KRONIEK VOOR
BELFELD, BEESEL EN SWALMEN - 1520-1529
laatst
opgeslagen: zaterdag 3 januari 2009 CTRL+F = zoeken CTRL+C = kopiëren ALT+TAB = wisselen
1520
zondag 15 april 1520
"opt octave van Pascha"
DÜLKEN - Ten overstaan van de leenmannen Claes to Ravens en Arnt to Ryt wordt Jan Wever beleend met circa vier morgen land.
GA Venlo, Archief Huis Holtmeulen, Leenregister Huis Holtmeulen, fol. 12.
zondag 15 april 1520
"opt octave van Pascha"
DÜLKEN - Ten overstaan van de leenmannen Claes to Raevens en Arnt to Ryt wordt Arnt to Kircken van der Dulckener Netten beleend met circa 6 morgen land.
GA Venlo, Archief Huis Holtmeulen, Leenregister Huis Holtmeulen, fol. 12.
20 juli 1520
OFFENBEEK ‑ Herman van Ossenbroeck, als erfgenaam van Derick van Buren en als momber van de kinderen van Otto van Buren, wordt beleend met de molen van Offenbeeck, de laten en erven van de hof te Leuwen en met de visserij onder Beesel die tot deze hof behoort.
RAL Maastricht, Hof van Gelder te Roermond, inv.nr. 204, fol. 199vs.
Zie 16-1-1511 en 1 -4-1539.
z.d. (vgl. 20-7-1520)
Johan van Ossenbroick X NN
waaruit:
Gerrit van Ossenbroick (genoemd 1444) X Yda van Bueren (1467)
waaruit:
Johan van Ossenbroick (1477-1529) X NN
waaruit:
Henrich van Ossenbroick (1529-1532) en Neeflingh van Ossenbroick (1532)
Das Hauptstaatarchiv Düsseldorf und seine Bestände. Band XIII: die Lehnregister des Hertzogentums Kleve, blz. 463-466. (Siegburg, 1974).
1520, z.d.
BEESEL ‑ De deken van het dekenaat Wassenberg bezoekt o.a. de kerk van Beesel. Rector Goswin de Heinsbeck is afwezig. Hij wordt vervangen door Gottschalck Kempkens.
G. van Bree: Res Gestae II, nr. 3245.
1520, z.d.
HORST-GROENINGEN ‑ Dirck van Wilderade, als erfgenaam van zijn oom Evert van Redinchaven, wordt beleend met de hof te Groenouwen, gelegen in het kerspel van Horst, met het daartoe behorende recht van collatie van de kerk van Oerle.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 133.
1520, z.d.
ROERMOND ‑ Akte waarbij Jacoba van Erp, abdis, Johanna van Oest, priorin, Ermgart van Groisbeeck, subpriorin en de gezamenlijke jonkvrouwen in het O.L.V. klooster te Ruremunde verklaren dat zij aan hun biechtvader Wilhelm van Kalckaer hebben opgedragen hun te vertegenwoordigen bij de heer van Buren, wie zij verzoeken als overman hun geschillen met die van Buell, Maerheze en Suerendonck wegens turf, hout enz. te Hoechten te willen beslechten; en volmachtigen daartoe hun broeder Johan van Erg (Erp?), Johan Maereel, Johan Drijvener en wie zich bij hen wil voegen.
M. Smeets en W. Keijser-Schuurman: inventaris van het archief van de Munsterabdij te Roermond; lijst van stukken afkomstig uit het Munsterabdij-archief, bewaard in 's-Hertogenbosch; charter.
1521
16 januari 1521
VENLO - Gehuwd: Johan van Greefraedt [leenman van hoeve de Schei te Reuver, overl. voor 1527] en Elisabeth van Wailwick [dr. van Simon Otten alias van Wailwick en Aleidis Hoeufft of Houtz.
GA Venlo, Schepenbank Venlo, inv.nr. B 2694.
Uit dit huwelijk:
1. Tilman van Greefraedt, overl. zonder erfgenamen.
2. Erme van Greefraedt, overl. 27 januari 1544 (B2694, stuk getekend O, fol. 37: "Item anno 1544 is gestorven min suster Erme den 27 dach januarij").
3. Johan van Greefraedt, overl. tussen 1578 en 19-4-1585. Tr. 1) Venlo 13-12-1540 met Johanna van Roosteren, overl. ald. juni 1556; 2) vóór 1-10-1560 met Judith de Haen.
Elisabeth hertrouwde vóór 1527 met Lenart van Beeck alias Visscher.
12 april 1521
ROERMOND ‑ Bela van Dript, 16e abdis van de Munsterabdij te Roermond, laat bij haar overlijden aan de abdij een legaat na van 1 malder tarwe gevestigd op goederen te Swalmen.
Publ. etc., 13 (1876): Het necrologium der adellijke abdij van O.L.V. Munster te Roermond, blz. 206.
Betreft Wielerhof.
21 april 1521
GELRE ‑ Dirck Noyen, als hulder, wordt beleend met de hof genaamd ingen Geest met de laten en alle toebehoren, aan de Geestdorn in de Voogdij onder de jurisdictie van Nykercken voor de Yssemse poort buiten de stad Gelre gelegen.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 2.
zaterdag 4 mei 1521
des satersdaeghs nae sent Philip ind sent Jacopsdach der heiliger apostelen
ROERMOND - Steven Dencken 'der scroider' verkoopt met toestemming van zijn vrouw Jenne aan Johan van Lomme en diens vrouw Margryet van Vernych een erfrente van 10 Hornse postulaatsguldens, gaande uit een bunder land 'in den Werde' tussen land van wijlen Jannes Dencken, zoals verkoper die bij deling uit de nalatenschap van zijn ouders heeft verworven; idem gaande uit zijn huizen, waarvan het ene waar hij in woont, gelegen is tegenover de deur van de H. Geestkerk en tussen dat van wijlen Peter Beckers en het hoekhuis van de Lombaardstraat, en het andere in de Lombaardstraat tussen de huizen van Johan van Bracht en Daem van der Mylen. De rente is losbaar met 200 gelijke munt. Oorkonders: Dederick van Kruchten, richter, Derick van Zuchtelen en Johan Dryevener, schepenen te Roermond.
GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1661; grosse op perkament, zegels van de oorkonders in groene was (regest 1046). Getransfigeerd met akte van 19-10-1525 (regest 1070).
Volgens regest 1071 was Margriet van Vernich weduwe in eerste huwelijk van Gheerman Hiessmans; vgl. ook akte dd. 14-11-1517.
dinsdag 2 juli 1521
"op dynxdaech nae sunte Peter unde Pouwelsdach apostolorum"
MIDDELAAR ‑ Henrick Schenck, richter, en Aelbert Henrickss en Johan Wyllemss, gerechtslieden te Middelaar, verklaren dat Peter Lezier met toestemming van Nael, zijn echtgenote, een erf en kamp bij de Plassmoelen, waar Johan Lezier en Hesken vroeger woonden, alsmede een vijver grenzend aan de Molendijk, heeft overgedragen aan Arnt Schenck van Nydeggen, heer te Hillenraedt.
GA Roermond, Hoofdgerecht inv.nr. 485, procesnr. 3158; regest 54.
zondag 4 augustus 1521
"opten vierden tagh in Augusto"
TEGELEN - Ten overstaan van de leenmannen Henrick van Barrevelt en Goetzen Mullner van Venloe wordt Gerart Roffert beleend met de tiende in het kerspel van Tegelen gelegen, zoals Pauwels Jacob Reynartzsoen van Tiegelen deze eerder heeft gekocht van de kinderen van Evert van Holtmullen.
GA Venlo, Archief Huis Holtmeulen, Leenregister Huis Holtmeulen, fol. 1.
maandag 25 november 1521
"op S Katrynen tagh"
TEGELEN - Ten overstaan van de leenmannen Henrick van Barrevelt en Dries van der Ryt wordt Gerart Roffert beleend met de tiende zoals deze eerder door de kinderen van Evert van Holtmoelen was verkocht en door genoemde Gerart Roffert was beschud.
GA Venlo, Archief Huis Holtmeulen, Leenregister Huis Holtmeulen, fol. 1.
5 december 1521
"des anderen daghs post Barbara virginis"
ASSELT ‑ Ten overstaan van Willem Pijll van Swalmen, stadhouder van de Hornse lenen, en de Hornse leenmannen Goert van Oedenhoven, Lambrecht Pollart, Jacob Vogels en Heillewich van Kessel, verheft Ludolff van Winckelhuijsen, als gevolmachtigde en in aanwezigheid van jonkvrouwe Elisabeth, weduwe van wijlen Jan van Vlodorp, die na het overlijden van haar man het vruchtgebruik en de gerechtigheid daarvan behoudt, de hof te Asselt.
Schloß Haag: inv. nr. 239.
1521, z.d.
KRIEKENBECK ‑ Frammich van Holthusen, zoon van Reiner van Holthusen, krijgt uitstel voor het afleggen van de leeneed van het slot Kriekenbeeck.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 57.
1521, z.d.
KRIEKENBECK ‑ Helmich van Holthusen, als erfgenaam van zijn vader Reiner van Holthusen, wordt beleend met het huis te Aldenkrikenbeeck met manschappen, laatschappen, lijfgewin, tijnzen, hoenders, molen, bos, broek, bemden en houtgewas.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 58.
1522
14 februari 1522
"op synt Valentijnsdach"
ECHT - Alith van den Cruytzberghe uit Besell draagt goederen te Echt over.
J. Belonje: Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de Kerken der Provincie Limburg. In: Publications etc. 1960-1961, blz. 28.
maandag 23 juni 1522
"op sanc Johans baptist abent"
TEGELEN - Ten overstaan van de leenmannen Lambert Mercator en Derick van Tegelen wordt Willem Vinck beleend met de tiende en tijns binnen het kerspel van Tegelen gelegen, zoals Rutger Boeff deze samen met zijn zusters heeft verkocht aan Willem voornoemd.
GA Venlo, Archief Huis Holtmeulen, Leenregister Huis Holtmeulen, fol. 1vs.
4 augustus 1522
ST.-ODILIËNBERG ‑ Christoffer van Dursdael wordt ten behoeve van zijn zus, weduwe van Peter van Bairle, beleend met goed en hof te Averen onder de jurisdictie van Olenberge gelegen.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 71.
Zie 1489 z.d. en 8-7-1544.
10 augustus 1522
VENLO ‑ Aleijt Otten, weduwe, en haar dochter Lijsbeth dragen een erfcijns van 3 Hornse gulden over aan de broederschap van O.L. Vrouw in de Moederkerk te Venlo.
GA Venlo, Inventaris van de archieven van de provisoren van de Tafel van de H.Geest; van het Bureau de Bienfaissance; en van het R.K.Armenbestuur te Venlo, inv.nr. 185.
Elisabeth Otten was gehuwd met Johan van Greefraedt, leenman van hoeve de Schei te Reuver.
10 augustus 1522
Gehuwd: Wilhelm van Zours en Anna van Gritteren. Bij zijn dood in 1530 liet hij de drie minderjarige kinderen Hendrik, Sophia en Johan na en de beide bastaarden Wilhelm en Peter. De weduwe hertrouwde met de edelman Gottfried van Steinen uit Wanlo, die het beheer van de Zours'sche goederen overnam. Uit dit tweede huwelijk werden nog drie kinderen geboren: Gotfried, Wilhelm en Johan van Steinen.
Hendrik van Zours, zoon uit het eerste huwelijk van Anna van Gritteren, werd heer tot Keyenberg en huwde ca. 1550/1555 Elisabeth van Horion tot Baexem. De vader, die in 1591 overleed, werd overleefd door zijn vier kinderen Wilhelm, Reinard, Margareta en Anna, die op huis Keyenberg. Ze stierven allen kinderloos, te weten Reinhard vóór 1630 in Lövenich, Margareta op 21 september 1633, Wilhelm, ambtman te Kaster, op 18 mei 1636 en als laatste Anna van Zours op 25 april 1655 in Keyenberg.
K. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet. Mönchengladbach, 1985, blz. 151.
Zie 21-4-1655.
28 augustus 1522
HINSBECK ‑ Frammich van Holthusen, als erfgenaam van zijn vader Reiner, wordt beleend met de hof In genen Winckel onder Hensbeke gelegen.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen, Overkwartier, blz. 55.
19 november
1522
feria
tertia post Martini episcopi
ROERMOND - Schepenen van Roermond veroordelen Thrijn van der Moelen wegens tovenarij tot de dood door verbranding.
GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1890, fol. 18-18vs.
1523
31 januari 1523
KESSEL ‑ Johan van Lomme de oude, als erfgenaam van zijn broer Arnt, wordt beleend met de hof ten Holte onder Kessel gelegen.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 145.
Zie 1493 z.d. en 10-6-1544.
18 november 1523
HINSBECK ‑ Alert van Goor vernieuwt de leeneed van de Kesselerhoff in Hinsbeck gelegen.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 56.
Zie 1504 z.d. en 20-10-1538.
1524
31 januari 1524
ROERMOND ‑ Sibert de Bongart, verwant aan Wilhelma en Joanna de Oost, priorinnen in de Munsterabdij te Roermond, overlijdt.
Publ. etc., 13 (1876): Het necrologium der adellijke abdij van O.L.V. Munster te Roermond, blz. 184.
Zie 1460.
6 april 1524
Z.P. - Akte van deling van een nalatenschap tussen Zeedtz van Brede; Peter van Brede, kanunnik te Kranenborch; en jonkvrouw Gaelandt van Brede, broers en zus.
Bezegeld door Arnt en Reyner van Bocholtz, scholtis Sybert van Gael, Jan Hagen, en Zeets en Peter van Brede.
RAL Maastricht, Familiearchief Scheres-d'Olne, inv.nr. 645; charter.
maandag 22 augustus 1524
op maenendach der octaven onser liever vrouwen assumptionis
ROERMOND - Johan van Lomme de Oude schenkt aan Hubert van den Velde, priester, en Johan van Swalmen, smid, meesters van de broederschap van O.L. Vrouw in de parochiekerk, genaamd de broederschap 'op der Poorten', een erfrente vermeld in akte van 20-8-1516, om hiermee op alle quatertemperdagen een blijvende bedeling met brood en geld voor de armen te houden, naar vermogen van de fundatie die hij heeft gesticht. Oorkonders: Derick van Cruchten, richter, Rabeth van Dursdaell en Dirck van Zuchtelen, schepenen te Roermond.
GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1426, fol. 52-52vs. (regest 1059).
12 november 1524
ROERMOND - Kaerll, hertog van Gelre etc., deelt schout, burgemeesters, schepenen en raad van de stad Roermond mede dat het woud en bos van het Elmpterwald tot de grond is bedorven en vernield door de burgers van de stad en anderen en derhalve door hem is gesloten met het bevel hiervan mededeling te doen aan de burgers en aan de maatregel de hand te doen houden.
GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 805; eenv. eigentijds afschr. (regest 1060).
12 november 1524
ROERMOND - Kairll, hertog van Gelre etc., deelt Geryt van Vlodrop, heer te Elmpt en erfvoogd van Roermond, mede dat zijn woud te Elmpt zal worden gesloten wegens de grote vernielingen die zijn aangericht en beveelt hem hieraan de hand te laten houden.
GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 805; afschr. ca. 1608 (regest 1061).
1524, z.d.
TEGELEN - Johan van Kendebray [elders: Johan van Bry, lees: Kuadebrey of Maasbree] is eigenaar van de hof Hanrade [Haandert] te Tegelen en de kleine hof aldaar.
Driessen, Tegelen blz. 106.
Zie ook 20-7-1508.
1524, z.d.
LEUTH - Alijt Spee, echtgenote van Johan van Broickhuysen van Oen, wordt na overdracht door haar "moijen" Margriet (van Nijvenhem) en Margriet's echtgenoot (Herman van Baerle), beleend met de hof ten Busch, groot omtrent 80 morgen land, en met het goed gelegen bij de Aldenkrieckenbeeck met alle rechten en toebehoren in het kerspel van Leut gelegen.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 59.
Zie 1504, z.d. en 21-9-1538.
1525
4 maart (15)25
ROERMOND ‑ Wilhelma de Oost, priorin van de Munsterabdij te Roermond, overlijdt.
Publ. etc., 13 (1876), Necrologium Munsterabdij Roermond, blz. 195.
31 maart 1525
KESSEL ‑ Reiner van Herttevelt wordt na overdracht door zijn grootouders Otto en Elisabeth van Holtmeulen beleend met de hof van den Puteyck onder Kessel gelegen met de molenplaats op de Tasbeeck.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 145.
Zie 8-10-1473 en 30-12-1528.
vrijdag 21 april 1525
"des 21 dags des maens Aprilis"
TEGELEN - Ten overstaan van de leenmannen Dries Moijt en Dirick van Tegelen wordt Wilm Vynck, mede voor zijn echtgenote Liefferde en hun beider erven, beleend met een koeweide "inder Est" gelegen, zoals deze koeweide door Dirick van Tegelen voornoemd aan Wilm en Liefferde naar leenrecht was opgedragen.
GA Venlo, Archief Huis Holtmeulen, Leenregister Huis Holtmeulen, fol. 1vs.
26 mei 1525
"up
altera Urbani pape"
ROERMOND ‑ Dederich van Cruchten, richter, Johan van Lom en Johan Dryvener, schepenen te Roermond, verklaren dat Leonart Ancker met toestemming van zijn vrouw Barbare Coenetz een erfrente van 20 stuiver Brabants ten laste van hun huis bij de Koolpoort ("Kailporte") gelegen tussen de huizen van wijlen Claes Moesberch en de kinderen van Johan Nelis, heeft verkocht aan Jacop Rademecher en Leonart van Elsen als meesters van de broederschap van St.-Jacob "oever die brugge". De rente kan worden afgelost met 20 Brabantse guldens en is bestemd voor de wijn tijdens de mis in de kapel van de broederschap.
GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1393; regest nr. 1066.
Vergelijk Moesbergsgoed te Beesel.
8 augustus 1525
ECHT - Rochus van Wessem, als erfgenaam van Willem Pijl, wordt beleend (met het leengoed genaamd Boxleen, Boxoven of Ten Oeven en een gedeelte van Rutsekoven onder Echt gelegen).
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 80.
Zie 6-11-1506 en 29-6-1535.
17 augustus 1525
"op donresdach post assumtionem Mariae virginis"
VENLO - Deling tussen Lenart van Beeck, Gerrit van Beeck en hun zus Metgen van Beeck gehuwd met Engel van Bell, van de goederen nagelaten door wijlen hun ouders Daem van Beeck en Aerme.
Maasgouw 1950, blz. 30: Lenart van Beeck, schepen van Venlo 1533-1565 (overl. 1565), regerend burgemeester 1535, 1546, 1552 en 1560, huwde in of voor 1527 met Elisabeth van Walwick, weduwe van Johan van Greefraedt, overl. in 1530, en daarna met Anna [Hoeveler?]. Samen met haar verhuurde hij op 23 januari 1560 aan zijn zoon Adam, mede namens diens broer en zus, een huis gelegen op de Vleesstraat te Venlo naast de huizen van Tilman d'Rhoe en wijlen Henrick Kysspenning.
Daem van Beeck, zoon van Lenart van Beeck, werd in 1560 beleend met een hof te Hinsbeck zijnde lijfgewinsgoed. (GA Venlo, Schepenbank Venlo, inv.nr. B 2694)
21 augustus 1525
SWALMEN-WIELER ‑ Herman en Dirck van Dript, broers, worden beleend met het leengoed genaamd Wylre onder Asselt gelegen met alle rechten en toebehoren.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 107.
Zie Publications etc. 13 (1876), Necrologium Munsterabdij Roermond, blz. 239: 11 augustus (z.j.): Obbijt Hermannus de Dript, nepos domine Bele de Dript, nostre abbatisse.
27 augustus 1525
ELMPT - Goitzen van Warrenberch wordt beleend met de laatbank te Elmt met alle toebehoren.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 109.
Zie 1513, z.d. en 21-7-1546.
1526
1526, z.d.
Huwelijkse voorwaarden tussen heer Van Aer en joffer Van der Lip genaamd Hoen.
RAL Maastricht, Dokumentatie D274: Inventaris van o.a. Bleijenbeek, Brempt, Hillenraad, nr. N 19; depot onbekend (gedeelte verdwenen, vgl. ook Schloß Haag).
1527
21 maart 1527
Tho Stockom
STOKKUM - Verdrag van Stokkum (inzake grensgeschil tussen Gelre en Gulik).
Nae dien die Commissarij und Gedeputeerde van
der Keys. Maj. by name Joncker Roprecht Graff van der Marck ind Arenburg,
Burchgraff van Breussel, Her van Reeckom, Boicholt etc. ind Meister Frantz van
der Hulst Raids Ordinaris in Brabant, ind mit hun geweest Daniel van Ghoir Here
van Wyer, Herman van Ghoir, Stadtholder des Hertouchdombs van Limbourgh, und
Her van Vyliaer ind Johan van Groesbeeck, Drost tot Stockom ind Her tot Huemen
etc. ter einder, ind die Gedeputeerde Commissarien van dem Hoichgeboeren Furst
des Hertougen van Cleve ind Gulich etc. by namen Juncker Wilhelm Her van
Renneberg ind van Suylen etc. Jonckher Johan van Palant Landtdrost van Gulich
Her van Berge und Wildenburg etc. Wilhelm Harve Her van Alstorp ind Meister
Peter van Clapis Doctor ther ander syden, diverse Communicatie gehouden hadden,
so op Echter waldt als tot Stockum, aengainde die differentien opgestain ind
geresen tusschen d'Ingesetenen van Echt ter einder ind d'Ingesetenen van
Vucht ind Havert ter ander syden, ind want die Gedeputeerde und
Commissarij van der Keyserl. Majt. voor gemelte Partyen gehoert, soe by monde
als by Geschriften bevonden van noode te syn, gemerckt die gelegentheyt van der
saeken umb behoirlyck te procedieren, dat men dwalt dairaff van dem gebruick
desselven Quaestie ind Gescheel wer solde moeten visitieren ind Copie hebben
van alsulcke Brieven, als van wegen der van Havert einsdeels hadde
gelesen geweest, und dat selve gedain men oock Informatien nemen sold, soe vern
als dan den Commissarien voorgemelt noitduchte und oerberlig totten welcken die
Gedeputeerden und Commissarien van der Keyserl. Majest. in allen gereyt waeren,
indien soo verre als in hun were nae te volgen und die Gedeputeerden
Commissarien des voorgemelten Fursten Hertogen van Cleve ind Gulich bedogte,
dat des van geynen moeden en wer, besonder gemerckt dat diese Dachfart mer en
were angeheven, umb mitter minnen ind met frundtschappen te communitieren, oick
seide egeinen last oft macht te hebben va hueren Furst dat also to doin oft to
laeten geschieden, niettemin in dem dar inne die Commissarien ind Gedeputeerden
der Keyserl. Majt. solden persisteren, begeirden dairvan huren Her ind Furst te
advertieren umb by hum syne gude beliefften geweten dair nae te volgen; und
want die Gedeputeerde Commissarien der Keys. Majt. voirs. by diverse reden und
middelen persisteerden in huer voirgemelt voirnemen, so is by allen den
voirgemelten Commissarien ind Gedeputeerden einsementlyck geaccordiert ind
geschloeten voir ein affscheydt dat die voirgemelte Commissarien ein jegelyck
van den voirgemelt is, synen Prince ind Fursten sal advertieren ten einde dat
elck van hun den anderen sal moegen advertieren hoe sy in meynongen syn, dat herinne
voirder gedain ind gehandelt sal werden, t'sy ander Dachfarten to halden oft
niet, und ten einde dat tusschen middelen tyden egein ongemack forste oft
gewalt tusschen den voirgl. partyen en geschie, is geordineert ind geschloeten
eindrechtelicken, dat die voirgemelte partie op d’indignatie van hueren Prince
ind Furst, hangende diesen niet en sullen procedieren by wegen van feyte, mer
sullen schuldig syn te regulieren als hier nae volght, to weten: Dat die van Vucht,
Havert ind Saeffelen sullen twee dage in die weke des Maendaechs ind
Frydachs mogen doetholt liggende in den Bosch raipen ind oick affhauwen
breinnen Hertenholt, sullen niettemin oick mogen raipen snaden oft ryseren, die
die van Echt laeten liggen verstroet ind niet gehoept sonder vorder innich
ander opgainde Holt te moegen affhauwen, sullen oick moegen weiden in den
voorgl. Bussch huere Beesten; beheltelyck dat sie gehoedt worden, dat sie niet
en gain ain noch op't jonck Holt, niet boeven geschreven; noch geen dry jaer
alt synde; sullen oock muegen die van Vucht, Havert ind Saeffelen op
hun syde und buyten den Hoult oft Walde heyde moegen hauwen, niet alleen op
die twee voorgl. dage mer oock up anderen bequemen tyden then minsten
schaeden, ind daer gein hoult en steit; und so vern in ennich van desen
Puncten contrarie gedain sal syn, sullen die geene die contrarie dede bruiklich
ind pandtwer syn, tot elcken reysen twee pondt Vlems off op gnaid, sonder hier
mede eenighsints te verclaeren offte t' selve toegelaeten is by gracien oft van
rechtz wegen; ind en sall niemants mogen penden dan die geswoeren voerster off
eenich van dyen, mer sullen die van Echt, daer by moegen komen helpen
oirkonden; und soo vern die gepant sye synen keur niet en betaelt, sal die
Drosten van Millen des voirsoicht synde, van dem Drost van Montfort schuldig
syn den die gepant is, sulcz te hebben, dat hie den kuer oft broicken voorgl.
betale, sonder verdrag oft dem selven in dien te hebben recht ende justicie te
verwachten voor Scholtis ind Schepenen van Echt ind t' selve des die voorgl.
Scholtis ind Schepenen van Echt wysen sullen genoich syn und t'
selve te gedurende totten naester Dachfart und tott datt dar inne vorder sall
syn gehandelt, off to lange den voirgl. Princen believen sall ind niet langer.
Dit geschiet ind verdraegen tho Stockom mit Underteeckeninge der
Gedeputierden Commissarien hieunder beschreven, op den ein und twentichsten
dach inde Meert Anno vijffthienhondert und sieven und twintich. Onderschreven stont Roprecht Graff von der
Marck und Arenburgh, Frans van der Hulst, Rennenbergh LandtDrost.
Publications de la Société Historique et Archéologique dans de Limbourg, dl. XII (1875), pp. 416-440; met dank aan Jos Poels, 2003.
19 juni 1527
KESSEL ‑ Willem van Kessel, als erfgenaam van zijn vader Thijs van Kessel, wordt beleend met het huis te Kessel als een open huis; met de hof tot genen Grave en de weerd tegenover het huis gelegen; en met Snaterbeecksgoed.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 144.
Zie 1493 z.d. en 8-10-1534.
19 juni 1527
KESSEL - Thijs van Kessel Willemssoon draagt het Huys to Kessel als een open huis, de hoff Tot genen Grave en de Weerdt voor dat huis gelegen, alsmede Snaterbeeckgoet, over aan zijn zoon Willem van Kessel.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 143-144.
woensdag 21 augustus 1527
"des gudenssdages neest Assumption Marie virginis"
BENTHEIM / BEESEL - Everwyn graaf van Benthem en Stenforden oorkondt dat hij Geridt van Holtzmollen heeft beleend met de gehele hof te Oye, met de getrouwen en alle 'hoffneren' die in deze hof gehoren; met het goed te Besell genaamd Tghenraede, met de visserij, met het gericht, en met de tienden van het gehele dorp Besell, met het recht van collatie aldaar en met alle goederen die tot dit voorschreven goed behoren; verder met alle rechten die wijlen Sybert van Holtzmollen in leen had en na diens overlijden waren teruggevallen aan Bentheim. Getuigende leenmannen: Aerndt de Bever en Herman van Wullen.
Fürst zu Bentheimischen Archiv, Akten nr. .../2.
1. Wy Everwyn Greve to Benthem unde van Stenforden, doen kundt ende bekennen
2. overmids desen bestalden brieffe, dat wy hebben beleent, unde beleenen in manstatt, den
3. erbern Geridt van Holtzmollen, mit den alingen hoff to Oye, mit den getrouwen unde alingen
4. hoffneren, de in de hoff gehoeren,
Voert mit den guede tot Besell gehieten Tghenraede, mit
5. die visscheryen, mit den gerichte, unde
mit den thenden des gansen dorpes to Besell mit der
6. lehenwaer, unde alinger ghifften der
kercken des voergess. dorpes van Besell, Unde mit alle den
7. gude, dat in dat voergerorte guet gehoert, Voert mit allen rechten, dat Sybert van Holtzmollen
8. zelliger daer an hadde, unde ons overmids zynen doede angefallen was, unde van unser
9. graeffschap Benthem to leene roerende is, daer wy unse heerwaden unde mangelt, zo
10. sich dat van lehenrechts wegen gehoert, op ontfangen hebben, Derhalve hie uns
11. weder gelovet und geswoeren hefft, uns getruwe unde holt to zyn, gelyck eyn getruwe
12. man zynen lehenheren to wesen, schuldig
unde verplicht is, Beheltlyck uns unde
13. eynen ydern zyns rechtes daeran, Sonder
argelist daer desse beleenynge geschachen
14. weren an unde over unse lehenmanne de
erbern Aerndt de Bever, unde Herman
15. van Wullen, oerkunde der waerheyt hebben
wy dessen brieff mit unsen hyrbeneden
16. anhangenden segell wittlyck befestyget,
Geschien unde gegeven inden jaere unses
17. heren Cristi duysent vyffhundert seven
unde twintich des gudenssdages neest
18. assumption Marie virginis.
woensdag 21 augustus
1527
"des
gudenssdages na Assumption Marie virginis"
BENTHEIM/BEESEL - Geridt van Holtzmollen oorkondt dat hij door Everwyn graaf van Benthem en Stenforden is beleend met de gehele hof te Oye met de getrouwen en 'hoffneren' die tot deze hof behoren; met het goed te Besell genaamd Tghenraede met de visserij, met het gericht van het dorp van Besell en met alle goederen die in dit goed gehoren; verder met alle rechten die wijlen zijn vader, Sybert van Holzmollen, daaraan had en welke leenroerig zijn aan het graafschap Benthem. Getuigende leenmannen: Aerndt de Bever en Herman van Wullen.
Fürst zu Bentheimischen Archiv, Akten nr. .../2b. Zegel van Gerard van Holtzmollen afgevallen.
1. Ick Geridt van Holtzmollen, doe kundt und bekenne, vermids dessen besegelden reversaell brieffe voer alss
2. ... ... de eddell unde walgeboern her Everwyn greve to Benthem unde van Stenforden myn
3. genediger here beleent hefft in
manstatt, mit den alingen hoff to Oye mit den getrouwen unde alingen hoff-
4. neren die in den hoff gehoeren, Voert
mit den guede to Besell gehieten Tghenraede mit der visscheryen, mit den
gerichte
5. unde mit den thenden des gansen dorpes
van Besell mit der leenwaer unde alinger ghifften der kercken, des
6. voergess. dorpes van Besell, und mit alle den ghude, dat in dat voergerorte guet behoert, Voert myt allen rechten
7. dar Sybert van Holtzmollen myn vader zelliger, den gott genade, daer an hadde, unde van der graeffschap van
8. Benthem to leen roerend is, Dat ick daeromme zynen genaden gelovet und geswoeren hebbe, unde
9. love in crafft desses brieffs, zynen genaden getruwe unde holt to zyn, als eyn getruwer man synen leen-
10. heren schuldich is to wesen, Beheltlyck zynen genaden unde eynen ydern zyns rechts daer an, Sonder
11. argelist, daer desse beleenynge unde huldinge geschach, weren an unde over als manne van leen, de
12. erbern unde vromen Aerndt de Bever unde Herman van Wullen, Oerkunde der waerheyt heb ick
13. Geridt van Holtzmollen myn segell hyrbeneden witlyck angehangen, inden jaer unses heren Cristi
14. duysent vyffhundert seven unde twintich,
des gudenssdages na Assumption Marie virginis.
(21 augustus) 1527,
z.d.
BEESEL -
"Gerdt von Holtmöllen, mit dem hoff zu Oijen, mit den
ge[t]rowen unnd ahlingen hoffneren, die in demselben gehören, mit den güht
Besel genandt T'genrade, mit der fischereijen, mit dem gerichte, unnd zehenden
des gantzen dorffs Besel, mit der lehnwaer unnd ahlinger gifften der kirchen zu
Besel, unndt mit allem zubehör".
RAL Maastricht, Staten van het Overkwartier, inv.nr. 314. Gecollationeerd en bezegeld uittreksel uit de Bentheimse leenboeken.
1527, z.d.
ECHT ‑ Corst, zoon van wijlen de scholtis Joost van Mersen, wordt beleend met het pondige leengoed van Alphen, Eynenberch en Byssel, onder Echt gelegen.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 84.
1527, z.d. ?
ROERMOND ‑ Ten overstaan van richter en schepenen van Roermond draagt Baetse, weduwe van Derick Roffart, 10 roeden land gelegen aan de Krevelsgraaf te Roermond over aan zuster Even van der Horst.
RAL Maastricht, Inventaris van het archief van het klooster van de Cellezusters te Roermond, inv.nr. 34; charter.
1527-1725
SWALMEN ‑ Stukken betreffende het bos van Moethaegen.
RAL Maastricht, Karthuizers te Roermond, inv.nr. 356.
1528
18 juli 1528
BEESEL - Obligatie ten laste van de gemeente Beesel.
Zie 27 januari 1713 (overdracht) en 5 september 1729 (borgstelling).
8 augustus 1528
SWALMEN - Huwelijksvoorwaarden.
Z.P. - Akte van huwelijkse voorwaarden tussen Christoffel Schenck [overl. ...-1543 bij de Slag om Düren, zn. van Arnold Schenck van Nijdeggen en Isabella van Oest; beleend met Hillenraad 5-5-1528; pandheer van hoge gerecht van Swalmen en Asselt 3-4-1531] en Anna van Vlodrop, oudste dr. van Gerard van Vlodrop, erfvoogd van Roermond, en Elisabeth von Stammel.
Christoffel brengt in zijn huis, hof, hoogheid en heerlijkheid te Hillenraad en Swalmen met toebehoren, de hof te Westerholt in het kerspel Druthen tussen Maas en Waal gelegen en de windmolen met 12 morgen akkerland in het kerspel Pufflich gelegen.
Anna brengt een bedrag van 2.900 overlandse rijnse goudguldens in en ziet daarmee af van verdere aanspraken op de nalatenschap van haar ouders.
Archiv Schloss Haag, Urk. 4429.
1. In den namen der hijlger dryveldicheit amen konnt kentlich unnd offenbare sij allen den ghenen die diesen tgainwordigen offenen brieff unnd hyllichs vurwardt sullen sehen off hoeren lesen dat up huden daich data diss. eyn wisslich vast stede unnd elich hylich
2. zoe eren gots nae gesetze unnd gewoinheit der hilliger kirchen beraempt geslossen unnd volkomen is oevermits vrunde unnd maige dair zo geroiffen unnd gebeden her unden gezeichent tuschen den erenfesten unnd vromen Cristoffell Schencke van Nydecken heren zo Hellenroide
3. ann eynne unnd der doichenthafftigen eirsamer fromer jonckfrauwen Annen ailste dochter Gierharts vann Flodorp erffvaidt zo Roirmunde unnd Elysabetten vann Stammell elude ann die ander syede also dat der selve Cristoffell Schenck vurs. die gemelte Annen van Flodorp
4. zo eynre eligen huysfrauwenn unnd beddegenoissen dergelychen Anna vurs. ouch Cristoffell obgenant zo eynnen elygen manne unnd huyssheren haven unnd behalden sullen yn aller foigen unnd manieren herna beschryven voulcht. In den yrsten so brencgt Cristoffel Schenck
5. vurs. an Annen synn huysfrauwe vurg. zo middegaven ynn reichter hyllichs vurwarden synn huyss hoff hoicheit unnd heirlicheide zo Hellenroide unnd Swalmen mit allen synen yn unnd zobehoiren erffschafften, landt, sandt beenden grunden buschen broichenn
6. yn hoichen yn nederen in nassen ynne drugen nyet dairvan aiff noch vyssgescheiden unnd darzo gelicher maissen den hoff zo Westerhoilt tuschen Mase unnd Waill gelegen yn deme kirspell vann Druthen unnd die wyntmullen unnd alsulchen zwe[l]ff morghen artlandts
7. geheischen der Lancge Kampe yn deme kirspell van Pufflich gelegen so wes hey etzunt hait allen guederen ynkomen unnd vyssgeldens ain zynssen gulden unnd renten wie und wae off ynn wat heren landen unnd gebiede die gelegen synt eme zobehorende, unnd ume
8. nae
doide vader unnd moider anerstorffen unnd eme yn sijnre deyloncgen zogedeylt
unnd gefallen synt oeverall davan nyet aff noch vuysgescheiden. Her untgain [hiertegen] so brencgt die gedachte
Anna zo middegaven yn rechter hyllichs vurwarden alss vur ere elderlige
erffschafften
9. unnd kyntgedeilss der erffgueder ainn
Cristoffell eren huysheren etzont genant nuyn unnd zwentzich hundert
oeverlensche rynsche goulden guldenn van gewychte off die werde dair vur an
anderen goiden hardem ganckbarichem gelde myt underscheide herna beschryven
10. die also zo gheven zo betalen zo belegen
unnd wail zo vernoigen nemelich seesshundert oeverlensche gulden heufftsummen
vurs. dair aff und damit anstont vur deme byslaiffe aiff zo legen zo vrijen und
zo qwyten sulche renthe die eirwierdygen vromen unnd geystlichen
11. frauwe jonckfrauwen des gotzhuyss ym
groissen cloister unser liever frauwen Munster bynnen Roiremunde ain
Cristoffels vurs. guederen geldens haven. Und dan noch dryhondert oeverlensche
rynsche gulden vurs. dair mit aiff zo loesen und zo quyten sulche renthe dat
collegium zo deme hilligen geyst bynnen der stat
12. van Ruyrmunde jairlichs ain unnd up
Cristoffels vurs. erffschaffen und gueder haven luyde unnd ynhalt brieff unnd siegell
myt suylchem underscheide so saiche were dat der erenfeste und vrome Gerhart
van Vlodorp erffvaidt zo Ruyrmunde unnd Elysabeth van Stammell sijn elige
huysfrauwe Annen vurs.
13. vader und moider die seesshondert oeverlensche gulden eyn myt den driehondert der selver gulden vurs. yn maissen vurgeroirt nyet en vollechten ader en lieveren dat alsdan die elude vurs. Gierhart unnd Elysabeth die seesshondert oeverlensche rynsche gulden ain der frauwen unnd jouffrauwen des
14. groissen cloisters under liever frauwen Munster vurs. und die dryhondert oeverlensche rynsche gulden vurss. ann den dechen unnd collegium zo denen hilligen geyst beyder deyls nae sych zo sych unnd up sych unnd yere erven die vurs. heufftsummen nemen und veronderpenden und Christoffell Schenck
15. obgenant sijn underpende und gueder dairvur verbunden stain erleedigen unnd quyten dairvan der heufftbrieff und quytscheldoncge der quytantien myt zo synen und yere doichter Annen vurs. henden stellen unnd dat alles deyls ainstondt vur deme byslaiffe zo geschehen, und dan ouch noch eyn duysent
16. suylcher vurgeganter oeverlensche rijnsche goult gulden as vurss. in eynner aloncger unverdeylter summen bynnen den nyesten dry jairen nae deme byslaeff waill vernoicht verrycht unnd bezailt zo haven sonder lancger verzoch und dairvan vur deme byslaeffe myt underpenden versorche-
17. nis zo doin der gemelte Cristoffel unnd Anna elude vurs. vur sych unnd yere lijffs erven van ynnen beyden elich geschaffen genoechsam myt verwart syn yairlichs dairvan so heven unnd zo bueren vunffzich derselver goultgulden bis der zijt zo die aiffloesoncge der duysent goult gulden vurs.
18. geschiet unnd vollaicht ist mit geburlicher quytantien der yairrenten unnd heufftsummen unnd hynderstendigen renthen so der yet were van Cristoffell unnd Annen eluden vurs. off yere beyder lijffs erven unnd dan noch eyn duysent oeverlensche rinsche goult gulden vurss. die nae doide Gierharts
19. van Flodorps unnd Elysabeth van Stammell vurs. bynnen yairs nae doide der lestlevendygher hant Cristoffelen unnd Annen eluden vurs. off yere beyder lijffs erven vysser den na verblijvenden guederen vrij loss ledich gelievert sullen werden yn yere gewairsamhiet van yederman unbeswyrt
20. unnd off dieselve duysent goult gulden vurs. dan ouch bynnen yairs oeverwijst unnd dair vur gestalt guede sycher underpende als vunffzich sulcher golden gulden ain renten dairvan zo haven unnd zo bueren allet zo Cristoffellen unnd Annen elude vurss. off yere beyder lijffs ervenn
21. benoegen unnd damyt so verwart synn, bys zer aiffloissenn unnd die duysent oeverlensche rynsche golden gulden van gewychte dan yn eynner aloncger unverdeylter summen unnd die renthe dairbij zo leghen van denen yaire nae belouff der zijt myt allen hynderstendigen termynen so der yet
22. were buyssen alle wedersagen oder bedroch unnd dairvan ouch guet versorchenisse nemelich nae doide Gierharts und Elysabeth eluden vurs. alle yere naegelaissen guederen vur eyn recht gewiss underpandt zo stain unnd dat maichen die nuyn und zwenptzich hondert oeverlen-
23. sche rynsche golden gulden der gedachter Annen ainbrencgenden hyllochs penninck luyde dis hyllichs brieffs sij van yeren elderlichen goide unnd kyntgedeyls haven sall vur yere gedeyls der erffschaffen. Ouch sullen die elude Gierhardt unnd Elysabeth vader unnd moider vurg.
24. Annen yere beyder doichter vurs. zo eyrem eligen bijslaiffs dage waill unnd eirlichen gericht nae landes gewonnden unnd adels gebruych vyss setzen wie sych suylchs getzemen [betaamt] unnd zoe eren geburen sall unnd also unnd dairmit sall sy yerem huyssheren Cristoffell
25. Schenck wie vurgekiert geguetdt vernoicht unnd ouch op alle yere elderliche gueder vader unnd moider nae laissen werden luterlichen unnd zo maill vertzegen blijven vur sych unnd yere beyder lijffs erven unnd egeynerleye vorder heyschen off gesynnen mehr
26. myt reicht oder redenn dairan zo haven
oder zo vorderen behalden beheltlich doch wes der allemechtige got unnd die
hillige kyrche van andren syede vellen und bijvellen der maissen gheven wurde
und zo foegeden bij vader und moider leven oder na yere beyder doide dair an en
sall dieser hyllichs verdrach den
27. eluden Cristoffell und Annen vurs. by
eren leven oder na erem doide yere beyder lijfs erven vurs. nyet hynderlich
sijn want die kynder van yn beyden samen geschaffen yn stat vader und moider
nae yere alderen vurs. doitlichen aiffganck sullen stain und gain yn alle den
vellen zo der gelijcher
28. deylingen und dair up unverzogen sijn
sonder myt zer deyloncgen stain. Ist ouch myt verdragen so sache were Annen
vurs. gheyne elyge broder van Gierhart unnd Elysabeth eluden vurg. geschaffen
en hette dat ass dan Anna vurg. zoe deylungen stain sall als eyn elste kyndt.
Ouch is mit he ynne gevurwart
29. und geslossen offt gefiele Cristoffell
Schenck vurg. aifflyvich wurde vurhyer ehe Anna sijn huysfr. und elyge lijffs
erffen van yn beyden geschaffen na ynen leven verblijven also lancge as Anna
die moider sych unverhyllicht bij den kynderen v[er]hielt sall sy moigen yn
alle den gesamende guederen
30. ere levenlanck blijven sitzen der yn
zochwysen gebruychen und die selve gueder ouch yn gueden gehalde zo underhalden
na der noitturfft nyet yn achterdeill zo laissen komen daby midderler zyt als
die kynder zo eren mundige dagen oder bestaden yaren komen bij raide der vrunde
den selven dan ouch
31. na der gestalt und gelegenheit dair zo
helffen wie sych sulchs van ere als der moider zo der billicheit bezemmen sall.
Wyrt ouch saiche dat sy sych myt den kinderen nyet verdragen en kunde oder suss
vur sych trecken woulde so lancge sy unbestait blijfft sall sij haven vuran die
renthe van
32. yeren aingebraichten hyllich pennynck yrs
elderlichen goitzs vurs. wes der davan weren und darzo sall sij noch haven van
und vyss yrss huyssheren Cristoffels goederen den hoff zo Westerhoult myt synre
zobehoire und ouch die wyntmullen myt den zwelff morgen landts geheischen der
Lancge Kampe als vur ere zoicht
33. unnd zoicht pennincgen und dairzo eyn
eyrlich huyss bynnen der stat Ruyrmunde vur ere woninge ere levenlanck gefryet
off zwentzich oeverlensche rijnsche golden gulden yairs dairvur allet zo erem
kure dair ynne zo haven zo gebruychen ere levenlanck yn zuychtersswyse unnd nae
yere doit weder
34. an ere beyder liffs erven so der yet
weren zo vallen unnd allen huyssrait ingedoeme sylverenwerck kisten
kornefruychten wes des upten guederen were an gereiden haven unnd waren sall
unnd maich sy halff na sych nemen unnd die ander helfften den kyndren laissen
und alle geschichs und noitturfftige gereitschaff zo der were
35. des huyss Hellenroide sal sy sament dae
laissen und wes zo erem lijve van kleynoden zeraiten gereit gelt sal unnd maich
sij alleyne halden. Gevyele aver dat sy sych weder bestaden zo der hilligen
ehe, so sall sy haven vyss ain erem angebrachten hyllochs pennincgen und van yrs
huyssheren Cristoffels guederen zo samen yairs
36. zweyhondert Philippus gulden off die
werde dairvur der ere levenlanck zo zoichtgewysen zo gebruychen und myt den
gereide sylveren werck yngedoeme geschutz so deme huyse gereitschaff und myt
erem gewaende sall so gehalden worden wie dat yn allem deyle eynen und sament
vurgeroirt steit myt der zoicht und zoicht pennincgen zo deme vallen
37. und na erem gehalde ydt sy dat ere des
genuyge bij den kynderen zo blijven off dat sij alleyne wyll sijn und trecken zoe
woningen oder dat sij sych verandren woirde und weder eynen eligen man neme, so
sall Anne der moider vurg. und die zoicht zoichtpennincgen und des gehalts
vurg. vurhyn die reichte versicherenge und versorchenis geschien
38. yn alle der vurgeroirter maissen ehe sy
den kynderen die gueder und erffschaffen oevergeven daerff, aver so balde yr
dan die versicheringe und versorchenis na der vorgemelter noitturfft geschieit
ist und synt, sal sy ouch den kynderen die gueder ainstoint ungeweygert voulgen
laissen die der erschaffen zo gebruyghen und sy ere zoicht as obgemelt aen
39. alle geferde. Und weret saiche durch den
willen gotzs dat Cristoffell vurg. aifflyvich wurde vurhyn ehe Anna vurg. und
egheyne elyche lijffs geburt van ynnen beiden geschaffen ynnen leeven aichter
liessen, so sall Anna vurs. der sementlicher gueder beyderdeyls angebraicht
gewonnen und geworven wie sij die samen gehatt vunnd
40. besessen hetten yere levenlanck in zuycht
wysen gebruychen muegen van yederman unbekroent, aver allet vurbehailden dat sy
die selve gueder yn goiden gehalde und noitbuwe so hanthaven sall wie billichen
und geburlichen. Und so saiche were dat Anna vurg. vur sijn und ehe Cristoffel
yere huyshere vurs. aifflyvych
41. wurde und elige lijffs erffen van ynnen beiden
geschaffen noch ynnen leven hetten, so sall hey den helffen zo eren mundigen
dagen und bestedigen yairen na gelegenheit und noitturfft zo der erenn wie eme
as denen vader gebueren und gezemmen sall, aver hey sall der gesamender gueder
syn levenlanck moigen gebruychen yn zoicht
42. gewyse, die oich na noitturfft yn goiden
noitbuwe underhalden und wanne dan egheyne elige lijffs geburt van ynnen beiden
sament geschaffen ynne leven na en verblijven dat got almechtig verhueden wille
so ist gefurwart und geslossen dat alsdan na doit der lestlevendigen hant van
ynnen beiden Cristoffel und Anna vurs. sullen
43. alle angebraichte hyllochspennincgen und
hylochs gueder erffen und erfftschafften wes der geweist weren weder vallen und
sterven der syeden doe sy her komen weren und alle erffgueder und erffschafften
die sij samen gegoulden gewonnen oder geworven hetten die zo beiden syeden zo
slain und zo vallen und de gereide
44. have und gueder deser lestlevendiger hant
der syeden und nyst bewanten wes sy dan unvermaicht befinden allet sonder
bedroch ain argelist. Alle und yeckliche vurs. sachen und punten yn dieser
hyllichs furwarden und brieffs begriffen haint die obgenanten Cristoffell
Schenck heren zo Hellenroide ain eynen und den erenfeste und vrome
45. Gierhart van Vlodorp erffvaidt zo
Ruyrmunde und Elysabeth van Stamhell elude vurg. van wegen erre doichter Annen
vurs. anderdeyls eyn yeder deme anderen gesichert und geloifft sicheren und
geloeffen vur sych und yere erffen yn gueden waren truwen eeren und yn reichter
plichtige eystat die wie obgemelte ware vast
46. stede und unverbruchlich zo hailden und
zo vollentziehen sonder eyniche yndraicht und ain argelist unde hie by ain und
oever synt gewest die erenfesten und vromen unse lieven nysten bewanten broeder
oemhem neeven und gunstlichen myt gebeden vrunden as hyllichs dadoncgslude
nemelichen Johan Schenck van
47. Nydeggen heren zo Uphemerden, Herman van Waichtendonck droist zo Kranenborch, Wernher van Palant heren zo Breydenbent drost slandtz van
Wassenberg, Heynrich Schenck van Nydecken heren zo Walbeck und drost zo
Waichendonck, Ott van Wylauck drost zo Gennep, Daeme van den Buncgardt zo
48. Vlatten, Aeriaen van Bylant here zo Welle, Jelis van Rymssdyck amptman tusschen Mase und Waele aen die eynne myns Cristoffels Schenck van Nydecken. Und dan Wylhem van Vlodorp zo Ghoir, Wylhem van Stammell, Johan here zo Elmpt und zo Burchauwe, Scheyffart van Meroide here zo Hey-
49. merssbaich und amptman zo Lidbergh, Johan van Groissbeck here zo Homen, Melchior Beck drost zo Stockum, Lubbart Turck here zo Hemmert, Wylhem van Vlodorp here zo Dalenbroich zo Leuth und zo Ryckelt, Dierich heren zo Mylendunck und zo Meyerick und Rutger van Veltbrucgen zo Velde, ain die ander Annen
50. Gierhart und Elysabeth eluden syedenn.
Und des alles wie vurgeroirt zo urckunde unnd gezuyge der wairheit und gantzer
vaster stedicheit so hain ich Cristoffell Schenck van Nydecken here zo
Hellenroide mynen ingesiegell vur mych unnd myne erven dair mit zo overzugen
dat alle punten inhalt dyser hillichs
51. vurwarden also geschiet sin wissentlich
under an diesen brieff van hillichs vurwarde gehangen und geloven dairbij vur
mich van mijne erffen alle punten inhalt disselffen ware vast stede und
unverbruchlich zo halden und noch zo mere stedicheit alre saichen und punten
vurs. und wat wie Gierhart van Vlodorp erffvait vurs. und Elysabeth elude as
vader moder desen hylich und hylichs vurwairde mit unser liever dochter Annen
bewyllicht
52. und myt raide der vrunde yn maissen vurg.
dese also yngegancgen synt und dabij geloifft alle vurgeroirte saichen vast
stede und ware zo halden so have ich Gierhart van Vlodorp erffvaidt vurg. zo
gezuchenis der wairheit mynen siegell vur mych und Elysabeth van Stammell myn
elige huysfrawe und
53. mit durch bede und begerte unser doichter
Annen vurs. under ain diesen brieff und hyllichs vurwarden gehancgen. Und want
wir Johan Schenck, Herman van Wachtendonck, Wernher van Palant, Henrich
Schenck, Ott van Wylaick, Daeme van deme Buncgart, Adryain van Bilant, Jelis
van Rymssdick, Wylhem
54. van Vlodorp, Wylhem van Stammell, Johan
here zo Elmpt, Scheyffart van Meroide, Johan van Groessbeck, Lambert Thurck, Wylhem van Vlodorp, Diederich here zo
Mylendonck und Rutger van Veltbrucgen ass bewante maige und vrunde ain und op
diesen hyllich gebeden und van gedachten Cris-
55. toffell und Anna vort Gierhart van
Vlodorp und Elysabeth van Stamhell elude vader und moider obgemelt gebeden sijn
diesen brieff und hyllichs vurwarde zo besiegellen dat alle punten inhalt
disselven also geschiet sijn so haint wie zo gezugenisse der wairheit eyn yeder
van unss
56. synen siegell umb beden wille der elude
vurs. unden an diesen brieff unnd hyllichs vurwarde gehancgen. Gegeven yn denen
jaire duysent vunffhondert unnd aicht und zwentzich denn aichtenn daich und
aughst.
Zie ook RAL Maastricht, Dokumentatie D273: Inventaris van o.a. Bleijenbeek, Brempt, Hillenraad, nr. 7 noemt als datum 28-8-1528; depot onbekend (gedeelte verdwenen, vgl. ook Schloß Haag); idem D274 nr. N 35 (z.d.). Volgens inventaris D273 draagt het charter 18 zegels. Ramakers blz. 141 noemt als trouwdatum 8-8-1528.
Uit dit huwelijk 7 kinderen:
1> Arnoldus Schenck. Tr. ... 23-1-1556 met Maria Huijn van Amstenrade.
2. verm. Isabella Schenck van Nijdeggen. Tr. 1558 met Arnold Blanckaert.
3. Otto Schenck, krijgt 19-8-1559 ten behoeve van zijn moeder Anna van Vlodorp van de Gelderse leenkamer de toezegging dat niemand zal worden beleend met de erfvoogdij van Roermond totdat zij gehoord is.
4. ...
5. ...
6. ...
7. ...
9 september 1528
Karel, hertog van Gelder en Gulik en graaf van Zutphen, heer te Groninge, Coevorden en Drenthe, verklaart dat hij voor de onderhandelingen te Gorinchem met de afgevaardigden van Karel V volmacht heeft gegeven aan Hendrick die Groiff, erfvoogd te Erkelenz, Herman Kiespenninck, doctor, Hendrick Collart van Lienden en Johan Virssen.
RAL Maastricht, Staten Overkwartier, inv. nr. 1346, p. 252-254; regest nr. 64.
3 oktober 1528
Karel V, als hertog van Brabant, en Karel, hertog van Gelder en Gulik, graaf van Zutphen, heer te Groningen, Coevorden en Drenthe, sluiten een overeenkomst over de erfopvolging in de landen van laatstgenoemde door tussenkomst van de ambassadeurs Floris van Egmonde, graaf van Buren, heer van IJsselstein, kapitein-generaal van herhaarts over; Anthonis van Lallaing, graaf van Hoogstraten; Laurens de Blioul, heer van der Sart, griffier van de Orde van het Gulden Vlies en eerste secretaris en audencier van Karel V; Hendrick de Groeff, erfvoogd te Erkelenz; Herman Kiespenninck, doctor in de medicijnen; Collaert van Lienden, ambtman; en Johan Virssen, secretaris.
RAL Maastricht, Staten Overkwartier, inv.nr. 501, fol. 58-74vs; regest nr. 65.
6 december 1528
ST.-ODILIËNBERG ‑ Frans Pollart als hulder namens de Minderbroeders van Roermond en de heren van Olenberge (St.-Odiliënberg) te Montfort, worden beleend met het pondige leengoed de hof op gen Oeveren.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 92.
24 december 1528
SWALMEN ‑ Ten overstaan van de laathof van de erfvoogdij Roermond verkoopt Christoffel Schenck van Nydeggen aan Lenart Gragt een rente van 10 malder rogge uit zijn molen te Swalmen.
Schloß Haag: inv. nr. 4221. Origineel op perkament, met 7 zegels. Met transfix over de aflossing van deze rente.
30 december 1528
KESSEL ‑ Margriet van Holtmeulen, echtgenote van Johan Spee, wordt als erfgename van haar vader Otte van Holtmeulen beleend met de hof genaamd Puteyck onder Kessel gelegen met alle toebehoren.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 145.
Zie 31-3-1525 en 22-10-1538.
1528, z.d.
BELFELD / OFFENBEEK ‑ Lenart Markoff de jonge wordt na betaling van dubbele tijns beleend met de Cleyne Hoeve te Offenbeck gelegen.
RAL Maastricht, Kruisheren Roermond, inv.nr. 132, fol. 13vs.
1529
23 januari 1529
LEUTH ‑ Baet van Lomme vererft het leengoed genaamd Toessemoelen of Dussmoelen onder Leut gelegen op haar neef Johan van Lomme de jonge.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 58.
5 mei 1529
STRAELEN ‑ Willem Vel van Wevelinghoven en Elisabeth van Oist, echtelieden, verkopen het huis Caen bij Straelen tegen een lijfrente aan de abdij Siegburg.
G. van Bree: Res Gestae II, nr. 3333.
Zie 15-11-1451.
30 juni 1529
WEGBERG ‑ Mechtelt van der Moelen, echtgenote van Johan van Krieckenbeeck, wordt beleend met de berg te Ophaven in het ambt van Erckelens in het kerspel van Wegberck gelegen. Haar echtgenoot ontvangt het vruchtgebruiksrecht. Haar zoon Gaert is hulder.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 152.
Zie 18-10-1473 en 30-9-1538.
3 juli 1529
ROERMOND ‑ Willem van Vlodorp, heer te Goor, draagt het vruchtgebruik van de renten en goederen, hem toegedeeld in broederlijke scheiding van de goederen behorend tot de erfvoogdij van Rurmund, over aan zijn echtgenote Elisabet van Montfort.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 63.
Zie 1473 z.d. en 10-9-1529.
10 september 1529
ROERMOND ‑ Gerrit van Vlodorp, als erfgenaam van zijn vader, wordt beleend met de erfvoogdij van Rurmund.
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 63.
Zie 3-7-1529 en 19-9-1538.
29 november 1529
SWALMEN ‑ Transfix van een akte d.d. 16 juni 1466.
Schloß Haag: inv.nr. 311,
Zie 16 juni 1466.
EINDE