Louis Giesen en Engelina Denessen, ca. 1925, met hun oudste zonen Harrie en Gerard.GIESEN.001

 

* VENRAY - TAK VEULEN *

GIESEN, een genealogie

 

Over de naam Giesen

De achternaam Giesen is een zogenaamd patroniem, d.w.z. een achternaam afgeleid van een voornaam, in dit geval Gijs­bert. De naam komt in Nederland, België en Duitsland veel voor, in allerlei varianten. Ook varianten als Giesberts en Gijskens hebben eenzelfde oorsprong, daarmee echter nog niet per se eenzelfde afstamming. Hieronder vindt u enkele spel­ling-varianten zoals die in Limburg werden en worden aangetroffen.

 

Geijsen

Geijzen

Geisen

Geiss

Geizen

Ghijsen

Giesen

Giessen

Giezen

Gijsen

Gijzen

Gysen

 

Voordat de achternamen bij de wet werden vastgelegd (invoering van de Burgerlijke Stand), wisselden deze nogal eens van spelling. Ook kenden de mensen vele aliasnamen, vaak ontleend aan bijvoorbeeld de boerderij, het gehucht of de plaats waar zij woonden of vandaan kwamen. Ook na de invoering van Burgerlijke Stand worden zowel voor‑ als achter­namen nog vaak verschillend geschreven.

 

Over de bronnen

De huidige genealogie (in concept) kwam tot stand uit velerlei bronnen die zich bevinden in archieven van particulieren, instellingen, gemeenten en andere overheden. De oudste gegevens werden vooral ontleend aan het Rijksarchief te Lim­burg in Maastricht (R.A.L.M.), uit het gemeentearchief van Venray en uit parochiearchieven. Latere gegevens zijn o.a. afkomstig uit de Burgerlijke Stand, notariële archieven, lijsten van militie en particuliere verzamelingen. Vele andere bronnen, zoals kloosterarchieven, hertogelijk archief, huwelijkse bijlagen etc. werden nog niet geraadpleegd maar bevatten ook nog zeer interessante gegevens. Het huidige beeld pretendeert dan ook geen enkele volledigheid.

Het vinden van gegevens uit de periode vóór pakweg 1800 wordt bemoeilijkt door het feit dat in de regio Venray veel alias­namen gebruikt werden. Zo wordt een zoon van een Dionisius Giesen in 1702 in de trouwboeken vermeld als Jacob Denis­sen, terwijl een Johan Giesen rond 1680 ook wel Jan aen gen Haen wordt genoemd, naar de boerderij waarop hij woont. Ook vele anderen noemen zich naar een boerderij of nemen de naam van hun echtgenote over als ze in haar ouder­lijk huis gaan wonen. Alleen langdurig en intensief onderzoek maakt het mogelijk om al deze personen in het juiste verband te plaatsen, zonder daarbij tot voorbarige en onjuiste conclusies te komen.

 

Een korte familiebeschrijving

De hier beschreven stam GIESEN wordt voor het eerst aangetroffen in de Venrayse buurtschap Veulen, vroeger ook wel Fuerlo of Veurlo genoemd. Vrijwel zeker kan deze stam door verder onderzoek worden herleid tot het eind van de 16e eeuw. De genealogie wordt voorafgegaan door deze vermoedelijke generaties.

 

 

Theodorus Gijsen

X voor 1590

Helena NN

 

      ............................................................................................

Petrus Gijsen      Gijsbertus G.           Jacob Gijsen    Goswinus G.        Leonardus G.  Antonius G.

X voor 1588        X voor 1588             X voor 1588     X voor 1590        X voor 1603   X voor 1607

Gertrudis          Joanna NN               Elisabeth NN    Gertrudis NN       Leonarda NN   Gertrudis NN

│ XX

│ NN───────────────────┐

                     

└───────┐              ├─────────────────────────────┐

Gerardus Gijsen   Peter Gijsen              Godefrida Gijsen

X voor 1616       genaamd Middelick         X

Baetgen           woont 1628 te Swolgen     Martinus Floorkens te Horst

Antonius Giesen

X 1643

Jacoba Hennen

├────────────────────────────────────┐

Gerardus Giesen               Hendrik Giesen

 

 

 

1 -   De eerste met zekerheid bekende voorvader is Gerard Giesen die in 1669 trouwde met Hilleke Verbeten. Dit huwelijk bleef kinderloos en na haar overlijden in 1672 hertrouwde hij met Mechtildis van Vollenberg, dochter uit een oud Venrays geslacht. Er zijn diverse redenen om aan te nemen dat hij een zoon was van Antonius Giesen en Jacoba Hen­nen. Zo komt zijn vermoedelijke grootmoeder Baetjen diverse malen als doopgetuige voor; ook treffen we de voor­namen Gerardus, Antonius en Henricus aan in de volgende generaties. Tenslotte is het vooral de hoeve te Venray-Veulen die als een rode draad door het verhaal loopt.

 

2 -   Gerards gelijknamige zoon Gerard, geboren in 1687, huwde rond 1725 Joanna Huijben. Zoals tot vrij recent ge­bruikelijk komt zij onder vele achternamen voor. Volgens oud gebruik namen kinderen vaak (tevens) de voornaam van de vader of de achternaam van de moeder mee als achternaam.

 

3 -   De derde uit de stam is Antonius Giesen, geboren in 1740 als jongste zoon uit het gezin en reeds rond 1772 op jonge leeftijd overleden. Twee weken na zijn 27e verjaardag trouwde hij met Maria Huijben. Het echtpaar ging wonen op Maria's ouderlijke boerderij aan de Scheij bij Veulen gelegen, die zij kochten van haar vader Frans Huijben alias Muijsers. Tussen 1768 en 1773 werden drie kinderen geboren. Anthonius' wedu­we hertrouwde in 1773 met Alard Friesen, met wie zij nog zeker vijf kinderen had.

 

4 -   Joannes Giesen, in 1771 geboren te Veulen als jongste kind en enige zoon, zette als enige deze stam voort. Kenne­lijk erfde hij niet de boerderij van zijn moeder en stiefvader, en er was daarmee onvoldoende reden om in Veulen te blijven wonen. In 1805 trouwde hij met Hendrina Pijpers uit Meerlo. Zij gingen wonen in Castenray, tussen Venray en Horst, waar hun eerste dochter geboren werd; zij overleed al na twee dagen. Vanuit Castenray verhuisde het gezin rond 1809 met hun zoontjes Antoon en Leonard naar Broekhuizen­vorst. Hier werden nog vijf kinderen geboren. Jan overleed in 1851 in Meerlo.

 

5 -   Van de in totaal zeven kinderen zette alleen Leonard, in 1808 in Venray-Castenray geboren, de stam voort. Hij trouwde in 1842 te Meerlo met de zes dagen oudere Anna Margaretha Cuijpers. Uit dit gezin werden negen kinderen geboren, waarvan zes zonen. In 1859 verhuisde het gezin vanuit Broekhuizenvorst-Ooijen naar Helden. Leonard over­leed in 1896 te Helden op 87-jarige leeftijd. Zijn kinderen woonden toen in Tegelen, Helden, Stramproy en Deurne. Vooral in Helden, waar in 1896 vier van zijn zonen woonden, vinden we nog afstammelingen.

 

6 -   De oudste zoon, Hendrik Giesen, werd in 1843 in Broekhuizen-Ooijen geboren en trouwde in 1872 te Baarlo met Wilhel­mina Cuijpers. Zij overleed nog geen acht maanden na dit huwelijk, waarop Hendrik hertrouwde met haar jonge­re zus Hendrika Cuijpers. Uit dit huwelijk werden enkele kinderen geboren, allemaal meisjes. Het gezin woonde op de Grub­benhof in de buurtschap Soeterbeek. In 1878 overleed ook Hendrika. Twee jaar later trouwde hij voor de derde maal, ditmaal met Joanna Gertrudis Creemers uit Stramproy, een zus van een van zijn zwagers. Uit dit derde huwelijk werden nog eens vier kinderen geboren, waarvan de jongste twee in Straelen, waarnaar het gezin rond 1884 was ver­huisd. Hier woonden ze slechts enkele jaren als pachters. Hendrik en zijn vrouw verhuisden naar Tegelen, waar zij beide over­leden.

 

In deze genealogie zijn de stamhouders (d.w.z. zonen met kinderen) steeds vet afgedrukt.


VEULEN I

Petrus Gysenn, ged. ..., overl. ...; zn. van ... en ...

tr. 1)       voor 1588? met

        Gertrudis (Geertrudt) NN, ged. ..., overl. ...; dr. van ... en ...

tr. 2)       ... met

        NN

Uit het eerste huwelijk:

1.     Gerardus Gijsen, ged. Venray ..-..-1588 (get. Derick Gijsen en Guij Geuerts van Sthenhuis uxor).[1] Tr. met Baetgen NN (zie 17-12-1628) en woont te VEULEN. Volgt VEULEN II.

Uit het tweede huwelijk:

2.     Peter Giesen genaamd Middelick, woont 1628 te Swolgen.

3.     Geurtgen Giesen, tr. met Martinus Floorckens te Horst (ZIE HORST).[2]

 

 

VEULEN IIa  (zn. van I)

GERARDUS (GERHARDUS, GERIT) GIESEN (GIJSEN, GIJSSEN), geb. ..., wonend te VEULEN, overl. tussen 1630 en 1643; zn. van Peter Giesen en Geertgen NN.

tr. voor 6-11-1616 met

Beatrix (Batgen, Beutgen) NN[3]; dr. van ... en ... ; zij hertr. tussen 1630 en 1643 met Gijsken Stijnen[4] genaamd Gijsen, waar­van een zoon Gerardus.[5]

 

Uit dit huwelijk:

1.     Antonius (Thonis) Gijsen, ged. ..., overl. ...; tr. oktober 1643 met Jacoba Hennen. Volgt VEULEN IIIa.

2.     Petronella (Percken, Peerken) Gijssen, ged. Venray 6-11-1616 (get. Florus van gheen Ghunn en Gertrudis Mar­tens).[6]

        Tr. Venray 7-5-1637 (als Meij Gerit Gisen dochter; get. Henrick Coeppen en Peter Fachs) met Jacobus Bom, ged. ..., overl. ...; zn. van Mathijs Bom en Johanna Rovers.[7]

        Uit dit huwelijk gedoopt te Venray:[8]

        a)    Gertruidt Bom, ged. 12-5-1638 (get. Jacob Greven en Thrijn Greven).

        b)    Jaepken Bom, ged. 5-1-1642 (get. Aernt Theukens en Tunnisken Heessen).

        c)     Gerit Bom, ged. 14-2-1644 (get. Jan Verhaeck en Trijneken Bom).

        d)    An Bom, ged. 2-4-1645 (get. Brijn Brijnen en Gertgen NN).

        e)     This Bom, ged. 17-3-1647 (get. Gijsken Gijsen en Jaepken Schers).

        f)     Gertien Bom, ged. 26-2-1651 (get. Derick Basten en Trin Bom).

        g)    Antonia Bom, ged. 12-7-1654 (get. Thijs Bom en Mercken Brijnen).

        10 mei 1647: deling tussen Thijs Bom en Jenneken Rovers en hun kinderen.[9]

        15 mei 1648: Jacob Bom en Peerken Gijsen verpanden hun hoeve aan de Scheij gelegen.[10]

        Ten overstaan van Andrijs Schenck, landscholtis, en Hendrick Claess en Johan van Leint, schepenen van Venray, dra­gen Lenardt Poels en Lijsbeth Thonis, echte­lieden, 4 morgen bouwland aan de Scheij gelegen tussen het tiend­vrij stukje bouwland toebehorend aan Meus Sijmons enerzijds en land van verkoper Lenardt zelf anderzijds en gren­zend aan land van het armengilde, voor een bedrag van 250 gulden Venrays, waarvan de helft contant te be­ta­len aan Jacob Roes­sen en de andere helft voor O.L.V. Lichtmis aanstaande aan ..., over aan Jacob Bom en Peer­ken Gijesen. Als onder­pand voor correcte betaling stellen Jacob en Peerken hun 'hoffstaidt ende bongaert en de erven' aan de SCHEIJ gelegen.

        21 juni 1652: aankoop van een stuk land bij Erckenshof.[11]

        Johan Meusers en Marie Nillissen Alarts verkopen een weide groot ca. 3 morgen aan Ercken Basten Camp gelegen tus­sen de weg en Erckenshof, grenzend aan ander land van de verkopers, voor 51 gulden 'den mergentael' bij open­bare verkoop aan Jacob Bom en Peerken Giesen. De kopers mogen de helft van de heg langs de lange zijde ge­nieten, de verkopers de andere helft van de heg, die beide percelen scheidt, alles volgens contract van 16-2-1652.

3.     Elisabeth Giessen, ged. Venray 3-5-1621 (get. Gossen Giessen en Geertien Giessen).[12] Jong overl.

4.     Metgen Gijsen, ged. Venray 12-2-1623 (get. Hanrick van Schelberch en Maria Theukens).[13]

        Tr. Venray 15-11-1645 (get. Jacop Basten en Derick Sijberts) met Derick Basten alias Jacopx, verm. ged. Venray 28-11-1615 als Theodorus Basten, zoon van Peter Basten en Joanna NN (get. Bernard Verstappen en Lijske Heisters).

        Uit dit huwelijk gedoopt te Venray:

        a)    Gerit Basten, ged. 26-6-1646 (get. Jacob Greven en Mericken Meijs).

        b)    Jenneken Basten, ged. 17-11-1647 (get. Bast op de Beeck en Jenneken Basten).

        c)     Lijsken Basten, ged. 3-6-1649 (get. Aert Adams en Thijsken Jans).

        d)    Jan Basten, ged. 12-3-1651 (get. Thunnis Gijsen en Grietjen Vergelt).

        e)     Antonius Basten, ged. 17-1-1653 (get. Jacob Basten en Baetjen Gijsen).

        f)     Joanna Basten, ged. 30-3-1655 (get. Jacob Basten en Peerken Gijsen).

        g)    Gerardus Basten, ged. 3-4-1657 (get. Gossen Basten en Jaenken Giesen).

        h)    Jacoba Basten, ged. 12-6-1659 (get. Gerit Gijsen en Jenneken Reijnders)

        i)     Sebastianus Basten, ged. 14-4-1661 (get. Jan van de Waeter en Willeken Jans)

5.     Perken (Petronella) Gijsen, ged. Venray 8-12-1630 (get. Jacob Gijsen en Geritgen Snijers)[14], leeft 1643.

 

18 december 1628: Peter Giesen genaamd Middelick, wonend te Swolgen, en Geurtgen Giesen, weduwe van Marten Floor­ckens wonend te Horst, dragen goederen te Vairlo over aan hun halfbroer Gerardt Giesen en diens vrouw Baetgen, zoon uit het huwelijk van hun vader wijlen Peeter Giesen met diens eerste vrouw Geertgen NN.[15]

"Opdracht van Petrus Giesen en Gurtgen Giesen van de patrimonialen aen haeren broder Gerardt Giesen.

        Wij Stephan van Daell Richterbode in plaetse des heeren scholtissen Jacob Engels ende Peter Claessen schepenen des kerspels Venraidt, doen condt ende tuijgen mits desen dat, voor ons persuelicken erschenen zijn Peeter Giesen genoempt van Middelick, wonende toe Swolgen ende Geurtgen Giesen weduwe Marten Floorkens, wonende tot Horst geassistert door haeren voorss broeder Peeter, ende hebben beijde comparanten ende een ijder voor sich selven ende haeren erven mit ande, halm ende monde (op de allerbestendichste forme ende manier der landtrechten, vertichnisse gedaen hebbende) getransportert ende overgegeven, transporteren ende geven over mits desen aen haeren broeder van den voorbedde Gerardt Giesen ende Baetgen eheluijden, alle haere comparanten ende haerer erven, recht ende gerechticheijt eenichsins hebbende aen de erffgronden, behuijsingen, getimmeren, ongereeden ende gereeden haefflicke goederen welcke wijlen Peeter Giesen voorss. Gerardts zaliger vader, ende Geertgen zijne meoeder, gewesen eheluijden in den voorbedde naergelaten ende in haeren ehestandt onder Venraidt aent Vairlo beseten hebben, ende nae tbreken van den bedde bij wijlen Gossen Gijesen ende van den voorss. Geerten comparanten soo tochtsgewijse als eijgendomlicken beseten sijn geweest, alleen voor haer comparanten voorbehalden haere aengedeelten van tgene voorss. Gaertgen haere moeder in de erffscheijdinge (tusschen haer ende haerer samentlicke kijnderen gehouden ende gemaeckt) voor haer selven vuijtgehalden heeft, nae haerer comparanten voorss. moeders afflijvicheijt daermede voor haere comparanten ende haeren erven ten deijle te gaen ende te quotiseren, nae behoeren, Bekennende oijck voorss. comparanten beijde ende ijder int besonder voor haer selven ende haeren erven, van haere ander recht ende gerechticheijt te danck affgeguedt ende affgescheijden, ende ten vollen betaelt ende gecontenteert to sijn, in er tijt als zij comparanten noch beijde in vollen bedde waeren sittende, Daeromme zij comparanten beijde (voor ierst? haer aen to vallen aenparten als voorss. gereserveert hebbende) versocht hebbende, haer selven, haeren erven ende naecomelingen van alle voor... haere vaderlijcke ende moederlijcke erffgronden, behuijsingen, ongereeden ende gereeden haeffelicke goederen, als voorss onterfft ende ontguedt, ende dat aen voorss Geurdten ende Baetgen eheluijden, haeren erven ende naecomelingen vast ende stede geerfft ende geguedt te worden, Soo hebbe ick voorss. Richterbode, voorss. comparanten beijde haeren erven ende naecomelingen daervan onterfft ende ontguedt, ende daeraen vast ende steede voorss. Gerarden ende Baetgen eheluijden haeren erven ende naecomelingen geerfft ende geguedt in haeren erfflicken behoeff, den landtfurst ende ijderen sijn recht voorbehouden, Dess t'oircondt bij ons Richterbode ende schepenen dese ondertekent, opten xviij december Aº xvjc acht ende twintich ondertekent Stephen Daell, Jacob Ingels , Peter Claessen."

oktober 1643, z.d.: Erfdeling tussen Gijsken Gijsen en Baetgen, echtelieden, en hun (stief)kinderen.[16]

"Maeghescheijt ende contract tusschen Gijsken Gijsen ende Baetgen eheluijden ende desselfs kynderen, als Thonis der sone de erffgoederen inhebbende.

In den naeme ons heeren, Amen.

        Sij kennelicken eenen ijderen bij den inhalt van dit tegenwordich instrument, dat opten [niet ingevuld] october anno xvj c drij ende veertich, is gemaeckt, beraempt ende besloten een vryndtlick bestendich contract ende maeeghe­scheijt tus­schen Gijsken Stijnen genaempt Gijsen en Baetgen eheluden, ende desselfs Baetgens kynderen bij haeren voorman Gerardt Gijsen z[alige]r in den voorbedde ehelicken verweckt, to weeten Jacob Bom als man ende momboir zijner huis­vrou­wen Peerken Gijsen, in dessen presentien accorderende, Metgen ende Peerken der jongste gesusteren, geassisteert mit Thijs Cremers ende Jacob s'Greven genaempt Gijsen als haere gerichtelick gecoren geauthoriseerde momberen in dese ter eenre, ende haeren outsten broeder Thonis Gijsen ter andere zijden, ende dat in der vuegen, manieren ende voorwaerden volgende.

        Ierstelicken is versproken, beraempt ende besloten, dat deselve voorss. Thonis sall hebben, behalden ende erffe­licken voor hem, zijne erven ende naecomelinghen, besitten ende beërven, hunne samplicken medegedeylingen hove, erff­licke gronden, behuijsingen, gehuchteren, landerijen, hoij ende weijdelanden, mit allen holtgewassen, potingen ende andersins, in hooghen ende leeghen, aen den Vuerlo ende daeromtrent ende in desen kerspel Venraede gelegen, mit allen ap ende dependentien, rechten gerechticheijden, lasten, vuijtgangen van outs, daertoe staende ende bygehoorigh alwijle zijnde, wye oock alle gereede ende ongereede goederen van bestialen, gewassen ende alles t'genige die voors. eheluijden Gijs­ken ende Baetgen alwijle in wesen upten voorss. goede, ende [...]al in haeren gebruick ende eygendomlicke rechte heb­ben ende machtich zijn, eegheene vuijtgescheijden, voorbehalden dat Gijsken voorss. voor hem selven ende zijnen erven vuijtbehalt alle zijne vuijtstaende ende eijgene penningen van hem selven hergecomen zijn.

        Daertegen sal deselve Thonis voorss. gehouden zijn, zijne stijffvader Gijsken ende Baetgen zijne moeder eheluden, te onderhalden, in sustertatien ende mondtcosten, in wachten, waden, cleedinge van lynen, wullen ende allessins, in hun­nen behoeft, sieck ende gesondt sijnde, opten goede voorss. te mogen blijven ende te genijeten, alles redelicken ende betamelicken, haer leven lanck, datter mit geene redenen op en sal vallen te claegen, des sullen sij nae vermoogen des goedes profijt doen ende wercken. Ende sullen dese stijffvader ende moeder eens van den goede hebben drije ouw en drije guste schapen. Ende sullen insgelijcx beijde haer leven lanck in de coppelschapen (is soo verne dat aldaer coppel­scha­pen gehouden connen werden) mogen hebben drije ouw ende drije guste schapen, tot hun eygen profijt in de coppel ge­houdt ende gevoedt te werden. Ende alsoe hun beijder leven lanck t'elcke jaers een malder roggen tot hun plasier. Ende aen de voorss. Baetgen haer leven lanck t'elcke jaers twee steenen vlass vuijt te richten, die sij sal mogen spinnen ende tot lynendoeck maken, tot haer plasier te mogen gebruijcken.

        Item sal de voorss. Thonis oick gehouden sijn aen den stijffvader ende moeder alles vuijt te richten, tgene zij op kynder­doopen sullen ter eeren van noode crijgen.

        Item soe sal de voorss. Thonis voor aff ende vuijt off vertichnisse penninck van wegen der vaderlicke ende moeder­licke oft patrimonialen aen den voorgess. Jacob Bom ende Peerken Gijsen eheluijden op ierstcomenden St. Andree in desen jaere vuijtrichten de somme ad vierhondert ende vijfftich gulden, bovens de vuijtsetselen, welck zij voor dato van den goede voorss. gehadt hebben. Ende van ierstcomenden St. Andree over een jaer daernae aen de voorgess. Metgen derde­halff hondert gulden, ende alnoch een jaer daernae oijck tweehondert gulden.

        Item aen de voorgh e Peerken der jongste insgelijcken alsoo daer een jaer nae, insgel[ijcx] vuijt te richten derdehalff hon­dert gulden, off die jaerlixe pensionen daer van te geven tot haeren believen.

        Ende sullen dese beyde gesusteren oyck van den goede voorss. alnoch tot vuijtsetselen hebben een yder besonder een bedde mit zijn toebehoor, te weeten mit een sarge, een paer flesschen ende een paer aemborsten slaeplakenen, twee kus­sens ende twee paer cusstycken, eenen swarten rock, een swarte heucke ende een lyffken, eene kiste, ende een koeije, naest eens de keure vuijt den stall, te weten dese vuijtsetselen (gelijck voorss. Peerken d'outste gehadt heeft) als dese Metgen ende Peerken tot haeren houwelicke gecomen sijn ierst vuijt te richten.

        Ende sullen elck oijck een winter opten goede voorss. voor haer selfs mogen spinnen ende soelange daervan onder­halt hebben, ende tegen eenige personen gelijck Jacob genoten heeft elck vier gulden ende elck een schaep. Oijck behal­den zij opten goede haer eheleexse gerechticheijt, ende opten hylixdagh eenen eerlicken vuijtganck [mit, vur?] de vrien­den. Boven alle dese vuijtrichtongen ende affgoedingen, soe sal de voorss. Thonis ende zijnen erven gehouden zijn, aen Gerarden des voorss. Gijskens ende Baetgens eheluden sone, in hunnen houlick in den naebedde geprocreert, ten tijde als hij zijnen cost ende onderhalt selffs can winnen, ende van den voorss. goede begert aff te trecken, vuijt te richten, tegens de havelicke ende gereede goederen bij de selve zijnen vader ende moeder als voorgh e aen Thonissen over­gegeven zijn, eens de somme ad vierhondert ende vijfftich gulden, ende tot soo lange sal dese Gerardt insgel[ijcx] van den voorss. goede sijn onderhalt ende sustertatie hebben, in wullen ende lijnen cleedingen, in wachten ende waeren, alsoe redelicken is, dess sal hij oijck tot soo lange opten goede moeten wercken ende des goedts ofte Thonissen ende zijnen erven profijt doen. Oijck sal Gerardt voorss. zijns vaders bedde hebben, ende als hij hylickt een eerlicke cledonge, wel verstaende ende versproken, in soo vern de voorss. Gerardt sonder lijfserven quame afflijvich te werden, soe sullen de voorss. vier­hondert vijfftich gulden erven ende versterven op de voorss. Gijsken der vader ende zijnen erven, maer de verdere vuijt­set­selen in sulcken cass op ten goede voorss. te sullen vervallen ende versterven.

        Op dese voorgh e conditien ende voorwaerden soo hebben de voorgh e Gijsken ende Baetgen eheluden van hunne tochte ende rechte, ende de voorgh e Jacob ende Peerken eheluden, Metgen ende Peerken de jongste geassisteert mit haere momboren voorgh e, voor hun selven, hunnen erven ende naecomelingen, mit handt, halm ende monde opten voor­gh e goederen, hunne vaderlicke ende moederlicke oft patrimonial erffgronden vertichnis gedaen, ende deselve ge­trans­por­teert ende overgegeven, transporteren ende geven over mits desen (ten overstaen van ende presentie van Johan Claessen, sche­pen in plaetse des heeren landtscholtis, ende derselve Johan Claessen mede ende Gerardt Hennen als schepenen hijer toe versocht) aen de voorgh e Thonissen Gijsen, hunnen transportanten broeder, zijnen erven ende naecomel[ingen], ende ge­assisteert als voorss. versueckende ende begerende een yder int besonder pro quota daervan onterfft ende ontguedt, ende den voorgh e Thonis ende zijnen erven ende naecomelingen daeraen geërfft ende geguedt te werden, Soo hebbe ich voorss. Johan Claess in qualiteijt voorss. deselve transportanten voorgh e hunne erven ende naecomelingen daervan onterfft ende ontguedt, ender daeraen vast ende steede den voorgh e Thonissen ende zijnen erven ende naecomelingen geërfft ende geguedt, in hunnen eygen selfs erfflicken behoeftt. Den landtfursten en yderen zijne rechten daeraen voorbehalden. Dess ter oirconde ende vasticheijt soo heeft voorgh e Jacob Bom voor hem ende zijner huijsfrouwen Peerken ende de voor­gh e momberen in plaetse van de voorgh e Metgen ende Peerken der jongste, beneffens de voorss. Gijsken dese onder­tekent oft onderhandtmerckt. Ende tot meerder bestendicheijt bij de voorss. Johan Claess ende Gerardt Hennen in quali­teijt voorss. ende als schepenen hyer toe versocht zijnde, dese mede ondertekent. Actum opten voorss. dach ende dato".

 

 

 

VEULEN IIIa.(zn. van IIa)

ANTONIUS (THONIS, TUNIS, TUNNIS) GIESEN (GIJSSEN, GISEN), ged. ..., wonend te VEULEN, overl. ...; zn. van Gerar­dus Gijsen en Baetgen NN.

tr. Venray 24-10-1643 (get. Peter Hennen en Gisken Gisen [stiefvader]) met

Jacoba (Jaepken) Hennen, geb. ..., verm. overl. Venray 14-8-1691 als Jeupke Gijsen op Vourlo[17]; dr. van Petrus Hennen en ...

Uit dit huwelijk:

1.     Gerit Gijssen, ged. Venray 19-6-1644 (get. Gerit Hennen en Encken Verlickt), overl. ....

2.     Gerardus Giesen, ged. Venray 11-6-1646 (get. Teus Hennen en Gertien Giesen), overl. ... Tr. vermoedelijk 1) Ven­ray 24-1-1669 met Helena (Hilleken) Verbeten; tr. 2) Venray 13-7-1672 met Mechtildis (Mechelt) (op, van) Vollen­berch (Volleberck). Volgt I.

3.     Handrick Gijssen, ged. Venray 1-1-1649 (get. Peter Hennen en Geertjen Greeven), overl. ...

 

oktober 1643, z.d.: Huwelijkse voorwaarden tussen Antonius Gijsen, zoon van Gerardus Gijsen, en Jacoba Hennen, doch­ter van Peter Hennen.[18]

"Houlixe voorwaerden tusschen Thonis Gerard Gijsen sone ende Jaexken Peter Hennen dochter.

In den naeme ons heeren, Amen.

        Sij kennelicken eenen yderen bij den inhoudt van dit tegenwordich instrument dat in den jaere desselfs ons heeren Jesu Christi xvj c drije ende vertich opten [niet ingevuld] octobris is geconcipieert, beraempt ende besloten een toe­comen­de houwelick tusschen Thonis Gerardt Gijsen z[alige]r sone, als toecomenden bruijdegom, geassisteert mit zijne stijffvader ende moeder ende swaeger onderss. ter eenre, ende Jaexken Peter Hennen dochter, als toecomende bruijdt, geassisteert mit haeren voorss. [...?] ende broederen ende vrynden onderss. ter andere zijden. Ende dit houwelick te solemniseren ter eeren Godes tot vermeerderinge der Christelicheijt ende haerer helen salicheijt, Godt geve daertoe zijnen zegen, Amen.

        Maer om te verhueden alle geschillen die tusschen de vrinden van der iersten afflijvigh ende langstlevende soude mogen oprijsen, soo hebben toecomende eheluijden, door hunne voorgh e ouderen ende vrijnden gemaeckt ende gesloten dese antenuptial hylixe voorwaerden ende conditien in vuegen ende manieren volgende.

        Ierstelick is versproken ende bevoorwaert, dat den voorgh e bruijdegom tot onderstandt van dit houwelijck sal in­bren­gen alle die erffelicke gereede ende ongereede goederen, dewelcke hij bij accordt van maeghscheijdt van zijne met­gedeij­lin­gen ende van sijn selffs eijgendomlick in besit, possessie ende gebruijck is hebbende, alhijer in den kerspell aen den Vuerlo ende elders is hebbende, eegeene vuijtgescheij­den.

        Daertegen soe sal de voorss. bruijt tot onderstandt van t'houwelick inbrengen de somme ad sevenhondertvijfftich gul­den, dewelcke tot erve mits desen gemaeckt ende daervoor ingestelt werden, ende also beërfft te worden.

        Item is versproken, off ijmandt van dese toecomende eheluiden binnen jaers deser weerelt quamen te sterven, son­der naer te laten wittich levende kinde oft geburte, soe ingevalle dat de bruijdegom alsoe binnen jaers (aenvangende van den kerckelicken troudach) quame aff te sterven, soe sall de toecomende bruijt van des voorss. bruijdegoms guederen ge­betert worden ende profijteren de somme ad tweehondert gulden, ende in gevalle dat der bruijt alsoe d'eerste afflijvige ware, soo sal de bruijdegom van des bruijts guederen gebetert worden ende profijteren de somme ad eenhondertvijfftich gulden. Ende de andere ten beijder zijden ingebrachte goederen, die sullen wederom vallen ende devolveren aen de sijde van daer se hergecomen zijn.

        Ende allen tgene nae omloop van den volle jaere compt te gebeuren, dat sall soewell van de tochte als gereede, aen te winnen ende te werven goederen onderhalden werden, naer den landtrechten.

        Dese voorss. puncten ende articulen beloven de bruijdegom ende bruijt toecomende, ende allen ten [?] wederzijdts oude­ren, broeders ende vrinden, een yder voor soo veel hem des mochten aengaen, malcanderen te onderhouden ende naer te commen, sonder daertegens te doen oft laeten geschieden in eenigerhande manieren.

        Deser ter ware urkunde bij de voorss. bruijdegom ende bruijdt dese ondertekent, beneffens Gijsken Gijsen den stijff­vader voor hem selven ende zijner huijsfrouwen Baetgen present, ende Jacob Bom der swager, ter eener aen zijde des bruij­degoms, ende Peter Hennen der vader, Gerardt Hennen, Theus Hennen de broederen, Thijsken Cremers en Jacob s'Gree­ven als nabueren ende tuygenaers zijde des bruijts ter andere sijden dese ondertekent, beneffens dese tot meerdere be­stendicheijt ende mede getuijchnisse bij Jan Claess schepen.

        Dese mede ondertekent opten voorgh e [niet ingevuld] octobris 1643. Ondertekent aldus: dit merqt bij den voorss. Thonis Gijsen als bruijdegom geset, wye oock bij de voorgh e Gijsken Gijsen voor hem ende zijner huijsfrouwen, dit geset, Jacob Bom. Tegenover stondt, dit merqt is ¤ bij eigen handt van Jaxken de bruijt gesat, Peter Hennen ¤ merqt, Geredt Hennen, Theus Hennen, Thijs Cremers merqt, Jacob s'Greven merqt. Meer onder in de midden stondt, ge­tekent, Jan Claess".

18 april 1648: Thonis Giesen en Japken Hennen verkopen een weiland onder de Casterlosche Pessen aan Gerardt Keijsers en Neesken Reuls.

"Wij Andries Schenck landtscholtis des ampts Kessel, Arnt Versleijen ende Johan Berberen, schepenen des kerspels Venraidt, doen condt ende tuijgen mits desen, dat voor ons personelicken gecompareerd zijn Thonis Gijesen ende Jap­ken Hennen eheluijden, ende op de allerbestendichste forme ende maniere der landts­rechten mit handt, halm ende monde cessie ende vertichnisse gedaen hebben, hebben gecedeert, getransporteert ende opgedragen, cederen, transpor­teren ende draegen op mits desen aen Gerardt Keijsers ende Neesken Reuls ehe­luiden, eenen sekeren passe, groot ongeverlick ander­halven mergen, gelegen neffens Jacob Giesen passe, onder de Casterleusen Pessen, aen beijden eijnden aen de gemeijnte, wesende van erffelicken lasten vrij, voorbehalden des landt­fursten thins ende gerechticheijt, aengecocht voor tachtentich guldens, ende deselve betaelt ende voldaen sijnde, gelijck zij transportanten eheluijden voor ons scholtis ende schepenen bekent ende verclaert hebben. Daeromme zij trans­portanten voorgemelt versuecken ende begeren, hun selven, hunnen erven ende nae­comelingen van de voorgemelten passe onterfft ende ontguedt ende den voor­gemelten Gerardten ende Neesken eheluiden, hunne erven ende naecomelin­gen daeraen geerfft ende geguedt te worden, soo hebbe ick voor­gemelten landt­scholtis, deselve transportanten eheluiden, hunnen erven ende naecomelin­gen daervan onterfft ende ontguedt, ende den voorgemelten Gerardten ende Nees­ken eheluiden, hunnen erven ende naecomelingen daeraen vast ende steede ge­erfft ende geguedt, in hunnen eigen selffs erffelicken behoeff, der landtfur­sten ende ijderen zijne rechte daer­aen voorbehalden, dess ter waerer oircondt ende vas­ticheijt, soo hebben wij vurgemelten landtscholtis ende schepenen dese onder­tekent, Actum den xviij aprilis a° xvj c acht ende veer­tich".[19]

18 april 1648: Ten overstaan van Andries Schenck, landscholtis, en de schepe­nen Arnt Versleijen en Johan Berberen dragen Thonis Gijesen en Japken Hennen een pas groot ca. 1½ morgen onder de Casterlosche Pessen gelegen naast Ja­cob Gijesen, voor een bedrag van 137 gulden Venrays over aan Gerardt Gussen en Lijsbeth Thijskens.[20]

 

"Vestonge van Derick Boers zlgr kinderen aan Thonis Gysen ende Gerard Thonissen gedaan van zekere ren­ten".[21]


I.     (zn. van ...)

GERARDUS (Geeret, Gerit) GIESEN (GIESSEN, GIJSEN), ged. ..., wonend te VEULEN, begr. ...

tr.    1) Venray 24-1-1669 (get. Geurt Verbeten en Willem Boers[1]) met

        Helena (Hilleken) Verbeten, ged. Venray 27-7-1628[2], verm. overl. ald. 7-2-1672[3]; dr. van Wilhelmus Verbijten[4] en Petronella NN.

tr.    2) Venray 13-7-1672 (get. Joannes Gijsen en Joannes op Vollenberch) met

        Mechtildis (Mechelt) (op, van) Vollenberch (Volleberck), ged. Venray 25-1-1651, verm. begr. ald. 28-12-1711 als Mechil op Volleberg; dr. van Jan op Vollebergh en Geertgen NN[5].

Uit het tweede huwelijk:

1.     Gerardus Ghijsen, ged. Venray 26-1-1674 (get. Jan van Volleberch en Baetie Ghijsen). Verm. jong overleden.

2.     Gertrudis Gijsen, ged. Venray 4-2-1679 (get. Petrus Broecx alias Vollenberch en Jacoba Gijsen), overl. ...

3.     Antonia Gijsen, ged. Venray 14-5-1682 (get. Wilhelmus op Volleberch en Petronella Hebben of Gijssen), overl. ...

4.     Gerardus Gijsen, ged. Venray 15-3-1687 (get. Anthonius Gijsen en Anna Meens). Volgt II.

5.     Helena Gijsen, ged. Venray 14-4-1690 (get. Gerardus Verbeten en Gertrudis van Volleberck), overl. ...

        Tr. ... [voor 18-10-1720] met Jan van Vollenbergh, geb. ..., overl. ...; zn. van ... en ...

        Uit dit huwelijk:

        a)    Mathijs van Volleberg, geb. ..., overl. ... (leeft 1761).

        b)    Peter van Vollebergh, geb. ..., overl. ... (leeft 1761).

        c)     Jacomina van Volleberg, ged. Venray 7-4-1722 (get. Antonius Giesen en Beatrix Volleberg).

        d)    Maria Volleberg, ged. Venray 2-11-1725 (get. Godefridus aen de Poort en Anna Verbeeten), leeft 1761.

        e)     Mechtildis Volleberg, ged. Venray 2-11-1725 (get. Gerardus Giesen en Anna Volleberg).

        z.d., ca. 1715

        "... nu Jan van Vollenbergh en Helena Gysen uxor, 1715. Roelof den sone Jan, 1721".[6]

        18 oktober 1720: aankoop van een hoeve met toebehoren aan de Sandtacker.[7]

        Mr. Hubertus Maes en zijn kinderen en aangetrouwde kinderen, te weten Roelof Maes, zich sterkmakend voor zijn vrouw Petronella; Geurt Wittops en zijn vrouw Petronella Maes; Jan Renckens en zijn vrouw Heiltie; en Evert Everts en Beelke Maes, allen mede voor Wilm Engels en diens vrouw Jenneke Maese, verkopen "aen Jan van Vollebergh ende Helena Giesen eheluijdt [...] de huijsinghe met den hoff en een campke daerbij gehoorigh alhier aan den Sandt­acker geleegen respective neffens de Vlies ende d'erven van Bartel Versluijs zaliger erffgenaemen; voorders het camp­ke geleegen aen het Buijsche Cuilcke schietend aen ofte op Paul van Vlockhoven erve, weijders rontomme in de gemeinte, alles soo den selven Hubert Maes met sijne huijsvrouwe de selve erven beseeten hebben, groot sijnde de huijsinghen, hoff en bijgehoorigh lant ongeveir anderhalven mergen, ende het campke voorschreven ongeveir eenen halven mergen [...] ende dat voor eene somme coopspenningen van vijffhondert gulden Venraets, ende vijff gul­dens tot liefenisse [...] ende sulcx met bespreck ende reserve, dat hij voornoemden Hubert Maes sijn leven lanck sal moghen bewoonen ofte verhuiren, met welgevallen ende consent edoch van den voorn. aencooper, de camer met het solderke daerboven, buijten aen de straete uijtgaende, soo voor desen bewoont heeft geweest, ende in cas van verhuiren, soo sal den aencooper de selve camer en solderke aen sich mogen houden, mits daer voor betaelend jaer­licx aen den voorn. Hubert Maes ad thien guldens Venraets. Daerenbovens soo heeft voornoemden vercooper ge­re­serveert voor zijn leven te gebruiken het placxke sandt van den peirenboom aff tot aen't vierdeel placxke."

        12 februari 1722: openbare aankoop pasch in het Vlackwaeter.[8]

        Mr. Marten Oomen draagt krachtens decreet d.d. 15 januari 1722 over aan Jan van Vollebergh en Heiltie Giesen, ech­telieden, "eenen pasch in het Vlackwaeter gelegen, oostwaerts neffens Jan Barberen erffve, andersijdts neffens Hen­drick Thoepoel, westwaerts neffens Peter Oomen, voorders neffens de gemeine straete, groot ongeveir ander­hal­ven mergen [...] ende dat, bovens eene liefenisse van twee pattacons, voor eene somme coopspenningen van hon­dert seven en negentigh guldens ende noch twintigh guldens aen hooghen, een derdendeel affgetrocken sijnde."

        27 december 1761: de kinderen van Helena Giesen en Jan van Vollenberg kopen de helft van een huis, nagelaten door Helena, van haar overige erfgenamen.

        Ten overstaan van Johan Joseph Lambotte, scholtis, Oswoldus Liefkens en Jacobus Vermeulen, schepenen van Venray, dragen Joannes Versaedt en Gerardus Versaedt, zich mede sterkmakend voor hun afwezige broer Peter Ver­saedt, Hendrik Giesen, zich sterkmakend voor zijn afwezige broers en zussen Gerit, Anthoon, Mech­gel, Geer­truij, Jacomina en Tunniske Giesen, de hen aangestorven helft van een huis met moeshof, 1½ morgen bouwland en 1½ morgen weiland gelegen naast het huis en erf van de scholtis Oomen, afkomstig van Helena Giesen, voor 200 gulden contant over aan de kinderen van Jan van Vollenbergh en Helena voornoemd, te weten Matthijs, Peter en Maria van Vollen­bergh. De andere helft is en blijft eigendom van Jan van Vollenbergh, die ook de nu verkochte helft in vruchtgebruik behoudt. Jan zal ook de inkomsten genieten van een jaarlijkse rente over een bedrag van 172 gulden, welke rente jaarlijks door Jenneke Giesen moet worden betaald aan Jan van Vollenbergh als vrucht­gebruiker.[9]

 

4 en 19 september 1691: Gerit Gijsen treedt op als voogd voor de erfgenamen van Hendrick Verlijckt.[10]

20 oktober 1720: openbare verkoop van bouwland in het Desselke.[11]

Overdracht door Gerit Geizen, mede namens diens (niet met name genoemde) kinderen, "uijt crachte ende in gevolgh van octroij ende approbatie van desen heufftgerichte, ende in conformiteit van de conditie daer van sijnde" aan Guert Vermuelen en Liesbeth Michels, echtelieden, van "een stuck bouwlandt geleegen alhier in 't Desselke, groot ongeveir ander­halven mergen wesende allodiael, oostwaerts geleegen neffens het landt van 't Convent Jerusalem alhier, noort­waerts noch neffens het selve landt, zuijdtwaerts neffens d'erven van d'erffgenaemen van mr. Peter Perigat zaliger, west­waerts op de gemeinte uijtschietende [...] voor eene somme coopspenningen van eenen (sic) gulden Venraets, waervoor het voorsch. stuck bouwlandt met uijtbranden der kersse op't steedigst aen voorschr. acceptanten is vercocht ende ver­ble­ven, alles naer inhaldt der conditien daer van sijnde."

 

1704-1731: "Gerit Gysen en Mechel uxor (ende Gerrit Versaert den neef, 10 jaar oud 1725 en Heylken de suster): 5 st 2 cop".[12]

 

15 januari 1715

Jan Hendrickx, schatbeurder, draagt land "in de Kraeck neffens Gerith Giesen" nabij Haegens goedt en de Steegh ge­le­gen, over aan Adam Berckers en Jedtie Derckx, echtelieden.[13]

 

1717-1731: "Gerit Giesen ende Gerit Versaert den neve out 10 jaar 1725".[14]

 

28 januari 1711

Derck Broecx en Marie Broex, broer en zus resp. circa 60 en 62 jaar oud, dragen al hun goederen te Luenen gelegen over aan hun broer Michiel Broecx en diens echtgenote Geritie Versaart.[15]

 

13 oktober 1743: verkoop van een hoeve te Venray-Veulen door de erfgenamen van Gert Verbeeten en diens vrouw Hilleken aan Peter Brienen en echtgenote.[16]

Theodorus van Lendt, scholtis, Claes Ruttiens en Arnolt Thopoell, schepenen van de heerlijkheis Venray, oorkonden dat Tunis van de Pasch namens zichzelf en Pauls Rutten namens Gert Giesen, zich sterkmakend voor de erfgenamen van wij­len Gert Verbeete en Hilleken, echtelieden[17], hebben overgedragen "seeker huijs, schuur en schop gelegen onder Veuloo, be­staende in ongevehr 24 morgen bouwland en ongevehr 9 morgen weijlant met ap en dependentien van dien recht ende ge­rechigtheden, soo als het de voorss. eheluijden saliger beseeten hebben gehadt, zijnde voorss. erve (zoo de com­pa­ran­ten des ondervraeght zijnde verclaerden) uijtgenomen een malder rogge 's jaerlijcx aen de aermengilde alhier en een mal­der rogge jaerlijcx aen de erffgenaemen Martini [Martens] en alnog twee vath herbergh kooren jaerlijcx", aan Peter Brinen en diens huisvrouw.

De overname van huis, schop en schuur kan plaatsvinden aanstaande pasen; bouwland met St.-Jacob en St.-Anna stop­pel­bloot; en het weiland St.-Petrus a.s. Van het houtgewas zijn 37 eiken gereserveerd ten profijte van de verkopers. De aan­kopers moeten 85 gulden venrays betalen aan de gemeente boven de koopsom, wegens 'den nieuwen pas', alles vol­gens voor­waarden van 19 september 1743, en dit alles voor een bedrag van 500 gulden venrays en 202 gulden aan 'hoogen', waar­van 1/3 deel "gedecordeert naer hogens recht maeckt saemen eene zomme van 675 gls 12 strs 10 duijten Venraets".


II.    (zn. van I)

GERARDUS GIESEN (GIJSEN, GIJZEN), ged. Venray 15-3-1687, verm. overl. Venray 10-1-1745; zn. van Gerardus Giesen en Mechtildis van Vollenberg.

tr. tussen 25-1-1722 en 23-4-1728[18] met

Joanna Verrijckt (alias Huijben, Hueben alias Hendrix), ged. Venray 3-5-1700, begr. ald. 15-10-1770 (als weduwe); dr. van Henricus Verrijckt en Maria Hueben of Huijben[19].

 

Uit dit huwelijk:

1.     Mechtildis (Mechgel) Giesen, ged. Venray 20-10-1727 (get. Gerard Mes en Anna Vollebergh), overl. Venray 5-12-1803[20].

2.     Henricus (Hendrick) Gijsen (Giesen), ged. Venray 22-1-1729 (get. Godefridus in 't Saer en Maria Huijben)[21], ongeh. overl. Venray 25-9-1781.

        17 november 1772

        Ten huize van wijlen de weduwe Jenneke Giesen verklaren Hendrick, Mechel en Gertruy Giesen, broer en zussen, dat zij op 25-2-1772 een akte van magescheid hebben opgesteld, inhoudende dat den bouwhoff genaemt Giesen Plaetse met ap ende dedepndetien van dien, voorts alle gereede, gewasch op 't veldt, met schuldt en weerschuldt, eijgen­dommelijck soude verblijven aen hem Hendrick, Mechel en Gertruij Giesen, en sulcx om besonder oirsaecken, te weeten, dat om de menigvuldige lasten en schulden, den anderen broeder en susters tottet aennemen van die plaetse niet wilden intreden, al off schoon hun de presentatie van aenneminge were gedaen worden. Omdat geen van hun andere broers en zussen de ouderlijke boerderij hebben willen aanvaarden, benoemen Hendrick, Mechel en Gertruy elkaar tot erfgenamen. Bij overlijden van elk van hen zal de nalatenschap vererven op de langstlevende.[22]

3.     Gert (Geertruij, Gertruda) Gijsen (Giesen), ged. Venray 23-11-1731 (get. Andreas van de Broeck en Anna Volle­berg)[23], overl. ... (na 17-11-1772).

4.     Jacomina Giesen, ged. Venray 11-8-1733 (get. Joannes van Son en Jacomina Hendrix)[24], begr. ald. 22-7-1788 als Wilhelmina Giesen, echtg. van Joannes Scheijen.

        Tr. Venray 21-4-1773 met Joannes Scheijen (get. Gerardus Giesen en Henricus Verheesen), geb. ..., overl. ...; zn. van ... en ....

        Uit dit huwelijk:

        a)    Martinus Scheijen, ged. Venray 28-8-1767 (get. Henricus Giesen en Antonetta Giesen; buitenechtelijke zoon, later gewettigd door huwelijk)[25].

        b)    Gerardus Scheijen, ged. Venray (Leunen) 15-3-1774 (get. Oldert Friesen en Mechteldis Giesen), begr. ...

5.     Antonia (Tunniske, Antoinette) Giesen (Gijzen), ged. Venray 7-11-1735 (get. Petrus in ge Sandt en Aldegonda van den Broeck)[26], overl. Venray 22-2-1804.

        Tr. Venray 10-1-1764 (get. Gerardus Peeters en Gerardus Giesen) met Johannes (Jean) Peeters[27], geb. ..., overl ...; zn. van ... en ....

        Uit dit huwelijk:

        a)    Gertrudis Peeters, ged. Venray 5-1-1766 (get. Gerardus Peeters en Joanna Giesen).

        b)    Joannes Peters, ged. Venray (Leunen) 5-5-1775 (get. Henricus Giesen en Anna Peters).

6.     Gerardus (Gerit) Giesen, ged. Venray 12-8-1738 (get. Joannes Ingesandt en Henrica van den Broeck)[28]. Tr. Venray 24-5-1773 met Gertrudis Janssen (alias Hueben). Volgt IIIa.

7.     Antonius (Anthoon) Giesen, ged. Venray 3-5-1740 (get. Joannes van den Broeck en Maria Aerts)[29]. Tr. Venray 20-5-1767 met Ma­ria Hueben. Volgt IIIb.


IIIa (zn. van II).

Gerardus (Gerit) Giesen, ged. Venray 12-8-1738, koopt 1773 hoeve te Venray-Heij, begr. ald. 1-12-1789; zn. van Gerardus Giesen en Joanna Hueben alias Ver­rijckt[30].

tr. Venray 24-5-1773 (get. Henricus Giesen en Johannes van Heijster) met

Gertrudis Janssen (alias Hueben alias Muijsers), ged. ..., overl. na 1-12-1789; dr. van Franciscus Janssen en Joanna Lamers.[31]

 

Uit dit huwelijk:

1.     Joanna Giesen, ged. Venray (Hey) 16-11-1773 (get. Joannes van Heijster en Mechtildis Giesen), overl. ald. (zonder voornaam) 18-2-1774.

2.     Joanna Giesen, ged. Venray (Hey) 21-2-1775 (get. Oldert Friesen en Jacomina Giesen), overl. ....

3.     Gerardus Giesen, ged. Venray (Hey) 24-7-1778 (get. Joannes Peters en Joanna Moelendijckx namens Maria Janssen), overl. ...

4.     Antonius Giesen, ged. Venray 9-1-1783 (get. Joannes Scheijen en Maria Janssen), overl. ...

 

NN, zoon van Gerardus Giese. Overl. Venray 9-7-1788.

 

4 december 1773: aankoop van hoeve aan de Heij onder Venray.[32]

Johan Joseph Lambotte, advokaat en scholtis, C.T. Liefkens en Matthijs Artts, schepenen van de heerlijkheid Venray, oorkonden dat Anthoon Hoffs heeft overgedragen "eenen bouwhoff hercomende van de erffgenaemen Theunis op Heij, te weeten huijs, schuur en moeshoff gelegen aen de Heij, paelende eenersijts neffens de erven van Hendr. Poels. met daer­bij gehoorende ongevheer thien morgen bouwlant, en vijff en eenen halven morgen weijlandt, voorts met ap en depen­den­­tien van dien recht en gerechtigheden soo en gelijck den selven in sijnen vooren en paelen aldaer kennelijck gelegen is, en moet jaarlijx uijtgaen een half vat herbergs koren, sonst vrij en onbeswaert, soo den comparant des ondervraght sijnde heeft verclaert, uijtgenomen de loopende subsidie doende in ieder setting 4 - 15 - 2 oord Hollants, chins ende het geene daer met recht can inbeweert worden, wie oock alle gemeijnts, en naebuijrelijcke laste, en sulcx aen en ten be­hoeve van Gerit Giesen ende derselve huijsvrouwe Gertruij Meuijsers onderlings en uijtterhandt gecoght voor de somma coops­penningen ad seven hondert gulden Cleeffs" welke reeds zijn voldaan.

26 januari 1778: verkoop van twee stukken bouland.[33]

Johan Joseph Lambotte, advokaat en scholtis, Jacobus Vermeulen en Martin Clephas, schepenen van de heerlijkheid Ven­ray, oorkonden dat Gerit Giesen en diens vrouw Gertruij Meuijsers overdragen "twee stucken bouwlandt t saemen groot eenen morgen, paelende te weeten eerstens eenen vierdendeel van eenen morgen eenersijts Johannes Cox erve, andersijts de hier naer benoemde acceptant eigen erff, tweeden noch 3/4 van eenen morgen paelende enersijts Hendrick Poels erff, ander­sijts Joes Cox, sijnde dese erve vrij en onbeswaert soo de comparante des ondervraght sijnde hebben verclaert, uijt­geno­men de lopende con[tribut]ie subsidie doende in ieder settinge ses stuijver Hollants, voorts chins en alle het geene daer met recht kan inbeweert worden", aan en ten behoeve van Matthijs Ambrosius en Johanna Bongers, echtelieden, voor 115 gulden Cleefs.


IIIb (zn. van II).

ANTHONIUS GIESEN, ged. Venray 3-5-1740, overl. ca. 1772[34]; zn. van Gerardus Giesen en Joanna Hueben alias Verrijckt.[35]

tr. Venray 20-5-1767 (get. Gerardus Giesen en Petrus Janssen) met

Maria Meuijsers (alias Hueben alias Janssen alias van Heijster)[36], ged. (niet als Huijben of Heijsters) ..., overl. Venray 4-10-1795; dr. van Franciscus Hueben en ... Zij hertr. Venray 3-2-1773 met Albertus (Oldert) Friesen (get. o.a. Gerardus Giesen).

 

Uit dit huwelijk:

1.     Gertrudis Giesen (Giezen), ged. Venray 26-3-1768 (get. Franciscus Janssen en Joanna Giesen), overl. ald. 12-4-1822 (volgens haar Memorie van Successie liet zij geen roerende of onroerende goederen na).

        Tr. Venray 18-2-1800[37] met Joannes (Jan) van Geldrop (Geldorp), geb. Venray 27-1-1774, overl. ...; zn. van Fran­cis­cus van Geldrop en Gertrudis Wijnants (Wijnnantz).[38]

        Uit dit huwelijk:

        a)    Jean van Geldorp, geb. Venray 3-11-1806 (get. Henri Vermeulen en Antoine Buijs), overl. ald. 17-10-1811, 5 jaar oud.

2.     Joanna Giesen, ged. Venray 1-12-1769 (moeder: Maria van Heijster; get. Petrus Janssen en Mechtildis Giesen)[39], overl. ald. 14-1-1845.[40]

        Tr. Venray 8-4-1799[41] met Martinus van Dijck, geb. Venray 1-9-1765, overl. ...; zn. van Anselmus van Dijck en Agnes Dercks (Dirx).

        Uit dit huwelijk[42]:

        a)    Wilhelm(us) van Dij(c)k[43], geb. Venray 19-7-1802 (30 messidor X; get. Herman Pits en Wilhelm Robijns); woont 1845 te Rotterdam.

               16 januari 1838

               Jeanne Giesen te Venray geeft toestemming voor huwelijk van haar zoon Guillaume van Dijck.[44]

        b)    Jeanne van Dijck, geb. Venray 25-1-1805 (5 pluviose XIII; get. Guillaume Zeelen en Guillaume Robijns).

        c)     Petronelle (Johanna Petronella) van Dijck, geb. Venray 3-4-1807 (get. Pierre Vermeulen en Guillaume Robijns); woont 1845 te Venray.

        d)    Jean (Jan) van Dijck, geb. Venray 22-9-1811 (get. Jean Wittops en Gerard Vermeulen); woont 1845 te Venray.

        e)     Martin van Dijck, geb. Venray 22-9-1811 (get. Jean Wittops en Gerard Vermeulen); woont 1845 te Rotterdam.

        f)     Francis(cus) van Dijck, geb. Venray 6-8-1815 (get. Francis Verblackt en Johan Roeffs); woont 1845 te Rotterdam.

        g)    Antoon van Dijck, woont 1845 te Rotterdam.

        h)    Maria van Dijck, woont 1845 te Rotterdam.

        11 november 1836

        Vernieuwing van een obligatie groot ¦ 450,‑ door Jeanne Giesen te Venray t.b.v. Henri van den Boogaart aldaar.[45]

        11 november 1836

        Vernieuwing van een obligatie groot ¦ 500,‑ door Jeanne Giesen te Venray t.b.v. Henri van den Boogaart al­daar.[46]

        16 oktober 1841

        Obligatie groot ¦ 300,- door Johanna Giesen te Venray t.b.v. Maria van Dijck te Rotterdam.[47]

        Bij haar overlijden liet Joanna na de helft in bouwland in de Volmolen sectie C 205 en een huis te Venray sectie C 935. Erf­genamen waren haar zeven meerderjarige kinderen, elk voor 1/7 deel, waarvan Jan en Johanna Petronella, dag­loners te Venray, en Antoon, Wilm, Martin, Maria en Francis op dat moment in Rotterdam woonden.

3.     Joannes Giesen, ged. Venray (Veulen) 23-12-1771 (get. Joannes van Heijster en Antonia Giesen). Tr. Venray 13-2-1805 met Henrietta (Hendrina) Pijpers (Piepers). Volgt IVa.

 

 

24 juli 1767: Overdracht van roerende goederen door Frans Meuijsers ten behoeve van zijn dochter Maria Meuijsers en haar man Anthoon Giesen

Frans Meuijsers, weduwnaar, "door sijnen hoogen ouderdom niet meer in staet om sijne bouwerije en kostwinninge naer be­horen te connen deregeren", draagt aan zijn dochter Maria Muijsers en haar man Anthoon Giesen over "alle sijne ge­reede goe­deren bestaende in allerhande huijsmeubelen voorts peerdt, koeijen, rinder, schapen, karren, ploegh en eegt mits­gaders het gewas op het velt, het coren op den solder, voorders alle acten en crediten intresse als andersints en al wat voor gereet kan gerekent worden, uijtgenomen vier schapen die de acceptante eheluijden zullen moeten voeden en on­der­houden; item alle sijne bijen welcke twee posten alleen sullen blijven in eijgendom van hunnen voorschreven va­der, het­welck nochtans naer sijne doodt door de eenparelijcke kinderen copsgewijs sal gedeijlt worden, nochtans met dese re­stric­tie en reserve dat de voorss. acceptanten eheluijden gehouden sullen sijn redelijcke wijse naer hunnen staet en ge­legent­heijt hunnen voorss. vader voor sijn leven lanck te onderhouden in kost en dranck, wachten en waren, en bij aff­ster­ven eerlijck ter aerde te besteden naer het loffelijck gebruijck der heijlige catholijcke kercken [...] Voorders is be­dongen en veraccordeert dat de voornoemde aennemere aen haere suster Jenneken Meuijsers in houwelijck hebbende Jan van Heijster eens voor al uijt de voorss. gereede goederen sullen moeten geven en betalen ad hondert daler Cleefs de­wel­cke reedts aen hem baer sijn voldaen; item aen Geertruij Meuijsers insgelijcx ad hondert dalers Cleefs, mit welcke een en andere voorss. lasten de voorn. acceptanten eheluijden de hierinne vermelte goederen alsoo hebben aengenomen. Voor­ders is bedongen dat de acceptanten eheluijden het huijs en erve van hunnen vader van nu af aen sullen besitten en be­wonen tot sijnen sterffdagh toe, mits daervan te betaelen de loopende schattinge, pachten en lasten, bovendien het ge­timmer in dack te onderhalden, maer bij soo verre daer eenigh nieuw metselwerck ofte timmerwerck moeste gemaeckt wor­den, sulx sal comen tot laste van de eenparelijcke kinderen".[48]

30 januari 1773: huwelijkse voorwaarden tussen Maria Muijsers, weduwe van Antoon Giesen, mede als moeder en voog­des over haar drie minderjarige kinderen, en Aldert Friesen. De kinderen behouden een kapitaal groot 301 gulden 15 stuiver 1 denier t.l.v. de gemeente Venray. De kinderen uit het vorige en het aanstaande huwelijk zullen gelijke erf­genamen zijn van de goederen afkomstig van Maria's vader Frans Muijsers, waarvan Maria het vruchtgebruik behoudt. Maria's zus en zwager, Johanna Muijsers en haar man Jan van Heijster, ontvangen van Maria 500 gulden Kleefs en mogen daarnaast de kleine bouwhof aan de Scheij behouden. Maria betaalt aan haar zus Gertruij 600 gulden Kleefs als uit­koopsom.[49]

"Acte van erffmagescheijt en een kindt maeking tusschen de weduwe Anthoon Giesen, als nu wederom trouwende met Aldert Frijsen, en sulcx als volgt.

        Condt en kennelijck zije een ieder bij den inhoudt van desen instrumente, hoe dat op heden ondergess. voor ons gerichts­persoonen is beraempt en besloten, de naervolgende een kindt maecking van de drij onmundige kinderen van de weduwe Anthoon Giesen zaeliger, welcke als nu wederom geresolveert wesende haer in tweede houwelijk te begeven met Aldert Frijsen, is oversulcx dese kindtmaecking bij consent en kennisse van alle naest bestaende vrijnden bij desen acte present in maniere en voorwaerden gemaeckt als volgt.

        Eerstens is onder malkanderen besproecken, dat de drij voorkinderen, als noch onmundigh wesende, met naeme Ger­truij, Johanna en Johannes, vooraff sullen hebben en blijven behouden seeker capitael ad drij hondert eenen gulden 15 stuivers 1 denier hollants staende op dese gemeijnte, hercomende van hunnen vader zaliger Anthoon Giesen.

        Tweedens is besproecken dat dese voorss. drij kinderen met de toecomende kindt off kinderen bij aenstaende hou­we­lijck van haere moeder met Aldert Frijsen te verwecken, egale en gelijcke kinderen sullen wesen in alle de goederen her­comende van Frans Meuijsers zaliger, bestaende in eenen bouwhoff met weij en bouwlanderijen, voorts in vasten capi­taelen voor soo veel bevonde worden, in wesen te sijn, actien en pretentien niet daer van uijtgesondert, wie ook te winnen en te werven goederen in alle welcke voorss. goederen bij versterff van toecomende bruijt en bruijdegom de voor en naerkinder te saemen sullen deelen en erven.

        Sijnde derdens bij bruijdt geassisteert bij haeren toecomende bruijdegom met de naeste bloetvrijnde besproecken en overeengecomen, dat de bruijt sal hebben en behouden, de hiervoor gemelten bouwhoff met ap en dependentien van dijen, wie oock de tegenwoordigh bevindtelijcke gereede, niets daervan uijtgenomen.

        Vierdens is besproecken dat de bruijt aan haer suster Jenneke, getrout met Jan van Heijster, sal betaelen en uijttellen vijff­hondert gulden Cleeffs, sullende hij Jan van Heijster met consent sijner andere susters oock voor hem blijven be­houden den Cleijnen Bouwhoff gelegen aen de Scheij.

        Vijffdens sal bruijt haere suster Gertruij geassisteert met Joannes Peeters uijtgeven en betaelen ses hondert gulden Cleeffs .

        In oircond dat dit alsoo is gepasseert. hebben de eenpaerlijcke naeste vrienden beneffens de gerichtspersoonen dese eijgenhandigh ondertekent tot Venraeij den 30 januari 1773. Waere onderteckent Maria Muijsers; dit is X het handtmerckt van Aldert Frijsen; dit is X het handtmerckt van Johanna Muijsers, huijsvrouw van Jan van Heijster; dit is X het handt­merckt van Jan van Heijster; dit is X het handtmerckt van Gertruij Muijsers, Joannes Peeters assistent, en mede als naesten bloedtvrijndt van de drij onmundige kinderen; Hendrick Giesen, insgelijcx als naesten vrijndt der voorss. kinderen.

J.J. Lambotte, O.T. Liefkens, Willem Martens.

Lager stondt, mij present, was onderteekent L. Verblaeckt, secretaris."

 

Uit het huwelijk van Maria Huijben met Oldert (Albert) Friesen, geh. Venray 3-2-1773:

a)     Antonius Friesen, ged. Venray 31-3-1774 (get. Gerard Giesen en Petronella Friesen), overl. ... Tr. Venray 19-5-1802 (29 floreal X) met Marie Peeters, geb. Deurne 5-10-1762, dr. van Peter Frantz Peeters en Elisabeth Theodora Huijbers.

b)    Gerardus Friesen, ged. Venray 25-10-1776 (get. Henricus Friesen en Gertrudis Muijsers), overl. ... Tr. Venray 9-5-1802 (19 floreal) met Anne Marie Jacobs, geb. Venray 27-4-1777, dr. van Jacob Jacobs en Gertruda Gerrits.

        Uit dit huwelijk:

        aa)   Anne Marie Friesen, geb. Venray 15-5-1810.

c)     Francina Friesen, ged. Venray 18-3-1782 (get. Joannes Scheijen en Maria Friesen).

d)    Petronella Friesen, ged. Venray 3-11-1785 (get. Gerardus Wijnen en Joanna Peters).

e)     Martinus Friesen, ged. Venray 10-2-1792 (get. Petrus van Heijster en Gertrudis Giesen), overl. ... Tr. Venray 12-10-1814 met Maria Elisabeth Laurenssen, oud 23 jaar geb. te Deurne, dr. van Pierre Laurenssen en Marie Peeters.

 

14 maart 1777: obligatie groot 150 daalder Kleefs t.l.v. Aldert Friesen en Maria Muijsers t.b.v. de drie kinderen uit Maria's eerste huwelijk met Antoon Giesen, met als onderpand Muijsers Plats te Veurlo gelegen.[50]

Obligatie groot 150 daalder Cleefs ten laste van Aldert Frijsen en Maria Meuijsers, echtelieden, ten behoeve van de 3 voor­kin­deren verwekt in het eerste huwelijk van Maria Muijsers met Anthoon Giesen.

Johan Joseph Lambotte, advokaat en scholtis , J. Vermeulen en M. Clephas, schepenen van de heerlijkheid Venray, oor­kon­den dat Aldert Frijsen en diens vrouw Maria Meuijsers hebben verklaard dat zij n.a.v. een rekwest d.d. 6 maart 1777 een bedrag van 150 daalder hebben ontvangen uit een groter kapitaal staande op de gemeente Venray, toebehorend aan de drie voorkinderen verwekt tussen Maria Muijsers en Anthoon Giesen in het eerste huwelijk.

Com­paranten beloven dat zij een rente van jaarlijks 3½% zullen betalen, "edoch te verstaan niet eerder de interesse aen de kinderen verschult te sijn tot naer de doodt van de moeder, welcke aen dit capitael de tocht is hebbende", eerstmaals te vervallen 14 maart 1778, met een opzegtermijn van drie maanden.

Als onderpand stellen comparanten "hunnen bouwhoff kennelijck gelegen aen het Veulo, met alle soo bouw als weij­lande­rijen, sijnde belast met jaarlijcx aen de capellaenie alhier 1½ malder rogge; item ½ malder rogge aen Marten Ver­dellen; item ½ malder rogge aan Hendr. Poels; item 1½ vat rogge aen de parochiale alhier; item met ongevheer 225 guld. resteerende coopspenningen; item met een capitael van ses hondert guld. Cleefs aen Peter Clephas, sonst vrij soo de com­paranten des ondervraght sijnde hebben verclaart, uijtgenomen de con[tribut]ie schattinge. Oock veronderpanden voorn. com­paranten voor de glte somme alle hunne gereede goederen wat naeme de selve oock mogen hebben, om bij faute van misbetaelinge de geseijde capitaele somme met alle verloopene interesse daer op en aen te verhaelen als naer rech­ten".

1780[51]

Proces Gerrit Giesen, Friedis Geurts en Joes Claesses namens de minderjarige kinderen van Thoen Giesen tegen Willem van de Water.

31 januari 1782:[52]

Verzoekschrift door Gert Giesen en Aldert Friesen, ondertekend door Godefrijdus Geurtz, J.J. Lambotte en Johannes Klaessen. Het huis van Jan van Heijster en Joanna Meusers met toebehoren aan de Schaeij gelegen is op 10-9-17.. voor 136 gulden 10 stuiver Hollands, zijnde 204 gulden 15 stuiver Cleefs, openbaar verkocht aan Anthoon Groenen. De vier minderjarige kinderen hebben nog 175 gulden Cleefs tegoed uit de bouwhof genaamd Meusers Plaetse, nu eigendom van Aldert Friesen, zodat zij een vermogen hebben van ruim 379 gulden.

De kinderen behouden een vordering groot tweemaal 100 gulden op resp. Aldert Friesen en Joannes Claessen. Van de overige 179 gulden zijn reeds 75 gulden besteed voor kostgeld van de jongste twee kinderen, 55 gulden aan achterstalli­ge pacht voor het St.-Jerusalemklooster, en 12 gulden aan schattingen (samen 142 gulden Cleefs), zodat nog 37 gulden Cleefs resteert.

26 februari 1782:[53]

Verkoop van goederen op de Scheij gelegen door Godefrijdus Geurts, Johannes Claassen, Aldert Frijsen en Gerit Giesen, als ooms en bloedverwanten van de minderjarige kinderen van wijlen Jan van Heijster en Johanna Meuijsers, modo Janssen.

25 november 1784: AFSCHRIJVEN...[54]

Verzoekschrift van Alard Freesen gehuwd met Marie Janssen. Suppliant heeft de bouwhof genaamd "te Muijssers" onder Veulen gelegen aangekocht, waarvoor hij zich diep in de schulden heeft moeten steken. Hij heeft beide zusters van Marie uit­gekocht voor ¦ 1100,- en bovendien veel kosten gehad door reparaties, aankoop van een paard etc. Hierdoor is hij aan de schatheffers een bedrag van 175 daalder Cleefs schuldig over de jaren 1782-1783 plus de vordering over het lopende jaar 1784. Verzoekschrift gesteund door Gerit Giesen en Jan Peeters, ooms van de minderjarige kinderen uit het eerste huwe­lijk van Marie met wijlen Anthonius Giesen.

 

"Opdracht van Thonys Gysen aan Gerit Keysers van eene pas te Casterlo".[55]


IVa  (zn. van IIIb).

JOANNES (JAN, JEAN) GIESEN (GIEZEN, GIJSEN, GIJZEN), ged. Venray 23-12-1771, overl. Meerlo 29-9-1851[56]; akkerman wonend te Venray (1806), dagloner te Venray-Castenray; later wonend te Broekhuizen[57] en Meerlo.

tr. Venray 13-2-1805[58] met

Henrietta (Hendrina) Pijpers (Piepers), ged. Meerlo 21-2-1781, overl. Broekhuizenvorst 8-3-1842, oud 60 jaar; dr. van Ber­nar­dus Pijpers en Anna Maria Engels, beiden overl. voor 1842.[59]

 

Uit dit huwelijk:

1.     Anne Marie Giezen, geb. Venray 31-5-1805[60], overl. ald. 2-6-1805, 2 dagen oud[61].

2.     Antoine (Antoon) Giesen, geb. Venray (Castenray) 31-7-1806[62], akkerknecht wonend te Meerlo, ongeh. overl. Meerlo 3-6-1876[63].

3.     Leonard Giesen, geb. Venray 7-11-1808[64]. Boerenknecht te Meerlo. Tr. Broekhuizen 4-4-1842 met Anna Margare­tha Cuij­pers (Kuijpers). Volgt Va.

4.     Maria Giesen, geb. Broekhuizen 12-10-1810[65], overl. ...

        Tr. Broekhuizen 20-6-1849[66] met Hermanus Rutten te Ooijen, geb. Bergen 11-3-1814, overl. Broekhuizen 8-12-1851[67]; wedn. van Anna Wilhelmina Thijssen (overl. Broekhuizen 12-4-1849), waarvan een dochter Anna; zn. van Hen­dricus Rutten en Johanna Cluitmans.[68]

        Uit dit huwelijk één dochter:

        a)    Johanna Wilhelmina Rutten, geb. voor 1851, leeft 1879.

        17 februari 1879:[69]

        Maria Giesen, weduwe van Joannes Rutten te Meerlo, en haar dochter Johanna Rutten verkopen:

        -      een huis en tuin sectie D 1179 en 1461 aan Hegelsom, groot 6 are 5 centiare, door verkoopster aange­kocht, voor ¦ 140,‑ aan Leonard Linskens, metselaar te Meerlo.

        -      bouwland sectie D 363 en 363, groot 20 are 55 centiare, voor ¦ 250,‑ aan Goswinus Janssen, landbouwer te Swolgen. Deze percelen heeft Maria van haar ouders staande huwelijk geërfd zodat haar dochter Johanna krachtens erfopvolging van haar vader de helft bezit.

5.     Hendrina Giesen (Gijsen), geb. Broekhuizen 6-3-1813[70], overl. ...

        Tr. Meerlo 14-4-1837[71] met Mathijs Keijsers te Meerlo, geb. Meerlo 25-7-1807[72], overl. ...; zn. van Gerard Keijsers (overl. Meerlo 30-5-1813) en Maria Elizabeth Thijssen (overl. Meerlo 14-3-1827).

6.     Heleena Gijsen (Giesen, Gijzen), geb. Broekhuizen(vorst) 24-11-1818[73], overl. ald. 25-12-1818[74].

7.     Frans Gijsen (Giesen), geb. Broekhuizen 27-1-1821[75], overl. ald. 31-1-1823[76].

 

Memorie van Successie van Joannes Giesen, overl. Meerlo 29-9-1851

Verklaring van

1)    Antonius Giesen te Meerlo,

2)    Leonard Giesen te Meerlo,

3)    Maria Giesen gehuwd met Hermanus Rutten te Ooijen, en

4)    Hendrina Giesen gehuwd met Mathijs Keijsers te Meerlo

(partijen 2 en 4 inwonend bij partij 1), dat hun vader Johannes Giesen op 29-9-1851 ab intestato is overleden te Meer­lo. Zijn nalatenschap bestaat uit een perceeltje heide groot 2 roede 45 el te Meerlo gelegen sectie D nr. 363.[77]

 

Memorie van Successie van Antoon Giesen, overl. Meerlo 3-6-1876

Verklaring van

1) Maria Giesen, zonder beroep wonend te Meerlo en

2) Leonard Giesen, landbouwer te Helden,

dat hun broer Antoon Giesen, overleden te Meerlo 3-6-1876, heeft nagelaten bouwland groot 23 are te Meerlo gelegen sectie D nr. 1708, geschat op ¦ 80,-, plus kleding geschat op ¦ 15,‑. Kosten begrafenis ¦ 20,‑, zodat resteert ¦ 75,‑.[78]

 

Persoonsbeschrijvingen uit de registers van de Nationale Militie

 

                   Antonius    Leonardus

Geb.:          31-7-1806   7-11-1808

lengte:        1,701          1,735

aangezicht: ovaal          lang

voorhoofd: laag            klein

ogen:          grijsachtig   blauw

neus:          matig          matig

mond:        groot           groot

kin:            rond            rond

haren:        bruin           bruin

wenkbrauwen:              bruin          bruin

bijz. kenm.: geen            geen

lotingsnr.:  9452           9456

uitspraak:   geschikt       geschikt


Va   (zn. van IVa).                                      VENRAY-BROEKHUIZEN-HELDEN

LEONARDUS GIESEN, geb. Venray 7-11-1808[79], eerst dienstknecht en dagloner te Broek­huizen-Ooijen (inwonend bij zijn broer Antoon), op 18-1-1859 van hieruit verhuisd naar Helden (Zelen, huisnr. 86)[80] resp. Beringe[81], overl. Helden-Beringe 7-6-1896[82].

tr. Broekhuizen 4-4-1842[83] met

Anna Margaretha Cuijpers (Kuijpers, Kuipers), naaister; geb. Broekhuizen 1-11-1820[84], overl. Helden 12-9-1892[85]; dr. van Theodorus Kuijpers (overl. te Broek­huizen) en van Petronella Verheijen (geb. Grubbenvorst-Lottum 8-9-1783[86], in 1842 wonend te Broekhuizen, later inwonend bij haar schoonzoon Leonardus te Helden, overl. Helden 18-8-1862[87]).

 

Uit dit huwelijk:

1.     Hendrikus Giesen, geb. Broekhuizen 17-1-1843[88]. Landbouwer wonend te Helden. Volgt VIa.

2.     Theodorus Giesen, geb. Broekhuizen-Ooijen 28-6-1845[89], later wonend te Helden. Volgt VIb.

3.     Johanna Petronella Giesen (Giezen), geb. Broekhuizen-Ooijen 9-6-1848[90], op 13-9-1876 verhuisd naar Stramp­roy[91], overl. ...

        Tr. Helden 11-9-1876[92] met Joannes Creemers, geb. Stramproy 29-7-1843, smid te Helden (1876), overl. Stramp­roy 8-8-1894 (MvS); zn. van Henricus Creemers, timmerman, en van Hendrina Verstappen, beiden te Stramp­roy.

        Uit dit huwelijk (in 1894 nog allen minderjarig):

        a)    Johanna Margaretha Creemers

        b)    Hendricus Leonardus Creemers

        c)     Maria Hendrica Creemers

        d)    Maria Elisabeth Creemers

        e)     Leonardus Hubertus Wilhelmus Creemers

        f)     Johanna Maria Creemers

Memorie van Successie van Joannes Creemers, overl. Stramproy 8 augustus 1894, gehuwd in gemeenschap van goederen met Johanna Petronella Giezen.

Hij liet aan zijn zes kinderen Johanna Margaretha, Hendricus Leonardus, Maria Hendrica, Maria Elisabeth, Leonardus Hubertus Wilhelmus en Johanna Maria, elk voor 1/6 deel, na:

1.     de helft in huis, stal, erf, tuin, boomgaard, bouw- en hooiland en moeras te Stramproy groot samen 1 ha 20 are 25 ca sectie A nrs. 226, 227 en 441, sectie D nrs. 1923 en 1924, voor zijn aandeel geschat op ¦ 900,‑;

2.     de helft in roerende goederen, vee, meubelen, akkergerei en granen, smidsgereedschappen en ijzer, samen voor zijn deel geschat op ¦ 350,‑;

3.     zijn kleren geschat op ¦ 25,‑;

4.     het 1/36 deel in onroerende goederen onder Helden gelegen, bestaande in huis, stal, schuur, boomgaard, tuin, bouw‑ en weilanden en dennenbos, samen groot 10 ha 93 are 90 ca sectie A nrs. 178, 1722, 1724, 1726, 1728, 1733, 1734, 1735, 1736, 1745, 1748, 1754, 1766, 1939, 1939 en 1591, voor zijn aandeel geschat op ¦ 140,‑;

5.     het 1/36 deel van de inboedel zoals omschreven bij art. 570 ..., voor zijn aandeel geschat op ¦ 40,‑;

dit alles met een gezamenlijke waarde van ¦ 1455,‑ waarop in mindering de begrafeniskosten à ¦ 65,30, zodat resteert ¦ 1389,70.

 

De goederen waren o.a. afkomstig van een veiling bij notaris Haffmans te Helden d.d. 4-4-1875, opbrengst ¦ 4470,‑ en van de helft van ¦ 2500,‑ nalatenschap van wijlen Margaretha Kuijpers, overl. 12-9-1892.

4.     Johannes Mathias (Jan Mathijs) Giesen, geb. Broekhuizenvorst 15-7-1850[93]. Landbouwer te Helden. Volgt VIc.

5.     Gerardus Giesen, geb. Broekhuizen-Ooijen 27-3-1853[94]. Landbouwer wonend te Helden. Volgt VId.

6.     Franciscus Antonius (Frans) Giesen, geb. Broekhuizen 18-1-1855[95]. Landbouwer wonend te Helden. Volgt VIe.

7.     Gertrudis Giesen, geb. Broekhuizen 2-7-1857[96], op 25-6-1879 verhuisd naar Maasbree[97], overl. Helden-Beringe 12-12-1907 [bidpr. Moenik]. Tr. Helden 14-6-1897[98] met Coenrardus Janssen, geb. Helden 23-10-1856[99], wonend te Beringe, overl. Grashoek 25-1-1946 [bidpr. Moenik]; wedn. van 1) Margareta Bouten, 2) Catharina Verhardt en 3) Johanna Philipsen; zn. van Petrus Janssen en Sibilla Huijs. Het gezin woonde later Helden-Zandberg. M.i.v. 23-4-1923 woonde hier als dienstmeid Hendrika Maria Giesen, geb. Asten 26-5-1904 , die eerder in Kessel had gewerkt; zij keerde op 19-4-1926 terug naar Asten.[100]

        Uit eerdere huwelijken geboren te Helden:[101]

        aa)   Johanna Janssen, geb. 29-2-1884. Tr. ... met Gisbertus Hanraets, geb. Helden 28-11-1878.[102]

        bb)  Peter Johannes Janssen, geb. 19-9-1885.

        cc)   Hubertus Janssen, geb. 13-5-1887.

        dd)  Gerardus Janssen, geb. 10-5-1891.

        ee)   Margaretha Janssen, geb. 3-4-1893, overl. ald.14-6-1895.[103]

        Uit het huwelijk van Coenrard en Gertrudis geboren te Helden:

        f)     Leonardus Janssen, geb. 2-4-1901.

        Coenrard's jongere broer, Peter Joannes Janssen (geb. 9-12-1858) en diens vrouw Catharina Verhaegh (geb. Maasbree 26-2-1864, overl. Helden 27-4-1895) woonden bij hen in op de Zandberg. Het gezin Janssen-Giesen trok in 1903 in bij Leonard. Coenrard's zoontje Peter Johannes (1885) verhuisde eerst in 1906 naar dit adres.

8.     Maria Giesen, geb. Helden 21-1-1860[104], overl. ald. 11-1-1939 [bidpr. Moenik-kopiëren!]

        Tr. Helden 6-4-1891[105] met Theodorus Gielen, geb. Helden-Egchel 9-2-1865[106], overl. ald. 14-12-1937 [bidpr. Moenik][107]; zn. van Laurens Gielen en Wilhelmina Leijsten, landbouwers te Helden. Het gezin woonde aanvanke­lijk in bij Theodorus' ouders.

        Uit dit huwelijk geboren te Helden:[108]

        a)    Wilhelmina Margaretha Gielen, geb. 15-12-1891.

        b)    Johanna Gielen, geb. 10-4-1893.

        c)     Wilhelmina Gielen, geb. 29-1-1895.

        d)    Leonardus Laurentius Gielen, geb. 14-2-1897.

        e)     Maria Petronella Gielen, geb. 8-10-1898. Zij verhuisde op 19-7-1920 naar Heerlen.[109]

        f)     Hendrika Leonora Gielen, geb. 2-8-1900, overl. ald. 25-11-1900.[110]

        f)     Hendrika Johanna Gielen, geb. 20-1-1903, overl. ald. 28-6-1905.

9.     Ludovicus (Louis) Giesen, geb. Helden 21-7-1863[111], landbouwer te Helden, later te Horn. Volgt VIf.

 

Persoonsbeschrijvingen uit de registers van de Nationale Militie

 

                   Hendrik      Theodorus  Joh. Mathias                 Gerardus    Franc. Ant.  Ludovicus

Geb.:          17-1-1843   28-6-1845  15-7-1850   27-3-1853  18-1-1855  21-7-1863

lengte:        1,682          1,631          1,710          1,672          1,749          1,709

aangezicht: lang            rond           ovaal          rond           -                  ovaal

voorhoofd: rond            hoog           hoog           laag            -                  smal

ogen:          blauw         blauw         blauw         grijs            -                  grijs

neus:          gebogen      gewoon       spits            gewoon       -                  gewoon

mond:        groot           gewoon       gewoon       groot          -                  gewoon

kin:            rond            rond           rond            rond           -                  spits

haren:        bruin           blond          blond          blond          -                  blond

wenkbrauwen:              bruin          blond          blond          blond          - blond

bijz. kenm.: lidt. boven li. oog           geen            geen            geen            - geen

lotingsnr.:  9559           9567           9587           9599           9607           9639

uitspraak:   geschikt       geschikt       geschikt       geschikt       geschikt       geschikt

 

Memorie van Successie van Leonardus Giesen, overl. Helden 7-6-1896[112]

Erfgenamen (elk voor 1/9 deel) van Leonardus Giesen, overl. 7-6-1896, geh. met Margaretha Kuijpers.

1)  Hendrik Giesen, landbouwer te Tegelen.

2)  Theodorus Giesen, landbouwer te Helden-Everlo.

3)  Johannes Giesen, landbouwer te Helden-Egchel.

4)  Petronella Giesen, wed. van Joannes Creemers, landbouwster te Stramproij.

5)  Gerard Giesen, landbouwer te Helden-Hub.

6)  Frans Giesen, landbouwer te Deurne.

7)  Gertrudis Giesen, zonder beroep wonend te Helden op Maris.

8)  Theodoor Gielen, landbouwer te Helden-Egchel, in gemeenschap van goederen gehuwd met Maria Giesen.

9)  Lodewijk Giesen, landbouwer te Helden op Maris.

Nalatenschap:

1)  de helft van huis, stal, schuur, tuin, bouw- en weiland, boomgaard, bos en dennenbos te Helden gelegen art. 2713, sectie A nrs. 1722, 1723, 1724, 1728, 1733, 1734, 1735, 1736, 1745, 1748, 1754, 1766, 1939, 1940 en 1591, samen groot 10.95.90 hectare, geschat op ¦ 2500,‑.

2)  de helft van de inboedel, geschat op ¦ 750,‑.

3)  kledingstukken en lijfstoebehoren, geschat op ¦ 50,‑.

Totaal ¦ 3.300,‑. Hierop in mindering de begrafeniskosten à ¦ 60,‑, zodat zuiver totaal ¦ 3.240,‑. De overledene heeft geen hypotheken.

 

2 juli 1891

Openbare verkoop van vast goed te Helden op verzoek van Peter Antoon Vaessen te Maasbree, gehuwd geweest met Anna Maria Wilms, verbleven aan

1.   Jan Giezen, voor zichzelf en als lasthebber van a) Hendrik; b) Theodoor; c) Gerard; d) Frans; e) Gertrudis; f) Louis Giezen; g) Theodoor Gielen gehuwd met Maria Giezen, allen te Helden, voor ¦ 730,‑;

2.   Peter Wilms te Helden voor ¦ 255,‑;

3.   Jan Giezen te Helden voor ¦ 305,‑;

4.   Michiel Peeters te Helden voor ¦ 340,‑;

5.   Andries Puinenburg te Helden voor ¦ 125,‑;

6.   Hendrik Jacobs en Ida Huijs te Helden voor ¦ 90,‑;

7.   Jan Hendrik Beurskens te Helden voor ¦ 405,‑.[113]


VIa                                                                                                      (zn. van Va).                                                                    BAARLO-STRAELEN-TEGELEN

Baarlo, Den 4 Meij 1873

Hendrika Kuijpers / Hoort dit boekje / toe

Di het vient / geeft het weederom /

En di het niet en doet /

Biet voor ieder / Leter een weesgegroet /

Hendrika Kuijpers / Is mij naam

om got / te dienen ben ik be/Kwaam

om got te / Denen ben ik gebooren /

Zoo ik het niet en / doen

zoo gaan ik ver/Looren.

1

HENDRIKUS GIESEN (GIEZEN), geb. Broekhuizen-Ooijen 17-1-1843, van 19-4-1870 tot 8-9-1871 naar Grubbenvorst[114], op 13-2-1872 na zijn huwelijk verhuisd naar gemeente Maasbree[115], overl. Tegelen 2-2-1926; zn. van Leonardus Giesen en Mar­garetha Cuij­pers, beiden (1880) wonend te Helden. Woont achtereenvol­gens te Baarlo, gem. Maasbree (1875), Strae­len (1885) en Tege­len (1896). Enkele van zijn kleinkinderen noemden hem wel "groetvader met nieks haor".

tr.  1) Baarlo 24-1-1872 (kerk; get. Theodorus Giesen en Henrica Cuijpers) met

      Wilhelmina Cuijpers (Kuijpers, Kuipers), geb. Baarlo 29-12-1846, overl. ald. 10-9-1872; dr. van Joannes Kuijpers en Joanna Smeets. Zij maakte op 30-7-1872 haar testament.[116]

tr.  2) Baarlo, gem. Maasbree 5-7-1873 (CHK), idem Baar­lo 8-7-1873 (kerk; get. Joannes Giesen en Petro­nel­la Giesen) met

      Hendrica (Hendrika) Cuijpers (Kuijpers, Kuipers), geb. Baarlo 1-12-1851, overl. ald. 25-7-1878; dr. van Joannes Kuijpers en Joanna Smeets. Akte van huwe­lijkse voorwaarden d.d. 1-7-1873.[117] Zij woon­den op de Grubbenhof op Soeterbeek onder Baarlo.[118]

tr.  3) Stramproy 4-10-1880[119] met

      Joan­na (Anna) Gertrudis Creemers, geb. Stramproy 17-10-1845,[120] 19-10-1845[121] of 5-10-1845[122], overl. Tegelen 27-12-1917; dr. van Hen­ricus Creemers, tim­mer­man, en van Hendrina Verstappen, zonder beroep, beiden wo­nend te Stramproij. Joanna Cree­mers was vol­gens over­levering familie van kar­dinaal Van Rossem te Wit­tem. Op 9-6-1884 verhuisde het gezin van Baar­lo naar Straelen.[123]

 

Uit het tweede huwelijk:

1.   Johanna Wilhelmina Giesen, geb. Baarlo 2-2-1874, overl. ...

2.   Anna Margaretha (Greetje) Giesen, geb. Baarlo 25-11-1875, overl. Straelen 24-8-1893 na een kort ziekbed t.g.v. een long­aan­doe­ning. [BIDPRENTJE]

3.   Petronella Giesen, geb. Baarlo gem. Maasbree 29-7-1878[124], overl. Helden 28-2-1879, 8 maanden oud[125].

Brief van Weh.. Evertz d.d. 16-9-1914 vanuit Nord­heim aan zijn zwager de 'millicien' Lud Giesen te Grathem:

"Lie­ber Schwager. Teile dier eben mit, das unser Regi­ment auf dem Wege in Feindesland ist. Sonst noch Gesund und Mun­ter. Was ich auch von dier Hoffe. Schreibe bitte mahl Antwort. Es Grüßt ... Hoffent­lich sehen wier uns bald."

1