniel Overstoud, C marcas Coloniensiumt ad emendum feodum.

Item Craye de Hofstat, C pont Tornoysu ad emendum feodum.

Item Iohannesv Dophem, IIIIXX regales ad emendum feodum.

Item comes de Aldenburgh, IIIIC marcas de Brabantiaw pro feodo assignando.

Item advocatus Colonensisx.

Item dominus Willemusy de Scaebsberghz, IIC marcas Coloniensiuma' ad assignandum feodum.

Item dominob' Conrado de Carpenc' IIIIC lb. Hallensisd' pro feodo assignando.

Item domino Gerardo de Blankenheym in emendatione feodi sui IIIIC lb. Tornoyse', unde feodum assignabit.

Item dominus Henricus bastardusf' de Lewenberch, IIC lb. Tornoysg' pro feodo assignando.

Item dominus Iohannesh' de Falkemonte, IIC parvorum Florentinorumi' pro feodo assignando.

Item dominus Amelius de Wernansj', IIC lb. Tornoysk', moneta Haynnonensial', pro feodo assignando.

Item dominus Theodericusm' Loef, IIC lb. Tornoysn' pro feodo assignando.

Item dominus Gherardus de Reden, IIC parvorum Florentinorumo' pro feodo assignando.

Item dominus Oston de Steenhusen.

Item Iacobus de Rimberghp', C marcas Coloniensiumq' pro feodo assignando.

Registers van de Hollandse grafelijkheid 1299-1345, AGH 645 (groot register Duitsland-Engeland), f. 13v-14r, nr. 77 (via  http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/RegistersVanDeHollandseGrafelijkheid1299-1345/oorkonde/DE_076, 2012).

 

24 juni 1333

NIEDERKRUCHTEN ‑ Rabode van Brempt draagt "alle onse mannen, die wir haven", welke goederen gelegen zijn in Ober- en Niederkruchten, voor 25 mark over aan Reinald II van Gelre.

P. Geuskens: Gelderse ministrialen in dienst van Gulik in de eerste helft van de veertiende eeuw. In: Maasgouw 97 (1978), blz. 164-172; Van Doorninck en Van Veen: Acten, nr. 427 en 428.

 

23 november 1333

AMERN ‑ Godefridus Snaterbergh, ambtman te Brüggen, heeft van graaf Willem van Gulik opdracht gekregen om te onderzoeken of het stift Xanten werkelijk geen belasting hoeft te betalen over zijn goederen in Ameren, zoals het beweerde. Als getuigen laat de ambtman o.a. zijn voorgangers in het ambt ontbieden, te weten Sybert van den Aldenhove en Hendrick van Melick.

Johan Goltsteyn wordt genoemd als belastingontvanger onder Dirk Wambus van Elmpt [mogelijk rentmeester van Brüggen].

P. Geuskens: Gelderse ministrialen in dienst van Gulik in de eerste helft van de veertiende eeuw. In: Maasgouw 97 (1978), blz. 164-172; P. Weiler: Urkundenbuch des Stiftes Xanten, deel I. Veröffenlichungen des Vereins zur Erhaltung des Xantener Domes, deel II. Bonn 1935, nr. 657.

 

1334

11 november 1334

MONTFORT - Jacob van Mierlaar, ridder, draagt zijn hof met toebehoren op de heide in de parochie van Montfort op in leen aan graaf Willem III, waarvoor deze hem 200 pond kleine penningen heeft betaald; de oorkonde wordt meebezegeld door Siger van Swalmen en Siger van Kessel, ridders, die verklaren dat dit goed jaarlijks 15 pond kleine penningen opbrengt.

Nos Iacobus de Mirlar, miles iunior, notum facimus universis presentes litteras visuris seu audituris quod curtem nostram in merica in parrochia de Montfoirt sitam cum omnibus suis pertinentibus, que nostrum est allodium, domino nostro dilecto domino comiti Haynonie, Hollandie, Zelandie ac domino Frisie supportavimus et per presentes supportamus, pro ducentis libris parvorum denariorum nobis ab ipso traditis plenarie et persolutis, assignantes eum ad dicta bona que nos et nostri heredes ab ipso domino nostro comite pro feodo servabimus, ut predictum est, et nostri servabunt heredes.

In cuius rei testimonium sigillum nostrum una cum sigillis discretorum virorum Sigeri de Sualmen et Sigeri de Kessel, militum, duximus presentibus apponendum. Et nos Sigerus et Sigerus, milites predicti domini nostri comitis supradicti, protestantes super fide seu hulda ipsi domino nostro facta quod assignatio bonorum dictorum valet annuatim ad redditus hereditarios viginti libras parvorum denariorum, sigilla nostra una cum sigillo domini Iacobi predicti presentibus apposuimus in testimonium premissorum. Datum die beati Martini hyemalis anno Domini Mo CCCo tricesimo quarto.

Registers van de Hllandse grafelijkheid 1299-1345, AGH 620 (groot register Gelre), f. 12r, nr. 53 (via http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/RegistersVanDeHollandseGrafelijkheid1299-1345/oorkonde/GE_054, 2012).

 

1335

20 april 1335

KESSENICH ‑ Oist, heer van Elsloo en zijn vrouw Katharina ontvangt de heerlijkheid Kessenich met Grevenbicht in leen van graaf Willem van Gulik in ruil voor erfelijke afstand aan Gulik van het slot en het land van Wildenburg, de stad Wildenburg, de heerlijkheid Amel en de goederen in Oestlingh, met de hoge en lage rechtspraak, de vazallen en borglieden, ministrialen en met de goederen aan de andere kant van de Moesel, die hij van zijn schoonmoeder en de moeder daarvan nog te verwachten heeft.

P. Geuskens: Gelderse ministrialen in dienst van Gulik in de eerste helft van de veertiende eeuw. In: Maasgouw 97 (1978), blz. 164-172; Lacomblet: Urkundenbuch III, nr. 292. Voor de heren van Oist zie ook Hillenraad.

 

1335, z.d.

NIEKERCK / ISSUM - Vlecco van Nesselrode ontvangt in leen 50 mark penningen, 3 heller voor elke penning gerekend, waarvan jaarlijks te ontvangen 5 mark, uut 30 morgen akkerland in het kerspel gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 6. Zie 1326, z.d.

 

1335, z.d.

MONTFORT - Adolph van Bernsauw wordt beleend met 10 mark jaarlijks uit zijn goederen genaamd Beech in het kerspel van Overrade gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 78.

 

1336

3 december 1336

"in vigilia beate Barbere virginis et martiris"

UERDINGEN ‑ Theodorus Bake geeft met toestemming van Johan en Willem, zoons van zijn broer, bepaalde inkomsten te Uerdingen, Rummeln en andere naburige plaatsen, die hij van het klooster Werden "iure homagii" hield, over aan dit klooster.

Medebezegelaars:

-   domicellus dictus Bove to Vrymerschem

-   dominus Wilhelmus dictus pastor te Vrymerschem en

-   Suederus de Vrymerschem, broer van laatstgenoemde

Alle drie noemen zich bloedverwant van Theodorus Bake.

J. Linssen: De Roermondse schepenfamilie Bake. In: Maasgouw 1976, blz. 19. Bron: Hauptstaatarchiv Düsseldorf, klooster Werden, inv.nr. 169. Met 4 zegels (wapen van de heren van Vrymerschem).

 

1337

28 november 1337

THORN ‑ Margaretha van Heinsberg-Blankenberg wordt in aanwezigheid van heer "Wernero dicto Vosken de Sualmis, milite", gekozen tot abdis van Thorn.

J. Linssen: Een aantekening over de heren van Swalmen. In: Maasgouw 19.., blz. 69-80; noot 24 (J. Habets: De archieven der Hoogadelijke Rijksabdij Thorn, deel I, n° 213 en LX). Zie 17-1-1380.

 

1338

25 september 1338

WICKRATH ‑ Willem van Broekhuizen wordt beleend met Wickrath.

Nijhof: Gedenkwaardigheden I, nr. 333.

 

1338, z.d.

KESSEL ‑ Matthijs van Kessel, ridder, wordt beleend met de burcht en het huis van Kessel met de voorburcht en spitsgrachten ('vesten'), als een open huis; de borglieden behouden hun oude rechten. Tevens wordt Matthijs beleend met het land gelegen te Helden dat wijlen Johan van Krieckenbeeck, zoon van Sibrecht van Krieckenbeeck, als een burchtleen in leen hield en waarvoor hij [Matthijs of Johan?] jaarlijks 13 mud rogge en 8 schelling Brabants betaalde. De 30 malder die hij jaarlijks betaalde uit de weerd te Kessel, zijn Matthijs kwijtgescholden.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 143. Zie 1331 z.d. en 1405 z.d.

 

1339

12 juli 1339

"in vigilia sancte Margareta virginis"

SWALMEN ‑ Sigerus de Swalmen, ridder, oorkondt dat hij van graaf Dirk van Loon ('Theodorico comite Lossensi'), heer van Heynsbergh en Blankerbergh, een bedrag van 50 mark heeft ontvangen, waarvoor hij als onderpand geeft 8 bunder land in Happenrade en 6 bunder in dezelfde plaats, die zijn vader wijlen Wilhelmus [van Swalmen] eerder in onderpand had gegeven voor een lening van 40 mark. Deze 14 bunder, die allodiaal goed waren, zullen voortaan door Sigerus in leen worden gehouden van de graaf.

De akte wordt mede bezegeld door Godefridus de Vlodrop, ridder, en Theodoricus de Elmt, knaap.

HStAD: Archiv Herrschaft Heinsberg, Urk. 115.

Betreft Hoppenrade, grenzend aan kasteel Hillenraad en later samen met dit kasteel behorend tot de Gelderse lenen.

 

1340

10 november 1340

"op sente Mertyns avont in den wynter"

BRACHT / BREMPT ‑ Reynaut, hertog van Ghelren en graaf van Zutphen, verklaart dat hij, op advies en met goedvinden van zijn raadslieden, van Mathijs van Kessel, zijn leenman en raad, 800 oude gouden schilden in contanten heeft geleend, waarvoor hij de gehele tiende te Bracht alsmede de goederen te Breempt, die de vader van de hertog had gekocht van Maria, de vrouw van Gherart Henkintz en haar kinderen, als onderpand stelt, welke lening jaarlijks op Middewynter kan worden afgelost met 800 gelijke munt.

RHCL Maastricht, Kessel-Keverberg, inv.nr. X345 (charter); zie ook P. Geuskens: Gelderse ministrialen in dienst van Gulik in de eerste helft van de veertiende eeuw. In: Maasgouw 97 (1978), blz. 164-172; Slanghen: Bijdragen tot de geschiedenis van het land van Kessel. In: Publications etc, 16 (1879), blz. 97. Jaartal vrijwel onleesbaar; voor tienden van Bracht zie ook 30-8-1585.

 

1341

1341, z.d.

ROERMOND - Mathilde Spede wordt door abdis Elisabeth van Swalmen opgenomen in de abdij te Roermond.

A. Fahne, Urkundenbuch Spede oder Spee, Keulen 1874, blz. 36. Noemt als bron: Necrologium abdij.

 

1342

11 juni 1342

SWALMEN – Werner van Swalmen verpandt 10 bunder akkerland.

Ick Werner van Swalmen, ridder, doe kont ende apenbaerr allen luyden, die desen brieff sullen sien off horen lesen, dat ick heb ontfangen ende opgenomen van mynen here, den hertoge van Gelre ende greve van Zutphen, twehondert vleinre gulden van Florencie, waerom ick heb opgedragen x boende eygens ain eerlandt, wellike x bonre lands gelegen sijn an den Art achter opper borcht ende an die Nuberge, alsoe genompt, voerr miujns heren gesworen scepen van Swalmen, alsoe alst voerr Didric Meyl, Goedert Smit ende Symon Boesken, ende voer den richter aldaerr, in alsoliker manieren ende voerrwerden, dat ick Werner van Swalmen, ridder voerrg., ende mijn erven sullen die x bonre aerlands van mynen lieven here den hertoge ende van synen erven voerr recht ende wyttelick leen halden. In oerkunden des hebbe ick Werner van Swalmen, ridder voerrgenompt, desen brieff myt mynen zegell besegelt. Ende wy Dirck Miel, Goert Smit ende Symon Boesken, scpen van Swalmen voerrg., tugen ende bekennen myt desen brieve onder hern Werniers zegell van Swalmen voerrg., dat die x bonre landts sijn onbekommert van yemont ende sijn genoch beter dan twehondert cleynre gulden van Florencie, ende draghen […] ende alle argelyst aff te doen in allen desen stucken. Gegeven int jair ons Heren MoCCCoXLIIo des dinxdages nae sunte Bonifacius dach.”

Acten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415.

 

7 juli 1342

ROERMOND ‑ Frintswinde van Swalmen wordt vermeld als abdis van het Munsterklooster te Roermond.

J. Linssen: Een aantekening over de heren van Swalmen. In: Maasgouw 19.., blz. 69-80; noot 26 (Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek V 850).

 

11 juli 1342

SWALMEN ‑ Ten overstaan van Didric Meyl, Goedert Smit en Symon Boeskens, "mijns heren gesworen scepen van Swalmen", draagt Werner van Swalmen 10 bunder "eygens" gelegen "an den Art achter opper borcht ende an die Nuberge" in leen op aan de hertog van Gelre.

J. Linssen: Een aantekening over de heren van Swalmen. In: Maasgouw 19.., blz. 69-80; noot 16 (Van Doornick en Van Veen: Acten 1107-1415, nr. 300. De vermelding van schepenen wijst er (aldus Linssen) op dat de hertog van Gelre vrijwel direkt na de verwerving van Swalmen aldaar schepenen heeft aangesteld.

 

(11 juli) 1342

SWALMEN ‑ Werner van Swalmen, ridder, draagt 10 bunder land gelegen "an den Art achter Opperbrocht an de Nuberge" genoemd in leen op aan de hertog van Gelre in ruil voor 200 kleine Florijnse guldens die hij van de hertog had opgenomen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen, Overkwartier, blz. 106. Vergelijk 8-5-1363.

 

25 november 1342

LOBITH ‑ Reynald, hertog van Gelre, verklaart dat hij Arnold genaamd Parvus van Aken, heer van Breidenbend, een bedrag van 10.467 pond 10 solidi 9 denariën kleine Tournooise schuldig is en verpandt hem daarvoor de opbrengst uit de gehele tol te Lobith plus een rente van 10 procent.

Borgen zijn o.a.:

-   graaf Dirk van Meurs

-   Willem, heer van Horn

-   Frederik, heer van Milendonk

-   Arnold van Wachtendonk

-   Johannes en Willem van Broekhuizen

-   Wolter van Voysheym

-   Alexander, diens zoon

-   Adam van Beke

-   Godfried van Vlodrop

-   Seger van Swalmen

-   Sybert van Kessel

-   Dirk genaamd Wambus van Elmpt, ridders;

-   en de steden Roermond, Nieuwstadt, Venlo en de dorpen Echt en Erkelenz.

Bij nalatigheid zullen 2 ridders in leisting gaan te Aken.

G. van Bree: Res Gestae I, nr. 371a; Regesten Reichsstaat Aachen II, nr. 690.

 

1343

11 januari 1343

"des saterdachs nae dertiendaghe"

RIJKEL ‑ Hertog Reynald van Gelre verklaart dat Mathias Mathijszoene van dere Winckel voor hem en zijn leenmannen ten behoeve van Gerard Bake, zoon van Didderic Baeck, de hof te Rikel met 18 bunder land, gelegen in het kerspel Beesel, heeft opgedragen, welke hof Mathijs [van Aerwinckel] als manleen bezat, en beleent vervolgens genoemde Gerard Bake hiermee.

Didderic Bake, Gerard's vader, behoudt het vruchtgebruik.

Getuigende leenmannen: heer Didderic van der Straten, heer Wamboys van Elmpt en heer Heijnric die Coc, ridders.

J. Linssen: De Roermondse schepenfamilie Bake. In: Maasgouw 1975 blz. 173-174. Bron: RHCL Maastricht, Maria Weide te Venlo, inv.nr. ... ; charter. Zie 1428, z.d.

 

27 en 28 maart 1343

SWALMEN ‑ Hertog Reinald II verblijft te Swalmen.

G. van Bree: Res Gestae II, nr. 827.

 

1344

15 augustus 1344

VRIEMERSHEIM ‑ De abt van het klooster Werden beleent Johan Bake, rijksministeriaal, met de hof te Vrymerscheim, die Theodoricus Bake voor zijn leven in bezit had.

J. Linssen: De Roermondse schepenfamilie Bake. In: Maasgouw 1976, blz. 19. Bron: Urkundenbuch Krefeld I, nr. 417, blz. 109.

 

9 november 1344

"Ruremunde", "des dynxdaighs na andach alreheiligen misse"

ROERMOND ‑ Reynolt, hertog van Gelre, bevestigt de handvesten, privileges, vrijheden en rechten van de stad Roermond. Getuigen:

-   Dederic, graaf van Meurs;

-   Jacob, heer van Mierlair;

-   Arnt, heer van Wachtendonck;

-   Matthijs van Kessel, drossaard;

-   Segher van Kessel;

-   Gaidert van Vlodrop;

-   Sander van Voshem;

-   en Werner Vosken van Swalmen, ridders;

-   Arnt van Heerlair en

-   Wolter van Dornick, knapen

-   en anderen.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 345, blz. 11-12; eenvoudig afschrift ca. 1600 in inv.nr. 182a; regest nr. 46.

 

1345

24 februari 1345

NEER ‑ Ten overstaan van zijn leenmannen Sigher van Swalmen en Matthijs van Kessel, ridders, schenkt Gerairdt, heer van Horn en Altena, aan Daniel van Ghoir, zijn neef en leenman, een leenrente van 40 £ zwarte toernooise, te heffen uit zijn tol te Haenschem, losbaar met 430 £ gelijke munt.

GA Roermond, Oud Archief Roermond, inv.nr. 345, blz. 68-69; regest nr. 47.

 

1346

1 maart 1346

Gegeven tot Zutphen des woensdaechs na groten vastenavont int jaer ons heren dusent driehondert zesendevertich

ZUTPHEN - Reynolt van Ghelre oorkondt dat hij 4.470 pond 8 schelling 4 penning schuldig is aan ridder Dydderic van der Straten en stelt als borgen o.a. Jacob heer van Mierlaer en Segher van Swalmen. Bij ingebrekeblijven zal Reynolt met twee paarden in leisting gaan in een herberg te Nijmegen; de ridders en knapen die borg staan ieder met één paard.

Schloss Haag, inv.nr. 1466. Origineel op perkament met o.a. zegel van Seger van Swalmen in redelijke staat.

 

zondag 10 september 1346

"sondag na onze lieve vrouwedag nativ."

BEESEL / SWALMEN-WIELER - Ten overstaan van de getuigende leenmannen Jacob, heer van Mirlaer, ridder, Willem van Broekhuizen, heer van Wickrade, Arnt van Wachtendonk en Mathijs van Kessel beleent Reinald, hertog van Gelre en graaf van Zutphen, Zeger van Kessel, ridder, met het manleen genaamd Wildehoven gelegen te Beesel.

Landesbibliothek Darmstadt: Sammlung Kanonikus Alfter, das Archiv der Hurt von Schöneckern, Hss 2735, fol. 999; Met dank aan M. Flokstra.

 

(zondag 10 september) 1346

BEESEL / SWALMEN-WIELER ‑ Reinoud, hertog van Gelder, beleent Seger van Kessel met de Wilderhof in het kerspel Beesel.

E. Rosenkrantz: Bijdrage tot de geschiedenis der Graven van Kessel. In: Maasgouw 20 (1898), blz. 31 (noemt geen dag).

Betreft Wielerhof te Swalmen.

 

1347

2 september 1347

Hertog Rainald II van Geldern stuurt Segher van Swalmen met een geloofsbrief naar de aartsbisschop van Köln naar Godesberg.

Karl L. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet, blz. 222. Mönchengladbach, 1985; Die Regesten der Erzbischöfe von Köln, V 1048.

 

1348

zondag 9 maart 1348

"des sonnendaechs alse men singt invocavit in den vasten"

ROERMOND ‑ Geraert Vusken van Swalmen en Guede van Elmpt schenken als aalmoes aan de zieken van het Gasthuis te Roermond hun rechten op 3 morgen land die Rutgher Tiechelman van Elmpt van het Gasthuis in erfcijns heeft, maar behouden zich een erfcijns van 4 penningen voor. Guede zegelt.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1553; regest nr. 50. Vidimus zoals verklaard in akte van 11-2-1368.

 

dinsdag 15 (of 22) april 1348

"des dynxdaighs in den paescheheyligendagen"

ROERMOND ‑ Mathijs van Kessel, ridder, en Dederic Averecht, burger van Roermond, bepalen de tolgelden die de burgers van Roermond die in de stad en over de brug vanaf de dijk stroomafwaarts wonen, zullen betalen te Kessel. Mede bezegeld door Johan, ridder, zoon van Mathijs, en door Johan, zoon van Dederic.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 345, blz. 57; regest nr. 51. Zie september 1329, z.d.

 

(dinsdag 15 of) 22 april 1348

"des dinsdaeghs in den paesheijligendaegen"

ROERMOND ‑ Mattijs van Kessel, ridder, en Deddrich Oest, recht* burger van Reurmonde, oorkonden dat zij "om sonderlinge vrindtschap wille, ende om alle twist te scheijden ende neder te leggen", met de stad Roermond een overeenkomst hebben afgesloten inzake de tol te Kessel.

De burgers die in de stad wonen en van de overzijde van de brug van de Dijck stroomafwaarts, betalen wegens de Tollen te Kessel als volgt:

-   "van eenen getimmerde schijp, dat geladen wert tot Dordrecht off op den water gelden sollen tot Kessel voor onsen Tollen, zoo wat goederen dat in heeft, tien grooten, ende van een pontonne geladen alst voorschreven is, ses groot, eenen gulden schilt goet van goude, ende van gewichte, voor sestien groot, oft de weerde daer van in ander gelde, oft alsulck gelt voor die tien groot en voor die ses groot, als den heer van den landen heft ende neempt voor sijner schese [schepe?] ende op sijne Tollen".

-   Voorts is overeengekomen dat, mocht het gebeuren dat een getimmerd schip of een pontonne moest overladen ("lichte moste") in een ander schip of in twee of in meerdere schepen, "soo soude dat eerste schip die ander licht schepen verantwoorden ende quijten van Tollen, dat is te weten, dat getimmerde schip met 10 grooten, oft dat pontonne met ses groot alst voorschreven is".

-   "Voort soo sollen dese voorschreven schepen van Sint Remeysemis tot paeschen toe, die gelaeden zijn tot Dordrecht ofte op den water mits den voorigen Tolle gelden, een sneese herincx ofte buckincx".

-   "Voorts soo sullen dese voorighen borger van Reurmonde van hoeren goeden dat zij coopen oft laden tot Venlo, dat sullen zij vertollen mits acht ten halven Brabantschen, alsoo alsoo alst van gutes hercomen is".

-   "Voorts ist gevoorwaert, dat die burger van Rurmonde voorschreven geen vremt goet coopen en sullen mits Godts penningen voor onse Tollen te voeren, met eenigh behendicheijt oft met arghlist, maer waert saecke. dat sij ander goet voerden om vracht dat haer eijgen goet niet en weer, nogh der burger van Reurmonde voorschreven, dat sollen zij vertollen soo alst van alts hercomen is".

-   "Voorts me{r} sollen noch ander borger van Reurmonde die carren voeren een hondert pont off daerboven, dat sollen zij vertollen, alsoo alst recht is ende nae genaede".

G.A.Dordrecht: Inventaris van het archief van de Gemeene Maashandelaars, inv.nr. XX.5.13.558

Copie van een gecollationeerd afschrift door N. Maen, griffier van de Raad van de Koning in Gelderlandt, van het origineel charter met een groot zegel in groene was aan twee staarten.

Het ontbreken van zelfs maar een vermelding van zegels van Matthijs van Kessel en Dirk van Oest (elders * Dirk Averecht!) doet vreemd aan.

 

1350

26 december 1350 (of 1351)

SWALMEN ‑ Werner van Swalmen, ridder, en Godart van Vlodrop, ridder, voogd van Roermond, vernieuwen voor Godart van Heinsberg, heer te Daelenbroek, het recht van inlossen van de verkochte hof te Swalmen voor 500 schilden binnen 6 jaar.

G. van Bree: Res Gestae II nr. 893, = Staatsarchiv Düsseldorf, Heinsberg Urkunden, inv.nr. 144.

 

1351

17 januari 1351

"sancti Antonys daghe"

ARCEN ‑ Jan Haeghedaeren getuigt betreffende de tiende die eerder verschuldigd was aan Jan Pennen van Arsen.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 19.

Beschadigd charter waardoor gedeelte tekst verdwenen. Betreft mogelijk verkoop door Jan Haeghedaren, die getuigt dat hij de (koop?)som heeft ontvangen. Op verzoek van oorkonder mede bezegeld door Gerart en Jan van Stralen, schepenen te Gelre.

 

woensdag 1 juni 1351

"des gudesdages na zunte Urbaenus daghe des helige pauwes"

Goswin van Tzeveren, ridder, belooft Otte heer van Aerzen, ridder, Arnout van Crikenbeck, Wilhelm Bacokke en Zeger van Bruckhusen schadeloos te houden wegens 80 oude schilden die zij samen met hem hebben betaald aan Conrath Asynise en Menfrede van Montefia, Lombard te Venlo.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 20.

 

11 juni 1351

AVIGNON ‑ Clemens VI geeft vanuit Avignon bevel aan de aartsbisschop van Keulen om jonker Johan Bake en Hadewich, dochter van wijlen Henricus de Vrymerse, die gehuwd waren zonder te weten dat ze bloedverwant waren in de vierde graad, na ontbinding van hun huwelijk tot een nieuw toe te laten.

J. Linssen: De Roermondse schepenfamilie Bake. In: Maasgouw 1976, blz. 19. Bron: Urkundenbuch Krefeld I, nr. 474 blz. 123; Sauerland, Vatik, Urkunden III, 398, nr. 1020.

 

1 november 1351

"op hogetijt alreheiligen"

ROERMOND ‑ Werner van Zwalmen, Sybrecht van Kessel, Gaidert van Vlodorp, voogd, Steynart van Muschenbroeck, drossaard, Johan Averecht, richter, Johan van der Craken, Heinric van Gangelt, Gerairt Breidel, Goeswijn van den Grynde, Wijnric den Verwer, Johan Heye, Dederic Gaede, Jacob Lycop de Jonge, Gerairt Baicke, Gelis op't Oirt, Gerairt van der Porten, schepenen, Emont van Effelt, burgemeester, Willem Bake, Lambrecht van der Craken, Goeswijn Wynric, Robijn Gruter en Wolter van Wessem, raden van de stad Roermond, stellen bepalingen vast inzake de wijze van procederen voor het gerecht tussen burgers van de stad en vreemdelingen, die in Roermond en 3 mijlen daaromheen woonachtig zijn, uitgezonderd de vreemdelingen die volgens de oude gewoonten en recht in Roermond niet met panding kunnen worden belast.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 345, blz. 5-6; eenvoudige 16e eeuwse afschriften in inv.nr. 348, fol. 7vs-8 en inv.nr. 349, blz. 15-16; regest nr. 56.

 

1353

12 januari 1353

RIJKEL ‑ Reinoud, graaf van Gelre, beleent Gerard Bake met een hof te Rikel met 18 daarbij behorende bunders land.

RHCL Maastricht, Maria Weide te Venlo, inv.nr. 3; charter.

 

1354

21 februari 1354

KEULEN ‑ Schrijven van de dekaan en het kapittel van St.-Gereon te Keulen aan de "ven. matrona dna Bela de Swalmen", vrouwe te Tornig, weduwe van ridder Arnold van Bacheim, dat zij bij bijgevoegde (maar niet bewaard gebleven) transfix de verkoop bekrachtigd hebben, volgens welke de kanunnik Johann de Castro zijn (onder 3 september 1350 genoemd) huis aan haar heeft overgedragen.

Dr. P. Joerres: Urkundenbuch des Stiftes St.-Gereon zu Köln. Bonn, 1893, RB 5a.

De akte d.d. 3-9-1350 bevat geen aansluitende informatie over Van Swalmen.

 

1354, z.d.

VENLO ‑ Sybrecht van der Masen, schepen van Venlo, zegelt met een antiek schild, beladen met drie leeuwen, geplaatst 2 en 1.

Maasgouw 1882, nr. 169.

 

1355

31 december 1355

"op sunt Sylvesterdaghe"

ROERMOND ‑ Gherart Vusken van Swalmen en zijn vrouw Gude van Elmpt schenken 3 morgen land, gelegen bij de hof van Rut Tyegelmaen, aan de armen van Roermond in het Gasthuis (= broederschap van de H. Geest te Roermond), maar behouden zich 4 penningen per jaar voor, die men aan hen zal betalen. Bij verkoop van het goed door het Gasthuis blijft de schenker in de rechten zoals bij zijn overige goederen. Gude zegelt.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1608; regest nr. 62. Zegel van Gude van Elmpt beschadigd.

 

1356

6 januari 1356

(de dag na dertiendag)

MIERLO - Jan, heer van Cuyck [Cuijk] en van Hoochstraten, bijgestaan door zijn broers Hendrik en Werner van Cuyck, verkoopt het dorp Mierlo, de molen van Coll, vroeger te leen gehouden door Roelof Rover van Goescot, en 100 bunder weiland, genaamd de Parick, aan Jan Dickbier, scholtis te Den Bosch.

Maasgouw 1879, blz. 162-163: Meerlo en Mierlo.

 

10 februari 1356

Vermelding Otto van Buren, gehuwd met Maria N.

GA Roermond, Oud Archief Roermond III blz. 234.

 

1356, z.d. ?

KESSEL ‑ Memorie dat de tol van Kessel door de hertog van Gelder aan heer Martijn(?) van Kessel tot een onversterfelijk leen gegeven is in 1356.

G.A.Dordrecht: Archief Gemeene Maashandelaars, archief nr. 115, stuk nr. 559. Memorie uit 1652, z.d. ?

 

1357

7 februari 1357

DAELENBROECK ‑ Akte van huwelijkse voorwaarden tussen Goedert van Heinsberg, heer van Daelenbroeck, broer van Dirk, graaf van Loon, heer van Heinsberg etc., en Philippe, dochter van Willem, hertog van Gulik, zuster van Gerard, oudste zoon van Gulik, graaf van Berg en Ravensberg. De hertog keert aan de bruidegom 16.000 goudgulden uit in de vorm van een lijfrente van 1600 goudgulden. De bruidegom zal voor de bruid 2400 gulden jaarrenten funderen en als weduwegoed de burcht van Daelenbroeck verbinden etc.

Getuigen en borgen namens de hertog o.a. Bernard en Rabod van Kyntzwylre.

Getuigen en borgen namens de graaf van Loon o.a. Willem, heer van Horn en Altena, Lodewijk, heer van Randenrath en Erperode, Johan van Merheim, Dederick van Spralant en Stephan van Oersbec.

G. van Bree: Regesten van akten betreffende Roermond en omgeving 858-1574, nr. 414; = Lacomblet III, nr. 567. Voor Van Kenswilre vergelijk 25 juli 1404.

 

10 september 1357

"des anderen Tags nach unserer Frauen Tag nativitas"

KRICKENBECK ‑ Henric van Krickenbeck wordt beleend met de gruit in de kerspels Grefrath, Lobberich, Hinsbeck, Leuth, Herongen en Wankum.

Schaesberg-Krieckenbeck, Urk. 61.

 

26 (?) november 1357

"des montags nach Andaghes St.-Martins Tage in dem Winter"

KRICKENBECK ‑ Henric van Krickenbeck wordt beleend met de hoge en lage rechtspraak te Neuen-Krickenbeck met het huis, hof en land daartoe behorend.

Schaesberg-Krieckenbeck, Urk. 62.

 

1358

15 maart 1358

MAASTRICHT ‑ Robijn van Swalmen koopt van het kapittel te Maastricht een claustraal (kloosterachtig) huis binnen het claustrum van St.-Servaas.

De akte wordt mede bezegeld door zijn broer Werner en diens zoon Seger.

J. Linssen: Een aantekening over de heren van Swalmen. In: Maasgouw 19.., blz. 69-80; noot 21 (Doppler: Verzameling van charters en bescheiden betrekkelijk het vrije Rijkskapittel van St.-Servaas te Maastricht. In: Publications etc LXVII (1931), blz. 357).

 

vrijdag 11 mei 1358

"des vrijdaechs voer Sente Servaes dage des bijscops"

VENLO - Gherart van Lomme, richter, Adaym Mont en Arnt van der Weyden, schepenen te Venlo, verklaren dat Eijcbrecht van Hoijthusen en diens echtgenote Katharina een half huis met een stuk 'mijsten' plus een erfweg, toegankelijk via de poort op de Kerckestraeten, hebben overgedragen aan Lodewick Degen en diens echtgenote Grieten.

RHCL Maastricht, charters Keverberg Kessel achter Scheres, inv.nr. f; met dank aan M. Flokstra.

 

woensdag 15 augustus 1358

“op onser Vrouwendach assumptionis

SWALMEN - Verpanding van goederen op Graet bij Swalmen in ruil voor een erfrente.

Ten overstaan van Jan Purtener van Swalmen, richter, Gelis op 't Over en Roef, neef van Johan Heijen, laten wonend op Graet, eigendom van de voogd van Roermond, draagt Jacob Licop, burger te Roermond, met toestemming van zijn gelijkgenoemde zoon Jacob een erftijns van 10 oude gouden schilden uitgaand van een hoofdsom van 100 gelijke munt gevestigd op al zijn goederen op Graet gelegen zoals hij deze, toen hij reeds weduwnaar was, heeft geërfd van zijn vader en die in leen worden gehouden van de voogd van Roermond, over aan de zusters Sophie en Suse, nonnen in het vrouwenklooster te Roermond en dochters van Johan Munck, burgers te Keulen.

Heer Jan Purtener van Swalmen, richter, Gelis op ’t Over ende Roef Johans Heijen neve, laet opt Graet des vaeghts van Rurmunde, doen kont allen luden ende tughen openbeerlike, dat voer ons komen is Jacob Licop, burger van Ruermunde mit willen ende gchenkenisse Jacob synes Soens, ende heeft mit volcomelic verteghenis werclic ende wael gegeheven, verkocht ende bewyst aen al sijn guede ende erve, dat ghelegen is op Graet ende heum van sinen vader in sinen wedewestoel aenerstorven is ende dat behaldende is van den vaeght van Rurmunde: Teen alde gulde scilde, guet van golde ende swaer van gewicht sjaers ende erstes of dat weer daer voer aen ouden guden payment in der tijt der betalinghen tot Rurmunde genghe ende gheve Jouffrouwen Sophien ende Suse gesusteren nonnen in onser vrouwen cloester tot Rurmunde Johans munckens dochters burghers van Cullen ende haren erven of helder des briefs mit haren willen toe eynen erfrecht te halden ende besitten alle jaer ende erflic te betalen tot Rurmunde in onser vrouwen cloester op dach ende hoegtijt aller heijlighen of sonder eijnghen bevanc binnen viertenach daer nae, weert sake dat Jacob voerscreven of sine erven daer aen iet versumelick wurde of wurden eijnichs jaers op desen vurscreven termine, soe moghen desen vurgeschr. susteren of hure erven of helder deses briefs mit huren willen ultoeghe viertenacht nae alre heylger dach tot alle dese voergesce. gude varen, soe wie dat ghelegen is, ende dat behalden ende besitten voer hure eclu erve sonder eynen anderen gericht ende sonder yemants weder segghen, beheltenis den voeght van Ruermunde siens rechts ende der eerste thiens dach sal sien van alre heylghendach neijst comende over eyn jaer ende in desen vueghen ende vurwarden, soe ist mit gevoerwiert om sunderliken vrundscap, dat Jacob voerscr: ende sien erven desen vurgescr. thie(n)s allwegh ende ewelic wanner bewillen ende huen orberlyc dunct wesen wederlosen ende bescudden mughen mit hondert alden gulden gulden guet van golde ende swaer van gewicht ende mit den thiens of met werde daer wer als voerscr. Alle arglist ende behendicheyt under vonde ende alle helpe geystlices ende wereltlices rechts van beyden siden vitgescheyden. In ghetugenis der waerheyt soe hebben wer richter ende laet voergescr. ende auch Jacob voergescr. gebeden heren Godaert van Vlodrop, ridder onsen here dat he sienen Seghel voer ons aen desen brief wale hanghen, dat ich Godart ridder voergescr., gherne gedaen hebben om hare bede willen, beheltenis alremallinc siens rechts ende waer ich Jacob voerscr. wille dat dit vast ende stede sie, soe hebbe ich minen seghel mit heren Goderts seghel voerscr. aen desen brief gehanghen. Gegheven int jaer ons heren dusent driehondert acht en de vyftigh op onser Vrouwendach assumptionis. 

A.F. van Beurden, Limburg’s Jaarboek XXVIII (Sittard 1921), 115-116; scan (met fouten die nog moeten worden gecorrigeerd) met dank aan Jaak Slangen, 2005.

 

vrijdag 17 augustus 1358

"des vridaechs nae onser lyever vrouwen dach assumpcio"

BEESEL-LEEUWEN ‑ Johan, heer van Broekhuizen, en Godaert van Vlodrop, ridder, leenmannen van Willem, aartsbisschop van Keulen, oorkonden in aanwezigheid van Gerard Raet van Kessel, scholtis, en Gubbel van den Scheide, Johan van der Hage en Hein Reijnerszoon, schepenen te Beesel, dat Johan van Mirlaer, ridder, een jaarlijkse rente van 20 oude gouden schilden gevestigd op zijn hof genaamd Te Kampe met alle toebehoren in het kerspel van Beesel gelegen, in manleen heeft opgedragen aan voornoemde bisschop wegens een hoofdsom van 200 gelijke munt.

1.         Allen luden die desen brief zoelen zien of horen lesen wer Johan, here van Bruechusen ende Godaert van Vlodrop ritteren man des erenwerdichen

2.         goden vader ende ons ghenedichen heren heren Willems eertschebischops toe Cuellen doen kont ende tughen mit desen tghenwordichen brieve

3.         dat voer ons alse voer des voers. onsen heren in tgegenwordicheit Geraerts Raets van Kessel richters Gubbels van den Scheide

4.         Johans vander Hage ende Heynen Reyners zoen scepenen tot Byesel comen is de vrome man her Johan van Mirlaer ritter ende heeft

5.         bewijst ende bewijst mit desen brieve den voers. onsen heer eertschebischop toe Cuellen vter sijnen have ghenant te Kampe

6.         mit sijne tuebehoren ghelegen inden keerspel van Biesel des vrij eygen guet is des selven heren Johans van Mierlaer ritter

7.         twintich alder guldenre scilde guet van goude ende swaer van gewicht erfliker jaer renten alse voer twehondert alder

8.         guldenre scilde voers. die doe voerg. onse here die eertschebischop denen selven heren Johanne van Mierlaer dair om gegeven ende

9.         gehantreyct ende wael betaelt heeft. Welghe erflijc jaer rente wer spraken ende tughen dat die selve her Johan van Mierlaer

10.      wael ende reecht bewijst heeft. Ende zoelen voertmeer der voers. her Johan van Mierlaer ende sijne erven denen voers. hof

11.      mit sijnen tubehoren alse voer dese voers. twintich scilde erfliker jaer renten hebben, halden ende bezitken tot eynen rechten

12.      manleen van denen voerg. onsen here eertschebischop toe Cuellen sijne naecoemlingen ende sijnen gestift ende van desen selven onsen

13.      heren ende sijne naecoemlingen eertschebischop toe Cuellen erflijc ende ommermeer alse hare rechte man ende getruwe ontfangen zonder

14.      argelist. Ende dis toe orkonde ende getughenis hebben wer onse zegele om beden wille des selven heren Johans van Mierlaer ritters

15.      ende des richters ende der scepenen van Biesel voers, mit zegele desen voers. heren Johans dat voer aen dese brief gehangen is aen desen

16.      brief gehangen. Ende ich Johan van Mierlaer ritter voers. bekenne want alle dese voerg. dencken waer sijn ende inder wijs alse voers. is

17.      geschiet sijn, zoe hebbe ich mijnen zegele voer aen desen brief gehangen toe eynen orkonde ende getugenis der waerheit ende hebbe

18.      voert gebeden dese voers. her Johan heer van Bruechusen ende heren Godaert van Vlodrop ritters dat sij ouch hare eyge zegel aen desen

19.      brief hebben gehangen. Ende wer Geraert Raet van Kessel richter Gubbel, Johan ende Heyne scepenen tot Biesel voerg. bekennen ende

20.      tughen onder zegelen desen voerg. heren Johans heer van Bruechusen ende heren Godaerts van Vlodrop ritters dat alle dese voers.

21.      dencke in alle der wijs alse voers. is waer ende voer ons geschiet sijn. Gegeven int jaer ons heren dusent driehondert

22.      acht ende vijftich des vridaechs nae onss lyever vrouwen dach asumptio.

HStAD: Archiv Kurköln, Urkunden 640; Afschrift HStAD Kurköln Kart. I, folio 248; idem StAM: Msc. I 178, folio 248 a-b. Zie ook genealogie Van Mierlaer in: GA Roermond, Hss Linssen, N° 42.

 

zondag 26 augustus 1358

"des sondags nae Bartholomei apostoli"

BEESEL-LEEUWEN ‑ Ridder Johan van Mirlaer, drost van het land van Monster, bekent dat hij van de tollenaar van Rheinberg (Berke) namens aartsbisschop Wilhelm 200 oude gouden schilden heeft ontvangen, waarvoor hij de bisschop een rente van 20 schilden in leen heeft opgedragen uit zijn hof ten Kampe.

HStAD: Kurköln, Lehen I 8 I, folio 242a; Afschrift idem Lehen I 8 II, folio 171b.

 

1359

25 januari 1359

Johan van Mirlaer wordt vermeld als gezworen raadslid van de landvredebond tussen Gelre en Kleef.

G. van Bree: Res Gestae, regest nr. 427 a.

 

vrijdag 1 maart 1359

"des vriedaechs na sente Mathijs daghe des apostelen"

Henric van Hoenselar, zoon van Kaerl, bekent dat hij van Segher van Broichusen 50 oude schilden heeft ontvangen die Pennen van Arsen aan hem verschuldigd was te betalen op 22 februari laatstleden. Hiermee is deze schuld volledig voldaan.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 21.

 

5 mei 1359

ROERMOND ‑ Akte van overdracht voor de schepenbank Roermond door Godard van Vlodrop, ridder, aan Gerard Bake van een stuk tuin behorend bij het huis van wijlen Tilman Verken, dat Godard had laten uitwinnen.

G. Venner: Inventaris van Losse Charters die in 1901 uit het voormalige Rijksarchief te Roermond werden verworven, inv.nr. 88; charter.

 

11 mei 1359

"des elfften daichs der maende van den meye"

ROERMOND ‑ Reynolt, hertog van Gelre, staat zijn leenman Robijn van den Gruythuyse toe om binnen de stad Roermond van elk vat gebrouwen en getapt bier een bedrag te heffen in plaats van de gruit, die hij van de hertog in leen houdt, en dat in overleg met schepenen en raad van Roermond.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 345, blz. 35-36; regest nr. 70.

 

1360

25 mei 1360

ROERMOND ‑ Johan Averecht, richter, Didderijc Gade en Goyswyn van den Grinde, schepenen, verklaren dat hun medeschepen Geraert Bake met toestemming van zijn vrouw Jutte een jaarlijkse erfcijns van 15 schilling 9 penning, gevestigd op het huis van Johan van Rure, dat eertijds van Costyns van Zente Nycolaes was, als aalmoes heeft geschonken aan zijn neef Coenraerde Baken, priester van het Heilige Geestaltaar (te Roermond), en aan iedere priester die na hem aan dat altaar zal opvolgen, om de erfcijns te behouden en jaarlijks op sint Remigius uit genoemd huis te innen.

Coenraerd Bake en alle priesters na hem zijn verplicht om in ruil voor deze erfcijns aan het genoemde altaar een erfjaargetijde te houden ten behoeve van Didderyc Baken en diens echtgenote Fredeswinden, zijnde de ouders van Geraert Bake voornoemd, ten behoeve van zijn broer Johan Bake, en ten behoeve van Geraert en diens echtgenote Jutte zelf.

J. Linssen: De Roermondse schepenfamilie Bake. In: Maasgouw 1975, blz. 174. Bron: RHCL Maastricht, Archief van het kapittel van de H. Geest te Roermond, inv.nr. 7; charter. Zie 1-6-1364.

 

25 november 1360

"up sente Katherinen dach der heyliger junfrauwen"

KEULEN ‑ Kwitantie van ridder Johan van Mirlaer voor de aartsbisschop van Keulen een rekening wegens de betaling van 3 voeder wijn en 200 schilden voor een hengst; verdere 150 schilden is de aartsbisschop hem nog schuldig.

HStAD: Kurköln Kart. 4 folio 135a.

 

13 december 1360

KEULEN ‑ Een klacht van Johan, heer van Reifferscheid, tegen de aartsbisschop van Keulen, betreffende Johann van Mirlore (Mirlaer) wordt afgewezen; bij onderhandelingen in Bonn is bepaald dat de aartsbisschop hierover niet kan worden aangeklaagd. Bovendien kan iedere heer zijn goed geven aan wie hij wil.

HAStK: Domstift Urkunden 1190.

 

19 december 1360

"sabbato Lucie virginis"

KEULEN ‑ Ridder Hermann van Lievendale bekent dat hij van aartsbisschop Wilhelm, namens zijn zwager ridder Johan heer van Mirlair, 3 voeder wijn heeft ontvangen, die door Wolfram van Dulken, tollenaar te Bonn, zijn geleverd.

Met rekening.

HStAD: Kurköln Urkunden 676; zegel beschadigd.

 

z.d., ca. 1360 ?

ROERMOND ‑ De stad Roermond neemt de volgende personen als buitenburger aan:

heer Matthijs van Kessel, ridder......................................................... Kessel

heer Werner van Zwalmen, ridder................................ Oudborgh, Swalmen

heer Johan van den Donck, ridder

heer Brant van Brede, ridder.......................................................... Maasbree

heer Rabade van Wilderode. ridder.......................... vgl. Beesel Tgen Raede

heer Gadert van Vlodrop, ridder

heer Gaidert van der Hatert

Walraven van Kynswylre......................................... vgl. Beesel Tgen Raede

Wil... van Namen

Franck van Scaephusen

Heynken Kellener

Johan Heken

Lambrecht van Heynsbergh

Ghyssel Tijtverlies

Ghijsken van Cromlant

Johan van Emmendorp

Gerairt van der Hallen

Heynrick van Ossen Gerairtsonn

Gaidert van den Brueck

Dederick van den Rentwaden

heer Willem van Elmpt

Heynrick van Ronckel

Egbrecht van Luenbuech

Francke van Brokel

Johan van Golkerade.

G. van Bree: Regesten Oud Archief Roermond, nr. 74; = Jura et Privilegia I.

 

1361

9 januari 1361

OYEN ‑ Johan den Rovere, ridder, ontvangt jaarlijks een "payment" van 30 schillingen uit de goederen van de heerlijkheid Oyen (aan de Maas bij Maas-Bommel).

Hadewigh des Lewen ontvangt jaarlijks 8 pond oud geld.

Tevens vermelding Gheerlic die Rover, ridder, als "verleende" man.

Nijhoff: Gedenkwaardigheden II, nr. ...

 

26 januari 1361

"des neysten dages na sente Pauels dage conversio"

KEULEN ‑ Ridder Johan van Mirlaer bekent dat hij van aartsbisschop Wilhelm 150 oude gouden schilden heeft ontvangen als afbetaling van een grote som die de aartsbisschop aan hem schuldig is krachtens oorkonde. Hij kwiteert hierover alsmede over alle eerdere afgeloste betalingen.

HStAD: Kurköln Kart. 4 folio 135b-136a.

 

zaterdag 10 april 1361

"des Saterdags nach St. Ambrosiustag"

Henric van Krickenbeck wordt beleend met de gruit van vijf (sic) kerspels.

Schaesberg-Krieckenbeck, Urk. 63.

 

3 mei 1361 (datering is onjuist!)

"des dinsdages nae sente Walborgen dage virginis"

ROERMOND ‑ Willem van Elmpt, ridder, Emont van Wilderoide, knape, en Johan van Kessel, ridder, bekennen dat zij 42 goede zware guldens schuldig zijn aan Guert Keeken, burger van Roermond.

Sivré, deel III, blz. 238. Vgl. 5-5-1367 voor een vrijwel gelijkluidende akte.

Waarschijnlijk betreft het dezelfde akte die in dat geval verkeerd is overgenomen.

Emont van Wilderoide was leenman van Tgen Rade te Beesel.

Voor de familie Van Wildenrade zie verder:

-         Franz Maijer: Zur Geschichte des Adels im Heinsberg-Wassenberger Lande. In: Heimatkalender der Heinsberger Lande, 1928 blz. 26-27.

Van Wildenrath. Adellijk geslacht, afkomstig van 1) de hof Wildenrath bij Wassenberg, of 2) de hof Wildenrath bij Wanlo, of 3) de hof Wildenrath bij Bedburdyck. De oudste bekende eigenaar van Wildenrath bij Wassenberg was Rabodo van Odenkirchen, die in 1298 door hertog Johan II van Brabant het recht ontving om het nodige brandhout voor zijn hof Wildenrath uit de tot Wassenberg behorende bossen te halen. Zijn opvolger was Dietrich van Wildenrath, waarschijnlijk door huwelijk met een dochter van Rabodo. Deze aanname is gebaseerd op het feit dat de zoon van Dietrich de verder zeldzame naam Rabodo kreeg. Het was toen een algemene regel dat kinderen werden vernoemd naar de grootouders. De genealoog Fahne houdt de Van Wildenraths voor een zijtak van het geslacht Van Brempt. Daar de Van Odenkirchens hetzelfde wapen voeren als de Van Wildenraths, kan de voornaam Rabodo zelfs van de familie Van Brempt komen, waar hij eveneens reeds rond 1300 aanwijsbaar is. Het wapen van de Van Brempts telt 5, dat van Van Wildenrath en Van Odenkirchen 3 dwarsbalken.

-         Franz Maijer: Zur Geschichte von Wildenrath. In: Die Heimat, 1930 nr. 9/10, blz. 65-69.

Dietrich (Dirk) van Wildenrath had twee zonen: Wilhelm en Rabod. Dirk werd in 1350 door de hertog van Brabant beleend met huis Wildenrath, de houtgerechtigheid en een hoeve te Golkerath. Dietrich was in 1357 [zie 7-2-1357] onder de borgen bij de huwelijkse voorwaarden tussen Gotfried van Heinsberg en Philippa van Jülich. In 1360 wordt hij vermeld als ridder en drost van het ambt Wassenberg. In 1369 vond slechting plaats van een oude vede tussen ridder Diedrich van Wildenrath, zijn zoon Wilhelm, Wilhelm vom Stege en hun helpers enerzijds, en Godart von der Heiden, Johan van Gronsfeld, Gerhard van Nievenheim, Reinard von Vlodrop en hun helpers anderzijds (oork. in Quir die Rimburg, blz. 182). In 1371 was Wilhelm, Dirkszoon, onder de helpers van de aan hem verwante Gerhard von Odenkirchen, de meest gevreesde roofridder van zijn tijd. Deze Willem verkocht in 1379 land bij Wevelinghoven aan ridder Johan van Harf. Deze oorkonde werd mede bezegeld door zijn vader Dietrich, zijn broer Rabodo en zijn oom Wilhelm Bel van Wevelinghoven, hetgeen mogelijk betekent dat Willem was gehuwd met een Bel van Wevelinghoven en het verkochte land van haar zijde afkomstig was. Willem had twee zonen, Wilhelm en Dietrich, en een dochter Sophia. Wilhelm erfde huis Wildenrath, terwijl Dietrich de hof Biessen bij Doveren ontving; hun zus Sophia kreeg een afkoopsom.

Maijer noemt diverse Van Wildenraths die hij niet kan plaatsen: a) Wilhelm, zoon van Hendrik, die in 1355 een rente verkocht aan het kapittel te Wassenberg; b) Gerhardt van Wildenrath [vgl. 21-12-1374], die rond 1380 land bezat in het land van Valkenburg; c) Rabod van Wildenrath, vóór 1350 beleend met 50 morgen land bij Odenkirchen, mogelijk echter dezelfde als de eerdergenoemde zoon van Dietrich; d) Wynrich van Wildenrath [vgl. Beesel 22-7-1381], rond 1380 genoemd als schepen te Sittard. Hij zegelde met 3 dwarsbalken van het Wildenrather wapen.

-         Friedel Krings: Haus und Dorf Wildenrath. In: Hematkalender des Erkelenzer Landes, 18e jrg. (1969), blz. 59-72. Bevat geen historische gegevens (wel veel over natuur).

 

1 september 1361

Willem, hertog van Gulik, staat de Lombarden Bernardus Rotarius, Raphaël Leonardus de Rotarius, Bartholomeus Rotarius, diens zoon Thinetus en Johannes, oudste van Montefia en diens zoon Jofredus de Montefia, voor 20 jaar verblijf en handel in zijn land toe, in de steden Aken, Düren, Aldenhoven en Jülich, maakt terzake bepalingen en stelt hun licentie vast op 300 gouden Florijnse guldens per jaar.

Medebezegelaars: o.a. Wilhelmus de Bruichusen en Bernardus de Kinswilre, ridders.

G. van Bree: Regesten van akten betreffende Roermond en omgeving 858-1574, nr. 444a; = Urkundenbuch der Stadt Düren, nr. 134. Voor Van Kenswilre vergelijk 25-7-1404.

 

1361, z.d.

KEULEN ‑ Johan van Mirlaer geeft rekening aan aartsbisschop Wilhelm wegens ontvangst van 12 voeder wijn en 600 gouden schilden.

HAStK: Domstift, Rep. u. Hs. 1, folio 263.

 

 

1362

23 september 1362

des vriedaeghes nae sente Matheus' dach des apostels

Alart, heer van Bueren , knaap, Mabely, jonkvrouwe van Bueren , Lysebet van. Bueren , vrouwe van Liesvelt, en Otte van Bueren , heer van Balghoyen, knaap, oorkonden, dat Lyesbet van Bronchorst, vrouwe van Bueren , hun respectektievelijke vrouw, dochter, zuster en nicht, van haar huwelijksmedegave gekocht heeft van Otte van Bueren voornoemd en hun verwant Willem van Hese 56 morgen land onder Bueren en Assche met een hofstad te Bueren in de Donckerstraet, en een rente van 25 £ 's jaars uit 26 morgen en 1 hont in de Asscher meent, en beloven haar het rustig bezit.

Gelders Archief, Heren en graven van Culemborg, inv.nr. 198.

 

1363

22 januari 1363

Gegevens betreffende de families Van Mirlaer en Van Baerle.

G. van Bree: Res Gestae II, nr. 976.

 

25 februari 1363

SWALMEN - Seger van Swalmen verzoent zich met Godart van Loon, heer van Heinsberg, en wordt diens dienstman.

G. van Bree: Res Gestae II, nr. 978; HSAD: Heinsberg, Urk. 176.

 

25 februari 1363

SWALMEN - Seger van Swalmen, zoon van Werner Vusken van Swalmen, staat Godart van Loon (heer van Heinsberg) de inlossing toe van verkochte renten (niet genoemd waar) groot 200 kleine guldens met 2.000 gulden of met een andere rente tot gelijke hoogte.

Medezegelaars: Werner van Swalmen, ridder, Matthias van Kessel, ridder, Godart van Vlodrop, ridder, Sibrecht van Blitterswic, knape.

HSAD: Heinsberg Urk. 175; Res Gestae II, nr. 979.

 

8 mei 1363

DILBORN - Seger van Swalmen, knape, wordt beleend met het goed Dilborn met toebehoren, waarvan de gebouwen een open huis (voor de graven en hertogen van Gelre) zullen zijn.

„Ick Seger van Swalmen, knape, doe kont allen luden en bekenne, dat ic Dilborne, dat goet met allen synen toebehoeren, ontfangen heb ende te leen haude van mynen lieven heren, heren Edwaerde, hertoge van Gelre ende greve van Zupthen. Ende so wat kunne buwe off vesten ic off mynen erven maken off buwen doin tot Dilborne, den soelen wy ontfangen ende man aff werden des voirss. Hertogen van Gelre ende sijnre erven, ende dat sall apen huys ende alle tijt apen sijn des voirs. Hertogen ende sijnre erven, also dat sy daeruyt orlogen soelen, alle tijt op ende aff ryden ende hoir beste doin entgen allen heren ende entgeen alremallic. Ende also dat gedain is, so soelen sy my ende mynen erven dat huys weder leveren. Alle deser voirs. Punten heb ick voir my ende myne erven gesychert ende geloift den voirs, hertoge van Gelre ende synen erven vaste ende stede te hauden, sonder alle argelist. Ende wae wy off onse erven hergewederden, so soelen wy sijn truweloes ende sekerloes. In oirkonde dess heb ick mynen segell voir my ende mynen erven an desen brief gehangen. Gegeven in den jair ons Heren MoCCCoLXIII des VIIIten dagen in den meye.“

Acten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415.

 

8 mei 1363

DILBORN ‑ Seger van Swalmen, knape, wordt beleend met het goed Dilborn met toebehoren, waarvan de gebouwen een open huis (voor de graven en hertogen van Gelre) zullen zijn.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen, Overkwartier, blz. 106.

 

31 augustus 1363

Eduard, hertog van Gelre, bevestigt de rechten van het land van de Niers opwaarts.

Johan van Mierlaer treedt o.a. op als getuige.

Maasgouw 1879, blz. 160.

 

18 oktober 1363 (of 1364; controleren)

KEULEN ‑ Elekt Adolf publiceert de pauselijke translatiebul en beleent de volgende Keulse vazallen:

1. Reinhard van Schonenvorst

2. Siger van Kessel

3. Hunold van Plettenberg

met het kamerambt (van Westfalen), de hof zume Themenkampen met toebehoor, de tienden in Aspen, de hof en tienden in Thune (Ostönen), de hof zume Hoenroyde met toebehoren, de hof, 2 mansio's en toenden te Wessler (Weslarn), de hof in Brullinchusen (Brüllingsen) en tenslotte een mansio in Loen (Lohne).

HStAD: Kurköln, Kart. 2, fol. 84.

 

1363, z.d.?

TEGELEN - Hertog Willem van Gulik verklaart dat Drumselerhof te Tegelen, groot 10 morgen akkerland en 3 morgen beemd, vrij is van schatting.

Driessen, Tegelen blz. 112.

 

1364

29 augustus 1364

SWALMEN / BEESEL / BELFELD - Eduard, hertog van Gelder, verpandt de landen van Millen en Waldvucht, de tol te Lobith en zijn inkomsten uit de ambten Kessel en Krickenbeek, uitgezonderd de hoef van Kritsrade bij Gangelt, die aan zijn nicht de abdis van Thorn behoorde, aan graaf Jan van Meurs.

Hiertoe behoren o.a.:

"Voorts te Swalmen ende te Besel een en twintich maldere evene ende hondert ende een en twintich hoenre".

"Vort to Kessel, tot Blerick ende tot Beblevelt van den vischerie ende steylen negen en twintig swaere gulden."

"Vorts van Roffaertsmeulen zes malderen roggen ende twee malderen maltz, van Matteismeulen zes malderen roggen, van der Verstadt van Kessel twelff pont was, van eenen werde inder Maese aldaar twelff pont was".

Habets: Thorn, deel I.B akte nr. 233.

Zie ook Driessen, Belfeld blz. 10 en 44. Hierdoor ontstond de naam Meursche pandschap. In 1553 werden deze inkomsten ten dele verpand aan de weduwe Loef van Egeren. Ze gingen na de Franse Tijd over in het bezit van de Nederlandse domeinen.

 

13 oktober 1364

KESSEL ‑ Mathies van Kessel en Johan van Kessel, zijn zoon, ridders, oorkonden dat zij aan Johan van Meurs, ridder, een jaarrente van 80 oude gouden schilden schuldig zijn wegens pacht van de tienden te Kessel en van 2 hoeven, genaamd de Viehoff en Tho Gandenyncken, die de heer van Meurs in pand heeft van de hertog van Gelre.

Matthies van Kessel Sybrechtssoen, Mathies van Kessel Gadertssoen, Floerken Roffert en Gadert van den Oever staan borg voor de betaling en verklaren dat zij bij ingebrekeblijving desgevraagd in de stad Roermond of voor het huis te Millen in een herberg in leisting zullen gaan.

GA Roermond, Oud Archief Roermond, inv.nr. 1501; regest nr. 84a.

Vgl. hof Tgen Holte bij Ganderhegen onder Kessel gelegen, 1326 z.d.

 

1365

18 mei 1365

"Dat. Avin. XV Kl. junii anno tercio"

AVIGNON ‑ Paus Urbanus V schrijft aan de aartsbisschop van Keulen: ridder Jakob van Mirlaer, heer te Milendunc en Guda de Sualmis (Swalmen), dochter van wijlen ridder Siger van Swalmen, waren eertijds getrouwd hoewel zij wisten dat ze in de vierde graad verwant waren. Doel van dit huwelijk was de terugverwerving van de heerlijkheid Wikerode en andere erfgoederen, die door Guda onterecht waren voorbehouden, met hulp van haar man. De paus roept de aartsbisschop op om de nu gescheiden levende echtelieden van excommunicatie te absolveren, hen voor hernieuwd huwelijk dispensatie te geven, en hun huidige en toekomstige nakomelingen wettig te verklaren.

HStAD: Sauerland V: regest nr. 380.

 

22 juli 1365

ROERMOND ‑ Mette van Utewike genaamd Vrouwe van Beecke oorkondt dat zij een verwante ("eenclinc") van heer Godart, de oude voogd van Ruremonde is geweest. Zij kan zich niet herinneren dat ze ooit heeft gezien dat het weiderecht op de weerd van Ruremonde van iemand anders is geweest dan van de voogd(en) van Ruremunde en dat zij zelf haar verwante ("mijnen mogen") de voogd van Ruremonde eertijds heeft verzocht om haar toe te staan om 10 of 12 broekschapen ("bruecschape") in de weerd van Ruremonde te mogen weiden. Dit was haar niet toegestaan omdat de voogden hun oude rechten niet wilden overdragen.

Sivré register 27 N° 8; J. Linssen: Mette van Utwike, Vrouwe van Beeck. In: de Maasgouw 1954 blz. 1-10. Zie 29-8-1297.

 

24 juli 1365

ROERMOND ‑ Steven van Elmpt, die 42 jaar in Roermond heeft gewoond, verklaart dat 6 of 7 voogden en vruchtgebruiksters van de voogdij het alleenrecht van de weidegang op de weerd bij Roermond hebben gehad.

Sivré Aantekeningen blz. 6; J. Linssen: Mette van Utwike, Vrouwe van Beeck. In: de Maasgouw 1954 blz. 1-10, noot 5.

 

11 augustus 1365

"des neesten dage na sente Laurenciusdage"

ROERMOND ‑ Willem van Daswylre en Didderic van Pardelaer verklaren onder eed dat zover zij zich kunnen herinneren niemand "schaepe noch sceperye" mocht houden in de Weerd van Ruremonde, dan de voogd van Roermond.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 801; J. Linssen: Mette van Utwike, Vrouwe van Beeck. In: de Maasgouw 1954 blz. 1-10, noot 5.

 

1366

zaterdag 3 oktober 1366

"des saterdaechs na sente Remeisdacq des bysscops"

VENLO ‑ Sander Vynck, richter, Adaym Mout en Lodewiech Degen, schepenen te Venlo, verklaren dat Arnt van Lomme en Gudel van Wevelkoven aan Dideric van Lomme en Gebelen een perceel akkerland hebben overgedragen groot drie morgen en 21 roeden zonder het gedeelte dat de Kersse wordt genoemd, op het Mulenvelde.

RHCL Maastricht, Kruisheren Venlo, inv.nr. 116: charter met zegels van oorkonders; inv.nr. 214, fol. 39, 197vs.

 

23 oktober 1366

"op sente Sevriens dach des heijlichen bisschops"

Henric Rost van Cryekenbeke, knape, oorkondt dat hij na overleg met familie ("magen") en vrienden met Willem van Wijsschel, ridder, is overeengekomen dat deze hem diens dochter Gertrude ten huwelijk zal geven. Henric belooft dat hij haar het vruchtgebruik zal afstaan tussen heden en sint Martinus (11 november) volgend jaar, en een jaarlijkse lijfrente van 50 oude schilden gevestigd op (niet met name genoemde) goederen in het land van Cryekenbeke. Mocht Henric onverhoopt overlijden vóór zijn echtgenote zonder wettige nakomelingen achter te laten, dan behoudt Geertruud het vruchtgebruik en de lijfrente; deze zullen na haar overlijden terugvallen aan de naaste erfgenamen van oorkonder.

Johan van Kessel, ridder, Floerken Roffart, Henric Spede en de gebroeders Johan en Wyenken van Eyke, knapen, staan borg voor de juiste en overdracht en beloven dat zij op verzoek van Willem van Wysschel of diens erfgenamen in een aan te wijzen eerzame herberg te Calkar of te Reesse (Rees, aan de Rijn) in leisting zullen gaan met een paard, of dat zij een man met paard in leisting zullen sturen. Bij overlijden of buitenlandse afwezigheid van een van de borgen zullen zij of hun erfgenamen binnen 14 nachten na maning door Willem van Wysschel een andere borg stellen of in leisting gaan.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 22-25; Fahne; Spede nr. 27; Res Gestae II nr. 1016.

 

1367

5 februari 1367

MÖRMTER bij XANTEN (D) - Ridder Diedrich van Moenmenten, zoon van Wicker, draagt de burcht Moenmenten (Mörmter) met toebehoren bij Xanten gelegen als een open huis op aan graaf Johan van Kleef en diens vrouw Mechtilis van Gelre. Op 15 juli 1446 werd Johan van Wickerade beleend.

Dr. E. Scholten: Urkundliches über die Herren von Mörmter (de Munimento) und das Haus Roen in Obermörmter. In: Beiträge zur Geschichte des Niederrheins. Jahrbuch des Düsseldorfer Geschichts-Vereins. Dreizehnter Band (Düsseldorf, 1898), blz. 243-273 (http://www.mgh-bibliothek.de/dokumente/a/a150021.pdf). Zie ook 13-6-1377. In de pondschatting van Swalmen van 1369 wordt de vrouwe van Meenmunter aangeslagen voor de maximale 8 pond.

 

28 maart 1367

SITTARD - Willelmus de Swalmen, kanunnik van de kerk van het H. Kruis te Luik, is getuige bij de schenking van een veld genaamd Scheylbergh aan de deken en het kapittel van St. Pieter te Sittard.

RHCL Maastricht, Archief v/h kapittel van St. Pieter te Sittard (14.B004), inv.nr. 7, fol. XXXvs-XXXI (Cartularium; afschrift).

 

5 mei 1367

"des gudensdags na sente Walborgs dagh virginis"

Z.P. - Emont van Wilderade, knaap, Johan van Kessel en Willem van Elmpt, ridders, bekennen dat zij 42 gulden schuldig zijn aan Goert Baeken, burger te Roermond. Zij beloven om in geval van misbetaling in leisting te gaan of in hun plaats een ander met paard in leisting te zullen doen gaan in Roermond of in een nader aan te wijzen herberg. Omdat de schuld is aangegaan ten behoeve van Emont, belooft deze zijn beide medeschuldenaren schadeloos te houden.

G. Venner: Inventaris van Losse Charters die in 1901 uit het voormalige Rijksarchief te Roermond werden verworven, inv.nr. 130; charter.

1.         Wir Emont van Wilderade, knape, Johan van Kessel ende Wilhm van Elmpt, rithere, doen kont ende bekennen openbeerlyc, dat wir gesemenderhant

2.         ongescyden ende mallinc voer al sculdich sijn van gerechte scolt eynen eersamen manne Goert Baeken burger tot Ruremunde ende sinen erven of heldere

3.         dis briefs mit sinen willen twee ende veertich gude swaer gulden guet van goude ende swaer van gewicht, of die werde daer voer in der tyt d...

4.         b... genge ende geve, ende ge... huen die guden ... te betalen op sent Remys dagh neest toe comende. Weert zaeke dat ... des

5.         nieyt en deden, zoe geloven wir in guder ... dat wir tot m...ungh ge... voe... of synre erven of sijne ... baeden of helder des briefs mit sinen

6.         [willen] ...den zuelen ter laestung mallinc vyr ons voir huem eenen ... man met eenen perde toe Ruremunde in die stat in G... huse voerg. of ...

7.         ... herbergs die ons van huem als den bewyst wordt, aldaer te ... ende te ...asten tot guder lude recht op ons ... ende ...

8.         ... dere be...luig... zoe moeg G... voers. of sine erven of helder dis briefs met sinen willen, dit voerg. gelt ... ende le...

9.         schade ende kost waer sij willen op ons ende op onse guet ende daer om en zulen wir neit te myn leisten ... dere leistungh geleven...

10.      ... te vaeren. Noch onss geen ... sinen aendeyle van des voerg. ... los noch quijt te wesen in geenre wijs. Ge... voerg. of sinen erven of helder des breefs mit sinen willen en sy van des voerg. ... ende van allen schaden ende kosten, zoe wie dat die were, of zoe wat kunne dat die were alto ...

12.      ... simplen seggen beloonelyc, gnoeclic gedaen, wael betaelt ende gequit, ende als G... voers. of sine erven, of helder dis briefs mit sinen willen

13.      ... langs te schaden staen en willen, zoe bidden wir allen heren, richteren ende steden, geestlyc of wereltlyc, daer onder dat wir mit ...

14.      of mit gude ...den werden, dat sij des voersachte scolt mit allen schaden en kost, zoo wie dat die were, ende voers. is, an ons ende an onss gude bre...

15.      ... ende penden, ende an mallinc, voer al ofs te doen is, alse scolt die voer gerecht bekant, betuolght? ende gewonnen were ... onse of ...

16.      weder seggen, ende want mich Emont voers. dess scolt alleyne an gaet, zoe gelove ich in guder ...wen alle mine voers. medesculden los ende quijt te maken

17.      vor aller schaden die huen heir af comen mach. Alle arglist ut gescheyden. In orkunde dis open bezeigelt mit onsen zeigelen. Gegeven int jaer

18.      ons heren dusent driehondert seven ende sestich des gudensdags na sente Walborgs dagh virginis.

De akte is rechts beschadigd en daardoor gedeeltelijk onleesbaar. De drie zegels zijn vrij goed bewaard. Emont zegelt met drie horizontale dwarsbalken met in het schildhoofd, op de bovenste balk, een barensteel met drie hangers. Hiermee betreft het het wapen van een jongere zoon, of van een zijtak anders dat de hoofdstam. Johan zegelt met het Kesselse ruitenkruis, Willem met een lelie met op de twee buitenste bladen ieder een vogel.

Emont van Wildenrade werd op 1-8-1368 beleend met de hof Tgen Rade te Beesel.

 

1367-1370, z.d.

KEULEN ‑ Administrator Kuno (van Keulen) beleent Heinrich Jude met 4 "gedem" bij de Munt in Keulen, volgens akte van aartsbisschop Engelbert.

HStAD: Kurköln, Kart 3, fol. 253. Voor Jude vergelijk Maas- en Swalmdal 10 (1990). blz. 88 (Malbeck).

 

1368

donderdag 26 januari 1368

"des donresdachs vur onser vrouwendage purificacio"

MAASBREE ‑ Zietse van Brede en Weynken van Eijcke verklaren, dat Baetse van den Boedonc de halve pacht van "der Tomelen" in het kerspel van Bree aan hen heeft opgedragen ten behoeve van Henken en Dyderic, kinderen van Johan, pastoor van Brede ("heeren Johans kenderen des pastoris van Brede").

RHCL Maastricht, Familie-archief Scheres d'Olne, inv.nr. 643. Charter met zegels van Zietse van Brede en Weynken van Eycke in blanke was, met perkamenten zegelbescherming.

 

zondag 11 februari 1368

"des sonnendaechs vur sente Valentijnsdach episcopi"

ROERMOND ‑ Henric Sprengintgut en Didderic Man, schepenen te Roermond, geven vidimus van een akte van 9 maart 1348 waarbij Gerard Vusken van Swalmen en Gude van Elmpt hun rechten op 3 morgen land, die Rutger Tiegelman van het Gasthuis (op de Steenweg te Roermond) in erfcijns heeft, afstaan aan dat Gasthuis.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1553; regest nr. 94.

 

1 augustus 1368

"op St. Petersdach ad Vincula"

BEESEL - Emont van Wildenraede wordt beleend met o.a. de hof Tgen Raede te Beesel.

RHCL Maastricht, Staten van het Overkwartier, inv.nr. 314.

Dit proces inzake toelating van Van Baexen tot de Ridderschap (ca. 1660) bezat diverse gedateerde en gecollationeerde afschriften. Daarnaast enkele folios in zeer ruwe klad, zonder referentie naar andere stukken maar waarvan de inhoud geloofwaardig is. Aan een akte gedateerd op 6 mei 1404 wordt in deze kladjes ernstig getwijfeld, omdat de graaf van Bentheim hierin titels zou voeren die hij toen nog niet kon hebben. Tevens wordt in deze akte gebruik gemaakt van "cierlijcker opgepronckte hoechduytsche sprake als in den jaere 1404 in usu niet en is geweest". De dagstelling op 6 mei in plaats van aan de hand van heiligendagen is volgens de schrijver van het kladschrift ongebruikelijk. Om dit te illustreren haalt hij een akte aan uit 1368 die is gedateerd "op St. Petersdach ad vincula" voor Emont van Wildenraedt; een andere akte uit 1404 gedateerd "op St. Jacobsdach apostoli" [25-7-1404]; en een akte uit 1410 "in vigilia omnium sanctuorum" [8-11-1410] voor Otto van Holtmolen.

Tevens in ruwe klad een afschrift uit niet nader omschreven registers als volgt:

-         "Waer dat anno 1368 Emont van Wildenraede mit den hoff tot Oijen etc. mit allen t'geene in den hoff gehoirt, ende mit den goede toe Besel geleghen ten Raede tot Besel visscherije etc. is beleent, ende voirt meer met allen den goeden dat Tilman wanner ...ges van Brueck hadden und halt mit allen den goede daerinne gehoirt in dat goet und in den hoff, also als derselven Tilman den vurss. hoff und goet hadde und helt van Didderich van Gronauw, ridder, alle welcke goeder vurss. den goet ten Broecke is Emont van Wildenrade beleent als voors. - fol. 41 sub n° 1°.

-         Anno 1404 is Rickart van Kenswyler beleent met den hove tot Oijen etc. mit den goede T'genrade etc. mit de visscherie, mit den gerichte und mit den [weglating] des ganssen dorpes van Biesel, met den leenwaeren der kercken und mit allen den goede dat in dat voirgemelte goet gehoirt, voirt meer mit allen den goede dat wijlen Tilman tgen Brocke hadde und helde, mit allen den goede dat daerinne hoirde in dat goet etc. in den hoff voirgemelt, gelijck Tilman dat goet hadde in dat goet etc. in den hoff voirgemelt, ende was goeden die van heer Dirck van Gronauw - fol. 41 n° 2do.

-         Anno 1410 is Othe van Holtmolen beleent met den hove tot Oijen etc. ut supra voirst met den goede T'genrade etc. ut supra, voirt meer met alle den goede dat wijlen Tilman tgen Broecke hadde, ende was goederen die van heere Dirck van Gronauwe is, is Otte van Holtmole alle de vurss. goederen etc. mit den goede ten Broecke beleent - fol. 42 n° 3tia.

-         Anno 1453 als Engelbert van Holtmolen sijnen halffenaer ... voirss. heere heeft willen peijnden, dat dit goet is maer een hoff blijckt dan bij den extract uijttet aldt boeck van ... der statt Bree? - fol. 73 n° 4°.

-         Anno 1459 sijn Vullinck ende Godart van Holtmolen ierst toe Besel ende daernaer tot Bree? dingsplichtich geweest over het gebruijck van de goederen des hoffs den ... als den extract uijttet vurss. boeck fol. 86 n° 5to.

-         Anno 1527 Gerdt van Holtmolen met den hoff zu Oijen etc. mit den goet tot Besel g[e]n[aem]t T'genrade und mit allen toebehoir is beleent n° 6.

-Ende is anno 1537 Gerdt van Holtmolen beleent ut supra n° 7.

-         In den voirss. jaere 1537 sijn de Holthuysersche goederen verdeilt als den maeghescheijt sub n° 8° uijtw..t, dan is Helwych van Holthuysen aengedeelt den Aldencrieckenbeck etc. wy sulcx gelegen is in den kerspel Leuth, ende daertoe den hoff Ten Broeck tot Besel, cum appendentien als int magescheijt, ende is Helwich van Holthuysen daervan verschreven tot anno 1555.

-         Ende is te weten dat Helwich van Holthuysen voirss. heft gehadt een soen gnt Jan van Holthuysen tot Nieuwenbroeck dewelcke sijn Broecker hoff tot Besel 1563 sijn hoff und erve geheijten zu Nieuwenbroeck toe Besel aen Areth van Eijl heft verpendt als in d'acten beleeninge ... gebracht - fol. 10.

-         Johan van Holthuysen voirss. hefft een broeder gehat gnt Dirck van Holthuysen, welcke Jan ende Dirck van Holthuysen in den jaer 1555 aen sijn w... van Hinsbeck ende Leuth als n° 13."

Het is niet bekend hoe de hof Tgen Raede leenroerig werd aan het graafschap Bentheim. Heel misschien heeft dit te maken met onderstaande opvolging:

Gerard van Gelre x Ermgard van Zutphen >

Aleidis van Gelre x Egbertus van Tecklenburg >

Hendrik van Tecklenburg x Eilika van Oldenburg >

Simon van Tecklenburg x Oda van Oldenburg >

Otto van Tecklenburg > Mechtildis van Holstein

Helwig van Tecklenburg > Otto II van Bentheim

Egbert I van Bentheim > Hedwig van Oldenburg

Johan II van Bentheim x Mechtildis zur Lippe

Bernhard van Bentheim x Peronnette van Steinfurt (zie leenakte 25-7-1404)

 

1369

9 februari 1369

VRIEMERSHEIM ‑ Hadewich van Hilgendunck, echtgenote van ridder Pet. Windeggen, geeft de Bakenhof te Vriemerscheim, die haar eerste man Dederich Bake volgens dienstmanrecht van de abdij Werden bezat, weer over aan de abt van het klooster, om hem aan haar erfgenaam ridder Johan Bake naar leenrecht over te dragen.

J. Linssen: De Roermondse schepenfamilie Bake. In: Maasgouw 1976, blz. 19-20. Bron: Urkundenbuch Krefeld I, nr. 644, blz. 152.

 

8 september 1369

Koning Eduard van Engeland bekrachtigt zijn verbond met hertog Eduard van Gelre door bemiddeling van Warnerus Voeskyn de Swalmen, Jan van Broechusen, ridders, en Mathias, kapelaan van de hertog en kanunnik van St.-Petrus te Sittard als afgevaardigden van de hertog ("ambassiatoris ejusdem ducis").

Edwardus Dei gratia rex Ffranciae et Angliae et dominus Hiberniae, omnibus, ad quospraesentes literae pervenerint, salute. Sciatis, quod, cum inter dilectos et fideles nostros Willm de Burton et Ricm Stury, milites, quos nuper, ad tractandum cum nobili ac potenti principe Edwardo duce Gelriae et comité Zutphaniae, nepote nostro carissimo, vel deputandis ab eo, super perpetuis ligis et amicitiis ac retinentia ipsius ducis penes nos tempore pacis et guerrae ineundis, misimus, et praefatum ducem concordatum et ordinatum existat, quod praedictus dux literas suas diffidentiales sigillo suo aperte sigillatas, diffidendo Karolum de Ffrancia, qui se nominat et scribit regem Ffranciae, cum suis complicibus et coadjutoribus quibuscumque nobis transmittet; et idem dux, durante guerra inter nos et praefatum Karolum et coadjutores suos, pacem aut reconciliationem cum eodem Karolo, adversario nostro, aut coadjutoribus suis praedictis, non inibit, aut aliquo modo faciet; et quod quamcito idem dux literas suas diffidentiales, ut praefertur, cum suis literis obligatoriis in hac parte faciendis nobis daturus fuerit, nos, sine intervallo quindecim milia denariorum aureorum nobiles vulgariter nuncupatorum, praefato duci, seu ejus ambassiatoribus nomine suo, proinde ad recipiendum transmissis, dabimus et solvemus, cum qua pecunia idem dux patriam suam contra praefatum Karolum et coadjutores suos tenebit et defendet; et insuper condictutn et ordinatum existat, quod idem dux nobis quingentos viros armatos cum lanceis, aut quantos infra numerum quingentorum de ipso duce habere voluerimus, infra mensem cum a nobis requisitus fuerit, in subsidium nostrum contra inimicos nostros destinabit et mittet, et nos eisdem armatis stipendium et warragium dictum in Teutonico oprust, secundum quantitatem hominum ante quem libet mensem plene persolvemus; insuper cum praedicti armati Cales pervenerint aut alibi in aliqua terra inimicorum nostrorum, stipendium et warragium sex dierum pro expensis suis in itinere habebunt, cumque praedicti armati cum licentia nostra iter arripuerint repatriando, consimiliter stipendium sex dierum optinebunt; ac etiam conceptum et decretum sit, quod cum nos ad partes Cales pervenerimus, ex tunc praefatus dux in propia persona sua ex mandato nostru cum aliis recentibus quingentis armatis cum lanceis, aut quantos infra numerum quingentorum de praefato duce habere voluerimus, nisi ardua negotia patriam aut corpus ipsius ducis tangentia impediant, ad nos veniet, et iidem armati cum eodem duce sic venientes stipendium et warragium habebunt in omni forma vt est praemissum, et ex hoc idem dux habebit a nobis quinque milia denariorum aureorum nobiles nuncupatorum, et pro corpore et statu suo servandis tantum quantum regalis discretio nostra super hiis decreverit ordinandum; et etiam concordatum sit, quod si idem dux aut armati sui, aut aliquis coadjutorum suorum, castrum, terram, civitatem, opidum aut fortalitium, vel aliqua dominia, bona ac munitions, in Ffrancia aut in limitibus ejus, durante guerra conquisiti fuerint aut essent lucrati, idem dux et heredes sui ea in perpetuum pro hereditate propria optinebunt possidenda, exceptis omnino castris, terries, bonis, civitatibus, opidis, fortalitiis, dominiis et munitionibus, quae forent bona regiae coronae Ffranciae aut ad eam pertinerent, nec non castris, terries, dominiis et possessionibus spiritualibus, ac etiam terris et possessionibus illorum magnatum, nobilium et aliorum, qui se ad obedientiam et ligeantiam nostras gratis reddere voluerint, et pro conquisitis praedictis praefatus dux et heredes sui nobis et heredibus nostris tempore oportuno homagium imperpetuum et fidelitatem cum juramento, prout in talibus fieri est consuetum, praestabunt et facient; et insuper ordinatum et concordatum existat, quod in casu quo idem dux vel suae gentes, durante guerra praedicta, aliquem capitaneum vnum vel plures, qui esset vel essent capud aut principalis in guerra ducenda, caperet vel caperent, illum vel illos nobis dabit seu dabunt indilate, nosque eidem duci pro illo vel illis tantam pecuniae summam dabimus et persolvemus, quantam regia corona nostra duxerit ordinandum, set alios quoscunque inimicos nostros, quos idem dux vel sui duxerint captivatos aut caperent, illos ad libitum seu voluntatem suam habebunt et tenebunt, qualibet contradictione postposita, et quod quandocunque nos pacem firmam cum dicto Karolo de Ffrancia inierimus, dictum ducem et coadjutores suos infra eandem pacem deducemus et comprehendemus; nos pro eo, quod praefatus dux literas suas diffidentiales, vt praefertur, nec non literas suas obligatorias de amicitiis et retinentia ipsius ducis penes nos factas, per Warnerium Voeskyn de Swalmen et Johannem de Broechusen dominum de Wyckrade, milites, et Mathiam capellanum dicti ducis canonicum ecclesiae sancti Petri de Zittart, ambassiatores ejusdem ducis, jam nobis transmisit et dedit, dicta quindecim milia denariorum aureorum nobiles vulgariter nunctipatorum torum eisdem ambassiatoribus ipsius ducis, per ipsum proinde ad recipiendam praedictam summam ad nos missis, ad opus et nomine ipsius ducis, juxta formam ordinationis supradictae, dedimus et persolvimus, omniaque alia et singula praemissa, quatenus nos concernunt seu concernere poterunt, acceptamus, ratificamus, approbamus et tenore praesentium confirmamus, et ea ex parte nostra tenere, adimplere et inviolabiliter observare promittimus bona fide. In cujus rei testimonium has literas nostras fieri fecimus patentes. Datum sub privati sigilli nostri testimonio apud manerium nostrum de Preston., octavo die mensis Septembris anno Domini millesimo trescentesimo sexagesimo nono, regnique nostri Ffranciae tricesimo et Angliae quadragesimo tertio.”

J. Linssen: Een aantekening over de heren van Swalmen. In: Maasgouw 19.., blz. 69-80; noot 29 (Nijhoff: Gedenkwaardigheden II n° 168).

 

21 september 1369

Int jaer ons Heren dusent dryhondert negen ende tseistich op S Matheus dach des Apostels

Eduard, hertog van Gelre, bekent uit handen van Henrik van Steenbergen, proost van Zutphen, ontvangen te hebben 15.000 nobelen, welke som door de koning van Engeland met Jan, heer van Wikrade, en Werner van Swalmen overgezonden was.

Nijhoff: Gedenkwaardigheden II n° 169.

 

1369, z.d. (Pondschatting)

BEZEL

Floerken Roffert        viii lb............................................................................. (Nederhoeven)

her Zeger van Kessel        viii lb...................................................................................... (tienden)

Emont van Wilderade        viii lb................................................................................. (Tgen Rade)

Zibert van Wilre.................................................................................. viii lb

Jutte van der Horst.............................................................................. viii lb

Met van Overtegelen............................................................................ iiii lb

Hen Rynweer....................................................................................... iiii lb

Herman Lammensoen......................................................................... viii lb

Giesen kindere.................................................................................... viii lb

Jan Boiten suster.................................................................................. iiii lb

Peters guet............................................................................................ iiii lb

Linse...................................................................................................... ii lb

Noetken.................................................................................................. ii lb

Gerit Wullen sone.................................................................................. ii lb

Reynken................................................................................................. ii lb

Hen Bettensoene................................................................................. viii lb

Hen Tys sone....................................................................................... iiii lb

Ludolf.................................................................................................... ii lb

der Heiden............................................................................................ iiii lb

Henneken Man....................................................................................... ii lb

Giese van Bolfuelt................................................................................ iiii lb

Gobel van Mestey............................................................................... viii lb

Noude van Reetvelt.............................................................................. iiii lb

Heynken Heynrics sone.......................................................................... ii lb

Gobel opten Over        viii lb..................................................................... (Kessel gnd. Oever)

Henneken Molener        ii lb......................................................................... (Molen Offenbeek)

Gerit Tylmans kinderen.......................................................................... ii lb

Jongkers kindere.................................................................................... ii lb

Reynkens soens kindere....................................................................... iiii lb

Didkens kindere an der Eynde............................................................. viii lb

Met van der Hese................................................................................... ii lb

Tylman ende Peter.................................................................................. ii lb

Bette Hagemans................................................................................... iiii lb

Scalen guet............................................................................................. ii lb

Katryn van der Kissen............................................................................ ii lb

des wevers guet.................................................................................... iiii lb

Griet Mole................................................................................................ lb

Gobel Dennen sone................................................................................ ii lb

Heyn Achterberge.................................................................................. ii lb

Bely cum pueris*        iiii lb............................................................................. (= en kinderen)

Hertenstruyt*        iiii lb........................................................................... (= Hertenstruyc)

Jacob, her Roberts knecht..................................................................... iiii lb

Hen Buele.............................................................................................. ii lb

Hen Heynen sone................................................................................... ii lb

Rofferts goet........................................................................................ iiii lb

Heyn van Leven................................................................................... iiii lb

die keteler............................................................................................... ii lb

Sluesken................................................................................................. ii lb

Heyn Neman ende Herman..................................................................... ii lb

Kuypers kindere................................................................................... iiii lb

Willem van Kruysenberg........................................................................ ii lb

Beli Ingelkens........................................................................................ ii lb

Gobel Kuec............................................................................................ ii lb

Steerken................................................................................................. ii lb

Woyf...................................................................................................... ii lb

Gobel................................................................................................... iiii lb

Willem Bruker....................................................................................... ii lb

Aleit Welteryn...................................................................................... iiii lb

Robus..................................................................................................... ii lb

Ludolf.................................................................................................... ii lb

Abel ii lb

Peter van der Masen............................................................................... ii lb

Didde van der Masen.............................................................................. ii lb

Scaep Heyne........................................................................................... ii lb

Henkens guet van Rikel....................................................................... iiii lb

Elias ii lb

Heynric Maes sone................................................................................. ii lb

Holten Gerit........................................................................................... ii lb

Everart van Haestede.............................................................................. ii lb

die wamesticker...................................................................................... ii lb

Hen Clerc............................................................................................... ii lb

Peylser................................................................................................... ii lb

Hen Haerdscot........................................................................................ ii lb

Wyn Rykel........................................................................................... iiii lb

Reban..................................................................................................... ii lb

Summa tot Besel IIcLXIIII lb..................................................... (264 pond)

P.N. van Doorninck: Schatting van het land van Gelre, voor het Overkwartier en de Betuwe, van 1369. (Haarlem 1903)

 

1369, z.d. (Pondschatting)

SWALMEN

her Werner van Swalmen        viii lb..................................................................................... (Ouborg)

die heer van Nuerler*        viii lb.............................................................................. (van Mirlaer?)

die vrouwe van Beke        viii lb................................................................................ (Beeckerhof)

die vrouwe van Meenmunter............................................................... viii lb

die vrouwe van Nyele............................................................................... lb

joncher an den Houte        viii lb.................................................................................... (De Hout)

Libert van Wielie*        viii lb....................................................................... (Sibert van Wielic)

Rutte van Asselt..................................................................................... ii lb

Willem van Asselt............................................................................... viii lb

Geenken van Wynarden...................................................................... viii lb

Bele Mueskens wyf was......................................................................... ii lb

Heyn Hugelyn...................................................................................... iiii lb

Hube van Asselt.................................................................................. viii lb

Gerit Vreedzem sone........................................................................... viii lb

Jan Slabbert        vii lb.................................................................. (waarschijnlijk viii lb)

Wynken van Asselt.............................................................................. iiii lb

Coen Gaetscalcs guet........................................................................... iiii lb

Heyn Kille.............................................................................................. ii lb

Lemken Vegbus.................................................................................. viii lb

Zibe van der Kunsinen sone................................................................ viii lb

Hen Hillen sone................................................................................... iiii lb

Slebkens kindere................................................................................. viii lb

Mammen............................................................................................. viii lb

Winters kindere................................................................................... viii lb

Paedsen guet........................................................................................... ii lb

Zeger van Scaephusen............................................................................ ii lb

Noutken Hennen sone............................................................................ ii lb

Muelrepassghe guet        iiii lb........................................................................... (kapelaan, 1379)

Gielen..................................................................................................... ii lb

Ingelkens guet was................................................................................. ii lb

der Hinkendenvoet................................................................................. ii lb

Gosen Lube............................................................................................ ii lb

Gaetscalc Noele................................................................................... iiii lb

Henneken Bogeler............................................................................... viii lb

Flore..................................................................................................... iiii lb

Symons Boeskens guet......................................................................... iiii lb

Kone Offermans.................................................................................. viii lb

Henne Scaep........................................................................................... ii lb

Gaetscallic........................................................................................... iiii lb

Griet Loetmans.................................................................................... viii lb

Willem Hoppenbruwer......................................................................... iiii lb

Henneken Sceper................................................................................. viii lb

Hen Bezel............................................................................................... ii lb

Jacob Scuken....................................................................................... iiii lb

Hen Luebe        vi lb...................................................................... (afwijkende aanslag)

Henneken Porteren............................................................................... iiii lb

Heynken Smit......................................................................................... ii lb

Katryn, syn sweger................................................................................. ii lb

Geerlacht.............................................................................................. iiii lb

Wolf..................................................................................................... iiii lb

Heyn Laer.............................................................................................. ii lb

Willam Knode........................................................................................ ii lb

Zibken die molener................................................................................ ii lb

Hen Heerneert........................................................................................ ii lb

Nese Couven....................................................................................... viii lb

Herman Scrage....................................................................................... ii lb

Wilken der sartsewever.......................................................................... ii lb

Hen Philips.......................................................................................... iiii lb

Heyn Philips........................................................................................... ii lb

Katrijn, sijn moder............................................................................... iiii lb

Gaetscallic Philips.................................................................................. ii lb

Bonte...................................................................................................... ii lb

Gerit Worm............................................................................................ ii lb

Mette Brouwers................................................................................... viii lb

Hen Ober................................................................................................ ii lb

Heynric Budekube.................................................................................. ii lb

Gaetscallic Oetbar.................................................................................. ii lb

Hadewich Storge.................................................................................... ii lb

dat guet van der Hake............................................................................. ii lb

Claes guet van Rade............................................................................... ii lb

Katryn van Hale..................................................................................... ii lb

Deric Bietwegge................................................................................... iiii lb

Henken van den Rade............................................................................. ii lb

Heynken Krijsger................................................................................... ii lb

Gerit Gaden sone.................................................................................... ii lb

Noude van geen Houte........................................................................... ii lb

Summa tot Zwalmen IIIcXXVIII lb............................................ (328 pond)

P.N. van Doorninck: Schatting van het land van Gelre, voor het Overkwartier en de Betuwe, van 1369. (Haarlem 1903).

 

1369, z.d. (pondschatting)

ECHT ‑ 

o.a. "die Vrouwe van Besel"

P.N. van Doorninck: Schatting van het land van Gelre, voor het Overkwartier en de Betuwe, van 1369. (Haarlem 1903). Vgl. 1444, z.d.

 

1369, z.d. (pondschatting)

LOTTUM -

"Item Egbert van Houthusen VIII pond."

"Item Enger van Bruechusen VIII pond."

Lit: P.N. van Doorninck, Schatting van den Lande van Gelre voor het Overkwartier en de Betuwe van 1369, Haarlem 1903, Lothem: pagina 39 resp. restanten pagina 282. Mogelijk is de genoemde Egbert dezelfde als Enger van Bruechusen; Enger wordt niet vermeld op pagina 39.

 

1370

7 januari 1370

ROERMOND ‑ Lambrecht Gade, richter, Johan Sprengintguet en Matthijs van Gangelt, schepenen te Roermond, oorkonden dat Geraert van Osen met toestemming van zijn vrouw Ffredesswynde aan Didderick Man een erfrente van 2 zware guldens heeft verkocht, gevestigd uit een huis en de daarnaast gelegen hofstede.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1624, fol. XXX recto; regest nr. 97.

 

29 april 1370

"op sinte Peeters en Pauwelsdag"

VLODROP ‑ Eduard, hertog van Gelre, schenkt aan de kapel genaamd Bethlem in de stad Roermond zijn tienden van Posterholt, gelegen in het kerspel van Vlodrop, te houden als een leengoed en te verheergewaden met 1 oude gulden aan de ontvanger van de hertog te Roermond, op gelijke wijze als Werner van Swalmen deze tiend thans bezit.

Walraven van Valkenburg, heer van Born en Sittard; Johan van Wickeraedt; Sander van Vossum; ridders, en vele anderen treden op als getuigen.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1338; eenvoudig afschrift ca. 1780; regest nr. 98 Ze Sloet, blz. 72.

 

dinsdag 18 juni 1370

"des dynsdachs nae sunte Vyts dach"

Arnt van Hoemen die Jonghe bekent dat hij de schuld van heer Otte van Buyren, heer van Aerssen, ridder, aangegaan ten overstaan van wijlen Arnt van Crykenbeke, kwijtscheldt. Arnt van Hoemen heeft 116 oude schild à 25 placken ontvangen.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 27.

 

29 juni 1370

ROERMOND / VLODROP - Eduard, hertog van Gelder en graaf van Zutphen, verklaart dat hij de tiende van Anstroyt in het kerspel Vlodrop, die vroeger van de Heiden waren, heeft geschonken aan de kapel genaamd Betlehem te Roermond onder voorwaarde dat Werner van Swalmen, als hospitaalridder in deze kapel, de tienden van hem in leen zal houden, evenals degenen die na hem hospitaalridder zullen zijn.

Getuigen: Walraven van Valckenborgh, heer te Born en Sittard, Johan, heer te Wickrath, en Sander van Goshem (Voshem?).

RHCL Maastricht, Staten Overkwartier, inv.nr. 1346, p. 106-09; regest nr. 16.

 

zaterdag 16 november 1370

"des saterdages nae sunte Martijns dach in den winter"

ARCEN - Johan Hagedorne, Goeswijns zoon, bekent dat hij 100 pond zoals te Goch gangbaar heeft ontvangen van heer Otte van Aershen, ridder, als aflossing van een obligatie. Op verzoek van oorkonder wordt de akte mede bezegeld door zijn oom Heinric van den Santen.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 28.

 

1370-1376, z.d. ?

KENSWILRE ‑ 1370: Johan genaamd Slabbart van Kenswilre, ridder, zegelt een oorkonde van de broers Hendrik en Johan van Kenswilre. 1376: Het huis te Kenswylre wordt in leen opgedragen aan de hertog van Gulik als open huis. Johan zegelt met een klimmende leeuw.

GA Roermond, Hss. Linssen 44; = Düsseldorf - Gulik-Berg, nrs. 849 en 920.

Op 12-8-1446 treedt Diederick van Palant op als heer te Kenswilre (Publications 1869, blz. 226).

In het Necrologium van de adelijke proosdij te St. Gerlach worden o.a. herdacht: Winricus de Kenswilre (8 juni - blz. 176); Winandi de Kenswilre, investiti de Worselt (bij Aken - blz. 185); Lucia de Kensilre (sic; 19 aug. - blz. 186); Annae de Kenswilre (25 auh. blz. 188); Reineri de Kenswilre, religioso in monasterio St. Cornelii (9 okt. - blz. 196)

 

1371

3 februari 1371

des manendages na Onser Vrouwen dach Purificatio

ARNHEM - Edwart, hertog van Gelren enz., geeft in overleg met zijn Raad en de vier steden Nymegen, Ruremunde, Zutphen en Arnhem verordeningen ten aanzien van de muntslag en ten aanzien van de waarde van de gangbare munten.

Oorspr. (Inv. no. 5446), met het zegel van de hertog in rode was en de zegels van heer Alart, heer van Buren, heer Johan, heer van Wycrade, heer Werner van Zwalmen , heer Jan van Mierler, heer Jan van Benthem, heer Sander van Vossem, ridders, heer Henric van Steenbergen, proost van Zutphen, en Peter van Steynbergen, knape; het zegel van Arnt van der Lawyc, knape, is verloren. De randschriften van de zegels zijn geschonden.

Gelders Archief, Oud Archief Arnhem, inv.nr. 259; Gedrukt: Nijhoff, Gedenkwaardigheden II, no. 178.

 

3 februari 1371

SWALMEN ‑ Werner van Swalmen bezegelt de verordening van hertog Eduard over de Muntslag. Hij gebruikt een zegel dat sterk afwijkt van het gewone, namelijk een helm aan beide zijden vergezeld van het familiewapen.

J. Linssen: Een aantekening over de heren van Swalmen. In: Maasgouw 19.., blz. 69-80; noot 31 (Rijksarchief Arnhem (zonder bron); eenzelfde zegel bevindt zich in het Algemene Rijksarchief in Brussel en hangt aan het charter van Brabant n° 2857 van 11 juli 1371).

 

30 maart 1371

"opten heiligen Palme dach"

ARCEN - Heinric van Beke genaamd Dijchmate zweert dat hij nooit (meer) iets zal doen tegen Otte van Buren, heer van Arssen, of diens onderdanen. Op verzoek van oorkonder wordt de akte mede bezegeld door Johan van Benthem, ridder, en Walraven van Oy.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 102.

 

4 juni 1371

"op des heiligen sacraments avent"

ARCEN ‑ Coenrairt van Langenvelt, richter te Arsen, Claes Horne, Johanne Kel, Philips der Visschers zoon, Gerit Meijtkope, Geerken Geerloecs zoon en Peter ane gene Eijnde, gemene schepenen te Arsen, oorkonden dat (Sander van Vosheym) en Johanne van deme Velde het erf en goed met huis, hof, allodia en lijfgewinsgoederen, zoals deze door Everairt Spruijts, zoon van Heijnric Spruijts, en diens echtgenote Fien in onderpand waren gegeven aan Otte van Buren, heer van Arsen, en Sander van Vosheijm namens Johan van Buren, zoon van wijlen Arnt van Buren, hebben verkocht aan Johan van Buren voornoemd.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 104.

 

23 juni 1371

KRIEKENBECK ‑ Johan van Kriekenbeke draagt de leengoederen genaamd de hof te Kriekenbeke en de hof te Tusschenmolen over aan zijn echtgenote Ermgard van der A.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 1. Zie 30-9-1391.

 

27/28 juni 1371

LIEVENDAL - Aartsbisschop Friedrich II van Köln beleent Herman van Lievendal met de gelijknamige burcht bij Wevelinghoven, met twee boerderijen in Kaarst en met een hoeve in Oessenroyde (Otzenrath).

Karl L. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet, Mönchengladbach 1985, blz. 128; Die Regesten der Erzbischöfe von Köln, VIII 88.

 

28 juni 1371

"op sente Peters ende sente Pauwels avont der heiligher apostelen"

Johan, heer van Bruechusen, verzoekt Johan van Buren, ridder, zijn "maag" en vriend, of deze borg wil staan voor 440 dubbele Mutunen op sint Matthijs aanstaande (24 februari) te betalen aan Segher van Egher.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 30.

 

11 juli 1371

Werner van Swalmen (?) bezegelt een akte.

Zie 3 februari 1371.

 

11 september 1371

"des derden daighs nae ons vrouwendach nativitatis"

ROERMOND ‑ Reynolt, hertog van Gelre, scheldt de stad en burgers van Roermond de breuken en misdaden kwijt die zij tegen hem hebben gepleegd samen met hertog Edewart, zijn broer.

Getuigen: Henricus van Steenbergen, proost;

en de raden Johan van Meurs;

Wilhelmus van Bronckhorst;

Johan, heer van Broickhusen;

Johan, heer van Leenden;

Wernerus van Swalmen;

Sanderus van Voshem;

Johan van Wic;

Henricus van Homoet;

Arnoldus van Lawyc; ridders ("milites")

en de knapen Wolterus van Voirst

en Petrus van Steenbergen.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 345, blz. 14-15; regest nr. 102.

 

1371, z.d.

NEER / SWALMEN - Cijnsregister abdis van Munsterbilzen.

fol. 1 recto:

Den syns des abdysse van Bylsen gelegen in Neeren anno Domini MCCC ende LXXI

fol. 4 verso:

-       Item dye tyenden van Swaelmen ende weerdde van bembden ende van Aertaecke­ren, is mangoet mynre vrouwe van Bilsen.

Rijksarchief in Limburg te Hasselt, Archief abdij Munsterbilzen, inv.nr. 904: Registre censal, intitulé "Den sys der abdysse van Bylsen gelegen in Neren", de 1371. Met dank aan Har Kuijpers, 2006. Zie ook 1533, z.d.

 

 

1372

24 juni 1372

AKEN - Werner Voesgin van Swalmen wordt door aartsbisschop Frederick van Keulen beleend met 25 oude moutounen uit de tol te Neuss jaarlijks en de goederen zu Lipp (de Lippe) met alle toebehoren.

Res Gestae II nr. 1079; Die Regesten der Erzbischöfe von Köln VIII, p. 147.

 

vrijdag 25 juni 1372

"des neesten vriedaechs nae Johannis Baptiste te Middesomer"

Heynric van Wysschel, zoon van Diric van Wissel, zweert dat hij nooit iets zal doen tegen Otte van Bueren, heer te Arsen. Op verzoek van oorkonder wordt de akte mede bezegeld door Johan van Crekenbec en Coenrat van Dreven.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 32.

 

28 oktober 1372

"in die beta. Symonis und Jude aplorum"

KRICKENBECK ‑ Henric van Krickenbeck wordt beleend met de gruit in de kerspel Grefrath, Lobberich, Hinsbeck, Leuth, Herongen en Wankum.

Schaesberg-Krieckenbeck, Urk. 64.

 

1374

5 augustus 1374

SWALMEN ‑ In aanwezigheid van notaris Nycolaus Lyfger de Goch en de getuigen Henricus Bruen de Swalmen, Johannes Lyfger de Goch en Delia de Besel, dienstmeid van Gerhardus Muelrepassche, maakt Eva, dochter van Petrus de Mosa alias de Besel, te Swalmen haar testament op. Zij benoemt Petrus de Mosa, pastoor te Beesel, en Gerhardus Muelrepassche, priesters, tot executeurs testamentair. Zij legateert geld aan de kerk van de H. Lambertus te Luik, aan de broederschap van de H. Gertrudis te Beesel en 7 panelen (planchones) aan het altaar van de H. Gertrudis te Beesel. Zij vermaakt al haar goederen aan Petrus, pastoor te Beesel.

RHCL Maastricht, Maria Weide te Venlo, inv.nr. 48; 2 charters.

 

5 augustus 1374

SWALMEN ‑ Petrus de Mosa, pastoor te Beesel, en Gerhardus Muelrepassche de Zwalmen, priesters, verklaren dat zij de uitvoering van het testament van Eva, dochter van Petrus de Mosa alias van Besel, op zich hebben genomen.

RHCL Maastricht, Maria Weide te Venlo, inv.nr. 48; 2 charters.

 

18 september 1374

"des neesten daighz nae sente Lammbrechtsz episcopi et martiris"

ROERMOND ‑ Johan van Wessem, richter, Didderick van den Grynde en Godart van Elmpt, schepenen te Roermond, verklaren dat Geraert Kras, de brouwer, heeft verklaard dat hij met toestemming van zijn vrouw Kathrijn een erfrente van 3 mark ten laste van de helft van zijn woonhuis op de Steenstraat schuldig is aan Mathijs van Aerwynckell en diens vrouw Kathrijn.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1624, fol. LIvs; regest nr. 119.

Mathijs was leenman van de Hof tot Rijkel (later Klerkenhof).

 

21 december 1374

"op sente Thomae dach des apostels"

Z.P. - Gheraert van Wilderode oorkondt over 'alsulken scaden, gevankenisse cost ende verliet, als wij met onsen gedachten heren den hertoghe van Lutt[ringen] en van Brabant namen ende leden hebben in den strijt te Baestwylre'. Deze schuld is 'afghegraet' op 100 mutoenen, waarvan hij 16 2/3 heeft ontvangen uit handen van de rentmeester.

ARA Brussel, Chartres Brabant, nr. 4569. Een foto hiervan in Kreisarchiv Heinsberg, Bestand VI/9 Archivaliensammlung, Findbuch Teil 1, nr. 37 (zegel onherkenbaar).

Gheraert zegelt (volgens bijlage) in groene was: schild gedeeld in zes, met rechtsboven een schelp.

 

1375

17 september 1375

"Sinte Lambrechts dach episcopi et martyris"

VLODROP ‑ Geraerdt Slabbeart van Vlodrop bepaalt in zijn testament, opgemaakt in tegenwoordigheid van Henric Noellen, pastoor van het kerspel Vlodorp, Johan van Osen en Wilhem van Osen en met toestemming van Giselbert van Cromlant, leenheer van het nabeschreven land, en Margarete van Kenswijlre, vrouw van Giselbert, een jaarlijkse rente van 30 guldens, gevestigd op 7 bunder beemden in het gericht Vlodrop, nl. 5 bunder in de Kremercken en 2 bunder op de Dickplacker over de grave, leenroerig aan het huis te Vlodrop, welke erfrente bestemd is voor een priester bij een altaar in de H. Geestkerk te Roermond. Notaris Hermanus de Muggenbroick bevestigt de akte; Jan Haeck treedt op als getuige.

G. van Bree: Regesten van akten betreffende Roermond en omgeving 858-1574, nr. 510; = broederschappen H.Geest, inv.nr. 28: authentiek afschrift door notaris Fabri, 17e eeuw; = Linssen, nr. 44; = Habets: Bisdom Roermond III, 71.

In de 16e eeuw benoemde de familie Van Vlodrop de rector van het altaar.

 

1375, z.d. ?

Otto van Bauren [= van Buren] wordt deelnemer van goede werken uit de orde van de Carmeliten.

GA Venlo, Archief Von Wymar; Gefach VIII Lit. F, nr. 1. Zie 1380, z.d. ? en 1456, z.d. ?

 

1376

14 februari 1376

HARVE ‑ Willem, hertog, en Maria van Gelder, hertogin van Gulik en Gelder, dragen aan hun hofraad en raad Johan van Harff [Harve] een erfrente van 30 malder over, gevestigd op de molen te Leuwen met het gemaal en andere toebehoren, in plaats van een lijfrente van 30 malder rogge, die diens dochter Swenoldis [kloosterjuffer te St.-Marie in Keulen] ontving uit de Stertzheim Hofe.

Annalen des Historischen Vereins für den Niederrhein, Band 55-57, Harff 8; opvragen via Archivberatungsstelle Brauweiler. Vergelijk 16-2-1394 en 1415 z.d. Betreft waarschijnlijk niet Leeuwen bij Beesel.

 

8 mei 1376

SWALMEN EN ASSELT ‑ Wynant van Dieteren beleent Goedart (II) van Vlodorp, ridder en voogd van Roermond, met het goed op ghien Raede en bij Assel en Swalmen plus de daarbij behorende "gülten", tienden en laten.

RHCL Maastricht, Familie-archief Scheres d'Olne, inv.nr. 2355: handgeschreven inventaris Schloß Haag te Gelder, fol. 53. Charter, zonder zegel.

 

8 mei 1376

SWALMEN - Wynant van Dieteren beleent Goedaert van Vlodrop met de gelden, tienden en laten van het goed op ghien Raede en op Graet bij Assel en Swalmen gelegen.

"Wir Wynant van Dieteren leenhere dis nae bescreven guets, doen kont allen den ghienen die

diesen brief soelen siene of hoeren leesen ende bekennen oepenbaerlic mit diesen oepenen brieve

dat wir belient hebben heren Goedaert van Vlodorp ritter vaecht toe Ruremunde alsulke guet

gulde thiende ind laet als he heet op ghien Raede ind op Graet by Assel ins Swalmen ghe-

leghen mit allen sijnen toe behoeren soe wye ind wae dat aldae gheleghen is, niet vurghescheiden

also alst sijne alderen van ons ind onsen alderen alweghe voertijden te leene ghehalden hebben ind

haldende sijn, in ghetuyghenisse der waerheiy soe hebbe wie onsen syeghel onden aen diesen

brief ghehanghen Ghegeven int jaer ons heren duysent dryhondert tzieventich ind ses des

achden daechs in den mey."

Schloss Haag, inv.nr. 4203 (Kiste 14, Fach 8); origineel op perkament, zegel afgevallen. RHCL Maastricht, Dokumentatie D274: Inventaris van o.a. Bleijenbeek, Brempt, Hillenraad, nr. N 11.

 

25 juli 1376

ROERMOND / SWALMEN ‑ In aanwezigheid van notaris Joannes genaamd Colgart de Geldria en Joannes en Ricoldus, priors van respektievelijk de Karthuizerkloosters te Keulen en Koblenz, schenken Wernerus de Swalmen, ridder, Berta de Gelenkirken, zijn echtgenote, en Robinus de Swalmen, kanunnik van het kapittel van St.-Servaas te Maastricht,

-   geheel hun terrein, gedeeltelijk van gebouwen voorzien en omgeven door een muur, gelegen bij de Sthege met de kapel, het hospitaal, de poort en het huis, aan het Karthuizerklooster bij die Sthege te Roermond, dat reeds is gesticht, onder voorbehoud van het vruchtgebruik van het huis en de poort. De eveneens aanwezige Joannes de Wessem, rechter, en Gerardus Bake en Gerardus de Tegelen, schepenen van Roermond, verstrekken aangaande deze rechtshandeling een akte.

-   Verder schenken zij de oude hof te Swalmen. De eveneens aanwezige Christianus Breydel, rechter, Joannes de Wijnarden, Conradus Godscalci de Assel, Henricus de Smyt en Gerardus Godenhoy, schepenen te Swalmen, verstrekken aangaande deze rechtshandeling een akte.

-   Vervolgens schenken zij een eiland in de Maas bij Ool, de hen toekomende pachten en cijnzen op den Schroven genaamd den Cleynen Swalmen en alle pachten en cijnzen die men in de heerlijkheid Herten en Merum schuldig is. De eveneens aanwezige Arnoldus de Osen, rechter, en Gerardus Breydel en Gerardus Ghelensoen, schepenen te Herten, verstrekken aangaande deze rechtshandeling een akte.

-   Tenslotte schenken Wernerus en Berta hun hoeve genaamd Then Hamme in de parochie Herkenbosch in het land van Wassenberg. De eveneens aanwezige Joannes genaamd Bonte, rechter, en Symon en Rolandus genaamd van Herkenbosch verstrekken aangaande deze rechtshandeling een akte.

RHCL Maastricht, Staten Overkwartier, inv.nr. 1346, p. 118-127; regest nr. 18.

 

1376, z.d. (25 juli)

ROERMOND / SWALMEN ‑ Werner van Swalmen sticht het Karthuizerklooster te Roermond. Voor het onderhoud van de kloosterlingen schenkt hij o.a. een pachtboerderij "pachtos census sibi debita in loco dicto op den Scroven ten cleenen Swaelmen".

RHCL Maastricht, Karthuizers Roermond, inv.nr. 1, fol. 1vs. Latijnse stukken; extract.

 

7 september 1376

KEULEN - Sieger van Swalmen en Gerhard van Patteren [Keyenberg] staan in dienst van de stad Köln (Urkunde 1/3008, Mitteilung 9 Seite 4).

Op 7 augustus 1378 ‘GeneralDienstquittung’ Seger van Swalmen (idem, Urk. 1/3177, Mitteilung 9 Seite 13).

Op 24 september 1389: Seger van Swalmen, ‘Waffenstillstand’ (idem, Urk. 1/4150, Mitteilung 9 Seite 57).

Op 22 november 1398: Dietrich von Engelsdorf, Herr zu Rulant, schuld aan Seger von Swalmen (Urk. 1/6310, Mitteilung 12 Seite 21).

Historisches Archiv der Stadt Köln, Haupturkundenarchiv (HUA) Teil 2.

Karl. L. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet, blz. 222. Mönchengladbach, 1985; J. Bremer: Due reichsunmittelbare Herrschaft Millendonk, blz. 96. Mönchengladbach, 1939.

 

1377

2 februari 1377

'S-HERTOGENBOSCH ‑ Latijns charter betreffende:

-   Woltherus de Erpe en Johannes de Erpe, schepenen te Den Bosch;

-   Theodoricus de Huerne, heer van Cranenborch, ridder;

-   Johannes genaamd Rover, zoon van wijlen Theodoricus Rover, ridder;

-   pastoor van de kerk te Wansum;

-   Johannes genaamd Koc de Nederynen, ridder;

-   Johannes de Heyllu, broer van wijlen Emondus Roveri;

-   Gheerlacus genaamd Cnode

waarbij deze vidimus geven (?) van een akte uit 1346 met betrekking tot:

-   Bertholdus de Hoesden en Petrus de Waderle, schepenen te Den Bosch;

-   Arnoldus Rover;

-   Ricold Koc;

-   Theodoricus Rover, ridder;

-   Theodoricus, zoon van wijlen Johannes Rover, ridder;

-   Henricus Cnode.

J.H. Hanssen: Lijst van niet-geïnventariseerde charters, zich bevindend in het RHCL Maastricht, doos II, nr. 19.

 

28 april 1377

SWALMEN - Seeger van Swalmen zweert de graaf van Berg oorvede. Medebezegelaar: Arnold von Wachtendonk der Jüngere, "Vitalis".

HStA Düsseldorf, Findbuch (102.01.01-02 Berg, Urkunden) nr. 479.

 

zondag 24 mei 1377

"des neesten sonnendaichs na den heyligen Penxt dach"

BOEDONK ‑ Diddicen Ballic, richter, Claes van Boydonck en Henneken Nayman, schepenen te Boydonck, oorkonden dat Johan van Bueren, ridder, ten overstaan van zijn broer Otte van Bueren, heer van Arsen, ridder, het vruchtgebruik van de oude hof te Schanle [Schandelo] gelegen met de tiende en verdere toebehoren, waar de oude Buese placht te wonen, heeft overgedragen aan zijn echtgenote Gertrude [van Wisschel]. Otto van Bueren verklaart als landheer van het gerecht dat hij de echtgenote van zijn broer in het ongestoord bezit zal laten van dit vruchtgebruik. Bij gebrek aan een zegel wordt de akte namens richter en schepenen van Boydonck bezegeld door Gerede den Vaicht en Johan aen ghen Holte, schepenen van de stad Gelren.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 33-34.

 

13 juni 1377

MÖRMTER bij XANTEN (D) - Ridder Dietrich van Monumento en zijn vrouw Cunigundis van Lymborgh beloven, met toestemming van hun eerstgeboren zoon Wigger, dat zij een kapel zullen laten bouwen bij hun burcht bij Xanten gelegen. Wigger, overleden in of voor 1395, trouwde met een Van Heytfelde. Zijn broer Diedrich was in 1392 nog knape. Christina van Monement huwde Heinrich van Wickerade, overleden 1405. Hun zoon Johan van Wickerade, ambtman van Erkelenz en Kriekenbeck, overl. 1457, trouwde eerst met Aleide van Merode [zie ook 24-11-1431] en in tweede huwelijk met Margaretha van Gymnich; hij behield Mörmter. Zijn weduwe droeg Mörmter op 28 september 1482 over aan haar broer, de ridder en hofmeester Johan van Gymnich. Deze trouwde op 10 oktober 1481 met Clara van Tzülnhart, weduwe van ridder Otto van Wylich.

Dr. E. Scholten: Urkundliches über die Herren von Mörmter (de Munimento) und das Haus Roen in Obermörmter. In: Beiträge zur Geschichte des Niederrheins. Jahrbuch des Düsseldorfer Geschichts-Vereins. Dreizehnter Band (Düsseldorf, 1898), blz. 243-273 (http://www.mgh-bibliothek.de/dokumente/a/a150021.pdf). De ‘joffer van Wickrode’ wordt genoemd in de Swalmer pondschatting van 1468 en bezat in oktober 1479 nog goederen aldaar; zij woonde toen niet meer op het kastel van Mörmter maar te Keulen.

 

13 december 1377

VENLO ‑ Johan van Harff is als ridder van Gulikse zijde getuige bij de bevestiging door Willem I, oudste zoon van Gulik, hertog van Gelder en graaf van Zutphen, van de privileges van de stad Venlo, nadat hij als hertog door de stad is gehuldigd.

GA Venlo, Oud Archief, Inventaris Hanssen 1919 blz. 11, inv.nr. ...

 

21 december 1377

VENLO ‑ Johan van Harff, Johan van Kessel, Willem van Broekhuisen en anderen zijn getuige bij een verzoek door Willem I, hertog van Gelder, aan de stad Venlo en haar burgers, om ook zijn moeder Maria [hertogin van Gulik, dochter van Reinald II van Gelder] als hun rechte vrouwe te huldigen nu zij hem als hun erfheer hebben gehuldigd, en diens belofte om de stad en haar burgers in zijn landen in al hun rechten te handhaven.

GA Venlo, Oud Archief, Inventaris Hanssen 1919 blz. 11-12, inv.nr. ...

 

1378

4 maart 1378

SWALMEN - Akte van huwelijkse voorwaarden tussen Johan van Mirlar, zoon van Jakob van Mirlar en Guda van Swalmen, en Beala van Meyrode. De akte wordt van zijde van de bruidegom mede bezegeld door Werner van Swalmen en Dyederich van Wildroyde.

Karl. L. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet, blz. 222. Mönchengladbach, 1985; HStAD Reichskammergericht L 215/678. Zie 18-5-1365.

 

4 maart 1378

Huwelijksverdrag tussen Bela van Meroyde, dochter van Scheyvart van Meroyde en Aleyt van Oeverbach enerzijds, en Johan van Myrla, zoon van Jakob van Myrla en Guda van Swalmen, heer en vrouw van Mylendunck.

Medezegelaars: voor de bruid de gebroeders Counraed en Frederych, heren te Toynburch, Harper van Merode, Werner van Bacheym, erfkamerheer van het stift Keulen, allen ridder; en voor de bruidegom Werner van Swalmen, Dyederich van Wyldroyde, Goedert van Vlodorp, voogd te Roermond, Reynart van der Hallen, allen ridder.

Freiherrlich von Wüllenwebersche Archiv in Schloss Millendonck: oorkonde 1. (met dank aan Marcel Dings)

 

16 juli 1378

"feria sexta proxima post diem Margarete virginis"

Johan van Buren, ridder, en Mathijs van der Burch genaamd Van Schynne oorkonden dat zij ten overstaan van Godert van Millen, ridder, en Wilhelm van Blanckenbergen, deken te Heinsbergen, en vele andere lieden een overeenkomst hebben gesloten. Johan zal voortaan het vruchtgebruik ('lijfzoicht') behouden van de hoeve te Toenesheym in het land van Valkenberg gelegen. Mathijs behoudt de achterstallige inkomsten van deze hoeve over de afgelopen jaren.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 106-107.

 

23 augustus 1378

"up sente Bartholomeus avent apostolen"

SWALMEN ‑ Heer Sieger van Kessel, ridder, oorkondt dat hij aanwezig is geweest bij en heeft meegewerkt aan de verkoop van het hoge gericht te Swalmen, de klokkenslag en de rechtspraak "tuschen hals und buick", door zijn neef Sieger Vusken van Swalmen, aan de hertog van Gelre. Hierbij is overeengekomen dat geen belasting zal worden geheven ("niet te schetten noch te baden") en dat alle oude rechten zullen worden gehandhaafd.

Volgen de namen van al degenen van Swalmen die onder eed verklaard hebben dat de inwoners van Swalmen en Assel niet belastingplichtig zijn:

-   Johan Purtgens

-   Dederich Bytwegge

-   Dederich Ghiler der alde

-   Noel

-   Buytz Daniel

-   Wilhelm Kolve

-   Wilhelm Pipenbleser

-   Sibrecht Wolffs

-   Noude van ghien House (vgl 1369: Noude van gen Houte)

-   Gerhart huen soen

-   Gerhart Kuster van Assell

-   Henken Schnabelens

-   Henken van der Beke

-   Everhart van Hoistaden

-   Beert

-   Henken Biesel

-   Henken Luebe

-   Gerhart Worm

-Heine in der Beke

-   Henken Redemeker

-   Herman Schrage

-   Johan Rijnwarder greve in der Beke

-   Dederich Vosse

-   Gerhart Jakelen

-   Hein Lore

-   Kouffken

-   Wilhelm Bruwer

-   Gerhart Smit

-   Jacop Schuckel

-   heer Gerhardt Mulrepas, priester

-   Sybrecht van Wylre

-   Gade van Assel

-   Sybrecht van gen Holte

-   en de gemene schepenen van Swalmen

GA Roermond, Handschriftenverzameling inv.nr. 15: Cartularium Schenck van Nydeggen, fol. 16; Vergelijk J. Linssen: Een aantekening over de heren van Swalmen. In: Maasgouw 19.., blz. 72 (geeft als bron: RHCL Maastricht, Inventaris Sivré I, nr. 192: charter 2 juli 1379).

 

23 augustus 1378

"op avennt Bartholomei apostoli"

SWALMEN ‑ Seger van Kessel, ridder, oorkondt dat hij aanwezig is geweest bij en heeft meegewerkt aan de verkoop door zijn neef Seger Woesken van Swalmen, van het gericht te Swalmen, de klokkenslag ("cloggenslaich") en de middelste rechtspraak ("te richten tuschen hals unnd buick") en verder niets, aan de heer van Gelre. Bij de verkoop is geen schatrecht inbegrepen ("nit to schetzen noch to bedenn") en alle verdere oude rechten zullen worden gehandhaafd.

GA Roermond, Handschriftenverzameling inv.nr. 15: Cartularium Schenck van Nydeggen, fol. 22. Afschrift door notaris Johannes de Heza.

 

21 oktober 1378

"des ein end twintigsten daegs in der maende genant october, dats te weten op der elffdusent megden dag omtrent noentide in der messen"

SWALMEN / ROERMOND ‑ "In de naam van onze lieve heer Jhesu Christi. Allen degenen die dit openbaar instrument zullen zien of horen lezen zij kondig, dat in het jaar van onze heer toen men schreef duizend driehonderd achtenzeventig, de eenentwintigste dag in de maand genaamd Oktober, dat is te weten op de Elfduizend Maagdendag omtrent het middaguur ("noentide in der messen"), in tegenwoordigheid van mij notaris en getuigen hierna beschreven, de onderstaande personen verschenen zijn en ten heiligen gezworen hebben om naar waarheid antwoord te geven op de vragen inzake de schatplichtigheid van de dorpen Swalmen en Asselt ten opzichte van enige heren van Gelre.

-       Als eerste getuige verschijnt vrouw Mechtelt von Beecke, die onder eed verklaart dat zij zich gebeurtenissen van honderd jaar geleden en meer kan herinneren. Zij verklaart dat zij weet dat een hertog van Gelre, die toentertijd een graaf was, geen hoge of lage rechten had ten opzichte van de dorpen Swalmen en Assel. Wel was het zo, dat Sieger Vusken, die vruchtgebruiker ("tachter") was van de heerlijkheid, op gegeven ogenblik de oorlog had verklaard aan de heer van Kuke [Cuijk]. "Om gebreecks wille" [kennelijk was Sieger in geldnood geraakt] had Sieger het "overste gericht end den klocken slaegh" van Swalmen en Assel, behoudens de rechten van de laten van Sieger en van de overige inwoners, verkocht aan de toenmalige graaf van Gelre. Mechtelt kan zich niet herinneren dat de inwoners van Swalmen en Assel ooit aan iemand belasting hebben afgedragen.

-       Lisbet Monnien verklaart dat zij zich gebeurtenissen tot tachtig jaar geleden kan herinneren en sluit zich aan bij de door Mechtelt afgelegde verklaring, waarvan zij zich alles herinnert alsof het gisteren gebeurd is.

-       Lijsbet, zuster van Sieger van Swalmen, sluit zich op alle punten aan bij de eerste verklaring.

-       Vrouwe Beel van Swalmen, vrouwe van Malborch, die in het Onze Lieve Vrouwen klooster te Roermond is beëdigd en verhoord, sluit zich eveneens aan bij de verklaring van Mechtelt van Beeck en verklaart dat ook zij nooit heeft horen zeggen dat enig heerschap van Gelre het recht zou hebben gehad om de inwoners van Swalmen en Asselt belastingen op te leggen.

-       Jonkvrouwe Baetz van Wilre en Lyse Neels sluiten zich op alle punten aan bij de voorgaande verklaringen.

-       Hadewich herinnert zich de voornoemde zaken en sluit zich aan bij eerstgenoemde getuige.

-       Griet Lokemantz en Aleit van den Plancken sluiten zich als laatsten aan bij de voorgaande verklaringen.

Al hetgeen voorschreven is, is geschied in de kerk te Swalmen, in het huis van vrouwe Mecheldt van Beeck, en in het Onze Lieve Vrouwe klooster te Ruremundt, in bijzijn van heer Henrick Laten, priester, Sibrecht van Wielre, Henrick van gen Holte, Gerart Kurtkens, Gerart Herttevelt, Peter Duvels en vele andere aanwezigen".

GA Roermond, Handschriftenverzameling inv.nr. 15: Cartularium Schenck van Nydeggen, fol. 12-13.

 

1379

dinsdag 11 januari 1379

"des dinstaghs na derttiendag"

SWALMEN / VENLO ‑ "Het zij kondig aan alle lieden die dit zien of horen lezen, dat in het jaar van onze heer dertienhonderd negenenzeventig op de dinsdag na Dertiendag een dag is afgesproken tussen de hertog en hertogin van Guilich en Gelre enerzijds en heer Robyn van Swalmen en zijn gedelingen anderzijds, betreffende de gemeinte van Swalmen en Asselt.

Op deze dag die werd gehouden te Venlo, werd de proost van Zutphen samen met andere vrienden door de hertog en hertogin afgevaardigd naar Robyn van Swalmen en de gemeinte van Swalmen en Asselt, omdat de hertog en hertogin van mening waren dat de inwoners van Swalmen en Asselt net zoals de inwoners van Egt, van Vlodrop en van Besell schatplichtig waren. Hierop antwoordde Robyn samen met zijn gedelingen en vrienden dat hij hoopte dat zij en de inwoners van Swalmen en Assel ten opzichte van de heer van Gelre niet schatplichtig bevonden zouden worden, zoals dit van oudsher ten tijde van zijn voorouders het geval was. Als bewijs liet hij een akte voorlezen. Verder antwoordde heer Robijn dat hij hoopte dat noch de inwoners van Egt noch iemand anders hem de rechten zou ontzeggen van de goederen die hem en zijn gedelingen door zijn ouders waren nagelaten en altijd schatvrij waren geweest.

Daarop stond Henrick Greef op en liet een boek zien waarin hij zelf een schatting had genoteerd die hij samen met de schepenen van Swalmen had geïnd en die hij ook had behouden. Robyn en zijn gedelingen vroegen hem om welke schattingen het hier handelde, waarop Henrich Greef antwoordde dat het een pondschatting betrof waarin Simon Beustken was aangeslagen voor 2 pond [vgl. pondschatting 1369: 4 pond]. Dit was eertijds met medeweten van heer Werner van Swalmen gebeurd, waarbij de inwoners van Swalmen en Asselt al naar gelang goederen geschat waren.

Robyn antwoordde hierop dat zijn broer heer Werner hiervan 100 pond had behouden en dat hij de rest aan de hertog van Gelre had geschonken op diens verzoek. In de periode hierna was er een hertog van Gelre geweest die tijdens de buitenlandse afwezigheid van heer Werner ten onrechte belastingen had geheven. Deze belastingen waren weliswaar vastgesteld en ook geheven, maar de opbrengsten waren nooit overgeleverd, maar werden in een "bigurdel" in het huis van heer Gerart Mulrepas, priester en kapelaan van Swalmen, bewaard. Toen Werner weer terug was in het land, had hij deze schatting ontvangen en had hij de hertog te kennen gegeven dat hij geen enkel recht had op dit geld, waarop het geld was teruggegeven aan de inwoners, precies zoals deze het hadden afgedragen, "also die golt gegeven hadden, dat wer huen golt wedergaff, end die silveren gelt gegeven hadden, dat man huen silveren gelt wedergaff", "end auch an die gene die haer gelt weder upgehauen hadden die derselver tyt gichtig stundten tot Venloe in den Gasthuis".

Vervolgens nam drost Jacop van Montfort het woord. Hij vertelde dat de inwoners van Egt wisten, dat de inwoners van Swalmen op het kasteel ("upt huiss") van Montfort hadden gediend en daar stenen of hout hadden vervoerd. Robyn antwoordde hierop, dat zijn oom Wilhelm, die pastoor van Swalmen was, enige tijd geleden was overleden, waarna heer Werner de kerk van Swalmen aan heer Vusken had gegeven. Heer Wambues [van Elmpt?] "riede an den hertog van Gelre" en ontnam Vusken het pastoorschap. De rechtzaak die hierop tussen beide partijen werd gevoerd, werd uiteindelijk door heer Vusken gewonnen. De hertog van Gelre was woedend hierover, nam de beide pachters van heer Werner gevangen ("end venge hern Werners halffen beide gader") en dwong de inwoners van Swalmen met geweld om een of twee maal naar Montfort te rijden terwijl heer Werner in het buitenland was. De vete werd na terugkeer van heer Werner bijgelegd, waarbij hij [= Werner?] 400 gulden ontving en heer Wambues [namens de hertog?] het benoemingsrecht van de kerk van Swalmen behield. Heer Robijn ontving het benoemingsrecht ("die kircke") van de Nierstat van Zutphen en naderhand dat van de kerk te Rostern [Roosteren]. Daarmee was het geschil van beide zijden bijgelegd en de pachters van Werner werden vrijgelaten ("hern Werner worden seine halffen wedergesat").

Werner behield verder zijn rechten zoals deze hem door zijn ouders waren nagelaten.

GA Roermond, Handschriftenverzameling inv.nr. 15: Cartularium Schenck van Nydeggen, fol. 15-16.

 

20 maart 1379

GODESBERG (D) / SWALMEN - Robin van Swalmen wordt door aartsbisschop Frederik van Keulen beleend met de hof genaamd Lipp (Lyppe) met de daarbij behorende tienden, leenmannen enz., zijnde een burchtleen van Hochstaden. De hof is hem toegevallen na het overlijden van ridder Werner Vosskyn.

Regesten Erzbischöfe Köln VIII, blz. 569.

 

2 juli 1379

SWALMEN / VENLO ‑ Uitspraak van Maria, hertogin van Gulik en Gelre en Willem van Gulik, hertog van Gelre en graaf van Zutphen, inzake een proces dat zij voerden tegen tegen Robijn van Swalmen, kanunnik van St.-Servaas te Maastricht, aangaande het recht om de ingezetenen van Swalmen en Asselt te schatten.

RHCL Maastricht, Schepenbank Swalmen en Asselt, inv.nr. 367. Afschrift midden 16e eeuw (charterdoos).

 

2 juli 1379

"des tweiden dachs in den Braemaent, dats te weten, up sente Processus ende Martinianus dagh der hilger merteler omtrent Vespertijt"

SWALMEN ‑ Ten overstaan van notaris Hermannus de Muggenbroick, ondergenoemde getuigen en in tegenwoordigheid van vele andere heren, ridders en knechten, leggen heer Robijn van Swalmen, kanunnik van Sint Servaes te [Maas]Tricht, vrouwe Marie, hertogin van Gulich en Gelre, en haar zoon hertog Wilhelm, hertog van Gelre en graaf van Zutphen, een verklaring af inzake een oordeel en vonnis naar aanleiding van een geschil tussen de dorpen en kerspels van Swalmen en Assel enerzijds, en de dorpen en kerspels van Egt, Besel en Vlodorp anderzijds.

Het gaat hierbij om de vraag of de dorpen Swalmen en Assel schatplichtig zijn, zoals dit bij de andere genoemde dorpen het geval is. Heer Robyn beschikt echter over brieven, gichten, aanspraken en antwoorden, alsmede getuigenverklaringen, welke hij de notaris ter inzage heeft gegeven. De notaris heeft deze dokumenten op echtheid gecontroleerd en voorgelezen in bijzijn van de nabeschreven heren ridders en knechten.

De heer van Bronckhorst heeft hierop opdracht gekregen om na te gaan of de inwoners van Swalmen en Assel schatplichting ("schatberich") zouden zijn of niet. Hij is naar buiten gegaan en heeft over deze zaak overleg gevoerd met de heren, ridders, knapen en mannen van de hertog van Gelre, en is hierbij tot de slotsom gekomen dat de dorpen en inwoners van Swalmen en Assel "los end quijt end niet schatberich" zijn. Beide dorpen en kerspels zullen hun rechten behouden, die zij ten tijde van Sieger Vuskens en zijn ouders en ten tijde van heer Werner van Swalmen van ouds hebben gehad.

Naar aanleiding van deze uitspraak heeft heer Robijn de notaris verzocht een akte ("instrument") op te stellen als volgt:

...

Volgt afschrift van 21 oktober 1378.

...

Volgt afschrift van dinsdag na Dertiendag 1379.

...

Volgt afschrift van de akte d.d. 23 augustus 1378.

...

Nadat het oordeel is uitgesproken, hebben de hertogin van Guilich en Gelre en Wilhem van Guilich, hertog van Gelre en graaf van Zutphen, de volgende oorkonde gegeven:

"geschiet tot Venlo in des hertogen huis van Gelre"

"Wij Maria bij de genade van God hertogin van Guilich en van Gelre, en Wilhem van Guilich, bij dezelfde genade hertog van Gelre en graaf van Zutphen, verklaren voor ons, onze erfgenamen en nakomelingen en voor iedereen die deze brief zal zien of horen lezen, dat wij heer Robinen van Swalmen, kanunnik van Sint Servaes te [Maas])Tricht, diens erfgenamen en de dorpen van Swalmen en Assel, zullen handhaven in de rechten zoals hij en deze dorpen deze ten tijde van onze en heer Werners ouders altijd gehad hebben. Om dit te bevestigen hebben wij onze zegels aan deze brief gehangen, die is opgesteld te Venlo in het jaar 1379 op de dag van de martelaren Processi en Martiniani.

Deze uitspraak is met onze instemming tot stand gekomen in bijzijn van onderstaande ridders en mannen van de hertog van Gelre, te weten:

-   heer Henrick van Steinbrugen, proost te Zutphen

-   de heer van Bronckhorst

-   de heer van Batenberg

-   de heer van Veanen en van Bergen

-   heer Johan van Herve

-   heer Johan van Broeckhusen

-   heer Wilhelm van Broeckhusen

-   heer Sander van Vossem

-   heer Clais van Vossem

-   heer Brant van Brede

-   heer Emont van Endelstorp

-   heer Johan van Kessel

-   heer Mathijs van Kessel

-   heer Dederich van Oest

-   heer Godert van Flodrop, voogd te Ruremundt

-   heer Henrich van der Straten

-   heer Johan Blecke van Belle, ridders;

-   Walrave van Bentum

-   Johan en Henrick van Wickraed, broers

-   Wolter van Wessem

-   Sieger van Broeckhusen

-   Jacop van Montfort, drost van het land van Montfort

-   Gerhaert van Buecholt

-   Reincken van Voerle

-   Henrich van Riperscheit

-   Johan van Vossick

-   Sibrecht van Wylre

-   Johan van Vorst

-   Sibrecht en Henrick van Blittersthwick, broers

-   Johan en Mathijs van Kessel

-   Gerhart Kircke

-   Henken Rommel(?)

-   en Peter der Duvel

deels als wijze mannen, deels als getuigen".

GA Roermond, Handschriftenverzameling inv.nr. 15: Cartularium Schenck van Nydeggen, fol. 11-18. Afschrift door notaris Johannes de Heza.

 

2 juli 1379

"op daigh der mertelere Processi ende Martiniani"

SWALMEN EN ASSELT ‑ Maria, hertogin van Gulik en Gelre, en Willem van Gulik, hertog van Gelre en graaf van Zutphen, oorkonden dat zij heer Robin von Swalmen, kanunnik te Sint Servaes te [Maas]Tricht, diens erfgenamen en de dorpen Swalmen en Assell zullen handhaven in hun oude rechten zoals deze ten tijde van hun ouders en de ouders van heer Robin altijd van kracht zijn geweest.

Wir Marie van der genaiden goids hertzoginne van Guilge ind van Gelre, ind Willem van Guilge bi der selver genaiden hertzoge van Gelre ind greve

van Zutphen, vu runs, unse erven ind naecomlinge, doen kont allen luden die desen brief solen sien of hoeren lesen, ind bekennen dat wir heren Robijn

van Swalmen, canonch zu Sent Servais zu Triecht, sine erven ind die dorpen zu Swalmen ind zu Assel, halden ind laissen solen in alsulghen rechte

as he  ind die selve dorpen bi unsen ind heren Robijn salderen seligen, allewege gewist sint, ind en solen si dae ane niet hinderen of verkurten,

sonder argelist, ind hain des zu urkonde unse segele mit unser rechter wist an desen brief doen hanghen den gegeven wart zo Venle in den ja-

ren unss heren dusent dryhondert nuynindseventzich up dach der mertelere Processi ende Martiniani.”

Schloss Haag, inv.nr. 4162. Origineel op perkament, beide zegels afgevallen. Dorso: “vryheyt joffer Merrien hertoghinne van Gelre van den dorpe van Swalmen 1379.”

Een kopie bevindt zich in GA Roermond, Handschriftenverzameling inv.nr. 15: Cartularium Schenck van Nydeggen, fol. 21 (afschrift door Johannes de Heza).

 

2 juli 1379

SWALMEN EN ASSELT ‑ Maria en Willem, hertog van Gelder, verklaren dat zij Robijn van Swalmen, kanunnik van de St.-Servaas te Maastricht, en de dorpen Swalmen en Asselt in het bezit van de rechten laten die voornoemde ten tijde van hun overleden ouders in bezit had.

Schloß Haag, inv.nr. 4162. Origineel op perkament.

 

11 november 1379

"op sente Mertyns dach ep."

ARCEN - Wolter van Eyle, zoon van wijlen ridder Sander van Eyle, en Drude, echtelieden, oorkonden dat zij hun rechten op de tiende te Airssen, inclusief korengelden, kerkgift en manschappen, hebben verkocht aan Wilhem van Tyeghelen, die deze reeds van Wolter in leen hield. Wolter belooft dat hij tussen kerstmis aanstaande en een jaar daarna hulder zal zijn voor Willem. Binnen deze periode kan Willem twee dagen van te voren aan Wolter vragen om het leen op te dragen aan Arnd van Hoenseler met het verzoek of Willem hiermee kan worden beleend. Heynric van Wyenhorst Bertrants zoon is borg en deze of diens plaatsvervanger zal indien nodig met een paard in het dorp Arsen in leisting gaan.

Archief kasteel Arcen doos 28, nr. 159. Met dank aan J. Stoel. Afschrift door Peter Boeder van Heynsberg; zie ook midden februari 1390.

 

1379, z.d.

NIEKERCK ‑ Peter van Daert wordt beleend met de hof te Gruythuse met toebehoren onder Nykercken gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 11. Zie 1326 z.d. en 1402 z.d.

 

1379, z.d.

ALDENKERCKEN - Elias van Laesdonck wordt beleend met Pannekoecksgoet met alle toebehoren als een Gelders leengoed.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 14.

 

1380

17 januari 1380

SWALMEN - Overlijdt Werner Vosken van Swalmen.

J. Linssen: Een aantekening over de heren van Swalmen. In: Maasgouw 19.., blz. 69-80. Waarop gebaseerd ?

 

14 februari 1380

Johan, heer van Broekhuisen, Didderic van der Donck, Ziets van Briede, Didderic en Giselbrecht van Oerle, Goddart en Peter van den Bongarde en Alart Steyn van Broekhuizen lenen een bedrag van 200 Roeskens Moetunen van Baetse van der Hataert, non in het Munsterklooster te Roermond.

J.H. Hanssen: Lijst van charters afkomstig uit België, 1953, zich bevindend in het RHCL Maastricht, Vidimus van schepenen te Roermond d.d. 27-9-1381.

 

30 april 1380

"des lesten dages in den aprille"

1.         Wij Willem van Broichusen, Johan heer tot Wickrade, Jacob here tot Meirlaer, Otte van Bellichaven, Sander van Kodichaven

2.         ridders, Dieric van Ylvervelde, Aloff van Elver, Johan Mompelier, Herman van Mekeren, Herman van Boetbergh, Rost

3.         van Verken, Otte van Houtmolen, Gerit van Waembeec, Goetsen Cluet, Johan van Wyenhorst, Reinken van Holthu-

4.         sen, Johan vander Steigen, Eylias van Vossem, Kaerle van Honslaer, Loeff van Berenbroec, Gerit Schardenberg, Brant

5.         van Brede, Mathijs van Kessel, Heinric van Merwijc, Gerit Kovoet, Johan van Broichusen, Herman van Yessem, Philips

6.         van Steinhorst, Dieric Spoelre, Bernt van Tigelen doen kont allen luden over mitz desen apenen brieff want

7.         wij onsen lieve genedigen here den hertoch van Brabant toe dienste gereden sijn, soe bekenne wij dat hi

8.         ons guetlic ende wael heet doen betalen allen alsulkenen zolt als wij ende onse gezellen die wij mit ons gevort

9.         hebben, oem op dese tijt aff verdient hebben ende schelden oem sijne landen luden ende ondersaten daer aff quijt los

10.      ende ledich voer ons ende onse gezellen vors. ende dancken oem sere alle argelist hier inne vyt gescheiden ende

11.      wij alle samen vors. bidde u heren Willem van Broichusen, heren Johanne, here tot Wickrade, Johan Mompelier ende Herman

12.      van Mekeren dat ghi u zegele toe getuge deser saken vor ons allen an desen brieff wilt hangen ende wij Willem

13.      van Broichusen, Johan here tot Wickrade ridders, Johan Mompelier, Herman van Mekeren vors. knapen bekenne dat wij

14.      om beide wil all deser guder lude vors. onse zegele toe getuge deser vurs. punten voer oen allen ende voer ons

15.      selven an desen brieff hebben gehangen. Gegeven int jaer ons heren dusent drihondert tachtentich des lesten dages

16.      in den aprille.

Algemeen Rijksarchief Brussel, Charters Brabant nr. 5653. Zegels: 1. Willem van Broekhuizen, nr. 26555 vrij gaaf; 2. Johan, heer van Wickrade nr. 26556 vrij gaaf; 3. Johan Mompelier nr. 26557 vrij gaaf; 4. Herman van Mekeren nr. 26558 et 799 vrij gaaf. Lit: A. Verkooren, Inventaire des chartres et cartulaires des duchés de Brabant et de Limbourg et des pays d'Ourte-Meuse, Brussel 1922, (Tome 8), 132-133. Met dank aan M. Flokstra.

 

28 juni 1380

int jaer ons heren m cccmo  ende tachtentich op sente Peters ende sente Pauwels avont apostelen

SWALMEN - De gebroeders Johan der Wale en Henric Dunvere van Rijckelen beloven dat zij ridder Didderic van Oest schadeloos zullen houden wegens een schuld van 98 zware guldens die deze schuldig is aan Gerard van Tegelen. Bij niet nakomen van deze belofte zullen zij in leisting gaan op het huis Hillenrade of elders binnen een omtrek van vier mijl, zoals Didderic dit verkiest.

"Wer Johan der Wale ende Henryc Dunvere van Rijckelen gebruederen doen kont allen luden dat wer in guden truwen

gelaeft hebben heren Didderic van Oest ritter ende sine medesculde tequiteren van houftgude ende van allen scaden

die huem daer af comen mach, Alse van achtendenyegentich swaren gulden die hij sculdich is Gerarde

van Tegelen, te betalen op sente Johans dach baptisten synre geboert neest comende, na inhalt des

briefs die daer op gemaeck is, wert sake dat wer des nyet en deden, so saecken wer ende geloven in guden

truwen ende in eydscaep gelikerwijs of wer in den velde gevangen weren mit onsen eygenen leven

in te te..en too Hillenrade opt hues of op vier milen weghs nae om Hellenrade so waer dat het Didderic

vurgemelt wilt ende nummermer van danne te scheiden, wer en hebben heren Didderic vurgemelt ende sine

medesculden vurscreven wael gequit ende scadelois gehalden ende gemaakt van den vurgemelten scholt so wie

dat verscreven is, ende wert sake dat wer nyet in en quemen alse voirscreven is, dat Got verbiede, so

kennen wer ons [to] willen te sijn, dat men ons schelden mughe op allen steden truweloes ende meyn-

eydich sonder onsen toren, In orconde der waerheit so hebben wer geboden eynen edelen manne

joncker Vrederic van Wevelcoven ende Harman Nagrijs, dat sij haer segele vur ons, want wer

geyne segele en hebben, an desen brief willen hangen, ende dese puncten op ons segelen ende tugen

dat die waer sijn, dat wer Vrederic ende Harman voirss. om beden wille Johans ende Henrix voirgemelt

gherne gedaen hebben, ende tugen daer onder dat dit waer is, Alle argelist utegescheiden, Gegeven

int jaer ons heren m cccmo  ende tachtentich op sente Peters ende sente Pauwels avont apostelen"

Archief Schloss Haag, inv.nr. 3700. Origineel op perkament met beide zegels beschadigd. Vrederic van Wevelcoven zegelt met twee balken, in het midden van de bovenste balk een klein hartje; Harman Nagrijs (von Agris?) zegelt met een vierkant gekartelde balk.

Betreft de oudst bekende vermelding van kasteel Hillenraad. Gerart van Tiegelen wordt op 18-10-1381 vermeld als schepen te Roermond.

 

29 juli 1380

"des sonnendaechs vur st. Petersdaghe ad vincula"

ROERMOND ‑ Wilhelm, hertog van Gelre, bevestigt op verzoek van burgemeesteren, schepenen en raad van de stad Roermond en Johan van Werde, rector van de Karthuizers aldaar, de privileges, rechten en vrijheden voor de Karthuizerorde en de leden daarvan in Roermond, zoals de orde en zijn leden die in andere landen en steden bezitten. Hij neemt het klooster, dat ten tijde van zijn ouders Wilhelm en Maria van Gulik door ridder Werner van Swalmen is gesticht, in de zelfde bescherming als zijn burgers van Roermond en verleent de rector of prior toestemming om in Roermond en omgeving goederen en inkomsten te verwerven.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 465; eenvoudig 17e eeuws afschrift; regest nr. 134.

 

7 oktober 1380

ROERMOND ‑ Godaert van Overen, leenheer, Geraert in der Oe, zijn leenman, en Sybrecht van Wylre, Didderic Man en Godaert Hille, leenmannen van de erfvoogd van Roermond als opperleenheer, oorkonden dat Harman van Levendale, ridder, en vrouwe Mechteld van Mirlaer, echtelieden, als erfgenamen van de vrouwe van Beecke, de tiende van Roermond zoals deze van Godaert in leen werd gehouden en hen in scheiding is toegedeeld, hebben verkocht aan Godaerde (II) van Vlodrop, erfvoogd van Roermond, en diens echtgenote Sophie.

Alg. Rijksarchief Brussel, Archief Overschie de Neerijsche, carton 441, Inv. Lejour nr. 841; J. Linssen: Een oorkonde over de tiend van Roermond. In: De Limburgse Leeuw, Jaargang 8 (1960), nr. 6.

 

zondag 14 oktober 1380

(zondag na St.-Dionisius)

SWALMEN ‑ Robijn van Swalmen, kanunnik van St.-Servaas te Tricht, draagt zijn goed te Swalmen, bestaande uit huis, molen, winwas, pacht, akkers, bemd, bos, broek, water en weide over aan Diederick van Oost en Felicitas, echtelieden.

RHCL Maastricht, Dokumentatie D274: Inventaris van o.a. Bleijenbeek, Brempt, Hillenraad, nrs. N 26, N 155, N 156 ; depot onbekend (gedeelte verdwenen, vgl. ook Schloß Haag).

 

1380, z.d.

KRIEKENBECK ‑ Fredrick graaf van Moerse wordt beleend met het huis te Criekenbeke.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 56.

 

1380, z.d. ?

De abt van Campen benoemt Otto von Arcen [= van Buren] tot deelnemer van goede werken.

GA Venlo, Archief Von Wymar; Gefach VIII, Lit. F, nr. 3. Zie 1375, z.d. ? en 1456, z.d.?

 

1381

8 mei 1381

SWALMEN ‑ Robijn van Swalmen verkoopt het huis te Swalmen etc, zoals hij dat van zijn broer Werner van Swalmen had geërfd, aan zijn neef Dirk van Oest en diens echtgenote Felicitas.

Maas- en Swalmdal 1 (1981), blz. 128-130.

 

12 mei 1381

des neesten dachs nae sente Servaes dach Ep.

SWALMEN-ASSELT - Verklaring voor schout en schepenen van Roermond, dat er door de hof van Asselt geen erfweg loopt en dat men daar geen doorgang hoefde te verlenen naar het Buggenummer veer.

"Copie

Wer Dedderick Gade richter Lambrecht Gade

Dedderick van den Grynde ende Johan van Oderade schepenen

tot Ruremunde tugen openbarlijck met desen brieve dat

vur ons commen sijn Gerart van Osen, Johan van Wijnarden

Gerart Gaden soen Johan Pedse? Daniel ... ende Dederick

Runsken? ende hebben ten heyligen gesworen mit opgerecden

vengeren ende mit gestaeffden eyden ende hebben op haer eyde

getuygt, die eene van viertich jaren ende onder die anderen

van dertich jaren off meer, dat sij nye erffwech gesien en

hadde gaen, of ouch hedden hooren seggen, dat ye erfwech

geginge over heer Godarts lant van Vlodorp ricters

vaechts tot Ruremundde vur den hoeve tot Assel an der

Masen anders dan den Lijnpaet. Ouch tugen sij voert dat

her Godart van Vlodorp ricter her Godarts vader vurg. ter

tijt dat sijn wijff doot was ende hij tot eynre hant hat

ende synre kinder mombur was, dat hij du den veeren van

Buggenhem gonde dat sij varen mochten mit karren of mit

wagenen over sijn lant voirss. ende daeromme so gaven sij huem

des jaers twelff capunne, en so wanne dat huem die

nyet wael betaelt en werden, of soe wanne dat hij des nyet

langer liden en wolde, so benam hij huen den wech ende dede

eyne cleyne brugge neder werpen ende so en mocht daer

nymant over dit voirss. lant varen ende die lude die daer

over plagen te varen moisten tot Lewen tu varen ende

halden den alden wech ende en voeren over des vaechs lant

niet, ende dis tot eenre oirconde der waerheyt, so hebben

wer richter ende schepenen vurg. onse segele om bede wille

beyder partien voirss. an desen brieff gehangen, gegeven int

jaer ons heeren m. ccc. eynentachtentich des neesten

dachs nae sente Servaes dach ep. ende was besegelt

met vier vuythangende segelen in groenen wassche van

den eenen bij nae aff was

Per copit..m concordantem cum originali

[w.g.]

N. Cortenbach

RHCL Maastricht, SA Swalmen en Asselt, magazijnlijst nr. 380; eenvoudig afschrift op papier door notaris Niclaes van Cortenbach te Maastricht.

 

mei? 1381

des donredachs nae ons heren opvartsdach

SWALMEN-ASSELT - Verklaring voor schout en knapen (?) te Roermond, dat er door de hof van Asselt geen erfweg loopt en dat men daar geen doorgang hoefde te verlenen naar het Buggenummer veer.

"Copie

Wer Sibrecht van Wijlre Crisiaen Bae..de ende

Dedderick gade scol..t tot Ruremunde knapen doen

kont allen luden ende tugen openberlick mit desen brieve

dat wer daerbij, over ende an geweest sijn Johan Purcover

van Swalmen , Rencken van Assel ende Ruten Houff ende

hebben ten heylgen gesworen mit opgerecden vengeren ende

mit gestaefden eiden ende hebben op horen eiden getuyght

die eine van viertigh jaeren ende meer, die andere van

dertich jaren of meer, dat sij nye erfwech gesien en hebben

gaen of ouch hedden hoiren seggen, dat ye erfwech geginge

over heeren Godars land van Vlodorp ricters vaechs tot

Ruremunde vur den hoeve tot Asselt an der Masen, anders

dan den Lynpaet, ouch tugen sij voirt dat heer Godaert van

Vlodorp ritter heeren Godarts vader vurg. ter tijt dat

sijn wijff doot was ende hij tot eynre hant sat ende

sijnre kender mombur was, dat hij du den veren van

Buggenhem gonde dat sij varen mochten mit karren of mit

wagenen over sijn vurg. lant ende daer om so gaven sij huem

des jaers twelff capunen ende so wanneer dat huem die

niet wael betaelt en wirden of ouch so wanneer dat hij des

niet langer liden en wolde, soe benam hij huen denen wech

ende dede eyns cleyne brugge nederwerpen ende so en moicht

dair nymant over dat vurg. lant varen, ende die lude

die daer over plagen te varen, die mosten tot Lewen tou varen

ende halden den alden wech ende en voeren over des vaechts

lant niet, ende des tot eenre oirconde so hebben wer onse

segele aen diesen brieff gehangen, Gegeven int jaer ons heren

m. ccc. eynentachtentich des donredachs nae ons heren

opvartsdach, ende was besegelt met drye segelen (van

den eenen aff was) vuythangende in groenen wassche

per copiam concordantiem cum originali

[w.g.]

N. Cortenbach

RHCL Maastricht, SA Swalmen en Asselt, magazijnlijst nr. 380; eenvoudig afschrift op papier door notaris Niclaes van Cortenbach te Maastricht.

 

1380

op sente Remijs dage

SWALMEN-ASSELT - Verklaring voor schout en schepenen van Roermond, dat er door de hof van Asselt geen erfweg loopt en dat men daar geen doorgang hoefde te verlenen naar het Buggenummer veer.

"Copie

Wer Dederich Gade richter Lambrecht Gade ind

Johan van Oderade schepenen tot Ruremunde tugen openberlich

mit desen brieve dat vur ons commen sijn broder Heinten

van Swalmen der teggarde ende Helleken der wijnschroeder

ende hebben ten heyligen geswaren mit opgerechden vyngeren

ende mit gestaefden eyden ende hebben op hoer eyde getuecht

der eyn van vijfftich jaren ende meer ende der ander van

viertich jaren ende meer, dat sij nye erfwech in hedden  sien

gaen off van hoeren seggen vernomen dat ye erfwech geginge

over heeren Godartz lant van Vlodorp ricters vaechts tot

Ruremunde vur den hoeve tot Assel an der Masen anders dan den

Lynpaet, ouch tugen sij voert dan heer Godart van Vlodorp

ricter heeren Godarts vader vurg. ter tijt dat sijn wijff

doot was ende hee tot eynre hand sat ende sijne kender

mombur was dat hee doe den veren van Buggegum [sic]

guende dat sij varen moechten mit karren off mit wagenen

over sijn lant vurg. ende daer omb so gaven sij huem

des jaers twelff capunne ende soe wanneer dat huem die

niet wael betaelt in werden off si wanne dat hee des

niet langer lijden in wolde, so benaem hee huen denen wech

ende dede eyn cleyne brugge nederwerpen  en so in mochte

dan nyma.. over dat vurg. lant varen, ende die lude die

daer over plagen te varen moesten tot Lewen tue ende halden

dem alden wech ende in voren over des vaechts lant niet, Ende

des tot eynen orkonde der waerheyt so hebben wer richter

ende schepenen vorg. onse segele omb beyden wille beyder partyen

voriss. aen desen brieff gehangen, Gegeven int jaer ons heeren

duysent dryhondert eynendeachtentich op sente Remeys

dage ende was besegelt met dry vuythangende segelen

(daervan de twee aff waren) gedruckt in groenen

wassche

[onder stond:]

Dese drye copia gecollationeert tegens honne originali int

Franschyn geschreven ende besegelt soe voerss. staet sijn bevonden daer

mede t'accorderen bij mij Niclaes van Cortenbach der heyliger

pauselycker ende keyserlycker authoriteyten oepenbaeren notaris

bij den son..amen raede van Brabant geadmitteert ende in den ..rd..

des hoffs van Romen [?] geimmatrituleert, binnen Maestricht residerende

oriconde ..

N. Cortenbach not.

RHCL Maastricht, SA Swalmen en Asselt, magazijnlijst nr. 380; eenvoudig afschrift op papier. Dorso: "Attestatie dat voor den hoff tot Assel gheenen erffwech en loopt, soo oock dat men gheenen wegh schuldich en was aen het Buggenom veer in dato den 13 mey 1381". Met oude compe nummers D 21 en 78.

 

 

22 juli 1381

BEESEL ‑ Vryndtwint van den Eemkensrade, leenheer, Didderick van der Masen en Wyen van Rykel, laten, verklaren dat Eva, de dochter van Peter van der Masen, haar aandeel in een huis dat zij van Willem Bruckers en zijn echtgenote Katrinen kocht, tegen een lijfrente van 2 malder rogge heeft overgedragen aan Peter van der Masen, haar neef.

Bezegeld door Wynric van Wildray.

RHCL Maastricht, Maria Weide, inv.nr. 49; charter met zegel.

Een toponiem Eemsenrade komt nog voor in akte Vlodrop 2-7-1888.

 

27 juli 1381

ROERMOND ‑ Johan van Kessel, knape, zoon van wijlen Sigerus van Kessel, Johan van Kessel, ridder, Mathias van Kessel, ridder, Gobbelinus en Arnoldus, familie van Johan van Kessel, verklaren dat zij aan Albertinus en Otto van Montefia, lombardiers en kooplieden te Venlo, een jaarrente van 40 oude gouden schilden schuldig zijn, waarvoor zij al hun goederen verpand hebben.

G. van Bree: Regesten van akten betreffende Roermond en omgeving 858-1574, regest nr. 558.

 

27 september 1381

ROERMOND ‑ Schepenen van Roermond geven vidimus van een akte van 14 februari 1380 [zie aldaar].

J.H. Hanssen: Lijst van charters afkomstig uit België, 1953, zich bevindend in het RHCL Maastricht.

 

18 oktober 1381

"Op Sente Lucas dach evangelisten"

SWALMEN EN ASSELT ‑ Robijn van Swalmen, kanunnik te Sint Servaes te Triecht [Maastricht], oorkondt dat hij zijn goed te Swalmen, te weten het Hues te Swalmen "mit den have, mit molen, mit wijnwas, mit den Tholle to Assel, mit acker, benden, bossche, breuch, water ende weijden, so wije dat guet gelegen is an naten ende drogen, etsi genoempt off ongenoempt," zoals dit eerder eigendom was van wijlen zijn broer heer Werner van Swalmen, ridder, heeft verkocht aan heer Didderick van Oes, ridder, en diens echtgenote Felicitas.

De verkoper stelt al zijn huidige en eventuele toekomstige bezittingen als onderpand en belooft dat hij de oudere eigendomsbewijzen binnen jaar en dag zal overdragen.

De oorkonde wordt verzoek van Robijn van Swalmen mede bezegeld door Mascharele, heer van Wijnants Raede, Willem van Eijnenbergh, ridder, en Goedart Stevenss van Elmpt, Gerart van Tiegelen en Didderich van den Grinde, schepenen van Ruremonde.

G.A.Dordrecht: Inventaris van het Archief van de Gemeene Maashandelaars, inv.nr. XX.5.13.544. Gecollationeerd afschrift door N. Maen van het originele charter met 5 zegels in groene was, waarvan een gebroken, en met van het zesde zegel enkel de staart aanwezig. Zie 22-4-1348.

 

18 oktober 1381

"op Sente Lucas dach des heijligen evangelisten" - "Gegeven zo Swalmen"

SWALMEN EN ASSELT ‑ Robijn van Swalmen, kanunnik te Sint Servaes te Triecht [Maastricht], oorkondt dat hij zijn erven en goederen behorend tot het Huijs te Swalmen, en het leengoed genaamd de Toll op de Maas te Asselt bij Rurmunde gelegen, dat hij eertijds van zijn leenheer Johan heer van Sevenborne van Kranendonck en van Hoeps ontvangen had, middels deze open brief opdraagt aan zijn leenheer, met het verzoek om zijn neef heer Didderich van Oijss, ridder, en diens echtgenote Felicitas en hun beider erven, hiermee te belenen.

G.A.Dordrecht: Inventaris van het Archief van de Gemeene Maashandelaars, inv.nr. XX.5.13.544. Copie van een gecollationeerd afschrift door N. Maen van het originele charter met een zegel in groene was.

 

1381, z.d. (18 oktober)

SWALMEN - Robin van Swalmen, kanunnik te Tricht, verkoopt de heerlijkheid Swalmen plus het Huijs tot Swalmen met de hof, molen, winwas, tol te Asselt, akkers, bemden, bos, broek, water en weiden aan Henrick Dierck van Oest, ridder, en Felicitas.

RHCL Maastricht, Dokumentatie D273: Inventaris van o.a. Bleijenbeek, Brempt, Hillenraad; gedeelte Bleijenbeek nr. 3; depot onbekend (gedeelte verdwenen, vgl. ook Schloß Haag).

 

18 oktober 1381

"up Sente Lucas dach des heilghe ewangelisten"

SWALMEN EN ASSELT ‑ Robin van Swalmen, kanunnik van Sint Servaes te Triecht [Maastricht], oorkondt dat dat hij de goederen die tot het Huys to Swalme behoren, alsmede het leen Zo den Toll aan de Maas te Asselt bij Rurmunde gelegen, dat hij eertijds van jonker Johan, heer van Sevenborne van Kranendonc en van Haeps, in leen had ontvangen, opdraagt aan genoemde jonker, ten behoeve van Dederic van Oyss, neef van de oorkonder, en diens echtgenote Felicitatis.

Ich Robin van Swalmen canonich tsent Servaes to Triecht make kont ende kenlic allen luden dat ich

verkocht hebbe alle myn erve ind guyt horende zo dem huys to Swalmen ind alsulche leen zo den Toll

Masen to Asselt bij Rurmonde gelegen dat ich vuruntfangen hebbe van mijn heren Johan…

here van Sevenborne van Kranendonc ind van Hoeps wilch leen vurss. ich gegeve ind

.. openen brieff mijnen lieven … vurss. is eyne rech.. leenhere in urber ind behoef

… ..rich van Oyss ritters mijns neven ind Felicitas sijns wijfs ind hore beider erven ind heeft

… dat hey dyt selve voirss. leen beleen ind geve heren Dederich

so heb ich mijn segel an desen brief ghehanghen Gegheven zo Zwalmen int jair uns heren dusent driehundert

een ende ..entich op sente Lucas dach des heilghen evangelisten.”

Schloß Haag, inv.nr. 4209; charter, zegel zwaar beschadigd.

 

18 oktober 1381

EINDHOVEN ‑ Ten overstaan van de leenheer Johan van Sevenborn, heer van Cranendonck en van Haps, verheft Diderick van Oost zijn bezittingen te Eindhoven.

J. Linssen: Een aantekening over de heren van Swalmen. In: Maasgouw 19.., blz. 73. Bron: E. Slanghen in: Maasgouw 1881, blz. 429.

 

1381, z.d.

BAARLO ‑ Theodorus van Oijst verkoopt goederen te Baarlo.

RHCL Maastricht, Karthuizers Roermond, inv.nr. 1, fol. 22vs. Latijnse stukken. Zie 1450, op zondag Judica.

 

1381, z.d. ?

ASSELT ‑ Richter en schepenen van Roermond oorkonden de verklaringen onder ede van drie personen, dat nooit een weg over het land van ridder Godart (II) van Vlodrop, voogd te Roermond, voor de hof te Asselt aan de Maas gelopen zou hebben, maar dat veeleer het lijnpad hiervoor zou zijn gebruikt.

Schloß Haag: inv.nr. 248; 3 charters zonder zegel.

 

1382

9 mei 1382

"millissimo trecentesimo octvagesimo secundo judutto.. quinta mensis may die nona hora post versp..."

EIJSDEN - Verklaring van schout en schepenen van Breust en Eijsden dat Felicitas van Uppey en haar man Theodoricus van Oest [heer van Hillenraad], samen hun broer resp. zwager Adam van Uppey, goederen te Oost en Breust bij Eijsden gelegen overdragen aan Petrus, zoon van Wynandus genaamd van der Hallen, camerarius van de hertog van Brabant.

Verklaring door Theodericus genaamd van den Stalle, 'villici sen sculteti curie de Bruyst', Fredericus de Bruyst, Johannes de Panhuyse, Arnoldus genaamd Heilde, Johannes genaamd Heynsbergen, Godefridus genaamd Gusken, Wilhelmus genaamd Ziele en Henricus de Put..., 'scabin... iamdict.. curie de Bruyst', Johannes genaamd Boem, 'villici sen sculteti curie de Esden', Petrus genaamd der Dusche, Johannes de Panhuyse, Arnoldus genaam Heilde, Tielmannus 'filii Uupkuy', Petrus Philippus de Bruyst, 'scabin.. ..dictem curie de Esden, over:

4.         [...] "Felicitate de Uppey uxore legitima domini Theoderici de Oys militis

5.         Adam de Uppey euisdem due fratre legitimo et liberto de odeur armigeris ma..burius legitimus d..te due Felicitatus datis... contessis per scultetum et scabinos Leodiensis ex una parte netnoy profato duo Theoderico de Oys milite ex altera, eadem duam Felicitas

6.         Adam euis frater legitimus et liebertus de oduer armiger et mamburu.. supradict.. bonis eor... et deliberatus non ad hoc indutti vi dolo metu sen aligna calliditate, sed ex certus eorum prescientiis quitarierut palam et publice connen-

7.         tiones matrimoniales patta dotalia sen duariam m...tum mentionem fa..uit de unn...sis et singulis bonis siti in Oys inferius p.. p..res nonnatus sen declaratus, sen eadem cou..nt.. et con..uere poter..t de.. con..entiones matriomoniales

8.         sen patta dotalia quonisi..do volentes et su...me desideritutes dicta dua et euis mamburu.. .. ... dominus Theodericus de Oys miles supradictus suam liberatum de etc.. eisdem bonis de Oys facem potum volnitatem non obstantibus, p..sionibus

9.         conventionem matrimonialium et pattor... dotalia sup... omnibus sic factus prefatus dominus Theodericus de Oys miles p...do ammo et deliberato consideraus h..aux conditionis naturam fragilem fore ex certis et rationabilibus causis

10.      e... ad hoc moventibus prefatam curiam de Oys inferius p.. p..tes declaratam ta... in madido ... sitto cum u...sis suis attmentys sitam pure et simplit... melioribus et efficatioribus modo jure forma, et confuctudi...e quibus valuit

11.      abs... alique spe revocandi, legavit et reliquit Petro filio legitimo Wynandi dicti van der Hallen camerarius illustris principus domini ducis Brabancie pere..dem Petr... perpetuum et hereditarie tenendam habe.. et posside.. quodquid testamen-

12.      tum, sen ultimam voluntatem dictus dominus Theodericus de Oys volere voluit jure testamenti sen cui.. libe.. altius ultime voluntatis et dispositionis finalis, c... protestationi tali, op si permissa non valeant jure testamenti vires saltem obt...eat...

13.      codicillorum et si non valeant secundum leges valeant tamen secundum canonat sanctio..., sen eis modo jure et forma quibus melius et firmus vale... poss.. et debent non obstant.. eo ... si in in permissis ant aliquo permissor.. aliqua

14.      juris ul.. .s..a solempnitas sic obmissa, et in sigu... ..ai.. legati prefato Petrp abs... revo... prefatus dominus Theodericus de Oys milites sepedittam curiam de Oys ... omnibus et singulis suis per... ad manus d...rs scultetorum

15.      sen villicorum cum quadam vugula quam in manibus suis tenebat reportavit atq... modico intervallo effestucando renunciavit prefate curis de Oys ..vu..sis suis attmentys nonne.. et ad apus Petri suprad.. et suor.. hered... millam

16.      jus attionem sen proprietatem in eadem curia cum suis attmentys sibi retui..ndo ..a reportatione sic facta ad manus villicorum supradittoram prefatus Petrus pecyt et instant requisivit villicos et scultetos supradictos nec...o i..parum

17.      curiarum scabinos quat... sibi investituram sen adhereditionem prefate curie de Oys cum u...sis suis attmentys concedes dignarentur iuxta ritum usum morem et consuetudi..nem curiarum suarid.. supradittorum quiquid..

18.      villici sen sculteti prohabito consilio cum dictis scabinis mature requirentes profatum dominum Theodericum de Oys ac ip... mon..etes sub suis fidelitate et honore, qu..tm.. dic..e vellet an dittam curiam cum suis attmentys sitam in

19.      Oys alia.. cognoster ant stuer obligatam sen subepothetatam, qui quidem dominus Theodericus respondit p... dittam curium cum suis attmentys ne.. cognoset, sen scuet obligatam, et sic habito responso dicti domini Theoderici ei..dem

20.      Petrum in dicta curia de Oys cum u...sis suis attmentys, sequela dittor.. scabinorum, tam curie de Bruyst ... curie de Esden pro..dente adhereda..t et investierunt, et eor.. quilib... adher..davit et investuvit jure eui..lib..

21.      salvo cum omnibus et singulis solempnitatibus et consuetadu.. d... curiarum de Bruyst et de Esden in ..s debitus et fieri consuetis, net.. idem Petrus uis s... de d..tis adhe..dato et investitura debite prosal... et de

22.      eodem sitisfecit ... sup quibus omnibus et singulis prefatus Petrus sibi a me notario publico subscripto .. publicum fieri pecyt instrumentum signo meo solito et consueto signandum, ac sigillis ad domini Theoderici et d...

23.      curiarium sigillandum sub astant... testimonio personarum. Et ego Theodericus de Oys miles a..dtus publite faceor omnia et singula in p..ti publico instrumento superius cons..pta vera esse caq.. sic facta et ordinata extitisse

24.      h..dmodum suprasc..untur ..d..cto puncti publico m..stro sigillum me... in testu.. omn..isson duxi uni cum sigillis scultetorum et scabinor... de Bruyst et de Esden appo.... kogans h..milit et attente illustrem principem

25.      et du... du... Wenceslaus de Bohemia dei gratia ducem Lotharia et Brabantia necuo.. mag..os juratos totamq.. cointatem opidi ..ette.. quat.. ... eor.. sigilla p..nti publico ..m..to pro lias eidem transfigendas appo..e dig..tur in

26.      testimonium et robur omni et singulorum in dicto instrumento publico contentor. Acta sunt het in villa de Bruyst in loco ubi jura corem dicte ville redduntur, anno juddito .. mense die et hora supradictus. Pu..ibus ibidem viris discretis

27.      et honestas Servatio de Mulken, Johannes dicto Zack, scabinis Fiettey, Johannes de Mulken armigeris, Nicholao dicto Pennen, Henrico de Bruysterbossche, et Leonardo dicto Dolen famulo sepedam domini Theodericu, testibus side diguis ad

28.      permissa voct... p..pali.. et rogatis in testimonium omni.. et singulorum promissorum. Declaratio vero bonorum pertinentum  et spettantuum ad curiam de Oys secuntur in hunc modum. In primus sex bonnatia terre sita in den

29.      Pas iuc.. bona domini Henrici de Gronsselt et Arnoldi de Ca[n/u]denberghen. Item sex bonnaria terre sita in Doelre intra villas de Oys et de Marlant. Item unum bonnarium terre cum dimidio unna..patum der Acker situm

30.      iuxta ... domicella Clementis. Item unum bonnarium prati nutumpatum Tielenbempt situm iuxta terram Arnoldi Heile de Marlant. Item duo bonnaroa prati iuxta terram domini Henrici de Gronsselt

31.      Item dimidium bonnarium prati situm in de Muyl iuxta terram Elmanni Spiets ..pe Esden. Item duo jornalia terre arabilis sitam supra Sessenraet ..pe terram domini Henrici de Gronsselt. Item dimidiam jurnale terre ara-

32.      bilis sitam q..pe Moersbosch. Item duo jurnalia terre arabilis site ..pe terram Arnoldi de Candenberghen. Item dimidium jurnale terre arabilis situm ..pe terram domini Henrici de Gronsselt. Item dimidium quartale

33.      terre situm iuxta Mosam ..pe terram Arnoldi de Candenberghen. Item unum jurnale terre arabilis situm iuxta Mosam ..pe terram Petri dictam der Dusche. Item dimidium quartale terre arabilis situm iuxta locum d...

34.      Steynbrugghe. Item tria cum dimidiuo quartalia terre arabilis sita iuxta Steynbrugghe ... terram domini Henrici de Gronsselt. Item unum cum dimidio bonnarium terre arabilis situm penes terram s.. s..pus. Item

35.      unum cum dimidio bonnarium terre arabilis situm ..pe terram Johannes Plomp te Marlant. Item bonnarium vacatum van elven terra arabilis situm penes terram domini de Wachteldonc. Item tria cum dimidio bonnaria

36.      terre arabilis sita supra viam dittam Cruyswech. Item duo bonnaria terre arabilis sita opt Stockert ..pe terram Johannis Plomp de Marlant. Item tria bonnaria cum dimidio terre arabilis sita ..pe terram domini

37.      Henrici de Gronsselt. Item dimidium bonnarium terre arabilis situm iuxta terram domini de Wachteldonc. Item quinq.. quartalia terre arabilis sita iuxta terram sitam s..pus. Item duo jurnalia terre arabilis sita aen den

38.      Perre. Item tria bonnaria terre sita in den Durrenbempt. Item unum bonnarium terre arabilis situm in loco dicto Prier. Item unum jurnalia terre situm in loco dicto Pryer penes terram domini de Wachteldonc. Item duo jurnalia

39.      terre sita in loco dicto Pryer ..pe terram Heyen Banart. Item unum bonnarium terre arabilis situm ..pe terram domini Theoderici de Berghe. Item dimidium bonnarium terre arabilis situm iuxta terram Theoderici dicti Kuugvot. Item unum

40.      quartale terre arabilis situm iuxta terram investiti de Hagheim. Item una virgata terre arabilis sita ..pe terram domini Theoderici de Berghe. Item dimidium bonnarium terre situm in Doelre ..pe terram Arnoldi de Marlant. Item

41.      unum jurnale terre arabilis situm ..pe terram Arnoldi de Candenberghen. Item unum jurnale terre arabilis situm ..pe terrum s..as..pus, quasquidem terras peciatum colit colonus d..te curie de Oys. Item terre subsc... pre date

42.      sunt ad colendum extra curiam de Oys spettantes tamen ad curiam supradittam. In primus quatuor bonnaria terre arabilis sita in Overbroec penes terram sa.. ..ppus de Wyc. Item in eodem territorio nonem quartalia

43.      terre arabilis, numenpata Verrentruden Lant sita penes terram Hennen Stetkens. Item duo bonnaria terre sita iuxta Vleckenlant. Item quinq.. jurnalia terre arabilis sita ..pe arborem dit.. Popelboem iuxta terram sancta Nicholai.

44.      Item duo bonnaria terre sita opt Stockert ..pe co..tatem. Item unum cum dimidium bonnarium terre arabilis situm iuxta terram Wolfslant. Item in eodem territorio tria bonnaria terre arabilis sita iuxta terram domini de Wachteldonc.

45.      Item dimidium bonnarium terre situm iuxta Uelmanni filii dicta Arbts soen. Item nonem quartalia terra sita opten Wilre ..pe terram Henrici de Gronsselt. Item septem jurnalia terre numenpata Verrentruden Lant sita

46.      penes terram domini de Wachteldonc. Item quatuor cum dimidio quartalia terre sita opt Coetmer iuxta terram Cappelaens. Item in eodem territorio terram protem jurnalis terre sitam iuxta terram Capellaens. Item in eodem

47.      territorio terram protem bonnarii terre arabilis sitam iuxta terram Capellaens. Item in eodem territorio duas virgatas terre sitas iuxta terram domini de Wachteldonc. Item in eodem territorio unam virgatam terre sitam iuxta

48.      terram Capellans. Item in eodem territorio tria bonnario cum dimidio terre sita iuxta terram Jacobi Anemans soen de Oys."

RHCL Maastricht, J. Everssen: Inventaris der archieven van het geslacht De Geloes en aanverwante families, afkomstig van het kasteel Eijsden, inv.nr. 24. Charter, opgemaakt door Aegidius de Hoelbeke, notaris te Luik, met zegels en twee transfixen (bekrachtiging door schepenen van Luik, zegels bewaard, en door Wenceslaus van Bohemen, hertog van Luxemburg, Limburg en Brabant, zegel afgevallen) waarvan enkele zegels door de hoofdbrief (hier heraldisch beschreven).

          Derde zegel van links gaaf, vermoedelijk Dirk van Oest: schild met halfronde onderkant, schuinbalk met aan weerszijden blokjes, heraldisch linksboven drie en rechtsonder vier blokjes, van randschrift leesbaar letters 'STAV..' en '* S'.

          Tweede zegel van links vrij gaaf, mogelijk van Felicitas van Uppey: in een medaillon met links en rechts rozetten, onderin een schildje als bij Dirk van Oest, echter met linksboven vier blokjes, rechtsonder blank (zilver?). Boven het schildje een naar rechts gewende steekhelm (smalle gezichtsspleet) met daarop een zwanehals, van randschrift leesbaar een 'S'.

          Eerste zegel van links (verticaal, licht ovaal) redelijk gaaf, mogelijk van Adam van Uppey?: op een andreaskruisgewijs gearceerde achtergrond rechtsonder een schildje, 2 en 3 (linksboven en rechtsonder) kruisgewijs gearceerd, 1 en 4 blank. Boven het schildje een naar rechts gewende steekhelm (smalle gezichtsspleet en vier luchtgaten) met antieke vlucht (vleugels gedeeltelijk overlappend), geen randschrift.

          Zie ook Jhr. van Nispen tot Sevenaer: Kasteel Oost bij Eijsden, In: Maasgouw LXI (1941), blz. 8.

"In de tweede helft der XIVde eeuw komt een geslacht van Oys voor; in 1364 wordt aan Tielman van Oes het vrij eigen goed opgedragen, dat jonkvrouwe Jutte van Bercheijm te Oost bezat, uitgenomen het goed dat aan de Heer van Oes toebehoorde. Een notariële akte van 1382 handelt over de goederen van Theodoricus van Oys en Felicitas van Uppey te Oost. In het laatste kwart dezer eeuw maken verschillende stukken melding van uitbreiding van het grondbezit van Karzielis van Holzet". Mogelijk putte de schrijver uit het huisarchief De Geloes, dat hij in dit kader vermeld, evenwel zonder verdere bronvermelding.

-         Oupeye is gelegen in België op de linkermaasoever tussen Luik en Visé. In het wapenboek van Gelre uit 1380 (Kon. Bibl. Brussen, Ms. 15652-56, fol. 95vs), vinden we als vierde man van Arnold graaf van Horn en heer van het prinsbisdom Luik, o.a. een heer Lambrecht van Oppy, die zegelt met 6 lelies in een schild (3, 2 en 1); vrijwel hetzelfde wapen, met in het rechtse bovenkwartier een blokje, wordt gevoerd door een zekere Daem van Fercken. Vriendelijke mededeling M. Flokstra, 1996.

 

23 juni 1382

VLODROP ‑ Gyselbrecht van Cromblant en Griet van Vlodorp [vgl. 17 sept. 1375], echtelieden, oorkonden dat zij jaarlijks 3 malder erfrogge Vlodropse maat, gevestigd op hooiland genaamd dat Kemerken met toebehoren, welke Griet had geërfd van Jan "des blynden", hebben overgedragen aan Griet Scotelkens dochter van Blerick, hun 'enklinge'. Jan voornoemd had deze rogge ontvangen van Gherairt Slabbert, waarbij was bepaald dat de rogge na overlijden van Jan zou terugvallen aan Gherairt of diens erfgenamen. Het Kemerken, waarop deze 3 erfmalder is gevestigd, is later aan het altaar in de H. Geest te Roermond gegeven. Mocht het gebeuren dat Griet, 'ons enklinge ende nicht', zou overlijden zonder wettige erfgnamen, dan zullen deze 3 erfmalder opnieuw terugvallen aan het huis Vlodorp.

GA Roermond, Hss. Linssen nr. 44. Gyselbrecht zegelt met slangenkruis, Margriet met een schuinbalk.

 

9 september 1382

Gerrit, heer van Alphen, wordt beleend met 50 oude schilden uit de renten van het land van Gelre, zijnde een manleen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 2. Zie 23-8-1402.

 

zondag 2 november 1382

"des neesten sundages nae Alre Heiligen dage"

ARCEN ‑ Arnolt, heer te Wachtendonck, belooft [Otte van Bueren, heer] te Arzen en de schepenen in het land van Arzen dat hij kwitanties zal geven over de aflossing van een hoofdbrief van 600 Muttune die zij hem schuldig zijn, en dat hij deze hoofdbrief zal teruggeven zodra alle termijnen van deze lening zullen zijn afgelost.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 35.

 

30 november 1382

OFFENBEEK ‑ Wyen van Rykel, amptman en leenheer van Heinric van Erstzersbach, Mathyes op den Over van Kessel en Gabel Steylpart, laten van Heinric van Erstzersbach, verklaren dat Heyn van Nederhoven en zijn echtgenote Kuna een grondrente van 2 malder rogge ten laste van 4 bunder land gelegen te Offenbec in het Wornveld in het kerspel van Beesel hebben overgedragen aan Peter van der Masen en zijn tante Eva.

Bezegeld door Mathyes op den Over van Kessel.

RHCL Maastricht, Maria Weide te Venlo, inv.nr. 50 (oud 13); charter.

 

1382, z.d.

SWALMEN - Cijnsboek van Swalmen.

RHCL Maastricht, Dokumentatie D274: Inventaris van o.a. Bleijenbeek, Brempt, Hillenraad, nr. N 125; depot onbekend (gedeelte verdwenen, vgl. ook Schloß Haag).

 

1383

9 oktober 1383

"op Sente Victoersavonde"

Ott van Holtmoelen verklaart dat hij aan Teylken van Breympt 10 oude gouden schilden schuldig is.

RHCL Maastricht, Familiearchief Scheres d'Olne, inv.nr. 2083; charter.

 

1384

1 november 1384

SWALMEN ‑ Hertog Willem [van Gelre] draagt Wilhelmus de Camenata aan de aartsdiaken van het Kempenland voor [als pastoor voor] de parochiekerk van Swalmen, vacant gekomen door afstand van Nicolaas Liefger. Claes Liefger van Goch komt reeds in 1381 voor als pastoor van Swalmen. Het ontslag hield kennelijk verband met zijn benoeming tot rentmeester van Gelre, van welke funktie hij rekening en verantwoording aflegt op 28 juli 1386, bij welke gelegenheid we vernemen dat dat de funktie ingegaan was op St.-Ceciliaavond [21 november] 1384. Hij komt eveneens onder de raden van de hertog voor.

J. Linssen: Een aantekening over de heren van Swalmen. In: Maasgouw 19.., blz. 69-80; noot 18 (Van Doorninck: Acten betreffende Gelre en Zutphen 1376-1392, nrs. 41, 48, 214 en 233. Haarlem 1900).

 

1385

11 augustus 1385

SITTARD / ROERMOND ‑ Werner Buffel van Gusten, als voogd van zijn echtgenote Styne van den Broych, wordt beleend met de hof te Bloymendale, gelegen te Udder bij Sittert met 19 bunder land, en 20 kleine gulden uit het gewandhuis te Ruremunde.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 4.

 

31 oktober 1385

up alre heilgen avent

HINSBECk - Johan Munt van Keuelbergh en Catharina van Wambeck, echtelieden, doen ten behoeve van Wilhelmus en Marie, hertog en hertogin van Gulik en Gelre, afstand van rechten, aanspraken en voeringen op de hoeve te Henxbeek 'dae ynne dat Wynmar Plucke zu sytzen plach' en op alle obligaties 'de up wilre heren Gerart van Wambeck ind synen erven sprechende waeren'.

Mede bezegeld door de vrienden en magen Goyswin Spede van Retersbeeck, Reynken van der Hegghen, Johan van Haren en Gelis Kacher van dem Broiche.

Voorts oorkondt Johan Munt dat hij door genoemde hertog en hertogin was gegijzeld wegens een obligatie ten laste van wijlen ridder Gerard van Wambeek, gevestigd op de hof te Henxbeek, welke brief Johan volgens de gijzelnemers in zijn bezit had maar hetgeen Johan en zijn vrouw nu opnieuw ontkennen. Met verdere voorwaarden en beloften aangaande de genoemde gevangenneming en daarop gevolgde vrijlating.

A. Fahne, Urkundenbuch Spede oder Spee, Keulen, 1874, blz. 57-63. Noemt als bron: HSAD, Copirbuch B 21 fol. 39.

 

20 december 1385

"op sint Thomaes avont des apostolen"

BELFELD ‑ Wine van Rijkel, Duderych van der Maesen, Jacob van den Bosche, Wilhelm van Cruytsberghe, Henken Beckenzoon en Johan op Hout, schepenen te Beesel, verklaren dat Harman Laemenzoon aen ghenen Loe en Heilewijch aan Heinrich Heiden en Aleiten een grondrente van 3 malder rogge hebben overgedragen ten laste van een perceel genaamd Berghenacker, een perceel genaamd der Cranenacker, een perceel genaamd der Vuersenacker gelegen opter Steghen en een perceel gelegen tegen den Loe, alles gelegen binnen de gemeente Tegelen.

RHCL Maastricht, Kruisheren Venlo, inv.nr. 137; charter met het zegel van Johan Peut, ambtman van het land van Montfort (regest nr. 31); afschrift op papier in inv.nr. 214, fol. 138vs-139. Zie 4-4-1407.

 

1386

25 april 1386

"op sente Marcusdach"

MIERLO ‑ Jan die Rover oorkondt dat hij en zijn ouders altijd eigenaar zijn geweest van vennen en heide gelegen op den Brant en Gronen [onder Mierlo]. Tevens draagt hij de rechten van deze gronden over aan het dorp Mierle. Op verzoek van de oorkonder wordt de akte mede bezegeld door zijn broer Dideric den Rover en zijn neef heer Jan van Geldrop, ridders, en door Maes den Hoghen.

Taxandria 1894, blz. 45-46.

 

27 mei 1386

ROERMOND ‑ Akte waarbij Johan van Osen voor de schepenbank Roermond verklaart dat hij Dederyc Bake, Geraert van der Koeken en Goswijn Buser schadeloos zal houden voor hun borgstelling voor de betaling van een jaarrente van 14 gulden aan Lambrecht van Kruchten de goudsmid en diens vrouw Aleyd.

G. Venner: Inventaris van Losse Charters die in 1901 uit het voormalige Rijksarchief te Roermond werden verworven, inv.nr. 7; charter. Voor Geraert van der Koeken vgl. 3-5-1361.

 

5 juli 1386

"donnerstag nach Peter und Paul"

SWALMEN - Hendrick van Wickrath, ambtman van Kriekenbeck, rijdt met 22 lansen [ruiters] in het gevolg van hertog Willem van Gelre naar Swalmen en van daar in het land van Born.

Res Gestae II nr. 1249; Grefrath. Vgl. 1-4-1398.

 

1387

6 maart 1387

MAASBREE ‑ Vermelding Gobel Ruetart, schepen te Breide [Maasbree] en Goedarde van Kessel, pastoor en richter in het land van Kessel.

RHCL Maastricht, Klooster St.-Elisabethsdal te Nunhem, inv.nr. 221; charter.

 

21 maart 1387

Derick Mynssche wordt vermeld als schepen te Kessel en Helden.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 148.

 

12 december 1387

"op sint Lucien avont"

ARCEN ‑ Godaert van Wylich, zoon van wijlen Jhan van Wylich, oorkondt ten behoeve van Jhan van Buren en diens echtgenote Geertrude [van Wisschel] dat hij gehuwd is met Jutte, dochter van Geertrude voornoemd uit haar huwelijk met haar eerste man wijlen Heynric Rost van Crekenbeke. Godaert belooft dat hij niet meer zal eisen uit de vaderlijke goederen dan de 270 oude schilden krachtens obligatie van Wyllem Budel die Geertruet in bezit heeft. Oorkonder belooft verder mede namens zijn vrouw Jutte dat zij Geertrude in het ongestoord bezit laten van haar huwelijksgift ("oere mede ghaven") en haar vruchtgebruik van de goederen nagelaten door Heynric Rost, of andere nalatenschap van haar vader of moeder, zolang zij leeft.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 108-109.

 

1387, z.d. ?

BUGGENUM ‑ Konrad van der Horst en Christina van Blitterswick, echtelieden, verkopen hun goed te Malberg onder Buggenum aan Daem van Harff genaamd Hoengen.

G. van Bree: Res Gestae I, nr. 574.

 

1387, z.d. ?

PONT ‑ Richter en schepenen van Pont oorkonden dat Henrich van der Voert en Hadewich van Kessel, echtelieden, verklaard hebben dat zij aan Elbrecht van Eijle Everartssoen was, hun goed 's‑Hertogenguet en Beckerguet in het gericht van Pont verkocht hebben.

RHCL Maastricht, Familie-archief Scheres-d'Olne,inv.nr. 1541; charter.

 

1388

17 maart 1388

CAPELLE ‑ Arent van Alphen draagt het goed genaamd den Hamme met toebehoren in het kerspel Capellen gelegen in leen op aan de hertog van Gelre, waarvoor de voogdij van Menselen in het ambt Berke wordt 'geëigend'.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 3. Zie 20-3-1388.

 

20 maart 1388

CAPELLE ‑ Arent van Alphen wordt beleend met het goed genaamd den Hamme met toebehoren in het kerspel Capellen gelegen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 3. Zie 17-3-1388.

 

21 april 1388

PONT / WALBECK ‑ Steven van der Eger wordt beleend met de hof te Kedichem; de hof te Boestege; een stuk erf genaamd Dyckael, gelegen bij Gelre onder de jurisdictie van Pont; en des Roden goed van Lullingen onder de jurisdictie van Walbeke gelegen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 2.

 

z.d., mogelijk 21 april 1388

WALBECK ‑ Steven van den Eger wordt beleend met het goed te Lullingen en 2 mark geld uit het goed dat wordt bewoond door Gerit in ghenen Vorst.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 4.

 

25 juli 1388

Akte met betrekking tot Sibert van Kessel en diens echtgenote Gerarda van der Hallen.

G. van Bree: Res Gestae II, nr. 1288.

 

1388, z.d. ?

AKEN ‑ Slabbart van Kentzwylre, ridder, zegelt een akte van het stadsbestuur van Aken. Hij zegelt met een klimmende leeuw.

GA Roermond, Hss. Linssen nr. 44; = Düsseldorf, Commanderie van Biesen, nr. 71.

 

1389

21 juni 1389

"nono die vicesima prima mensis junii"

KEULEN - Fridericus, aartsbisschop van Keulen, geeft te kennen dat Otto de Buren, scholaris van zijn diocees, in aanmerking komt om een kanunik van een aartsbisschop of bisschop van paus Urbanus (IV) op te volgen.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 36.

 

25 juli 1389

LEEUWEN - Akte waarbij Sybrecht Herkenbosch en echtgenote ca. 8 morgen land bij de Maas ruilen met Dederyc Man en echtgenote tegen een stuk land genaamd de Krayenpole.

P. Dingemans: Inventaris der archieven van de heerlijkheid Dalenbroek, inv.nr. 791; charter.

 

13 september 1389

"optes heiligen Cruytzavent exaltatio"

VENLO ‑ Harman Mensener en Arnolt van Lomme, schepenen te Venlo, verklaren dat Tilman van Holthusen ten behoeve van Johan van Leudt en Bele afstand doet van zijn rechten op een halve morgen akkerland in den Mewen Venne.

RHCL Maastricht, Kruisheren Venlo, inv.nr. 214, fol. 196; regest nr. 34.

 

15 oktober 1389

"op Sente Gallenavond confessoris"

ROERMOND ‑ Dederick Bake, richter, Dederick Man en Ryckalt van Kenswijlre, schepenen te Roermond, oorkonden dat Johan van Wessem met toestemming van zijn kinderen Wolter, kannunik te Aken; Johan; en Gertruyde, aan Johan van Hushoven als meester van de huisarmen van de H. Geest een erfrente van 3 oude gouden schilden heeft verkocht , zoals vermeld in de akten waarmee deze wordt getranfingeerd.

GA Roermond, Oud Archief Roermond, inv.nr. 1624, fol. 51.

Dirk Bake was leenman van de Klerkenhof te Rijkel.

Ryckalt van Kenswijlre was leenman van de hof Tgen Rade te Beesel.

 

1390

woensdag 9 februari 1390

"dess gudensdage nest nae sent Agathen daghe der heylgher junffrauwen"

ARCEN - Sander van Eyle Wolters zoon oorkondt dat hij Wilhm van Tiegelen in het ongestoorde bezit zal laten van de tienden van Arsen en het recht van collatie aldaar, zoals Wilhm dit van hem in leen houdt.

Op verzoek van oorkonder wordt de akte mede bezegeld door zijn neven de broers Engelbrecht en Heynric van Kedicheym, die dit graag doen voor hun neef.

Archief kasteel Arcen doos 28, nr. 159. Afschrift door Peter Boeder van Heynsberg. Met dank aan J. Stoel.

 

5 maart 1390

WACHTENDONCK ‑ Arnt, heer van Wachtendonk, draagt huis en heerlijkheid Wachtendonck met toebehoren op aan de hertog van Gelre, en wordt vervolgens door de hertog hiermee beleend.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 6. Zie 11-11-1392.

 

zaterdag 12 maart 1390

"op sint Gregoriusdach"

BAARLO - Heinrich van der Voirt en zijn vrouw Hadewich [van Kessel] en hun zoon Godert verkopen een jaarlijkse erfpacht van 14 malder rogge Venlose maat gevestigd op hun hof genaamd Tgen Hemenraedt onder Baarlo gelegen aan Johan Derichszoon van Lum, burger te Venlo, en diens vrouw Elisabeth.

GA Roermond, Hoofdgerecht Roermond, inv.nr. 485, procesnr. 3162: proces Seger van der Horst tegen Walraven van der Linden over deze inkomsten, 1564.

Voor achternaam Hadewich zie akte 1387. De hoeve wordt in het proces ook Heymeraet, Heimeray genoemd. Aantekeningen uit de processtukken:

-         Deze erfpacht was in 1537 in handen van Gaert van Kessel en diens zus Lucia van der Horst. Lucia, 'aldemoider' van Seger van der Horst, stelde pachter Heintgen van Heinray aan.

-         Willem van Kessel, pastoor getuigt dat zijn vaders vader Gaert van Kessel heette. Ook Willem's broer, Johan van Kessel, is getuige.

-         Van der Linden brengt magescheid uit 1468 (z.d.) in en een magescheid van 'des guendesdach nha sunte Remeisdach' 1483 (zonder inhoud). Tevens vermelding van een magescheid z.d. tussen Aleit van Kessel enerzijds en Gaert van Kessel en zijn broers en metgedelingen anderzijds, waarbij Aleit de hof Heimenradt ontvangt en haar halfbroer Gaert van Kessel en Reintken elk 200 rijnse guldens hieruit.

 

zondag 10 april 1390

des neysten sondachs nae den heylgen paessdaich

ROERMOND / ASSELT - Johan Derixsen van gen Raede verkoopt met toestemming van zijn vrouw Jutte aan Johan van Husshoven als meester van de huisarmen van de H. Geest te Roermond een erfpacht van een half malder rogge, gaande uit ½ bunder akkerland gelegen op gen Rayde tussen land van Johan van Husshoven en de 'hoeffrechten die wijne was' van Johan Dericks zoon van gen Raede en uitkomt op straat.

Oorkonders: Godert van Vlodrop, erfvoogd te Roermond, Kursken Berken, Derich Johanssoen van gen Raede en Heyn Venne, laten van de hof der voogdij te Asselt.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1642, fol. CXXXVIvs-CXXXVII (regest 154).

 

zaterdag 9 juli 1390

"op zaterdach vur sint Margrieten dach der heylgher joffr."

Karlle van Hoenzeler, zoon van wijlen ridder Herman van Hoenzeler, belooft mede namens zijn bedienden dat hij in vrede zal leven met Johan van Bueren, zoon van wijlen ridder Johan van Bueren, met een opzegtermijn van vier dagen. In geval van opzeggen zal dit gebeuren te Arsen op het open Huys waarin wijlen Johan van Bueren is overleden, waarna de termijn van vier dagen zal ingaan.

J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 37.

 

z.d, vóór 15 oktober 1390

ROERMOND ‑ Giselbrecht, Deric en Willem van den Gruithuys, broers, worden beleend met de gruit van Ruremunde.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 4.

 

15 oktober 1390

ROERMOND ‑ Gijsbrecht, Dirk en Willem van de Gruithuis geven toestemming, dat Rikolt van Kinswilre, echtgenoot van Margaretha, dochter van hun zuster, wordt beleend met de gruit te Roermond, die hun van wijlen hun broer Robijn aangekomen was.

G. van Bree: Regesten van akten betreffende Roermond en omgeving 858-1574, nr. 593; = Nijhoff III, nr. 159. Zie 25-7-1404.

 

1391

30 september 1391

KRIEKENBECK ‑ Henric Vriese van Teffelen wordt na opdracht door zijn echtgenote Ermgard van der A beleend met de hof te Kriekenbeke en de hof te Tusschenmolen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 1. Zie 23-6-1371.

 

1391, z.d. ?

MAASNIEL ‑ Gegevens inzake akkerland nabij Teijgelrij onder Maasniel m.b.t.

-   vrouwe Agnete van Appelteern

-   Rutger van Vlodrop

-   Theodorus van Vlodorp.

RHCL Maastricht, Karthuizers Roermond, inv.nr. 1, fol. 30vs. Latijn.

 

1392

25 april 1392

ECHT ‑ Willem van Cockelweerde wordt beleend met 7 bunder land, waarvan 5 bij Echt gelegen en 2 tussen de twee Maasarmen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 2.

 

1 mei 1392

SCHINNEN - inzake Godard van Vlodorp en hof te Schinnen.

HStAD Archiv Nesselrode-Ehreshoven, Urk. 614 en 616.

 

14 juni 1392

Rutger van Vlodorp, als voogd van zijn echtgenote Elsbene, wordt beleend met het huis te Vrohenbroick met heerlijkheid en gericht, zijnde een vijfmarkleen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 6. Zie 15-6-1392.

 

15 juni 1392

Elsbene draagt het vruchtgebruiksrecht van het huis te Vrohenbroick met heerlijkheid en gericht over aan haar man Rutger van Vlodorp.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 6. Zie 14-6-1392.

 

21 oktober 1392

CAPELLE ‑ Johan van Engelsum, zoon van Yewan van Engelsum, wordt beleend met de hof ter Moelen in het kerspel Capelle gelegen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 3.

 

11 november 1392

WACHTENDONCK ‑ Arnt, heer van Wachtendonck, draagt het vruchtgebruiksrecht van huis en heerlijkheid Wachtendonck met toebehoren over aan zijn echtgenote Willem van Buren.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 6. Zie 5-3-1390.

 

12 november 1392

NIEKERCK ‑ Telman van Bellinchaven wordt beleend met de hof up der Baersdonck onder Nyekerke-Issem gelegen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 4.

 

7 december 1392

KEULEN - Ridder Diederich van Oyss [Oest] sluit een verbond met de stad Keulen en ontvangt hiervoor 300 goudgulden. Indien binnen drie jaar oorlog uitbreekt met aartsbisschop Friderich, ontvang hij 1100 goudgulden, waarvoor hij zijn beide kastelen, Hellenroide en Swalme, beschikbaar zal stellen en de stad zal bijstaan tot het einde van de strijd.

Ich Diederich van Oyss ritter doin kunt allen luden ind bekennen

offenbierligen oevermitz diesen brieff, dat ich mit den ersamen herren

burgermeisteren, raide ind anderen burgeren der stat van Coelne eynre

vruntlicheit ind eyndrechticheit oeverkomen ind eyndrechtich worden

bin in formen ind manyeren, as herna geschreven volgt: In den yersten,

also oft zo kriege queme mit heren Friderich ertzenbusschof zo Coelne

ind den vurgenanten herren ind yrre stede van Coelne bynnen dryn

iairen na data dis briefes ahre nyest volgende, dat ich asdan der vur-

genanten herren vanme raide ind yrre steede van Coelne helper werden

sall myt alle mynen knechten ind dieneren ind yn truweligen helpen

sall na alle mynne vermoigen ayn argelist tgaen den ertzenbusschoff

van Coelne vurschreven, alle syne helpere ind underseessen die zyt des

kriechs uss durende, ussgescheiden myne gnedige herren den hertzogen

van Guylche ind van Gelre ind den hertzogen van Gelre ind greven van

Zütphen. Ind ich sall vort zo gesynnen der herren vanme raide zer-

zyt der stat van Coelne, id sy mit munde, mit boiden off mit brieven

zerstunt bynnen dryen dagen darna denselven herren ind yrre steede

van Coelne mynen ind mynne dienere untsagebrieve oeverleveren ind

senden, daynne ich, myne knechte ind dienere vyant werden Boilen heren

Friderichs des ertzebusschofs van Coelne vurgenant, alle synre helpere

ind undersaissen ind anderre yrre vyande, ind den kriech uss mich van

den vurgenanten herren vanme raide ind yrre steede in geynreleye wys

zo scheiden. Ind darum haent mir die vurgenante herren vanme

raide nu zovoerentz gegheven ind wail betzailt druhundert guldene

gut van golde ind swair van gewichte an werde darvur an anderem

guden payemente, as bynnen yrre stat genge ind geve is, davan ich

die vurgenante herren ind vort yre stat ind burgere van Coelne loss

ind quyt schelden oevermitz diesen brieff. Ind so wanne die vurge-

nanten herren vanme raide zerzyt der stat van Coelne myns ind mynre

dienere ind knechte untsagebriefs also gesynnent, ind ich yn den dan

gesant ind oevergelevert hain, as vurschreven is, so soilen sy mir byn-

nen viertzien nachten darna, dat yn die untsagebrieff worden were, eylf-

hundert guldene gut van golde ind swair van gewichte, oft wert dar-

vur an anderen payemente, zerzyt der betzalingen bynnen yrre stat

genge ind geve, bynnen yrre stat verrichten ind wail betzalen. Vort

hain ich den vurgenanten herren ind yrre steede zogesacht ind sagen

in diesem briefe, oft zo kriege queme mit dem ertzenbusschoff van

Coelne vurschreven bynnen der vurgenanten zyt, dat ich asdan den

kriech uss durende den vurgenanten herren, yrre steede, yren helperen

ind dieneren, die sy zo mir schickent, myne tzwei sloss mit namen

Hellenroide ind Swalme offenen ind doin offenen sall, so wilche zyt off

wanne sy des von mir gesynnent off doent gesynnen, sich darup, daruss

ind weder darin tgaen den ertzenbusschoff van Coelne vurgenant, syne

lude ind undersaissen ind helpere ind alle dieghiene, die sy up yn

veden moigen ind andere yre vyande zo behelpen ind zo kriegen.

Ind were sache, dat der vurschreven herre ind yrre steede vrunde,

helpere off dienere up eynich mynre slosse quemen ind ich derselver

slosse eynichs oevermitz dieghiene, die sy also van yren weigen darup

geschickt hedden, untweldiget off daan gescheidiget wurde, dat sollen

mir die vurgenanten herren ind yrre stat van Coelne richten ind be-

leigen, ynd off ich eynich der vurgenanten mynre slosse in eynger an-

dere wyss untweldiget off daan gescheidiget wurde, des ensoilen die

vurgenante herren vanme raide, yre stat noch burgere van Coelne

nyet zo schaffen noch zo doin haven ind soilen des sunder alreleye an-

spraiche syn ind blyven. Ind is euch gevurwert, dat ich Diederich

vurgenant noch nyeman anders van mynen weigen bynnen diesen vur-

genanten dryen iairen noch bynnen der zyt, dat dis kriech tusschen

dem ertzenbusschoff van Coelne ind der steede Coelne durende were,

myne vurgenante slosse Hellenroide noch Swalme nyet versetzen, ver-

kouffen noch in geyne andere hende wenden noch keren en sall mit

geynreleye behentgheit, sunder ich sall die in mynre hant behalden

ind die vurgenannte herren ind yre stat van Coelne ind vort yre bur-

gere ind ingesessene ind alle yre helpere sich daruss ind darin die

vurnannte tzyt uss laissen behelpen tgaen yre vyande vurgenant in

alle der wys, as vurschreven is. Ouch is gedadingt ind gevurwert,

were sache, dat die vurgenante herren ind yre stat van Coelne bynnen

zyt der iair ind des kriechs vurschreven myn sloss Swalme besetzen

weulden mit yemanne, der yn zobehoerte, so sall ich yn asdan datselve

sloss Swalme zo yrme gesynnen unvertzoegentligen leveren ind in yre

hant setzen off demghiene, dem sy dat in yre behoyff beveylent. Ind

were sache, dat ich desselven sloss oevermitz dieghiene, die die vur-

genante herren ind yre stat up dat sloss geschickt off yn bevoilen

hedden, as vurschreven is, untweldiget off daan gescheidiget wurde,

dat soilen mir die vurgenante herren ind yre stat van Coelne richten

ind beleigen in der wys, as vurschreven is. Vort is oeverdragen, were

sache dat ich of einych mynre knechte off dienere in zyde dis kriechs

eynchen lantzherren, ritter, knapen van wapen off reysigen viengen,

de der vurgenante herren off yrre stat vyant were, den soilen ich,

myne knechte off dienere zerstunt in der vurgenante herren ind yrre

steede hant setzen ind oeverleveren, ind darumb soilen mir die vurge-

nante herren ind yre stat van Goelne van eynne lantzherren hundert

gulden, van eynne rittere vunftzich gulden, van eynne knapen van wapen

vunfindtzwentzich gulden ind van eynne reysigen tzien gülden verrichten

ind betzalen, die ich off myne dienere gevangen ind yn gelevert hed-

den, as vurschreven is. Vort is gevurwert, of die vurgenannte herren

vanme raide der stat van Coelne bynnen zyt dieser iair ind dies kriechs

vurgenant mynre bedorften ind an mir gesunnen, dat ich yn diende

mit mynen vrunden, so sollen sy mir ind mynen vrunden, die yn mit

mir zo dienste reden, dan as viel gheven, as sy yren dienern nu ghe-

vent, die in yrme soilde synt, die dage dat wir up dem rede weren,

doch ussgescheiden, dat sy mir mit vier perden dubel ghelt gheven

soilen na gebur, as vurschreven is, ind alsulchen perde, as ich, myne

vrunde ind gesellen also up dem rede verloeren of verderften, die soi-

len uns die vurgenante herren betzalen in zytligen sachen. Vort bin

ich mit yn eyndrechtligen oeverkomen, dat yerste der kriech mit dem

ertzbusschof van Coelne angegangen is, as vurschreven steit, dat ich

myn lyff, myne sloss noch myne dienere mit dem vurgenanten ertzen-

busschoff, alle synen helperen ind underseessen ind yren vianden ind

allen denghienen, die man up sy veden mach, in gynre wys vreden,

soynen noch eynich bestant anghain noch lyden ensoilen, noch ouch

nyeman van den vurgenanten yren vyanden noch yren onderseessen

verwympelen, veligen, wedersetzen noch versicheren ensoilen, id ensy

mit willen ind urloyve der vurgenanten herren ind yrre steeden; ind des

gelychs ensoilen ouch die vurgenante heren noch yre stat nyet vre-

den noch soynen mit dem ertzbusschoff van Coelne vurgenant noch mit

synen helperen, ich ind myne dienere ensyn mit in dem vreden ind

soynen begriffen, id enwere dan sache, dat ich of eynich mynre die-

nere gevangen weren, da got vur sy, ind uns vur yrre soynen off vre-

den geschat hedden, dat asdan die vurgenante herren ind yre stat

sich asdan buyssen dieghiene van uns, die also gevangen weren ind

sich geschat hedden, wail soynen off vreden muygen. Ind up alle

diese vur ind nageschreven punte hain ich den vurgenanten herren

herren vanme raide ind yre stat van Coelne vur in guden truwen ge-

sichert ind na mit upgereckden vyngeren lyfligen zo den heilgen ge-

swoiren, off ich off myne dienere in diesme kriege nederlegen, of dat

mir, mynen vrunden, dienern, mynen luden off undersaissen umb dieser

sachen willen vur of na eynich schade, cost, krudt, smertzen, off wie

man dat anders noemen mach, geschiege off wedervoere of davan leden,

in wilger wyse dat were, dat ich noch sy sementligen noch besunder

an den vurgenanten herren, an yrre stat, burgeren noch ingesessenen

ahtermails geynreleye anspraiche, vorderunge noch heisschunge darumb

leigen noch keren ensoilen an geynen enden noch steeden mit gerichte

noch sunder gerichte, heymelichen noch offenbair, oevermitz uns selver

off yeman anders van unsen weygen. Ind dat ich vort alle punte ind

vurwerden in diesme brieve geschreven vaste, stede ind unverbruchlich

halden sall ind darweder nyet zo doin noch laissen geschien oevermitz

mich selver of yemant anders van mynen weigen, sunder alrekunne

argelist ind geverde. Ind dieser dinge zo urkunde ind gantzer ste-

dicheit so hain ich Diederich van Oyss ritter vurgenant myn inge-

siegel an diesen brief gehangen, ind zo meere getzuge alre vurschreven

sachen so hain ich vort gebeiden heren Walraven van Meroide vait

zo Gusten, ritter, ind Johanne van Nyvenheim, want sy oever allen

vurschreven Sachen geweisst sint ind die haent helpen dadingen, dat sy

darumb yrre ingesiegele by dat myn euch an diesen brief gehangen

haent, dat ich Walrave van Meroide vait zo Gusten, ritter, ind Johan

van Nyvenheim vurgenant ergien ind bekennen, dat id wair is.

Datum anno domini millesimo trecentesimo nonagesimo secundo, in

vigilia conceptionis beate Marie virginis gloriose.

          Nach dem Original im Stadtarchiv. Das Siegel des Dietrich von Oyss hat

das Schild durch einen Balken schräg getheilt, oben eine, unten drei Funken.

Umschrift: S. Theodorici de Oyss militis.

Leonard Ennen, Quellen zur Geschichte der Stadt Köln (1860) (via Google books, 2011 - http://www.archive.org/details/quellenzurgesch04eckegoog , Band 6.

 

7 december 1392

SWALMEN / KEULEN ‑ Dirk van Oest, ridder, heer van Hillenrade en Swalmen, sluit een verbond met de stad Keulen. In geval deze stad binnen 3 jaar met Frederik, aartsbisschop van Keulen, in oorlog zou raken, zal Dirk helpen met al zijn knechten en dienaren en tevens zijn slot Hellenroide en het slot te Swalmen openstellen voor de helpers en dienaren die de stad Keulen zal sturen.

Maas‑ en Swalmdal 1 (1981), blz. 128-130. Zie 11-6-1393.

 

7 december 1392

KEULEN - Johan van Nievenheim, in dienst van de stad Keulen, bezegelt met ridder Walraven van Merode, voogd te Güsten bij Gulick, een overeenkomst tussen Dirck van Oest, burchtheer van Hillenrade en de regering van de stad Keulen.

Publications etc. 21 (1894), blz. 277.

 

1393

24 januari 1393

Akte van deling tussen Arnold Vinck en zijn kinderen:

Arnold; Johan; Heinrich; Sander; Aleid, gehuwd met Goedaert van Nederhoeven.

G. van Bree: Res Gestae II, nr. 1354a. Vergelijk 22-1-1451.

 

11 juni 1393

KEULEN ‑ De stad Keulen en de aartsbisschop van Keulen verzoenen zich.

Maas‑ en Swalmdal 1 (1981), blz. 128-130. Zie 7-12-1392.

 

31 juli 1393

WANCHEM ‑ Johan van Wicbergen [Boitbergen] draagt het vruchtgebruiksrecht van de hof te Wanchem over aan zijn echtgenote Claes.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 6.

 

25 oktober 1393

VELDEN ‑ Johan van Boicholt wordt beleend met [het benoemingsrecht van] de kerk te Velden onder Aersen gelegen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 1.

 

1394

8 januari 1394

ARCEN ‑ Conrad van Aelraven wordt beleend met het goed te Scalle met toebehoren onder Arsen gelegen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 1.

 

10 januari 1394

SWALMEN - Deric van Eze [Oist] wordt beleend met het huis te Hillenrade en te Swalmen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 5.

 

11 januari 1394

BAARLO ‑ Ott van den Vrijthoff wordt beleend met de hof genaamd te Hofacker onder Baerle gelegen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 1.

 

11 januari 1394

BAARLO ‑ Willem van Kessel, zoon van Gadert van Kessel, wordt beleend met de hof te Boeckhout onder Baerle gelegen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 1.

 

11 januari 1394

BAARLO ‑ Heinric van Baerle, zoon van Heinric van Baerle, wordt beleend met de hof te Baerle onder Baerle gelegen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 2.

 

11 januari 1394

GREFRATH ‑ Gerit in ghen Rade wordt beleend met de hof in ghen Rade met toebehoren onder Greverade gelegen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 2.

 

11 januari 1394

KRIEKENBECK / HINSBECK ‑ Henric van Kriekenbeke wordt beleend met de hof te Alden Kriekenbeke met toebehoren en de hof te Heynsbeke gelegen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 2.

 

11 januari 1394

HORST ‑ Johan van Bruechusen wordt beleend met de hof te Binnen in het kerspel Horst en de hof te Valderen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 2.

 

11 januari 1394

VENLO / TEGELEN ‑ Jan van Boecholt wordt beleend met het huis te Boecholt, het huis te Wilren en alle verdere lenen die hij momenteel in leen houdt.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 3.

 

11 januari 1394

LOBBERICH ‑ Peter Greve wordt beleend met de hof te Zassevelt onder Lobbroek gelegen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 3.

 

11 januari 1394

GREFRATH / SEVENUM ‑ Claes van der Donch wordt beleend met twee hoeven te Greverade, een hoeve te Heersel en twee molens te Sevenhem.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 4.

 

11 januari 1394

Johan van Wachtendonck wordt beleend met de hof te Langendonck, de hof te Slibbic en de hof in der Doeienburch met zijn laten.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 5.

 

11 januari 1394

TEGELEN ‑ Ott van Holtmoelen wordt beleend met het huis te Holtmoelen met toebehoren.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 5.

 

11 januari 1394

VENLO ‑ Roele ter Moelen wordt beleend met de halve Hellemoelen voor de poort van Venlo gelegen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 5.

 

11 januari 1394

VENLO ‑ Jacob Wyerssoen van Baerle wordt beleend met 51 Konings toernooise en 14 schelling zwart en drie leenmannen [te Venlo].

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 5.

 

11 januari 1394

GRUBBENVORST ‑ Gerit van Baersdonck wordt beleend met de halve heerlijkheid en het gericht van Voorst.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 5.

 

11 januari 1394

GRUBBENVORST ‑ Alart Vleck wordt beleend met het huis te Caldenbroick onder Voorst gelegen.

Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901. Blz. 5.

 

11 januari 1394

Beleningen in het Land van Kriekenbeck en Land van Kessel: Gerit in ghene Rade beleend met de 'hoff inghene Rade mit sijnen tobehoren'.

P.N. van Doorninck: Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Uit het Staatsarchief te Dusseldorp (Haarlem, 1901), blz. 83-84.

 

maandag 19 januari 1394

des neesten manendaghs vur sent Agnetendach der heilige jonckfrouwen

BARMEN / NEER - Lijsabeth van Ghoir, wonend te Barmen, keurt de handelingen van haar zoon, Heynrick van Barmen, met betrekking tot het goed dat hij van de heer van Horne in leen houdt, goed. Medebezegelaars: Zilman van Hassewert, ridder, en Godert van Hassewert, gebroeders.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 345; betreft de tol van Hansem, zie 11-3-1394.

 

16 februari 139