KRONIEK VOOR BEESEL, BELFELD EN SWALMEN - 1460-1469

laatst opgeslagen: zaterdag 4 februari 2017 CTRL+F = zoeken CTRL+C = kopiëren ALT+TAB = wisselen

© Loe Giesen, Reuver 1983-2017

 

1460

1 januari 1460

SWALMEN ‑ Dirck van Oest erft het huis te Hillenrade van zijn vader Johan van Oest, en het Huis te Swalmen (= Oudborg) ten behoeve van zijn zus Isabella van Oest.

Maas‑ en Swalmdal 1 (1981), blz. 130.

 

8 april 1460

OFFENBEEK ‑ Hubert van Lienen verklaart dat hij als naaste erfgenaam van zijn tante Gryete Roffarts afstand doet van zijn recht op Nederhoeven, ten gunste van de Kruisheren te Roermond.

RHCL Maastricht, Kruisheren Roermond, inv.nr. 79; regest nr. 139; charter. Zegel van Hubert van Lienen verloren.

 

dinsdag 6 mei 1460

"des dynssdaichs na den sonnedaechs jubilate"

GRAVE / ROERMOND ‑ Vanuit Grave schrijft de hertog van Gelre aan burgemeesteren, schepenen en raad van de stad Roermond dat hij Derick van Oest, zijn raad en keukenmeester, naar de stad zal sturen om in het geschil tussen de stad en de schout Johan van Osen te bemiddelen.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 345, blz. 98-99; eenvoudig 16e eeuws afschrift in inv.nr. 348, blz. 79; regest nr. 572.

Derick van Oest was leenman van Hillenraad. Voor het geschil zie regest nr. 573.

 

13 mei 1460

in het jaer ons heeren duysent vierhondert sesstigh op St. Servaes avont

SWALMEN - Dederick van Oist verkoopt een erftijns van 15 Rijnse gulden, gevestigd op 7 bunder land genaamd de Geystinge en 4 bunder genaamd de Rijsse onder Swalmen en Asselt gelegen, aan Johan Drijvener namens het Kapittel van de Heilige Geest te Roermond.

“Wij Johan Drabbe, richter, Gaedert meyster Henrichs  ende Linnert Walschart, schepen der dingebank van Swalmen, doen kont allen luyden en tuygen dat voor ons komen is Dederick van Oist en heeft met reghten verteyniss wettelick ende wael gegeven en verkoght aen ende op seven boenre landts ter maeten meer ofte minre geheyten die Geystinge, gelegen op den wegh van der Swalmer Hegge, daer den wegh doorgeyt tot Hillenraede wart, ende aen en op vier boenre landts geheyten die Rijsse, gelegen boven Asselt midden in in die velde, dat Johan van Oist sijns vaeders te sijn plaght, vijfthien Rijnsche gulden goedt van golde ende swaer van gewighte, jaerlijx ende erftlijck zijns, of die weerde daer vuur in der tijdt der betaelinge genge ende geve, heer Johan Drijvener, canonick in den H. Gheyst tot Ruremonde in behuef des capittels van den Heyligen Gheyst den vurss. tzijns tot eynre erfregt te hebben ende te besitten alle iaer en erflich den vurgemelten zijns te geven en te betaelen, ende los, vrij van alle saeken te leveren binnen dese stadt Ruremonde in haer vrij, seecker behalt op den heyligen Pinxtdagh nu naestkomende ierst aen te betaelen, ende weert saeken hij dis niet en dede, ende eynigh jaers aen de betaelinge des voorss. zijns in eynre, deels ofte te maele versuymelijck were op den H. Pinxtdagh ofte onbevangen binnen de sess weeken daer naer volgende, soos al en magh een rentmeester dan in den tijdt der vurgemelte capittels of iemandt anders van des capittels wegen sijn handen slaen aen dat vurgemelte landt ende onderpandt, dat te hebben ende te behalden in behuef des vurgemelten capittels, en haeren vrijen wille daer mede te doen, gelijck eynigen anderen haeren properen erven ende guede, sonder eynigh hinder of bekorne [sic; lees: bekronen] Dederick van Oist vurschreven en sijne erven of iemandt anders van sijnre wegen, en in der maeten soo heeft Johan Drabbe der righter vurschreven den vurgemelten zins mit eynre groene rijsse, met eynen silveren penninck ende met eynre elpenbeynen metzhicht als vrij eygens guets reght gelegen is voort beleent en opgedragen heer Johan Drijvener, canonick vurschreven, ende heeft hem in behuef des vurgemelten capittels van den Heyligen Gheyst daer inne gesathe ende geerft als reght en gewoonlijck is, behelteniss den heer ende mallinck sijns reghts, ende Dederick van Oist vurss. heeft met geloift voor hem ende vur sijne erven, of sigh tot eyniger tijdt bevonde dat dat vurgemelte landt en onderpant anders ergens in de erghten gebonden uyt en aen te gaen, als dat vurgemelte capittel, dat hij of sijn erven dat altijdt tot gesynnen des vurgemelten capittels of ymant anders van haer wegen komen sal ter stede daer sigh dat met reght gebeurt, en sal op sijnen kost dat vurgemelte capittel daer inne vestigen en gueden, dat sij des in den reghten genoegh hebben; weert ouck saken dat den vurgemelten zijns eynighs jaers gelijck vurschreven steyt niet betaelt werde, of dat dat vurgemelte capittel eynigh gelike hedt in eyniger puncte vurschreven, soo magh eyne rentmeyster dan in der tijdt des vurschreven capittels dat dan aen Dederick van Oist vurschreven en aen sijne gueden of aen sijne erven doen kommeren of vuytpeynden gelijck scholt die voor den gerigt gewonnen were, sonder alle arghlist, des ter konden ende te getugen soo hebbe ick Johan Drabbe righter vurschreven mijnen zegel vur migh ende vur die vurgemelte schepenen om haeren beden wille, want sij gein zegelen en hebben, aen desen openen brief gehangen, onder welcken zegel wij schepen vurss. tuygen dat alsoo voor ons geschiet te sijn, ende omme te meer konden wille soo hebbe ick Dederick van Oist vurss. mijnen zegel met voor migh ende voor mijne erven aen desen brief gehangen. Gegeven in het jaer ons heeren duysent vierhondert sesstigh op St. Servaes avont.

Hier van tegens den 21 meert 1737 sullen vervallen zijn twee jaeren interesse, ieder ad 15 pattacons.”

Schloss Haag, inv.nr. 3845; eenvoudig afschrift op papier. Dorso:  ´capittel / 930 gulden oude munte / creatie op St. Servaes 1460 / interesse 15 pattacons´. Een vrijwel gelijkluidend afschrift bevindt zich in Schloss Haag, inv.nr. 249 (verfilming 4/34).

 

14 juli 1460

"op der apostulenavont divicionis"

ROER ‑ Johan Hillen, richter, Gaedert Heesman en Geraert van Stege, schepenen te Roermond, verklaren dat Derick Bolleckhouwer een stuk land te Ruer heeft verkocht aan Johan Koltkens.

G. van Bree: Res Gestae I, nr. 1150.

Zie 1456 z.d., 29-11-1459 en 23-8-1460.

 

23 augustus 1460

"op sent Bartholomeusaevent apostoli"

ROERMOND ‑ Deryck Bolckhouwer en Lysabette, echtelieden, verkopen een jaarrente van 2 rijnse guldens à 40 "boddreger" uit hun huis achter de muur (= Roersingel) ten behoeve van de Begijnhof.

G. van Bree: Res Gestae I, nr. 1152; RHCL Maastricht, Cartularium Begijnhof Roermond, fol. 20vs.

 

23 augustus 1460

ROERMOND - Schepenbrief van Roermond, waarbij Derick Blockhouwer een cijns van 2 rijnse gulden overdraagt aan Wendel Schepers.

RHCL Maastricht, Magazijnlijst Begijnhof Roermond (Nieuwenhof), inv.nr. 9; charter.

 

16 september 1460

"op sent Lambrechtzaventt"

ROERMOND ‑ Johan Hillen, richter, Heinrick van Inckenvoirt en Johan Knoupe, schepenen te Roermond, verklaren dat Gaedert Heessman een jaarlijkse erfrente van 8 Rijnsguldens ten laste van 4 morgen land die van Johan van Baexen waren, gelegen buiten de Nielerpoort tussen land van Gaedert Heessman en Johannes Goltsteyn, ten laste van 1 bunder land die van Johan Herkenbossch was, gelegen tussen land van Geraert Byn en van Gaedert Heessman, en ten laste van een beemd buiten de Zwartbroekpoort bij de dries van het gasthuis gelegen naast het duifhuis van Lambrecht van der Kraken, heeft verkocht aan de huisarmen te Roermond.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1624, fol. LVII; regest nr. 579.

Geraert Byn was leenman van het Bynsleen te Swalmen.

 

1460, z.d. ?

BUGGENUM ‑ Gegevens inzake het Buggenummer veer, met betrekking tot Conrad van der Horst. Tevens gegevens inzake visrechten in de Roer en in de Maas.

RHCL Maastricht, Karthuizers te Roermond, inv.nr. 2, fol. 181.

 

1460, z.d.

BEESEL ‑ (Schepenen van Roermond) bepalen (in een hoofdlering voor een vonnis van schepenen van) Besel dat indien een erf wordt vervreemd ten behoeve van een erfrente, de bloedverwanten (het erf) mogen naasten.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 837, fol. 27; regest nr. 581.

 

1460, z.d.

BEESEL EN BELFELD ‑ Ten overstaan van de schepenbank van Besel heeft Jacob Lentkens zijn erf en goed overgedragen aan zijn neef Teuwes Goltsmeet, waarna Teuwes aan zijn oom Jacop een lijfrente van 10 rijnse gulden heeft gegeven, gevestigd op deze goederen, waarvan eveneens een schepenakte is opgemaakt. Hierop heeft de zus van Jacop deze goederen beschud; omdat zij een zus is van de verkoper hoopt zij dat zij mag beschudden, omdat ze nader verwant is dan Teuwes en omdat de koop heeft plaatsgevonden nadat Teuwes haar oom (sic) opnieuw een lijfrente heeft gevestigd op het goed.

Teuwes ontkent het beschudrecht en hoopt dat Jacops zus niet mag beschudden, omdat het geen verkoop betreft waarover ook geen godspenning of lycop is betaald, maar dat zijn oom hem het goed heeft geschonken. Later heeft hij zijn oom de lijfrente gegeven.

Het hoofdgerecht vonnist dat het goed inderdaad ten onrechte is beschud.

T. Janssen de Limpens: Geldersche Wyssenissen van het Hoofdgerecht te Roermond 1459-1487, blz. 22-23. Utrecht, 1953.

Betreft mogelijk Lentgenshof te Belfeld, zie 1546, z.d. Voor Belfeldse bezittingen van een edelsmid zie ook 1466, z.d.

 

1460, z.d.

BEESEL EN BELFELD ‑ Jacop Pullen heeft 400 rijnse gulden opgenomen, waarvoor hij erf en goed dat hij in Besel zou erven, heeft verpand aan zijn kinderen. Nadat Jacop dit goed heeft geërfd, heeft Eligys van Werich dit goed "bekommert" wegens een schuld van 50 rijnse gulden. Deze kommer is door Jacob opgeheven waarna Elisyg 49 gulden heeft ontvangen uit dit goed. Hierna heeft een van Jacops zonen zich door de schepenbank krachtens voornoemde schuldbrief in de goederen laten richten waarbij deze zoon er van uitgaat dat zijn rechten zwaarder wegen dan die van Van Werich. Eligys heeft toen voorgesteld dat de zoon de goederen zou verkopen; uit de opbrengst zouden de kinderen eerst hun aandeel ontvangen en Eligys zou uit een eventuele meeropbrengst zijn geld ontvangen.

De schepenen hebben dit voorstel overgenomen en als vonnis uitgesproken, maar de zoon heeft de uitspraak genegeerd en na jaar en dag heeft deze verkoop niet plaatsgevonden.

Later heeft Jacop een gedeelte van het goed in het bijzijn van zijn zoon verkocht aan Derick van Besel, waarbij beide verkopers hebben beloofd Derick vrij te houden van beschud.

Toen de verkoop in de kerk is aangekondigd heeft Eligys de rechtsgeldigheid aangevochten omdat verkopers zich daarbij niet hebben gehouden aan het vonnis van de schepenbank. Hij hoopt dat zijn vordering om het goed onverminderd van kracht zal blijven. De zoon van Jacop hoopt echter dat zijn rechten zwaarder zullen wegen.

Het hoofdgerecht vonnist dat de zoon het goed alsnog moet verkopen zoals bepaald in het eerste vonnis; weigert hij dit dan mag Eligys het goed verkopen om uit de opbrengst zijn vordering te krijgen.

T. Janssen de Limpens: Geldersche Wyssenissen van het Hoofdgerecht te Roermond 1459-1487, blz. 23-24. Utrecht, 1953.

Zie 6-2-1452.

 

1460, z.d.

BEESEL-REUVER - Maesken Tymmerman vordert van Heynrick NN een huwelijkspenning gevestigd op de goederen van aangeklaagde. Henrick beroept zich op ongestoord bezit sinds jaar en dag. Maesken laat twee getuigen en huwelijkslieden verklaren dat in huwelijkse voorwaarden is bepaald dat deze huwelijkspenning terugvalt aan de schenkers of nakomelingen indien het huwelijk zonder wettige nakomelingen blijft. Heynrick vecht deze verklaring aan omdat deze is afgelegd door zegslieden van slechts één zijde. Maesken hoopt dat de verklaring toch wordt aanvaard omdat het juist getuigen van de tegenpartij betreft en niet van zijn eigen zijde. Bovendien is het bezit van Heynrick volgens hem niet ongestoord geweest omdat Peter Wendelen, aan wie ook een helft van de huwelijkspenning was vererfd, zijn aandeel wel heeft ontvangen.

Het hoofdgerecht te Roermond erkent het bezit van Heynrick niet maar laat deze toe tot het afleggen van de eed van onschuld, omdat de aanklager slechts getuigenverklaringen van één zijde heeft.

T. Janssen de Limpens: Geldersche Wyssenissen van het Hoofdgerecht te Roermond 1459-1487, blz. 25-26. Utrecht, 1953.

 

1460, z.d.

KESSEL - Gaedert van Oyen vordert betaling van een tijns van Jan Francken wegens goederen die deze heeft gekocht maar aan Gaedert tijnsplichtig zijn. Francken stelt dat hij het goed heeft gekocht van Reyner van Holthuysen en hierna sinds jaar en dag in ongestoord bezit heeft gehad. Gaedert toont een oude tijnsrol aangaande tijnzen en kapoenen. Op verzoek van Johan verklaart Reyner van Holthuysen dat zijn voorouders het goed meer dan 100 jaar in leen hebben gegeven, maar Gaedert stelt dat dit hooguit 80 jaar is. Reyner zegt dat het niet op 10 of 20 jaar aankomt. Johan stelt daarnaast dat het goed twee of driemaal in leen is ontvangen terwijl Gaedert dit heeft kunnen weten. Gaert verdedigt zich met de mededeling dat hij de tijnsrol niet eerder beschikbaar heeft gehad als bewijsmateriaal.

Het hoofdgerecht te Roermond wijst de vordering af omdat het goed diverse malen in leen is ontvangen en Gaedert hier nooit tegen heeft geprotesteerd.

T. Janssen de Limpens: Geldersche Wyssenissen van het Hoofdgerecht te Roermond 1459-1487, blz. 30-31. Utrecht, 1953.

 

1460, z.d.

GELRE ‑ Elbert Bol verkoopt de hof genaamd ingen Geest met de laten en alle toebehoren, aan de Geestdorn in de Voogdij onder de jurisdictie van Nykercken voor de Yssemse poort buiten de stad Gelre gelegen, aan Elbert Wynter, die het vruchtgebruik afstaat aan zijn vrouw Catrina.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 1.

 

1460, z.d.

LOBBERICH - Lucke Mansarts, echtgenote van Peter van Ruweel genaamd Ingenhuys, als erfgename van haar vader Willem (Mansarts van Netbroeck), vererft de hof genaamd Neetbroeck op haar kinderen.

Catrina van Netbroeck, echtgenote van Jan Spaens, wordt als erfgename van haar vader beleend met de hof genaamd Neetbroeck.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 53.

 

1460, z.d.

ROERMOND ‑ Willem van Vlodorp, erfvoogd te Rurmund, draagt het vruchtgebruik van zijn griend genaamd de Molengrient, tegenover Remund langs de Maas gelegen; zijn bemden in en buiten de Polich gelegen, zoals deze tussen de grote en de kleine Huyscher Masen zijn gelegen, met al hun aanwassen, zoals deze (leen)goederen tot de voogdij van Remund behoren, over aan zijn echtgenote Cecilia van Hamel en van Elderen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 63.

Zie 1409 z.d. en 1465 z.d.

 

1460, z.d. ?

SWALMEN - Gegevens inzake het Buggenummer veer, met betrekking tot Conrad van der Horst. Tevens gegevens inzake visrechten in de Roer en in de Maas.

RHCL Maastricht, Karthuizers te Roermond, inv.nr. 2, fol. 181.

 

1460, z.d.

BEESEL - (Schepenen van Roermond) bepalen (in een hoofdlering voor een vonnis van schepenen van) Besel dat indien een erf wordt vervreemd ten behoeve van een erfrente, de bloedverwanten (het erf) mogen naasten.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 837, fol. 27; regest nr. 581.

 

1461

5 maart 1461

"des vijfden dachz in den meert des maendtz"

SWALMEN ‑ Ten overstaan van de schepenbank Swalmen verkoopt Gadert van der Masen van Besel genaamd Gobbelinus aan Johan van Zuchtelen en Mechtildis, echtelieden, een jaarlijkse erfcijns van 15 rijnse guldens, gevestigd op de hof genaamd Op geen Hoeve (= Baxhof) onder Swalmen.

G. van Bree: Res Gestae I, regest nr. 1160.

Met transfix uit 1463 waarbij Johan van Zuchtelen en zijn vrouw de vermelde cijns verkopen aan broeder Dionysius van Brede, procurator van de Reguliere kanunniken van het St.-Hieronymusklooster te Roermond ten behoeve van dat klooster.

Met tweede transfix uit 1490 waarbij Leonard van Zittert, procurator van voornoemd klooster, deze cijns verkoopt aan Herman Gruyter, deken van het concilie van Wassenberg en kanunnik in de H. Geestkerk te Roermond, ten behoeve van 2 erfmissen die jaarlijks in de kerk van de H. Geest moeten worden gelezen op het altaar "onder den heylighen Cruyts op de librarijen".

Zie 4-4-1484.

 

16 mei 1461

des satersdaiges nae onss heren hemelfairtzdach

Z.P. / TEGELEN - Arnold, hertog van Gelre, belooft dat hij voor Johan en Otto van Holtmoelen, bezitters van het leengoed Holtmoelen, een goed leenheer zal zijn.

“Wij Arnolt van der genaden Gaitz hertoge van Gelre ende van Gulich ende greve

van Zutphen doin kont dat ende alsoe ons Johan ende Ott van Holtmoelen

hoer huys tot Holtmoelen dat onse leen ende apen huyss is ingedain hebben ons

dair aff te moigen behelpen gelijck sich dat van loenss geboirt ende doch

schuldich te doin sijn, soe bekennen wij hertoge voirss. dat wij den selven

Johan ende Ott voirss. des eyn guet hoeffthere sijn ende voirt dair aff doin

sullen gelijck andere onse ritteren knechten bynnen onsen lande, ende all

sonder argelist oirkonde onss secreetz siegell hyr bynnen opgedruckt

in den jair onss heren dusent vierhondert eynendetsestich des saterdaiges

nae onss heren hemelfairtz dach”.

Schloss Haag, inv.nr. 3197; origineel op papier met gecacheteerd geheimzegel.

 

donderdag 21 mei 1461

STRAELEN ‑ Brief van hertog Arnold van Gelre aan Derick van Oest inzake de hulp door Roermond tegen de opstandige stad Venlo.

Hertoge van Gelre ende van Gulich ende greve van Zutphen

Guede vrient, wij sijn desen avont in onsen rade geslaten dat wij onss stat van Ruremunde wyllen doin scrijven ende manen onss hulp ende bijstant the willen doin over onss rebelie stat Venloe omme the bessyen wes sij bij ons doin ende ons toe verlaten soelen etc., seynden wij u den brieff ain onss stat Ruremunde vurss. ende eyn copye desselven brieffs dair aff, op dat gi syen moigt woe ende wat wij sij dairomme doin scrijven ende ver…, ende offt u dan geraden dunckt den brieff voirt the seynden off nyet, dair wilt die d..s besten ynne ramen ende voirt van onss wegen doin als gi meyndt tbeste ende tmieste gedain sij. Gegeven tot Stralen sdonersdaigh na den sonnendaige exaudi r.. sub secr.. anno .. lxio

[ander handschrift:]

Guede vrundt onse meynonge is hyeraf dat wij gerne solden weten oft oock gedadyngt wurde tusschen den van Venlo ende onss waer voer dat wij onsse stat Ruremunde dan salv[eren] mogen da… ende dairom seynden wij desen brief tot Ruremunde eer dye dadyngslude bynnen Venlo comen ende tge..cht daeraff op die strate qweme, hyer in duet dat gij meynt tbest sij desen bode te laten vollenrijden of …dich te … want gij alle dage … … gestant daer uyt dan wij doen … of wij verwachten der gevangenen te richten satersdage gelijc wij u gescreven hebben.

Schloss Haag, inv.nr. 4891; origineel op papier in slordig handschrift, waardoor moeilijk leesbaar.

 

21, 22 en 30 mei 1461

STRAELEN ‑ Brieven van hertog Arnold van Gelre aan Derick van Oest, raad en keukenmeester, inzake de opstand in Venlo.

Brief 1 d.d. donderdag 21 mei 1461: de hertog roept Derick van Oest op om de gevangenen uit Venlo zaterdag om 9.00 uur op de heide tussen Wambach en Maalbeek over te leveren aan zijn ruiters om te worden berecht. Indien ze nog te biecht willen gaan, moeten ze dat maar bij de pastoor in de toren doen, maar niet op de gerechtsplaats.

Hertoge van Gelre ende van Gulich ende greve van Zutphen

Guede vrient wij laten u weten dat gi mitten gevangenen gi dair uit Venloe gevangen sittende hebt avermergen opten satersdach tot negen uren voirmiddage sijn wilt tussen Wamyck ende Maelbick opter heiden, dair onse ruyters dan tegen u komen ende voirt brengen sullen, dair men die selven richten sall, hyr en wilt ommer nyet in laten vallen in enigerwijs, ende dat gi hoin ommer hoer biegt aldair in den torn wail lait doin, want wij onder den gericht egeen verthuenen dair mede halden en willen, dairna moigen sij sich te vorder tegen den priester dan cleren, als sij meynen sich tegen Gaide te verantworden. Gegeven tot Stralen des donredaigh na den sonnendach exaudi .. sub secr.. anno … lxjo

Dorso: Aen Derick van Oist, onsen rait ende coickenmeister

Brief 2 d.d. donderdag 21 mei 1461: de hertog schrijft dat hij zijn bode Derick Cock en de scherprechter (beul) had willen sturen, maar dit is nog niet gelukt. Hij verzoekt nu Van Oest om te doen wat nodig is. Indien die van Beesel twee van de zes gevangenen aldaar willen berechten, of liever nog één, is dat goed, maar Willem Jeger wil hij zelf berechten. Ook Johan van Brede zal mogelijk berecht worden.

Hertoge van Gelre ende van Gulich ende greve van Zutphen

Guede vrient, soe wij u myt Derick Cock, onsen baide, eyn cedell mitten scharpenrichter gesant hebben, omme hoin te vragen tbeste gij kont ende moigt na inhalt der selven cedulen ende oick mede ontbaiden hebben eynen van onsen vrienden aldair bij u te schicken omme die gevangenen van onss wegen te gesynnen in maten als gij weet etc., sijn ons desen avont sulcke trefflicke saicken voir gekomen, dairomme wij nyement aldair geseynden off geschicken en konnen, begeren wij dairomme mit gantzen ernste seir vrientlichen van u dat gij van onss wegen tbeste dairinne doin wilt wanner die schepenen dat ordell dair aver gewesen hebben, dat gij alsdan van onss wegen die gesynt heyscht ende voirt brengt gelijck wij u dat hebben doin schrijven, ende offt saicke were dat die van Besell twee van den gesellen behalden wolden die aldair the richten iss onse wille dat sij der twee uyter den sessen nemen, behalven Wilhem Jegher, want wij den selven mitten anderen gij ons seynden werdt alhyr dencken te richten - doch wolden sij sich mit eynen laten genuegen, dat were ons liever, hyr moigt sij des besten gerne ramen ende voirt doin als wij u vertruwen. Gegeven tot Stralen sdonredaigh na den sonnendaige exaudi .. sub secr.. anno .. lxjo

Item offt saicke were dat Johan van Brede soe streckt were dat hij ain dat gericht gain off brengen mucht, soe were onse meynonge datmen den alsdan oick richten aldair soe dat hij die ander offt alleyn were ende wij richten ons yntlich dair na nu ende toekomenden satersdaige, gelijck wij u dat hebben doin scrijven.

Dorso: Aen Derick van Oist, onsen rait ende coickenmeister

Brief 3 d.d. 22 mei 1461: hertog Arnold van Gelre verzoekt zijn raad en keukenmeester Derick van Oest om Willem Jeger uit Born en Gerit van Oeyen terecht te stellen. De andere vier gevangenen zullen nog in hechtenis blijven. De hertog wil dat bij Willem Jeger - die de hertog en zijn raden heeft belasterd - eerst de tong zal worden afgesneden, voordat hij wordt opgehangen. Ook wil hij dat de broer van Rutger Everts (of staat er: broeder Rutger Everts?), die bij Reinier van Holthuysen is, zal worden berecht.

Hertoge van Gelre ende van Gulich ende greve van Zutphen

Guede vrient, wij sijn desen avont laet myt onsen reden ende vrienden averkommen van den selven die aldair gevangen sitten, nyt meer dan twee ter tijt, aldair opter waelstaet off dairomtrint te doen richten, als myt namen Willem Jeger van Bor, die soe schentlich ende scemelich op ons ende onsen reden gesproken heeft, ende Gerit van Oeyen, die onse straten geschyndt heeft, gelijc deels van onsen vrienden, die wij aldair bij u aent gericht schicken seggen soelen, die ..al.. wairomme wij myt den anderen vier gevangenen noch verhalden, ende wilt die selve Willem Jeger ende Gerit van Oeye voirss. mergen tusschen acht ende negen uren aent gericht hebben, dair gi se wilt laten richten, als voirget. is, end te acht uren voirmiddage soelen onse vrienden halden aen Wammicker moelen, omme dat gericht voir den v..loe..en te vrijen, dair sul.. enen baide ter selven plaetzen ende uren voirs. schicken, ende die soelen twee van onsen vrienden bij u myt den selven uwen bade seynden, omme u van onss wegen dat gericht over die twee voirss. te laten geschien, hyr wilt gi des besten voirt in helpen ramen, als wij onss des eyntlich tot u verlaten, ende die andere vier gevangenen, die laet noch aldair sitten, ende yn wat manieren wij die voirss. Willem ende Gerit gericht willen hebben, dat soelen u die selve twee van onss vrienden die men myt uwen baide alss voirss. is, tot u aen tgericht schicken van onss wegen wael seggen soelen, den wilt dair ynne gelijc ons selven dair ynne gelouven. Gegeven tot Stralen des vrijdagh na den sonnendach exaudi .. sub secr.. anno .. lxjo

Item Willem Jeger sal men eerst sijn tonge aff snijden ende dan voirt gehangen.

Item voirt willen wij Rutgeren Evertz broeder, die bij Reynken van Holthusen is, mede gericht hebben, datum ut supra.

Dorso: Aen Derick van Oest, onsen raedt ende cokenmeyster.

Brief 4 d.d. 30 mei 1461: de hertog schrijft aan Derick van Oest dat hij een knecht naar de kanselarij in Grave heeft gestuurd om een kopie van rekening te halen. Der hertog wil ook graag weten wat de kosten in Roermond zijn. De drie steden (Arnhem, Nijmegen en Zutphen) zijn bij Huissen bijeen geweest.

Hertoge van Gelre ende van Gulich ende greve van Zutphen

Guede vrient, wij seynden u eynen brieff  an onsen marschalck, dat hij eynen knecht tot Grave an onse cancelryen schicken sall, omme coupeyen van sijnen rekenscappen, den wilt hem geven ende voirt mit hem spreken van onsen kost tot Ruremunde, want ons allen wail groit verlanck dair aen ligt, voirt sijn wij mit heren Johan ende Scheiffert averkomen, noch en satersdach te verhalden mitten gesellen te richten omme der saicken will gi mit Jan van Egmont ende onsen amptman op handen hebt, Got geeff ons wat guetz dair aff, wij hebben nu wat bescheitz vernomen van der vergaderingen, dat die drye stede voir Huessen bijeyn geweest sijn, als wij u wail seggen soelen, ende wij willen onsen saicken voirt allet nagain, gelijck men dair aff gescheiden is, dat wilt onsen marschalck oick seggen dat gi mit uwen ruyteren kompt als gi weet. Gegeven tot Stralen des vrijdaigh na den heiligen pinxstdach .. sub secr.. anno .. lxjo.

Dorso: Aen Derick van Oist, onsen rait ende coickenmeister.

Schloss Haag, inv.nr. 4892.Originelen op papier.

Hertog Arnold belegerde Venlo in 1461 gedurende vier maanden, zonder veel resultaat (RHCL Maastricht, 14.A002A nr. 135 Bisschoppen Roermond). Zie voor een breder verband ook: http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/StatenEnStedenVanGelderland1423-1584/documenten?clear=1&landdagid=142

 

26 september 1461

ROERMOND ‑ Johan Hillen, richter, Heynrich van Ynckenvoert en Johan Knoupe, schepenen te Roermond, oorkonden dat Derick van Besell met toestemming van zijn vrouw Gaetstaele aan Johannes Kedel ten behoeve van de broederschap van het H. Sacrament In Op en de "gerwekameren" In Op een erfrente heeft geschonken van 1½ Rijnsgulden, vermeld in een akte van 6 september 1440, die hiermee wordt getransfigeerd. De rente wordt als volgt gebruikt:

-         1 Rijnsgulden aan de broederschap voor een erfmis;

-         ½ Rijnsgulden aan de "gerwekameren" voor een jaargetijde in de kerk In Op.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1448; regest nr. 586.

Vgl. februari 1451, z.d. en 6-2-1452.

 

9 november 1461

BEESEL ‑ Heynrick van Kriekenbeck genaamd Van Barle verklaart met zijn zonen Heynrick, Willem en Johan van Kriekenbeck genaamd Van Barle, dat door overeenkomst met Jan van Polle genaamd Jannes Dries een eind is gekomen aan het proces voor het gerecht van Beesel, met als inzet vorderingen krachtens borgtocht van Heynrick van Kriekenbeck voor Gerat van Boickholt te Wylren ten behoeve van Willem van Boickholt.

RHCL Maastricht, Maria Weide te Venlo, inv.nr. 283; charter met zegels van oorkonder en diens zonen.

 

11 november 1461

"op sent Martijsdach in den wynter"

ROERMOND ‑ Arnolt, hertog van Gelre, verklaart in aanwezigheid van zijn raadslieden Theodoricus van Oist, keukenmeester, Johannes van Rossam en Theodoricus van Horst, knapen, dat hij de jaarmarkt van de stad Roermond, die gehouden wordt op St.-Nicolaasdag (6 december), verplaatst naar St.-Barbaradag (4 december), daar eerstgenoemde dag een verplichte kerkelijke feestdag is; de rechten van de stad met betrekking tot de jaarmarkt worden bevestigd.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 345, blz. 96-96; regest nr. 587.

Theodoricus van Oist was leenman van Hillenraad.

 

22 november 1461

(op Cicilienavond)

LEUTH ‑ Marsilis van Beringen en Galent, echtelieden, (met toestemming van hun dochter Galent, non in de Oede te Venlo?) dragen, ten overstaan van schepenen van Leuth, laatheer Borghard van der Aer en diens laten, de helft van de hof Brandt of In gen Brandt te Leuth over aan zuster Kathrijne van Langendonck ten behoeve van het klooster Trans Cedron te Venlo.

De overdracht wordt o.a. bezegeld door Johan van Besel genaamd van Reijde, scholtis van het ambt Krieckenbeck.

RHCL Maastricht, Klooster Annunciaten te Venlo, regest nr. 30.

Zie ook: Maasgouw 1879, blz. 194: Klooster Trans Cedron te Venlo. Zie 4-9-1430 en 9-5-1482.

 

1461, z.d.

OFFENBEEK ‑ Bely Conincx, echtgenote van Gerrit Krebbens, ontvangt het gehele goed dat gelegen is te Offenbeeck met alle toebehoren te bos, te velde, te water en te weide, zoals zij dit van haar vader Gaert Coninck heeft geërfd. Zij wordt rechtstreeks door de hertog ("als een averleenheer") ten Zutphense rechten beleend, omdat "sy om dolheyts wil van haeren rechten onderleenheere geen beleeninge becommen can, als sy seyde".

RHCL Maastricht, Hof van Gelder te Roermond, inv.nr. 204, fol. 198vs- 199: "Extracten geëxtraheert uuijt seker boeck geïntutuleert 'Index feudorum in Superiori Geldria et comitatu Sutphaniensi inceptus at Everhardo Reidano grapho in Marto anno 1593 et absolutus a fratre iodoco 18 Aprilis anno 1598'"; Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 104-104.

Zie 1459, z.d. en 1467, z.d.

 

1461, z.d.

LOBBERICH - Heynrick van Barle, als voogd van zijn echtgenote, heeft beslag gelegd op de hof te Vlyen en vordert van eigenaar Weyer scheiding en deling van deze hoeve, waarvan de helft verstorven zou zijn op zijn echtgenote, die een dochter was van een zus van Dryes van Heythuysen.

Gedaagde Wyer beroept zich op 40 jaar ongestoord bezit van de hoeve, waarin hij door het hoofdgerecht wordt gehandhaafd.

T. Janssen de Limpens: Geldersche Wyssenissen van het Hoofdgerecht te Roermond 1459-1487, blz. 39-40. Utrecht, 1953.

 

1462

maandag 8 februari 1462

des manendages na sente Aghathen dach virginis

ISSUM (D) - Ten overstaan van zijn leenmannen Diedrich von Oist en Johann von Rossem, Johann's zoon, staat hertog Arnold van Gelre en Gulik, graaf van Zutphen, Johann Daem, richter te Goch, toe om een rente van 6 rijnlandse guldens uit de hof Ysshem, welke deze van de hertog in leen houdt, te verkopen aan Johann von Berenbroick, met de verplichting deze rente binnen tien jaar weer in te lossen.

Scholten, Grafenthal, akte nr. 301 (voor regest zie blz. 241); met dank aan Marcel Dings, Tegelen.

Leenman Dirk van Oest was vermoedelijk tevens heer van Hillenraad.

 

22 februari 1462

ROERMOND ‑ Gobbel van Besel wordt vermeld als eigenaar van een huis in de Swalmerstraat te Roermond.

G. van Bree: Res Gestae, regest nr. 1174.

 

z.d. (22 februari 1462)

ROERMOND ‑ Gegevens inzake een huis op de Swalmerstraat te Roermond, met betrekking tot Gaedert van der Neuwerstadt, Gobbel van Beesel en Vrinckers (?) van Vlodrop.

RHCL Maastricht, Karthuizers Roermond, inv.nr. 1, fol. 4; latijn.

 

1 maart 1462

BEESEL ‑ Het klooster Maria Weide te Venlo wordt beleend met 4½ bunder akkerland te Wijlre onder Besel gelegen.

RHCL Maastricht, Klooster Maria Weide te Venlo, inv.nr. 37; voorheen magazijnlijst nr. 146; charter.

 

1 maart 1462

RIJKEL ‑ Ten overstaan van Dederick Houff en Thijs Blocken, leenmannen van de hertog van Gelder en Gulick en graaf van Zutphen, "als geleende mannen, om gebreke wille mijnre mannen to deser tijdt", oorkondt Henrick Kellener als leenheer dat hij Henrick Steins namens het besloten jonkvrouwenklooster O.L.V. en de 11.000 Maagden genaamd In der Weijden te Venloe heeft beleend met de helft van 4½ ("viftenhalven") bunder land min circa ½ bunder, gelegen te Rijckel in het kerspel Besell, welk land eertijds eigendom was van Gobel Grouwels en tot de hof te Ryckell behoorde, welke eertijds eigendom was van heer Peter van der Maesen denn Aldenn.

RHCL Maastricht, Klooster Maria Weide te Venlo, inv.nrs. 440 en 441; stukken afkomstig uit het Kreis-Heimat-Museum te Kevelaer. Eenvoudig afschrift, 18e eeuw.

Zie 6-5-1444.

 

1 maart 1462

"up den yrsten dach van den Merdt des avonts"

RIJKEL ‑ Ten overstaan van Dirrich Hoeft en Tiss Bloicken, leenmannen van de hertog van Gelre en Guijlich en graaf van Sutphen, "als geleende man van lehenn, umb gebreck wille mynre man to dieser tiet", oorkondt Henrick Kelner als leenheer dat hij Henrick Steinss namens het besloten jonkvrouwenklooster O.L.V. en de 11.000 Maagden genaamd In der Weijden te Venlo heeft beleend met de helft van 4½ ("vijfftenhalven") bunder land min circa ½ bunder, gelegen te Rickell in het kerspel Biesell, welk land eertijds eigendom was van Goebbell Grouwels en tot de hof te Rickell behoorde, welke eertijds eigendom was van heer Peter van der Maisenn denn Aldenn.

RHCL Maastricht, Klooster Maria Weide te Venlo; stukken afkomstig uit het Kreis-Heimat-Museum te Kevelaer; 16e eeuwse correspondentie i.v.m. geschil tussen klooster en Nieuwenbroeck. Eenvoudig afschrift, 16e eeuw.

Het afschrift vermeldt in tegenstelling tot andere afschriften dat Hendrik Kellener de akte bezegelt. Zonder in te gaan op de inhoud, wordt tevens melding gemaakt van "ein copie eins berichts dat etzlige hondert jair alt is, dat klerlich mit brenght dat die helft van die vurschreven landt in den hoiff tgenen Broick gait unnd die annder helft in die Raeder hoef".

Met (afschrift van?) een eveneens ongedateerde brief van Johan van Holthuisen (aan de graaf van Bentheim?) als volgt: "Diesem wilt sunder naelaticheit infolgenn, damit das gein unkoest, unvetzell ader schadenn drup lopen mucht, des ich dem Connvent niet gerne doin wulde is soe verne ich es aen sein kust... aber das ich alle gerechticheit inforteren sall, nemlich was toe ontfangen steit und ontfangenn is, voirtits, unnd voegen mich damit of meinem bry...umt doch unverzeitlich nach Benthem tsait mich sulich mein leherr, der wolgeborner Grave van Benthem, uyt ernst und of verluisse meines lehens befolhen, derhalven des ich euch in diesem unnd meher anderer eiletz zu forteren haif". Zie 6-5-1444.

 

1 maart 1462

RIJKEL ‑ Ten overstaan van Dederick Houft en Thijs Blocken, leenmannen van de hertog van Gelder en Gulik, graaf van Zutphen, oorkondt Henrick Kellener dat hij Henrick Steins, ten behoeve van het besloten jonkvrouwenklooster O.L.V. en de 11.000 maagden genaamd In der Weijden, gelegen te Venlo, heeft beleend met de helft van 4½ bunder min ½ morgen land te Rijckell in het kerspel Besell. Dit land was eerder eigendom van Gobell Grouwels en behoorde in de hof te Rijckell die eigendom was van Peter van der Maesen "den alde".

De getuigende leenmannen treden op "om gebreke wille mijnre mannen to deser tijdt".

Cijnsregister Nieuwenbroeck.

 

dinsdag 21 april (14)62

"des dynxdaighz nai den sonnendach jubilate"

ROERMOND ‑ Burgemeesteren, schepenen, raad en de zesmannen van de stad Roermond bevelen Gerairt van Stege voorzieningen te treffen aan zijn watermolen opdat geen schade optreedt aan de stadsvolmolen.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 345, blz. 222; regest nr. 591.

Voor Gerairt van Stege zie 4-4-1463.

 

27 mei 1462

Derych van Slenderhain draagt een erfrente van 3½ rijnse gulden plus 4 .. , die hij heeft geërfd van Derych van Wylderoide, over aan Wilm Bueck van Kessel.

Schaesberg-Tannheim (I): Urk. 159. Zie 1463, z.d. en 24-2-1466.

Voor Willem Buyx zie ook: T. Janssen de Limpens: Geldersche Wyssenissen, blz. 19-21. Utrecht, 1953.

 

1462, z.d.

BAARLO-BONG - Willem Buyx, als voogd van zijn echtgenote, klaagt dat Claes van der Borch bezit heeft genomen van erf en goed genaamd de hof Op der Buynck (Baarlo-Bong), dat klager als voogd van zijn echtgenote heeft geërfd. Willem eist dat hij dit goed in bezit zal hebben, zoals overeengekomen in een magescheid opgemaakt tussen zijn vrouw en haar zus, samen met hun voogden en echtgenoten. Claes zegt dat hij dit goed 12 of 13 jaar geleden van Styne Buynx als huwelijksgave heeft ontvangen en dat Willem hiertegen nooit bezwaar heeft gemaakt. Willem stelt dat hij echter binnen een jaar na het overlijden van Styne Buynx heeft gereageerd en niet eerder heeft kunnen reageren dan na haar overlijden. In het magescheid is verder bepaald dat, indien een van beide zusters overlijdt zonder wettige nakomelingen na te laten, de echtgenoot het vruchtgebruik zal behouden van de goederen.

Het hoofdgerecht te Roermond oordeelt dat Claes, die het goed 12 of 13 jaar in ongestoord bezit heeft gehad, het goed ondanks het magescheid mag behouden als huwelijkgave die hij heeft ontvangen van Styne Buynx, die op dat moment geen vruchtgebruikster was maar het goed had geërfd van haar ouders.

T. Janssen de Limpens: Geldersche Wyssenissen, blz. 19-21. Utrecht, 1953.

Voor Willem Bueck zie ook 27-5-1462.

 

1462, z.d.

HINSBECK - Kathryn (van Bocholtz), echtgenote van Johan (van Besel genaamd) van Reyde heeft na het overlijden van Franck van Ophoeven voor een bedrag van 6 rijnse gulden beslag laten leggen op diens nagelaten goederen. Het huis is door de schepenbank aan haar toegewezen waarna zij het heeft verkocht. Nadat het huis enige tijd leeg heeft gestaan, is het door de voogd van de kinderen van Franck van Ophoeven weer in gebruik genomen, waartegen Kathryn nu protesteert. De voogd antwoordt dat weliswaar beslag is gelegd op de goederen van Franck, maar dat het huis toen reeds aan de kinderen was geschonken. Volgens Kathryn had Franck het huis dan ook volgens oude gewoonte moeten ontruimen, maar hij is er blijven wonen en is er ook overleden. Eiseres wordt om de door haar aangevoerde reden door het hoofdgerecht in haar gelijk gesteld.

T. Janssen de Limpens: Geldersche Wyssenissen van het Hoofdgerecht te Roermond 1459-1487, blz. 56-57. Utrecht, 1953.

 

1462, z.d. ?

ROERMOND ‑ Gegevens inzake een huis(?) op de Swalmerstraat, met betrekking tot Gaedert van der Neuwerstadt, Gobbel van Beesel en Vrinckers(?) van Vlodrop.

RHCL Maastricht, Karthuizers te Roermond, inv.nr. 1, fol 4 (latijn).

 

1462, z.d.

DAELHEIM ‑ Katharina van Kessel genaamd Roffert wordt genoemd als moniaal (lid van een vrouwelijke, aan beloften gebonden orde) in het klooster Duissern (Duisburg). Haar zus Agnes wordt op 12 oktober gememoreerd in het necrologium van het klooster Dalheim. Een andere zus, Margaretha, overleed als priorin van Dalheim en wordt op 28 november herdacht.

Informatie P. Geuskens, Meijel / Kurt Niederau, Wuppertal.

 

1462, z.d.

ECHT ‑ Sander van Geless wordt na het overlijden van zijn vader (Gijse van Geless) ten behoeve van zijn broer Gadert van Geless beleend met de hof van Arwynckel onder Echt gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 93.

Zie 1448 z.d. en 1467 z.d.

 

 

1463

29 januari 1463

ROERMOND ‑ Ten overstaan van Johan Hillen, richter, Gadert Hillen en Johan van Zuchtelen, schepenen te Roermond, verklaart Claes Moesberch dat hij van Gadert Melter, deken van de H. Geest te Roermond, voor een jaarlijkse erfcijns van 3½ Rijnse gulden, die hij jaarlijks op Paasdag aan het kapittel van de H. Geest zal voldoen, een huis en erf achter de muur in erfpacht heeft genomen, genaamd Ter Boverijen.

G. van Bree: regesten van akten betreffende Roermond en omgeving 858-1574, regest nr. 1183.

Zie 20-7-1452 en pondschatting Beesel 1468.

 

4 april 1463

"op sent Ambrosiusdaige"

ROERMOND ‑ Johan Hillen, richter, Gaedert Heesman en Heynrick van den Grynde, schepenen te Roermond, verklaren dat Johan van Zuchtelen met toestemming van zijn vrouw Mechteld een erfrente van 2½ Rijnsgulden, vermeld in een akte van 26 december 1447 (regest nr. 417), die hiermee wordt getransfigeerd, heeft verkocht aan Gerairt van Stege en diens vrouw Kathrijn.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1639; afschrift in inv.nr. 1624, fol. Xvs; regest nr. 607.

 

23 april 1463

ASSELT ‑ Willem van Vlodrop, ridder en erfvoogd van Roermond, en zijn vrouw Caecilia van Elderen, verpanden hun hof te Asselt met visserij en Maasgriend (= de Tol) aan het klooster St.-Hieronymus te Roermond.

Schloß Haag: inv.nr. 251; kopie.

Zie 14-12-1455, 28-3-1468 en 9-3-1477.

 

25 april 1463

"Gegeven int jaer ons heren dusent vierhondert ind driindtsestich op sinte Marcus dach ewa[ngelis]te"

BELFELD-GELOO ‑ Verkoop Noetengoed.

Vullinck van Kessel Johanszoon en Vullinck en Godert van Kessel, vader en zoon, verkopen hun goed, hoef, huis met kamp en boomgaard, genaamd Noetengoed aan den Loe (Geloo) in de dingbank van Beesel tussen goed van Jenken Gijsen en goed van Gijsken van der Haemert, aan Johan Buyck van Kessel. De akte wordt op verzoek van oorkonders mede bezegeld door Vullinck van Kessel, oom en leenheer van het overgedragen goed, en Johan van Holtmolen.

Kreisarchiv Viersen, Kempen, Schaesberg-Tannheim: Urk. 978. Zie 27-5-1462.

1.         Wij Vullinck van Kessel Johans son ind Vullinck ind Goedart van Kessel vader ind sone bekennen overmyts desen apene

2.         brieff voir ons ind voir onse erven dat wij verkocht hebben ind vercoupen myt desen selven brieff Johan Buyck van Kessell

3.         ind sijnen erven ons goet hues ind hoff mytten kamp ind bongart gheheyten Noeten goet so wye dat gelegen ys in naten in

4.         drugen in hogen ind in nederen myt all sijnen to behoer anden Loe inder dynghbanck van Beesell tuyssen Jenken Gijsen goet ind

5.         Gijskens goet van der Haemert nyet daer in uyt gescheyden voir eyn somme gelts die ons wael betaelt ys ind sijn des

6.         vurss. goets uyt gegangen ind hebben daer op vertegen myt monde ind myt halme voir den leen her ind voir den laten

7.         als des goets recht gelegen ys ind hebben ons ind onse erven daer aff ontguedt ind onterfft ten ewigen dagen toe ind

8.         hebben Johan vurss. ind sijne erven daer aen geerfft ind geguedt ten ewigen dagen toe Alsoe dat wy Vullinck ind Vullinck

9.         ind Goedart vurs ind onse erven […]rt an anden vurg[emelten] goede egeynre kunne? ansprake noch to seggen hebben noch behalden

10.       en sullen ten ewigen dagen (…) noch nyemant van onsert wegen Ind wij Vullinck ind Vullinck ind Goedart vurss. gelaven voir

11.       ons ind onse erven Johan vurs ind sijn erven inden vurg[emelten] goede to halden voir alle die ghene die des ten rechten comen

12.       willen ind alle ansprake die van onser off onser erven comen mucht daer an aff te doen ten ewigen dagen toe Beheltenyss

13.       den heer urs rechten ind malick seins goeden rechten ind sonder all arglist in orkunde der wairheit alre punten vurss.

14.       so hebben wij Vullinck ind Vullinck ind Goedart vurss. onse segele myt onser rechter wetenheit voir ons ind voir onse

15.       erven aen desen apenen brieff gehangen ind hebben voirt gebeden Vullinck van Kessel onsen lieven oeme eyn leen here

16.       des goets vurss. ind Johan van Holtmolen dat sy ur segele myt orkonden voir urs ind voir onse erven hangen willen dat

17.       wij Vullinck van Kessell eyn leen here des goets vurss. ind Johan van Holtmolen vurg[emelt] gerne gedaen hebben om beden will Vullincs

18.       ind Vullincs ind Goedarts vurg[emelt] ind hebben onse segele by die ure voir oin ind voir ure erven ter konde an desen apenen

19.       apenen brieff gehangen Gegeven int jaer ons heren dusent vierhondert ind driindtsestich op sinte Marcus dach ewa[ngelis]te

Transcriptie en foto met dank aan Peter Vullings, 2005; betreft vermoedelijk latere Buxhof te Belfeld-Geloo.

 

7 september 1463

SWALMEN ‑ Huwelijksvoorwaarden tussen Dirck van Oest en Aleyden, dochter van Peter Tusschenbroeck genaamd van Eggenraide.

Zegels: Dirk van Oest en Peter van Tusschenbroeck, Willem van Vlodorp, Dirck Schenck van Nydeggen, Friederich Schellart van Obbendorp, Willem van Elmpt, Reyner van Holthusen, Johan Spiess en Tyelken van Breempt.

HStAD: Nesselrode-Ehreshoven, Urkunden 341.

 

z.d. (7 september 1463)

SWALMEN ‑ Derick van Oest, raad en keukenmeester van de hertog van Gelder, trouwt met Adelheid van Tuschenbroich genaamd Eggerath, dochter van Peter van Tuschenbroich genaamd Eggerath en Alverda van Brempt.

Peter van Tuschenbroich genaamd Eggerath werd in 1438 door de aartsbisschop van Keulen beleend met de Nierenhof in de heerlijkheid Erprath. In 1454 is deze hof in bezit van de familie van Harff.

Het echtpaar Eggerath-van Brempt had 3 dochters:

-    Katharina; rond 1491 gehuwd met Werner van Bongardt, heer te Vlatten en Wegberg. Zij erfde het goed genaamd Rossweide, dat in 1514 in bezit was van Evert van Brempt en Sibert van Bongardt. Werner overleed op 7 april 1505. Katharina stierf op 12 juni 1505.

-    Adelheid voornoemd; zij erfde het huis Eggerath.

-    Isabella, non te Roermond.

G. van Bree: Res Gestae II nr. 1860 = Erkelenzer Lande, Jaargang 1959, blz. 103.

 

zaterdag 12 november 1463

"des saterdaigs nae sent Mertijnsdaigh"

SWALMEN ‑ Johan Drabbe, richter, Lemme Walschart en Jhelis Krompvoet, schepenen van de dingbank van Swalmen, verklaren dat de prior en de procurator van het klooster van de Reguliere kanunniken van St.-Hieronymus te Roermond hebben verklaard dat Johan Voet en diens vrouw Kathrijn aan het klooster 300 Rijnsguldens hebben gegeven, waarvoor het klooster op elke woensdag een roggebrood van 2½ pond en een kwart bier zal uitdelen aan elk van de 13 armen, die Jan en Kathrijn, de laatstlevende van hen en na hun dood de gasthuismeesters te Roermond, zullen sturen.

Voorts zal op die woensdag in de kloosterkerk op het altaar van de H. Laurentius een mis worden gelezen ter intentie van de schenkers, die door de 13 armen moet worden bijgewoond, na afloop waarvan de bedeling plaatsvindt. Het klooster stelt als onderpand zijn hof gelegen op Graeth in de dingbank van Swalmen.

De richter zegelt mede voor de schepenen die geen zegel hebben.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1657; afschrift in inv.nr. 1624, fol. XIII-XIIII; regest nr. 611.

 

18 november 1463

"op sent Elizabethenavent vidue"

VENLO ‑ Gerat van Menss en Johan van Stalbergen, schepenen te Venlo, verklaren dat Johan Spede van Langevelt, voogd van zijn nicht Katrijn Spede, dochter van wijlen Goetsen Speden, een derde gedeelte van de hof te Wijlren tot onderpand stelt aan Johan van Polle wegens de betaling van het aandeel van Katrijn Speden in een grondrente van 17 rijnse gulden, te betalen aan Reyner van Holthusen en Johan van Lomme.

RHCL Maastricht, Maria Weide Venlo, inv.nr. 284, charter.

 

1463, z.d.

ASSELT - Lijst van keurmedige landerijen behorend tot de Asselterhof, samen met de gezamenlijken laten samengesteld uit de oude boeken en rollen. De keurmeden zijn verschuldigd bij overlijden (‘bij afflijve’)

folio 27/42:

“Dit sijn die koirmeden die gehooren in den hoff

tot Assell ende die gecleirt ende vernijt sijn

uiten alden boicken ende rollen mit den gemeynen

laten van Assell anno .c lxiij [1463]

In den yrsten Johan van Eyle eyne koirmede

toe afflijve van den acker in der Oe gelegen

nu Johan van den Horrick [gehuwd met Johanna van Eijll, dr. van Johan van Eijll en Agnes van Dript, LG]

Joist Vangen eyne koirmede to afflijve van vij

boener lantz dar hes elven drij boener hefft die

sijns broeders gewest … dair Bele Derich Haijen(?)

wijff eyne tuchtersche aff is ende Sybrecht Herken-

Bosch kynder hebn de.. … boener ende Lyssbeth

des haven dry boenre die liggen all bij eyn

sonder eyn boener schietende opten lantwech

Goissen Vangen eyne halve koirmede to afflij[…]

van vier boenre lant gelegen opten Vuyen…

nu Goissen Vangen … soin

Sijbe Loeben eyne koirmoide to afflijve van der

Heckelkulen van vier … lantz des heefft

Derich Lepper 1½ boener … Assell …”

folio 28/42:

“Henrich van den Grinde eyne koirmoide to

afflijve van den guet van den Haick nu

Thijs van den Griende

Henrich van den Griende eyne koirmoide to

afflijve van den have als van den guede mit

sijnen toebehore

Henrich van den Griende eyne koirmoide toe

afflive als van den …inge guede van

Melickerholt v boener ackers lande ende eyn

boener broicks

Henrich van den Griende twe koirmoiden toe

afflijve als van sijnen hove van der Specken

soe woe die gelegen is

Dese vurss. vijff koirmoide hefft nu Johan

van den Griende … sijn son Heynrick van Grynt

anno xx [1520]

Wilhem Goltsteyne eyne koirmoide to afflijve

van des Gasthuiss wegen van Ruremunde van dry

[…] op gheen sijde van ghen”

folio 29/42:

“Cremer der becker eyne halve koirmoide

to afflijve in der Polislagen des hefft

Peter Becker ½ boener Henrich van den Griende

iii½ morgen Jannes Roeder ii½ morgen

und Rabolt van Dorsdale ij boener nu

broeder Jan Kock van Waterslach then

Regulieren ende dit vurss. lant ligt toe

samen in den Polislagen

Kathryna op Schairbroick eyne koirmoide

to afflijve die wilner Derichs van geen Raide

waren geheiten dat guet in geen Haick

nu Henne Noepe(?) … g..t Raebben nu Thijs

… soen … Gort Raben soen …

Goissen Hansen twe koirmoide to afflijve

van xi boener lantz myn xxxvij royen

des he selve hadde ij boener dat eyn geheiten

die Noithegge ende Lysbet haven i boener dat

Langen Francken wijffs was in Kelleners hoff

ende dry boener waren Henrichs van der Poirten

van den hove opten lantwech ende vj boener

dair der hoff op steit, des Jennes Roider

hefft vij morgen nu Thyele Poirtkens

… de Reguleren …

Johan van Gelre eyn halve koirmoide to aff-

lijve van der ..lst des he selver hefft ij boener

die Derich van Murmonten wairen nu dat nonnen-

cloister van Ruremunde i boener nu Derich

in den Werde … [onleesbaar]”

folio 30/42:

“Peter Olysleger eyne koirmoide van dryen

boener lantz des he selve nyet en heefft

ende des sijnen swegerlingen toebehoirt i½ boener

ende Rabolt van Dorsdale i boener nu Derich

van Oist ½ boener nu Johan Wolffs

Heynken Wolffs soin > nu Jan Aicken in der beeck anno xxxiiij [1534]

Wilhemken H… eyne koirmoide to afflijve

van vier boener lantz gelegen in den Raer

velde

Noye Oedbar eyne koirmoide to afflijve

van eynen boener lantz dat sijn is nu Heynken

Jacob Wolffs soin

Groit Maiss eyne koirmoide to afflijve van

ij boener lantz opter Buyerckulen gelegen

nu Kerstken sijn soin nu Jentken Klercx

nu sijn soen ouch Jentken anno xvi [1516]

Johannes Rynen(?) eyne koirmoide to afflijve

van Muijskens guide des he selve heefft

eyn boener mit sijnen gedelingen ende ghe…

kynder i boener Derich van Oist ½ boener

ende der vaigt selven i boener nu Mathias

stegen(?) Johan Tyssoin

Hubrecht van Hushaven eyne koirmoide to

afflijve van viij boener lantz die gelegen”

folio 31/42:

“sijn voir Johannes hoff van den Raide der

Derich van Vloedorpe nu hefft die Regulieren

van Ruremunde ij boener Hubert van Hushaven

ij boener Mette Knoips i boener Tryn Ph[ilipe]ns

i boener Goissen Huyssman iii½ morgen Trijn

in den Haick ½ boener was Derich Solmecker

nu meister Gerart van Hushaven Hubrechtz

soin van Hushaven

Maess van Leute eene koirmoide to afflijve

van v boener lantz gelegen opter straten bij

den valderen, des hes elven hefft ½ boenre

die Regulieren van Ruremunde 1½ boener Sybrecht

Herkenbosch kynder 1 ½ boener des was Stevens

van Oeraide ½ boener Hennes Noepen ½ boener

ende Trijnen in den Haick ½ morgen > nu Tylman

Daniels zon van …

Rabolt van Dorsdaile ii½ koirmoide to afflijve

van sijns vaders guet

Gaidert van Swanenbech eyne koirmoide to

afflijve van vj boener lantz gelegen op der

Buyeckulen die Sybrecht Herkenbosch hefft

nu Heinken Koltens > nu Heyncken Ruytzson…

Gadert van Swanenberch eyne koirmoide to

afflijve van vij boener lantz des he

selve hefft ij boener Sybrechtz kynder van

Herkenbosch vij morgen Lyssbeth Hanen i ½ boener

Henricx vander Kraken i boener nu Gaitsken Bijn

van gen soin op Grait”

folio 32/42:

“Henne Neeskens eyne koirmoide to afflijve

van sijnen vader guet dairinne gehoeren

iiij morgen lantz die Rabolt van Dorsdaile

sijn ende liggen langs Noyen Gatsacker

schietende op dat broick nu der jonge

Heyne Oedtber

Gerit Oedtber eyne koirmoide to afflijve

van sijnen guede mit allen sijnen toebehore dair

inne gehoeren iiij morgen lantz die Nuneman

nu hefft nu Heynken Oedber > ys Peter Odbar Heynkens son

Thijs Herkenbosch eyne koirmoide to aff-

lijve van twe boener lantz die Sybrechtz

kynder nu hebn, nu Engelken Wilhem

Engelen soin

Hubrecht van Hushaven eyne koirmoide to

afflijve van vj boener lantz die Derichs

waeren van beiden sijden, des Henrich van der

Kraicken hefft iiij morgen nu meister

Gerart van Hushaven Hubrechtz soin van

Hushaven

Gerart Oedtber eyne koirmoide to afflijve

van iij boener lantz di Noye Oidber

to pacht hefft van den Gasthuyse van Rure-

munde nu Raibe van Grait

Henrich Kellener eyne koirmoide to aff-

lijve van v boener lantz die gelegen sijn”

folio 33/42:

“voir Henrichs hove van der Kraicken op der

Specken des hefft Herman Myncken ij boener

ende die Regulieren van Ruremunde iij boener

sijn Henrich Kelleners ende die sij hadden

onder hoer ploich nu der jonge Rabolt van

Dorsdaile

Jacob Huyssman eyne koirmoide to aff-

lijve van vj boener lantz des he selven

hefft i boener, Heynken Wolffs kynder 1 boener

Derich van Oist ij boener Ness van Assell

i boener Maiss van Leute ½ boener Bele

Heynsen ½ boener dair sij hoir tocht ain hefft

nu Heyn Jacobs Wolffs soin > …

Henrich van Assell yne koirmoide to afflijve

van viij boener lantz ende ij morgen des he

selve hefft i½ boner Jennesken Gaitsen ½ boener

Sybe Lueben i boener die Regulieren van

Ruremunde iij boener Derich van Oist ij boener

Sybe Wolffs i morgen ende Hille van der Velde

i morgen nu … Gaitsen Loeckers soin

Heyne Oidtber der alde eyne koirmoide to

afflijve van viij boener lantz opter Hoest

des he selve hefft ½ boener Henrich van Assel

i boener Noye Oidber iii½ boener ende Kathrijn

Speecken iij boener > nu Heyn Vangen > off Bijns

Jenken Siliensoin(?) eyne koirmoide to afflijve

van vj boener lantz die gelegen sijn op Melicker-

holt van sijns vaders guet nu Heynken Jennes Silien

soin > nu Dyrck …s anno xviij [1518]”

folio 34/42:

“Peter in die Poert eyne koirmoide to aff-

lijve van vij boener lantz des hes elven

hefft iij boenre Henrich van der Kraicken ij

boenre der vaigt ij boenre die Trijne

in den Haick to pacht hefft nu der soin

in die Mont der oich doit is ende doe der

soin in die Mont gestorven was, hefft mijn

heren beliefft dat Gertruydt dese koirmoide

in der hant hefft > nu der jonghe Koene Segers

Henne Huddell ii½ koirmoide to afflijve

van xviij boenre lantz ende eynen moren des

hefft he selff ij boenre Sybrecht Herkenbosch kynder

vj boener die Regulieren van Ruremunde iij boenre

die Francken Verkens waeren Henrich van den

Griende iij morgen Jacob Piper ii½ boenre

Henricx van den Griende ii½ boenre Henrich van

Assell i morgen der morgen kompt van den

v boenre die hyr voir geschreven stain ende Johan

der halffen in Gerartz hove van Oerade opten

Driess i boenre nu Johan Vangen Goissen Vangen

soin > nu Goessen Vanghen Johan Vangen soen

Henne Noepen ½ koirmoide to afflijve van

eynen boenre lantz nu Joist Sluysmans

nu Jan Schomacker off Jan L..gen nu Jan van …

anno xx [1520] … Mens soen

Henrich van der Poirten eyne koirmoide to

afflijve van v boenre lantz ende v royen

die verscijnen van der Poirten waeren ende

sijn gelegen allerneist sijnen hove den nu

hebn die Regulieren van Ruremunde ende dair”

folio 35/42:

“en is egeen stam aff ende van desen vurgemelten

v boenre hefft Jannes Roeder i boenre gelegen

voir den hoeve Schaitbroick nu Henrich

Roider ende hefft dess selven i boenre

Henne Huddell ½ koirmoide to afflijve

van Heynen Vynnen guede soe wair dat

gelegen is op gheen Raide mit allen sijnen

toebehore dat Heynen Vynnen plach te sijn

nu Bijns soin Goetsen Vangen

Seedsken ½ koirmoide to afflijve van

vij morgen lantz ain der Bueken gelegen

des hefft Johan van Gelre der brouwer

1 boenre gehoirt in den hoff tot Murmont

Jan op der Nyerstraten i boenre ende Geerlinx

kynder ij morgen dese ij morgen stain op

Geerlinx kynder in der alder rollen nu

Henne Noepe > nu Joist Sluysmans

> nu Thiel Portmans

Summa xliij [43] kurmudt”

Schloss Haag, inv.nr. 259, fol. 27 t/m 35.

 

z.d., vermoedelijk 1463

ASSELT - Lijst van tijnzen jaarlijks op Sint Stephanusdag verschuldigd aan de Asselterhof.

folio 35/42:

“Dit is der tzijns van Assell verschijnende

op sunte Stephaens dach prothomix

Heyncken Oedtber gilt alle jair iiij groit ende iiii½ haller

Raibe op Grait xlvj boddreger ende noch i boddreger van Vynnen Broicksken van Willemken

Botz lande i brasd… > hyr van gylt Raib v st

Driess op Grait vij boddreger ij g… iiij haller > nu Jan op Grayt

Jennesken Gairtz iij boddreger

Bijn Vangen xvj boddreger myn vj haller

Heyne Myncken v½ boddreger > noch xi groet van den jonghen Ober

Wilhem Engels xviij boddreger ny Heynken Ruy… van beeck

Wilhem Gelaisneker vj boddreger

Hilken Loers vijff vl..uyten nu Heyn By…

Kerstken Maiss vj boddreger > dar na Heyn Klerck > nu Jacob Klerx

folio 37/42:

Jacob Huyssman iij boddreger nu Heyne

Jacobs off Heyne Boenne > nu Jen.. Boy..

Jennes Silien kynder gelden alle jair xiiij

groit v haller iij par hoenre i vurdel

hoener ende iiij ganse

Rutte Krompvoitz i albus

die bruederscap van Nyele [Maasniel] ij boddreger

Heyne Symons i boddreger

Heyne Wolffs v½ grotz iij haller > nu Jacob Wolffs

Heyne Scroeder eynen brasd…

Tryne Francis i cap[uyn] i albs i hoen ende

i vierlinck der cap[uyn] is in die Mase gevallen

den albus gilt Heyne Vynnen soin dat hoen

gilt die kircken halff

Gertruydt Deckers i½ d.. ende i vierlinck  > facit vij haller > nu here Gotzscalk

Henrich van Assell xvi ½ boddreger ende dry

kop even, dair gilt Gaetsen aff vij

boddreger endei ij kop even vurss.

folio 38/42:

Griete Vangen xij boddreger > Jost Becker

Sybe Wolff i boddreger nu Herman Speete

Jennesken Wijnen iij boddreger > Vogelstryt

Maiss van Leute xiiij groit myn i bo… > nu Hennemons

Jennes Clercks v groten > nu Hij..en Clerck.. > dar na Jacob Klerck…

Jaixken Pijper iij boddreger i grote nu Sijb …

Lemme Wallsertz van ij morgen lantz die des

papen van Oepen waeren iiij d… twe derdel

hoens facit ij boddreger nu Jennes Poirtkens

Gobbel Vercken xij gr…

Thijs Mee..es kynder vj boddreger nu die meisters van den  Gasthuyse

Jennesken Vangen … boddreger ij haller nu Goessen

V…en Trijnen Vangen soen

Gr…ken van Gelre xxvj boddreger nu Derich

in den Werde

Derich van Oist bastert … albus endei ij velguyten

nu dye broeder mysters van ..eelman van den Heylighen Geyst

Item Derich vurss. gilt noch van Willemken Lotz

boenre lantz iij boddreger

folio 39/42:

Johan in geen Roderborch xlj boddreger i grote

ende viij ganse nu Muythagen > Engelken Vanghen

Derych in den Ky..ps xiiij d… ii½ hellinck

nu Jennes Poirtkens > nu Jan Rutzen

dat Gasthuyss van Ruremunde xxxviij

boddreger ende eynen brabantz

Mette Thyss vj boddreger > This Scryver

Henrich Roer xiij boddreger

der Regulieren Cloister van Herkenbosch

guede xxxviij boddreger vj haller ende van

Raboltz guede van Dorsdale xliij boddreger

ij grote iij haller ende ix kop even

Noch die Regulieren van Peter Beckers lande iij boddreger

Lijssken Vangen xj grote iij haller ende noch

van eynen morgen lantz opter Buyenkulen

½ albus > hunc Noellen Byns

der jonge Heynken Oitber xj groite ende

iij haller nu Bijn Vangen ende Jenken Aben(?)

folio 40/42:

Joist Mollener xj groit iij haller >

nu Syb van van Messemas hoff … Lenart der vagt

Jennes Naepen iiij albus ende i oirt albus ende

van Maiss Bertroms wegen geheiten die

Kirckenslage ij boddreger ende noch van Coen

Moutsen boenre iij boddreger ende van Herwars

broick i boddreger

Item van desen vurss. thijns gilt Jan Raben i ½ vlems

Wilhem Goltsteyne i d… van ½ boenre lantz

dat Lietken Smeetz was der selve noch

van eynen stuck lantz dair bij gelegen i capuyn

i henne noch der selve van i stuck lantz

op den Gruytersgrave gelegen xvj d…

ende i hoen

Johannes Bijn genant Tyrtey(?) vij boddreger

1 groite myn > nu Thilman Flo…

Jennesken Alysleeger i boddreger ende der selve

noch van der Kirckenslagen ½ albus

Heyne in den Maen ½ albus”

folio 41/42:

“Item alsus boirtmen nu in deser tijt dis thijnse

Item voir eynen capuyne iij boddreger

voir eyne henne iiii½ groten dat is eyn par hoenre xiii½ groten

Item voir eyn hoen vj groiten ix haller

Item voir eyn halff hoen iij groiten iiii½ haller

Item voir eyn derdell hoens ij groiten iij haller

Item voir eyn veerdell hoens i½ groite ij haller

Item voir eyn halff derdel hoens i groite i½ haller

Item voir eyn halff virdell hoens x haller

Item voir eynen schillinck iiij groite

Item voir eynen pennonck iiij haller

Item voir eynen hellinck

Dit sijn die tsijnse gehoirende

in den hoff tot Assell

In den yrsten Rabolt van Dorsdale van sijnen

hove op Grait v st v par hoenre iiij d…

ij dordeell hoens ind van eynen boenre lantz

op Grait vj de. i hoen ind van eynen boenre

lantz gelegen in den Polislagen dat Wynen

van Assel was vj d.. i hoen ind van iiij

morgen lantz die Peter Hansen waeren viij d…

i hoen i dordeil hoens factum tsamen xliij boddreger

ij groiten iij haller”

Schloss Haag, inv.nr. 259, fol. 35 t/m 41.

De vermoedelijke aanleg van deze lijst (1463) is gebaseerd op de in de lijst genoemde namen. De lijst sluit aan op de lijst van keurmedige goederen, opgesteld in 1463 en geschreven in hetzelfde handschrift. De volgorde van de folios is vermoedelijk niet overal origineel: de omzettingstabel (van tijnzen naar geldbedragen) en de aanhef op he laatste blad lijken eerder een opening dan een afsluiting. De hier genoemde boddreger (ook: botdrager) was een Vlaamse zilveren munt ter waarde van 2 grooten, die in 1390 werd ingevoerd. De haller (heller, Häller) werd oorspronkelijk geslagen in de nu Duitse stad Hall.

 

1463, z.d. ?

SWALMEN ‑ Oude rekening van de hertogenlijk keukenmeester Derick van Oest.

Schloß Haag: inv.nr. 3702.

 

1463, z.d.

ECHT - Lijsbet (van Osen), weduwe van Willem van Daswylre en echtgenote van Rytzart Speden, wordt beleend met een pondig leen te Echt gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 79.

Zie 1438, z.d. en 1467, z.d.

 

1463, z.d.

RIJKEL ‑ Henrick van Dulken, burger te Roermond, wordt als hulder namens het besloten jonkvrouwenklooster van de 11.000 maagden in der Weyde binnen Venlo beleend met de hof te Rykel met 18 bunder land in het kerspel Besel gelegen, welke hof het klooster had gekocht van Dirck Bake.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 104.

Zie 1421 z.d., 1439 z.d. en 9-1-1474.

 

1464

3 maart 1464

ASSELT ‑ Derick van Oest verkoopt een erfrente van 21 Rijnse guldens uit zijn tol te Asselt aan Jacob Tessers.

Schloß Haag: inv.nr. 271; charter.

Zie 20-6-1443 en 6-8-1465.

 

6 maart 1464

KESSEL EN HELDEN ‑ Schepenbrief van Kessel en Helden, waarbij Arnolt van Breydenbaent genaamd Laemerstorp en Mett van Wysschel, echtelieden, aan Wilhem van Kessel en Gerart van Broichhuyssen, echtelieden, toestemming geven om de aan hen verkochte hof aen geynen Broick weer in te lossen met 324 bescheiden overlandse guldens goed van goud.

RHCL Maastricht, Familie-archieven Van Merwijck / De Keverberg V 1504, inv.nr. x383; charter.

 

donderdag 8 maart 1464

(donderdag na Oculi)

BLERICK ‑ Willem van Kessel en Gerarda van Broeckhuysen, echtelieden, verkopen de hof Te gen Hoeve (onder Hout-Blerick) aan Arnold van Breydenbaent genaamd Laemersdorp en Metttel van Wysschel, echtelieden.

Namens de schepenen van Kessel en Helden bezegeld door Thijs van Kessel Johanszoon.

Maasgouw 20 (1898), blz. 8.

 

woensdag 14 maart 1464

"des goesdaechs nae sente Gregoriusdach"

BEESEL ‑ Hertog Arnout van Gelre staat de inwoners van Besell toe om 25 bunder gemeinte te verkopen voor het gieten van een nieuwe klok.

Hertogelijk Archief Arnhem.

Zie 30-11-1468. Regest van een stuk, door de geërfden van Beesel en Belfeld overgeleverd t.b.v. een proces inzake het Meerlebroek.

Voor een andere versie zie 13-3-1465!

 

24 maart 1464

Z.P. - Schuldbrief van de broers Johan van Broichhusen en Matheus van Broichhusen genaamd van Oeyen ten behoeve van een lening van Heinrich Luythensoen.

Schaesberg-Tannheim (I): Urk. 58.

 

16 augustus 1464

ROERMOND - Henne van Bezell, bakker te Roermond, wordt voor een jaar verbannen uit de stad; na protest hiertegen zelfs voor acht jaar.

GA Roermond, Oirvedenboek, p. 7 (Res Gestae).

 

3 december 1464

ROERMOND / ASSELT ‑ Heynrick van Ynckevort en Derick Hoefft, leenmannen van de hertog van Gelder, oorkonden dat Gerairt van Stege en zijn vrouw Katherina hebben verklaard, dat zij aan Willem van Vlodorp, ridder, erfvoogd van Roermond en zijn vrouw Cecilia van Elderen, een weide van circa 4 bunder hebben verkocht, gelegen in de Palack op de Hurnser Masen, en dat zij hen "omme sunderlinger gonsten ende vrintscappen" toestaan om deze 4 morgen (?) te lossen met een jaarlijkse rente van 10 rijnse gulden, te vestigen op een goed pand te Roermond, en daartoe te geven 220 bescheiden overlandse rijnse goudgulden of de waarde daarvan in ander gangbaar geld.

G. van Bree: Res Gestae II, nr. 2257.

Zie 4-4-1431 en 1-7-1447.

 

1464, z.d.

WETTEN ‑ Arnt van Pellandt wordt na overdracht van zijn broer(s?) en andere erfgenamen van Dirck van Pellandt beleend met hof en goed te Gestelen en op de Horst.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 27.

Zie 1403 z.d., 1424 z.d., 1429 z.d. en 1440 z.d.

 

1464, z.d.

LOBBERICH ‑ Thijs van Kessel Janszoon wordt na overdracht door Gaert van Heethusen beleend met de hof te Heethusen met toebehoren, gelegen te Lobberich.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 52.

 

1464, z.d.

ECHT - Lambert Pijl van Swalmen wordt wegens zijn trouwe diensten beleend met een goed genaamd Boxleen, Boxoven of het goed Ten Oeven met alle toebehoren, gelegen bij ghen Hinghe in het kerspel van Echt gelegen, waarvan het heergewaad door de vorige leenhouders niet is betaald ("als een versuymt leen").

Tot verbetering van dit leengoed ontvangt hij tevens een gedeelte van het leengoed genaamd het goed te Rutsekaven, eveneens onder Echt gelegen, ten Gelderse rechten te verheergewaden.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 80.

Zie 1455, z.d. en 8-11-1473.

 

1465

woensdag 13 maart 1465

"inn denn jair onss herenn dusent vier hondert viffent sestich op Godedach na Sente Gregorius dach pape"

BEESEL ‑ Arnoldt, hertog van Gelre en Gulick, staat de inwoners van Besell toe om 25 bunder gemeinte te verkopen voor het gieten van een nieuwe klok, omdat de huidige klokken niet overal binnen de uitgestrekte parochie hoorbaar zijn. Getuigen: Guilhelmus de Vlodrop, erfvoogd van Roermond, ridder en raad van de hertog, en Theodoricus de Oist, keukenmeester.

Verzameling Frans Peeters, Beesel; zonder bronvermelding; vgl. 14-3-1464.

Wir Arnoldt vander genaedenn Gaitz Hertoge vann Gelre ende Gulick ende greve van Zuitphenn doin koendt vund bekennen vor uns, onse ervenn ende naecomlingenn datt ende also onse kirspell vonn Besell seir wytt gelegenn iss vund die klocken kleinn seinn, also datmenn der ouver all niett hourenn mach, als honn dess noit wehere, hebben wie dairomme ende beden derselve ondersaeten vund kirspelluidenn beliefft, overgegeven vund gegont, gonnen, believen vund overgeven overmitz diesen brieff so voele ihn unss iss, datt sy by wille ende consent der gantzer gemeyntenn die dairto gerechtich mogenn synn uiter onser ende urer gemeynten aldair overall totten meisten orber ende mynstenn schade der gemeyntenn, datt sy konnen by raede onss drosseten ende scholtenenn aldair erfflich uitgeven ende vercopen meugen tot vyff en twintich Bonre gemeyntenn to, te vollest nye klocken te daenn gietenn ende macken, befellich ons onsenn theiss dairuit alss nemelich uiter elicker bonre alle jair einen solchenn [waarschijnijker: colschen] witpenninck to betalenn ann onsen Rentmeister off bewerer in der tytt onser renten tot Montfort alle jair to sullicken teydenn ende alsmen andere unse rentenn tot Montfortt off theise aldair to betalenn pleigt sonder argelist ende dis to orconde hebben wir onsenn secreetsegell  heir an doin ende heitenn hangenn. Inn denn jair onnss herenn dusent vier hondert viffent sestich op godessdach nae sente Gregorius dach pape.

[onder stond:]

Per dominum ducem presentibus de consilio domino Guilhelmo de Vlodrop advocato heredit Ruremun[dendis] milite magistro curie Theodorico de Oist magistro coquine.

 

25 mei 1465

"op sint Urbanusdage"

ECHT ‑ Richter en schepenen van Echt verklaren dat Gerit van Oederaide met toestemming van zijn vrouw Lysbette ten overstaan van hen en de "eygensgenoeten" Gerardus Heynrick van Offenbeeck en Welter Loman, een erfpacht van 6 paar koren, half rogge, half haver, ten laste van 1/3 deel van de hoeve Ter Porten, gelegen buiten Echt, zoals Jan Nyesken die "onder synre pluygh ind werschap heefft", heeft verkocht aan Heyn van Dulken en diens vrouw Bele.

Dit deel behoorde eertijds toe aan Steven, de broer van Gerit, en was door Gerit van diens broer verworven. De erfpacht, cijns, kapoen en andere rechten die tot die hoeve behoren in het land van Cruchten, zijn van de verkoop uitgezonderd.

Richter en schepenen zegelen met het schependomszegel op verzoek van beide partijen en de "eygensgenoeten".

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1635; afschrift in inv.nr. 1624, fol. LXXXIIIvs-LXXXIV; regest nr. 623. Getransfigeerd met een akte d.d. 25-1-1466.

Zie 10-8-1465.

 

29 mei 1465

Gegeven int jair ons Heren dusent vierhondert viiff ende tsestich, des Wonsdaigs na den Sonnendach exaudi

Johan van Holthusen wordt vermeld als rentmeester van het Land van Zutphen.

GA Gelderland, Gelders Archief, Gelderse Rekenkamer, inv.nr. 238

 

14 juni 1465

in den jair ons heren duysent vyerhondert ende vijveendetsestich op Suncte Vytzavondt

ASSELT ‑ Wilhelma van Kessel, abdis van het cisterciënser Munsterklooster te Roermond, verklaart dat Dederick van Oest van het klooster 3 bunder weiland op de Maasweert bij het veer van Buggenum en 8 bunder akkerland min 1 morgen in het Raderveld voor een termijn van 10 jaar tegen 30 overlandse gulden heeft gepacht. Dit land was eerder door wijlen abdis Bele van Mylendonck aangekocht van Gadert van Vlodrop, heer te Leut. Omdat het land eertijds aan de (voor)ouders van Dederick heeft toebehoord, mag hij binnen deze 10 jaar lossen met 600 gelijke guldens.

Schloß Haag, inv.nr. 305; charter met twee zegels, waarvan een zwaar beschadigd en het ander afgevallen.

“Wyr Willem van Kessel abdisse ende gemeyn convent des cloisters van onser liever vrouwen tot Ruremunde oirdens van Cistias, voir ons ende onse naecommelinghen

doin kondt avermidts desen apenen brieve, alsoe die eirsame Dederick van Oist eyn zeecker tijt van jaren die om sijn in pechtinghen van ons ende onsen cloister gehadt heefft drie

boinre baendts op Maeswert teghen den veirstat van Buggenom geleghen, ende acht boinre myn eynen morghen ardtz landts liggende inden Radervelde, dat selve landt ende baeten

vrouwe Bele van Mylendonck, wilner abdisse ons cloisters zelighe[r], teghen deme vromen Gaedert van Vlodorppe heren tot Leuyt, in ende tot behoiff ons cloisters verkreghen

ende gegolden hadde etc., Soe hebn wye om sunderlingher gonsten wille Dederick voirss. die selve drie boinre baentz mit den acht boinre myn eynen morghen ardtz landtz

voirss. soe wie die mit allen hoeren rechten ende toebehoeren geleghen sijn ende principalich inden erffbrieven gess[chreven] stain, weder om ende van nuws verpecht ende vernuedt tyen jair langhe

achtereyn neyst volghende, willighe jaren ainghinghen tSuncte Remeyssmisse neyst voirleden, Alsoe dat Dederick van Oist voirss. die voirg[emelte] onsen baent ende landt bynnen desen

voirss. jaren tot sijnen meysten orber ende profijt hebn ende des gebruycken sullen, voir eyn summe geldts nementlich dartich bescheyden enckl oeverlenssche Rijnssche gulden wil-

lighe summe hij dese tyen jair langhe jairlix op Suncte Remeysdach off onbevanghen bynnen vertyennachten dair nae neyst volghende, in zeecker behaldt der abdissen inder tijt

bynnen onsen cloister schuldich sal sijn wael te betalen, te leveren ende te hantreycken, ain goiden gemunten golde ende swair van gewichte, off ain anderen goiden payement

in tijt der betalinghen bynnen Ruremunde ghenghe ende geve, nu tSuncte Remeyssmisse neystkompt yrst aen te betalen, Ende want dese baent mit den lande voirss. synre

alderen te sijn ende toetebehoeren plach, Soe ist mit sunderlingher gonsten vrientlicken mit vervoirwaert ende gededinght, dat Derick voirss. off sijn wetlicke kynder bynnen

dese voirss. jaren den baent mit den lande voirss. van ende weder ons sullen moighen ergelden, loessen ende qwyten wanner sij willen ende konnen, bynnen der voirgemelten tijt ons dat

eyn hallff jair te voeren ther goider tijt te kundighen, ende alle tsamen tot eynen mael aff te legghen mit sesshondert goiden bescheyden oeverlensschen Rijnsschen gulden die voir

datum dis brieffs gemunt ende gemaeckt sijn, goit van golde ende swair van gewichte, sonder eynighe ander weirde off payement dair voir te betalen, ende mit dartich

der voirss. gulden van den pacht des jairs dair in die loessinghe geschieden, Ende wer sullen als dan van stonden tot gesinnen synre verbonden sijn ende verbynden ons in cracht

dis brieffs, huen den voirss. onsen baent ende landt aen te geven des te vertyen, ende huen op sijnen kost dair in te doin setten, te erven ende te gueden nae den lantrecht, Ende off De-

derick van Oist off sijn witlicke kynder des alsoe nyet en loessden, noch en qweten bynnen den voirgemelten jaren, ende theyns deme ons dat huen gekundicht were, off dat hij

sonder witlicke geboirte bynnen dess voirgemelten tijt afflijvich worde, off weirt ouch saick dat Dederick off sijn witlicke kynder aen betalinghen der dartich oeverlenssch gul-

den jairlix bynnen der tyt ende jaren voirgemelt op Suncte Remeyssdach off onbevanghen bynnen veirtennachten neyst dair nae broicklich worden vonden aen eynen deyl off te mael

in maten als voirvercleret is, Soe ist voirwarde dat dan van stonden ain ende theyns deme dat geschieden off geviele, die pechtinghen mit alre voirwarden van loissen

voir verhaeldt doit sal sijn, Soe dat wer alsdan den baendt ende landt voirss. voirt erfflich ende ewelich hebn ende behalden sullen, onsen vrijen wille dair mede te doin

sonder Dederick off sijnen erven eynnich recht off toesegghen in eynnigherwijss meir off vorder dair aen te hebn off te behalden, alle argelist qwaide vonde ende loise

beheyndicheyt genselick te mael hier in uytgescheyden, Ende dis alletz ther konden ende ther stedicheyt dess saicken, soe hebn wye abdisse ende convent voirss. onse

zeghelen van onss abdijen ende convent onder ain desen apenen brieff gehanghen, Gegeven ende geschiedt in den jair ons heren duysent vyerhondert ende vijveendetsestich op

Suncte Vytzavondt.”

Zie 10-11-1438 en 1453, z.d. Uit deze akte blijkt dat Dirk van Oest op dat moment nog geen kinderen had, nadat hij op 7-9-1463 huwelijksvoorwaarden opmaakte met Aleid van Eggenrade.

 

z.d. (14 juni 1465?)

ASSELT ‑ Dederick van Oost wordt beleend met een bemd aan het Buggenumer veer gelegen en 23 morgen land.

RHCL Maastricht, Dokumentatie D274: Inventaris van o.a. Bleijenbeek, Brempt, Hillenraad, nr. N 32; depot onbekend (gedeelte verdwenen, vgl. ook Schloß Haag).

 

15 juni 1465

ASSELT ‑ Derick van Oest verklaart dat hij geen aanspraken heeft op 3 bunder weiland op de Maesveert tegenover het veer van Buggenum en op 8 bunder land in het Raderveld, welke het Munsterklooster in Roermond van Gaedert van Vlodrop, heer te Leuth, verworven had. Tevens oorkondt hij dat hij deze voor 30 Rijnse gulden van het klooster heeft gepacht.

Schloß Haag: inv.nr. 306; charter.

 

15 juni 1465

"op sunte Vytsdach martiris"

ASSELT ‑ Dederick van Oist verklaart dat hij geen aanspraken heeft op 3 bunder weiland op de Maeswert tegenover het veer van Buggenom en op 8 bunder land in het Raidervelde, welke het klooster Munster in Roermond eertijds had verworven van Gaedert van Vlodorppe, heer te Leuytt.

RHCL Maastricht, Familie-archief Scheres d'Olne, inv.nr. 2355: handgeschreven inventaris Schloß Haag te Gelder 1805-1807, fol. 48. met transfix.

 

1 augustus 1465

"op sunt Peterss dach ad vincula"

VENLO - 'Zwoene brieve' van Gerat van Menss, Reyner van Holthusen, Johan van Lomme, Johan van Stalbergen, Lambrecht Mercator, Johan Heufft, Art Vinck, Henrick Schinck, Derich van Beringhen [elders in de akte: van Bergen], Johan Mercater, Mathis Merkator, Elizabeth van Ruremunde en Alet van Barle, echtgenote van Henrick Schinck voornoemd, waarin zij Seger Kyewart van der Holtmoelen tot hun vijand verklaren.

          Met afschrift van een vedebrief van eveneens 'sente Peters dach ad vyncula', waarbij Sieger Kiewart van der Holtmoelen bovengenoemde personen tot zijn vijanden verklaart.

GA Venlo, Schepenbank Venlo, inv.nr. B2548, fol. 58vs-59; eenvoudig afschrift op papier.

 

6 augustus 1465

ASSELT ‑ Jacob, graaf van Horn, bevestigt de verkoop door Derick van Oest van een jaarrente van 21 overlandse Rijnse guldens uit de tol te Asselt, ten gunste van Jacob Tessers en Margaretha, echtelieden.

Schloß Haag: inv.nr. 272; charter.

Zie 3-3-1464 en 26-7-1470.

 

10 augustus 1465

"op sint Laurentiusdage martiris"

ECHT ‑ Richter en schepenen van Echt verklaren dat Gerit van Oederoyde met toestemming van zijn vrouw Lysbette ten overstaan van hen en de 'eygensgenoten" Gerardus [in een akte van 25-5-1465 Gerardus Heynrick van Offenbeeck genoemd] en Welter Loman, een erfpacht van 6 paar koren, half rogge, half haver, te laste van 1/3 deel van de hoeve Ter Porten, zoals verkoper dat deel verkregen heeft van zijn zuster Conne; en ten laste van het eigen 1/3 deel van de verkoper van die hoeve, uitgezonderd zijn 1/3 deel van 4½ bunder land gelegen "bennen der Maesen", heeft verkocht aan Heyn van Dulken en diens vrouw Bele. De rechten van de hoeve op cijnsen, kapoenen en anderszins in het land van Cruchten, zijn van de belaste onderpanden uitgezonderd.

Richter en schepenen van Echt zegelen met het schependomszegel op verzoek van de partijen en de "eygensgenoeten".

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1636; afschrift in inv.nr. 1624, fol. LXXXII; regest nr. 62. Getransfigeerd met een akte van 25-1-1466.

 

z.d., vóór 25 november 1465

Gescreven to Nymegen des nesten Maendachs nae Groit Vastavont.

Johan van Oist zendt aan jonker Willem van der Leck, heer ten Berghe, ten Bylant en tot Hedel, een kwitantie van Claes Collert, waarin deze verklaart, geen recht meer te hebben op de tienden te Elst.

Archief Huis Bergh (toegang 0214), inv.nr. 134, regest 185 (via www.archieven.nl, 2012).

 

25 december 1465

VENLO ‑ Adolf, hertog van Gelder, verklaart dat de magistraat van Venlo op zijn verzoek en om hem te gelieven, Willem, zoon van zijn dienaar Johan van Kessel, heeft aangesteld als koster van de parochiekerk, en verzekert dat hij noch zijn nakomelingen enig recht aan de kosterij hebben.

GA Venlo, Oud Archief, inv.nr. 1627e.

 

1465 en later

BEESEL - Proces gevoerd door de gildemeesters van St. Loe [Eligius of Eloi, patroon van de edelsmeden, feestdag 1 december] tegen meester Jan den Klockengieter, inzake o.a. klokken gieten te Beesel.

GA Venlo, Schepenbankarchief Venlo inv.nr. 2548, fol. 9 en fol. 43; met dank aan Jan Hanssen.

             'Aensprake der gildememeisters van Sente Loe van wegen ons amptz over meister Jan den Klockengieter hercommende van Art die Wilde ende meister

Jannen sijnen eydom.

             Clagende ende seggende, et sij eijn tijt leden, dat meister Jan ende Art die Wilde, ende voirt meister Jan sijn eijdom, vaest onder den anderen ende op malckanderen, in schelingen geweest sijn, So sijn sij in den besten dair yn gevallen van oerre gilden ende amptz wegen, ende hebben dair tusschen gededinght die schelen neder te leggen, ende elck van oen, heb dat aen oirre vier geschaten, waer die dat heten, dair solden sij mede geslicht sijn, So sijn die Acht, die dair toe gekoeren sijn, des selich overkomen, ende hebben sij tertijt van allen saken schelen ende staeten sij totten dage toe, ander den anderen t'schaffen gehat moigen hebben, vrielick? ende heijlick? geslicht, als dat oerren geijn van den dage voirt, In des anders werck verdinckenis noch gaetzpennynck treden noch tasten en sall, oerren eynich den anderen hynderen te doen, myt woirden off myt wercken, ende hebben dair op oick eijn pene gesat, van L rijnse gulden, welck oirre, den anderen dairynne mysdede, dat die vervallen sulde sijn, in eynre penen van L rijnse gulden, halff den Ampt vurss. tot behouff Sente Loe, Want men Got billix voir noemen sall, ende die ander helfft den heren, Ende seggende oick mede, sij en sijn so onverstendich nijet geweest, sij en hebben eirst oirloff aen den scholtet geheijschen, van wegen des heren (die goede man) myttes heren oirloff te slichten, eer sij des bestanden hebbe, So sijn meister Art ende Jan sijn eidom komen ende hebben oen, als gildemeisters van wegen des ganssen amptz geclaeght, wie sij te Besel geweest sijn om eijn klock te verdingen, so sij meister Jan aldair komen, en heb in oir verdinckenis getast, boven die moitz woene ende die pene, die sij dair van te beides sijden aengegeven hebben, Want meister Jan dan, dat boven die moitzwoen gedaen heefft, so sij he oeren amptz ende den goiden Sente Loe, peon vellich woirden, in XXV rijnse gulden der sij van dem gericht ende gerechten antwort heijsschen, Inder tijt der scepen wijsten, oen dat myt recht geboeren sall, ende seggen oick mede, den XXV rijnse gulden aen den heren verpeent sijn, sal die heren wael vynden, des sijn sij te vreden, der en kroeden sij sich nijet, Sij seggen oick meer, Et sij in der slichtingen gededingt dat men dair cedelen aff maken sall, die heb meister Jan verbaeden te maken, ende dair moighen men Tilmannus om vragen, off dat nijet also en sij, ende so hebben sij doch eijn ander voige dair toe vonden, ende hebben eijn cedel dair aff doen bescrijven, gelijck dat oivermitz den Acht gekaeren mannen bedadinght is, dair sij oick bij dencken te blijven, Ende begeven die te laten hoeren ende luuden.

             Antwort meister Jans.

             Ende buijdt borgh loijne ende onscholt indertijt der schepen wijst, he dat myt recht doen mach, ende soecht onder sijnen wael bedinght den borgen, et sij wael eijn tijt van XVIIJ off XX jaeren geleden [dus rond 1447], dat he ende meister Art kijfflick sijn woerden, om wilx [fol. 9vs] kijffs wille sij tertijt voir dat gericht komen sijn, So heefft sij tghericht aen die vemde gewesen, ende sijn bij die vemde komen ende die vemde hebben sij gescheiden, dat meister Art meister Jan beteren solde, omme dat gescheit te halden, hebben die vemde, sij sich doen verbynden op eijn pene van XX gulden, halff den heren ende halff den ghenen, die tot eyniger tijt in des anders gaetzpenninck tasden, so en stunden oem dair boven geijne voirder pene off verblijff aen te gaen, om des heiren wille, doe antwoorden oem, gea..t suyte.. en de sacht, die heren weren doit, meister Jan antworden oem wederom dairop en sacht, die heren en stutu.. ..d..d.. dat sij sich dair voir huedden, meer also voel, als oem dairvan aendraige, dat oem meister Art verkurt hed, des wulde he wael geleuven, anders en wulde he sich nyet vorder verbynden, oick sacht he, he wuldt bij brengen, dat oem die klock te Besel verdinght were, ende boede dair schijn aff te laten sien, dat he nyet in Artz verdinckenis noch gaetzpenninck getast en hed, mennich man schoet wael na den papegeijen, datter doch nijet en raeckden [menigeen schiet op papagaaien maar raakt deze niet, zou dit op afgunst of jaloezie wijzen?], Oick sacht he van der cedelen, et were wair, dat he gesacht hed, dat men geyne cedel over oem en maeckden, dair men pene in setten sulde, he en wulde sich geynre andere pene kroeden, da bevoir Gaidtz den heren overgegeven hed, he en wulde nyet hebben, dat sij sijne scepen sijn sulden, Ende meister Jan werdt alle konden van sich, ende seeckt hij ende sijn neve hebben van mennigen jaren her aff, selven in den verdinckenis van den klocken gestanden, ende dat die van Besel oick anders nyet seggen en sullen, ende sij en sullen Art noch sijnen eydom geyns verdinckenis staen.

             Item dair op sijn die Ghildemeister yn komen, ende hebben eyn orkont gelacht, dat meister Jan doch gesteyt, dat he geweigert heefft, die cedel te laten schriven'.

             Item Sijbrecht die Schroder heeft getuight dat oem kundich is, dat heer Willem sijn swager komen sij te Venle, van des kerspels wegen van Besel heren gesant, tot meister Art ende Jan seijnen eydom, om die klock te maken, ende dat he oick mit meister Art ende sijnen eydom te Besel gegangen, dat hebben die gildemeister verorkont.

             Item Sijbrecht die Schroder heeft noch nader getuight ende seecht hij sij komen gaen mit meister Art ende sijnen eydom te Besel in die kyrck, dair sijn gemeijnlich die kerspels lude bij eijn geweest, Doe heeft meister Art heren Willem eijnen brief in sijn hant gegeven, ynnehaldende van klocken he te Duseldorp gemaict had, ende h..lde ynne, dat he van den hondert XXX albus gehat hed, Doe antworden die lude dat were te voele, dat he wat anders hijesche, ende dair myt sijn sij vuijtter der kyrcken int bierhuijss gegangen, want meister Art ende sijn eydom sachten, oen en stunde nyet wael myn te nemen, so dat dair vaest alrekunne woirde geweest sijn, om der klocken wille, meer sij en hebben nyet gesloeten, ende in deme sij in den bierhuijss geseten hebben, all kallende, is meister Jan aldaer int huis komen gaen, So heeft meister Jan ende sijn eidom gesacht totten kerspels luden, die dair bij den anderen saten, off sij meister Jan yet toegesacht hebben, off in eyniger vurwerden off geloefden [fol. 10] nyet oem stunden, so hebben sij oem geantwort 'Neijn', meer meister Jacob sij wael voirtijden myt oen in woerden geweest, Doe sacht Art ende sijn eydom, des en kroedden sij sich nyet, meer stunden sij mit meister Jan in eynigen verwoirden, so en stunde oen nyet dair yn te tasten, want he besorghden anders peenvellich te werden, Ende so ist aen den avent geweest, ende meister Art ende sijn eydom sijn te Venle wart gegangen, meir dair en is geyn slaet varder aff komen.

             Item in den eirsten hebben dese gildemeister noch eyn orkont gelacht ende seggen et is schijnber ende kundich, dat meister Jan die klock gemaict heefft, hedden sij geijne konde meer sij hedden konden genoigh, dair bij scheent wael dat he in Artz ende Janz werck getast hed.

             Item Ruijsch heeft getuight he sij mit sijnre geselschap komen gaen van Aken, so sij oem meister Art ende sijn eidom, tegen den avent nyet verre van Belffelt ontmoidt, ende hadden Sybrecht den Schroder myt sich, doe vraeghden he oin, wair sij hynnen wulden, Sij antworden, sij weren te Besel ontboeden om die klock te maken, Doe sacht he, dat sij gingen, dat aen Got geluck gheven, ende dae he doe bij Offenbeck queme, ontmoydden oem meister Jan, spade weder den avent, wair he doe voir bleven were, des en wist he nyet, en doe bestonde oem te twivele, dat Sent Loe sijn deil noch dair van krijgen solde.

             Item die ketelbueter heeft getuight, wie he van Heynrick van Barle verstanden heeftt, dat he oem lyet ontvaren, wie he vermoidden wael dair bij geweest were, dat Art ende sijn eidom in woirden van der klocken geweest weren, dat hed he oem hoeren seggen, inde he versege sich Heynrick en sulde des nyet willen gestaen.

             Item Heynrick Nab heeft getuight wie Jacob sijn swager van Venle, van der Horst sij komen, ende heb sich myt sijnen vader ende oem beraden van der klocken te Besel, die oem gesacht hebben, dair sij wat erringe ynne, dat he dat bestaen laet ende sij des te vreden, ende so is he wederom getaigen, Oick heeft Heynrick gesacht, die die wierdt te Besell oem ongevraecht gesacht heb, doe Art ende sijn eydom in den woerden weren mitten scepenen ende kerckmeisteren om der klocken wille, te verdingen, dat meister Jan die Klockegieter doe totten wierde gesacht sulle hebben, 'her wierdt, verhaest u mitter klocken nyet, eer ick oem die klock liet maken, Ick wuldt liever naerreden.'

             Item dair op hebben die gildemeister eyn orkont gelacht ende hebben gesacht, so Heynrick Nab eyn raet der stat van Venle sij, so sulle dat eyn sunderlingh konde van werden sijn, want dan meister Jan nae luude der konden voir ende nae in meister Artz ende Jans werck getast heefft, hapen sij dat meister Jan Sente Loe ours gedeils peenvellich sijn sall [in de marge: dese konde sal ongelesen blijven want die her nae steyt gescreven].

             Item die gildemeister hebben oijck eijn orkont gelacht, dat meister Jan gekant heefft, dat he van R[oermond?] sij komen loupen, ende sij te Besel int bierhuiss komen, ende hebben meister Art ende sijnen eydom dair vonden sitten, ende dat meister Jan gekant heb, dat he heer Willem gevraecht heb, wat meister Art ende sijn eydom dair doen, ende dat heer Willem oem geantwort heb, sij sijn dair ontbaeden om der klocken wille, so mach men wael hoeren, wie peenvellich sij [in de marge: dese konde sal oic ongelesen bliven, want die oick herna gescreven steit].

             Item die gildemeister hebben noch eyn orkont opt alre laetste gelacht op beide die brieven dair hyr nae aff geruert steyt die Jan voir eyn konde geleydt heeft, dair sij hapen na den brieve, meister Jan, aen peenvellich sijn sall [fol. 10vs].

             Meister Jan is op sijn konden komen.

             Ende heefft in den eirsten gesacht he sij van Rur[mun]de komen tegen den avent voir dat bierhuiss, So heb he meister Art ende Jan sijnen eydom dair sien sitten, So ginghe he bij dat vuyr sitten ende er wolde in oir gelaigh nyet gaen, ende heysche den wierde eyn quart (voir oem), So sijn kortz dair nae, meister Art ende sijn eidom opgestanden so et ten avent neeckden, ende sijn te Venle gegangen, So sij he oick opgestanden, ende oick op wege te Venle te gaen, So hebben sommigen van den scepenen ende kerspels luden gesacht, 'meister Jan, wair wildij hynne, et is tegen den avent, gij moit desen avent hyr blijven, wij willen myt u kallen als van der klocken', Also sijn sij dair van kallende woirden, Soe heeft meister Jan gevraeght, off sij oick eynich gebot off gaetzpenninck meister Art geboeden off gegeven hebben, Doe sachten sij neijn, ende dat dede meister Jan daeromme, dat he der hondert rijnse gulden gerne ontledicht were geweest die he oen geboeden had te leenen, meister Jacob sijn neve were oick in voirledenen jaeren mitten selven kerspelsluden in woerde geweest om die klocken te maken dair he oen oick vollest toe boede te doen, want sijne alderen begraven liggen ende wat sijn neve dair gedaen hedde, were allet in sijn behoiff myt geweest.

             Die gildemeister hebben noch eyn orkont gelacht ende hebben gesacht, meister Jan stae dair ende kennetz dat he van Rur[mun]de komen sij geweest ende dat he meister Art aldair in den bijerhuis myt sijnen eijdom bij de kerspels luden heb vonden sitten, ende dat he her Willem gevraeght heb wat meister Art ende sijn eydom aldair doen off dair maken, Doe heeft her Willem gesacht, sij sijn dair ontboeden om der klocken wille te maken, dair bij mach men wael merken wie peenvellich sij.

             Item meister Jan heefft voirt twee plicaetz briven die besegelt geweest sijn ter konden geleijdt, die briven hebbe die gildemeister verorkont ende hebben gesacht, so der eyn brieff ynhelt van Gerart van Scheelbergen, dat sij lange tijt van jaeren geschiet ende oere uitsprake, dat sij sij van allen saken gescheiden hebben, sij kortz geschiet, dairomme sullen oen die konde to staden komen ende nyet hynderlick sijn.

             Item opten anderen brieff dair die scepen van Besel sijne tugen onder segel Engelbrechts van Holtmolen die sich desselve getuighs onder den selven sijnen segel myt aen neemt, die konde sullen oick dienen, want die begrepen dat meister Jan die clock verdinght heeft, ende oick alst schijntt gemaeict heefft, ende dair en sij meister Jacob nyet ynne geruert.

             Meister Jan seeght opten brieff van Peter van Scheelbergen, dat dat so lange gestanden heb, dat sij bijkomen want die vede dair nae terstont aenginge.

             Meister Jan heefft sich noch vorder ter konden vermeten aen Blitterswick, Jan van Osen ende Art Noijen den rentmeister.

             Op dese konden ende meer konden, sij sich te beiden sijden vermeten hebben, sijn sij beide partijen bescheiden int neest gevecht.'

             [volgt losse bijlage met op dorso: 'Oude vrint, So gij uwe hande geslagen hebt, gelijck hij des wael eer van mij rede gehoirt hebt in sulken goit'; op voorzijde:]

             Item te weten dat die goide man, die in den eynen brieve staet, die meister Jan die Klockegieter van den gericht gethoent ende laten luuden heefft, besegelt myt Engelbrechtz segel van Holtmoelen, eyndrechtlicken voir Rat.. ende Vogelsanck als voir scepenen gesacht hebben, sij en staen her Willem Bartscherre [mogelijk de pastoor van Beesel] nyet, dat he van oerre wegen eynichs synnes te Venle gesant off geschict sij tot meister Art off sijnen eydom, om die klock te maken off te gieten.

             Item die selven vurgeruert hebben myt gesacht, sij en gestaen meister Art noch sijnen eydam oick nyet eynichs gaetzpennyncks van der klocken want he van oen nye gaetzpennynck ontfangen en heefft, noch oem oich geyne gaetzpennynck geboeden en hebben, meer he heb des gaitzpennynck wael gesonnen.

             Item Peter van Scheelbergen heefft voir dese vurg. scepenen op sijne eide genomen der he drije mijnen heren van den Berghe, ende eijnen der stat van Venle gedaen heefft, dat die saken also sijn, gelijck sijn brieff dat begrijpt, den he meister Jan den Klockengieter mit sijns selffs segel bezegelt ruerende van der klocken te Besel gegeven heefft.

             Item Jenken opten Gaffelen heefft moitwillich voir desen selven scepenen getuight ende gesacht so vroe meister Jan int bierhuis quam ende meister Artz eidom aen sach, dat he doe sacht, so wij nu eer gaen, so et beter is, datz die man, die u helpen mach, wij en hebben des weeghs nyet, wij en kunnen u nyet verleggen.

             Dese konde ende die Rat.. ende Vogelss d.. voirder tuighden van den wierde opter Gaffelen heeft Jan verorkont'.

             [volgt fol. 43, ca. 1470 z.d.]

             'Aensprake Artz Wilden over Jan die Klockengieter.

             Ende seecht, et sij eijn tijt leden, dat meister Jan ende he vaest op malckanderen gekuybbelt hebben, So hebben oire gildebroeders dat vernomen ende sijn om alles besten wille dair yn gevallen, ende hebben tusschen oen, om die mynne te vynden, gededinght, So heb malck sijne clage ende sijn schoenste over den anderen opgedaen ende gesacht, dat so verre quam, dat elck oerre die schelen tusschen oen wesende, aen oerre iiij geschaeten heeft, waer die dat lieten, dair solden sij mede geslicht sijn, ende dair op hebben sij oen te beiden sijden doen vertijen myt halm ende myt monde, So sijn die acht die dair toe gekoeren waeren, des selich eyns woerden ende overkomen, ende hebben sij tertijt van allen stucken ende schelen, sij totten dage toe onder den anderen tschaffen gehat moigen hebben, geslicht ende gescheiden, als dat oerre geyn van den dage voirt in des anders werck noch verdinckeniss tasten, gaen noch staen en sall, myt woirden noch mit werken, ende hebben dair op L rijnse gulden gesat, welc oerre tenden dertijt dairynne vellich wuerde, die sulde die L rijnse gulden verpeent hebben, halff den ampt in behoif Sente Loe, ende halff den heren, ende seecht oick myt, die slichtingh ende pene, sij oick myt willen des heren toegegegangen, want sij so onverstendich nyet en weren, sij en hebben den here dat eirst te kennen gegeven dat sij slichten wulden, ende die pene dair op setten, Ende so heb den here die slichtingh ende pene tusschen oen bewillicht ende beliefft, Ende seecht wie he van den scepenen goide mannen ende kerspelsluden van Besel ontbaeden sij, dair te komen om eijn klock te verdingen ende te maken, ende so hij dan myt synen eydom ende meer anderen op eynen saterdage dair gegangen ende dair komen sij om die klock te verdingen, sij he des sonendaigs te morgen, doe die mysse te Besel uyt was, te Besel in die kerck bij die scepenen goide mannen ende kerspelsluden vergadert ende weren te loven ende te bieden komen, so dat Art geheischen hed, ende dat docht oen te voel wesen, ende meynden sij wuldent wael myn krijgen gedaen, dair were eyn van Raede geweest, meister Jans neve, die suldt oen wael naer.. doen, Ende Heynrick van Barle hed wael laten luden in der kallingen, dat sij i nijen gulden genamen hedden, ende dat docht Art to wenich wesen, So dat meister Jan Artz eydom dacht he verstunde dair van meister Jan hed meister Jan in den gedinge geweest off dat sijnre dairynne gewagen were, off eyn hant dair aen hebben sulde, so en wulden sij sich der saken nyet kroeden, ende gingen also all kallende uytter kyrcken int bierhuis, Also dat sij dair op antworden, sij en hebben meister Jans geyn gewach geho.., dan sij myt meister Jacop sijnen neve dair so he dairomme, aldair geweest weren, gekalt hedden, in den woerden ende in den kalldgen quame meister Jan in dat bierhuiss gaen, ende hed oem in sijnen verdinckeniss dair he te loven ende te bieden mytten goiden mannen komen weren getast, ende hed oem gehyndert boven die moitswone ende dat gescheit, dat sij te beiden sijden overgegeven hedden, Ende wa... he dan dat gedaen hed, ende die gildemeister ende dat ampt van Sente Loe dan vorderden nae der penen vurgeruert hapet he aen Got ende aen Recht he sulde oem der penen ontledigen, want he dair vellich ynne woirden were, off he sulde oem hondert rijnse gulden dairvoir geven, ende hiesch dat gericht ende gerechten antwort, ende wes konden ende waicht he des hed, heefft he oem aengedinght.

             Meister Arnt claeght noch over den selven meister Jan.

             Ende seeght wie dat die acht gekoeren man eyn cedel bededinght hebben te schriven, wie oic gescheit tusschen oen halden ende wesen sall, ende doe meister Jan doe die klock te Besel verdinght heb gehat, dat he doe komen sij tot Tilmannen die die cedelen geschreven solde hebben, ende heb alsulke stoutingh dairynne gedaen, dat Tilmanus der nyet en heefft willen schriven, Ende seeght dat meister Jan die cedel bye monde der acht gekorene mannen noch sal doen schriven off he sulle oem vijfftigh rijnse gulden dair voir geven, Ende heyscht dair gericht ende gerichtelijck antwort aff, heefft meister Art des konde, die heefft he sich aengedinght daer en tenden sall oem mitten rechten genoigen.

             Noch claight meister Jan over den selven meister Jan.

             Ende seeght wie die scepenen ende goide mannen van Besell sij te beides sijden dair bescheiden hebben gehat, ende hadden meister Jan bevaelen dat he sijn konde die sij oem besegelt hadden myt brecht, als sij die hedden, dan [fol. 43vs] wulden sij die besien ende geven meister Art oick eyn konde, van den woerden ende van den wesen sy myt oem gehat hedden, ende geven alsdan meister Jan sijne konde wederom, So were meister Jan verbleven myt sijnre konden, ende en were nyet dair komen, als he bescheiden was, Ende Art were dair komen, gelijc sij bescheiden waeren, Ende so meister Jan dan nyet komen en were, dan he des anderen daigs heijmlick alleijne dair quam, en mucht oem sijn konde nyet werden noch gedijen, Ende noch op sijnen kost, buten Artz cost werven, so die bij oem verechtert is, off he sulle oem dair voir vijfftich rijnse gulden geven myn eijnen gulden, ende heyscht dair over gericht ende gerechter antworden, wes konden ende waicht... he heefft van den eynen voir, van den anderen nae, ten derde toe, die oem stade doen mach, die sij levendich off liggende, heefft he sich aengedinght.

             Antwort meister Jans.

             En heefft sich den vijfftich rijnse gulden penen off die hondert gulden dair voir ende voirt den vijfftich gulden, dat meister Jan der cedelen te schriven weder geweest were, So dat he den nyet krijgen en konde, ende vant den vijfftich gulden myn eijnen, als om die konde te werven, der Art ontbeuren moyt, want he oem dair aen hynderlick geweest is, des geltz sij myn off meir wie richter ende scepenen dat verstanden hebben, op sijnen borgh loijne ende onscholt gedinght ende gehaept dat die acht gekoeren man sijne scepenen nyet wesen en sullen, dair moige wael eyn dadingh gededinght sijn, daer en sij he nyet bij bleven, ende haept he sulle bij sijnen wael bededingden borgen blijven, Ende wert alle konden van sich, ende en kroet sich geynre konden, he en muest sich der myt recht kroeden, he heb mit synen neve te voerens lange in verdinckenis gestanden ende in woerden geweest van der klocken.

             Item soe ist meister Art komen ende heefft dair eyn orkonde gelacht ende haept aen Got ende aen recht, sijne sake gewonnen te hebben, want he iij aenspraken op meister Jan gedaen hefft ende meister Jan die iij aenspraken myt eynre antworden verantwort heefft.

             Item dair op heefft meister Jan geantwort he heb in synre antworden laten luudden, dat richter ende scepenen oick wael verstanden hebben, des geltz sij myn off meir, off wie richter ende scepenen dat verstanden hebben so heb he dat oick verstanden, haept dairomme, dat dat verantwort sall sijn, meer wulde he, he wulde sich dat noch beraeden, ende geven op elck stuck eyn antwort, Ende also berieden sich meister Jan doe, ende gaff op elck stuck sijn antwort, Also dat der scepenen doe cleerden, wie dat meister Jan dat voir verantwort hed, so sulde dat verantwort blijven.

             Item doe sijn die konden her na bescreven geleydt want die scepenen die hoeren wolden.

             Item doe sijn die gildemeisteren van den smyeden mit oeren ampt komen ende hebben getuight ende op then heilgen verweert, so wes sich meister Art aldair van der cedelen vermyt dat sij also geschiet, dat sij oen kundich.

             Item nu sal men die konde lesen die Sybrecht die Schroder hyr voir getuight heefft in der aenspraken die die gildemeisteren van Sente Loe op meister Jan gedaen hebben, ende dair en tenden dese neeste nabescreven konden.

             [fol. 44] Item heefft Sybrecht noch vorder getuight ende oick verweert ten heilgen, dat he dair bij geweest sij, dair dat kerspel mitten kerckmeisteren in der kercken geweest sijn, ende sijn mit meister Art ende sijnen eydom te woerden geweest, ende hebben gesacht, oen ducht genoigh sijn, dat he van den hondert eynen nijen gulden hed.

             Item dan sal men lesen die konde die Heynrich Nabben hijr voir getuight heefft in der aenspraken die die gildemeister van Sente Loe op meister Jan gedaen hebben, ende dair en tenden, dese nabescreven konde.

             Item dese vurscreven konden sijn alle verweert.

             Item Tilmannus konde, Also meister Art oem aengespraken had mitten rechten voir eyn tsomme geltz off dat he sijn konde seggen solde wess oem hijr aff kundich were, ende wer oem meister Jan die cedel verbaden hed voir der tijt, eer he de clock te Besel verdinght had, off dair nae, dair op heeft Tilmannus getuight dat he dair op nyet gesynt en heefft noch des nyet en weijt wat tijde off wanneer he oem heefft he..ten laten off verbaden, ..der dat dair bevorens off der nae geweest sij, he heb wael van meister Jannen gehoirt, dat he gesacht heb, sij en sullen sijne scepenen nyet, ende dat he geyne cedel over oem en schriven, he en stae der penen nyet, ende dit heefft Tilmannus op sijnen eidt genomen.

             Item meister Art heeft verorkont, dat meister Jan bij sijns voirspreecks woerden bleven is.

             Item meister Art heeft verorkont, dat Tilmannus getuight heeft als dat meister Jan gesacht heft, sij en sullen sijn scepen nyet sijn, ende dat he oem oick gesacht heb, dat he geyne cedel over oem en schrive, he en stae der penen nyet.

             Item meister Jan heeft verorkont dat he geyne konde gehoirt en heeft die oem aen sijnen borge hynderen mach.

             Item eyn man van Besel, den Art besat had, heefft getuight dat sij in der kircken te Besel bij eyn geweest hebben ende sijn dair te woerden geweest myt meister Art ende sijnen eydom, als van der klocken te maken, meer he en hed geynen gaetzpenninck gesien, he en heb oick nyet hoeren heysschen noch bieden ende dat bleve dairomme achter, want sij wolden gelt geleent hebben, ende des en hed he oen geyne macht te lenen, Ende so weiren sij voirt int bierhuis op die gaffel gaen teren, dair weren voel woirde gevallen, der he alle nyet en wist, noch onthalden en hed, ende doe queme meister Jan int huiss, he en wist oick nyet wanner he queme, ende doe schieden sij sich so dat meister Art ende sijn eydom ewech gingen."

 

1465, z.d.

Lijst betreffende Beesel.

RHCL Maastricht, Kessel, inv.nr. 10.

 

1465, z.d.

GELDERN - Sander van den Eger wordt beleend met:

-    de hof te Kedichem en de hof te Boestigen (in de volgende belening Boxstege genaamd), met de mannen en laten die hieruit erven en goederen hebben.

-    een bemd genaamd de Aschorst en het water en de visserij in de Nyerssen, vanaf de Steenculen via Pontervoort tot aan het viswater van de hertog, zoals die van Kodichem dit eerder in bezit hebben gehad.

-    een bemd genaamd de Dykoll en 6 morgen land gelegen bij der Let, zoals heer Engbert van Orsbeke dit van Steven in leen houdt.

-    het erf en goed dat Elbert van Kedichem van Evert (in de volgende belening: Steven) in leen placht te houden, in het gericht van Pont en Walbeke gelegen.

-    Reekens goet, gelegen in het land van Walbeke, inclusief andere landerijen die Beerte van Tegelen van Steven voornoemd in leen hield. Voorts het erf en goed dat heer Wolter van Vossem van Gadert van Kodichem had, Sneplucht genaamd.

-    9 morgen land die Goossen in gen Bosch heeft, gelegen te Walbeke.

Deze voornoemde goederen en erven behoren tot het leen van de hertog.

-    het erf en goed als een Gelders leen vanaf de Nyersen stroomopwaarts.

-    2 mark uit het goed an gen Voerst in het land van Stralen gelegen en het goed te Lullingen dat wordt bewoond door Henken Coenensoon, zoals men dat van de voogd van Stralen placht te houden met de 2 voornoemde mark, als een Zutphens leen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 5.

Zie 1424, z.d. en 8-10-1473.

 

1465, z.d.

ALDENKERCKEN - Sweder van Eyle wordt opnieuw beleend met Pannekoecksgoet, gelegen bij der Alderkircken.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 18.

 

1465, z.d.

LOBBERICH - Peter van Boicholt wordt beleend met de hof to Broick, gelegen in het kerspel van Lobbroick, zoals deze hem van (door?) zijn broer is toegedeeld.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 49.

Zie 1445 z.d. en 16-10-1473.

 

1465, z.d.

LOBBERICH - Thijs van Kessel Janszoon vernieuwt de leeneed van de hof te Heethusen onder Lobberich gelegen.

Sloet: Overkwartier, blz. 52.

Zie 1464 z.d.

 

1465, z.d.

LOBBERICH - De kinderen van Luytken Mansarts (enerzijds) en Catrin van Netbroeck Willemsdochter (anderzijds) worden beleend met de hof te Neetbroeck.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 53.

 

1465, z.d.

HINSBECK ‑ Reiner van Breempt legt de leeneed af wegens de Pluckelingslaten onder Hensbeke gelegen, ten behoeve van hemzelf en zijn zoon Henrick, Reintken van Holthusen en Johan van Lomme.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen, Overkwartier, blz. 54.

Zie 1448, z.d., en 9-6-1474.

 

1465, z.d.

HINSBECK - Alert van Goor wordt beleend met de hof genaamd Kesselerhof met toebehoren, gelegen in het dorp Hensbeke (Hinsbeck), waarvan Sibert van Kessel eertijds leenman was.

Sloet, Overkwartier, blz. 55-56.

Op 16-10-1473 werd Alert van Goor als erfgenaam van zijn zwager Sybert van Kessel opnieuw hiermee beleend.

Vgl. hiervoor ook J. Sivré: Het Necrologium van de Adellijke abdij van O.L.V. Munster te Roermond. In: Publications 13 (1876).

14 september: "Obijt Bela de Kessel, uxor Alardi de Ghoir, de quo habuimus caputium sericum, e quo facti sunt duo amictus; habuit et fraternitas b.M.v. florenum resensem et in ecclesia cereum tortum" (blz. 248).

 

1465, z.d.

KRIEKENBECK ‑ Reiner van Brempt wordt beleend met de helft van het huis te Krikenbeck (waarvan Johan van Holthusen de andere helft bezit).

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 57.

 

1465, z.d.

KRIEKENBECK ‑ Johan van Lomme vernieuwt de leeneed van de Hogen Dryes an gen Oort, zoals deze eerder tot het goed te Aldenkrikenbeeck heeft behoord.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 58.

 

1465, z.d.

ELMPT ‑ Reinart van Brempt wordt beleend met de laten van Elmt, korengeld, hoender‑ en penninggeld. De leenhouder beweert dat dit Bremter leengoederen zijn, te verheergewaden met 5 mark Brabants, waarvan hij de leenakten bezit.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 109.

 

1465, z.d.

LEUTH ‑ Johan van Lomme vernieuwt de leeneed van de hof ter Duesmeulen onder Leut gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 58.

 

1465, z.d.

HORST ‑ Johan van Dript vernieuwt de leeneed van 2 hoeve ( = oppervlaktemaat) te Koninxberge onder Horst en ¼ deel van de smalle tienden te Horst.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 130.

Zie 1417 z.d., 1424 z.d. en 1459 z.d.

 

1465, z.d.

KESSEL ‑ Johan van Lomme Arntszoon wordt beleend met de hof tgen Holte onder Kessel gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 145.

Zie 1426 z.d. en 17-10-1473.

 

1465, z.d.

KESSEL ‑ Gadert van Holtmeulen wordt beleend met de hof van den Puteycke in het kerspel van Kessel gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 145.

Zie 1445 z.d. en 8-10-1473.

 

1465, z.d.

NEER ‑ Willem Vinck wordt na overdracht door Willem van Vlodorp beleend met de griend te Haenschen aan de Hornse zijde van de Maas bij Roermond gelegen, met een zijde grenzend aan de Haenselerbeke.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 63.

Zie 1460 z.d. en 8-11-1473.

 

1465, z.d.

HORST ‑ Wilhem Neven vernieuwt de leeneed van het goed genaamd op den Ymmenvonde te Horst in het dorp gelegen met 6 morgen land; een stuk land genaamd het vierdel van 7 morgen; nog een stuk van 1½ morgen waaruit samen een hofje is afgemaakt, alles (?) gelegen te Schaeddick in het kerspel van Horst.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 131.

Zie 1431 z.d. en 4-10-1473.

 

1465, z.d.

HORST / DULKEN ‑ Henrick van Krieckenbeke wordt opnieuw beleend met de leenmannen over de Maas nabij ter Horst en te Dulken, te verheergewaden met 13 vleems.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 132.

 

1465, z.d.

BAARLO ‑ Johan Tengnagel van Merwyck, als hulder namens zijn moeder Gertrud van Brede, vernieuwt de leeneed van de hof genaamd de Hoffacker te Baerle gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 141.

Zie 1459 z.d. en 1470 z.d.

 

1465, z.d.

BAARLO / MAASBREE ‑ Gadert Pastoirs wordt beleend met de hof genaamd Soetersbeke met toebehoren, gelegen te Baerle en Brede.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 142.

Zie 1445 z.d. en 23-3-1474.

 

1465, z.d.

UDEN / GROENINGEN ‑ Eduwart, voogd van Bel, wordt beleend met het 1/3 deel van de goederen te Uden en Gronouwen met toebehoren in het land van Kessel gelegen, ten Cuykse rechten te verheergewaden.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 132.

 

1465, z.d.

HORST ‑ Evert van Wildenrade draagt de hof te Groenouwen, gelegen in het kerspel van Horst, met het daartoe behorende recht van collatie van de kerk van Oerle, over aan Evert van Redinchaven.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 132.

Evert van Redinchaven treedt mogelijk als dienaar van de jonkvrouwe van Wyckraede. Vergelijk T. Janssen de Limpens: Geldersche Wyssenissen van het Hoofdgerecht te Roermond 1459-1487, blz. 49-50 (1462, z.d.; zonder achternaam) en blz. 216-218 (1479, z.d.). Utrecht, 1953.

 

1465, z.d.

LOBBERICH ‑ Thijs van Kessel Janszoon vernieuwt de leeneed van de hof te Heethusen onder Lobberich gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 52.

Zie 1464 z.d.

 

1465, z.d.

HINSBECK ‑ Alert van Goor wordt beleend met de hof genaamd Kesselerhof met toebehoren, gelegen in het dorp Hensbeke (Hinsbeck), waarvan Sibert van Kessel eertijds leenman was.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 55-56.

Zie 16-10-1473.

 

1465, z.d.

GRUBBENVORST ‑ Alert van Goor vernieuwt de leeneed van het huis Caldenbroeck.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 136-137.

Zie 16-10-1473.

 

1465, z.d.

BAARLO ‑ Gadert Pastoirs vernieuwt de leeneed van de hof genaamd Soetersbeke, gelegen onder Baarlo en Maasbree.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 142-143.

Zie 1445 z.d. en 23-3-1474.

 

1465, z.d.

GELRE ‑ Elbert Wynter vernieuwt de leeneed van de hof genaamd ingen Geest met de laten en alle toebehoren, aan de Geestdorn in de Voogdij onder de jurisdictie van Nykercken voor de Yssemse poort buiten de stad Gelre gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 1.

 

1465, z.d.

NIEKERCK ‑ Gadert Frans soon van Niersdom, keukenmeester, wordt beleend met de Gruythoff of hof Op den Dert onder Nykercken gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 12.

Zie 1437 z.d. en 5-10-1473.

 

1465, z.d.

HINSBECK ‑ Johan van Besel genaamd Van Reide wordt (opnieuw) beleend met Muterkenshoff onder Hinsbeck gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 55.

Zie 1455 z.d. en 1-11-1473.

 

1465, z.d.

GRUBBENVORST - Alert van Goor vernieuwt de leeneed van het huis Caldenbroeck.

Sloet: Overkwartier, blz. 136-137.

Zie 16-10-1473.

 

1465, z.d.

MAASBREE/BAARLO - Gadert Pastoirs vernieuwt de leeneed van de hof genaamd Soetersbeke, gelegen onder Baarlo en Maasbree.

Sloet: Overkwartier, blz. 142-143.

Zie 1445 z.d. en 23-3-1474.

 

 

1466

25 januari 1466

"op sint Pauwelsdage conversionis"

ECHT ‑ Richter en schepenen van Echt verklaren dat Heyn van Dulken met toestemming van zijn vrouw Beele ten overstaan van hen en Gerardus en Welter Loman, "eygensgenoten", een erfpacht vermeld in een akte van 25 mei 1465, die hiermee wordt getransfigeerd, heeft verkocht aan Heynrick op't Sant, Jannes Goltsteyn en Heynrick Gelden ten behoeve van de huisarmen te Roermond.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1635; afschrift in inv.nr. 1624, fol. LXXXIV-LXXXIVvs; regest nr. 628.

Vgl. akte d.d. 25-5-1465.

 

25 januari 1466

"op sint Pauwelsdage conversionis"

ECHT ‑ Richter en schepenen van Echt verklaren dat Heyn van Dulken met toestemming van zijn vrouw Bele ten overstaan van hen en Gerardus en Welter Loman, "eygensgenoten", een erfpacht vermeld in een akte van 25 mei 1465, die hiermee wordt getransfigeerd, heeft verkocht aan Heynrick op't Sant, Jannes Goltsteyn en Heynrick Gelden ten behoeve van de huisarmen te Roermond.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1636; afschrift in inv.nr. 1624, fol. LXXXIIvs; regest nr. 629.

Vgl. 25-5-1465.

 

24 februari 1466

Schuldbrief van Wilhelm van Boerich en Otto van Holtmoelen inzake een bedrag van 20 rijnse gulden aan Wilhelm van Kessel genaamd Buick.

Schaesberg-Tannheim (I): Urk. 160.

Zie 27-5-1462 en 1463 z.d.

 

3 maart 1466

LINNE ‑ Segher van Bruggen "der kremer" wordt vermeld als schepen van Linne.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1431, regest nr. 630.

Vgl. 16-6-1466 en 23-1-1473.

 

16 juni 1466

ASSELT ‑ Dederick van Oest en Aleida van Eggenrade, echtelieden, verklaren dat zij aan Seger van Bruggen en Yde, echtelieden, een erfcijns van 10 Rijnse guldens verkocht hebben uit akkerland te Asselt, de Smedeacker genaamd.

“Wer Johan Drabbe richter Gaidert meister Heynrix ende Lemme Walschart scepenen der dingebanck van Swalmen duen kont allen luyden ende tugen dat vur

ons komen is Dederick van Oist mit willen ind consent jonckfrouwen Aleyden van Eggenraide sijnre wetlicker huysvrouwen ende heefft mit rechten

vertegenisse wetlich ind wail gegeven ind verkocht aen ind op eyne stucke lants geheiten der Smedeacker haldende vijff boenre ter maten luttel mer off

mynne die mit alle haeren rechten ind tuebehoeren gelegen sijn in Asselrevelde beneven des vaigts erve van Ruremunde dat ouch geheiten is der Smede-

acker schietende op den weghe teen rinsche gulden guet van gelde ind zware van gewichte jairlix ind erfflix tsijns off die werde dair vur indertijt

der betalingen genge ind geve Segher van Bruggen den kremer ind Yden sijnen wetlicken wijve ind hare beider erven den vurss. tsyns tot eynen erffrecht

te hebben ind te besitten alle jair ind erfflich den vurgemelten tsyns te geven ind te betalen ind los vrij van allen saicken te leveren bennen der stat van Ruremunde

in huen vrij seker behalt op sent Remeysdach nu neest kommende oever eyn jair yerst aen te bueren, ind weert saicke dat Dederick ind sijne huysvrouwe

vurss. off haere erven des niet en deden ind eynichz jairs aen de betalingen des vurgemelten tsijns in eynen deile off te maile versuymlich weren op sente Remeys-

dach, soe suelen ind mogen Segher ind sijn wijff vurss. off haere erven hoere hande slaen aen dat vurgemelte lant ind onderpant dat te hebben, te behalden ind

haeren vrijen wille dair mede te duen gelijck mit eynigen anderen haeren properen erve ind guede sonder eynich hynder bekronen Dederix van Oist ende

sijnre huysvrouwen vurss. off haere erven off ymants anders van haere weghen, ende in der maten soe heefft Johan Drabbe der richter vurss. den vurgemelten

tsyns mit eynen groenen rysch ind eynen sylveren pennynck ind mit eynen elpenbeynen metshicht [mesheft] als van eygens guets recht gelegen is voirt beleend temde opge-

dragen Seger kremer ind Yden sijnen wyve vurss. ind heefft huen ind haere beider erven dair ynne gesatt ind geërfft also recht ind gewoenlich is Beheltenis

den here end mallinck sijns rechts ind Dederick van Oist vurss. heefft mit geloiff vur huem ind vur sijne even offt sich tot eynigertijt ervonde dat dat vurgemelte

lant ind onderpant anders ergent in den rechten gebuerden uyt ind aen te gaen alsoe dat Zegher ind sijne wijff vurss. off haere erven dair ynne niet vast

en seten dat hij off sijne erven dan altijt tot gesynnen Zegers ind sijns wijffs vurss. off haere erven komen sall ter stede dair sich dat mit recht gebuert

ind sall dan op sijnen kost den vurgemelten Segher ind sijne wijff vurss. off haere erven dair ynne vestigen ind gueden dat sij des in den rechten genoich

hebben ind heefft ouch mit geloifft dat die vurgemelten vijff boenre lants jairlix niet geldens noch nyemants anders verbonden en sijn Ende weert ouch saicke

dat der vurgemelten tsyns eynichz jairs gelyck vursschreven steit niet betailt en woirde off dat Zegher ind sijne wijff vurss. off haere erven eynich gebreicke hedden in

eynigen punten vurss. Soe mogen sij dat dan allet aen Dederick van Oist vurss. ind aen sijnen guede off aen sijnen erven den kommeren off uyt-

peynden gelijck scholt die vur gericht bekant ind gewonnen were Sonder alle arglyst Des ter konden ind te getuge soe hebbe ich Johan Drabbe

richter vurss. mijnen zegel vur mich ind vur die vurgemelte sceenen omme haeren beden wille want sij geyne zegelen en hebna en desen apenen brieve

gehangen onder welcken zegel wer scepenen vurss. tugen dyt alsus vur ons geschiet te sijn In domme te mer konden wille so hebbe ich

Dederick van Oist vurss. mjnen segel mit vur mich ind mijne huysvrouwe vurss. ind vur onser beide erven an desen apenen brieve gehangen

Gegeven int jair onss heren duysent vierhondert sessindtsestich des neesten daighz nae sent [Vytz?] dach.”

Schloß Haag, inv.nr. 311, alle zegels afgevallen. Met getransfigeerde overdracht d.d. 20 (of 29?) november 1529.

Zie 23-1-1473. In dorso en in de archiefinventaris wordt de Smedeacker abusievelijk aangeduid als Sandacker, kennelijk een leesfout. De Smedeacker wordt o.a. vermeld in een lijst van 20-4-1395 (zie aldaar) en .. juni 1443.

 

1466, z.d. (en later)

VENLO / BELFELD - Particulier register van een Venlose zilversmid; deze heeft in 1466 een huis gekocht te Belfeld.

'In den jaer van lxvj in cccc.

Item toe Belfelt gekocht dat huys daer voer gegeven vijff rijns gulden v stuver; noch daer van gegeven enen rynsche gulden toe settet ende toe richten ende vyff vymmen schoef die vym vyff vlems eyn hondert latten i½ rijns gulden drye hondert lat negel drye witpenninck vj brackun xij witp. twe saertholter ix witp. eyn verdel mergelsteyn iiij witp. eyn car mortels iiij witp. den decker gegeven xvi witp. den oper knecht vj witp. den morre v witp. ende dach den sulre te leggen plancken ende nagel ende loen sal kosten i½ rijns gulden gerden voer iij stvs .. leym ende sant ende ander gereck an toe voeren dat heft my Henrick ende Willemken gedaen om neyt dat solde my anders wael gekost enen ½ rijnsche gulden noch ende men heft geleemt drye dage dat was he my oeck schuldich dat was oeck v witp. noch xvj quartz byers iij vlems noch xij sluys om gherden noch xx vlems om appelboem noch iij verdel latten xxvij witpenninck noch iiij brackon viij stuver Item eyn mack galt xij stuiver ende x vlems to snijden i½ vlems noch vij bracken xiiij stuiver ende eyn verdel latten ix witp.'.

-           1470: ontvangsten wegens de stadswaag.

-           1470: "Item wij hebben op onser moelen enen wan eyn haister een korff ende eyn cleyn vatgen ende vij scharper billen ende vijff platter billen ende enen ijseren boem'.

-           1472 z.d. "Item Jan Vinck Sanderssoen is mij schuldig xxi stuiver en 1½ vlems noch ij stuver van enen segel to maken'.

-           1472 z.d.: zilver voor 'die schut van Blerick'.

-           1472 z.d.: 'Item Alart van Ghoer xvi witpenninck van den halsbant to maeken ende to overgulden; noch iij witp. van eyn par gaspen aen twe schoen ende noch eyn gordel weges ½ lot silvers iii witp. to maken ende vijff witp. to overgulden mackt xiii½ witp. betalt heir op xvi witp.'.

-           1472: 'Item Conrat wijff van der Horst is mij schuldich xxxij witp. van einen gordel ende eyn par messer to overgulden ende to maken ende ock van silver'.

-           1472: 'Item die kerckmeister van Brockhusen Vorst hebben heir xvij lot silvers to enen kelck. Des sullen sij mij geven vi½ g.. als die kelck gemaeckt is ende overguldt'.

-           'Item Sibert van Brede is mij schuldich vijff witp. van enen Bernarts rynck'.

-           'Item Gort Roffert is mij schuldich vj witp. van malien ende iij½ verdel silvers'.

-           In dit register tevens een losse bijlage z.d.: 'Item Gort van Holtmoelen heft mij ayn schail verchoft van silver voir vijff rijnsche die heft gewegen xi lot; item ick tgnene sal om eyn schail weder maken die sal wegen xi loet silvers ende dan sal hij mij geven vijff r. gulden xx stuber vor den gulden ende ix vlems to maken van der schalen'.

GA Venlo, Schepenbankarchief Venlo, inv.nr. B2657.

Verder vooral notities van levensmiddelen, o.a. kaas uit Deventer, boter, wijn uit Nuyss, wol, etc. Tijdens doornemen van het register geen verdere vermeldingen gevonden met betrekking tot Belfeld, Beesel of Swalmen. Voor een edelsmid vergelijk Teuwes Goltsmeet, 1460 (z.d.)

 

1466, z.d.

GELDERN / NIEUKERK - Willem Vel van Wevelickhaven wordt beleend met de hof te Niersdom met zijn toebehoren; de hof ten Hovemet zijn toebehoren; de Stave met haar toebehoren, gelegen bij Gelre; en met de tiende te Aldewetten.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 2.

 

1466, z.d.

GELDERN - Willem Vel van Wevelichaven wordt beleend met het leengoed genaamd die Stove, gelegen bij Gelre, en met de tiende te Aldewetten.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 3.

Zie 1424, z.d. en 18-10-1473.

 

1466, z.d.

HINSBECK ‑ Reiner van Holthusen, als erfgenaam van zijn broer Willem, wordt beleend met de hof In genen Winckel te Hensbeke gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen, Overkwartier, blz. 54.

Zie 1444, z.d., en 14-10-1473.

 

1466, z.d.

ROERMOND ‑ Leonart Stijners, 'Raitsoins dochter soin van Baexen', draagt het huis genaamd In den Beer te Rurmunde over aan Henrick van Kailberch, diender van de jonkvrouwe van Heynsbergen, die ermee wordt beleend.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 62.

Zie 1430 z.d. en 19-2-1474.

 

1466, z.d.

ECHT ‑ Jan van Eynenberch wordt beleend met het leen van Eynenberch, gelegen bij Echt an den Eycken. Zijn zwager Herman Moir van Eynenberg is hulder.

("Jan van Eynenberch deur sijnen swager Herman Moir van Eynenberg kent gedelinge an 1/3 Willem Moysel").

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 83.

 

 

1467

13 mei 1467

Gescreven op sent Servaes' dach anno LXVII.

Thomais van Oist verzoekt heer Oiswalt, heer van den Berge, den Bylant en Hedel, uitstel van de belening met de tienden te Olft, welke door zijn aanverwant Johan Schenck van Nieggen verzocht was.

Archief Huis Bergh (toegang 0214), inv.nr. 168; briefregestenlijst 208 (via www.archieven.nl, 2012)

 

16 juni 1467

LITH ‑ Dirick de Rover van Tichelen Janssoen en Gijsbrecht Heynnerixsoen verklaren dat bij hun weten en dat van meer mannen in dorp Lytt (Lith), dat aldaar nooit tol is geheven van hout, graan en zout.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 790; regest nr. 644.

 

17 oktober 1467

(op St.-Lucas evangelist avond)

ASSELT ‑ Prior en reguliere kanunniken van het klooster St.-Elisabeth in het land van Horne gelegen geven toestemming aan Willem van Vlodrop, ridder en erfvoogd te Roermond, en Caecilia van Elderen, echtelieden, om een rente van 13 overlandse rijnse guldens, uit een hoofdsom van 260 gelijke guldens, gevestigd op de hof te Asselt, te lossen met 260 gulden.

RHCL Maastricht, Dokumentatie D274: Inventaris van o.a. Bleijenbeek, Brempt, Hillenraad, nr. N 12B; depot onbekend (gedeelte verdwenen, vgl. ook Schloß Haag). Elders in de inventaris: 1476, z.d.

 

13 november 1467

ROERMOND - Derick Hoifft en Hillegonda, echtelieden, en Peter van Schoeneggen dragen het recht op een huis tegenover de Inopper kerkhof gelegen, welk de erfgenamen van Heynrick Gobbelijn is toegevallen na overlijden van Fije Gobbelijn, over aan Frank Pollart en Guelende, ook echtelieden.

RHCL Maastricht, Venner, charters nr. 27 (Res Gestae).

 

1 december (14)67

"des dinsdachs nae s. Catharinendach"

ROERMOND ‑ (Schepenen van Roermond) bepalen in een vonnis tussen Arnolt Neutkens en Claes Moesbeeck dat iemand die borg staat voor een ander, de gerechtsgevolgen daarvan voor het geding moet blijven dragen.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 837, fol. 28vs; regest nr. 649.

Vgl. Moesbergsgoed te Beesel.

 

12 december 1467

"op sent Lucyenavont virginis"

ROERMOND ‑ Steven Kellener, richter, Heynrick van den Grynde en Huge Hortmaleye, laten van de voogdij van Roermond te Asselt, verklaren dat Heynrick Kellener en Derick Steynbitser, meesters van het heiligdom te Roermond, een erfrente van 2 Rijnsguldens en 1 oort zoals vermeld in de akte van 6 oktober 1454, die hiermee wordt getransfigeerd, hebben verkocht aan Heynrick op't Zant ten behoeve van de mis die de meesters van de huisarmen te Roermond steeds op maandag zullen laten doen in de kerk van het gasthuis op het hoogaltaar of op een ander altaar in die kerk.

De laat Huge Hortmaleye verklaart dat hij geen zegel heeft en getuigt onder het zegel van de richter.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 1658; afschrift in inv.nr. 1624, fol. LIXvs-LX; regest nr. 650.

 

1467, z.d.

SWALMEN ‑ Derick van Oist vordert 1½ bunder land terug van Keuffven omdat dit volgens eiser laatgoed is en Keuffve dit niet van hem heeft ontvangen en hij hiervan geen gewin heeft ontvangen. Keuffve antwoordt dat 1 bunder afkomstig is van zijn broer, die dit land als huwelijksgift had gekregen, en dat hij het ander ½ bunder ten overstaan van landheer en schepenen heeft gekocht van een vrouw toen de vader van Derick van Oest nog leefde, waarna hij het langer dan jaar en dag in bezit heeft gehad. In het verleden heeft hij 1 bunder officieel belast ten behoeve van een erfpacht van 4 sester rogge aan Lemmen Walschart, welke last ook is afgelost. Hiertegen heeft Dericks vader nooit geprotesteerd.

Derick van Oist beweert dat hij hiervan niet heeft geweten. Hij houdt vast aan het oude tijnsboek dat zijn vader hem heeft nagelaten, waarin staat dat Hubert Cuwe het omstreden land heeft ontvangen samen met andere goederen. Keuffve zegt hierop dat Hubert dit goed misschien mag hebben ontvangen, maar dat Henne Cuwe en zijn kinderen het land van Herbert (sic) hebben gekocht en het jarenlang in ongestoord gebruik hebben gehad en ook niet in het tijnsboek worden vermeld. Volgens Keuffve is er nog een tweede en ouder boek waaruit het nieuwere is overgenomen. Herbert heeft het land geërfd van Geraert Wynters. De aangeklaagde nodigt Van Oist uit om dit oude boek te laten zien; staat het land in dit boek beschreven, dan zal hij zich daarnaar houden. Eiser weigert echter een ander boek te laten zien dat het nieuwe. De laten (van Derick van Oist) verklaren dat zij de juistheid van het tijnsboek niet in twijfel trekken zolang niemand hiertegen protesteert. Zij achten zich niet wijs genoeg en dragen de zaak over aan de schepenen.

Het hoofdgerecht van Roermond bepaalt dat de eis onterecht is daar Keuffve het land voor de schepenbank heeft ontvangen en bij leven van Jan van Oist ongehinderd heeft bezeten sinds jaar en dag. Blijft Derick van mening dat het laatgoed betreft, dan mag hij zijn recht elders zoeken.

T. Janssen de Limpens: Geldersche Wyssenissen van het Hoofdgerecht te Roermond 1459-1487, blz. 89-90. Utrecht, 1953.

 

1467, z.d.

ECHT - Lijsbet van Osen, echtgenote van Ritsart Speden, wordt beleend met een pondig leen te Echt gelegen, welk leengoed na haar overlijden zal terugvallen aan het leenhof.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 79.

Zie 1463, z.d. en 22-9-1533.

 

1467, z.d.

REUVER-OFFENBEEK ‑ Wolter van Buren ontvangt de molen te Offenbeeck, alle laten die tot de hof en erfenis genaamd de Hoff tot Leuwen behoren, en de visserij gelegen te Besel in de Maas, die eveneens tot deze Hof behoort, als Gelders leen ten Zutphensen Rechten.

RHCL Maastricht, Hof van Gelder te Roermond, inv.nr. 204, fol. 199: "Extracten geëxtraheert uuijt seker boeck geïntutuleert 'Index feudorum in Superiori Geldria et comitatu Sutphaniensi inceptus at Everhardo Reidano grapho in Marto anno 1593 et absolutus a fratre iodoco 18 Aprilis anno 1598'".

Zie 1461 z.d. en 22-10-1473.

 

1467, z.d.

REUVER-OFFENBEEK - 'Wolter van Buren ontfinck die molen tot Offenbeck, voorts alle die laeten ghehoorende in den hof ende erffenisse, gheheeten den Hof tot Leeuwen, ende die visscherie ghelegen tot Besel in der Maesen, oock in den selven hof ghehoorende tot Zutphensche recht, a° 1467.'

RHCL Maastricht, Hoofdgerecht Roermond, Gerechtelijke stukken, inv.nr. 318: extract uit het register op de omslag vermeld als 'register van alle de leenen gelegen in den overquartier van Gelderlandt ende in den lande van Gulick', aangevangen in 1326, fol. xcxix. Gecollationeerd afschrift door D. Daniels.

 

1467, z.d.

REUVER-OFFENBEEK ‑ Wolter van Buren ontvangt de molen te Offenbeeck, alle laten, etc.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen, Overkwartier, blz. 103-104.

 

1467, z.d.

ECHT ‑ Sander van Geless vernieuwt de leeneed van de hof van Arwynckel onder Echt gelegen.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904.

Blz. 93. Zie 1462 z.d. en 31-1-1474.

 

1467, z.d.

TEGELEN ‑ Johan van Nijvenhem wordt beleend met de hof te Wylre onder Tegelen gelegen met toebehoren.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 105.

Zie 1436 z.d. en 14-7-1474.

 

 

1468

11 februari 1468

Johan van Kreckenbeck genaamd Spor en Margaretha van Bethgenhuysen, echtelieden, doen ten behoeve van het nieuwe klooster te Essen afstand van (?) de vroenhof te Houltzwilre na overlijden van hun (schoon)vader Dietrich von Bethgenhausen.

Schaesberg-Tannheim (II): Urk. 850.

 

25 maart 1468

Daem ingen Hüls belooft dat hij Derick van Oest schadeloos zal houden wegens de voor hem gedane borgstelling ten gunste van Herman van Boickholl.

Schloß Haag: inv.nr. 3704; charter.

 

28 maart 1468

ASSELT ‑ Willem van Vlodorp, erfvoogd van Roermond, draagt aan het kapittel van de H. Geest te Roermond een jaarrente van 12 goudgulden over, gevestigd op zijn hof te Asselt.

Schloß Haag: inv.nr. 252; kopie.

Zie 10-6-1471.

 

1468, z.d. ? (28 maart ?)

ASSELT ‑ Wilhelm van Vlodorp, ridder, erfvoogd van Roermond, en Cecilia van Elderen, echtelieden, verkopen een erfrente van 12 overlandse guldens, gevestigd op hun hof te Asselt in de dingbank Swalmen.

RHCL Maastricht, Familie-archief Scheres d'Olne, inv.nr. 2355: Inventaris Schloß Haag te Gelder, fol. 48 (handgeschreven inventaris 1805-1807).

 

1468, z.d. (op of na 28 maart)

ASSELT ‑ Het kapittel te Roermond geeft toestemming voor het lossen van een rente van 12 rijnse guldens gevestigd op de Asselschen Hof.

RHCL Maastricht, Dokumentatie D274: Inventaris van o.a. Bleijenbeek, Brempt, Hillenraad, nr. N 131; depot onbekend (gedeelte verdwenen, vgl. ook Schloß Haag).

 

1468

int’jaer ons hern duysent vierhondert sesentachtentich op sent Johans dach apostoli et evangeliste

“Wir Johan Hillen und Lambrecht Pijll, schepenen tot Ruremonde doen kont allen luden und tugen in desen openen brieve dat vur ons comen is here Wilhem van Vlodrop ritter, erffvaight tot Ruremonde mit willen vrouwe Cecilia van Elderen sijnre eliger huysvrouwe und heeft bekant vur huem ende vur sijne erven, dat ende alsoo als hij den capittel und rentmeester van den Heyligen Geest bennen Ruremonde gelegen verkocht ind veronderpandt heeft twelff Rijnsche gulden jaerlijx tsijns aen ind op sijnen hoff mit alle sijnen rechten ind toebehoeren tot Assell gelegen naer uytwijsingen eyns gerichtz brieffz van Zwalmen daer op spreckende, oft dan saecke were, dat den vurgl. capittel und rentmeester in enyger tijt eynichs jaers niet betaelt en wurde op Sint Thomas dagh apostoli off bennen eynen maendt neest daer nae volgende, off dat sij eynich gebreicke off hynder aen den vurgl. hoff ind onderpandt kregen off tot enyger tijt hedden, off dat der vurss. hoff ouch niet guet genoech en were vur den vurgl. tsijns, soo heeft der vurgl. here Wilhem van Vlodorp geloift voor huem ende vur seine erven den vurgl. capittel ind haeren rentmeester in der tijt, dat alle te verrichten, te vergueden ind wail te betaelen, ind off des niet en geschieden, soo heeft hij gebeden ind bidt allen heeren, richteren en steden, geystlijck ind wereltlijck, onder wem ind wair hij off sijne erven mit lijve off mit guede bevonden wurde, dat die tot versueck eyns rentmeesters dan in der tijt des vurgl. capittels off yemants anders van des capittels wegen den / vurgl. tsijns ind alle gebreicken vurss. tot allen tijden soo ducke als des noet were in behueff des capittels vurss. aen huem ind aen alle sijnen guede gereyt ind ongereyt dat hij heeft off verkrijgen mach, uyt willen richten ind peynden, oft vuyt doen richten ind peynden, gelijck scholt die vur gericht bekant ind gewonnen were, sonder alle arglist und dis ter konden ind te getugen, soo hebben wir schepenen vurss. onse zegelen aen desen openen brieff gehangen, ind omme noch ter mere konden wille alre saecken ende geloiften vursss. soo hebbe wir Wilhelm van Vlodrop ritter erffvaight tot Ruremonde ind vrouwe Cecilia van Elderen vurgl. ind ick Johan van Vlodrop son heren Wilhelms ind vrouwe Cecilien vurgl. eyn yegelijck van ons vur ons ind vor onse erven sijnen zegel mit hier aengehangen. Gegeven int’jaer ons hern duysent vierhondert sesentachtentich op sent Johans dach apostoli et evangeliste - Hyer aen waeren vuythangende noch dry hiele segelen aen dobbele perquementen stertten mit ... stertten tesaemen vijff int getall.”

Schloss Haag, inv.nr. 249 (verfilming 6/34). Gecollationeerd afschrift door G. Daemen, notaris te Roermond.

 

maart 1468

int jaer ons hern duysent vierhondert achtensestich des maenendaghs naer Onser Lieve Vrouwen dagh annunciation

“Wir Johan Drabbe richter Lennert Walschart ind Jacop Wolff ind voirt die gemeyne schepenen der dingebanck van Swalmen doen kont allen luden ind tugen in desen openen brieve dat vur ons comen is here Willem van Vlodorp ritter erffvaight tot Ruremonde met consent ind willen vrouwen Cecilien van Elderen sijnre elyger huysvrouwe ind heeft met rechten vertegenisse wetlyck ende wael in der tijt due hij des mechtigh was ind mit recht wael duen mocht in eynen rechten erffkoupe gegeven ind verkocht ind verkopt mit desen brieve vur eene somme gelts die hij bekant heeft dat hem guetlyck ind wael vernuegt in betaelt is aen ind op sijnen hoff tot Assell soo wie die mit sijnre timmeringen, landen, beenden, mit den laten pechten ind thijnsen daer ynne gehooren ind voirt met alle sijne rechten ind toebehoeren in naten ind in droghen niet daer aen vuytgescheyden gelegen is in der dingebanck van Swalmen twelff guede oeverlentsche Rijnsche gulden guet van golden ind zwaer van gewichte jaerlijx ind erfflijx thijns off die weerde daer vur aen andere goede gemonten golde in der tijt der betalingen genge ind geve heren Goedert Melter deecken in den Heyligen Geest tot Ruremonde in orber ind behueff des Capittels in der kercken in den Heyligen Geest vurss. den vurgl. thijns tot eynen erffrecht te hebben ind besitten, ind here Willem van Vlodorp ritter vurss. heeft den vurss. deecken ind Capittel / geloift vur huem ende vur sijne erven die vurgl. twelff Rijns gulden jaerlijx tsijns alle jaers erfflijck ind ewelijck vuyt den vurss. hof ind onderpanden guetlick ind wael te betaelen op onser liever vrouwe dagh annunciationis, op nu onser liever vrouwe dagh annunciationis neestkomende yerst aen te betaelen ind ellix jaers den vurgl. tsijns te leveren los, vrij, kommerloos, schatten, diensten, bedeloon, ind vrij van allen saecken binnen Ruremunde in seeker behaelt eyns deeckens off rentmeesters dan in der tijt ind op kost, anxst, ind arbeyt heren Willems van Vlodorp ritters vurss. ind sijnre erven, ind weert saecken dat heren Willem van Vlodrop ritter ind vrouwe Cecilia sijne huysvrouwe vurss. off haer erven in eyniger tijt enichs jaers aen der betaelingen ind leveringen dis vurgl. tsijns in eynen deele ofte in altemaele versuymlijck wurden, ind des niet en betaelden op onser liever vrouwen daeghe vurss. off ombevangen bennen eenen maendt dair neest nae volgende soo sall der richter dan altijt wanneer dis noet were van stonden tot versueck eyns deeckens off rentmeesters des vurgl. Capittels wegen off tot versueck ymants anders van des vurgl. Capittels wegen, den vurgl. tsijns met allen kots ind schaden den der vurss. rentmeester daeromme gehadt off geleden hedde ins des kosts ind schaden sijnen slechten woorden sonder eyde te geloeven sonder vertreck van den vurgl. hoff ind onderpandt ind voirt aen / aller der gereiden haven die in den vurss. hoff gehouden off daer op bevonden werden uytrichten ind peynden gelijck scholt die vur gericht bekant ind met alle rechten then eynde toe uytvervolght ind gewonnen were, ind Johan Drabbe der richter vurss. heeft die vurgl. twelff Rijnsche gulden jaerlijx ind erfflijx thijns mit eenen groenen rijsche, mit eenen sylveren penninck ind met eenen elpenbeynen meshicht als vrij eygens guets recht gelegen is voirt beleent ind opgedraegen heren Gaedert Melter deecken vurss. ind heeft hem in behoeff des Capittels vurss. daer ynne gesath ind geërfft, sett ind erfft oevermits desen brieven also recht ind gewoonelick is, beheltenis den heere ind mallinck sijns rechs, ind here Willem van Vlodrop ritter vurss. heeft geloeft voor huem ind vur sijne erven den vurgl. deecken ind Capittel in den vurgl. erfftsijns te halden ind jaer ind daeghe alle rechte aenspraecke aff te doen, ind voort werdtschapp te doen, als dat lantrecht van verkochten tsijns in den dingebanck van Swalmen gelegen is, ind heeft ouch mit geloift dat der vurss. hoff niemant anders verbonden noch jaerlijx meir geldens en is dan den tween regulieren cloosteren van Ruremonde ind van Sent Elsbeden hondert Rijnsche gulden jaerlijx tsijns, ind weert ouch saecke dat sich tot eyniger tijt ervonde, dat desen vurgl. hoff ind onderpandt eyndeil off altemaele ergent anders waer in de rechten gebeurden / uyt ind aen te gaen, alsoo dat den deecken ind Capittel vurss. daer ynne niet genoech geguet en were noch vast en seten, soo heeft here Willem van Vlodrop ritter vurss. geloeft voor huem ind sijnen erve dat hij off sijnre erve altijt tot gesynnen eens deeckens off rentmeesters des vurgl. Capittels komen sullen op die steden dair sich dat met recht gebeurt ind sullen dat vurgl. capittel alsdan in den vurgl. hoff ind onderpandt als vur den vurgl. tsijns gueden ind vaest sitten, buten eenigen kost off schaden des vurgl. capittels, alsoo dat sij des in den rechten genoech hebben, alle arglist hier inne genslich uytgescheyden, des ter konden ind te getugen, soo hebbe ick Johan Drabbe richter vurss. mijnen zegel vur mich ind voor die vurgl. schepenen om haeren bede wille, want sij geene zegelen en hebben, ind ouch om beden wille beyder parthijen voorss. aen desen openen brieve gehangen, onder welcken zegel wer schepenen voorss. tugen dese saecke alsus vur ons geschiedt te sijn, ind omme noch te meer konden wille alre saecken ind geloiften vurss. soo hebben wir Willem van Vlodorp ritter erffvaight tot Ruremonde ind Cecilia van Elderen elige huysvrouwe heren Willems vurss. onser beyder zegelen vur ons ind vur onse erven mit bijzegel der scholteden vurss. aen desen brieve / gehangen. Gegeven int jaer ons hern duysent vierhondert achtensestich des maenendaghs naer Onser Lieve Vrouwen dagh annunciation - onder aen hinghen dry segelen in groenen wasse aen dobbele perquemente stertten.”

Schloss Haag, inv.nr. 249. Gecollationeerd afschrift door notaris G. Daemen. Het inventarisnummer bevat nog een tweede afschrift van deze akte door notaris G. Schrijvers.

 

maart 1468

int jaer ons heren duysent vier honder achtendesestigh des dijnsdachs naer Onse Liever Vrouwen dach Annuntiacion

“Wer Derick Hoiftt ind Hendrijck van den Grijnde scepen tot Ruremonde duen kont allen luden ind tugen in desen apenen brieve dat vur ons komen is heere Willem van Vlodorp ritter erffvoigt tot Ruremunde ind heeft bekent vur huem ind fur sijne erven, dat ind also als hij den deeken ind capittel van den Heyligen Geist binnen Ruremunde gelegen verkocht ind veronderpandt heeft twelff  Rijnsche gulden jaerlijcx tsijns aen ind op sijnen hoff mit alle sijne rechten ind toebehoeren tot Assel geleghen nae uytwijsinge eynes gerichtsbrieff van Zwalmen daerop spreeckende, offt dan saicke were dat de vurgl. deecken und capittel in eynig tijdt eynichs jairs nyet betaelt en wyrde op Onse Lieve Vrouwendagh Annunciacion off bennen eynen maendt daer neest naevolgende, off dat sij eynigh gebreck ofte hynder aen den vurgl. hoff ind onderpand kregen, off tot eyniger tijt hedden, off dat den vurss. hoff auch nyet guet genoech en were vur den vurgl. sijns, soe heeft den vurss. here Willem van Vlodorp geloefft vur huem ind vur sijne erven den vurgl. deecken ind capittel / offt haeren rentmeister dat altijt te verrichten te vergueden ind wail te betailen, ind oft des nyet en geschieden, soe heeft hij gebeden ind bidt alle heren richteren ind steden, geistlich ind wereltlich onder wem ind wair hij oft sijne erven mit lijve ofte mit guede bevonden wurden dat d... tot versueck eyns deeckens oft rentmeisters dan in der tijdt des vurglten capittels dat gebreeck oft den vurglten tsijns tot allen tijden soe duck als des noit were aen huen ind aen alle hare guede gereydt und ongereydt dat sij hebben oft verkrijgen mogen uit willen richten ind peynden, offte uit duen richten ind peynden, gelijck scholt die vur gericht bekent ind gewonnen were, sonder alle argelist. In oirkonder dis brieffs open bezegelt mit onsen segelen ende omme te mere konden willen alre saicken ind geloifften vurss. soe hebbe ick Willem van Vlodorp ritter vurss. mijne zegel vur mich ind vur mijne erven mede aen desen brieve gehangen. Gegeven int jaer ons heren duysent vier honder achtendesestigh des dijnsdachs naer Onse Liever Vrouwen dach Annuntiacion - onder hingen dry segelen vuytgedruckt / in groenen wasche aen dobbele parquemente sterten.”

Schloss Haag, inv.nr. 249. Gecollationeerd afschrift door notaris G. Schrijvers.

 

1468

int jair ons heren dusent vierhondert sesentachentigh op Sent Johans dagh apostoli et evangeliste

“Wer Johan Hillen ind Lambrecht Pijll, schepenen tot Ruremonde, doen kundt allen luden ind tugen in desen openen brieve dat vur ons komen is here Wilhelm van Vlodrop ritter erffvoight tot Rure,unde mit willen vrouwen Cecilia van Elderen sijne ehelige huysvrouwe ind heefft bekant vurhuem ende vur sijne erven dat ende alsoe als hij den capittel ind rentmeister van den Heyligen Geist binnen Ruremonde gelegen verkocht ind veronderpant heeft twelff Rijnsche gulden jairlix tsijns aen ind op sijnen hoff mit allen sijne rechte ind tuebehoeren tot Assell geleghen nae uytwijsingen eyns gerichtsbrieffs van Swalmen dairop spreeckende,offt dan saecke were dat dat vurgl. capittel ind rentmeister in eyniger tijdt eynichs jaers nyet betaelt enwurde op synt Thomas dagh apostoli off bennen eynen maendt neest dair nair volgende, off dat si eynich gebreeck offte hynder aen den vurgl. hoff ind onderpant kregen, off tot eynigen tijt hedden, off dat der vurss. hoff auch nyet guet genoech en were vur den vurgl. tsijns, soe heefft die vurgl. / here Wilhelm van Vlodorp geloifft vur huem ende vur sijne erven den vurgl. capittel ind haren rentmeister in der tijt dat alle tijt te verrichten, te vergueden ind wail te betailen, ind off des nyet en geschiede soe heefft hij gebeden ind bid allen heren richteren ende steden geistlich ind wereltlich onder wem ind waer hij ofte sijne erven mit ijve offmit gueden bevonden wurde, dat die tot versuecke eyns rentmeysters dan in de tijt des vurgl. capittels off yemandt anders van des capittels wege den vurgl. tsijns ind alle gebrecken vurss. tot allen tijden soe duck als des noot were in behueff des capittels vurss. aen huem ind aen alle sijne guede gereydt ind ongereydt dat hij heefft offt vercrijgen mach uyt willen richten ind peynden, off uyt doen richten ind peynden gelich schoult die vur gericht bekant ind gewonnen were, sonder alle argelist ind des ter konden ind te getuygen so hebben wir scepen vurss. onse zegelen aen desen apenen brieff gehangen ind omme noch te merer konden willen alre saicken ende geloifften vurss. soe hebben wir Wilhem van Vlodrop ritter erffvoigt tot Ruremonde ind vrouwe / Cecilia van Elderen vurgl. ind ich Johan van Vlodrop son heren Wilhems ind vrouwe Cecilien vurgl. eyn yegelijck van ons vur ons ind vur onse erven sijne segell mit hyer aen gehangen. Gegeven int jair ons heren dusent vierhondert sesentachentigh op Sent Johans dagh apostoli et evangeliste - onder aen hingen vier segelen gedruckt in groene wasche aen dobbele parquementen sterten ende noch eenen dobbelen parquementen stert waer den segel was afgevallen.”

Schloss Haag, inv.nr. 249. Gecollationeerd afschrift door notaris G. Schrijvers. Verfilming 17/34 t/m 19/34.

 

3 juli 1468

Schuldbrief van Johan van Broichhusen en Johanna van Derde, echtelieden, van een bedrag van 100 rijnse goudgulden, ten behoeve van jonker Johan Hoen.

Schaesberg-Tannheim (I): Urk. 59.

 

3 juli 1468

Schuldbrief van Johan van Broichhusen van een bedrag van 500 rijnse gulden, ten behoeve van Johan Hoen. Genoemd wordt tevens Luyff van Derde als schuldenaar.

Schaesberg-Tannheim (I): Urk. 60.

 

1 oktober 1468

"op sent Remisdach episcopi"

Johan van Dript en Agneze van Zandwick verklaren dat zij afstand doen van hun rechten op vijftien morgen akkerland die het klooster van hun en van Johan van Dript in erfcijnsgoed hield.

Bezegelaars: Johan van Dript, Agneze van Zandwick, Heynrick Collart en Johan Houfft.

RHCL Maastricht, Kruisheren Venlo, inv.nr. 39: charter met zegels uitgezonderd Zandwick; inv.nr. 214, fol. 222vs-223, 277.

 

30 november 1468

"op sent Andries dach apostoli"

BEESEL ‑ Hertog Adolph van Gelre geeft toestemming voor de verkoop van nog een bunder gemeinte voor de aankoop van een klok.

Hertogelijk Archief Arnhem.

Zie 1464, woensdag na St.-Gregorius. Regest van een stuk, door de gerfden van Beesel en Belfeld overgeleverd t.b.v. een proces inzake het Meerlebroek.

Voor Johan Klokkengieter vergelijk ook K. Mackes: Erkelenzer Börde und Niersquellengebiet (Mönchengladbach, 1985), blz. 399: de klok uit 1453 van de oude kerk in Wanlo (Dld.) werd gegoten door Jan Jacob de Venlo, "Glockengeter". (Mackes noemt als bron P. Clemen en W. Zimmerman: Die Kunstdenkmäler des Kreises Grevenbroich. Düsseldorf, 1897, blz. 66 e.v.

 

30 november 1468

"op Sinte Andriess daghe Apl."

BEESEL ‑ Hertog Adolph van Gelre geeft toestemming voor de verkoop van nog een bunder gemeinte voor de aankoop van een klok en spreekt de in totaal 26 bunder vrij van de aan zijn heerlijkheid verschuldigde tienden.

Verzameling Frans Peeters, Beesel; zonder bronvermelding.

Wir Adolph van der genaedenn Gaitz hertoge van Gelre ende Gulick end greve van Zuitphen doin kondt so onse here ind vorder [vader?] in vurtydenn onsen lievenn ondersaetenn onsn kerspels vann Besel gegevenn ende verschreven hefft viffentwintich bonre lantz, die sy vander gemeynden aldair uitmetenn, nemen, ind vercopenn sollenn mogenn, allet nae inhalt siener lieffden brieffs, hierna van worde to worde folgende, Wir Arnolt, enz. [volgt akte van 13-3-1465] ind sodan ons ind onse herlicheitt die thiende van alsullicken ind anderen dergelicken lande tobehoertt, Bekennen wir Hertoge voirss. vor onss ende onse ervenn ind naecoe[m]lingen, datt wir gode almechtich ter ehren ind der heiliger liever jongfrauwenn Sinte Gertruidenn denselven onsen ondersaeten totten vorgemelten viffentwintich bonre lantz gegeven ind verleent hebbenn, geven ind verlenen mit diesen openen brive eine bonre lantz den sy van derselver gemeynten vorgemeten ind nemen sullen opten mynsten schade by wille der gantzer gemeynten, die dairto gerechticht moegen zein, dairto hebben wy dengenen die dat voirss. lant geerft hebbenn ind die diesen selvenn brieff alle alsulcke thyende als sy ons ind onss herlicheit van vorgemelten lande schuldich moegen seynn also dat sy die vorgen. XXVI boener lantz thiende frey hebbenn, gebruyckenn ind behaldenn sullen ten ewigen dagen to, beheltlich doch onss, onsen erven ind naecomlingen aen der vorgen. XXVI boener lantz dairuit nementlich alle jair van ellicken boner einen Colschen witpenninck to betalen als voirgeroirt steit, ind allet sonder argelist. Orkonde onss segels van onserr rechter wetenheitt, vur uns un unsse erven ind naecoemlingen an diessen onssen brieff doin hangen inder jair onss herenn dusent vier hondert acht ent sestich op Sinte Andriess daghe Apl.

 

20 december 1468

SWALMEN-MIDDELHOVEN ‑ Dierick van Oest verklaart dat zijn vader Jan van Oest vroeger door middel van een overeenkomst een eind heeft gemaakt aan een geschil met het klooster Maria Weide over de betaling van 3 keurmeden en cijnzen ten late van de hof te Middelhoven, gelegen in het kerspel van Swalmen, die Dierick Lepper namens het klooster had ontvangen.

Dierick verklaart dat hij 25 overlandse rijnse gulden heeft ontvangen, waarvoor hij het klooster vrijstelt van keurmeden en cijnzen. Deze 25 overlandse rijnse gulden zal hij pas teruggeven bij de aanstelling van de derde sterfman na Dierick Lepper.

Medebezegelaars: Gerart Byns en Zeger van Bruggen.

RHCL Maastricht, Maria Weide te Venlo, inv.nr. 160; afschrift op papier.

 

z.d., ca. 1468

SWALMEN ‑ Derick van Oist klaagt dat Geraert Portkens een 1 bunder land, dat laatgoed is en waarvoor Portkens de eed als laat heeft afgelegd, tot bankgoed heeft gemaakt. De gedaagde zegt dat hij het land als huwelijksgift heeft ontvangen, dat hij het bij leven van Johan van Oest reeds in bezit had en toen ook tegen een jaarpacht heeft verpand aan Lemmen Walschart, welke schuld inmiddels weer is afgelost. Daarna heeft hij het land verkocht aan zijn broer, waartegen Johan van Oest nooit heeft geprotesteerd.

Volgens het laatboek van Derick van Oest is het land samen met andere landerijen door zijn vader Johan van Oest aan Herbert Cuwe gegeven. Aan de hand van dit boek worden ook de keurmeden, tijnzen en hoenders geheven. De gedaagde zegt dat Hen Cuwe, die het land van Herbert heeft gekregen, echter niet in het boek staat, en dat hij graag het oudere laatboek wil zien als bewijs.

Het hoofdgerecht te Roermond bepaalt dat gedaagde wordt toegelaten tot het afleggen van de eed van onschuld.

T. Janssen de Limpens: Geldersche Wyssenissen van het Hoofdgerecht te Roermond 1459-1487, blz. 92-93. Utrecht, 1953.

 

z.d., ca. 1468

SWALMEN ‑ Peter Leedtkens klaagt dat Keuffven een stuk land heeft dat hij (eiser?) bij leven van zijn vader heeft gekregen terwijl deze slechts vruchtgebruiker was. Keuffve zegt dat de kerk het stuk land in erfpacht heeft gekregen waarna drie aankondigingen zijn gedaan.

Het hoofdgerecht te Roermond bepaalt dat Keuffve het land in pandschap (?) mag behouden.

T. Janssen de Limpens: Geldersche Wyssenissen van het Hoofdgerecht te Roermond 1459-1487, blz. 93. Utrecht, 1953.

Interpretatie onder voorbehoud.

 

1468, z.d.

BEESEL (restant pondschatting; o.a.)

Henrick Kelner                                                    (= tiende)

Begene van Venlo                                               (= Klerkenhof)

Derick van den Mase

... van den Mase

Hein van den Mase

Coster

Reyner van der Linden

Goirt Pastoris                                                     (= Pastoorsgoed?)

die Gafel                                                              (= schutterij ??)

Peter van Kruytsberge

Ercken Bestk.. van Cla.. guet

jongh Claes Moisbergen                                      (= Moesbergsgoed, > 20-7-1452)

Buersken

Reyner van Holthusen                                        (= Tgen Broeck)

Engelbert van Holtmolen                                    (= Tgen Rade)

Derick Guetheynen

Tylman van den Boysch

Dericks hoff van Biesel

Lyet aen den Boyssch

Tylman Hertenstroycs guet

Poll

Bet

Vertkens guet van Abroick

Henricks van Baerle                                            (= de Kamp)

Tyskens kindere van der Lynden

Roickhuys kindere

Arnt van Lamsdoirp                                           (= de Schei)

Ludolph

Heinke Hoytmans

Goert Hoytmans

Jan Schoubertz

Jenke Ingels

Hein opte Kamp

Gay kindere

Peter Wyndele                                                     (zie 1460, z.d.)

..erken en Thijs

Sindter Claes brueder                                          (= Klaashof)

Goirtken Lucke                                                   (= molen Offenbeek of R'stein)

Lyetke Botz pacht

..yens                                                                  (vgl. 29 nov 1470)

Jan van Heelt

Sindte Cornelis hoff                                            (= Onderste Hof)

Gerit van der Stege

die ioncfrouwe van Bueren                                 (= Hof tot Leeuwen/Molen Off.)

 

SWALMEN (o.a.)

Dirick van Oest                                                   (= Hillenraad + Naborch)

Rabyt van Duersdael                                          (= Graeterhof?)

die Reguliere                                                       (= Schaerbroek?)

Raeb, den halffer

Hen, den halffer van Oest

die joncfrouwe van Vlodoirp

Ruyt in Beserhof                                                 (= Becerhof?)

Trin Specken

Sybert Herkenbosch                                            (zie 11 januari 1450)

Henrich van den Grient                                       (= de Spick)

Gasthuis van Roermond

Sint Joris hof

Derick Steenbitzeler

Henrich Kelster

Jan Goltstein                                                       (= Bijnsleen?)

Peter van den Eempsel

Voogd van Roermond                                         (= o.a. Asselterhof)

Joffer van Wickrode                                            (= Van Broekhuizen?)

Jan van Eyle

Begijnen van Venlo                                             (= Middelhoven)

Slabbersgoed, gedeeld

Hertogelijk Archief Arnhem: Manualen van de rentmeester van Montfort, Evert van Kessel; rentmeesterrekeningen, inv.nr. 101.

Volgorde Swalmen niet strikt aangehouden.

 

1468, z.d.

Dit sijn die Ritter en Knegten der landen van Gelre.

Ampt van Erckelens
Wicrade
Netert van Loevenich
Elbert Rossert
Willem van Moirtarijk
Tuijschenbroek
Henric van Melic
Weghberch
Peter van Eggenrade
Kruchten
Henric van Brempt
Henric Golsteijn
Gerrit Boeckholt, expertis

Dat ampt van Monfort
Die stad van Ruremunde
Heer Henrick van Meer, heer tot Roerde
Willem van Vlodrop, Erffvaegt tot Ruer
Johan van Oesten, Scholt tot Venlo
Nierstadt
Roefferen
Echt
Lijme
Bracht
Montfort
Odelienberch

Johan van Veijmerschem
Emont van Baerle
Gerrit van Paerle
Vlodrop
Gerrit van Oerode
Henrick van Winchem
Goert van Winchem
Zwalme
Derick van Oest
Besel
Engelbert van Holtmoelen
Elmpt
Willem van Elmpt
Schin
Frederick van Oppendorp
Tiegelen in den lande van Bruggen
Johan van Holtmoelen
Vullinck van Holtmoelen
Ot van Holtmoelen

Dat ampt van Creckenbeck
De stad Venlo
Willem Spee
Reijner van Holthuijsen
Vijrsen
Johan van Baersdonck
Grevenrade
Henrick van Wachtendonck
Aernt}
Wolter} van Wachtendonck, fratres
Claes}
Henrick van Hertevelt
Gadert Rutger Spede, Gadertszoon
Sander van Assel
Wankem
Aernt van Wachtendonck, en
Aernt sijn soone
Wolter van Paerle
Johan} Spede van Langevelt, fratres
Elbert}

Johan} van Hartevelt, fratres
Steven}

Sijbert}
Henrick} Spede, fratres
Winalt}
Hijnsbeke
Reiner van Brempt
Reiner van Brempt die jonge
Reiner} van Holthuijsen
Johan}
Henrick van Criekenbeeck
Johan van Kessel off van Rhede
Johan van Lievendaal
Lobbroick forsan Lobrecht
Johan van Boickholt
Godert van Boickholt
Arnt} van Boickholt
Herman}
Gadert van Heethuijsen
Dries van Heethuijsen
Johan van Wevelickhoeven
Leudt
Willem van Nijwenhem
Gerrit} Rose, fratres
Willem}
Henrick van Baerle cum filiis
Henrick
Johan
Willem
Heringe
Vastert van Oploe

Dat ampt van Kessel
Kessel
Willem van Kessel
Johan} sijn soonen
Tijs}
Sibert van Crekenbeke
Goert Roeffert
Helden
Baerle

Seger van de Horst
Coenraat sijn soon
Sijbert van Montfoort
Blederick
Vuerst

Johan van Dreijnt
Aert van Goor
Lotthem
Loeff van Dorth
Johan van Broekhuijsen, Swederszoon
Brede
Willem de Roever
Peter} van Brede, fratres
Sijbert}
Johan Spede
Sevenum
Johan Pepercoren
Horst
Derrick van der Horst, Amptman
Godert van de Hatert
Dirck van Blitterswijk
Willem van Broekhuijsen
Floris} van Mijrle, fratres
Johan}
Zwolgem en Furst
Sibert de Roever
Seger van Broekhusen
Theus van Broekhuijsen
Blitterswijk
Johan van Blitterswijk
Nierle
Herman Spede
Wanssum
Raide
Geisteren

Heer Adriaen van Broekhuijsen
Broekhuijsen
Gerrit van Broekhuijsen

Dat ampt van Stralen
Wolter} van Assel gebrueders
Steven}
Maes van Oest
Engelbert van Brempt amptman

Dat ampt van Gelre
Die stad van Gelre
Johan van Boetbergen, Erffmarschalk
Johan van Horst, Marschalk
Loeff van Ijssem
Niekirchen
Wolter van Steenhorst
Johan van Assel
Sander van Assel
Johan van Bellinckhaven
Willem Vel van Wesselinkhaven
Aldekirchen
Johan van Eijl Bartszoom
Sweder van Eijl
Wolter} van Assel Willems soonen
Johan}
Rutger op ten Berge
Johan van Eijl, Tielmans soon
Sweder Balderick
Wolter Asselt
Dirk van Paerle
Vronenbroick
Heer Willem van Goer
Dirck van Bronckhorst
Wetten
Loeff}
Arnt} van Pallant, fratres
Steven}
Caerle}
Sander van Eijl
Henrick van Honselaer
Aernt en Gerrit van Honselaer
Johan van Boetbergen janszoon
Loeff van Boemel
Goert van Wienhorst
Johan van Ingenschiet in Geenschiet lege
Capelle
Willem van Boetbergen
Gerrit van Boetbergen
Jaben Engelschen, cum fratribus
Johan
Dirrick en
Henrick
Johan} van Boetbergen, fratres
Dirrick}
Pont
Sander van Eger
Elbert} van Eijl Elberts soonen
Jan}
Arssen
Johan van Bueren, Heer tot Arssen
Dirck Schenck, Heer tot Arssen
Waelbeke
Johan Schenck van Niedecke

Dat ampt van Goch
Wese
Sijmon van Hartevelt, Stevenssoon
Henrick van Abroick
Loeff van Keldonck
Johan, sijn soon, richter tot Voesen
Rutger van Rulle
Henrick} van Plese, fratres
Willem}

Henrick} In Gheenswengrade
Johan}
Caert van Kenerbroick
Gerrit van Oploe
Johan} van Schenck, fratres
Henrick}
Johan van Hartevelt Dirkssoon
Steven van Hartevelt
Die stad van Goch
Loeff van Kreibroek
Elbert Bolle
Loeff van Egeren
Kessel
Reinken} van Zeller fratres
Dirck}
Johan van Galen
Boegen
Haessen
Homerschen
Viller
Asperden
Moldijk
Afferden

Derck Schenk van Nideg
Welle
Johan van Arendael, Heer tot Welle

Dat ampt van Cuijck
Die stad van Graeff
Heer Johan van Donck
Johan van Holt} fratres
Peter van Holt}
Kuijck
Wolter van Baex
Wolter sijn soon
Eduward van Gulich
Heer Henrick van Meer
Thijs van den Graeff
Henrick Collart van Lienden
Henrick sijn soon
Willem Bortschart van Vlodrop
Henrick Collart Rombouts soon
Bartolt} de Seger, fratres
Jacob}
Mill
Jacob Bartolt en Dirck Drijl fratres
Gielis van de Grave
Esscheren
Gerrit de Zeger
Henrick Snavel
Cornelis van Merwick
Loeff de Seger
Henrick van der Heijde
Nederloen
Beerse

Johan van Ep
Johan van Batthale
Arnt} van Beerse, fratres
Willem}
Reinder Prien van Beerse
Hendrick Heijn

Dat ampt van Haetendonck
Boegen
Henrick van Baer
Sambeeck
Herman van Holt cum fratribus
Henrick van Blitterswijk
Meer
Johan heer tot Meer
Beeck
Wijnaldt van Eijck
Boris van der Voirt
Johan der Hertoge
Peter van der Hautert
Arnt van Rijswijck
Oploe
Sijbert} van Pleese
Gerrit}
Wolter Leuwe
Henrick van der Voirt
Vastert} van Oploe
Elbert}
Gadert van Steenijs
Henrick van Pletzen
Johan van Boickholt
Overloen
In het Broick
Sint Cathrijne
Nasche se

Ampt van de Duijffel
Duijffel
Johan Kerskorff
Johan van Bijland
Johan van Laet (zal moeten zijn: Haelt of Halt)
Henrick van Hoevelwick
Huijbert van Lijnden

Nijmegen
Het Rijck van Nijmegen
Die Stad van Nijmegen
Arnt van Blitterswijk
Ubbergen
Arnt van Oeij, heer tot Ubbergen
Persingen
Henrick van Appelthern
Neder Bosch
Rembold van Beeck
Arent die Ruijter
Oij
Reijner Heere tot Oeij
Reijner sijn soon
Groesbeek
Derick van Groisbeecke
Wijechem
Rutger}
Bogert} van Gael fratres
Henrick}

Ott} van Gaelen
Bernt}
Johan van Groesbeeck Ottensoon
Balgoij
Walraven van Oij
Peter van Oij
Jacob van Mekeren
Wurde
Johan van Buren, bastert geheiten van Heetseacker
Boningen
Ot en Gadert van Bonijnge
Johan van Landwijck
Derick van Aelvondt
Ewijck
Wijntsen

Johan van Rutenberg
Nijfftrijck
Derick} Dois
Arnt}
Johan van Lijenen
Hoemen
Johan van Groesbeeke
Malden

Dat ampt van Maes en Wael
Overasselt
Gerrit} van Merwick
Luijs}
Willem Pijeck
Gijsbert Bolle
Nederasselt
Herman van Mekeren
Apelteren
Willem van Berchem
Willem van Apelteren
Altevurst
Willem} van Drijel fratres
Johan}
Maes Bommel die stad
Jacob van Riemsdijck
Leuken sijn soon
Alphen
Droemel

Seger van de Polle
Heer Gaerit van de Polle
Johan van de Polle Gijsberts soon
Herman van de Polle Jans zoon
Arnt van de Polle Aerents zoon
Gerrit van Bueren
Arnt van de Polle
Wamel
Willem} Millinck
Joris}
Derick die Haese
Johan} Spaen
Alert}

Herbert}
Gerit} van Delpht
Gerit}
Roeloff Pieck
Gijsbert van de Polle
Leuwen
Rutger van Rufel
Michiel van Riemsdijck
Henrick van Riemsdijck
Puffelick
Henrick van Puffelick
Herman van Schoerenborch
Roelef zijn zoon
Ot} van Mekeren
Gerit}
Hernen
Herman Wijhe
Hairen
Florus van Mekeren
Roeleff van Merwijck
Antsem van den Bergh
Wolter van Baexen
Druijten
Willem van Drueten Arnts zoon
Willem Schoenauwen
Jacob van Drueten
Afferden
Wijnsen
Baetenborch

Heer Gijsbert van Bronckhorst

Ampt van Overbetuwen
Herven
Gerrit van Rossem
Willem}
Henrick} van Rossem fratres
Steven}
Derick}
Aerde
Angeren

Johan van Husen senioris filius
Henrick van Husen
Willem van der Horst
Johan van Heese
Elden
Driel

Arent van der Lauwijck
Gaert} Ingen Nuwelandt
Willem}
Heteren
Roeloff Momme
Roeloff van Wese
Willem van Egtelt
Randwijck
Rutger} van Lauwijck
Arnt}
Hemmen
Johan}
Derick} van Lijnden
Cornelis}
Aendelst
Berent Hacfoirt
Willem Hakke
Johan}
Willem} Hackfoirt fratres
Henrick}
Hervelt
Walraven van Gent
Jacob van Velen en Gerit
Henrick Hakke
Willem van Delen
Valburg
Ott Ingen Nuwlandt
Ott van den Stade
Setten
Evert Hacke
Jan van Bemmel
Elst
Arnt}
Henrick} van der Lauwick fratres
Jan}
Arnt van der Lauwick Dercks soen
Jorde van der Lauwick Willems soen
Johan Ingen Nuwlandt
Johan Kijvit
Ewick
Roeloff} die Ruijter
Arnt}
Oestholt
Derick van Bronckhorst
Sander van Herwen
Willem van Santwijck
Lent
Derick} van Lent fratres
Ott}
Doernick
Johan van Steenbergen
Ott van Steenbergen
…. Van Steenbergen
Willem van Heese
Ressen
Dirck van Steenbergen
Bemmel
Henrick van Brienen alii legunt Beijnem
Peter van Hoevelwijck
Sander van Welij
Dirck van Weeze
Halderen
Goesen van Winsen
Gent
Willem van Gent
Arnt} van Poelwijck
Willem}
Jan ten Voerde
Doerenborgh
Aernt Pieck van Gameren
Hulhuijsen
Ott van Hessen
Pannerden
Hoemert

Dat ampt Nederbetouwe
Die stad van Tiel
Henrick Pless (1460: Pelss)
Lambert van Bueren
Ghijsbert de Cock
Ravenswaij
Heer Jan van Vianen Ritter
Gerrit van Bueren
Gosen van Lijnden
Rijswijck
Dirck van Brakel
Gerrit van Heteren
Gerrit van Wijck Loissoon
Henrick van Weese
Gerrit van Wijck Florissoon
Malderick
Gerrit van Cuelenborch
Johan van Opwijck
Ott van den Gruijthusen (niet op de lijst van 1460)
Herman van Leeuwen
Willem van Culenborgh
(op de lijst van 1460 nog: Hubert van Cuylenborch)
Eck
Gerrit van Malderick
Hubert van Eck
Dirck van Eck Loessoon
Henrick van Malzen
Jan van Eck
Jan van Eck tot Wijle
Ijngen
Roeloff van Meerten
Bartholomeus van Eck
Oemeren
Lienden (1460: Leede)

Jan van Brakel
Jan van Meerten
Dirck} Schoijert fratres (opm. In jaarboek CBG: lees: Foyert)
Wolter}
Willem van Bruggen, alii legunt Beijnem (latijnse toevoeging ontbreekt op lijst van 1460)
Gerrit van Grootveldt
Daem van Lockhorst
Kesteren
Hoesden

Gerefaes de Voss
Gosen van Lienden
Hien
Dodenweerde

Sander} van Weese fratres
Berent}
Jan} van Dodenweerde fratres
Gerrit}
Helmich} van Welij
Ott}
Alert van Bommel (1460: Bemmel)
Henrick van de Poll
Oechteren
Wolter van IJsendoren
Jan van Benthem
Sander van Weese van de Lauwick
Echtelt
Jorden van Wije
Willem van Wije
Walraven van Wije Janssoon
Ott van Echtelt
Arnt Piek Francken soon (ontbreekt op de lijst van 1460)
Isendoren
Gillis van Riemsdick
Wolter van Ysendoren
Willem de Hase Claerberts soon
Jan van Rutenberch
Alert vanYsendoren
Zuelen
Jan van Rossem Heer Johanssoon
Henrick van der Moelen
Avesaet
Gerrit van Zuelen
Jan Voss van Avesaet
Willem van de Moelen
Walraven van Zuelen
Alert van Rijswijck
Droempt

Dat ampt van Bueren
Die stad van Bueren
Alert van Bueren Janssoon
Lambert van Bueren
Arnt van Bueren
Herberen van de Stege
Ernst van Ewick Suermontssoon
Jorden van Lauwick rentmeester
Boesinchem
Ernst van Euwick Gerritssoon
Salmende
Ott van Bueren
Asch
Errekem
Buermalsen
Tricht

Derrick van Bueren
Arnt van den Steine
Henrick van Bronckhorst

Dat ampt van Bommelre en Tielerweerd
Eerst Tielerweerd
Sentwijnden

Gerard Heer tot Culenborch tot Weerde
Hemert
Willem van Heze
Sweer van Weerdenborch
Varick
Jan van Varick
Willem van Beest
Henrick van Varick Berentssoon
Hesel
Willem van Haeften
Opijnen
Aernt}
Alfart} de Cock gebrueders
Ghijsbert}
Nederrijnen
Willem}
Ghijsbert} de Cock
Frederick}
Hijer
Johan Heer tot Bruch en tot Weerdenborch Erffhoeffmeester
Walraven} Gebruederen
Reinier}
Tuijl
Willem van Haeften
Claes sijn soon
Jan van Schoenouwen
Meus Pieck
Arnt sijn soon
Dirk} van Tuijl fratres
Jan}
Est
Reinier van Tuijl
Henrick van Tuijl
Haeften
Arnt van Haeften
Willem van Holthuijsen
Helluwe
Arnt} van Corttenburch
Gerrit}
Herwijnen
Heer Walraven} van Haeften fratres
Ott}
Jan van Herwijnen janssoon
Arent van Drakenborch
Vuiren
Walraven van Vuiren
Geilinhem
Oth van Geilinchem
Daem van Hoeckelen
Romde
Ot van Asperen
Enspijck
Herman Pieck Hermans soon
Aernt sijn soon
Hubert van Beesde
Deijl
Alert} van Tuijl fratres
Ghijsbert}

Wolter} van Beesde fratres
Huijbert}
Jan van Weerdenborch
Willem van Tuijl
Malsen
Jan van Arckel
Roempt
Herman van Steenhuijsen
Herman sijn soon
Wadenoij
Giesbert van Meer
Meteren
Jan van Meteren van Cuijck
Spijck
Oth}
Jan} van Vuijren fratres
Walraven}
Beesde
Aernt Pieck Heer tot Asperen
Heer Walraven} Pieck fratres
Ott}
Ott van Lexweerde
Rinoij
Ott, Derck en Jan van Beesde fratres

Bommelerweerd
Herwerden
Rossen

Jan van Rossum
Gosen van Brakel
Drijl
Gosen van Drijl Jordens soon
Hemert
Heer Jan} van Hemert fratus
Peter}……vacatur Steesken
Steffen}
Alst
Hillen van Aelst
Pueroijen
Meerten van Herler Heer tot Puijtoijen
Amersoijen en Welle
Claes van Malsen
Ott sijn soon
Brakel
Stefen van Broekhuijsen van Werdenburg
Zulinchem
Aernt van Herler
Nijwael
Heer Aernt van Herler Ritter
Gameren
Franck Pieck en Aernt sijn soon
Bruchem
Willem van Berchem
Kirkwijck
Johan en Engelbert de Cock fratres
Delwijnen
Arnt de Cock Arentssoon
Adriaan van Balveren
Die stad Zaltbommel

Veluwe
Die stad van Arnhem
Heer Winalt van Arnhem
Claes van Aller
Oosterbeke
Redinchem

Reinier van Homoit
Jan van Gelder
Velp
Dirck Brueder tot Wisch
Ghijsbert ter Hoeven
Reden
Ghijsbert Derrick van Herden fratres
Steven Gruter van Elinchem
Willem van Aller
Elinchem
Heer Arnt van Middagten
Dierden
Spankeren
Brijmmen

Ghiesbert van Mekeren
Halle

Dat Richterampt van Veluwen
Die stad Wageningen
Johan van Dolre scholt
Bartolt van Sallant
Berinchem
Aernt van Thuijl
Henrick Pannenbrock
Ghiesbert van Thuijl
Jan van Heukelen
Ede
Willem van Schoenouwen
Gerrit Henrick Vrese van Strouwick
Aenstoet
Brant van Delen
Aelbert van Delen
Voerthuijsen
Gaerderen
Koetwijck
Elspijck
Niekircken

Cosijn van den Alden Bernvelde
Johan van Aller van Stoutenberch
Johan van der Helle cum fratribus
Herman
Johan, Gerrit, Cosijn en Henrick
Putten
Henrick van der Helle
Heer Ghijsbert van Wachtendonck
Hoevelaken
Scherpenzeel

Ott van Scherpenzeel
Gerrit}
Derrick} van Scherpenzeel fratres
Carselis}
Armel
Nunspit
Die stad Harderwijck
Dorenspijck

Hendrick de Vos van Steenwijck
Oosterwolde
Die stad Elborch
Aldenbroick
Die stad Hattem
Herde

Johan Bentinck
Vorachten
Jacob} van Essen
Henrick}
Engelbrecht die Luade
Epe
One

Arent ten Voirde
Gerrit van Gamer (Garner)
Steven Bentinck
Vaessen
Reinald van Herwen
Jacob Toesterenhove
Niebroeck Stadt
Appeldoerne

Steven Havercamp
Begbergen
Voerst

Johan Steenbergen
Aleff van Couverden
Heer Johan van Hemert
Wilp
Twelde

Huijgen} Vermoijde
Johan}
Lubbert die Heiden
Albert van Suederaes
Terwolde
Reinier van Appeltoren

Dat land van Zutphen
Willem Heer tot Bergen en Bilant
Heer Henrick Heer tot Wisch
Sweer van Rechteren Heer tot Voorst en tot Keppel
Aleff van Coverden
Derrick Heer tot Wisch
Egmond Heer tot Baer
Die stad Zuthen
Derrick} van Dort fratres
Henrick}
Aleff van Homoijt
Bronckhorst
Ernst van Harderwijck
Warnsfelde
Bijgeschreven met ander handschrift (de volgende 3 namen):
Johan van der Capellen
Evert van der Voorst
….. van Suderas
Almen
Gorsel

Bijgeschreven met ander handschrift (de volgende 3 namen):
Joh Bentinck
Derck van Keppel
Henrick van Eschede
Hengel
Steven Gerrit van Kernhem
Dirck van Heeckeren
Roederlo
Die stad van Loechem

Wolter van Keppel van Verwolden
Wolter} van Keppel fratres
Sweer}
Henrick van Diepenbroeck
Reinalt van Keppel
Die stad van Grolle
Henrick van Beesten
Herman van Marhuls
Zelem
Wichmonde
Voirden
Gerrit} van Hackfort fratres
Heer Jacob}
Steijnre
Heer Arnt} van Middagten
Herman}
Rijcwijn Cloick
Gijsbert van Berssenborch
Willem van Baeck
Evert van Baeck
Die stad Doesborch
Palick van Sevener
Angerlo
Johan Mom van Kel
Henrick van Heker
Droempt
Willem van Hoevelwijck
Jorden cum fratribus van Hoevelwijck
Keppel
Henrick van Ruenorde
Hoemel
Johan Momme
Derick Kelle Derrickssoone
Jacob van Enghuijsen
Henrick van Hekeren
Die stad Doetecum
Frederick van Baer
Wolter van Holt
Ghiesbert van Broeckhuijsen
Gerrit Sittenbroeck
Evert van Ossenbroeck
Elten
Agnese van Bronckhorst, abdisse der werlicke kircke van Elten
Willem van Rees
Wolter Tinnagel
Dat Lentgen van den Berch
Palic van Helbergen
Gerrit van Karenhorst
Gerrit van den Karenhorst
Evert van Ulff
Met dank aan Guido van Benthem (http://members.chello.nl/g.vbenthem/riddercedulgelre1468.htm); 2005:
"In de Kroniek van het Historisch Genootschap te Utrecht nr. 31 (1875), pag. 364-406 is een lijst van de steden en riddermatigen van Gelre, van omstreeks 1460 opgenomen . Deze lijst is overgenomen uit het archief te Hilten. In het jaarboek van het CBG 1993 (deel 47) is de Neder-Betuwe (uit de Kroniek overgenomen) weergegeven.
Bij toeval vond ik in het familiearchief van de familie Van der Capellen (RA Gelderland) onder nr. 278: "Riddercedul van Gelre van 1468. Afschrift 18de eeuw. 1 deel". Op de achterkant is in het orginele handschrift geschreven; "Oude Geldersche Riddercedul 1468", op de voorkant heeft iemand met een 20e eeuws handschrift "+ 1460" geschreven. Aanvankelijk dacht ik met een andere kopie van de lijst van 1460 te maken te hebben, echter voor de Neder-Betuwe blijkt deze lijst een paar kleine verschillen te bevatten met de lijst van ca. 1460 (andere ambten zal ik t.z.t. nog eens vergelijken), zodat inderdaad lijkt dat het hier een latere riddercedul betreft. Bij Warnsveld en Gorsel is, met een ander handschrift, een aantal namen later toegevoegd."

 

1469

zondag 19 februari 1469

"op den sonndagh Invocavit" = 1e zondag in vasten

SWALMEN ‑ Adolph, hertog van Gelre en Gulich en graaf van Zutphen, oorkondt dat hij van de Ridderschap van het ambt Monnfort een volledige pondschatting heeft ontvangen om zijn stad, slot en land van Wachtendunck hiermee vrij te kopen ("toe moegen loissenn und vrien").

Voorts oorkondt de hertog dat zijn Ridderschap en de inwoners van Swalmen dit bedrag niet van rechtswege, maar enkel op verzoek van de hertog hebben overgedragen, en dat deze overdracht niet hinderlijk zal zijn voor hun oude rechten en privileges.

GA Roermond, Handschriftenverzameling inv.nr. 15: Cartularium Schenck van Nydeggen, fol. 20. Gecollationeerd afschrift door Johannes de Heza.

 

zondag 12 maart 1469

"op sunte Gregoriusdagh"

Z.P. - Gaedert van Holtmoelen en zijn zonen Otto en Egbert van Holtmoelen verklaren dat zij Elbert van Eijle, ridder, schadeloos zullen houden in verband met diens borgstelling voor hen en met hen bij Flarys van Myerlaer voor een bedrag van 47 overlandse rijnse guldens, eerstmaals te betalen op de zondag voor halfvasten aanstaande.

RHCL Maastricht, Familiearchief Scheres-d'Olne, inv.nr. 1435; geblisterd charter met zegel.

Zie 17-7-1459 voor eerdere oorkonde van Gadert.

1.         Wy Gaedert Otto ende Egbert van Holtmoelen vader ende soene doin kont ende bekennen mit diessen apenen brieff dat

2.         ende alssoe als heren Elbert van Eyle ritter sich voir ons ende mit onss versat verlaifft ende verbonden heefft, ain handen Flarys

3.         van Myerlaer als voir syven ende viertich aeverlensse rijnsse gulden, dair der tailldach aff wesen zall opten sonnendaghe voor halffasten

4.         neest comende nae datum dis brieffs. Weert den saick dat wy die vurgl. somme geltz ass dan nyet en betaillden nae uijtwysinge

5.         des principails brieffs, alssoe dat dair leystonghe schaed pene off waerdeynschapp op gynge off quem na uitwisingen dess

6.         principails brieffs, wanneer dan die vurgl. heren Elbert syn erven off yemantz van synen weghen, in die leystonghe sende, Soe beloven

7.         wy voir onss ende onsse erven, dat wy dan ter stondt sonder manynghe ende verbeyden ynne sulle rijden, ellich onsser mit syns

8.         selffs lyve ende mit eynen reysighen perde in eyn eersam herberghe aldair ynne te liggen ende te leysten ende uyt der leystongen nummermer

9.         te scheyden tot geynre tyt, die principaill tsomme geltz, mit alre vurwairden dess brieffs en sy yerst ghequijt gheloist ende waill

10.       betailt, dair toe ende ghelaven wy in diessen selven brieff, offt gheboirden, dat die scholt mit anderen schaid dair aff comende

11.       alssoe nyet gequijdt en woirden, soe ysset nochtant onss alynck volcomen willen dat heren Elbert ritter voirss. die vurgl. tsomme

12.       geltz mit allen schaiden die queme woe die comen mucht van wegen Flarys voirss. ende nae uytwysynge des scholt brieffs voirss ... mach

13.       doin pynden ain eynighen goeden onss tubehoerende die weren gelegen wair die gelegen muchten sijn, ende myt den panden voirt

14.       vaeren ghelyck off dat mit allen rechten vervolght ende ghewonnen waer, sonder eynyghe tegenseggynge onssen, onssen erven off yemantz

15.       van onsser wegen ende baeven alle geleyc gheystlix off weerlix gherichtz ende alle saiken, sonder all arglist diss ter conden ende

16.       gansser wairheydt, soe hebben wy Gaert Otto ende Egbert voirss. onsse siegell voir ons ende onsse erven onder ain diessen apenen

17.       brieff gehangen, Gegeven int jaer ons heren dusent vyerhondert ende nyeghen ende tsestich op sunte Gregorius dagh.

Zegel van Gaedert in redelijke staat, met rechtsonder een schild in een schild. Voor ditzelfde zegel zie 17-7-1459.

 

maandag 12 juni (14)69

ROERMOND ‑ Overlijdt Catherina Mans, "donatissa, de qua habuit conventus solempne servitium ac quelibet virginium quartam vini; a qua conventus etiam habuit in promptis pecunys lxx florenos brabantie, et sic fiet anniversarium eius cum celebratione unius missae".

Publications etc. 13 (1876): Necrologium Munsterabdij Roermond, blz. 223.

Zie 10-5-1452.

 

zaterdag 24 juni 1469

"opt Sinte Johans daigh te mit soemer"

ECHT - Willem van Vloedrop, ridder, erfvoogd van Roermond, drost te Monfoirt en stadhouder van de hertog van Gelre en Gulick en graaf van Zutphen, oorkondt dat ten overstaan van hem en zijn leenmannen Emont van Baerle en Arnt Buck, Lambrecht Pijll met toestemming van zijn vrouw Engele heeft bekend dat hij een jaarpacht gevestigd op zijn hof, erf en goed inclusief de timmer daarop, zijnde een leengoed van de hertog, heeft verpacht aan de Franciscaner broeders te Echt, met genoemd leengoed als onderpand.

-         Met transfix d.d. 19-2-1635 op dorso.

RHCL Maastricht, Hof van Gelder te Roermond, Processen 1709 (01.004) inv.nr. 448; proces momboir tegen de bezitters van het Pijlsleen te Echt; eenvoudig afschrift op papier.

Voor Lambert Pijll van Swalmen zie ook 1464 z.d. en 8-11-1473.

 

zaterdag 29 juli 1469

Huwelijksvoorwaarden tussen Otto van Bylandt, heer te Well, zoon van Hendrik, en Elisabeth, dochter van Otto Schenck van Nydeggen.

HStAD: Archiv Hueth, Urk. 234.

 

donderdag 9 november 1469

Adolph, hertog van Gelre en van Gulik en graaf van Zutphen, beveelt de schepenen om geen overdrachten van goederen en renten aan geestelijke instellingen te laten geschieden, omdat deze goederen en renten anders aan diensten en schattingen worden onttrokken.

RHCL Maastricht, Maria Weide te Venlo, inv.nr. 410; afschrift op papier.

Zie 7-12-1472 en 7-9-1496.

 

woensdag 13 december 1469

Derick van Oest en Aleid van Eggenrath over de tienden te Luttelvorst.

HStAD: Archiv Nesselrode-Ehereshoven, Urk. 360.

Vgl. 11-7-1552.

 

1469, z.d.

KESSEL ‑ Johan van Kessel, zoon van Willem van Kessel, wordt beleend met de burcht en het huis van Kessel met de voorburcht en spitsgrachten ('vesten'); met het land gelegen te Helden dat wijlen Johan van Krieckenbeeck, zoon van Sibrecht van Krieckenbeeck, als een burchtleen in leen hield; en met de hof te gene Grave.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 144.

Zie 1424 z.d. en 18-10-1473.

 

1469, z.d.

ROERMOND - Burgemeesters, schepenen en raad van de stad Roermond bepalen wegens de teruggang van de accijnzen, de nering van de brouwers en de vele brouwerijen rondom de stad, in overleg met werkmeesters en gezworenen dat het voor burgers verboden is een brouwerij te drijven op minder dan 1½ mijl van de stad. Overtreders worden gestraft met verlies van burgerrecht of recht van ingezetenschap.

GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 345 (Jura et Privilegia), blz. 225-226.

 

1469, z.d.

GELRE ‑ Johan Winter, als erfgenaam van zijn vader Elbert, wordt beleend met de hof genaamd ingen Geest met de laten en alle toebehoren, aan de Geestdorn in de Voogdij onder de jurisdictie van Nykercken voor de Yssemse poort buiten de stad Gelre gelegen. Agneze Plonis ontvangt het vruchtgebruik.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 1.

 

1469, z.d.

ELMPT ‑ Gadert van Erp genaamd van Warrenborch wordt beleend met leengoed, laten en toebehoren zoals de oude Reiner van Brempt te Elmt in leen hield en die hij van zijn echtgenote heeft geërfd.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 109.

 

1469, z.d.

ROOSTEREN ‑ Gaert van Mewen wordt beleend met de hof te Elen onder Roosteren.

Zijn zoon Johan en zijn dochter worden mede beleend.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 100-101.

Zie 8-2-1474.

 

1469, z.d.

ROOSTEREN ‑ Johan van Mewen Gaertszoon wordt beleend met de weerd en het water genaamd de weerd van Elen onder Roosteren.

Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 101.

Zie 8-2-1474.

 

1469, z.d.

VENLO ‑ Proces tussen Jenken van der Horst tegen Gadert Roffert "der schere", met vermelding Elbert Roffart.

T. Janssen de Limpens: Geldersche Wyssenissen van het Hoofdgerecht te Roermond 1459-1487, blz. 101. Utrecht, 1953.

Zonder familieverband; bevat geen gegevens die interessant zijn voor Belfeld-Beesel-Swalmen.

 

 

EINDE

 

< 1450-1459 HOME 1470-1479 >

 

Deze website werd counter keer bezocht.