KRONIEK VOOR BELFELD, BEESEL EN SWALMEN - 1200-1299

laatst opgeslagen: zaterdag 3 januari 2009 CTRL+F = zoeken CTRL+C = kopiëren ALT+TAB = wisselen

© Loe Giesen, Reuver 1983-2009

 

periode voor 1300

 

z.d., middeleeuwen

LIMBURG - Nijverheid en handel op de Maas in de Middeleeuwen. 

De nijverheid in de Limburgse streken ten noorden van Luik was in de vroege Middeleeuwen van weinig betekenis in dit overwegend agrarische gebied. Het industriële centrum lag ten zuiden van Luik in plaatsen als Dinant en Huy. Voor de handel was de streek tussen Luik en Nijmegen een doorgangsgebied. De streek zelf had er weinig direct aandeel in. De landwegen waren zo slecht dat handelaars en reizigers moesten uitwijken naar de waterwegen, de Maas en haar zijrivieren. Tot in de vroegmoderne tijd werden thans niet meer bevaren riviertjes als Roer en Niers voor de scheepvaart gebruikt. Hoofdverkeersader was de rivier de Maas voor de zuid-noord en de oude Romeinse weg van de Atlantische kust naar Keulen voor de west-oostverbinding. Waarschijnlijk zijn plaatsen als Meeswijk, Wessem, Blerick samen met Venlo en Blitterswijk oude pleisterplaatsen langs de Maas; zij liggen ongeveer dertig kilometer uit elkaar, gelijk aan een dag varen stroomopwaarts.157 De vondst van een door Tongerse schippers gesticht altaar voor de godin Viradecdis in Vechten (Utrecht)158 kan een uitvloeisel van de Maashandel zijn. Maastricht vormde een centrum met zijn brug over de Maas, een munthuis in de zevende en een tolkantoor in de tiende eeuw. De invloed van Maastricht is nawijsbaar in Dorestad.159 Wat er over de Maas vervoerd werd, is niet bekend. Op het einde van de zesde eeuw bezong de dichter Venantius Fortunatus (c. 535-na 600) de rivieren Moezel, Aisne en Maas. Van de Maas zei hij: Aut Mosa dulce sonans, quo BTUS, Banta, anser, oIorque est, Triplice merceferax (alite, pisce, rate). (De zacht ruisende Maas, waar kraanvogel, gans, eend en zwaan leven, Draagt drie koopwaren: vogel, vis en vlot).160 Uit deze regels heeft men wel willen afleiden, dat de Maas met haar vlotten een van de grote scheepvaartroutes van het Merovingische Gallië was. Het rate (vlot) betekent hier echter veeleer gebundeld hout, een houtvlot,161 wat ook beter past bij vogel en vis, en niet een vervoermiddel, een 'vlot' als drager van hypothetische koopwaren.162 In Venantius' tijd vond er een verschuiving van de handelsroutes plaats. Waar eerst de weg via Rhône en Rijn de hoofdverkeersas was tussen de Middellandse Zee en het Noorden, begon de handel zich nu via de Maas te verplaatsen.163 Toen en later zullen over de Maas producten vervoerd zijn van landbouw en veeteelt en van de messingindustrie in de plaatsen ten zuiden van Luik; bovendien in de zevende eeuw slaven uit Engeland, die naar de slavenmarkt in Verdun gingen.164 Rond 1000 richtte de Maashandel zich op steden als Keulen, Londen en Goslar. De Maassteden vormden een eigen economisch gebied, geheel los van de Nederlanden Er was weinig passieve handel; kooplieden van elders kwamen er zelden. De transporten over de Maas in deze tijd omvatten zink, tin, steen, leisteen en kleiwaren.165 De middeleeuwse betekenis van de rivier de Maas als handelsader is in het verleden overschat. De Maas zou de as zijn geweest voor de eenheid en economische voorsprong van het Maasgebied, waar de steden continuïteit kenden en de Noormannen geen breuk veroorzaakt hadden. De bronnen geven hier geen aanwijzingen voor; zowel de geschreven als de monetaire bronnen zijn te summier, terwijl continuïteit van bewoning in Romeinse nederzettingen langs de Maas tot nu toe slechts is aangetoond voor Maastricht en Huy. Er waren maar twee plaatsen van belang: Verdun en Maastricht. De Maas heeft nooit die rol gespeeld die de Rijn had, want de Maas miste de landweg, die de Rijn over zijn gehele traject begeleidde. Overigens was de rivier tussen Maastricht en de Zuiderzee voor de handel van groter belang, dan het gedeelte van de rivier ten zuiden van de stad. Daar volgde het verkeer veeleer de oude Romeinse wegen.166

l57   Blok, De Franken, 31, steunend op: Linssen, J., Over de vroegste geschiedenis van Wessem, in: PSHAL 98/99 (1962)121-172.

158  Bechert/Willems, Romeinse rijksgrens, 81.

159  Ewig, Die Merovinger, 132.

160  Monumenta Germaniae Historica, Auctores antiquissimi, IV, 1, 155.

161  Renes, Landschappen van Maas en Peel, 145: het vervoer over de Maas van hout per vlot is bekend uit de zestiende tot achttiende eeuw, maar het was waarschijnlijk veel ouder.

162  Villes et campagnes au moyen age, 231 noot 47 (Devroey/Zoller).

163  Ewig, Die Merovinger, 176.

164  NAGN, II, l5I (H.P.H. Jansen). Kaart in: Kleine Atlas, 67.

165  NAGN, II, 152-154, I57( H.P.H. Jansen). 165.-).Viles et campagnes au moyen age, 223-260.

Dr. P.J.H. Ubachs "Handboek voor de geschiedenis van Limburg", blz. 68; met dank aan Dominique Clerx, Maasniel.

Aardig in dit artikel voor onze regio is met name de rol van houtvlotten op de Maas; mogelijk dankte Beesel zijn ontstaan gedeeltelijk aan deze houthandel, die tot in de 18e eeuw bleef bestaan.

 

 

1237

juni 1237, z.d. ?

SWALMEN ‑ Geldolfus van Assele, ridder, ziet ten behoeve van het Mariaklooster te Ophoven af van zijn rechten op de grote en kleine novaaltienden te Graten [Graet onder Swalmen], tegen een rente van 15 malder haver en 10 malder Roermondse maat, te leveren op St.-Andreasdag.

G. van Bree: Res Gestae II, nr. 246.

 

1239

augustus 1239

KEULEN - Koenraad van Hochstaden, elect bisschop van Keulen, staat toe dat de abdij van Brauweiler haar hoeven [mansi] te Swalmen en Burthe verkoopt aan het kapittel van St.-Victor te Xanten, met alle goederen en onderhorigheden, zowel in akkers, beemden, broeken, wateren, bossen, mensen als andere zich waar ook bevindende zaken en met alle rechten of gebruiken.

Ramakers, 100 Eeuwen Swalmen, blz. 105; noemt als bron: P. Weiler, Urkundenbuch des Stiftes Xanten, Bonn 1935, nr. 130 en 131. Vgl. 26-4-1310.

 

1240

9 oktober 1240

MAASBREE ‑ Theodoricus, heer van Althena, staat o.a. 1/3 deel van de tiende te [Maas]Brede en het pastoorschap van de parochiekerk te Brede af.

RAL Maastricht, Klooster St.-Elisabethsdal te Nunhem, inv.nr. 90, regest nr. 3. Zie 4 mei 1408.

 

1244

mei 1244, z.d.

"mense maijo"

SWALMEN ‑ Geldolphus, ridder van Assell, belooft dat hij jaarlijks 10 malder rogge en 15 malder haver uit de tiende van Grathem [Graet onder Swalmen] zal geven aan het klooster van Ophoven of Daelheim, en belooft deze tiende niet te zullen bezwaren zonder toestemming van het klooster.

RAL Maastricht, Dokumentatie D274: Inventaris van o.a. Bleijenbeek, Brempt, Hillenraad, nr. N 57; depot onbekend (gedeelte verdwenen, vgl. ook Schloß Haag).

 

31 augustus 1244

ROERMOND ‑ De voogd van Roermond wordt in een grafelijke oorkonde genoemd als patroon van de parochiekerk aldaar.

Sloet, Oorkondeboek nr. 647; J. Linssen: Een oorkonde over de tiend van Roermond. In: De Limburgse Leeuw, Jaargang 8 (1960), nr. 6.

 

2 september 1244

"in dato 2 kal. septembris 1244"

ROERMOND - Extract uit een authentieke copie van zekere brief aangaande de erfvoogdij in dato 2 kal. septembris 1244.

"In super protestarunt ipsos habere protestatem proprios sanctos tenendi vel nostras sanctos concedendi per suos nuntius seu praecones attulendi et ponendi ad Judicium Advocatie totiens quotien ipsi eis indiguerint, sed solummodo ad opus suorum liconum eorundemqss sorrorum seu conditionum coram liconibus obligatis, millorumqss alienorum aut extraneorum".

RAL Maastricht, Hof van Gelder te Roermond, Gerechtelijke stukken, Port. 375 (1674). Proces door de pachters van de visserij van de erfvoogdij van Roermond tegen de magistraat aldaar. Gecollationeerd afschrift door A. van der Smitzen.

 

1258

3 februari 1258

"apud Vlodorp"

SWALMEN ‑ Henricus, bisschop van Luik, bevestigt de schenking van de kleine en grote novaaltienden in Graten [onder Swalmen?] door Godefridus van Assele, ridder, aan het klooster van de Cisterciënserinnen te Dalheim.

G. van Bree: Res Gestae II, nr. 305.

 

3 februari 1258

"crastino purificationis beatea Mariae virginis"

SWALMEN ‑ Bekrachtiging van de donatie op de tiende van Grathem onder Assel, gedaan door heer Geldolphus van Asselt, aan het klooster Daelheim.

RAL Maastricht, Dokumentatie D274: Inventaris van o.a. Bleijenbeek, Brempt, Hillenraad, nr. N 136; depot onbekend (gedeelte verdwenen, vgl. ook Schloß Haag).

 

1268

september 1268, z.d. ?

ROERMOND ‑ Graaf Otto van Gelre hecht zijn goedkeuring aan de verkoop van het patronaatsrecht van de parochiekerk [van Roermond] door de voogd Dirk [III] aan het Munsterklooster van Roermond. De graaf verklaart tevens dat de tiende met het patronaatsrecht van de kerk te Roermond ("una cum iure patronatus ecclesia de Ruremunde") door de voogd van hem in leen werd gehouden.

Sloet, Oorkondeboek nr. 909; J. Linssen: Een oorkonde over de tiend van Roermond. In: De Limburgse Leeuw, Jaargang 8 (1960), nr. 6.

 

1269

1269, z.d.

WETTEN - Arnold, heer te Ginnich, houdt in leen 200 mark Keulse penningen uit de goederen te Enne en de hoff te Rade bij Nidegen, te leen gemaakt.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 20.

 

1271

24 augustus 1271

Vermelding van Nicolaus de Niderhoven, kastelein te Grevenbroich, drost ("dapifer") van de graaf van Kessel.

G. van Bree: Res Gestae II, nr. 355.

Relatie Nederhoeven = Onderste Hof ?

 

1272

juli 1272, z.d.

VAL-DIEU ‑ Henricus, graaf van Kessel, geeft zijn officieren en onderdanen te kennen dat de religieuzen van de abdij van Val-Dieu zijn vrijgesteld van bepaalde schattingen.

J. Ruwet: Cartulaire de l'Abbaye Cistercienne du Val-Dieu. Brussel, 1955 (exemplaar RAL Maastricht).

 

5 september 1272

VENLO ‑ Sigerus miles de Swalmen en Goswinus heer van Born beslechten in opdracht van de inmiddels overleden graaf Otto II van Gelre een geschil inzake het vergevingsrecht van de parochiekerk te Venlo.

Zegel:"SIGILL: SIGERI: DE BROE-----S".

J. Linssen: Een aantekening over de heren van Swalmen. In: Maasgouw 19.., blz. 60 e.v. Bron: Averbode, oorkonde nr. 286; charter; en: Corpus Sigillorum Neerlandicorum, nr. 1251.

 

1273

2 mei 1273

Graaf Hendrik van Kessel [de laatste graaf van Kessel] verpandt zijn burcht Grevenbroich met toebehoren aan de aartsbisschop van Keulen.

Karl L. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet, Mönchengladbach 1985, blz. 43.

 

1274

2 april 1274

Gerlach van Millendonk draagt zijn boerderijen te Jüchen, Gierath, Priesterath, Gürath, Huzenrode, Kelzenberg, Belmen, Hackhausen, Schaan, Dürselen, Mürmelen en Waat [?] met al zijn tot de Prumer leengoederen behorende horigen, wascijnzen, ministrialen en leenlieden over aan aartsbisschop Engelbert II van Köln in ruil voor 200 mark Keuls en een rente van 182 mark 10 solidi uit het 1/3 deel van de tol te Neuss.

Karl L. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet, Mönchengladbach 1985, blz. 120 (het riddelmatig leengoed Hotzerather‑ of Schlaunshof in Holz); Die Regeste der Erzbischöfe von Köln, III 2543.

 

26 mei 1274

DALHEM ‑ Johan van Frankenbergh en Burtscheid, ridder, verklaart dat hij zijn goederen en allodia te Housse en zijn bezittingen in het graafschap Dalhem voor 350 Luikse mark heeft verkocht aan de abdij Val-Dieu.

Getuigen o.a. de broers Amelius en Richaldus de Kenswilre.

J. Ruwet: Cartulaire de l'Abbaye Cistercienne du Val-Dieu. Brussel, 1955 (exemplaar R.A.L.M.).

 

1275

17 augustus 1275

"secto decimo calendas septembris"

ASSELT ‑ Richter ("index") en schepenen van Roermond en de hele gemeenschap van Asselt, Swalmen en Beesel enerzijds en richter en schepenen van Wessem, Beegden, Haelen, Horn, Buggenum en Neer anderzijds leggen op verzoek van Reynoldus, graaf van Gelre en de edelheer Wilhelmus van Horn een verklaring af over de rechten van Rutgerus van Assel, ridder, op de "bewijsinghe, beleydingen, pelinge en reyninge, geheten de Lijnpade van der Masen", die Rutgerus van de edelheer van Horn in leen houdt.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 789; regest nr. 13. Afschrift, 18e eeuw.

 

17 augustus 1275

"sexto decimo cal. septembris"

Overeenkomst tussen richter en schepenen van Roermond, de gemeente van Swalmen en Asselt, en de gemeente van Besel enerzijds en richter en schepenen van Wessem, Beeghden, Halen, Horne, Buggenum en Neer anderzijds over het heffen van tol te Asselt alsmede de visserij op de Maas en de aanwassen aldaar, alsmede de Lingen en het lijnpad.

RAL Maastricht, Dokumentatie D274: Inventaris van o.a. Bleijenbeek, Brempt, Hillenraad, nrs. N 12A en 121; depot onbekend (gedeelte verdwenen, vgl. ook Schloß Haag). Afschrift in latijn door notaris G. Daemen.

 

17 augustus 1275

ASSELT ‑ Stukken inzake enige lijnpaden en een tol te Asselt.

GA Dordrecht, Archief Gemeene Maashandelaars, archief nr. 115, stuk nr. 543.

Latijn met vertaling (kopie van 25 oktober 1650) en brief d.d. 23 april 1677 van J.H. Wanssum te Roermond aan H.L. de Bruyn.

 

17 augustus 1275

ASSELT ‑ Gegevens inzake de vaststelling van de grensscheiding tussen Roermond, Asselt, Swalmen en Beesel enerzijds, en Wessem, Beegden, Haelen, Horn, Buggenum en Neer anderzijds, met toestemming van graaf Reinoud [I] van Gelder.

Schloß Haag: inv.nr. 4159. Origineel op perkament met 5 zegels.

Volgens inventaris 16 september; dit is onjuist.

 

1275, z.d. (17 augustus?)

ASSELT ‑ Diverse stukken betreffende de grensscheiding [van o.a. Swalmen en Asselt].

Schloß Haag: inv.nr. 247

 

1275 (17 augustus; er staat foutief september)

ASSELT - Inzake Lijnpad en visserij te Asselt, genaamd De Tolle.

RAL Maastricht, 01.063: Graven, Staten, adelijke leenzaal en gerecht van Horn. Inv.nr. 10. Afschrift XVII en 2 transfix-afschriften; met dank aan M. Dings.

 

16 september 1275

Zie 17 augustus 1275.

 

1276

16 juni 1276

ELMPT ‑ Theodoricus de Brempth, ridder, oorkondt dat hij aan Reynaldus, graaf van Gelria, zijn deel en het deel van zijn kinderen in het woud van Elmpt verkocht heeft. Ghyselbertus, broer van de oorkonder, en de broers Amilius en Rycandus van Kenswilre, ridders, staan voor de koop garant. Bij niet-nakoming zullen de gezworenen van de stad Wassenberg daarover beslissen.

G. van Bree: Regesten van akten betreffende Roermond en omgeving 858-1574, nr. 215; = Van Doorninck: Akten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415 (Haarlem 1908), blz. 402-403.

 

29 augustus 1276

HERVE ‑ Walram IV, hertog van Limbourg, zijn dochter Ermengarde en Renaud, graaf van Gelder, zijn schoonzoon, verklaren dat zij het Hervibois, allodium gelegen nabij Herve, hebben verkocht aan de abdij Val-Dieu.

Getuigen o.a. Richaldus en Amelius de Kesserwilh [Kenswilre], broers.

J. Ruwet: Cartulaire de l'Abbaye Cistercienne du Val-Dieu. Brussel, 1955 (exemplaar RAL Maastricht).

 

1277

7 april 1277

KESSEL / GREVENBROICH - Hendrik V van Kessel treedt toe tot het verbond tegen Siegfried van Westerburg, aartsbisschop van Keulen [die als winnaar uit de strijd komt. De bisschop sluit hierna afzonderlijke verdragen af met zijn tegenstanders].

Karl L. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet, Mönchengladbach 1985, blz. 44.

 

1279

4 februari 1279

KESSEL / GREVENBROICH - Hendrik van Kessel onderwerpt zich aan de aartsbisschop van Keulen. Als boetedoening en als schadevergoeding verklaart hij zijn burcht Grevenbroich opnieuw leenroerig aan Keulen.

Karl L. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet, Mönchengladbach 1985, blz. 44.

 

27 september 1279

KESSEL / GREVENBROICH - Hendrik V van Kessel verkoopt de burcht en het graafschap Kessel alsmede zijn leengoederen voor zover deze tussen de Maas en Gladbach zijn gelegen, aan graaf Reinald van Geldern.

Karl L. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet, Mönchengladbach 1985, blz. 44.

 

27 oktober 1279

KESSEL ‑ Reinald, graaf van Gelre, benoemt Godefridus Berch tot kastelein van zijn kasteel te Kessel.

M. Flokstra: De Middeleeuwse burchtheren van Kessel 1279-1542. In: Castellogica 1989-1, blz. 65-80; RAL Maastricht, Magazijnlijst van de archivalia van de heren van Kessel uit de families Van Merwijck en De Keverbergh, inv.nr. 256.

 

27 oktober 1279

KESSEL ‑ Godefridus Berch, 'Castellanus in castro de Kessel', bevestigt dat hij en zijn twee [niet met name genoemde] zonen door Reinald, graaf van Gelre, is benoemd tot kastelein van het kasteel te Kessel. Godefridus ontvangt voor zijn diensten een jaarlijkse vergoeding van 30 Keulse marken, te weten 20 mark uit de tol te Kessel en 10 mark uit de beden. Deze 30 mark zijn aflosbaar met een som van 300 marken.

M. Flokstra: De Middeleeuwse burchtheren van Kessel 1279-1542. In: Castellogica 1989-1, blz. 65-80; RA Gelderland, Hertogelijk Archief, inv.nr. 25 Waardenburgse kroniek, folio 35 verso.

 

29 november 1279

ST.-ODILIËNBERG ‑ Katherina, weduwe van Gerardus van Utwike, militis, haar zonen Godefridus, Winmaris, Gerardus en Theodoricus en haar dochter Megtildis schenken aan het altaar van de H. Maria Magdalena te St.-Odiliënberg een jaarlijkse rente in natura uit hun goederen aldaar gelegen.

De akte bevat tevens twee schenkingen van andere personen en wordt mede bezegeld door Godefridus, deken van Aken, Gerardus van Karken en Dirk [IV], voogd van Roermond.

M. Willemsen: Oorkonden en bescheiden aangaande de kerk en het kapittel van St.-Odiliënberg. In: Publications etc XXIII (1886), blz. 176; J. Linssen: Mette van Utwike, Vrouwe van Beeck. In: de Maasgouw 1954 blz. 1-10.

Zie 22 juli 1365.

 

1282

18 juni 1282

Ermgard, dochter van Walram IV [hertog van Limburg] en gehuwd met Reinald I [graaf van Gelre], wordt door de koning van Duitsland beleend met het hertogdom Limburg.

M. Flokstra: De Middeleeuwse burchtheren van Kessel 1279-1542. In: Castellogica 1989-1, blz. 65-80; Sloet: Oorkondenboek der graafschappen Gelre en Zutphen, Den Haag 1872-1876, oorkonde nrs. 1053-1056; RA Gelderland, Hertogelijk archief, Charters uit München teruggekeerd, nrs. 24-28.

Na haar dood in juni 1283 verkreeg Reinald haar bezittingen in vruchtgebruik, maar hierover ontstond tussen de naburige landheren grote onenigheid.

 

1285

1285, z.d.

Overleden: graaf Heinrich V van Kessel. Zijn weduwe, gravin Lysa, hertrouwt in 1286 Dirk Loef van Kleve.

Karl L. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet, Mönchengladbach 1985, blz. 44.

 

1286

12 maart 1286

GREVENBROICH ‑ Dirk Luf wordt door de aartsbisschop van Keulen beleend met de burcht Grevenbroich, die zijn vrouw Lisa van Kessel als vruchtgebruikster voor het leven bezit.

Knipping: Die Regesten der Erbzbischöfe von Köln II, nr. 3088. Vergelijk 18-3-1286.

 

18 maart 1286

GREVENBROICH ‑ Dirk Luf wordt door de aartsbisschop van Keulen beleend met de burcht Grevenbroich, die zijn vrouw Lisa van Kessel als vruchtgebruikster voor het leven bezit.

Karl L. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet, Mönchengladbach 1985, blz. 44; van dezelfde schrijver: Die Grafen von Kessel und die Entstehung des Amtes Brüggen, in: Heimatbuch 1979 des Kreises Viersen, blz. 87-109.

Vergelijk 12-3-1286.

 

mei 1286, z.d.

Reinald, graaf van Gelre [en weduwnaar van Ermgard hertogin van Limburg], hertrouwt met Margaretha, dochter van de graaf van Vlaanderen.

Godefridus, kastelein te Kessel, treedt op als borg bij de opstelling van de huwelijkse voorwaarden. Hij zegelt met een schild beladen met twee gekruiste pelgrimsstaven waartussen vier harten of plompebladeren.

M. Flokstra: De Middeleeuwse burchtheren van Kessel 1279-1542. In: Castellogica 1989-1, blz. 65-80; Rijssel, Archives départementales du Nord, B405 nr. 2732; ARA Brussel, Charters Namen, nr. 191; Sloet Oorkondenboek nr. 1101; J. Kleintjes: Limburgs jaarboek 27 (1921), blz. 12-27.

 

4 juli 1286

NAMEN ‑ Rogier van Assele; Voskin van Zwalmen; Johan van Kessel en Mathias van Kessel, knapen; e.a., verklaren dat Reinald, graaf van Gelre, volgens Gelders recht grafelijke inkomsten van Venlo, Kriekenbeek, Bremt, Kessel en Rode [Venray] verbonden heeft voor de huwelijksgift voor zijn echtgenote Margaretha van Vlaanderen.

M. Flokstra: De Middeleeuwse burchtheren van Kessel 1279-1542. In: Castellogica 1989-1, blz. 65-80; G. van Bree: Res Gestae II, regest nr. 404; RA Gent, Charters van de graven van Vlaanderen, Fonds De Saint‑Genois, nr. 412, Vidimus 16 augustus 1297 van de deken van St.‑Albaan te Namen; Sloet Oorkondenboek nr. 1109.

 

31 oktober 1286

Jan, heer van Cuyck, verklaart dat noch hij noch de hertog van Brabant vijandelijkheden zullen plegen in het land van Kessel met wat daartoe behoort, noch in de 'eigenheit van Rode' [Venray], welk gebied eigendom is van de graaf van Gelre.

M. Flokstra: De Middeleeuwse burchtheren van Kessel 1279-1542. In: Castellogica 1989-1, blz. 65-80; RA Gelderland, Hertogelijk Archief, charter verzameling nr. 54; Nijhoff: Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland, Arnhem 1830, Deel 1 oorkonde nr. 3.

 

1288

17 januari 1288

Rutger, heer van Tymsse(!) en drost van graaf Reinald I van Gelder, verklaart dat voor hem en de laatbank van Leuth ver­schenen zijn Rembold (of Reinoud), heer van Tegelen en diens echtgenote Gertrudis. Deze verklaren te verkopen voor 46 mark en 6 schel­lingen Keulse munt aan de abdis en het klooster van Gravendal, de voogdij van de kerk te Leuth met de mannen en verder toebe­hoor.

Getuigen: Hendrik deken van landdekenaat Leuth, edelheer Dirk van Burne, Hendrik van Kriekenbeek en Gerardus de Offenbeke, ridders; Willem, zoon van ridder Willem van Tegelen, en Si­bert, zoon van ridder Hendrik van Kriekenbeek voornoemd.

R. Scholten: Das Cistercienserinnen-Kloster Grafenthal oder Vallis comitus zu Asperden im Kreise Kleve (Veröffentlichungen des Historischen Vereins für Geldern und Umgegend, 85) (Geldern, 1984; nadruk van Kleve, 1899), p. 66 (kopie) Urk. 51; met dan aan M. Dings.

Zie ook G. van Bree: Res Gestae II, nr. 412.

 

5 juni 1288

Na de Slag bij Woeringen treft Walram van Kessel met de overwinnaars uit die strijd, graaf Walram van Gulik en hertog Jan III van Brabant een overeenkomst. Walram van Kessel, die de bezittingen van zijn broer Hendrik heeft overgenomen, die met een zodanige schuld zijn belast dat hij ze onmogelijk kan behouden, krijgt van de graaf van Gulik voor zijn leven lang het slot Hengebach en de inkomsten die daaruit voortvloeien. In ruil daarvoor zullen na zijn dood al zijn bezittingen aan Gulik vallen.

P. Geuskens: Gelderse ministrialen in dienst van Gulik in de eerste helft van de veertiende eeuw. In: Maasgouw 97 (1978), blz. 164-172; Mirbach: Beiträge zur Geschichte der Grafen von Jülich. Z.A.G.V. 12, 1890, blz. 213 en 214. Zie 24-12-1289.

 

12 juni 1288

Reinald van Gelre verliest de Slag bij Wörringen.

M. Flokstra: De Middeleeuwse burchtheren van Kessel 1279-1542. In: Castellogica 1989-1, blz. 65-80.

 

1289

15 oktober 1289

Reinald van Gelre, bij de Slag bij Wörringen gevangen genomen door de hertog van Brabant, doet afstand van zijn rechten op het hertogdom Limburg.

M. Flokstra: De Middeleeuwse burchtheren van Kessel 1279-1542. In: Castellogica 1989-1, blz. 65-80.

 

24 december 1289

BRÜGGEN ‑ Walram van Kessel draagt de burcht en zijn allodiale goederen te Brüggen met het akkerland en de molen in leen op aan hertog Jan III van Brabant.

P. Geuskens: Gelderse ministrialen in dienst van Gulik in de eerste helft van de veertiende eeuw. In: Maasgouw 97 (1978), blz. 164-172; F.C. Butkens: Trophées tant sacrées que profances du Duché de Brabant, I. 1724, 325. Zie 5-6-1288.

 

1290

1290, z.d. ?

Reinald, graaf van Gelre, ziet zich wegens zijn schuldenlast ten gevolge van de [verloren] Slag bij Wörringen genoodzaakt de graafschappen Gelre, Zutphen en Kessel voor de duur van vijf jaar te verpanden aan zijn schoonvader Gwijde, graaf van Vlaanderen.

M. Flokstra: De Middeleeuwse burchtheren van Kessel 1279-1542. In: Castellogica 1989-1, blz. 65-80; G.H.A. Venner, Die Grafschaft Geldern vor und nach Wörringen, in: Der Name der Freiheit 1288-1988, Köln 1988, blz. 251-265.

 

1294

1294-1295

... item apud Sualmen 50 (pullos)

item apud Besel 44 (pullos) ...

... item apud Besel 8 maldra avene cum sextario

item apud Sualmen 11 maldra ...

... item apud Besel, Bremith et Erkelent de forefactis 25 m 3 ob ...

Tevens vermelding van Gerardus van Offenbeck, onder-rentmeester van Venlo.

Dr. L.S. Meihuizen: De Rekeningen betreffende het Graafschap Gelre 1294-1295. Uitgave 'Gelre'.

 

1296

1296, z.d.

KESSEL / BRÜGGEN - Walram van Kessel, domproost te Münster, erfgenaam van het graafschap Kessel, ziet af van zijn geestelijk ambt, neemt de heerlijkheden Brüggen en Grevenbroich over en huwt in datzelfde jaar Katharina van Kleve, dochter uit het eerste huwelijk van [zijn zwager] Dirk Luf van Kleve.

Karl L. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet, Mönchengladbach 1985, blz. 44. Zie 20-10-1304.

 

1298

17 april 1298

BUREN ‑ Otto, ridder van Buren, en zijn zoon Alardus verbeuren hun kasteel te Buren aan Reynald, graaf van Gelria, waarna zij het als leen terugontvangen.

ARA Den Haag, codenr. inv. 1.08.02: Nassause Domeinraad inv. Drossaers II, inv.nr. 363; regest nr. 19.

 

1299

1299, z.d.

WETTEN - 'Hermanno [van Yssem?] Henrici Caroli et Hermanno, eiusdem Hermanni filio', houdt in leen het Huys te Honselair.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 18. Zie 1424, z.d.

 

 

 

 

EINDE

 

HOME

 

Deze website werd counter keer bezocht.